███ Opgave 1 De ruimte in



Dovnload 34.04 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte34.04 Kb.

███ Opgave 1 De ruimte in


2p 1 Een waterraket wordt verticaal gelanceerd. Hij is voor een deel gevuld met water en de lucht in de fles is met een fietspomp op druk gebracht. De raket is beplakt met een kartonnen neuskegel en kartonnen vinnen. Noem twee factoren die invloed hebben op de hoogte die de raket zal halen.


1p 2 In de grafiek hiernaast zie je hoe de omlooptijd van een satelliet afhangt van de afstand van die satelliet tot de aarde. Lees uit de grafiek af wat de omloopstijd is van een satelliet op een hoogte van 30 000 km boven de aarde.


2p 3 Hoe hoog moet je een satelliet lanceren om hem in een geostationaire baan te krijgen?
2p 4 Dertig jaar geleden wilde de Verenigde Staten een spionage satelliet in een geostationaire baan boven Moskou plaatsen.
Met die satelliet kon de hoofdstad van Rusland dag en nacht in de gaten gehouden worden. Een ruimtevaartdeskundige vertelde de regering van de Verenigde Staten dat dat onmogelijk was. Leg uit waarom.

███ Opgave 2 De maan


4p 5 Geef van de volgende 7 beweringen aan of ze juist of niet juist zijn. Er hoeft geen toelichting bij.

A Bij een maansverduistering staat de maan tussen de aarde en de zon.
B Een maansverduistering is alleen zichtbaar bij volle maan.

C Op de maan is geen atmosfeer.
D Bij nieuwe maan staat de maan tussen de zon en de aarde.
E Op de maan heb je af en toe wolken.

F Buzz Aldrin was een van de drie eerste mensen op de maan.

G De zon en de maan zijn precies even groot.

███ Opgave 3 Planeten en sterren


3p 6 De snelheid van het licht is 300 000 km/s. Bereken de afstand van één lichtjaar.
2p 7 De afstand van Mars tot de zon is 225 miljoen km en Mars staat 1,5 keer zover van de zon als de aarde. Bereken hoeveel km één Astronomische Eenheid (AE) is?
2p 8 De zon komt aan zijn energie door:
A kernfusie
B verbranding van helium
C röntgenstraling

███ Opgave 4 Meten op afstand


2p 9 Een telescoop heeft een oculair met een brandpuntsafstand van 2,0 cm en een objectief met een brandpuntsafstand van 1,0 m. Bereken de vergroting van de telescoop.
2p 10 Wanneer je erg zwakke sterren met een telescoop wilt waarnemen lukt dat niet met de telescoop van vraag 9. Gaat dat waarnemen beter met een telescoop met een objectief met dezelfde brandpuntsafstand (1,0 m) maar met een grotere diameter of kun je dan beter een telescoop nemen waarvan het objectief dezelfde diameter heeft maar een grotere brandpuntsafstand. Leg uit.
4p 11 Van een ster die heel ver weg staat kun je alleen het spectrum van de ster bekijken. Welke informatie geeft het spectrum van de ster en welke niet:

    1. oppervlaktetemperatuur

    2. diameter van de ster

    3. kleur van de ster

    4. uit welke gassen de ster bestaat



einde




███ Opgave 1 De zon


4p 1 Geef van de volgende 7 beweringen aan of ze juist of niet juist zijn. Er hoeft geen
toelichting bij.

A Bij een zonsverduistering staat de maan tussen de aarde en de zon.
B Een zonsverduistering is alleen zichtbaar bij volle maan.

C De zon is een ster.
D Bij nieuwe maan staat de maan tussen de zon en de aarde.
E De zon komt aan zijn energie door verbranding van helium.

F De zon bestaat voornamelijk uit waterstof.

G De zon en de maan zijn precies even groot.

██ Opgave 2 De maan

4p 2 In de figuur hiernaast zijn de schijngestalten van de maan aangegeven met a, b, c en d. Geef aan welke letter hoort bij: nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan en laatste kwartier


2p 3 Leg uit waarom je een maansverduistering overal kunt zien en een zonsverduistering alleen op bepaalde plekken op aarde.
2p 4 Een maansverduistering duurt veel langer dan een zonsverduistering. Leg uit hoe dat komt.
3p 5 We zien op de aarde steeds dezelfde kant van de maan. De kant die we niet zien heet in het engels ‘dark side of the moon’. Wij zeggen ‘achterkant van de maan’. Waar of niet waar:

a. De kant die we nooit zien staat altijd van de aarde af gekeerd.

b. Op de kant die we nooit zien valt nooit zonlicht.

c. Als de achterkant van de maan naar ons toe gekeerd is, is het bij ons licht zodat we die kant dan niet kunnen zien.




███ Opgave 3 Sterren en planeten


2p 6 De oude Grieken noemden de ‘planeten’ zo, omdat dat woord ‘zwervers’ betekent. Leg uit waarom planeten niet op een vaste plek aan de hemel te vinden zijn en sterren wel.
2p 7 Verschillende planeten hebben één of meer manen. Leg uit wat het verschil is tussen een planeet en een maan.
3p 8 Bereken de afstand van één lichtjaar in kilometer.
3p 9 Het spectrum hieronder is van een ster. Alle kleuren zijn goed vertegenwoordigd. In het spectrum komen enkele donkere lijnen voor.

    1. Leg uit welke kleurindruk deze ster zal maken: rood, geel, wit of blauw.

    2. Welke informatie geven de donkere lijntjes in het spectrum?

c. Leg uit hoe het spectrum van een rode ster van dit spectrum verschilt.



einde



1 maximumscore 2

Neuskegel: betere stroomlijn, dus grotere hoogte

Vinnen: betere sturing, dus rechter omhoog, grotere hoogte

Druk boven het water: hoe hoger de begindruk, hoe groter de hoogte

elk antwoord 1p
2 maximumscore 1

Uitkomst: 19 uur



3 maximumscore 2

Uitkomst: 35·103 km

1p geostationair is 24 uur omloopstijd


1p Aflezen uit de grafiek
4 maximumscore 2

1p geostationaire satellieten draaien altijd in een baan boven de evenaar

1p Moskou ligt niet op de evenaar
5 maximumscore 4
A onjuist
B juist
C juist
D juist
E onjuist
F juist
G onjuist

-1p per fout antwoord


6 maximumscore 3

Uitkomst: 9,5·1012 km

1p de afstand die het licht in één jaar aflegt


2p 300 000 × 365 × 24 × 60 × 60 = 9,5·1012 km
7 maximumscore 2
1p 1 AE is de afstand van de aarde tot de zon

1p 1 AE = 225 miljoen km : 1,5 = 150 miljoen km.


8 maximumscore 2

antwoord A


9 maximumscore 2

Uitkomst: 50 maal

1p vergroting is brandpuntsafstand objectief : brandpuntsafstand oculair


1p 100 : 2 = 50
10 maximumscore 2

1p objectief met grotere diameter

1p daardoor vang je meer licht op van de zwakke ster. Een grotere vergroting helpt niet want een ster staat zo ver weg dat het een puntje blijft, hoe vaak je ook vergroot.
11 maximumscore 4

a wel


b niet

c wel


d wel

Totaal: 26 punten



1 maximumscore 4

A juist


B onjuist

C juist


D juist

E onjuist

F juist

G onjuist


2 maximumscore 4

Nieuwe maan: d

Eerste kwartier: a

Volle maan: b

Laatste kwartier: c
3 maximumscore 2

1p Bij een zonsverduistering valt de schaduw van de maan maar op een klein stukje van de aarde.

1p Als de volle maan op aarde goed zichtbaar is, dan is de maansverduistering ook goed zichtbaar.
4 maximumscore 2

1p De maan is veel kleiner dan de aarde, dus die zit er niet zo lang voor.


1p De grotere aarde dekt de maan langer af.
5 maximumscore 3

a waar


b niet waar

c niet waar


6 maximumscore 2

Een ster staat zo ver weg dat je zijn beweging niet kunt zien.

Planeten staan veel dichter bij, dus hun beweging is wel waar te nemen.
7 maximumscore 2

Een planeet draait rond de zon en een maan draait rond een planeet.


8 maximumscore 3
Uitkomst: 9,46·1012 km

1p lichtsnelheid = 300 000 km/s

2p 300 000 km/s × 60 × 60 × 24 × 365 = 9,46·1012 km
9 maximumscore 3

1p a De kleurindruk zal wit zijn omdat alle kleuren er in zitten.

1p b De donkere lijntjes geven informatie over de chemische samenstelling van de ster.

1p c Bij een rode ster zit er veel minder blauw in het spectrum.



Totaal: 25 punten


Pulsar Natuurkunde 2e havo 3 toetsen © 2008 Noordhoff Uitgevers bv




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina