1 Bespreek de soorten cysten die in de kaak voorkomen (indeling)



Dovnload 29.38 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte29.38 Kb.
1 - Bespreek de soorten cysten die in de kaak voorkomen (indeling),

hun etiologie, symptomen en behandeling. In welk opzicht is kennis



van kaakcysten belangrijk bij medische diagnostiek ?


  1. dentogene cysten

    1. etiologie

  • uit tandvormend epitheel

    • epitheelresten van malassez (hertwig schede)

    • overblijfselen van de tandlijst (serres)

    • resten van glazuurvormend epiteel

    • ontstaansmechanisme niet hetzelfde voor alle vormen

      • radiculaire cyste rond de wortel van een tand, infectieuze prikkel leidt tot epitheelproliferatie. (malassez)= verwikkelingscysten

      • Follliculaire cyste: zijn eerder een ontwikkelingsanomalie bv folliculaire cyste rond de kroon van een niet uitgekomen tand (serres) = verwikkelingscysten

      • Residuele cyste: radiculaire cyste die verder ontwikkeld als tand geëxtreheerd werd.

      • Primordiale cyste, vroege ontwikkelingsanomalie, ontstaat ipv een tand

      • Epstein parels, kleine cystes uit resten tandlijst

    1. symptomen

  • verwikkelingscysten, radiculaire cyste

    • meestal geen en dus toevallige radiologische vondst

    • apicale zwelling zonder ontstekingsteken, blauwe verkleuring, pingpong bal effect, fluctuatie

    • expansie alveolaire kam, buccale omslagplooi

    • divergentie tussen de wortels van de tanden

    • infectie: weke delen ontsteking

    • na jaren: zwelling van de kaken en fractuur ev.

    • als ze in de laterale bovenkaak zitten verdringen ze de sinus waardoor het osteomentaalcomplex kan afgeklemd raken +vergroeiing wanden odontogene sinusitis maxilaris

    • onderkaak: groei naar achter, bij grote afmetingen n. alveolaris inf. + foramen mentale naar onder verdringen.

  • Ontwikkelingcysten, folliculaire cysten

    • Meer agressief

    • Geen tand: secundaire retentie en ectopische tandpositie

    • Eruptiecyste is er een soort van: blauwe verkleuring mucosa

    1. Behandeling

  • radiculaire cyste: allemaal verwijderen, marsupilatie (cystewand blijft behouden) of enucleatie (alle pathologisch weefsel weg). Afhankelijk van grootte van de cyste en tamponade en secundaire sluiting. De oorzakelijke tand: extractie, apexresectie, endodontie of kroonherstel. Buurtanden, vitaal? Bij sinusprobleem want tussen sinus en cyste wegnemen (antralisatie).

  • Folliculaire cyste: omdat er een evolutie tot ameloblastoom kan gebeuren alles verwijden en APO. Enucleatie en verwijdering causale tand.

  • Primordiale cyste: verwijderen

  • Epstein parels: zijn onschuldig en verdwijnen spontaan, geen behandeling.

  1. fissurale cysten

    1. etiologie

  • ontstaan uit niet odontogeen epitheel, inclusies van embryonale processi.

    • Nasopalatinale cyste op middellijn tussen wortels centrale snijtanden

    • Globulomaxillaire cyste tussen laterale snijtand en hoektand in bovenkaak.

    • Nasolabiale en mediane cysten in onderkaak

    1. Symptomen

  • tussen de wortels van de tanden dus deze worden uit elkaar verdrongen

  • nasopalatinale: zwelling bv thv palatum, in de neusbodem, bilateraal septum nasi

    1. behandeling

  • enucleatie/marsupilatie, tanden zijn vitaal dus geen tandverzorging nodig

  1. keratocysten

    1. etiologie

  • het is een histologische entitiet

  • epitheel zeer sterk verhoord, overvloedig keratine dus lumen met dikke brij gevuld

  • de verschillende cysten kunnen zich zo presenteren vooral folliculaire en primordiale cysten dus etiologie van die cyste

    1. symptomen

  • agressief, grote uitbreiding vooral in de streek van de kaakhoek. Expandeert de corticalis.

  • Kan tandwortels eroderen

  • Grote recidief neiging.

    1. Behandeling

  1. pseudocysten

  • geen epitheliale membraan

  • traumatische beencysten: scherp begrenst. Tanden zijn vitaal. Er zit bloed in. Veroorzaakt door trauma waarbij bloeduitstorting en botresorptie optreedt. Eenvoudige curretage noodzakelijk voor diagnose.

  • Idiopathische beencaviteit: goed afgerond onderkaak. Gevuld met klierweefsel van de glandula mandibularis. Door ct geen behandeling nodig.

  • Aneurysmale botcyste: wijdmazig honinggraatachtig, dunne beenlamel, bindweefsel met brede met bloed gevulde lacunes. Kan aanleiding geven tot serieuze bloedingen bij tandextractie. Kan ook door AV malformatie daarvoor angiografie en embolisatie nodig.

Als arts is het belangrijk om aan cysten te denken in de differentiaal diagnostiek met maligniteit. Niet elke rx opklaring in de kaken is een tumor.
2 – Welke odontogene tumoren kent U en in welke mate wijkt hun

voorkomen verloop en behandeling af van dit bij cysten in de kaak?


Ameloblastoom:



  • ontstaat uit ameloblasten, uit jongere minder gedifferentieerde cellen als het glazuur. Tussen 20-50 jaar. Vooral in Afrika.

  • Groeit zeer langzaam centraal in het kaakbeen. Als er pijn is: secundaire infectie. Metastaseert niet (0,2%) maar lokaal erg verwoestend vooral bij recidief. Tanden komen los.

  • Niet goed afgekapseld met veel uitlopers: brede resectie tot in gezond weefsel. Als de corticalis is aangetast moet deze ook mee weg en moet er een reconstructie gebeuren.

Odontoma:

  • gemengde oorsprong er zijn compound en complex varianten.

  • Meestal geen symptomen, soms niet doorbreken van tanden door agenesie of obstructie.

  • Heelkundige wegname met APO zeer zelden vind je een ondontoameloblastoom.

3 – Vooral de onderverstandskies vormt aanleiding tot heel wat

problemen en verwikkelingen in de mondholte. Daarom wordt hij vaak

curatief maar ook preventief verwijderd op jeugdige leeftijd . Kunt U

de pathologische problematiek van de M3 inferior bespreken en de

redenen voor deze profylactisch therapeutische houding toelichten.


  • Via de sulcus kan je een parodontogene ontsteking krijgen van de kroonzak (pericoronitis) op een tand die nog niet doorgekomen is.

  • De verwijdering gebeurd preventief of na de eerste pericoronitis

  • Acute apicale pericoronitis is een spontane kloppende pijn. Meestal ontstaat het uit een onopgemerkte chronische pericoronitis. Uit die acute pericoronitis kan dan weer na enkele dagen een abces ontstaat. Het lost zichzelf niet op.

  • Dit abces kan regionaal uitbreiden wat een probleem is dat tandheelkundig moet worden opgelost maar niet zo erg.




  • De grote problemen zijn een abcessus migrans en de loge ontstekingen

    • Absessus migrans: De etter volgt een traject tussen de inserties van de m. buccinator en de m. masseter,

      • naar voor: de puscollectie verschijnt bij de voorrand van de masseter

    • logeontsteking: de etter collectie ledigt zich niet naar buiten maar breekt naar binnen door in aanpalende anatomische loges in de hoofd en halsstreek

      • levensbedreigende situatie!

      • Posterieur naar de kauwspieren: trismus

      • Naar craniaal: zwelling fossa temporalis

      • Naar pharynxwand: luchtwegobstructie en dysphagie

      • Via de vaten in de vagina carotis: algemene septicemie en shock

      • Bovenkaak naar craniaal naar orbita en voorste schedelbasis: tromboflebitis sinus cavernosus.

      • Achter de m. mylohyoideus naar hoge halsstreek (losmazig): uitgebreide diffuse flegmone: angina van ludwig. Respiratoire dyspnee die intubatie nodig heeft. Leidt tot MOF.

4 – In welke omstandigheden is er plaats voor gebruik van antibiotica

bij dentogene en parodontogene infecties in de mondholte? ( De

indicaties daartoe) . Zo ja, welke antibiotica verdienen de voorkeur,

en in welke modaliteit worden zij toegediend.


  • oedemateuze cellulitis fase van een abces wanneer nog geen ettercollectie is gevormd. Gecombineerd met tandheelkundige behandeling.

  • Als er een ernstige infectie aanwezig is na drainage van een abces. Penicilline IV ev in combinatie met flagyl

  • Bij loge ontstekingen: dringend, antibiotisch schema aangepast later aangepast op informatie uit het antibiogram.

  • Osteomyelitis: langdurig en in hoge dosis.

  • Osteoradionecrose: langdurig.

  • Biphosphonaat osteochemonecrose: chronisch.

  • Wel vaak in profylaxe als een afwijking in cardiovasculair systeem of een heel hoog risico op verspreiding infecite. Bij een bloederige ingreep in de mondholte.

    • 2 g amoxycilline po 1x 1 uur voor ingreep

    • 2 g ampicilline iv 1 X 30 min voor ingreep als onbekwaam voor orale iname.

    • Bij allergie aan penicilline: clindamycine 600 mg po 1x 1 uur voor ingreep of iv als onbekwaam voor inname. Eventueel: azitromycine, cephalexine, cefadroxil…



5 – Kunt u het potentiële locale en regionale verloop beschrijven van

de periapicaal ontstane dentogene infectie, en in elke fase de



behandeling hiervoor toelichten?



  1. lokaal

  • door een beperkt geopende kroonzak of een verdiepte parodontale pocket of bij de gebitswisseling kan de pathogene mengflora binnendringen: er ontstaan en pulpanecrose en de wortelkanaalnecrose.

  • Pulpanecrose: onstekingsoedeem met drukopbouw. Veneuze afvoer apicaal geïnhibeerd: compartiment syndroom. Necrose na enkele dagen. Dit is een focus voor anaërobe microbiële ontwikkeling. De ontsteking dringt voorbij de apex in de parodontale spleet en in het alveolaire bot.

    • Chronische apicale peridontitis: arm aan symptomen, hoogstandsgevoel, patiënt vermijdt erop te bijten. Soms enkel verkleuring tand. Schade aan kroon en wortel. Tand is niet vitaal. Kan lang duren. Cave hematogene uitzaaiing of secudaire reactie van risicopatiënten. Endodontische behandeling (door tand), apexresectie of extractie.

    • Acute apicale parodontitis: plotse omslag bij warm weer, verzwakking gastheer of na behandeling om pulpanecrote verwijderen. spontane en kloppende pijn. Na enkele dagen mogelijk kaakabces.

    • Oorzakelijke behandeling: reinigen, ontsmeten, vullen wortelkanaal. Geen AB bij niet risico patiënt. Pijn verlichten door drainage apicale regio (endodontitis of apicotomie). Soms tandextractie.

  1. regionaal

  • uitbreiding van de periapicale ontsteking

  • naar oppervlakte doorbreken via 4 fases.

    • Periapicale fase:

    • Spongieuze of medullaire fase

    • Subperiostale fase

    • Subepitheliale fase

  • Uiteindelijk dus collectie van etter onder het epitheel (intraoraal onder de mucosa of extraoraal onder de huid). De overliggende weke delen vertonen ontstekingsverschijnselen: roodheid, zwelling, pijn en functiebeperking.

  • Cellulitis(ontstekingsoedeem) flegmoneuze fase(multipele kleine pus haardjes,hard en rood)abcedatie (pus in 1 ruimte, fluctuatie) doorbraak.

  • Volgt de weg van de minste weerstand, anatomische verhoudingen. Iedere tand voorkeursplaats.

  • antibiotica enkel in cellulitifase

  • tandheelkundige behandeling, als abces gerijpt (fluctuatie) geïncideerd en gedraineerd.

  • Als nog medullair of periapicaal: epicotomie

  • Oorzakelijke tand steeds behandelen

  • Flegmone: geen AB, inefficiënt en tragere genezing met residuele weefselinduratie, beter rijping versnellen door infra rood straling of thermisch verband ondersteund met analgetica.

  • Neem stalen bij drainage, kweek en resistentiebepaling.

  • Als ernstig AB (ampicilline IV + flagyl)




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina