0. Inhoudstafel



Dovnload 156.7 Kb.
Pagina5/6
Datum24.08.2016
Grootte156.7 Kb.
1   2   3   4   5   6

4. Het ‘model Gent’ voor openbaar vervoer

4.1. Inleiding

We moeten uiteraard niet van nul starten bij de uitbouw van het openbaar vervoer in Gent en omgeving. Het openbaar vervoer heeft een aantal troeven die verder kunnen worden uitgebouwd. Er is eerst en vooral al een tramnet, dat de laatste jaren meer en meer beschikt over eigen beddingen en verkeerslichtenbeïnvloeding. Verder is er ook al een trolleylijn. Deze vormen van elektrische tractie zijn uiteraard een belangrijke kwaliteit en moeten we behouden.


Een tweede grote troef is de aanwezigheid van een belangrijk spoorwegnet in en rond onze stad: Gent ligt in centrum van een stervormig net waarvan een aantal stations op het grondgebied van de stad liggen. In de toekomst kan dit spoorwegnet nog beter worden benut en moeten we nagaan in hoeverre er een mogelijke vervoersintegratie kan komen tussen stedelijk, agglomeratie en regionaal niveau. De (her)opening of opwaardering van een aantal stations op het grondgebied van Gent moet hier zeker worden bekeken.
Het is echter duidelijk dat de ontwikkeling van een visie op het openbaar vervoer in de Gentse vervoersregio de uitwerking vergt van een globaal plan dat moet leiden tot een fasering en een inzicht in de benodigde middelen. Een dergelijk ‘Openbaar-Vervoer-Plan’ voor de Gentse vervoersregio is dan ook een allereerste prioriteit, die vooraf moet gaan aan een aantal beslissingen.

4.2. Kwaliteitscriteria voor het openbaar vervoer in het ‘Model Gent’

Opdat - naar buitenlands voorbeeld - het openbaar vervoer zou gelden als een volwaardig alternatief moet het kwaliteit bieden over de gehele lijn. Dit betekent dat het huidig openbaar vervoer ingrijpend moet veranderen.


Het is daarom noodzakelijk dat dit vernieuwd openbaar vervoer voldoet aan een aantal kwaliteitscriteria die te maken hebben met beter, meer, toegankelijker, comfortabeler en betaalbaar openbaar vervoer. Bovendien moet het voldoen aan alle criteria; het openbaar vervoer is immers maar zo sterk als de zwakste schakel.
De kwaliteitscriteria kunnen worden gegroepeerd in 4 hoofdgroepen, met name:


  • beter openbaar vervoer. Het gaat hier om:

- een uitbreiding van het aanbod en het netwerk;

- het voorzien van vernieuwende en hedendaagse exploitatievormen naar buitenlands voorbeeld;

- het organiseren van betrouwbaarder en vlotter openbaar vervoer door een veralgemeende toepassing van doorstromingsmaatregelen.
Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de potentiële prestaties van het openbaar vervoer veel hoger liggen dan vandaag het geval is, d.w.z. dat het openbaar vervoer veel meer reizigers in minder tijd moet kunnen vervoeren.



  • Meer openbaar vervoer

De aandachtspunten zijn hier:

- de ruimtelijke beschikbaarheid (nabijheid) van het openbaar vervoer;

- de frequentie waarmee het openbaar vervoer rijdt;

- de amplitude (de bedieningstijden).
Complementair hieraan kunnen aanvullende diensten en producten worden ontwikkeld voor specifieke doelgroepen.



  • toegankelijker en comfortabeler openbaar vervoer

- de toegankelijkheid van de rijtuigen is hier een belangrijk punt: opdat alle categorieën van de bevolking vlot het openbaar vervoer zouden kunnen gebruiken zijn lagevloerrijtuigen aangewezen.

- de halte-accommodatie is ook een belangrijk punt op het vlak van comfort: er moet worden voldaan aan hedendaagse eisen qua comfort en informatie. Dit geldt zeker voor overstappunten, waar er een naadloze aansluiting moet zijn tussen de verschillende vervoerswijzen, eventueel gekoppeld aan extra diensten.

- tenslotte kan toegankelijkheid ook in mentale zin geïnterpreteerd worden: het openbaar vervoer is pas echt goed toegankelijk als de informatie op niveau is, zowel voor, tijdens als na het gebruik van het openbaar vervoer. Naar potentiële gebruikers veronderstelt dit een offensieve marketingstrategie, waarbij deze groep bewust wordt gemaakt van de mogelijkheden van het openbaar vervoer.




  • betaalbaar openbaar vervoer

Naast het bieden van een alternatief voor het autoverkeer, heeft het openbaar vervoer een belangrijke sociale functie, nl. vervoer bieden aan mensen die zich geen ander vervoermiddel kunnen veroorloven. Die sociale rol wordt waargemaakt indien het openbaar vervoer nabij is, maar ook wanneer het openbaar vervoer betaalbaar is. Daarom moeten gerichte initiatieven voor goedkoper en eventueel zelfs gratis openbaar vervoer deel uitmaken van een globaal plan ter ontwikkeling van het openbaar vervoer.


Tenslotte zijn er nog een reeks van begeleidende maatregelen om effectief zaken te kunnen realiseren.


5. Ontwikkeling van de criteria voor goed openbaar vervoer

5.1. Beter openbaar vervoer




5.1.1. Twee stelsels: verbindend net en ontsluitend net

Het openbaar vervoer moet zeer vaak twee tegenstrijdige belangen met elkaar verzoenen. Enerzijds moet het snel de belangrijkste attractiepolen in een agglomeratie met elkaar verbinden, anderzijds is er de vraag om zo dicht mogelijk bij individuele oorsprong en bestemming te komen. In de praktijk wordt dikwijls gekozen voor een ‘mossel-noch-vis’- benadering, waarbij eenzelfde lijn soms voor een stuk het hoofdwegennet volgt en dan weer voor een stuk de wijken ingaat, met als gevolg dat niemand echt tevreden is.


Vandaar dat een modern openbaarvervoerconcept uitgaat van twee stelsels, nl. het verbindend en het ontsluitend stelsel.
Het verbindend stelsel legt de nadruk op snelheid. Daarom vraagt het om een hoge(re) topsnelheid, hoge frequentie, gestrekte routes, relatief weinig haltes, een eigen infrastructuur en beheerssystemen. Het zorgt niet alleen voor snelle verbindingen binnen de agglomeratie, maar kan ook zorgen voor verbindingen met de regio.
Het ontsluitend stelsel legt de nadruk op nabijheid, eventueel in combinatie met specifieke dienstverlening. Zo kan de halte-afstand bv. veel kleiner zijn of kan zelfs worden overwogen om (als de omstandigheden het toelaten) overal langs de route te halteren. In elk geval bestaan er zeer veel exploitatieconcepten voor het ontsluitend vervoer: wijkbus, servicebus, belbus, lijntaxi’s, buurtbus tot zelfs vormen van georganiseerd carpoolen. De concrete invulling van het ontsluitend stelsel hangt af van de dichtheid van de bevolking, de potentiële vraag, het moment van de dag, e.d.
Dicht bij de oorsprong en de bestemming (bv. de binnenstad) kan het verbindend stelsel ontsluitend worden.
Beide stelsels moeten op een gelijkwaardige en hoogwaardige manier worden uitgebouwd.
Dit theoretisch concept moet uiteraard worden getoetst in een studie en ook nader worden ingevuld.
Onmiddellijke actie
Opzetten van een proefproject in Sint-Amandsberg om de lijnenbundel 7 vlotter te laten rijden op de hoofdstraten, gekoppeld aan een vorm van kleinschaligere bediening van de wijken. Bij positieve resultaten kan gedacht worden aan een uitbreiding naar andere deelgemeenten.
Onderzoek naar een bediening met de bus van het station Gentbrugge.

Korte termijn
Het algemeen Openbaar-Vervoer-Plan zal een uitspraak doen over een verdere ontwikkeling van beide stelsels en de prioriteiten.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 is er in Gent en omgeving een verbindend stelsel van openbaar vervoer dat bestaat uit een aantal hoogwaardige hoofdassen (die buiten het verstedelijkt gebied kunnen vertakken). Daarnaast is er een ontsluitend stelsel voor de ‘fijnverdeling’, dat er moet voor zorgen dat het openbaar vervoer in ieders nabijheid komt.


5.1.2. Nieuwe vormen van openbaar vervoer

De bestaande stadstram (type PCC die vroeger zelfs met het algemeen verkeer mee reed en dus eigenlijk niet veel meer was dan een soort bus op rails) heeft goede diensten bewezen maar is overduidelijk niet meer opgewassen tegen de grote uitdagingen op het vlak van mobiliteitsbeheersing in de toekomst.


Er moeten ongetwijfeld openbaarvervoerrijtuigen komen met meer capaciteit en uitstraling. Bovendien moet er voor die rijtuigen ook een nieuw exploitatieconcept komen, nl. dat van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer.

Hoogwaardig Openbaar Vervoer staat voor een openbaar vervoer dat snel grote hoeveelheden reizigers aankan. De exacte invulling van het concept kan variëren naargelang van de lijn: mogelijkheden zijn o.a. Light Rail, sneltram, geleide bus, e.a.



Onmiddellijke actie

De stad ontwikkelt een Openbaar-Vervoer-Plan voor de Gentse vervoerregio, in samenwerking met de andere actoren (De Lijn, NMBS, Vlaams Gewest, provincie, buurgemeenten). Dit plan zal uitspraken bevatten over de in te zetten vervoermiddelen.



Korte termijn
Eind dit jaar zijn de eerste dubbelgelede lagevloer tramrijtuigen operationeel.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 rijden in Gent op alle lijnen rijtuigen met grote uitstraling; op de hoofdassen worden rijtuigen ingezet met hoge capaciteit. Dit vergt uiteraard aanzienlijke financiële inspanningen, niet alleen van de Stad Gent, maar ook van andere actoren (o.a. Vlaams Gewest, De Lijn).

5.1.3. Doorstroming

Zelfs de meest comfortabele en grootste rijtuigen hebben weinig zin als ze niet opschieten. Daarom is een vlotte doorstroming een eerste vereiste voor een competitief openbaar vervoer. Betrouwbaarheid en vlotte doorstroming zijn trouwens inherent aan het concept van hoogwaardig openbaar vervoer.


Een vlottere doorstroming verzekeren vergt dan ook een geheel van maatregelen (die vooral daar nodig zijn waar de meeste problemen voorkomen):


  • eigen tram- en busbeddingen op plaatsen waar andere verkeersdeelnemers het openbaar vervoer zouden kunnen hinderen;

  • een reeks verkeerscirculatiemaatregelen die storende verkeersstromen onmogelijk maken of in elk geval sterk uitdunnen (voorbeelden zijn éénrichtingsverkeer, afslagverboden, verplichte richtingen, e.d.);

  • een veralgemeende verkeerslichtenbeïnvloeding;

  • een aantal puntgebonden maatregelen (maatwerk) om specifieke knelpunten aan te pakken (bv. aanloopstroken op kruispunten, e.d.).

  • het organiseren van de aankoop van vervoersbewijzen buiten de voertuigen (door bv. biljetautomaten te voorzien aan de haltes). In de rijtuigen leveren de chauffeurs dan geen biljetten meer af (eventueel zijn er ook biljetautomaten op de rijtuigen).

Een vlotte doorstroming zal ongetwijfeld in een aantal gevallen ook ten koste moeten gaan van parkeerplaatsen en/of rijstroken.



Onmiddellijke actie
De Stad Gent neemt een initiatief om de doorstroming in de as Kortrijksesteenweg-Kortrijksepoortstraat-Nederkouter te verbeteren.
Korte termijn
De knelpuntenlijst qua doorstroming wordt aangevuld en er wordt een timing afgesproken om de knelpunten op stadswegen weg te werken.
Wat de knelpunten op gewestwegen betreft, wordt aangedrongen bij de wegbeheerder op snelle actie. Verder komt er een catalogus van goede voorbeelden, geïnspireerd door binnen- en buitenlandse voorbeelden.
Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 rijdt het Hoogwaardig Openbaar Vervoer bijna zonder oponthoud door de Gentse agglomeratie. Dit betekent dat de voertuigen van het openbaar vervoer nog enkel stoppen bij haltes en niet meer gehinderd worden door fout geparkeerde of manoeuvrerende wagens, dat verkeerslichten automatisch groen aangeven wanneer de rijtuigen van het openbaar vervoer het kruispunt naderen, enz.

De commerciële snelheid op de hoofdassen ligt aanzienlijk hoger dan nu. Dit betekent dat de rijtuigen van het openbaar vervoer vlugger hun traject afleggen dan vandaag het geval is. Door de verbeterde doorstroming kunnen er ook hoge garanties worden gegeven qua stiptheid.






1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina