1 Bestuur en bestuurlijke inrichting 1 Algemeen 1 Resoluties en notulen



Dovnload 0.81 Mb.
Pagina5/11
Datum22.07.2016
Grootte0.81 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

6.1.3 Administratie van eigendommen
3152-3161 Kaarten van delen van het Gooi,

z.d., 1723, 1820. 11 stukken


3152 Van een perceel grond kadastraal bekend gemeente Bussum sectie C nummer 533, groot ongeveer 9 hectaren 40 aren, en gelegen tussen de Nieuwe ’s Gravelandse weg en de Ericaweg, blauwdruk, z.d. 1 stuk

3153 Van de Gooische Heide, z.d. 2 stukken

N.B. in tweevoud. Het perceel is aan drie zijden grenzende aan dhr. Thierens, een zijde aan dhr van Rossum en een zijde Z.O. de heide.

3154 Van een gebied tussen Laren en Huizen, z.d. 1 stuk

N.B. Het betreft waarschijnlijk het gebied ten noordwesten van de Tafelberg.

3155 Van een perceel genummerd 1184 en gelegen langs de Witte Kruislaan en Nieuwe Craailosche weg en omsluitende het crematorium, nummer 1061, z.d. 1 stuk

N.B. In viervoud aanwezig.

3156 Van een perceel grond, kadastraal bekend gemeente Hilversum sectie C nummer 990, nabij de Liebergerweg, z.d. 1 stuk

3157 Van een perceel heide langs de ’s-Gravelandseweg, nabij de Blaricumseweg, Botweg en Looberg, groot ongeveer 10 à 12 bunder, z.d. 1 stuk

3158 Van een stuk weiland onder de gemeente Naarden sectie C nummer 270, groot 58 roeden 60 ellen en de halve sloot sectie C nummer 269 ongeveer 26 roeden, z.d. 1 stuk

3159 Sectie C 155, z.d. 1 stuk

3160 Van de limietscheiding van Gooiland met Utrecht door Maurits Walraven, 1723. 1 stuk

N.B. Het origineel hangt in het gemeentehuis in Huizen, een kleurenkopie op de studiezaal in Naarden.

3161 Van de Hilversumse Meent door A. Perk, 1820. 1 stuk

N.B. Kaart getekend door A. Perk schaal 1:100 (Rijnlandse roeden). Inkt op papier; ingekleurd;aquarel. In 1919 door C. Vlaanderen Kzn. geschonken.
3162-3167 Ingekomen kennisgevingen van de hypotheekbewaarder en gemeentebesturen betreffende kadastrale nummerveranderingen,

1855, 1863-1865, 1877, 1881-1889, 1891-1896, 1898, 1900, 1903, 1907-1913. 6 omslagen


3162 Blaricum, 1877, 1883, 1887-1888, 1896, 1898, 1900, 1910.

3163 Bussum, 1864, 1883, 1885, 1889, 1891, 1898, 1903.

3164 Hilversum, 1855, 1863, 1865, 1882-1889, 1895, 1898, 1900, 1910-1913.

3165 Huizen, 1877, 1881, 1898.

3166 Laren, 1883, 1889, 1893, 1896, 1898, 1908, 1910-1911.

3167 Naarden, 1882, 1885-1896, 1907, 1910.


3168 Extract uit het register der resoluties van de Gecommitteerde Raden van Holland en Westfriesland betreffende toezending, op verzoek van burgemeesters en regeerders van de stad Naarden en de buurmeesters van de dorpen in Gooiland, van een authentieke kopie van de kaart die de landmeter Cornelis Brouwer uit Naarden gemaakt heeft van de hofstede en de landerijen van Pieter Willemsen gelegen te Groot Bussum in 1669 in plaats van de oorspronkelijk gevraagde kaart, afschrift,

10 maart 1777. 1 stuk


3169 Ingekomen brief van Jan van den Brink, schout van Laren, waarbij hij verzoekt een perceel land gelegen op de Hilversummer Maat, staande op naam van Jan Goossen van den Brink, over te schrijven op naam van Cornelis Rebel te Huizen of zijn zoon Hendrik Rebel,

4 maart 1820. 1 stuk


3170 Notitie van notaris De Roeper uit Naarden betreffende het eigendom van percelen grond,

24 mei 1841. 1 stuk


3171 Ingekomen brief van de kapitein, eerstaanwezend ingenieur, P.H. van der Kamp te Naarden betreffende toezending van een proces verbaal van de grensbepaling van ’s Rijks Militairen grond te Naarden en de gronden van Stad en Lande van Gooiland,

16 juli 1848. 1 stuk


3172 Ingekomen brief van de burgemeester van Muiden met de mededeling aangaade een nader onderzoek naar een kaart waarop de limieten van Muiderberg staan aangetekend,

25 juni 1851. 1 stuk


3173 Ingekomen brief van de heer W. Macalester Loups, ontvanger der Domeinen te Weesp betreffende de juiste naam voor de Vergadering van Stad en Lande van Gooiland wegens overschrijving van enkele percelen kadastraal bekend Hilversum sectie H nummers 698 t/m 706 op naam van Stad en Lande van Gooiland,

1 september 1860. 1 stuk


3174 Omschrijving van het grondgebied van de meent in Naarden, Blaricum, Huizen en Hilversum met opgave van de kadastrale nummers en de nummers van de kaart van Ottens,

3 december 1860. 1 stuk


3175 Ingekomen brief van de ontvanger der registratie te Weesp inzake het niet meer driemaandelijks ter inzage te hoeven aanbieden van het repertoire van akten aangezien de vergadering van Stad en Lande niet onder de betreffende wetten en decreten valt, met staat van het voor gezien tekenen van het inzien van het repertoire van akten over de periode 1852-1860,

december 1860. 1 stuk


3176 Afschriften van uitgegane brieven van 31 oktober 1847, 24 oktober 1848 en 10 september 1860 betreffende de juiste te naam stelling van de in de scheiding met het Domein in 1843 verkregen gronden,

z.d. (na september 1860). 1 omslag


3177 Ingekomen brief van Jan van den Brink betreffende toezending van een lijst van de eigenaren van de maatlanden gelegen achter de gemeente van Blaricum,

5 juni 1862. 1 stuk

N.B. De genoemde lijst is niet bij deze brief aanwezig.
3178 Ingekomen brief van de gemeente Hilversum met verzoek tot wijziging in de tenaamstelling van een strookje grond nabij Berkenheuvel te Hilversum van Stad en Lande van Gooiland in H.H. Hengel,

20 maart 1863. 1 stuk


3179 Ingekomen brief van J.P. Dudok van Heel waarin hij bedankt voor de toezending van de tekening van het derde perceel heidegrond,

15 februari 1864. 1 stuk

N.B. Met verhandeling waarom het niet raadzaam is dat de zoon van aangeschrevene op twintigjarige leeftijd nog het vak van werktuigkundige bij de fabriek van de schrijver (Koninklijke fabriek van stoom en andere werktuigen) gaat leren.
3180 Verzoek aan het kadaster om opmeting van de percelen kadastraal bekend Hilversum sectie H nummers 453, 892 en 935, authentiek afschrift,

17 juli 1874. 1 stuk


3181 Ingekomen brief van de kapitein, eerstaanwezend-ingenieur van de Genie, 2e stelling te Naarden betreffende toezending van een exemplaar van het proces-verbaal van grensbepaling van 's Rijks militaire gronden van de batterij Vooruit Bussum,

2 januari 1879. 1 stuk


3182 Ingekomen brief van de ingenieur van de weg van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij betreffende correctie van de tenaamstelling van enkele percelen grond,

3 juni 1881. 1 stuk


3183 Ingekomen brief van de ingenieur van de weg van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij betreffende toezending van een kaart van het perceel Bussum sectie C nummer 277,

28 juni 1883. 1 stuk


3184 Ingekomen brief van de voorzitter van de Commissie voor de herziening van de belastbare opbrengst der ongebouwde eigendommen in het schattingsdistrict Amsterdam met verzoek om informatie betreffende het voorkomen van landerijen met afzonderlijke bemaling waarvan de kosten uitsluitend door die landerijen gedragen worden,

8 oktober 1883. 1 stuk


3185 Ingekomen brief van L. Burgers en gericht aan de heer Munnikenhuizen met de mededeling dat een perceel grond onder sectie A is gebracht teneinde later met belendende percelen verenigd te kunnen worden.

21 oktober 1884. 1 stuk


3186 Uittreksel uit het kadastrale plan gemeente Bussum sectie A nummer 2190, afgegeven aan L. Burgers,

1884. 1 stuk


3187 Ingekomen brief van de heer van Hattum met mededelingen omtrent de grenzen van perceel kadastraal bekend Bussum sectie C nummer 431, gelegen nabij de weg van Bussum naar Hilversum,

[1889]. 1 stuk


3188 Ingekomen brief van J.W.H. Rutgers van Rozenburg met de mededeling dat een schuur voor een deel op grond van de meent staat als gevolg van een foutieve aanwijzing door zijn huurder Kruiswijk alsmede aanname van aanbod een en ander ter plaatse te bekijken,

28 juni 1891. 1 stuk


3189 Ingekomen brieven van J. Reijn Az., meentmeester van Hilversum, en het Kadaster te Amsterdam betreffende het opmeten van diverse percelen in de kadastrale secties C, D en F van Hilversum,

1893-1895. 1 omslag


3190 Opdracht aan en correspondentie met W.F. Nieuwstadt, particulier landmeter werkzaam voor onder andere Stad en Lande van Gooiland,

1895-1896, 1900. 1 omslag


3191 Correspondentie met de Ingenieur-verificateur van het Kadaster te Amsterdam betreffende de werkwijze van het Kadaster,

1897, 1903. 1 omslag

N.B. Zie ook 2927 voor de verkoop die aanleiding was voor de correspondentie.
3192 "Staat van bezittingen in beheer bij de Vergadering van Stad en Lande van Gooiland" staat houdende opgave van de bezittingen, verdeeld naar gemeente en soort percelen,

12 december 1898. 1 stuk


3193 Correspondentie met notaris K.J. Perk te Hilversum en de landmeter W.F. Nieuwstadt te Amsterdam betreffende de ligging van de perceelsgrens ter hoogte van de heide nabij de Soestdijkerstraatweg in de gemeente Hilversum,

1898. 1 omslag


3194 Kennisgevingen van gemeenten betreffende het ter visie liggen van verzoeken om vergunning tot oprichting van inrichtingen welke gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken,

1899, 1904, 1906, 1908. 1 omslag


3195 Brief aan mr. Kuhn met opgave van de kadastrale registratie van de gronden waarop het huis, tuin en stoomgemaal van de Hilversumse meent staan, authentiek afschrift,

2 juli 1904. 1 stuk


3196 Stukken betreffende het laten overschrijven van de percelen kadastraal bekend Laren sectie A nummers 1623, 1625, 1626, 2383 en 2382 van gerechtigde tot de gemene heide en weide te Laren in de Vergadering van Stad en Lande,

1908-1909. 1 omslag


3197 Afschrift van een brief aan de landmeter W.F. Nieuwstadt waarin het bestuur meedeelt niet in te gaan op een voorstel van W.F. Nieuwstadt tot herziening van de grenzen onder Blaricum,

7 januari 1911. 1 stuk


3198 Correspondentie met de gemeentearchitect van Hilversum betreffende het eigendom van een strook grond met eikenhakhout langs de Bussummergrindweg nabij de zanderij van de HSM,

1911. 2 stukken


3199 Ingekomen brief van de weduwe J.J. Schreuder waarin zij om een onderhoud verzoekt zodat zij haar eigendom bij de Koedijk kan aangeven,

z.d. 1 stuk



6.2 Onderhoud en verbetering van de meenten

6.2.1 Meenten en heide
6.2.1.1 Algemeen
3200 Brief van de Commissie van Landbouw van het departement van de Zuiderzee inzake de opdracht aan de leden C. de Wolff en J. Huijdekoper van Maarseveen om te gaan praten met de Vergadering van Stad en Lande omtrent de ontginning van de woeste gronden in het Gooi, afschrift,

23 juli 1812. 1 stuk


3201 Ingekomen brieven van meentmeesters en scharende leden betreffende de wenselijkheid van het bemesten der meenten met kunstmest,

1873, 1895-1899. 1 omslag


3202 Circulaire aan de burgemeesters van Laren, Hilversum, Huizen en Blaricum inzake opgave van de uitkering aan genoemde gemeenten van een som geld groot ƒ 2000,00, zijnde buitengewone inkomsten wegens de verkoop van grond aan het Departement van Oorlog en verzoek tot inzending van plannen tot duurzame verbetering van de meent in de genoemde gemeenten met dit geld,

3 februari 1876. 1 stuk


3203 Ingekomen brieven van de rijksveearts B.M. Busing met de mededeling dat hij zich in Gooiland gevestigd heeft alsmede verzoeken om een toelage,

1882-1883. 2 stukken


3204 Voorstel van de voorzitter en de secretaris aan de Vergadering van Stad en Lande van Gooiland om een commissie in te stellen die gaat bezien of, ter verkrijging van weidegrond, een perceel grond tussen Bussum en 's Graveland, ter grootte van meer dan 40 hectaren, afgegraven kan worden,

1887-1888. 1 omslag


3205 Uitgegane brief aan C. Vlaanderen, wonende te Amersfoort, betreffende het in handen van een commissie stellen van diens voorstel tot verbetering van zanderijgronden, afschrift,

10 november 1893. 1 stuk


3206 Ingekomen en afschriften van uitgegane stukken betreffende aankoop, verhuur, uitleen en onderhoud van draagbaar spoor en kipkarren,

1897, 1901, 1910. 1 omslag



6.2.1.2 Bestrijding van ongedierte
3207 Rekesten aan de Staten van Holland en Westfriesland en Hare Koninklijke Hoogheid de prinses-douairière van Orange en Nassau met verzoeken om maatregelen tot vermindering van konijnen,

1760-1761. 1 omslag


3208 Ingekomen brief van de buurmeesters van Hilversum waarin zij meedelen dat er geen schade door konijnen aan de gemene heide en weide is maar wel aan privé-eigendom,

27 november 1762. 1 stuk


3209 Ingekomen brief van de houtvester en meesterknapen van Gooiland waarin zij toestemming verlenen om tweemaal per week, op maandag en zaterdag, gedurende de maanden december en januari op konijnen te jagen ,

17 november 1770. 1 stuk


3210 Ingekomen brief van de buurmeesters van Hilversum waarin zij instemmen om pro rato, tot wederopzegging, te contribueren in de premie van een gouden rijder op de door de jagers of koddebeiers te schieten wilde zwijnen,

3 maart 1772. 1 stuk


3211 Correspondentie met de houtvester van Gooiland, M. Straalman, inzake het "ruineren" of verminderen van konijnen in de maanden december en januari,

1772-1774, 1778-1779. 1 omslag


3212 Bekendmaking van het uitloven van premies voor degene die vossen gevangen heeft en aan het stadsbestuur van Naarden toont,

11 juli 1805. 1 stuk


3213 Correspondentie met de Landdrost en secretaris-generaal van het departement Amstelland betreffende de bestrijding van de konijnen, met rapportages van de dorpsbesturen van Huizen, Laren en Blaricum inzake de oppervlakte hout- en bouwland die onbruikbaar zullen worden indien het wild zich weer vermenigvuldigd zoals voordat men zelf mocht jagen en aantekeningen betreffende de belastingen die een gezin betaalt in 1806 waarvan de man bouwman en winkelier is,

1807-1808. 1 omslag


3214 Verzoeken van de schouten van Blaricum, Laren, Bussum, en Huizen om tot uitroeiing van de konijnen over te gaan alsmede afschrift van het adres aan Zijne Majesteit Koning Willem I om op konijnen te mogen jagen en verkrijging van het Koninklijk Besluit van 8 september 1819 nummer 123 houdende afwijzing van speciale toestemmingen en met opdracht aan de opperjagermeester houtvester der Noordelijke Provinciën om de vermenigvuldiging van de konijnen te stoppen,

1818-1819. 1 omslag



6.2.1.3 Afzonderlijke meenten
6.2.1.3.1 Hilversum
3215 Stukken betreffende verbetering van de Hilversumse Meent,

1851-1898 met hiaten. 1 omslag


3216 Bestek en voorwaarden waarnaar de molenmeesters van de Hilversumse Meent hebben aanbesteed het graven van waterleidingen, met staat van grondboringen en berekening van uit te graven grond,

1876. 2 stukken


3217 Bestek en voorwaarden waarnaar de molenmeesters van de Hilversumse meent hebben aanbesteed het graven van waterleidingen, verbreden en verdiepen van een gedeelte ringsloot en het vervoeren van zand,

1878. 1 stuk


3218 Bestek en voorwaarden waarnaar de molenmeesters van de Hilversumse Meent hebben aanbesteed het bouwen van een opzichterwoning op de Hilversumse Meent aan de Melkstraat 3, gedrukt,

1878. 1 stuk


3219 Bestek en voorwaarden waarnaar de meentmeesters van de Hilversumse Meent hebben aanbesteed het verrichten van metsel, timmer- en andere werken aan de opzichterswoning en het maken van een stuwdam nabij het machinegebouw op de Hilversumse Meent, met begrotingen,

1891. 1 omslag


3220 Bestek en voorwaarden waarnaar de meentmeesters van de Hilversumse meent hebben aanbesteed het maken van waterleidingen en sloten,

1892. 1 stuk


3221 Voorstellen tot verbetering van de bodemkwaliteit en waterbeheersing van de Hilversumse Meent door de molenmeesters van de Hilversumse Meent, een commissie tot beoordeling van het plan van de molenmeesters en schaarmeesters van Naarden,

1851, 1853, 1857. 1 omslag


3222 Verzoek van het gemeentebestuur van Hilversum om het veen, vrijgekomen bij het graven van een sloot op de Hilversummer Meent om het vee tijdens het melken bijelkaar te houden, te mogen verkopen om de kosten van het graven van de sloot te bestrijden,

27 juli 1861. 1 stuk


3223 Ingekomen brief van de gemeenteraad van Hilversum met een plan tot verbetering van de Hilversumse Meent door verkaveling, graven van sloten en uitmaling met behulp van een stoomgemaal, bezwaren tegen de oude verdeling van inkomsten alsmede uittreding van Hilversum uit de gemeenschap,

10 maart 1875. 1 stuk


3224 Antwoord van burgemeester en wethouders van Bussum aan burgemeester en wethouders van Hilversum op de brief van juni 1876 nummer 635 inzake verklaring van geen bezwaar tegen het verleggen van de heiweg zoals het in de genoemde brief is aangegeven,

29 juni 1876. 1 stuk

N.B. Met aantekening zie notulen 15 september 1876. Op de oude omslag stond Zwarte weg/Lage Naarderweg maar niet in het stuk.
3225 Ingekomen brief van de burgemeester van Hilversum met de mededeling dat de gemeenteraad het voorstel aangenomen heeft om op dezelfde wijze als bij resolutie van 30 oktober is bepaald, de gelden te besteden voortvloeiende uit de af te graven 25 bunders heide onder Hilversum,

15 december 1876. 1 stuk


3226 Aangaan van een huurcontract met Pieter van Nes voor de boerderij op de Hilversumse Meent,

1894-1895, 1901. 1 omslag


3227 Verkrijging van een vergunning door H. Klaassen, opzichter van de Hilversumse Meent, van de Commissarissen van het Zandpad tussen Amsterdam en Weesp om een paal te mogen plaatsen in de berm van de Loodijk tegenover het stoomgemaal van de meent waaraan ten behoeve van de overhaalpont een lijn zal worden bevestigd,

9 maart 1910. 1 stuk



6.2.1.3.2 Huizen
3228 Stukken betreffende verbetering van de Oostermeent te Huizen,

1853-1912 met hiaten. 1 omslag


3229 Ingekomen brief van P. Langerhuizen met een voorstel tot afzanding van de Huizer meent alsmede voorstel van de burgemeester van Huizen tot uitvoering van dit voornemen en verzoekschrift van erfgooiers om de reeds gestarte afgraving te verbieden,

1870. 1 omslag


3230 Verzoek van de meentmeesters van Huizen om gedurende 10 jaar jaarlijks ƒ 1000,- te mogen ontvangen voor verbetering van de Huizer Meent,

31 oktober 1896. 1 stuk



6.2.1.3.3 Naarden en Bussum
3231 Stukken betreffende verbetering van de Naarder Meent,

1845, 1877-1879. 1 omslag


3232 Processen verbaal van de aanbesteding voor het verbeteren van de meenten rond Naarden met mest en vuilnis alsmede het rijden van zeehout, klei en blokzoden naar de kade,

1898, 1900-1901 en z.d. 1 omslag


3233 Ingekomen brief van de buurmeesters van Bussum met het verzoek om 14 dagen uitstel inzake het inleveren van een rapport betreffende het vervenen van de Bovenmeent,

24 augustus 1805. 1 stuk


3234 Verzoek van S.H. Veer om het uitdiepen van een sloot, gelegen tussen de Hilversumse meent en zijn land in het Spiegel te Naarden, afschrift,

31 januari 1866. 1 stuk


3235 Afschrift van een brief van rijksveearts B.M.Busing gericht aan de gemeenteraad van Naarden inzake risico’s voor de gezondheid van grazend vee in de nabijheid van een kadaverkuil op de Naarder Meent,

3 februari 1885. 1 stuk


3236 Contract waarbij J. van den Berg, aannemer te Amersfoort, aanneemt het ophogen met zand en zwarte grond van het vroeger afgegraven terrein in de zanderij te Bussum ter grootte van 8 à 9 hectaren voor de som van 800 gulden per hectare,

17 oktober 1893. 2 stukken


3237 Verkrijging van vergunning van de minister van Oorlog tot afzanding binnen de verboden kringen te Bussum alsmede toezending van een afschrift aan de burgemeester van Bussum,

1894. 2 stukken



6.2.2 Waterstaat
6.2.2.1 Aanleg, verbetering en onderhoud van zeedijken
6.2.2.1.1 Algemeen
3238 "Reglement wegens het lossen en leggen van den turf en andere materialen op de Hilversumse Vaart", gedrukt,

1724. 1 stuk

N.B. Laatste wijziging is van 23 mei 1721, onder de streep, bij de vermelding van de drukker staat anno 1724.
3239 Ingekomen brieven van de gouverneur van Noord-Holland aan de meentmeesters van de Gooise meent binnen- en buitendijks waarin hij om opgave verzoekt van gegevens betreffende de waterstaat,

11 december 1827. 2 stukken

N.B. De brief is gericht aan de "H.H. Meentmeesters van de Gooische meent Binnendijks".
3240 Provinciaal blad van Noord-Holland 1881 nummer 82 houdende kennisgeving van de benoeming van J. Scholtens tot hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat, gedrukt,

16 november 1881. 1 stuk


3241 Opgave aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van de hoogten van buitengewone hoge waterstanden en de plaats daarvan gelegen langs de zeedijk tussen Naarden en het hek op genoemde dijk aan het einde van de meent, afschriften,

1883-1884, 1889, 1894-1895, 1897-1898. 1 omslag


3242 Opgaven aan de hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat van Noord-Holland van de zeewaterkerende werken ten behoeve van de herdruk van de Beredeneerde Staat van de verschillende werken,

1889, 1902. 1 omslag



6.2.2.1.2 Beheer van de Gooise Zomerkade
3243 Afschriften en transcriptie van het akkoord tussen de burgemeesters van de stad Naarden en de dorpen Huizen, Laren en Blaricum, de gecommitteerden uit de ingelanden en met instemming van de fungerende kademeesters, tot wijziging en in overeenstemming brenging met de wetgeving van het reglement of octrooi van de Gooise Zomerkade gelegen tussen Naarden en Eemnes,

1828, z.d. 1 omslag


3244 Extract uit de notulen van de Vergadering van Stad en Lande van Gooiland van 6 mei 1863 inzake het rapport van de commissie voor de herziening van het akkoord betreffende de Gooise Zomerkade en hare aansluiting met die van Eemnes,

[6 mei 1863]. 1 stuk


3245 Verzoekschrift aan het waterschap Eemnes om het bedrag dat gemoeid is met de jaarlijkse vergadering te verdubbelen, afschrift,

8 mei 1866. 1 stuk


3246 Aangaan van een contract met het bestuur van het waterschap Eemnes betreffende het onderhouden van gemeenschappelijke dijken en kaden en de Gooijergracht,

1877-1879. 1 omslag


3247 Aantekening van de secretaris betreffende de betaling van ƒ 4380,25 aan de Gooise Zomerkade,

21 september 1897. 1 stuk

N.B. Van het jaartal alleen een 7 aanwezig.

6.2.2.1.3 Aanleg en verbetering van zeedijken
3248 Overeenkomst van 29 januari 1633, gesloten tussen de burgemeesters en regeerders van Naarden en buurmeesters en regeerders van de dorpen Laren, Blaricum, Huizen en Hilversum, de regenten van de kerken en godshuizen te Naarden alsmede enige particulieren landgenoten van de maatlanden gelegen achter Huizen langs de Zuiderzee, tot aanleg van een zomerkade en het octrooi van 9 maart 1633 hierop verkregen van de Staten van Holland en Westfriesland, met transcriptie, authentiek afschrift,

z.d. (circa 1900), 1648. 2 stukken


3249 Akte waarbij Philips II, koning van Castilië enz., op 12 augustus 1577 het dijkrecht verleend aan de landgenoten ten oosten van de Vecht bij Muiden, authentiek afschrift,

31 oktober 1678. 1 stuk


3250 Extract uit de resoluties van de heren Staten van Holland en Westfriesland betreffende het stellen van voorwaarden aan het herstel van de dijken ten westen en ten oosten van Muiden die als gevolg van zware stormen beschadigd zijn en opgehoogd moeten worden, gedrukt,

7 mei 1678. 2 stukken

N.B. Het betreft hier de gehele zeedijk tussen Amsterdam en Naarden. Deze werd zwaar beschadigd door stormen in november 1675, tussen Muiden en Naarden ontstonden alleen al 11 zogenoemde walen (dit zijn doorbraken). De reparatie werd al in oktober 1677 weer aangetast door een nieuwe zware storm. Dubbel.
3251 Correspondentie met de Gecommitteerden en Geërfden van Eemnes Buitendijk betreffende het verzoekschrift van Eemnes om de Vet[ten]dijk te verhogen wegens de overstroming van genoemde dijk en enig land tijdens de hoge waterstand van 14 en 15 november 1775 alsmede het verbreden van de Gooijergracht wegens het vergroten van het gebied dat via de genoemde watergang loost op de Zuiderzee,

1776. 2 stukken

N.B. De naam komt voor als Vetdijk, Vettendijk en Vetdijkje.
3252 Bestek waarnaar de gecommitteerden uit de Vergadering van Naarden-Bussum en belanghebbende dorpen hebben aanbesteed het repareren en verzwaren van de zeedijk vanaf de stenen beer bij de stad Naarden tot aan het hek staande op de zeedijk,

22 juli 1808. 1 stuk

N.B. Dit is in de richting van Muiderberg.
-.- Verzoek van de meentmeesters van Naarden en Bussum om een gedeelte van de aangekochte grond in het Groote Gat publiek te mogen verkopen omdat het de afgelopen tien jaren niet gelukt is de zeekade te versterken tegen noordwester storm,

23 april 1859. 1 stuk

N.B. Zie inventarisnummern 3012.
3253 Ingekomen brief van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland met opdracht de dijkkruin van de zeedijk ter plaatse van de meent te verbeteren,

25 oktober 1866. 1 stuk


3254 Extract uit de notulen van de Vergadering van Stad en Lande van Gooiland van 3 augustus 1808 betreffende het treffen van voorzieningen omdat de koeien en paarden veel schade toebrengen aan de te versterken zeedijk ten noordwesten van Naarden, afschrift,

z.d. [circa 1900]. 1 stuk


3255 Ingekomen advies van procureur mr. H. Modderman inzake het verzoek van dijkgraaf en hoogheemraden van de zeedijk beoosten Muiden een deel van de zeedijk ten noordwesten van Naarden op te hogen,

1913. 2 stukken




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina