023. Vlaggen en banieren Degalim v’nisim,ycnv,ylgd pagina



Dovnload 52.05 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte52.05 Kb.

023. Vlaggen en banieren - Degalim v’nisim - ,ycnv ,ylgd - pagina

023. Bijbelstudie over

VLAGGEN EN BANIEREN - DEGALIM V’NISIM

,ycnv ,ylgd



Wie tegenwoordig lofprijs- en aanbiddingsdiensten in charismatische samenkomsten bijwoont, zal daar dikwijls geconfronteerd worden met het dansen en zwaaien met felgekleurde vlaggen, doekjes, wimpels en slingers, iets wat men niet zo gauw in traditionele kerken mee zou maken. Intussen bestaat er zelfs een vakliteratuur over de “lofprijs en aanbidding met behulp van vlaggen en banieren”, die aanwijzingen geeft voor de concrete invulling van de lofprijs en tegelijkertijd een theologische beredenering daarvoor levert. Volgens de schrijvers van deze boeken en artikels is aanbidding een levensstijl van de gelovige. Er zijn volgens hen vele manieren om te aanbidden, en één daarvan is met een vlag of meerdere vlaggen te dansen. Deze manier van lofprijs en aanbidding is volgens hen een meer uiterlijke of expressieve vorm, want in een bijeenkomst zie je natuurlijk als iemand vlagt of danst. Velen vinden het mooi, het maakt volgens hen de dienst feestelijker. En ze zijn er zelfs van overtuigd dat de Eeuwige zich erin verheugt en deze praktijk met genoegdoening aanschouwt. Velen zo niet de meeste willen Hem heel oprecht prijzen en lof brengen en eren door te vlaggen en doen dat ook met eerbied. Volgens hen is het opheffen van een vlag een manier om een boodschap uit te dragen en G’ds koninkrijk te proclameren. Zij zijn van mening dat hun belijdenis nog krachtiger wordt door G’ds Woord met vlaggen en banieren te visualiseren. Daarom dansen deze mensen met vlaggen omdat zij er heilig van overtuigd zijn dat ze de Eeuwige daarmee kunnen behagen en eren, en ik twijfel daarbij zoals ik reeds aangaf echt niet aan hun oprechte motivatie. Maar toch blijf ik iets heel vreemd vinden… Weet u, juist in veel gemeenten en kringen waar men met vlaggen zwaait, wordt regelmatig vanaf het podium te pas en te onpas de vraag gelanceerd: “What would Jesus do?” En weet u wat ik hieraan nu zo vreemd vind? Dat deze vraag niet ook op de vlaggendans wordt toegepast! Niemand vraagt zich af of Yeshua en Zijn apostelen dat ook wel gedaan hebben of niet. En daarom wil ik deze vraag nu aan u stellen: is het extatisch dansen met fel gekleurde vlaggen, slingers, wimpels en in sommige gemeentes zelfs met zakdoekjes ter aanbidding en tot lofprijs eigenlijk wel bijbels? De voorstanders van het vlaggenzwaaien vinden van wel en wijzen daarbij graag op een aantal teksten uit het zogenaamde “Oude Testament”. Maar ook dat vind ik weer bijzonder vreemd, want doorgaans beschouwen deze mensen het Oude Testament juist als afgedaan, niet meer van toepassing zijnde, en daarom houden ze ook de Shabat niet en leven ze de voedselwetten niet na. Maar voor de vlaggen beroepen ze zich opeens wel op het Oude Testament? Vreemd! Maar ja, eigenlijk helemaal niet zo vreemd, want in het Nieuwe Testament kom je al helemaal niets tegen wat met vlaggen en slingers te maken heeft. Dus ze moeten wel, maar toch…
Adonai Nisi - De Eeuwige is mijn banier
Een van de eerste teksten, die hiervoor worden genoemd, is Exodus 17:15, want daar staat immers: “De HERE is mijn banier”. Maar weet men dat wel zeker? Staat daar echt dat de Eeuwige mijn banier is? En is een banier eigenlijk wel hetzelfde als een vlag? Volgens diverse encyclopedieën is een banier een dundoek waarvan de hoogte groter is dan de breedte, terwijl een vlag een rechthoekig dundoek is met de verhouding tussen de hoogte en de breedte van 1:3. Een banier is dus geen vlag! Maar terugkomend op onze tekst zitten we nog steeds met de vraag of Adonai ons banier is. Volgens de meeste vertalers wel, maar zij zijn dan waarschijnlijk ook niet of slechts onvoldoende op de hoogte van het feit, dat het Hebreeuwse woord voor “banier” in deze tekst, cn Nes, tevens de betekenis heeft van “wonder”. Wij kennen dit woord bijvoorbeeld van de Drejdl ldyyrd, waarmee Joodse kinderen tijdens Chanuka spelen, waarop de Hebreeuwse letters nun n, gimel g, he h, en shin > staan als afkorting van het zinnetje: "Nes gadol haya sham ,> hyh lvdg cn - een groot wonder vond daar plaats". Daarom was Luther in zijn bijbelvertaling iets voorzichtiger dan zijn collega’s. Hij nam het zekere voor het onzekere en liet het Hebreeuwse woord onvertaald: ycn Nisi. Het woord cn Nes komen wij in verband met de banieren voornamelijk in het boek vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] tegen, namelijk in 5:26, 11:10, 11:12, 13:2, 18:3, 30:17, 31:9, 49:22 en 62:10. Verder wordt het alleen nog maar in vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 51:12 en 51:27 gebruikt alsook in ,ylht Tehilim [Psalmen] 60:4. In al deze teksten dienden de ,ycn Nisim [banieren] de Israëlieten niet voor de lofprijs en de aanbidding, maar in de strijd tot verzamelplaats van verstrooide legerscharen, om de aanval te hernieuwen of zich te verdedigen, maar ook om hele volksstammen op één punt te verzamelen. Bijzonder duidelijk komt dit laatste aspect naar voren in vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 11:12, waar geschreven staat: “Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.” In de Groot Nieuws Bijbel wordt het als volgt vertaald: “Hij richt een baken op voor de volken. Van de vier windstreken der aarde brengt hij Israël en Juda weer bijeen; al hun mannen en vrouwen haalt hij terug, waarheen ze ook zijn verdreven.” In de ene vertaling is het een banier, in de andere vertaling een baken, maar eigenlijk heeft het woord cn Nes hier gewoon de betekenis van “iets dat opgericht is”, en dat hoeft niet per definitie een banier van textiel te zijn. Wat dan wel? Daar kom ik straks op. Een andere tekst waarop men zich graag beroept is Hooglied 2:4, want daar staat: “Zijn banier over mij was de liefde”. Wie kent niet het op deze tekst gebaseerde opwekkingslied nr. 41: “Love is the flag”. Maar klopt dit wel? Is de liefde echt Zijn banier? Is liefde een vlag? Natuurlijk niet! Liefde is geen lap stof! Maar wat is liefde dan wel? Liefde is een herkenningsteken, een kenteken waaraan men de ware gelovigen herkent, want er staat geschreven: “Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit G’d, en een ieder, die liefheeft, is uit G’d geboren en kent G’d!” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 4:7). De liefde is dus een herkenningsteken en daarom zou het in ,yry>h ry> Shir haShirim [Hooglied] 2:4 gebruikte Hebreeuwse woord lgd Degel eigenlijk beter met “veldteken” vertaald moeten worden, want de banieren die in de Bijbel genoemd worden, waren namelijk de veldtekens der Israëlieten. De veldtekens van Israël, die doorgaans onterecht met ‘vaandels’ of ‘vendels’ zijn vertaald, waren in bijbelse tijden nog geen vlaggen, maar voorwerpen die boven aan een stok bevestigd zaten. Zo hadden met name de Egyptenaren diverse afbeeldingen van heilige voorwerpen op een lange stang; de Perzen een gouden adelaar op een lans; en de Romeinen een zilveren adelaar met uitgespreide vleugels op een naar beneden spits toelopende stang. Deze banieren waren dus niet van stof, maar van hout, brons of edelmetaal en stelden voornamelijk dieren of personen voor. Ook waren ze bij de heidense volken vaak symbolen van afgoden of beschermgeesten. Wij kennen dergelijke banieren uit diverse archeologische vondsten, sommigen uit de vroegste perioden van de Egyptische beschaving. De Egyptenaren maakten houten figuren die symbolisch voor hun goden waren: zo werd de jakhals het symbool voor Anubis en de havik dat van Horus. En zo hadden ook de 12 stammen van Israël veldtekens met hun eigen symbolen, zoals bijvoorbeeld een leeuw voor de stam van Juda. Ik zal daar straks nog uitvoerig op terugkomen. Het veldteken was dus het kenmerk van een stam of legerafdeling, en zo is de liefde het veldteken, het kenmerk van Adonai. Maar let op: het betreft hier een beeldspraak en is dus niet letterlijk te nemen. De Israëlieten dansten beslist niet met hun veldtekens in of rondom de tabernakel, en zeker niet met vlaggetjes.
Kleurensymboliek
Nog afgezien van het feit dat de bijbelse banieren geen vlaggen van textiel waren, maar diverse voorwerpen van hout of metaal op stokken, en er bovendien geen bijbelse opdracht bestaat om daarmee in de samenkomst te dansen en zwaaien, hanteren talrijke charismatische christenen niet eens de symbolen der 12 stammen van Israël, wat op zich toch wel het meest voor de hand zou liggen omdat zij zich immers beroepen op de teksten waarin deze genoemd worden. In plaats daarvan maken zij voor de lofprijs en aanbidding evenals de boeddhisten gebruik van gebedsvlaggen op basis van een kleurensymboliek. Om dat bijbels te onderbouwen beroepen zij zich op de vier kleuren van de Mish’kan [Tabernakel]: wit was de omheining en de deur van de Tabernakel was rood, blauw en paars. Daarom zijn dit ook de vier basiskleuren voor de vlaggen, maar daarnaast zijn er uiteraard nog heel wat vlaggen in andere kleuren, die allemaal weer een hele speciale betekenis hebben. De diepere betekenis van deze kleuren noemt men kleurensymboliek. Ook in occulte kringen hecht men grote waarde aan de kleurensymboliek en het is verbazingwekkend om te zien dat zij hierin eigenlijk niet zo gek veel verschillen. Ik zal een paar voorbeelden noemen. Laten we maar beginnen met wit. In de charismatische kringen geeft men aan wit de volgende betekenis: bruid van Christus, reinheid, heiligheid en overgave. In de new age beweging is wit de kleur van reinheid, zuiverheid, puur zijn, volmaaktheid, verlossing en verlichting, een kleur van het goddelijke, de bron. Het draagt ook alle eigenschappen van het licht. In bruidskleding symboliseert het de maagdelijkheid en het onbevlekt zijn. Beide kringen gebruiken dus praktisch dezelfde symboliek. De volgende kleur is rood. De charismatische betekenis is: het bloed van het Lam, voor ons geslacht opdat wij het eeuwig leven mogen ontvangen. In new age kringen is rood eveneens de kleur van het bloed; aan de ene kant van levensbelang maar kan ook associaties oproepen met geweld, angst. In China is rood een gelukskleur en wordt met voorspoed, geluk en lang leven verbonden. Vooral dat laatste is weer verbazingwekkend overeenkomstig met elkaar. Nu volgt blauw. Blauwe vlaggen proclameren in de charismatische lofprijs dat onze G’d de Heer der hemelen is, en: Jezus is Koning en Heer! Opnieuw praktisch dezelfde betekenis, want de new age uitleg zegt: blauw is de kleur van de adel en het koningschap, vandaar het gezegde blauw bloed te hebben. Het is de kleur van het verstand, de wijsheid en inzicht. In vele religies wordt blauw geassocieerd met vroomheid, de hemel en bescherming tegen boze invloeden. De vierde basiskleur is paars, en opnieuw liggen de beide uitleggingen heel dicht bij elkaar. Paars staat in de charismatische beweging voor het priesterschap van de Here Jezus en het priesterschap van de bruid van Christus. Paars is in de new age beweging de ultieme kleur van spiritualiteit, de hoogste geestelijke kleur. Paars staat voor hogere spirituele idealen, inzichten en diepzinnigheid. Dit zijn dus de vier basiskleuren toch er zijn natuurlijk nog veel meer kleuren die een speciale betekenis hebben. Groen is volgens de charismatische uitleg de Kleur van de palmtakken, het proclameren van het nieuwe leven in Christus. Het is tevens de kleur van zalving met olie van de eerste koude persing van de olijven, de duurste olijfolie. Groen is in de new age uitleg de kleur van de natuur. Groen schenkt rust, vrede en een gevoel van verbinding hebben. Groen staat ook voor jeugdigheid, jong zijn en geestelijke groei met name op gevoelsniveau alsook betrokkenheid met de natuur. De roze vlag symboliseert in de charismatische samenkomst het herstel van relaties, want roze is de kleur van lieflijkheid. Ook in de new age beweging wordt roze geassocieerd met liefde, zachtheid, vriendelijkheid, romantiek, tederheid en genegenheid. Het is een geestelijke kleur die voor de onvoorwaardelijke liefde staat. Met goudkleurige vlaggen proclameren de charismatici autoriteit en aanwezigheid van G’d, loutering en heerlijkheid. Goud is in new age kringen van de hoogste orde, want het is de kleur van de kroon en heeft tevens de betekenis van goddelijk en leven schenkend omdat het ook de kleur is van de zon. Ik zou nog een tijdje zo kunnen doorgaan, maar een uitgebreide charismatische uitlegging van de kleurensymboliek is te vinden in het boek: “God houdt van kleuren”, verkrijgbaar in iedere evangelische bookshop. Voor de new age uitlegging van de kleurensymboliek zijn er op het internet talrijke websites te vinden, om maar één te noemen: http://members.lycos.nl/minervamystica/symbolieken.htm - in elk geval lijken de beide uitleggingen verbazingwekkend veel op elkaar. Toeval?

Heidens gebruik

U ziet dus dat voor het gebruik van vlaggen en wimpels met betrekking tot lofprijs en aanbidding geen bijbels fundament aanwezig is. Hierin zitten daarentegen meer heidense elementen dan de meeste g’dsdienstige vlaggenzwaaiers willen geloven. In het boek “Lobpreis und Anbetung mit Bannern und Flaggen” wordt onder meer beweerd, dat de Heilige Geest zich door middel van vlaggen wil manifesteren en dat het opheffen van een vlag in de onzichtbare wereld een grotere impact zou hebben dan wij zouden beseffen. Eerlijk gezegd kan ik mij niet voorstellen dat de duivel door het zien van de vlaggetjes zou schrikken. Verder roept men volgens de schrijvers van dit boek door de vlaggen profetisch te verheffen het niet-zijnde in het leven alsof het reeds aanwezig was. Sorry, maar ook dit kan ik in G’ds Woord echt niet terugvinden. Integendeel! Als de mens met gebruik van hulpmiddelen zoals in dit geval vlaggen en banieren, bovennatuurlijke krachten oproept en bezweert, dan is dit niets anders dan magie, puur heidendom! Dat vlaggen door de geschiedenis heen steeds voor magische doeleinden werden gebruikt, zien wij onder andere bij de nazi’s. Duizenden hakenkruisvlaggen werden onder eikenbomen gewijd - voor een groot deel door Hitler persoonlijk - om daardoor de geest van het nationaal-socialisme in het land en in de wereld te dragen. Op het spirituele gebruik van fel gekleurde vlaggetjes in het boeddhisme en hindoeïsme zal ik straks nog uitgebreid ingaan. De aanbidding en lofprijs met behulp van zichtbare en voelbare voorwerpen, waaronder o.a. vlaggen, is niet alleen afkomstig uit het heidendom, maar zelfs in duidelijke tegenspraak met de nieuwtestamentische getuigenis, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden in geest en in waarheid (Johannes 4:23-24). Over vlaggen wordt hier niet gesproken!



Researchwerk op het internet



Ik heb op het internet wat researchwerk gedaan over het onderwerp van vlaggen en banieren bij de lofprijs en aanbidding, en ik kwam op de website van de stichting “Het Licht des Levens” in dit verband twee artikelen tegen, die zeer de moeite waard zijn om te lezen, en waar ik alleen maar “amen” op kan zeggen. Ik citeer: “Helemaal nieuw in de charismatische beweging, na zaken als dansen in de diensten, is nu om met vlaggen en banieren te gaan werken. Door middel van muziek, dans, drama en het gebruik van vlaggen en banieren wil men, zoals men dat noemt, de Davidische lofprijzing in de kerken tot leven brengen, omdat profetische expressie, wat dit dan moet zijn, juist datgene tot uiting brengt, wat je met woorden niet kunt zeggen. Alsof dit nog niet genoeg is, werd er aan toegevoegd, dat het gebruik van vlaggen en banieren een profetische expressie is, die de weg baant voor bevrijding, genezing en herstel. Hier hebben wij gewoon het oude heidendom terug: het oude heidendom met beelden en allerlei heilige voorwerpen. Voor deze christenen zijn de vlaggen nu de heilige voorwerpen geworden en moeten deze vlaggen bevrijding en genezing brengen. De Here Jezus en Zijn kruis zijn hier ingeruild voor een vlag. Het griezelige is, dat de doorsnee christenen steeds meer gaan openstaan voor zo'n geloofsbeleving. Men vraagt zich niet meer af of het wel Bijbels is. Men geeft zich er gewoon aan over en veroordeelt anderen als ouderwets, die hier niet aan willen meedoen. Velen zullen mij stijf en traditioneel vinden. In de toekomst zullen waarschijnlijk mensen onze gemeente gaan verlaten, omdat hier, zoals men dat noemt, de zalving van de Geest niet gevonden zou worden. Het is hier voor hen te Bijbels en te weinig van de Geest. Op die manier maakt men van de Heilige Geest iemand die staat tegenover de Bijbel. Of je leeft met het oude Woord van G’d, dat voor hen te vergelijken is met oude wijn, of je leeft met de nieuwe wijn van de belevingen en de ervaringen, zo zeggen zij. Gemeenten waar men op deze onbijbelse wijze zijn diensten houdt, groeien soms erg hard, wat de indruk wekt, dat zij door G’d gezegend zouden zijn. Er komt echter zoveel onechts vaak in voor, dat je er soms nog maar weinig of niets van G’d en van de echte Heilige Geest in kunt ontdekken. Laten wij dicht bij de Here Jezus blijven, vooral nu!” Tot zover het eerste artikel over dit onderwerp. Het tweede artikel van dezelfde website luidt als volgt: “Helaas zijn er door alle tijden heen mensen in de kerk geweest die deze kracht van G’d probeerden in te wisselen door iets anders. Dit andere leek uit de Bijbel te komen, maar het kwam gewoon voort uit de fantasie van de mensen zelf. Natuurlijk probeerden zij er altijd één of enkele Bijbelteksten aan vast te plakken, zodat het leek, alsof hun nieuwe leer van G’d gegeven zou zijn om hen kracht te geven. Zo hebben wij de mensen gehad en hebben wij ze nog, die in zekere zin de Here Jezus ingeruild hebben voor de Heilige Geest. Alles in hun leven en in hun samenkomsten is gericht op de Heilige Geest. Het gaat om de tekenen van de Geest en om de boodschap van de Geest. In feite hebben deze mensen een nieuw evangelie. Ze hebben niet genoeg aan het evangelie uit de Bijbel, ze kennen het Woord van G’d heel slecht - zelfs hun geestelijke leiders hebben vaak een enorm gebrek aan Bijbelkennis - daarom hebben ze nu de directe openbaring van de Heilige Geest. Hierdoor verzinnen zij iedere keer iets nieuws waar de gelovigen van onder de indruk komen. Genezingen, spreken in tongen, dansen, vallen in de geest, gouden vullingen in tanden en kiezen, werken met kleuren, vlaggen en banieren. Zij beweren, dat omdat G’d van kleuren hield in de tabernakel, wij in de gemeentelijke samenkomsten nu ook met kleuren moeten werken. Ook beweren zij, dat omdat de Israëlieten in de woestijn banieren hadden waaraan de stammen te herkennen waren, wij in de samenkomsten ook met vlaggen en banieren moeten werken. Deze mensen beweren, dat de vlaggen symbolisch een extra dimensie aan de liederen geven. Als er over satan gezongen wordt, wordt er boos en heftig met de vlag gezwaaid, als er over G’d gezongen wordt, wordt er liefelijk met de vlag gezwaaid. Omdat legers een vlag hebben en omdat wij op Koninginnedag de vlag uitsteken, worden in de gemeente de vlaggen gebruikt als teken van strijd of van vreugde. Zelfs dienen de vlaggen om de duivel op de hoogte te brengen dat er strijd is en dat de christenen geloven in de overwinning. Er zijn zelfs mensen, die de vlaggenmast vergelijken met het kruis waaraan de Here Jezus hing! Deze mensen zien de vlag als een heilig voorwerp. Je moet er eerbiedig mee omgaan en niet iedereen is heilig genoeg om de vlag te zwaaien. Anderen menen dat de vlag dient om G’d iets duidelijk te maken. De vlag is dan ook een onderdeel van de aanbidding. Zo komt de vlag in de plaats van het gebed of naast het gebed. Zoals men in de wereld gebruik maakt van vlaggen, zo zeggen sommigen, zo moeten wij dat ook doen. Denken zij nu echt, dat de Here Jezus tijdens Zijn omwandeling op aarde ook met vlaggetjes zwaaide, of vlaggetjes aan Zijn luisteraars uitdeelde? Denken zij, dat de eerste christenen in hun samenkomsten vaandelzwaaiers in dienst hadden? Deze mensen putten hun kracht niet meer uit het kruis van Christus, maar uit het zogenaamde nieuwe werk van de Heilige Geest. Zij hebben het evangelie van Christus ingeruild voor een nieuw en eigen evangelie. Dan ben je vervloekt, schrijft Paulus in Galaten 1. "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!" (Galaten 1:6-9) Neen, wij putten onze kracht niet uit dans of het zwaaien met vlaggen! Wij putten onze kracht uit het kruis van Christus. Wij houden vast aan dat belangrijke Bijbelwoord: "G’d was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen." (2 Cor. 5:19) Dat is de boodschap van het kruis. Dat is de boodschap van het offer van Christus, dat ons leven volkomen veranderd heeft en ons dicht bij G’d gebracht heeft. Paulus schrijft dat hij het kruis predikte. Dat doen wij nog steeds, net zoals Paulus dit deed. Paulus predikte niet de Heilige Geest als Redder. Hij predikte Jezus Christus als Redder. Hij predikte de verzoening door het bloed van de Here Jezus.” Tot zover. Beide artikels zijn overigens te vinden via de onderstaande links:

http://www.hetlichtdeslevens.nl/studies/preken/heteindevanhetjaar1997.html en

http://www.hetlichtdeslevens.nl/studies/preken/hetkruis.html
Maar ik heb nog twee interessante artikel gevonden, die ik eveneens met u wil delen. Ik citeer: “Wij zijn ver afgedwaald van hoe de nieuwtestamentische gemeente functioneerde als Lichaam van Christus, als organisme. Het is niet meer zo dat wij als we samenkomen "ieder iets hebben". Wanneer we in onze totaal veranderde en van de oorsprong vervreemde moderne gemeenten gaan streven naar de 'gaven' is dit een menselijk streven. De uitwerking is dan ook vaak menselijk en mist daarom de geestelijke grond en de effecten die ze zouden moeten hebben, bijvoorbeeld ingeval van de 'genezingsgave'. Met alle uitwassen van dien. Ik wijs bijvoorbeeld op verschijnselen als "vallen in de geest", "vlaggen in de geest" en zelfs toestanden als gemeenten waar men "kraait", "blaft" of "baart" in de geest enz, enz. en dergelijke die elke Bijbelse grond missen. De gemeenten waar dit soort zaken voorkomen beseffen niet wat voor schade ze aanrichten aan het Evangelie.”

http://www.internetbijbelcursus.nl/basis_3.1.3.2%20-%20De%20Heilige%20Geest%20-%20werk%20vrucht%20en%20gaven%20van.html
“Verschijnselen als lachen, rusten, schokken, dansen met vlaggetjes: uitingen van de Heilige Geest of belevenissen van de mens? Het behoeft geen betoog, dat wij hiermee allemaal aan het worstelen zijn. Is dit nu uit G’d of is dit uit de mens? Is de Heilige Geest aan het werk of is dit werk van een andere geest of geesten? Of is er zelfs een vermenging mogelijk tussen het werk van de Heilige Geest en het werk van de geest van de mens? Een stukje van G’d en een stukje van het vlees? Dit laatste is eenvoudig te weerleggen. In alle bijbelboeken wordt G’d gekenmerkt, als een Persoon, die Zijn heerlijkheid niet deelt met een ander. Hij is een jaloers G’d (Jacobus 4:1-10), Hij is de enige G’d! Naast Hem is er geen god! Alle goden, die de mensen naast de Here G’d gemaakt hebben zijn niet G’d, maar namaakgoden of afgoden. Vanuit deze bijbelse zekerheid kunnen en durven wij zeggen, dat genoemde verschijnselen of uit G’d zijn of geheel niet uit G’d, maar uit de mens of uit andere bronnen komen. Een vermenging waarbij sprake is van een deel als werk van G’d en een deel als mensenwerk is tegenstrijdig aan de Geest van de Bijbel. Het doet afbreuk aan de grootheid, de heiligheid en de heerlijkheid van de Here G’d. Zijn deze verschijnselen dan uit G’d?”

http://www.christen-zijn.nl/Nieuwsbrief-2.htm
Het antwoord op deze vraag is vrij simpel: De Bijbel is het Woord van G’d. In Zijn Woord heeft Hij Zich aan ons geopenbaard, en de Bijbel is compleet! Daarom hebben wij de opdracht om alles te toetsen aan G’ds Woord. Geestesuitingen of religieuze praktijken die wij niet in de Bijbel terug kunnen vinden, moeten wij dus niet zomaar als goed en door G’d gewild aannemen en daarin meedoen alleen omdat de naam Jezus daarin genoemd wordt. Neen, wij moeten deze praktijken afwijzen, want zij zijn onbijbels omdat ze afkomstig zijn uit een andere bron.

Veldtekens



Ik zou nog uitgebreid terugkomen op de banieren in de oudheid, want deze banieren waren oorspronkelijk niet van textiel, maar bestonden uit een houten of metalen stok met een snijwerk of gegoten beeldje op de top dat een herkenbare symbolische of religieuze betekenis had. Een dergelijke lange stang met een afbeelding erop kennen wij uit het verhaal van de koperen slang in rbdmb B’mid’bar [Numeri] 21:8-9. Een Egyptische banier uit de tijd van Ramses III (ca 1200 v.C.) draagt een ramskop met zonneschijf (Amon-Re) en een Assyrisch veldteken uit de tijd van Sargon II (ca 700 v.C.) draagt op de zonneschijf boven twee stieren de oorlogsgod Assur. Banieren waren dus van oorsprong geen vlaggen, maar militaire veldtekens van hout, brons of edelmetaal. Zij waren totems waarmee men signalen kon zenden, informatie kon doorgeven of tonen onder wiens beschermende macht men kon handelen. Deze emblemen werden wereldwijd voor diverse politieke en religieuze doeleinden gebruikt en ook voor het krijgsbedrijf. Het waren de Romeinen die het gebruik ervan binnen het leger perfectioneerden. Ieder veldteken had een eigen functie, die de soldaat moest herinneren aan zijn taak, legioen, god en keizer. Om deze herkenbaarheid te vergroten werden aan de stok linten, dierenstaarten en in sommige gevallen zelfs stukken stof bevestigd die al meer leken op de vlaggetjes die wij vandaag de dag kennen, maar dat was vele eeuwen na de bijbelse banieren waar de huidige vlaggendansers zich op beroepen. Zo had een cavalerie-eenheid van de hulptroepen of de veteranen bijvoorbeeld als veldteken een kleine vierkante VEXILLUM [vaandel], bevestigd op een lans waarvan de punt er bovenuitstak. Bij de Romeinen speelden de veldtekens, de signa MILITARIA, een belangrijke rol in de tactiek van het leger. Zowel de diverse veldtekens alsook de dragers ervan verschilden onderling in rang en belangrijkheid. Dat kwam vooral bij militaire optochten duidelijk tot uiting. Voorop liep de LEGATUS LEGIONIS, gevolgd door de SIGNIFERI [veldtekendragers]. De AQUILIFER [adelaardrager] was de hoogste in aanzien. Hij had de complete uitrusting van een legioensoldaat met een leeuwenvel als hoofdtooisel. Deze AQUILIFER droeg de legioenstandaard met de AGUILA [adelaar], de heilige vogel van JUPITER. De adelaar stond op een soort kapiteel en hield in zijn klauwen een klos waaruit bliksemschichten kwamen. In de republiek was hij van zilver, de bliksem van goud, maar in het keizerrijk werd het een vergulde vogel. Dit voorwerp genoot een halfreligieuze verering. Het verlies ervan was dan ook een grote schande. Daarom werd hij door legereenheden omringd. De kroon op de vleugels toonde aan dat het legioen dit ereteken had gekregen. Naast de AQUILA had het legioen een eigen teken, een legioensymbool. Naast hem liep een IMAGINIFER met op een stang de beeltenis van de keizer. De SIGNIFER [veldtekendrager] was tot het begin van de 2de eeuw na Chr. uitgerust als een legioensoldaat. Toen werd hij ontlast van het metalen harnas, helm, schild, militaire gordel en dolk en droeg op het hoofd een roofdierenhuid tot op de schouders. Hij behoorde evenals de AQUILIFER en de IMAGINIFER, tot het korps der onderofficieren, de PRINCIPALES. De SIGNIFER werd met zijn veldteken in het gevecht onmiddellijk achter de eerste linie opgesteld. Het meest bekende veldteken is dat van een manipel, te herkennen aan de open handpalm in de kroon bovenaan; eronder een dwarsstang met afhangende bandjes, militaire onderscheidingen in de vorm van ronde schilden en de symbolische lauwerkrans. Onder de lanspunt van een ander veldteken bevond zich een kroon, een kleine banier met de beeltenis van een dier, de naam van de cohorte op een plaatje, een medaillon en twee lauwerkransen. Het is interessant dat door de Joodse historicus Ginzberg in dit verband wordt verwezen naar de standaard van de Romeinse legioenen, die waren gestationeerd in Palestina. De emblemen van deze garnizoenen waren namelijk een beer en een wild zwijn. (The Legends of the Jews, Volume Five, The Hopkins University Press, Baltimore and London, 1998). Een zwijn als veldteken der heidense bezetters van het Joodse land! Hoe bestaat het? In elk geval moet het nu dus duidelijk zijn dat de in de Bijbel genoemde banieren dus geen vlaggen waren, maar houten of metalen veldtekens, die de Israëlieten toen in de woestijn meevoerden. Naar analogie van de Assyrische en Egyptische banieren zou men dan moeten denken aan stokken met de afbeeldingen van dieren. Aangaande de aard en de gedaante van de banieren of veldtekenen der Israëlieten zegt de Tora niets naders, maar volgens de overlevering van de Joodse rabbijnen was het veldteken van Yehuda [Juda] een leeuw, want er staat geschreven: “Een leeuwewelp is Yehuda [Juda]; hij kromt zich, legt zich neder als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen?” (ty>arb B’reshit [Genesis] 49:9. Ef’rayim [Efraïm] droeg het beeld van een stier als veldteken, want over hem zegt de profeet: “Ik hoor Ef’rayim [Efraïm] steeds klagen: U hebt mij geslagen om mij als een wilde stier te temmen.” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31:18). De veldtekens van de twaalf stammen komen herhaaldelijk in rbdmb B’mid’bar [Numeri] 2 en 10 ter sprake. In hoofdstuk 2 de verzen 2, 3, 10, 17, 18, 25, 31 en 34, en in hoofdstuk 10 de verzen 14, 18, 22 en 25. Numeri 2 gaat over de legering van de stammen van Israël rond de Mish’kan [Tabernakel]. Vers 2 lezen wij in de Statenvertaling: “De kinderen Israëls zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hunner vaderen; rondom tegenover de tent der samenkomst zullen zij zich legeren.” De Hebreeuwse grondtekst noemt de banieren ,ylgd degalim en het woord dat is vertaald met tekenen is in het Hebreeuws tta otot. Dit staat ook voor emblemen en insignes. Elke stam had zo’n teken. Voor een deel zijn deze tekens gebaseerd op ty>arb B’reshit [Genesis] 49:2-27 waar Ya’aqov [Jakob] zijn zonen zegent. Tussen banier en teken is dit verschil, dat onder banier verstaan moet worden: het grote veldteken van drie stammen, die onder één banier waren verenigd, en onder teken: het kleine veldteken van iedere stam of stamafdeling. Daar elke hoofdgroep - in het geheel waren er vier - die uit drie stammen bestond een banier had, zal deze wel groter en prachtiger geweest zijn dan de ‘tekenen’, waaronder de onderafdelingen gelegerd waren. Volgens de oude Joodse mondelinge overleveringen was het veldteken van Juda een leeuw, van Ruben een mensengestalte, van Efraïm een stier en van Dan een adelaar (Targum Y’honatan bij B’mid’bar [Numeri] 2). Deze vier groepen waren dus rond de Mish’kan [Tabernakel] opgesteld. Dit beeld van de vier banieren komt terug in de profetie van laqzxy Yechez’q’el [Ezechiël] 1 waar hij vier dieren ziet. In vers 10 zegt hij: “Wat hun aangezichten betreft, die geleken bij alle vier ter rechterzijde op dat van een mens en dat van een leeuw; bij alle vier ter linkerzijde op dat van een rund; ook hadden alle vier het aangezicht van een arend.” Ook Yochanan [Johannes] ziet deze vier dieren voor de troon van G’d in ]vyzx Chizayon [Openbaringen] 4:7: “En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een rund gelijk, en het derde dier had een gelaat als van een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk.” - Deze veldtekens waren krijgsbanieren en bedoeld voor krijgsdoeleinden en niet voor de lofprijs en aanbidding in de tabernakel of in de tempel. Ook gingen de apostelen niet in hun huissamenkomsten ermee zwaaien en dansen. Zelfs ,ylht Tehilim [Psalmen] 20:6, waar weliswaar van het opsteken der krijgsbanieren door het leger der Israëlieten uit vreugde over de overwinning sprake is, vertoont geen enkele overeenkomst met de sacrale vlaggendans die men tegenwoordig in charismatische samenkomsten tegenkomt. Ten eerste werd er niet mee gedanst en ten tweede waren het geen vlaggen.

Spiritueel gebruik van vlaggen in het Boeddhisme en Hindoeïsme



Toch als de bijbelse banieren geen vlaggen waren, maar veldtekens met afbeeldingen van hout of metaal, waar komen dan de vlaggen vandaan? Als het dus geen bijbelse basis heeft, waar komt het sacrale gebruik van vlaggen ter ondersteuning van de aanbidding en lofprijs vandaan? De oorsprong van het sacrale zwaaien met vlaggen laat zich tot in de vroege geschiedenis van de mensheid terugvervolgen. Op voorwerpen en wandschilderingen uit de Oudheid vinden we afbeeldingen ervan terug. De oudste gekende vlag dagtekent van 500 voor Christus. Zij werd gevonden bij opgravingen in de Prinsengraven van Hunan in China. Reeds vier- tot vijfduizend jaar geleden begonnen de Chinezen ermee om fel gekleurde zijdedoeken aan lange stokken bij processies mee te dragen en bij bepaalde religieuze gelegenheden zelfs daarmee te dansen. Een overblijfsel van deze spirituele vlaggendans zien we nog regelmatig tijdens optredens van de Chinese Staatsopera of in het Chinese staatscircus. Daar wordt gedanst met veelkleurige vlaggen, slingers, wimpels, doekjes en linten, waarbij elke kleur en elke houding van de vlaggenstok een bepaalde spirituele betekenis heeft. Vanuit China breide zich het sacrale gebruik van vlaggen en wimpels uit naar zuidelijk en westelijk gelegen landen. Vooral in Tibet en Nepal, maar ook in Laos, Kambodja, Viëtnam en Thailand, Korea en zelfs op Sri Lanka wapperen altijd en overal kleurrijke Boeddhistische gebedsvlaggetjes aan lange lijnen, op tempels, speciale gebedsruimtes en bijzondere plekken in de natuur zoals in bomen en op bergtoppen. Deze fel gekleurde gebedsvlaggen wapperen voor de hele wereld, voor iedereen. Er staan gebeden op, positieve gedachtes en wensen, die door de wind worden verspreid, want wanneer de vlaggen wapperen, wordt verondersteld dat de wind de gebeden hemelwaarts stuurt. Volgens de Boeddhisten dient dit in eerste instantie om het Karma, het leven dat vorm krijgt door goede daden, te verhogen. Door de wapperende vlaggen gaan de gebeden op in de wind, zodat uiteindelijk iedereen van dit “goede Karma” kan meegenieten. Hoogst waarschijnlijk zijn de gebedsvlaggen, de zogenaamde Lung-ta, al ontstaan tijdens de Bon-periode. In de zevende eeuw ontwierp Songsten Gampo tijdens zijn regeerperiode een nieuwe gebedsvlag; hij bracht daarin elementen van het Boeddhisme én van de Bon-religie samen. De Boeddhisten zeggen dat deze gebedsvlaggen niet alleen mensen persoonlijk geluk brengen, maar dat de mantra’s die erop geschreven worden voor versterking zorgen van het geestelijk leven van alle gelovigen die de wind maar kan bereiken. Tegenwoordig worden de gebedsvlaggen van vijf verschillende gekleurde doeken gemaakt: blauw, wit, rood, groen en geel. De kleuren symboliseren de 5 elementen waar heel het universum uit bestaat; geel is aarde, rood is vuur, groen is water, blauw is lucht en wit zijn de wolken. Op het eiland Sri Lanka worden vlaggen in verschillende kleuren gebruikt om het overlijden van personen bekend te maken. Witte vlaggen symboliseren in een dorp een sterfgeval en men gaat gekleed in het wit. Gele vlaggen geven de dood van een priester aan. Vanaf 1863 hebben Hindoestanen contractarbeiders het sacrale vlaggengebruik vanuit India ook over de oceaan naar Trinidad en zelfs naar Suriname gebracht. Met nvrat(rI Navratri wordt namelijk xiKt Shakti, de activerende goddelijke energie vereerd. Deze geschiedt op verschillende wijze. In Suriname bijvoorbeeld is dur(ga pUja Durga Puja de meest populaire. Deze speciale dienst wordt door Hindoes tijdens de nvrat(rI Navratri gehouden en blijkt uit de kleine rode vlaggetjes op het erf, waar wordt gebeden. Zo wordt in Suriname in veel gevallen op één dag voor alle negen vormen van dur(ga Durga tegelijk geofferd in naam van de gehele buurtgemeenschap. De verering bestaat uit een normale inleiding, de eigenlijke aan nvdur(ga Navdurga gewijde pUja Puja [aanbidding], een rituele lezing, vuuroffers en het planten van rode vlaggetjes, &'@I Jhandi. Een andere Hindoestaanse feestdag, waarbij vlaggen worden gebruikt, is hnuman jyn(tI Hanuman Jayanti. Onder de Surinaamse Hindoes is hnuman Hanuman, die het uiterlijk van een aap heeft, namelijk na Ram de meest populaire godheid. De kleine vlaggetjes aan lange bamboestokken, die men aantreft in de tuin of op het erf voor het huis van orthodoxe Hindoes, zijn ter verering van deze god. Tijdens diensten wordt uit de hnuman calIsa Hanuman Chalisa [loflied aan hnuman Hanuman] voorgelezen en wordt zijn &'@I Jhandi [rode vlag aan een bamboestok] geplant. Vlaggen vormen derhalve ook een belangrijk onderdeel van het godsdienstige leven van de vrome Hindoes. Maar het gebruik van fel gekleurde vlaggen, wimpels, slingers, doekjes en linten komt men niet alleen in het Boeddhisme en het Hindoeïsme tegen, want het heeft zich vanuit China uitgebreid naar zuidelijk en westelijk gelegen landen zoals India, Babylon en het Perzische Rijk. Zelfs in Europa werd de sacrale vlaggendans geïntroduceerd door de Griekse en Romeinse veroveraars, die het van de overwonnen oosterse volken hadden overgenomen. Zo was het dansen met vlaggen en slingers een vast onderdeel van de BACCHUS-cultus, waarvan restanten nog steeds terug te vinden zijn in lokale Italiaanse religieuze feesten. Het gebruik om grote stukken stof aan een vlaggenstok te bevestigen verspreidde zich vanuit China ook naar het Nabije Oosten, want met de zijde kwamen de vlaggen via de karavaanroute naar Arabië. De Arabieren kenden hun dynastieën en individuele leiders kleuren toe, die hun oorsprong vonden in de godsdienst. Daardoor werden vlaggen in verband gebracht met de profeet Muhammad en werd de strijder herinnerd aan het doel waarvoor gevochten werd. Dit religieuze vlaggebruik werd via de kruisridders, die het in het Heilige Land leerden kennen, overgenomen en in aangepaste vorm in Europa geïntroduceerd. Door de kruistochten hadden de meegevoerde vlaggen erkenning gekregen als symbolen van gezag, ideologie en godsdienst. Het sacrale vlaggenzwaaien bloeide op in de middeleeuwen, waarin het tijdens religieuze plechtigheden werd toegepast. Het is dus eigenlijk niets nieuws onder de zon wat er nu in de charismatische gemeenten gedaan wordt, en ik twijfel ook niet aan de oprechte motivatie om dit te doen, maar de oorsprong ervan is meer dan dubieus en zeker niet door G’d gewild! Het dansen en zwaaien met vlaggen, wimpels, slingers en doekjes in allerlei kleuren ter ondersteuning van de lofprijs en aanbidding is derhalve niet alleen onnodig, maar zelfs ongeoorloofd, want er staat geschreven: “Laat je niet verleiden om de godsdienstige gebruiken over te nemen van de volken die zijn uitgeroeid. Vraag je niet af: `Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Wat zij deden, willen wij ook.' Neem hun praktijken niet over, want alles waar de Eeuwige, je G’d, een diepe afkeer van heeft, hebben zij voor hun goden gedaan.” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 12:30, Groot Nieuws Bijbel). En twee verzen verderop zegt de Eeuwige: “Alles wat Ik jullie voorschrijf, moet je nauwgezet in praktijk brengen, voeg er niets bij, en neem er niets af.” (Chumash-vertaling). Reeds in hoofdstuk 4, vers 2 heeft Adonai Zijn volk nadrukkelijk opgedragen: “Jullie mogen niets toevoegen aan hetgeen Ik jullie gebied en er niets van afnemen bij het nakomen van de geboden van de Eeuwige, jullie G’d!” Het is daarom ook bijzonder merkwaardig dat velen van hen die vlaggen in de eredienst hanteren doorgaans juist degenen zijn die zeggen dat wij vrij zijn van de Wet…

Conclusie



Samengevat kennen wij vanuit G’ds Woord dus geen spiritueel gebruik van vlaggen, wimpels, doekjes, linten en slingers, want zoiets is afkomstig uit heidense religies evenals de daarbij toegepaste kleurensymboliek. Zelfs in de meeste evangelische en charismatische gemeentes was het mijns inziens tot begin van de jaren 90 vrijwel onbekend en werd pas geïntroduceerd met de zogenaamde Toronto-Blessing. Eerlijk gezegd zie ik ook geen noodzaak om vlaggen in een samenkomst te gebruiken om de lofprijs en de aanbidding daarmee te ondersteunen, sterker nog: ik zie daar al helemaal geen bijbelse opdracht voor! Wie oprecht denkt dat hij de Eeuwige daarmee kan behagen, zou derhalve eerst aan Hem moeten vragen of Hij dat wel op prijs stelt. Eigenlijk zijn er twee vragen. Ten eerste: wat zegt G’ds Woord over het gebruik van vlaggen en banieren in de eredienst en ten tweede: wat is G’ds wil m.b.t. de samenkomsten van de gelovigen? Ik denk, dat we het antwoord op beide vragen in Romeinen 12:1-2 vinden, want daar schrijft Sha’ul [Paulus]: “Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden G’ds, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en G’de welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van G’d is, het goede, welgevallige en volkomene.” Vers 1 zegt dus, dat wij om te beginnen ons zelf als een levend, heilig en G’d welgevallig offer aan de Eeuwige moeten geven. Nadat Yeshua ons heeft gekocht en betaald met Zijn bloed (1 Korinthiërs 6:20 en 7:22) behoren wij Hem toe en onze eigen wil moet wijken voor G’ds wil. Daarom dienen wij aan Hem te vragen: “Adonai, wilt U, dat wij u ook met vlaggen en banieren eren?” Ik zou me best kunnen voorstellen dat de Eeuwige u als antwoord zou geven: “Begin maar gewoon om te doen wat ik in Mijn Tora heb opgedragen. Meer vraag Ik niet van je.” Er staat immers geschreven: “Gij zult aan wat Ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw G’d, onderhoudt, die Ik u opleg!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 4:2) en iets verderop nogmaals: “Al wat Ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daarvan niet toedoen, noch daarvan afdoen!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 12:32). Verder worden wij opgeroepen om niet gelijkvormig aan deze wereld te zijn (het dansen en zwaaien met vlaggetjes hoort meer in het voetbalstadion thuis) en ernstig te onderzoeken wat G’ds wil is. Yeshua heeft immers overduidelijk gezegd, dat slechts wie de wil van Zijn Vader doet, het Koninkrijk der hemelen zal ingaan (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 7:21), en Hij heeft ook gezegd, dat slechts wie de wil van Zijn Vader doet Zijn broeder en zuster en moeder is (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 12:50). Dit onderzoek naar G’ds wil is uitsluitend mogelijk aan de hand van de Tora. Een andere weg is er niet, want ook Yeshua zelf citeerde uitsluitend uit de Tora, en daarin worden wij echt nergens opgeroepen om in de eredienst met vlaggen in allerlei felle kleuren te dansen en te zwaaien. Hij stelt geen belang in toegevoegde hulpmiddelen en daarom wil ik ter afsluiting van deze bijbelstudie nogmaals de woorden van de Eeuwige herhalen, die Hij via Moshe ook aan ons gericht heeft: “Gij zult aan wat Ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw G’d, onderhoudt, die Ik u opleg!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 4:2) en: “Al wat Ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 12:32). Zo spreekt de Eeuwige! Amen!
Werner Stauder



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina