1 Algemene voorwaarden 2



Dovnload 70.69 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte70.69 Kb.
Dit voorschrift beoogt de klant te helpen bij de specificatie van de middenspanningstoestellen van het compacte Ring Main Unit-type.
1) Algemene voorwaarden 2

2) Normen 2

3) Gebruiksvoorwaarden 2

4) Kenmerken 3

5) Mogelijke configuratie 4

6) Algemene aanbevelingen voor de ontwikkeling en het ontwerp van het apparaat 4

6.1 Inleiding 4

6.2 Bedieningsbord 5

6.3 Het diëlektrische omgeving 5

6.4 Aarding 5

6.5 Aarding van de hoofdkring 5

6.6 Lusschakelaars 5

6.7 Transformatorbeveiliging door lastscheidingsschakelaar met smeltveiligheden 6

6.8 Transformatorbeveiliging met vermogenschakelaar 6

6.9 Beveiliging lijnvertrek 7

6.10 Kabelaansluiting en doorvoeringen 8

6.11 Vergrendelingen 8

6.12 Spanningsdetectoren 8

6.13 Bedieningshendel 8

6.14 Synoptisch paneel aan de voorzijde 8

6.15 Afstandsbediening van de RMU 8

6.16 Afmetingen 9

6.17 Afwerking 9

7) Typeproeven en routinetesten 9

8) Kwaliteit 9



Algemene voorwaarden


De te voeden uitrusting bestaat uit een compact geheel dat de volgende eigenschappen bezit:

  • Makkelijk te installeren

  • Eenvoudig en veilig te gebruiken

  • Compact

  • Vergt weinig onderhoud

De leverancier moet minstens 5 jaar ervaring in compacte producten van het type Ring Main Unit ( RMU) hebben.


De RMU voldoet aan de criteria die gelden voor apparatuur met geminimaliseerd risico zoals beschreven in de C2-112 uitgegeven door Synergrid (de federatie van de netbeheerders elektriciteit en aardgas in België (zie www.synergrid.be) en behoort tot type AA10.

De catalogus van de leverancier moet toestellen bevatten die standaard in compacte uitvoering verkrijgbaar zijn maar eveneens in uitbreidbare uitvoering kunnen worden geleverd.

De informatie m.b.t. de uitbreidbaarheid is opgenomen in de standaardversies. De gebruiker kan de unit makkelijk ter plaatse uitbreiden zonder behandeling van gas (SF6), zonder speciale voorbereiding van de vloer en zonder specifiek gereedschap. Na de montage moet de uitbreidingseenheid de volledige isolatie verzekeren en ongevoelig zijn voor de omgeving.

Normen


Om aanvaard te kunnen worden, moet het toestel voldoen aan de eisen opgenomen in de laatste edities van de volgende aanbevelingen en normen:

CEI-normen




  • Gemeenschappelijke bepalingen voor de normen voor MS verbrekings- en scheidingsinrichtingen IEC 60694

  • Metaalomsloten MS verbrekings- en scheidingsinrichting IEC 62271 - 200

  • MS vermogenschakelaar (vroeger 60056) IEC 60271 - 100

  • Scheidingschakelaar en aarders (vroeger 60129) IEC 60271 - 102

  • MS schakelaars IEC 60265 - 1

  • Combinatie MS-lastschakelaar - smeltveiligheid IEC 62271 - 105

  • Stroomtransformator IEC 60044-1

  • Spanningstransformator IEC 601044-2

  • MS smeltveiligheden IEC 60282

  • Beschermingsklassen van de kasten (IP-code) IEC 60529

Gebruiksvoorwaarden


  • De RMU is geschikt voor gebruik in installaties die zich op een hoogte van minder dan 1000 m boven de zeespiegel bevinden.

  • De RMU kan normaal werken binnen het volgende temperatuurbereik:

Maximale omgevingstemperatuur: + 40° C

Minimale omgevingstemperatuur: -25° C



  • De RM6 moet gedurende 40 jaar aan 40°C kunnen werken.

  • De RMU moet kunnen werken in lokalen waar zware eisen worden gesteld aan de elektrische installaties.

  • De RMU moet kunnen werken in een omgeving met hoge relatieve vochtigheidsgraad en vervuilde omgevingslucht.



Kenmerken





Aansluiting

Driefazig - drie geleiders

Isolatiespanning

12 kV

17,5 kV

24 kV

Bedrijfsspanning

.. kV

Gebruiksfrequentie

50/60 Hz

Isolatieniveau

Tussen fasen, tussen fase en aarde


75 kV

95 kV

125 kV


Isolatie bij industriële frequentie rms 1mn

28 kV

38 kV

50 kV

Toegekende stroom

Lusschakelaar

Vermogenschakelaar ter beveiliging van het lijnvertrek

630 A


630 A

Toelaatbare korte-duurstroom (1 sec)

25 kA eff. 1 s

20 kA eff. 1 s

20 kA eff. 1 s

Inschakelvermogen bij kortsluiting van de lastschakelaars en van de aarding

63 kA piek

50 kA piek

40 kA piek

Aantal schakelingen bij maximaal kortsluitvermogen op de lusschakelaars, de aardingsschakelaars en de vermogenschakelaars.

5 uitschakelbewegingen

Onderbrekingsvermogen van een nominale laadstroom

630 A

Onderbrekingsvermogen van onbelaste kabels

30 A

Onderbrekingsvermogen van onbelaste transformator

16 A

Aantal mechanische schakelingen

Lus- en aardschakelaars

Vermogenschakelaars 200 en 630 A

1000 O/S


2000 O/S

Aantal schakelingen bij toegekende stroom

100 O/S

Aantal schakelingen bij maximaal kortsluitvermogen voor de vermogenschakelaars

cyclus : O – 3 min. – SO – 3 min – SO


Alle schakelaars moeten deze stroom kunnen onderbreken zonder dat enig ongeval wordt veroorzaakt, overeenkomstig de CEI-normen 694 § 4.5, 4.6, 4.7 en CEI 62271-200.


Mogelijke configuratie


De volgende configuraties zijn mogelijk:
Compacte standaarduitvoering

I Lusschakelaar

II 2 lusschakelaars

III 3 lusschakelaars

IIII 4 lusschakelaars

IBI 2 lusschakelaars – lijnvermogen

IIBI 3 lusschakelaars – lijnvermogen

BIBI 2 lijnvermogenschakelaars – 2 lusschakelaars

D, Vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

DI Vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging – lusschakelaar

IDI 2 lusschakelaars – vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

IIDI 3 lusschakelaars – vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

DIDI 2 vermogenschakelaars voor transformatorbeveiliging – 2 lusschakelaars

QI Transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden – lusschakelaar

IQI 2 lusschakelaars – transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden

IIQI 3 lusschakelaars – transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden

QIQI 2 transformatorbeveiligingen d.m.v. smeltveiligheden – 2 lusschakelaars
Uitbreidbare uitvoering

I Lusschakelaar

Q Transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden

D Vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

B Lijnvermogenschakelaar

O Directe aansluiting op barenstel

II 2 lusschakelaars

III 3 lusschakelaars

IIII 4 lusschakelaars

IBI 2 lusschakelaars – lijnvermogenschakelaar

IIBI 3 lusschakelaars – lijnvermogenschakelaar

BIBI 2 lusschakelaars – 2 lijnvermogenschakelaars

IDI 2 lusschakelaars – vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

IIDI 3 lusschakelaars – vermogenschakelaar voor transformatorbeveiliging

DIDI 2 vermogenschakelaars voor transformatorbeveiliging – 2 lusschakelaars

IQI 2 lusschakelaars – transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden

IIQI 3 lusschakelaars – transformatorbeveiliging d.m.v. smeltveiligheden

QIQI 2 transformatorbeveiligingen d.m.v. smeltveiligheden – 2 lusschakelaars

IC Lastschakelaar voor de koppeling van barenstellen

BC Lastschakelaar voor de koppeling van barenstellen


Algemene aanbevelingen voor het ontwikkelen en ontwerpen van het toestel

Inleiding


De RMU moet voldoen aan de criteria overeenkomstig norm CEI 62271-200:

  • Metallische indeling classe : PM

  • Bedrijfscontinuïteit classe LSC2A.

In hetzelfde omhulsel bevindt zich het vereiste aantal functionele HS-eenheden voor de verbinding van de voedingen en de beveiliging van de transformatoren zoals:



  • 2, 3 of 4 “net”lusschakelaars,

  • 1 of 2 lijnvermogenschakelaars of transfo;

  • De aardingsschakelaars.

Bedieningsbord


De schakelaar en het railstel bevinden zich in een gelaste metalen kuip die gevuld is met SF6-gas (relatieve druk: 0,2 bar (200 hPa)) voor de isolatie en de onderbrekingsfuncties.

Dit permanent gelaste omhulsel voldoet aan de eisen gesteld aan verzegelde druksystemen overeenkomstig de CEI 60694 (§ 3.6.5.4): een systeem dat geen enkele behandeling van het gas vereist gedurende de levensduur van 40 jaar en aan 40°C. Een vulklep is dus overbodig. Bovendien moet de fabrikant bevestigen dat het maximale verlies kleiner is dan 0,1% per jaar.

De volledig gevulde kuip maakt de schakelaars ongevoelig voor de omgeving (tijdelijke overstroming, hoge vochtigheidsgraad, enz) en biedt beschermingsgraad IPX7 overeenkomstig
de norm CEI 60529 §14.2.7 bij een afgewerkt toestel.

Wanneer het toestel volledig afgewerkt is, zijn de actieve delen van de onderbrekingstoestellen onderhoudsvrij; het bedieningsbord vergt slechts weinig onderhoud.


Het bedieningspaneel heeft beschermingsgraad IP2XC.

De kuip dient vervaardigd te zijn uit ongeschilderd roestvast staal AISI304 van 2 mm, om bestand te zijn tegen een toevallige interne druk van 3 bar (3000 hPa).

Als kleur voor de behuizing werd RAL 9002 gekozen; voor het synoptische paneel wordt RAL9005 gebruikt.
Elk toestel moet worden geïdentificeerd door een duidelijk etiket waarop de functies en de elektrische kenmerken zijn aangegeven.
Het toestel en het bedieningsbord moeten zo worden uitgevoerd dat de operator de stand van de verschillende onderbrekingsorganen op de voorzijde van het bedieningsbord kan zien.
Overeenkomstig de geldende normen is het toestel ontworpen om elke toegang tot de delen die tijdens het bedrijf onder spanning staan te beletten wanneer geen speciaal gereedschap wordt gebruikt.

De diëlektrische omgeving


Het SF6-gas is de uitverkoren diëlektrische omgeving voor toestellen van het type RMU.

Het gebruik van olie kan niet worden aanvaard.

Het gebruikte SF6-gas moet voldoen aan de CEI-norm 60376.
In de kuip worden absorberende materialen geïntegreerd om de residu’s in te sluiten en het SF6-gas te regenereren na een vlamboog veroorzaakt door een onderbreking in het toestel.

Aarding


De continuïteit van de metalen massa’s van het toestel en de kabels wordt verzekerd om magnetische velden in de omgevende lucht te vermijden, met het oog op de veiligheid van personen.

De aarding van het onderstation wordt op de hoofdaardrail van het toestel aangesloten zonder dat men hiervoor een rail moet demonteren.


Aarding van de hoofdkring


De kabels kunnen worden geaard door een aardingsschakelaar met maximaal inschakelvermogen volgens de CEI-norm 60271-102. De aardingsschakelaar kan slechts worden gebruikt wanneer de lusschakelaar geopend is.
De aarding wordt geactiveerd door haar eigen sluitingsmechanisme en de handmatige sluiting gebeurt d.m.v. een mechanisme met momentschakeling, onafhankelijk van de operator.
Dankzij transparante afdekkappen zijn de mobiele contacten van de aardingsschakelaar zichtbaar in gesloten stand.
Een mechanisch vergrendelsysteem verhindert de toegang tot de bedieningsopening; hierdoor worden operatorfouten zoals het sluiten van de aarding wanneer de lusschakelaar gesloten is, vermeden.

Lusschakelaars


De lusschakelaars zijn onderhoudsvrij en zijn van het type met SF6-gas met verminderde druk. De stand van de vermogen- en aardingscontacten is duidelijk zichtbaar op de voorzijde van het bedieningsbord. De standindicator geeft een positieve indicatie van de contacten overeenkomstig de CEI-norm 60265-1. Bovendien moet de fabrikant de betrouwbaarheid van de indicatie bewijzen overeenkomstig de CEI-norm 62271-102.
De schakelaars zijn van het type met hoge schakelfrequentie overeenkomstig de CEI-norm 60265-1 § 3.104 . Ze hebben 3 vaste standen: open met scheidingsafstanden, gesloten en geaard. In elk van deze standen belet de bedieningsvergrendeling elke verkeerde bediening.
De schakelaars worden gemonteerd en getest in de fabriek.

Het openen en sluiten gebeuren beide met behulp van een mechanisme met momentschakeling, onafhankelijk van de operator.


Elke schakelaar kan ter plaatse worden gemotoriseerd zonder het bedieningsmechanisme te wijzigen.
Het mechanisme van de schakelaar en van de aardingsschakelaar heeft een mechanische levensduur van minstens 1000 schakelingen.

Transformatorbeveiliging d.m.v. een lastschakelaar met smeltveiligheden


De lastschakelaars zijn onderhoudsvrij en zijn van het type met SF6-gas met verminderde druk. De stand van de vermogen- en aardingscontacten is duidelijk zichtbaar op de voorzijde van het bedieningsbord. De standindicator geeft een positieve indicatie van de contacten overeenkomstig de CEI-norm 60265-1. Bovendien moet de fabrikant de betrouwbaarheid van de indicatie bewijzen overeenkomstig de CEI-norm 62271-102

De schakelaars zijn van het type met hoge schakelfrequentie overeenkomstig de CEI-norm 60265-1 § 3.104 . Ze hebben 3 vaste standen: open met scheidingsafstanden, gesloten en geaard. In elk van deze standen belet de bedieningsvergrendeling elke verkeerde bediening.


De schakelaars worden gemonteerd en getest in de fabriek.
Een bedieningsmechanisme maakt het mogelijk de lastschakelaar met smeltveiligheden handmatig te sluiten en het mechanisme te resetten in één enkele beweging.

Het is uitgerust met een drukknop voor handmatige uitschakeling.


De smeltveiligheden worden geïnstalleerd in 3 afzonderlijke kamers die losgekoppeld kunnen worden en langs de buitenzijde gemetalliseerd zijn. Ze worden in serie gemonteerd met een mechanisch systeem voor de driefasige uitschakeling van de lastschakelaar met smeltveiligheden bij het doorsmelten van een smeltveiligheid wegens een probleem.

Transformatorbeveiliging d.m.v. vermogenschakelaars


De vermogenschakelaars zijn onderhoudsvrij en zijn van het type met SF6-gas met verminderde druk. De stand van de vermogen- en aardingscontacten is duidelijk zichtbaar op de voorzijde van het bedieningsbord. De standindicator geeft een positieve indicatie van de contacten overeenkomstig de CEI-norm 60265-1. Bovendien moet de fabrikant de betrouwbaarheid van de indicatie bewijzen overeenkomstig de CEI-norm 62271-102.
De vermogenschakelaars hebben 3 vaste standen: open met scheidingsafstanden, gesloten en geaard. In elk van deze standen belet de bedieningsvergrendeling elke verkeerde bediening.

Ze worden gemonteerd en getest in de fabriek.


Een bedieningsmechanisme maakt het mogelijk de vermogenschakelaar handmatig te sluiten en het mechanisme te resetten in één enkele beweging.
Het is uitgerust met een drukknop voor handmatige uitschakeling.
De vermogenschakelaar wordt gecombineerd met een geïntegreerde beveiliging die zonder hulpvoedingsbron werkt en het volgende bevat:

  • drie torustransformatoren, geïntegreerd en gemonteerd rond de dwarsstijlen,

  • een elektronisch relais,

  • een spoel met zeer geringe energie (MITOP),

  • een snelkoppeling van het type DB9 voor de beveiligingstest (met of zonder onderbreking)

Het beveiligingssysteem garandeert de uitschakeling van de vermogenschakelaar naargelang de gekozen instelling gedefinieerd binnen het bereik van 10 tot 200 A.

De volgende instellingen zijn mogelijk:

kaliber 1 - 10 tot 50 A: 10, 12, 15, 18, 21, 24, 28, 32, 36, 40, 45, 50

kaliber 2 - 40 tot 200 A: 40, 48, 60, 72, 84, 96, 112, 128, 144, 160, 180, 200
Voor de fasebeveiliging bestaan er twee instellingen.

De lage instelling kan worden gekozen met de constante-tijdscurve of IDMT-curve. De IDMT-curve voldoet aan de CEI-norm 255-3. Daarnaast is er ook de omgekeerde standaardcurve, de sterk omgekeerde en de extreem omgekeerde curve.

De lage instelling kan ook worden gebruikt met de RI-curve.



De hoge instelling wordt gebruikt met de constante-tijdscurve.
Aardbeveiliging

De werking van de aardbeveiliging steunt op het meten van de reststroom. Hierbij wordt de som van de secundaire stromen van de opnemers gebruikt. Net zoals bij de fasebeveiliging zijn er twee instellingen mogelijk voor de aardbeveiliging.


De elektrische kenmerken van de vermogenschakelaar moeten minstens de volgende zijn:

  • Nominale stroom: 200 A

  • Onderbrekingsstroom : 20 kA / 12kV

20 kA / 17,5 kV

16 kA / 24 kV


Beveiliging van het lijnvertrek

De vermogenschakelaars zijn onderhoudsvrij en zijn van het type met SF6-gas met verminderde druk. De stand van de vermogen- en aardingscontacten is duidelijk zichtbaar op de voorzijde van het bedieningsbord. De standindicator geeft een positieve indicatie van de contacten overeenkomstig de CEI-norm 60265-1. Bovendien moet de fabrikant de betrouwbaarheid van de indicatie bewijzen overeenkomstig de CEI-norm 62271-102.


De vermogenschakelaars hebben 3 vaste standen: open met scheidingsafstanden, gesloten en geaard. In elk van deze standen belet de bedieningsvergrendeling elke verkeerde bediening.

Ze worden gemonteerd en getest in de fabriek.


Een bedieningsmechanisme maakt het mogelijk de vermogenschakelaar handmatig te sluiten en het mechanisme te resetten in één enkele beweging.
Het is uitgerust met een drukknop voor handmatige uitschakeling.
De vermogenschakelaar wordt gecombineerd met een geïntegreerde beveiliging die zonder hulpvoedingsbron werkt en het volgende bevat:

  • drie torustransformatoren, geïntegreerd en gemonteerd rond de doorvoeringen,

  • een elektronisch relais,

  • een spoel met zeer geringe energie (MITOP),

  • een snelkoppeling van het type DB9 voor de beveiligingstest (met of zonder onderbreking)

Het beveiligingssysteem zorgt voor de uitschakeling van de vermogenschakelaar overeenkomstig de gekozen instelling gedefinieerd binnen het bereik van 10 tot 600 A.

De volgende instellingen zijn mogelijk:


  • kaliber 1 -10 tot 50 A: 10, 12, 15, 18, 21, 24, 28, 32, 36, 40, 45, 50

  • kaliber 2 - 40 tot 200 A: 40, 48, 60, 72, 84, 96, 112, 128, 144, 160, 180, 200

  • kaliber 3 - 63 tot 312 A: 63, 75, 94, 112, 131, 150, 175, 200, 225, 250, 281, 312

  • kaliber 4 - 250 tot 600 A: 250, 300, 375, 450, 525, 600.


Voor de fasebeveiliging bestaan er twee instellingen.

  • De lage instelling kan worden gekozen met de constante-tijdscurve of IDMT-curve. De IDMT-curve komt overeen met de CEI-norm 255-3. Daarnaast is er ook de omgekeerde standaardcurve, de sterk omgekeerde en de extreem omgekeerde curve.

  • De lage instelling kan ook worden gebruikt met de RI-curve.

  • De hoge instelling wordt gebruikt met de constante-tijdscurve.

Aardlekbeveiliging

De werking van de aardlekbeveiliging steunt op het meten van de reststroom. Hierbij wordt de som van de secundaire stromen van de opnemers gebruikt. Net zoals bij de fasebeveiliging zijn er twee instellingen mogelijk voor de aardlekbeveiliging.


De elektrische kenmerken van de vermogenschakelaar moeten minstens de volgende zijn:

  • Nominale stroom: 630 A

  • Onderbrekingsstroom : 20 kA / 12kV

20 kA / 17,5 kV

16 kA / 24 kV


6.1.Doorvoeringen en kabeleindsluitingen


De doorvoeringen voor de aansluiting van de kabels moeten zich vooraan bevinden. Aansluitingen op de zij-, boven- of de achterkant worden niet aanvaard.

De doorvoeringen liggen op één lijn om het eventuele kruisen te vergemakkelijken bij een omgekeerd draaiveld.

Het type kabeleindsluitingen moet voldoen aan de norm EN-50181


  • type C 630 A M16 voor de schakelaars, lijncontactoren en vermogenschakelaars voor de transformatorbeveiliging (I - D - B)

  • type A 200 A voor de door smeltveiligheden beveiligde transformatorvertrekken. (Q)

6.2.Vergrendelinrichtingen


De vermogenschakelaars en de lastschakelaars met smeltveiligheden kunnen in de "open" stand worden vergrendeld.

De schakelaars en aardingsscheiders kunnen in de "open" of "gesloten" stand worden vergrendeld.

Deze vergrendelingen moeten mogelijk zijn met behulp van 1 tot 3 hangsloten met een diameter van 6 tot 8 mm.

6.3.Spanningsdetectoren


Elke functie is volgens de CEI-norm 61243-5 uitgerust met een spanningsdetector met hoge impedantie op de voorzijde, om de aan- of afwezigheid van spanning op de kabel aan te geven.

6.4.Bedieningshendel


De bedieningshendel is uitgerust met een anti-reflexmechanisme dat elke poging tot onmiddellijk heropenen na een sluiting van de aardingsschakelaar belet.

Alle handmatige bedieningen gebeuren via de voorzijde van het toestel.

De kracht die door de operator op de hendel wordt uitgeoefend, mag niet groter zijn dan 250 N.

6.5.Synoptisch paneel op de voorzijde


De voorzijde heeft beschermingsgraad IP2XC. Deze zijde bevat een synoptisch paneel dat duidelijk de verschillende functies weergeeft.

De standindicatoren geven de echte stand van de hoofdcontacten aan. De operator kan deze indicatoren duidelijk zien.

De werkingsrichting van de hendel is duidelijk aangegeven op het synoptische paneel.

Het kenplaatje geeft duidelijk de elektrische kenmerken van het toestel aan.


6.6.Afstandsbediening van de RMU’s


Een beperkt aantal activiteiten is vereist om de RMU van op afstand te bedienen.

Het is mogelijk de schakelaar of de vermogenschakelaars van op afstand te bedienen d.m.v. een op de bedieningsmechanismen gemonteerde motorisering.

Motoriseringen kunnen meteen bij de bestelling in de fabriek worden gemonteerd, of later op de site wanneer dit nodig blijkt. Hulpcontacten voor de indicatie van de stand zijn eveneens vereist.

De plaatsing van de motorisering mag de handmatige werking van het toestel in geen enkel geval beletten of verstoren. Een hulpcontact moet het gebruik van de gemotoriseerde werking beletten als de resethendel zich in het bedieningsmechanisme bevindt.


6.7.Afmetingen


Compacte standaarduitvoering

hoogte diepte breedte

2 functies 1140 mm 710 mm 830 mm

3 functies 1140 mm 710 mm 1186 mm

4 functies 1140 mm 710 mm 1620 mm

Uitbreidbare uitvoering

3 functies uitbreidbaar naar rechts 1140 mm 710 mm 1216 mm

4 functies uitbreidbaar naar rechts 1140 mm 710 mm 1650 mm

1 dubbele functieuitbreidingsmodule 1140 mm 710 mm 532 mm


6.8.Afwerking


Het product is geschikt om gebruikt te worden in warme en vochtige omgevingen en vergt weinig onderhoud. De fabrikant moet een verslag kunnen voorleggen van de test waarbij het bedieningsmechanisme gedurende minstens 200 uur aan zilte mist wordt blootgesteld overeenkomstig de CEI 68-2-2.
Alle metalen onderdelen hebben een corrosiewerende behandeling ondergaan.
Aan de bovenzijde van het toestel zijn er 2 hijsringen voorzien voor het transport.
Het product wordt geleverd met een indienststellings- en gebruikshandleiding in het Nederlands en het Frans.

Type- en routineproeven


Afhankelijk van de samenstelling van het toestel zijn verschillende typetestcertificaten verkrijgbaar:

  • Schokgolfweerstandstest

  • Verhittingstest

  • Korte-duurstroomtest

  • Mechanische-duurzaamheidstest

  • Controle van de beschermingsgraad

  • Inschakelvermogen van de schakelaars, vermogenschakelaars en aardingsschakelaars

  • Onderbrekingsvermogen van de schakelaars en vermogenschakelaars

  • Interne-boogtest

  • Zoeken van gedeeltelijke ontladingen

De door de fabrikant uitgevoerde routinetests worden opgetekend in een testverslag dat door de afdeling kwaliteitscontrole wordt ondertekend. Het verslag bevat de resultaten van de volgende tests en controles:



  • Conformiteit met de plannen en schema’s,

  • Meting van de openings- en sluitingstijden,

  • Meting van de koppels,

  • Controle van de vuldruk,

  • Controle van de dichtheid,

  • Controle van de gedeeltelijke ontladingen op de individuele componenten,

  • Diëlektrische controle en controle van de weerstand van de vermogenkringen.

Kwaliteit


Op verzoek van de klant dient de fabrikant te bewijzen dat hij een kwaliteitsprocedure volgt die aan de volgende normen voldoet:


  • Gebruik van een kwaliteitshandleiding goedgekeurd en ondertekend door een vertegenwoordiger van het top management.

  • Periodieke bijwerking van de handleiding zodat deze het kwaliteitscontroleproces correct weergeeft.

  • ISO 9001-certificering versie 2000

  • ISO 14001-certificering.




RMU specification Page





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina