0. Inhoudstafel



Dovnload 156.7 Kb.
Pagina6/6
Datum24.08.2016
Grootte156.7 Kb.
1   2   3   4   5   6

5.2. Meer openbaar vervoer




5.2.1. Ruimtelijke beschikbaarheid

Het openbaar vervoer moet in de nabijheid komen van de gebruikers. Binnen een stedelijk gebied wordt over het algemeen uitgegaan van een invloedssfeer van ongeveer 250m. Het netwerk moet zodanig uitgewerkt zijn dat op het grondgebied van de stad Gent iedere inwoner van de dicht bebouwde gebieden een halte vindt in een straal van 250 m rond zijn woning.


Verder moeten we ook het pendelgewest bekijken. Veel gebieden in dit pendelgewest beschikken nu niet over goed openbaar vervoer richting Gent. De ruimtelijke beschikbaarheid in de ‘vervoersregio Gent’ moet ook worden verhoogd; het ‘Openbaar- Vervoer-Plan’ zal hierover ook uitsluitsel geven.

Onmiddellijke actie
In het kader van een ontdubbeling van het openbaar vervoer als proefproject in Sint-Amandsberg zal de verhoging van de ruimtelijke beschikbaarheid van het openbaar vervoer worden meegenomen.

Korte termijn
Op korte termijn zal het plan rond het openbaar vervoer in de Gentse regio een uitspraak doen over de te voorziene minimumafstand tot de haltes in de dicht bebouwde gebieden. Het plan zal ook aangeven waar momenteel de zwakke punten zitten en voorstellen doen voor verbetering.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 vindt iedere Gentenaar wonend in de dicht bebouwde gebieden van de stad een halte binnen een straal van 250 m van zijn woonplaats.

5.2.2. Verhoging frequentie

De aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer hangt voor een belangrijk deel af van de geboden frequentie. Opdat het openbaar vervoer competitief zou zijn met de auto moet zeker op de lijnen van het verbindend stelsel een hoge frequentie worden aangeboden gedurende een belangrijk deel van de dag.


Hierbij kan op de belangrijkste lijnen gedacht worden aan een intervaltijd van 6 min. ‘s Morgens vroeg, ‘s avonds en op zondag kan overgegaan worden op een geringere frequentie.

Onmiddellijke actie
Sedert 24 mei 1998 is de frequentie op een aantal lijnen verhoogd.

De verdere verhoging van de frequentie vergt echter investeringen in nieuwe rijtuigen (aanbestedingen, productie). Dit betekent dat in een kort tijdsbestek verhogingen van de frequentie (zeker in de spits) niet mogelijk zijn.


Korte termijn
Op korte termijn zal het plan rond het openbaar vervoer in de Gentse regio ingaan op de te voorziene frequenties in relatie tot de ruimtelijke omgeving.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 rijdt het openbaar vervoer in het verstedelijkt gebied op de hoofdassen van het net met een intervaltijd van 6 min. Op de nevenassen is dat met een frequentie van 12 min.


5.2.3. Verhoging bedieningstijd

De totale bedieningstijd van het openbaar vervoer moet overeenkomen met de meeste facetten van het leven. Dit betekent dat er niet alleen openbaar vervoer moet zijn op de ‘normale’ werkuren: ook voor avondactiviteiten moeten mensen een beroep kunnen doen op het openbaar vervoer. Tenslotte moet het volledig openbaar vervoer als een geïntegreerd systeem overkomen. Bijgevolg is het aangewezen ook aansluitingen te voorzien op alle treinen die in Gent-St-Pieters aankomen of vertrekken. In de weekends - dit betekent vanaf vrijdagavond - kan worden overwogen wat later te rijden (tot bv. 1u.).



Onmiddellijke actie
Onderzoek naar de mogelijkheden om ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat vervoersaansluiting te voorzien met de eerste en laatste treinen in het St-Pietersstation.

Korte termijn
Verlenging van de bedieningstijd op het hele net tot ongeveer 24u. en in het weekend eventueel langer (onderzoek naar welke middelen noodzakelijk zijn, welke vorm van bediening, enz.)

Lange-termijn-streefbeeld
Het openbaar vervoer rijdt in 2010 tussen 5u ‘s morgens en 24u. Daarnaast wordt nog openbaar vervoer4 georganiseerd in aansluiting met de laatst aankomende trein in het station Gent St.-Pieters (momenteel 0u27 op werkdagen).

In het weekend blijft het openbaar vervoer operationeel tot 1u.




5.2.4. Aangepaste diensten en producten voor bepaalde doelgroepen

Voor bepaalde doelgroepen of momenten is het reguliere openbaar vervoer geen adequate oplossing, ofwel omdat het daardoor economisch onverantwoord zou worden, ofwel omdat het reguliere aanbod niet volstaat. In dergelijke gevallen moeten we denken aan speciale, aangepaste producten en diensten.


Enkele voorbeelden:


  • Scholen en bedrijven genereren een zeer piekgebonden mobiliteit. Sommige scholen of bedrijven kunnen zich buiten de invloedssfeer van het verbindend stelsel bevinden; het ontsluitend stelsel zal in dergelijke gevallen nooit de piekvraag kunnen opvangen. In dergelijke gevallen is er specifiek vervoer nodig (schoolbus, bedrijfsbus) om in die omstandigheden de beste kwaliteit te kunnen bieden.




  • Voor sommige categorieën mindervaliden zullen zelfs het ontsluitend systeem en zelfs de lagevloerrijtuigen moeilijkheden opleveren. Voor hen kan er speciaal vervoer worden ingericht.




  • Grootschalige evenementen zorgen voor een extra vervoersvraag, die met specifieke vervoersdiensten kan worden opgevangen. Typisch voorbeeld zijn de Gentse Feesten of evenementen in Flanders Expo waar De Lijn nu al extra vervoer inlegt.




  • Ook op specifieke momenten kan er vraag zijn naar vervoer (bv. weekendnachten): ook dan kunnen er specifieke diensten en producten worden aangeboden.



Onmiddellijke actie
- Invoeren van een vervoerssysteem voor minder-validen.

- Invoeren van een winkelbiljet voor het winkelend publiek.



Korte termijn
- Nieuwe versie van het TOV-biljet voor de abonnees.
Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 wordt er naast het verbindend en ontsluitend stelsel dat voor iedereen bestemd is, extra aanvullend vervoer aangeboden en diensten ontwikkeld voor specifieke doelgroepen. Voor elke categorie van de bevolking is basismobiliteit verzekerd.


5.3. Toegankelijker en comfortabeler OV

5.3.1. Toegankelijker rijtuigen

Het openbaar vervoer moet basismobiliteit bieden aan het allergrootste deel van de bevolking. Vooral voor mensen die permanent of tijdelijk in hun mobiliteit gehinderd zijn, dienen er speciale inspanningen te worden gedaan, opdat de rijtuigen van het openbaar vervoer vlot toegankelijk zouden zijn. Conform de huidige ervaringen betekent dit een veralgemeende invoering van lagevloerrijtuigen. Verder dient ook de nodige aandacht te worden besteed aan de rijstijl: de voertuigen moeten zodanig optrekken en afremmen dat elementair reizigerscomfort (ook voor staande reizigers) verzekerd is.

Voor personen die dan nog uit de boot vallen wordt aanvullend vervoer voorzien.

Onmiddellijke actie
Tegen eind 1999 zijn de eerste lagevloertrams beschikbaar.

Korte termijn
Op korte termijn zullen nog meer lagevloertrams beschikbaar zijn. Verder worden er ook steeds meer lagevloerbussen in gebruik genomen.
De bevoegde instanties moeten nieuwe rijtuigen versneld bestellen.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 zijn alle ingezette rijtuigen van het lagevloertype en zijn ze maximaal toegankelijk. De bussen gebruiken bij het halteren altijd hun knielsysteem.

Fietsen kunnen ook worden meegenomen in de meeste rijtuigen.




5.3.2. Comfortabelere haltes

De halte-accommodatie voor de gebruiker is momenteel nog steeds niet optimaal. Er is vooral te weinig goede beschutting tegen wind en weer. Ook de specifieke maatvoering van de haltes laat niet steeds een vlotte opstap op het rijtuig toe. Daarbij moet speciale aandacht worden besteed aan bv. minder-validen en visueel gehandicapten.


Er is nood aan een duidelijke hiërarchie in de haltes, waarbij voor iedere halte een aantal uitrustingscriteria worden vastgelegd.

Onmiddellijke actie
De Stad Gent maakt - in samenwerking met De Lijn - een inventaris op van haltes die slecht kunnen aangedaan worden of met veel foutparkeerders. De meest ontoegankelijke haltes worden onmiddellijk aangepakt.

Korte termijn
De stad zal - in samenwerking met De Lijn - een hiërarchie opmaken van haltes met hun toegankelijkheid en hun mogelijke uitrusting. Er zal een meerjarenplanning worden opgemaakt om geleidelijk per halte voor de vereiste uitrusting te zorgen.

Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 biedt iedere halte beschutting tegen slechte weersomstandigheden. De halteaccommodatie en informatie zijn oordeelkundig opgesteld om maximale veiligheid en gebruikersgemak te verwezenlijken. De maatvoering van alle haltes is dusdanig dat de opstap op de lagevloerrijtuigen optimaal is. Een vlotte opstap is voor iedereen verzekerd, ook voor minder-validen en visueel gehandicapten.


5.3.3. Ontwikkeling van overstappunten

Rechtstreekse verbindingen met het openbaar vervoer zijn niet altijd mogelijk, ook niet in de toekomst. Dit betekent dat er altijd een aantal reizigers zullen moeten overstappen. Het overstappen, zoals het nu is georganiseerd, maakt het openbaar vervoer minder attractief. Daarom moeten in de toekomst de overstappunten zo georganiseerd worden dat er een zgn. naadloze overstap mogelijk is. Daarnaast zullen er ook, veel meer dan nu, in de dienstregeling verwerkte aansluitgaranties nodig zijn.


In de toekomst wordt ook het begrip ‘intermodaliteit’ belangrijker. Een verplaatsing, zeker naar het stadscentrum, wordt niet noodzakelijk meer met één vervoermiddel gemaakt. Door een intelligente combinatie van de sterke punten van alle vervoermiddelen, kan de verplaatsing optimaal gebeuren. Dit veronderstelt de uitbouw van hoogwaardige overstappunten, gelegen aan het verbindend net. Deze punten zijn te bereiken met fiets en auto, vanwaar een snelle en frequente openbaarvervoerverbinding richting binnenstad wordt aangeboden.

Onmiddellijke actie
Opening van een Parkeer-en-Reis-punt te Gentbrugge.

Korte termijn
De resultaten van de Parkeer-en-Reis-studie worden verder uitgevoerd.
Op de knooppunten van het openbaar vervoer (bv. St.-Pietersstation, Dampoort, St.-Jacobs, Zuid, Korenmarkt) worden maatregelen genomen voor een betere overstapkwaliteit (met inbegrip van betere informatie).

Lange-termijn-streefbeeld
De belangrijke knooppunten worden uitgebouwd tot echte intermodale overstappunten. Hier is het mogelijk om over te stappen van auto, fiets en eventueel ontsluitend net op het verbindend net en omgekeerd. Uiteraard verloopt de aansluiting naadloos, wat een specifieke en bestudeerde vormgeving vereist. De belangrijkste van deze knooppunten zijn ook uitgerust met extra diensten (bv. mobiliteitswinkel, winkel voor dagelijkse benodigdheden, bankautomaat, e.d.)

De belangrijkste openbaarvervoerknooppunten (bv. Sint-Pietersstation) zijn uitgewerkt volgens het concept van een ‘dynamisch en compact tram- en busstation’. Extra aandacht is ook besteed aan de interne overstappunten in het openbaarvervoernetwerk: naadloze aansluiting en aansluitgaranties zijn verworven zaken.




5.3.4. Betere informatie

Informatie is van levensbelang om het openbaar vervoer te bevorderen. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen informatie vooraf (thuis), informatie aan de halte en informatie tijdens de rit.


Voor de informatie vooraf bestaan er de losse boekjes per lijn en een publicatie met alle dienstregelingen van het openbaar vervoer in Gent. De informatievoorziening zou nog verder ontwikkeld kunnen worden: bv. meer gedetailleerde opvouwbare foldertjes per lijn. Er kunnen ook folders komen met de vertrekstaten per halte, die dan in alle bussen worden bedeeld binnen de invloedssfeer van de betreffende halte.
Aan de meeste haltes hangt wel een vertrekstaat, die de vertrektijden vanuit de halte weergeeft. Nochtans blijft de informatie statisch, de reiziger blijft in het ongewisse als de bus vertraging heeft. Dynamische informatie via informatiepanelen (die ook storingen in dienstverlening moeten kunnen meedelen) zijn belangrijk voor de reizigers.
Een ander teer punt is de informatie in de rijtuigen: die ontbreekt nagenoeg volledig. De strips in de tram zijn niet echt goed zichtbaar voor iedereen. Bovendien zijn er strips van alle tramlijnen aangebracht, wat verwarrend is. Een fikse verbetering is hier meer dan aangewezen.
Ten slotte is er nog de telefonische informatieverlening. Die functioneert redelijk bij De Lijn, maar is toch nog voor verbetering vatbaar (bv. ook informatie over andere entiteiten, deur tot deur informatie).

Onmiddellijke actie
Naar aanleiding van de herstructurering in St.-Amandsberg (zie 5.1.1.) zal een initiatief genomen worden rond directe informatie en directe marketing.

Korte termijn
Met De Lijn wordt er concreet gewerkt rond twee punten:


  • een betere informatievoorziening voor de aankomende reizigers in het station Gent St.-Pieters (inclusief een betere verwijzing naar de tram). Daarbij moet er ook gedacht worden aan dynamische informatiepanelen.

  • betere informatie over de interne aansluitingsmogelijkheden binnen het huidig net.


Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 krijgt elk huishouden ieder jaar gratis een folder in de bus met de vertrekstaat van de dichtstbijzijnde haltes.
De meeste haltes zijn uitgerust met dynamische informatiepanelen. Alle haltes hebben een duidelijk leesbaar bord met de haltebenaming en ook een kort omgevingsplan (met de belangrijkste attractiepolen in de buurt) voor reizigers die niet vertrouwd zijn met de omgeving. De grote knooppunten zijn uitgerust met een klantencentrum dat fungeert als een mobiliteitswinkel: naast verkoop van vervoersbewijzen kan men er ook terecht voor alle informatie over mobiliteit (dus niet alleen informatie over alle vormen van openbaar vervoer, maar ook over fietsen, taxi’s, parkeren e.d.). De openbaarvervoerinformatie is vanzelfsprekend deur-tot-deur-informatie. ‘Achter de schermen’ is dit systeem ook raadpleegbaar per telefoon (en Internet).
In alle rijtuigen worden de haltes en aansluitingsmogelijkheden per luidspreker aangekondigd, én op een lichtgevend leesvenster.


5.3.5. Marketing

Ook marketing heeft te maken met ‘mentale toegankelijkheid’. Wie immers niet op de hoogte is van bestaande mogelijkheden die het openbaar vervoer biedt, wordt sowieso geen gebruiker.


De Lijn werkt verdienstelijk op marketinggebied, maar toch zijn de marketingdiensten manifest onderbemand.
Ten zeerste aangewezen lijkt een doelgroepenbeleid, waarbij bedrijven, scholen, vrijetijdsinstellingen, e.d. offensief worden benaderd. Ook voor automobilisten moeten meer gerichte campagnes worden opgezet.

Onmiddellijke actie
Aanmaak van de sensibilisatiegids voor middenstanders. Deze gids heeft tot doel middenstanders te sensibiliseren rond o.a. het gebruik van duurzame vervoerswijzen in het woon-winkelverkeer.
Korte termijn
Naar aanleiding van de herstructurering in St-Amandsberg (zie 5.1.1.) zal een initiatief genomen worden rond directe informatie en directe marketing.

Lange-termijn-streefbeeld
Over enkele jaren ontvangt elk groot bedrijf, school, vrijetijdsinstelling, e.d. minstens eenmaal per jaar het bezoek van een mobiliteitsconsulent die ter plaatse mensen informeert over nieuwe mogelijkheden en over specifieke acties, die vervoersbewijzen verkoopt, gericht reisadvies verstrekt, enz.
Er zijn ook structurele acties opgezet met grote verkeersgeneratoren om hun bezoekers aan te zetten meer het openbaar vervoer te gebruiken.
Tenslotte worden er continu gerichte acties opgezet om automobilisten te overtuigen het openbaar vervoer te gebruiken (bv. een probeerkaart voor automobilisten in de files; automobilisten die een parkeerboete komen betalen krijgen een probeerticket of gerichte informatie, enz).


5.4. Gericht goedkoper openbaar vervoer




5.4.1. Doorgeefabonnement

Het bestaande abonnement is momenteel een nogal ‘saai’ vervoersbewijs, dat vervoer mogelijk maakt voor één persoon op het stadsnet, niets minder maar zeker ook niets meer. Nochtans zijn er overal in Europa initiatieven om van dit abonnement een echt ‘hebbeding’ te maken: overdraagbaarheid, uitbreiding van de geldigheid (voor meerdere personen, toegang tot andere vormen van mobiliteit), enz.

Een dergelijk doorgeefabonnement is in de eerste plaats ook een beloning voor de bestaande klanten, die de mogelijkheden van hun vervoersbewijs fors uitgebreid zien.
Onmiddellijke actie
De Stad Gent werkt het concept van het doorgeefabonnement verder uit en neemt initiatieven opdat dit soort abonnement zou voorkomen op het ‘Menu’ van De Lijn.
Korte termijn
Er wordt onderzocht welke supplementaire mogelijkheden er kunnen verbonden worden aan een doorgeefabonnement.
Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 bezitten meer dan 2/3 van de Gentse gezinnen en alleenstaanden een ‘Gentse MobiPass’. Deze pas verleent toegang tot alle openbaar vervoer in Gent en is overdraagbaar. Deze pas is veel meer dan een vervoerbewijs voor het openbaar vervoer; hij geeft ook toegang tot andere vormen van vervoer (reducties op autoverhuur, taxi, fietsverhuur, e.d.). De pas heeft ook een grote meerwaarde: talrijk zijn de winkels en evenementen die reducties aanbieden. Ten slotte laat de pas toe om ‘s avonds en in het weekend heel de dag met de hele familie op stap te gaan (zonder extra kosten).

5.4.2. Tariefmaatregelen op algemene basis en voor bepaalde doelgroepen

Het openbaar vervoer behoort in Vlaanderen behoort zeker niet tot het duurste van Europa. Nochtans kunnen sommige categorieën mensen problemen hebben om zich het openbaar vervoer financieel te veroorloven.


De Lijn heeft een ‘Menu’ opgesteld dat het mogelijk maakt om gericht tariefmaatregelen te nemen voor bepaalde doelgroepen. Het kan verder ook wenselijk zijn in bepaalde gevallen een aantal bijkomende tariefvoordelen aan te bieden (in de vorm van verminderingen of gratis).
Toch is het belangrijk dat zgn. tariefmaatregelen getoetst worden ofwel op hun gericht sociaal karakter ofwel op hun impact op het autogebruik.

Onmiddellijke actie
De stad tekent in op het nultarief voor 6 - 12 jarigen.

Korte termijn
De stad maakt een keuze uit het ‘Menu’ van De Lijn en/of legt eigen accenten.

Er bestaan daarbij o.a. volgende mogelijkheden:




Optie

Kostprijs







Gratis voor 65+:

22.546.900 Fr. /jaar

Gratis voor 60+:

38.329.730 Fr. /jaar

Tussenkomst van 20% in abonnementen (10.100 abonnementen):

19.485.600 Fr./jaar

Realisatie doorgeefabonnement (geraamd op 20% van de abonnementsontvangsten)

19.485.600 Fr./jaar

Tussenkomst van 1.250 fr. voor WIGW’s (17.538 gezinnen)

21.922.500 Fr./jaar


Lange-termijn-streefbeeld
In 2010 is er niemand meer die zich om financiële redenen het gebruik van het openbaar vervoer hoeft te ontzeggen. Er zijn nl. een aantal gerichte sociale acties opgezet die deze vorm van vervoersarmoede definitief hebben verbannen.

Voorts zijn ook een aantal acties ondernomen om het openbaar vervoer voor specifieke doelgroepen gericht goedkoper of gratis te maken: het gericht sociaal karakter of het vermogen om autoverkeer te verminderen worden daarbij als criteria gehanteerd.



6. vraagstelling


Moet het stadsbestuur in overleg met De Lijn en het Vlaams Gewest binnen het jaar een openbaar vervoerplan opmaken en vervolgens uitvoeren om het aantal gebruikers van het openbaar vervoer in Gent op tien jaar te verdubbelen?
In dit plan worden in ieder geval de volgende aspecten uitgewerkt:


  • gericht goedkoper openbaar vervoer:

- de invoering van algemene tariefverminderingen en verregaande kortingen (gratis en/of tariefverminderingen) voor bepaalde groepen

- de invoering van een doorgeefabonnement

- de invoering van het één-zone tarief voor het ganse grondgebied van de stad Gent


  • nieuwe dienstverlening:

- de invoering van een aangepast vervoerssysteem voor gehandicapten

- de invoering van verscheidene Parkeer + Reis voorzieningen (overstappunten auto - openbaar vervoer)

- de uitbreiding van de bedieningstijden (vroeger - later)


  • beter en comfortabeler openbaar vervoer:

- op alle lijnen inzetten van comfortabele lage vloerrijtuigen

- het inzetten op de hoofdlijnen van grotere rijtuigen met meer zitplaatsen

- de verbetering van het haltecomfort

- de uitbouw van vlotte overstappunten




  • de verhoging van het aantal ritten:

- om de 6 minuten op de hoofdlijnen

- om de 12 minuten op de nevenlijnen

- een halte binnen een straal van 250m in de dichtbebouwde gebieden


  • het realiseren van een vlotte doorstroming:

- de maximale aanleg van eigen tram- en busbanen

- de beïnvloeding van verkeerslichten en circulatiemaatregelen ten gunste van het openbaar vervoer




JA NEEN

............

Lieven Decaluwe, VU

............

Armand De Lepeleire, CVP

............

Marc Heughebaert, Agalev


............

Daniël Van de Wynckel, SP

............



Jan Van Beneden, VLD


1 ‘Woningen’ komen ongeveer overeen met het statistisch begrip ‘huishoudens’ (dat ook alleenstaanden kan omvatten).

2 Het gratis openbaar vervoer is niet zo nieuw als het lijkt. In de zeventiger en tachtiger jaren werd het (tevergeefs) uitgeprobeerd in bv. Italië als middel tegen het stijgend autoverkeer.

3Bron: Werkt marktwerking? Ervaringen uit het openbaar vervoer in 10 Europese steden. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Adviesdienst Verkeer en Vervoer, Rotterdam, 1998.

4 Dit kan eventueel ook georganiseerd worden onder de vorm van collectieve taxi’s.

Consensusnota openbaar vervoer Gemeenteraadsfracties Agalev, CVP, SP, VLD, VU -


1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina