♦ voorwoord



Dovnload 0.53 Mb.
Pagina1/10
Datum23.08.2016
Grootte0.53 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

VOORWOORD

Ongelofelijk, de vier jaar zitten er al weer op! Na de bacheloropleiding Algemene Cultuurwetenschappen in drie jaar te hebben afgerond, ben ik direct begonnen aan de Master Media en Journalistiek. Wat was dat wennen! Het eerste half jaar was zwaar. Toch ben ik ongelofelijk blij dat ik aan de Masteropleiding ben begonnen. Mijn studententijd was niet compleet geweest, zonder dit jaar. Na dat zware eerste half jaar, kwam de thesis. Wat leek me dat heerlijk: bezig zijn met een onderwerp zonder de stress van de deadlines. Daar ben ik toch deels van teruggekomen. Het was een geweldige tijd, waarin ik me volledig kon storten op het onderwerp van deze scriptie: televisie en dementie. Toch verloor ik mezelf hier weleens in. En toen kwamen toch die deadlines weer om te hoek kijken. Het was leerzaam om zelf een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Toch heb ik dit niet helemaal alleen gedaan. Zonder hulp, was dit niet het eindresultaat geweest.


Allereerst wil ik mijn vrienden en familie bedanken voor de steun die ze mij hebben gegeven tijdens het laatste studiejaar. Vooral Xavier heeft zichzelf altijd op de tweede plaats gezet in het belang van mij en mijn studie. Dankjewel. Daarnaast bedank ik mijn ouders, die met veel liefde en geduld mijn stukken keer op keer wilden lezen. Ik ben jullie erg dankbaar voor de ‘muggenzifterij’! En Kim: bedankt voor je hulp op technisch vlak. Jij hebt mijn ideeën voor een titelpagina omgezet in beeld.
Het onderzoek had niet zo goed kunnen verlopen, zonder de hulp van al die lieve mensen van Alzheimer Café Vlaardingen, Alzheimer Café IJsselmonde en dagbehandeling De Parkhof in Maassluis. Mijn speciale dank gaat uit naar Piet Duivenstein, Martin Krommert en Janneke Rutten. Zij hebben zich belangeloos ingezet om respondenten te vinden voor een onbekende studente. Hartelijk dank hiervoor!
De mensen die hun medewerking hebben geleverd aan dit onderzoek, ben ik erg dankbaar. Mevrouw Rood, mevrouw Roze, mevrouw Groen, meneer Blauw, mevrouw Geel, mevrouw Bruin, mevrouw Wit, meneer Zwart, mevrouw Grijs, mevrouw Paars en mevrouw Oranje: zonder u was er geen onderzoek! Ik dank u voor uw openhartigheid tijdens de bijzondere gesprekken.
Tot slot wil ik mijn scriptiebegeleider, Allerd Peeters, bedanken voor de inspiratie. Uw kritische maar hulpvolle houding heb ik erg gewaardeerd.
Eveline Lamphen

Schiedam, augustus 2009



♦ INHOUD



Samenvatting

6




1. Inleiding

7

1.1

Aanleiding voor onderzoek

7

1.2

Doel van het onderzoek

8

1.3

Wetenschappelijke relevantie

9

1.4

Maatschappelijke relevantie

10




2. Dementie

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Wat is dementie?

11

2.3

De vier vormen van dementie

13

2.4

Kenmerken en veelvoorkomende verschijnselen

14

2.5

Mantelzorg

16

2.6

Omgaan met dementerenden

17

2.7

Conclusie

18




3. Televisie

20

Deel 1: Televisiekijken als sociale bezigheid

20

3.1.1

Inleiding

20

3.1.2

Onderzoeken van Stichting Kijkonderzoek & Sociaal Cultureel Planbureau

20

3.1.3

Televisie in het huishouden

23

3.1.4

De televisiekijker inhoudelijk bekeken

25

3.1.5

Conclusie

27




Deel 2: Ouderen, dementerenden en televisie

28

3.2.1

Inleiding

28

3.2.2

Tijdsbesteding van ouderen

28

3.2.3

Tijdsbesteding aan televisiekijken

29

3.2.4

Het belang van televisiekijken voor ouderen

30

3.2.5

Redenen voor televisiekijken

31

3.2.6

Inhoudelijke voorkeuren

33

3.2.7

Dementerenden en het kijken naar televisie

34

3.2.8

Conclusie

38




4. Onderzoeksvraag

39

4.1

Inleiding

39

4.2

Deelvragen

39

4.3

Onderzoek

39




5. Onderzoeksmethode

41

5.1

Inleiding

41

5.2

Kwalitatief onderzoek

41

5.3

De gefundeerde theoriebenadering

43

5.4

Het onderzoek

44




6. De dementerende en televisie

50

6.1

Inleiding

50

6.2

Thema: Liefde voor televisie

50

6.3

Thema: Kwaliteit van beleving

57

6.4

Thema: Omgang met problemen gerelateerd aan dementie

62

6.5

Thema: Omgang met televisieaanbod

66

6.6

Thema: Desoriëntatie

69

6.7

Thema: Verandering in televisiegebruik

72




7. De partner en televisie

75

7.1

Inleiding

75

7.2

Thema: De rol van televisie in het leven van de partner

75

7.3

Thema: Gebruik van televisie bij de mantelzorg

79

7.4

Thema: De partner als begeleider

85

7.5

Thema: De belasting van mantelzorg

88

7.6

Thema: De partner over programma’s voor dementerenden

91




8. Conclusie

94

8.1

Het belang van televisie

94

8.2

Kenmerken van dementie

96

8.3

De invloed van dementie op het kijkgedrag

97

8.4

Een veranderende rol van de partner

99

8.5

Reflectie op het onderzoek

100

8.6

Aanbevelingen voor vervolgonderzoek

101




Literatuur

102




Bijlage: Topiclijst




♦ SAMENVATTING
Dit onderzoek gaat over het televisiekijkgedrag van dementerende ouderen en hun partners. Centraal staat hierbij de vraag: ‘In hoeverre hebben de kenmerken van dementie invloed op de beleving van televisiekijken, bij zowel de dementerenden als hun partners?’
Partners van thuiswonende dementerenden zijn geïnterviewd over het kijken naar televisie. Hierbij is gelet op het kijkgedrag van de dementerende, van de partner en het gezamenlijke kijkgedrag. Onderwerpen die tijdens de interviews aan de orde kwamen, waren op de eerste plaats kenmerken en verschijnselen van dementie. Daarnaast is ingegaan op gebruiksculturen, inhoudelijke voorkeuren, kijktijd en kwaliteit van beleving met betrekking tot televisiekijken.
De redenen om televisie te kijken zijn veelal gerelateerd aan dementie. Het niet meer kunnen uitoefenen van andere hobby’s is hierbij veel genoemd. De kwaliteit van beleving is door de dementie sterk veranderd. Inhoudelijke motieven staan niet meer centraal, maar gevoelskwesties bepalen of dementerenden graag naar programma’s kijken of niet. Er wordt met een andere insteek televisie gekeken. Programma’s die aan deze eis voldoen, zijn muziek- en natuurprogramma’s. Daarnaast hebben de meeste dementerenden veel plezier in het kijken naar lokale en nostalgische beelden.

Veelvoorkomende kenmerken van dementie, die tot uiting komen tijdens het televisiekijken, zijn: geheugenstoornissen, concentratieproblemen, desoriëntatie, ontremming, affectlabiliteit en bewegingsstoornissen.


Positieve of negatieve reacties op televisieprogramma’s kunnen de gemoedstoestand van dementerenden bepalen. De partner dient hier ook met zijn eigen kijkgedrag rekening mee te houden. De televisie kan de partner ontsnapping aan de zorgtaak bieden. Dan wordt graag gekeken naar entertainmentprogramma’s. Daarbij hoeft niet te diep hoeft worden nagedacht over de inhoud van programma’s. Daarnaast neemt de partner een begeleidende rol in tijdens het televisiekijken. Deze rol kenmerkt zich door het beslissen welke programma’s worden gekeken.

Sleutelwoorden: Dementie, alzheimer, mantelzorg, ouderen, televisie, kijkgedrag.

1 INLEIDING

Voor mij is Alzheimer: je bent hem kwijt en je hebt hem nog. Ik zeg weleens: mijn man is anderhalf jaar geleden gestorven maar hij is nog steeds niet begraven. Ik zorg voor iemand die ik niet meer ken. Het is heel raar maar het hele gedrag verandert. Als je mijn man gekend zou hebben en je ziet hem nu, dan herken je hem niet meer terug. Ik zorg voor iemand die ik niet meer herken, maar van wie ik nog steeds veel hou.’

Fragment uit het interview met mevrouw Roze.

1.1 Aanleiding voor onderzoek

In Nederland zijn er, volgens een onderzoek van TNO op verzoek van Alzheimer Nederland, zo’n 230.000 mensen die leven met dementie (Alzheimer Nederland, 2009). Daarnaast zijn er nog mensen die te kampen hebben met de kenmerken van dementie, maar waarbij nog geen officiële diagnose is gesteld. Verder wordt uit het onderzoek van TNO duidelijk dat het aantal mensen met dementie in de komende decennia zal stijgen. Zo wordt verwacht dat er in 2030 zo’n 385.000 dementiepatiënten zullen zijn en ruim een half miljoen in 2050. Deze grote toename is het gevolg van de vergrijzing van Nederland: volgens het CBS (2008) komen er steeds meer ouderen in Nederland. Bestaat deze groep nu nog uit 15% van de totale bevolking, de voorspelling is dat dit rond 2040 zo’n 26% zal zijn. Verklaringen voor deze groei zijn de betere gezondheidszorg, waardoor we steeds langer blijven leven en de eerste babyboomers die binnenkort 65 jaar worden.


Het groeiend aantal dementerenden leidt ertoe dat er ook meer mantelzorgers zullen komen. Op 22 juni 2009 bracht Stichting Alzheimer Nederland het bericht naar buiten dat mantelzorgers van dementerenden ernstig onder druk staan (Effting, 2009). Dit blijkt uit onderzoek van de stichting in samenwerking met onderzoeksinstituut Nivel. Eén op de vijf mantelzorgers is overbelast en door het stijgend aantal dementerenden, dreigt dit aantal nog veel groter te worden. Op dit moment woont zo’n 70% van de dementerenden nog thuis, bij een mantelzorger. De zorg voor dementerenden is emotioneel en fysiek te zwaar, bovendien hebben de mantelzorgers het gevoel er alleen voor te staan. Een ruime meerderheid van de mantelzorgers heeft moeite om met gedragsveranderingen van de patiënt om te gaan. Hierdoor ontstaat meer ruzie en stress, stelt Juli Meerveld, hoofd zorgvernieuwing van Alzheimer Nederland (Effting, 2009). De projecten die de afgelopen jaren zijn opgezet om mantelzorgers te verlichten, hebben tot op heden nog geen vruchten afgeworpen. Dit heeft nog niet tot een afname van de belasting geleid. Alzheimer Nederland zegt dat er meer tijd is om de mantelzorgers te bereiken (Effting, 2009).
Televisiekijken is één van de activiteiten die vaak nog lang gedaan kunnen worden door dementerenden. Op de dagopvang wordt het kijken naar televisie meestal zo veel mogelijk vermeden, maar thuis lijkt het waarschijnlijk dat de televisie wel vaker aanstaat. Belangrijke redenen om televisie te kijken, is om te ontspannen en voor het plezier (Abelman & Atkin, 2002; Rubin, 1983).
Mantelzorger ben je 24 uur per dag. Hoe de partner van een thuiswonende dementerende het kijken naar televisie ervaart, is een interessant onderwerp om te onderzoeken. In hoeverre is het kijken naar televisie nog ontspannend? In welke mate is de mantelzorger bezig met de begeleiding van de dementerende tijdens het televisiekijken? Kan televisiekijken met een dementerende partner emotioneel zwaar of pijnlijk zijn? Dit zijn allemaal interessante vragen om te onderzoeken. Aan de andere kant zou televisie de mantelzorgers ook een uitkomst kunnen bieden. Door dit medium kan de zorg voor een dementerende partner worden verlicht. Daarom zou het niet verwonderlijk zijn, dat mantelzorgers teruggrijpen naar dit medium of dit medium inzetten bij de zorg.
In dit onderzoek staan niet alle mantelzorgers van dementerenden centraal, maar wordt de focus gericht op thuiswonende dementerenden en hun partners. Niet alleen de betekenis van televisie voor de dementerende, maar ook de betekenis van televisie voor de partner staat centraal. De informatie wordt verkregen door de partners van thuiswonende dementerenden te interviewen. De rol van televisie in het huishouden van deze koppels, is een tot op heden weinig onderzocht onderwerp. Wel zijn aan het onderwerp ‘Televisie en Dementie’ de laatste jaren enkele scripties gewijd. In die scripties zijn:

- Verzorgers van verschillende dagopvangcentra geïnterviewd (Heijmans, 2006);

- Dementerende ouderen geobserveerd tijdens het televisiekijken (Kooijman, 2007), en;

- Dementerende ouderen geïnterviewd over hun wensen en behoeften op het gebied van televisiekijken (Crombach, 2007).


1.2 Doel van het onderzoek

Met dit onderzoek wil ik de aandacht vestigen op de wijze waarop televisiekijken door en met een dementerende partner verloopt. Er is nog weinig over dit thema bekend, terwijl dementie steeds meer mensen in Nederland -gelet op de toekomst in Nederland waar de vergrijzing steeds meer aanwezig zal zijn- zal raken. Dit onderzoek moet in kaart brengen :

- Door welke factoren het kijkgedrag van de dementerende kan worden gekenmerkt;

- Welke positieve en negatieve effecten televisie met zich meebrengt, en;

- Wat de rol van televisie is in het leven van dementerenden.
Daarnaast moet dit onderzoek inzicht geven:

- In hoeverre het kijkgedrag van de partner door de dementie is veranderd;

- Hoe de partner televisie inzet bij de zorg voor de dementerende wederhelft, en;

- In hoeverre het noodzakelijk is dat de partner een actieve rol speelt bij het televisiekijken.

Dit onderzoek is verkennend van aard, aangezien er nog weinig wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is naar televisiekijkgedrag door dementerenden.
In dit onderzoek staat de vraag centraal: ‘In hoeverre hebben de kenmerken van dementie invloed op de beleving van televisiekijken, bij zowel de dementerenden als hun partners?’
Op basis van het theoretisch kader worden deelvragen opgesteld om deze algemene onderzoeksvraag meer diepgang te geven. In de deelvragen wordt aandacht besteed aan de besproken onderzoeken uit het theoretisch kader. Hierbij moet aan veelvoorkomende verschijnselen en kenmerken van dementie worden gedacht. Daarnaast aan theorieën over en concepten voor televisiekijken.
1.3 Wetenschappelijke relevantie

Niet alleen wordt de groep van 65 plussers steeds groter, ook kijkt deze groep het meeste televisie. Diverse onderzoeken (CBS, 2007; Breedveld, 2006; Schnabel, 2006) wijzen uit dat de groep van 65 jaar en ouder, met gemiddeld meer dan 20 uur per week, van alle Nederlanders het meeste televisie kijkt. Toch is er, buiten de onderzoeken van CBS en SCP, weinig specifieke aandacht voor het kijkgedrag van ouderen. Het meeste wetenschappelijke onderzoek op dit gebied is verricht in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Daarnaast is het opvallend dat ook weinig informatie te verkrijgen is over televisiekijken in combinatie met geheugenstoornissen. De eerdere scripties die verschenen zijn op het gebied van ‘Televisie en Dementie’ zijn een stap in de goede richting, maar nog niet eerder werd in het onderzoek aan de partner een centrale rol toegeschreven. Dit onderzoek is wetenschappelijk relevant te noemen omdat het de eerdere onderzoeken naar ‘Televisie en Dementie’ kan aanvullen en conclusies kan bevestigen of verwerpen. Met dit onderzoek moet meer inzicht worden gegeven in het leven van de onderbelichte groep van dementerenden. Daarnaast moeten de partners niet worden vergeten, die immers ook leven met dementie. De hoop is dat een grootschaliger onderzoek zal volgen, waar dementerenden en hun mediagebruik centraal zullen staan.


1.4 Maatschappelijke relevantie

Door de bezoeken aan een aantal Alzheimer Cafés in de regio Rotterdam en een bezoek aan een bijeenkomst voor mantelzorgers op een dagopvangcentrum, ben ik overtuigd geraakt van het belang om mantelzorgers met elkaar in contact te laten komen. Voornamelijk partners van thuiswonende dementerenden hebben veel steun aan de verhalen van andere partners. De informatie en tips die worden gegeven op dergelijke bijeenkomsten, worden door partners enorm gewaardeerd. Herkenning en erkenning zijn belangrijke begrippen voor de partners, maar ook voor andere familieleden en dierbaren. Juist door het praten met elkaar over de veranderingen die zich bij hun partner voordoen, kan het proces van aftakeling worden verwerkt en geaccepteerd. Partners nemen graag een kijkje in de keuken van anderen om te zien in hoeverre deze ‘keuken’ overeenkomt of verschilt met die van henzelf. Deze scriptie kan dit kijkje in de keuken bieden en kan de partners herkenning, bevestiging en verkenning van andere werkwijzen aanbieden. Daarom is dit onderzoek ook op maatschappelijk gebied relevant te noemen voor iedereen die te maken heeft dementie in de omgeving.

N.B. In dit onderzoek gebruik ik de term ‘partner’, waarmee de man of de vrouw van de dementerende wordt bedoeld. Deze partner zal door mij worden geïnterviewd. Met de term ‘dementerende’ of ‘dementerende partner’ wordt de dementerende wederhelft van de ‘partner’ bedoeld.

2 DEMENTIE

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkeling en de kenmerken van dementie. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de belasting van de dementie voor de partner van de dementerende. Voor de meeste thuiswonende dementerenden geldt dat de partner van een patiënt de centrale verzorger is. Dit hoofdstuk geeft een korte schets van het ziektebeeld van dementie. De verschillende vormen van dementie worden hier genoemd en kort uitgelegd. Daarnaast komen de verschillende fases van de dementie aan bod. Ook veelvoorkomende symptomen bij dementie, worden in dit hoofdstuk uiteengezet. De bespreking van deze aspecten is belangrijk om de reacties van dementerenden op televisiekijken beter te begrijpen en terug te kunnen koppelen naar het syndroom dementie. Rekening moet worden gehouden met de verschillende fases van de dementie, waarin de personen - die centraal in dit onderzoek staan - zich bevinden. De verschillende fases zijn van belang omdat het syndroom dementie zich kenmerkt door een onomkeerbaar proces van aftakeling. Hierdoor komen er steeds meer kenmerken van dementie naar voren, terwijl de patiënt op geen enkele manier kan genezen.


2.2 Wat is dementie?

Dementie is een vorm van amnesia en patiënten die aan amnesia lijden hebben vaak beschadigingen aan grote delen van de hersenen (Eysenck & Keane, 2000: 195). Omdat in de meeste gevallen verschillende delen van de hersenen zijn aangetast, is het moeilijk te zeggen welk gedeelte verantwoordelijk is voor het geheugenverlies. Dementie betekent letterlijk ‘ontgeesting’ en is afgeleid van het Latijnse woord dementia. Volgens de Stichting Alzheimer Nederland zijn er in Nederland zo’n 230.000 mensen die aan dementie lijden (Alzheimer Nederland, 2009). Daarnaast is er een grote groep waarbij nog geen officiële diagnose is gesteld. De prognose is dat het aantal dementerenden in de loop van de tijd door de groeiende vergrijzing zal toenemen (Stichting Alzheimer Nederland, 2008).


Volgens een definitie van de American Psychiatric Association (1994, zoals beschreven in Hodges, 2000: 441) is dementie een syndroom van progressieve aftakeling in het geheugen en in ten minste één van de volgende cognitieve vaardigheden:

- Taalgebruik;

- Spraakverlies;

- Het vermogen om mensen, voorwerpen, geluiden en dergelijke te herkennen en;

- Het uitvoeren en plannen van dagelijkse handelingen.
Dementie kan het sociale en dagelijkse functioneren verstoren. Het progressieve karakter van dit syndroom houdt in dat de kenmerken steeds sterker naar voren komen, ernstiger worden en dat het proces van aftakeling onomkeerbaar is. Deze definitie is wat onduidelijk omdat er in het beginstadium van de ziekte van Alzheimer alleen sprake is van geheugenverlies, terwijl het in andere vormen van dementie kan voorkomen dat geheugenverlies pas in de laatste fase voorkomt (Hodges, 2008: 441). Dementie wordt ook wel een ouderdomsziekte genoemd (Hoogeveen, 2008: 56) en hoewel de term ‘ziekte’ niet juist gekozen is, omdat dementie een syndroom ofwel ziektebeeld is, klopt het wel dat naarmate men ouder wordt, de kans op dementie toeneemt. De kans op dementie vergroot per iedere vijf jaar dat iemand ouder wordt. In de onderstaande tabel wordt dit weergegeven.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina