1. 5 De presentatie: opgave groepswerk Het is de bedoeling dat jullie in groep



Dovnload 32.48 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte32.48 Kb.
1.5 De presentatie: opgave groepswerk
Het is de bedoeling dat jullie in groep:

  • een reeks vragen over een tekst en een film beantwoorden;

  • het resultaat hiervan voor de klas presenteren.

Het cijfer dat je hierop krijgt, telt mee voor het examen ‘Spreken’. Meer details vind je in je spreekdossier (zie werkboek).


  1. De groepen: teksten en films

Elke groep moet het volgende doen:



  1. de tekst analyseren, interpreteren en beoordelen;

  2. één van de vermelde films bespreken aan de hand van filmfragmenten.

De vragen zijn te vinden in punt 2.


  1. De Da Vinci Code van Dan Brown (2004)
    Mogelijke films:

  1. The Da Vinci Code (Ron Howard, 2006) + eventueel de documentaire The Real Da Vinci Code (Channel 4)

  2. Indiana Jones and the Last Crusade (Steven Spielberg, 1989)

  3. Excalibur (John Boorman, 1981)

  4. First Knight (Jerry Zucker, 1995)

  5. Millennium 1: Mannen die vrouwen haten (Niels Arden Oplev, 2009) of Millennium 2: De vrouw die met vuur speelde (Daniel Alfredson, 2010)




  1. Ver van huis. Herinneringen van een kindsoldaat van Ishmael Beah (2007)
    Mogelijke films:

  1. Blood Diamond (Edward Zwick, 2006)

  2. Johnny Mad Dog (J.S. Sauvaire, 2007)

  3. Wit licht (Jean van de Velde, 2008)

  4. All Quiet on the Western Front (Delbert Mann, 1979)
    All Quiet on the Western Front
    (Lewis Milestone, 1930)

  5. Waltz with Bashir (Ari Folman, 2008)




  1. Berthold 1200 van Paul Koeck (1979)
    Mogelijke films:

  1. The China Syndrome (James Bridges, 1979)

  2. The Constant Gardener (Fernando Meirelles, 2005)

  3. Erin Brockovich (Steven Soderbergh, 2000)

  4. Gandhi (Richard Attenborough, 1982)

  5. Goodbye Bafana (Bille August, 2007)

  6. Gorillas in the Mist (Michael Apted, 1988)

  7. Silkwood (Mike Nichols, 1983)

  8. Spiderman 2 (Sam Raini, 2004)




  1. Tristan en Isolde (12de – 13de eeuw, bewerking van Bédier van rond 1900)
    Mogelijke films:

  1. Tristan and Isolde (Kevin Reynolds, 2006)

  2. Casablanca (Michael Curtiz, 1942)

  3. The English Patient (Anthony Minghella, 1996)

  4. Gegen die Wand (Fatih Akin, 2004)

  5. House of Flying Daggers (Yimou Zhang, 2004)

  6. Top Gun (Tony Scott, 1986)




  1. Van den Vos Reynaerde van Willem (12de – 13de eeuw)
    Mogelijke films:

  1. All the President’s Men (Alan J. Pakula, 1976)

  2. Being There (Hal Ashby, 1979)

  3. The Great Dictator (Charles Chaplin, 1940)

  4. The Life of Brian (Terry Jones + Monty Python, 1979)

  5. Shrek (Andrew Adamson & Vicky Jenson, 2001)

  6. The Truman Show (Peter Weir, 1998)




  1. De eerste wet van de magie: Het zwaard van de waarheid van Terry Goodkind (1994)
    Mogelijke films:

  1. Beowulf (Robert Zemeckis, 2007)

  2. Blade Runner (Ridley Scott, 1982)

  3. Crouching Tiger, Hidden Dragon (Ang Lee, 2000)

  4. Eén van de drie delen van The Lord of the Rings (Peter Jackson, 2001-2003)
    + eventueel de documentaire Beyond the Movie 'The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring' (National Geographic)

  5. Red Cliff (John Woo, 2009)

  6. Star Wars. Eén van de volgende films:

  • Episode IV: A New Hope (George Lucas, 1977)

  • Star Wars, Episode V: The Empire Strikes Back (Irvin Kerschner, 1980)

  • Star Wars, Episode VI: Return of the Jedi (Richard Marquand, 1983)




  1. Eerst doodden ze mijn vader (Loung Ung) (2000)
    Mogelijke films:

  1. The Killing Fields (Roland Joffé, 1984)

  2. Hotel Rwanda (Terry George, 2004)

  3. Shooting Dogs (Michael Caton-Jones, 2005)

  4. Sometimes in April (Raoul Peck, 2005)



  1. Pride & Prejudice & Zombies van Jane Austen en Seth Grahame-Smith (2009)
    Mogelijke films:

  1. Becoming Jane (Julian Jarrold, 2007)

  2. Eternal Sunshine of the Spotless Mind (Michel Gondry)

  3. The French Lieutenant’s Woman (Karel Reisz)

  4. The Jane Austen Book Club (Robin Swicord, 2007)

  5. Pride and Prejudice (Joe Wright, 2005 of BBC-film)

  6. Sense and Sensibility (Ang Lee, 1995)

  7. Tess (Roman Polanski, 1972)



  1. De vragen


Enkele opmerkingen vooraf

  1. Kies bij de presentatie voor de meest logische volgorde: bv. samenvatting van de inhoud, uitleg over het thema en de personages, … Je mag dus de volgorde van de vragen hierna aanpassen. Begin wel bij voorkeur met de tekst.

  2. Als iedereen hetzelfde oordeel heeft, kun je dat door één persoon laten uitleggen. Dit kan eveneens als er verschillen zijn, maar je kunt ook kiezen voor twee of meer personen.

  3. Bij de bespreking van de film is het aangewezen tijdens de uitleg korte fragmenten te laten zien. Introduceer deze en geef er daarna commentaar op.



  1. Algemene vragen over de tekst



  1. Oordeel

  1. Wat waren je eerste indrukken tijdens en vlak na het lezen? Leg uit.

  2. Zijn deze veranderd tijdens het bestuderen van de tekst? Leg uit.

  3. Formuleer je eindoordeel. Argumenteer zowel naar inhoud als vorm. Vind je deze tekst beter dan de andere (d.w.z. die van de andere groepen) of minder goed? Waarom? Je kunt hierbij gebruikmaken van de hulpvragen voor de beoordeling van de huislectuur, maar het is niet de bedoeling dat je ze allemaal beantwoordt.

  1. Vat de inhoud van de tekst kort samen.

  2. Tot welk genre hoort de tekst?

  3. Wat zijn de hoofd- en neventhema’s? Wat is het probleem? Wat is er de oorzaak van? Wordt het opgelost? Hoe? … Leg uit.

  4. Typeer de hoofdfiguren. Wie zijn de protagonisten en de antagonisten? Met wie sympathiseer je het meest, met wie het minst? … Leg uit.

  5. Zijn de hoofdfiguren helden of antihelden? Leg uit.

  6. Wat valt je op wat de vorm betreft? Bekijk onder meer de zaken hierna. Let wel, het kan zijn dat bepaalde vormaspecten voor jouw fragment niet zo belangrijk zijn. Hoe diep je op deze zaken ingaat, hangt af van het belang ervan.

  1. Het vertelstandpunt: wie vertelt het verhaal, is dit een goede keuze, hoe belangrijk is dit standpunt voor het gebeuren …? Leg uit.

  2. De karakterisering: zijn de personages vlakke of ronde karakters, zijn het types of zelfs stereotypen …? Leg uit.

  3. De opbouw: wordt het verhaal chronologisch verteld, zijn er flashbacks, zijn er verschillende verhaallijnen, zijn er cliffhangers of andere zaken die de spanning moeten bevorderen …? Leg uit.

  4. De ruimte en tijd: waar en wanneer speelt het zich af, speelt dit een belangrijke rol in het verhaal …? Leg uit.

  5. Symboliek en motieven: zijn er belangrijke symbolische details (bv. het getal drie), zijn er zaken die vaak terugkeren of ook in andere verhalen een belangrijke rol spelen …? Leg uit.

  6. Het taalgebruik: hoe modern is de taal, past ze bij de personages …? Leg uit.

  1. Hoe actueel is de tekst? Kijk niet naar de concrete details, maar vraag je af in welke mate de thematiek actueel is, of zulke gebeurtenissen in een moderne vorm ook vandaag voorkomen, hoe herkenbaar de personages zijn enz. Leg uit.

  2. Zoek wat meer informatie over de auteur en het boek.

Nog een mogelijke vraag:



  1. Welke gelijkenissen zijn er met Walewein? Analyseer het thema, de personages, de opbouw, de setting en de attributen (bv. wapens, tovermiddelen, vermommingen). Leg deze ook uit.




  1. Specifieke vragen over de tekst



  1. De Da Vinci Code (Dan Brown)

  1. Zoek wat meer informatie over moderne zoektochten naar en theorieën over de graal (bv. onder de nazi’s).

  2. Hoe realistisch of correct is de theorie van Dan Brown? Wat was de reactie van de kerk?




  1. Ver van huis. Herinneringen van een kindsoldaat (Ishmael Beah)

  1. Zoek wat meer informatie op over kindsoldaten. Waar komen ze vooral voor? Waarom gebruikt men kindsoldaten? Wat kan men ertegen doen? …

  2. Zoek wat meer informatie over de burgeroorlog in Sierra Leone en over de toestand vandaag.



  1. Berthold 1200 (Paul Koeck)

  1. Zoek wat meer informatie over problemen met kerncentrales. Waar hebben zich rampen voorgedaan? Waardoor? Hoe staat het met de kerncentrales in ons land?

  2. Zoek wat meer informatie over de zgn. ‘non-fiction novel’ (ook ‘faction’ genoemd).



  1. Tristan en Isolde

  1. In de tekst komen elementen voor die typisch zijn voor romantische verhalen. Geef hiervan voorbeelden.

  2. Zoek wat meer informatie over de hoofse poëzie: wat verstaan we hieronder, waar en wanneer is deze poëzie ontstaan, wat zijn troubadours, wie zijn de belangrijkste Nederlandstalige hoofse dichters …?



  1. Van den Vos Reynaerde (Willem)

  1. In welke mate is het verhaal een parodie op de maatschappij en literatuur van toen?

  2. Geef voorbeelden van humor.

  3. Zoek wat meer informatie over dierenverhalen.




  1. De eerste wet van de magie: Het zwaard van de waarheid (Terry Goodkind)

  1. Zoek wat informatie over de reeks waartoe dit boek hoort.

  2. Zoek wat meer informatie over fantasy. Wat verstaan we hieronder? Wanneer is dit genre ontstaan? Welke belangrijke soorten zijn er? Wie zijn de belangrijkste schrijvers?




  1. Eerst doodden ze mijn vader (Loung Ung) (2000)

  1. Zoek meer gegevens over de genocide in Cambodja en de toestand in dat land vandaag. Wie was Pol Pot, wat was het doel van de Rode Khmer, hoe wilden ze dit realiseren, zijn de leiders van de Rode Khmer veroordeeld …?

  2. Welk verband is er met Mao en met de oorlog in Vietnam?



  1. Pride & Prejudice & Zombies van Jane Austen en Seth Grahame-Smith (2009)

  1. In dit boek vind je een verhaalstramien dat je terugvindt in veel Hollywoodfilms. Leg uit.

  2. Zoek wat meer informatie over het postmodernisme. Wat is het verband met deze ‘zombieversie’? Bestaan er andere gelijkaardige bewerkingen? Welke?






  1. Vragen over de film




  1. Geef de nodige zakelijke informatie over de film die je bespreekt:

  • De titel en eventuele subtitel.

  • Het jaar dat de film is uitgebracht.

  • De regisseur en belangrijkste acteurs (eventueel de producent).

  • Eventuele andere belangrijke zaken: de verantwoordelijken voor de muziek, de fotografie, de special effects of het scenario; de duur van de film; het boek waarop de film gebaseerd is, …

  1. Vat het verhaal kort samen. Verklap het einde niet als het om een spannende film gaat.

  2. Wat is het hoofdthema (of: zijn de hoofdthema’s)? Zijn er belangrijke neventhema’s?

  3. Welke verbanden zie je met de besproken literaire tekst?

  4. Formuleer je oordeel (zie het hulpschema hierna).

  5. Geef wat meer informatie over de regisseur.



EEN FILM BEOORDELEN

Het is niet de bedoeling dat je alle hulpvragen beantwoordt, wel dat je voldoende aspecten behandelt. Selecteer wat je kunt gebruiken.




  1. Inhoud

  • Beantwoordt de film aan je verwachtingen? Had je te veel verwacht of maar erg weinig?

  • Is het boeiend? Is het thema interessant? Is het actueel? Zijn de personages boeiend? Is er voldoende afwisseling? Is het tempo goed?

  • Is het overtuigend? Komen de gebeurtenissen en personages (binnen de context van de uitgebeelde verhaalwerkelijkheid) als 'echt' of geloofwaardig over? Kun je je goed inleven? Leef je mee? Is het wereldbeeld genuanceerd of stereotiep?

  • Wat zegt het jou persoonlijk? Raakt het je? Hoe? Kun je je identificeren met bepaalde gebeurtenissen, personages, …? Hoe? Zou je ook zo gehandeld hebben als de hoofdfiguur? Heeft het je aan het denken gezet? Hoe? …

  • Zijn er storende of overbodige passages? Welke? Waarom? Welke scène vond je heel goed of heel slecht? Zijn er stukken die je heel mooi of aangrijpend vindt, of juist heel zwak en flauw? Welke? Waarom?

  • Is de titel goed?

  • Wie is je favoriet personage? Waarom?




  1. Vorm

  • De karakters
    Zijn ze niet te vlak, oppervlakkig, statisch …? Zijn de onderlinge contrasten niet te scherp? Passen de gedachten, handelingen en het taalgebruik bij hen? …

  • Structuur
    Is er samenhang? Is de opbouw functioneel, evenwichtig, ingenieus, verrassend, origineel …? Sluiten alle onderdelen goed op elkaar aan? Hoe zijn de motieven? En de symboliek? Zijn er overbodige delen of stukken? Is het begin geslaagd? Hoe is het einde? …

  • Het taalgebruik
    Is het correct, gepast, aangenaam, origineel, vlot …? Zijn er niet te veel monologen? Zijn er woorden, beelden, zinnen of stukken die bijblijven? …

  • Het acteerwerk
    Hoe zijn de acteurs? Spelen ze hun rol zoals het hoort? Overtuigen ze? Waarom (niet)?

  • De regie
    Is de hand van de regisseur duidelijk merkbaar? Is er een eigen toon en stijl? Hoe is de montage? Zijn de 'decors' en kostuums functioneel? Hoe is de fotografie? En de belichting of de klank? Hoe zijn de eventuele speciale effecten? Is de muziek gepast en overtuigend? …



  1. Context

  • Hoe vind je deze film in vergelijking met ander werk van dezelfde regisseur?

  • En in vergelijking met andere films die over hetzelfde onderwerp gaan?

  • Zijn er belangrijke verschillen met het eventuele boek, het toneelstuk of een andere film waarop de film is gebaseerd? Welke? Hoe komt dit? Wat verkies je? Waarom?

  • Heeft/had de film veel succes? Waarom?



  1. Besluit

  • Geef de film een cijfer op 10.

  • Zou je hem aanraden? Aan wie?



  1. Creatieve opdrachten

Kies één van de volgende opdrachten:



  1. Maak een trailer van ong. 1,5 minuten waarin jullie de tekst promoten of de verfilming ervan.

  2. Maak twee of drie posters waarin jullie reclame maken voor jullie tekst en/of film. Het mogen ook parodieën zijn.

  3. Rollenspel of filmpje: interview een personage uit de tekst, een acteur uit de film, de (echte of nagespeelde) auteur of regisseur, de producer … (2-3 minuten).

  4. Maak een filmpje waarin een overzicht wordt gegeven van jullie werkzaamheden.

  5. Presenteer een collage met afbeeldingen die jullie tekst of film typeren. Zorg voor een degelijke uitleg. Plak er ook twee of drie foto’s bij waarop jullie te zien zijn in volle voorbereiding van jullie presentatie.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina