1. Bij haar besluit van 1 april 1987



Dovnload 2.21 Mb.
Pagina1/18
Datum22.07.2016
Grootte2.21 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18




TOELICHTING

1. Bij haar besluit van 1 april 19871 heeft de Commissie haar diensten opgedragen alle besluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren, waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de bepalingen ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren.

2. De Commissie heeft een aanvang gemaakt met de codificatie van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer2. De nieuwe verordening moest de verschillende handelingen die erin zijn verwerkt vervangen3.

3. Intussen is het Verdrag van Lissabon in werking getreden. Artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat de wetgever de bevoegdheid om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling, kan overdragen aan de Commissie. Artikel 291 VWEU bepaalt dat de wetgever uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie kan toekennen indien het nodig is dat juridisch bindende handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden worden uitgevoerd. Overeenkomstig die artikelen door de Commissie vastgestelde handelingen worden volgens de terminologie van het VWEU „gedelegeerde handelingen” (artikel 290, lid 3), respectievelijk „uitvoeringshandelingen” (artikel 291, lid 4) genoemd.

4. Verordening (EG) nr. 338/97 bevat bepalingen ten aanzien waarvan een dergelijke bevoegdheidsdelegatie of toekenning van uitvoeringsbevoegdheden passend kan zijn. De codificatie van Verordening (EG) nr. 338/97 moet daarom worden omgezet in een herschikking, teneinde de noodzakelijke wijzigingen te kunnen opnemen.

5. Dit voorstel voor een herschikking is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie, in 22 officiële talen, van Verordening (EG) nr. 338/97 en de handelingen tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie. Voor zover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage III bij de herschikte verordening.



ê 338/97 (aangepast)

2012/0196 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer

(Herschikking)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel Ö 192, lid 1 Õ ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het voorstel aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité4,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's5,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure6,

Overwegende hetgeen volgt:

ò nieuw

(1) Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer7 is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd8. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die verordening te worden overgegaan.

ê 338/97 overweging 1 (aangepast)

ð nieuw

(2) Ö Deze verordening Õ heeft ten doel de Ö bescherming te waarborgen van in het wild levende Õ dier- en plantensoorten Ö die door de Õ handel Ö worden bedreigd Õ ð of zouden kunnen worden bedreigd ï .



ê 338/97 overweging 3

(3) De bepalingen van deze verordening doen geen afbreuk aan de strengere maatregelen die de lidstaten met inachtneming van het Verdrag kunnen nemen of handhaven, met name wat betreft het houden van specimens van soorten die onder deze verordening vallen.



ê 338/97 overweging 4

(4) Het is van belang objectieve criteria vast te stellen voor het opnemen van in het wild levende dier- en plantensoorten in de bijlagen bij deze verordening.



ê 338/97 overweging 5 (aangepast)

(5) De tenuitvoerlegging van deze verordening vergt dat er gemeenschappelijk voorwaarden worden toegepast voor de afgifte, het gebruik en de overlegging van de documenten in verband met de toestemming om specimens van de soorten die onder deze verordening vallen, in de Ö Unie Õ binnen te brengen of uit de Ö Unie Õ uit te voeren dan wel weder uit te voeren. Het is van belang specifieke bepalingen vast te stellen voor de doorvoer van specimens door de Ö Unie Õ.



ê 338/97 overweging 6 (aangepast)

(6) Een administratieve instantie van de lidstaat van bestemming, bijgestaan door de wetenschappelijke autoriteit van die lidstaat, heeft tot taak, in voorkomende gevallen met inachtneming van een advies van de wetenschappelijke adviesgroep, een beslissing te nemen over de verzoeken om specimens in de Ö Unie Õ te mogen binnenbrengen.



ê 338/97 overweging 7 (aangepast)

(7) Ö In het kader van Õ de bepalingen inzake wederuitvoer moeten worden Ö voorzien in Õ een raadplegingsprocedure om het risico van overtredingen te beperken.



ê 338/97 overweging 8 (aangepast)

(8) Er kunnen, ten behoeve van een doeltreffende bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten, aanvullende beperkingen worden opgelegd voor het binnenbrengen van specimens in de Ö Unie Õ en de uitvoer uit de Ö Unie Õ. Deze beperkingen voor levende specimens kunnen op Ö Unieniveau Õ worden aangevuld met beperkingen voor het houden en het vervoer binnen de Ö Unie Õ.



ê 338/97 overweging 9

(9) Het is noodzakelijk specifieke bepalingen vast te stellen voor specimens die in gevangenschap zijn geboren en opgegroeid of kunstmatig zijn voortgebracht, voor specimens die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, alsmede voor leningen, schenkingen of uitwisselingen voor niet-commerciële doeleinden tussen bekende wetenschappers en erkende wetenschappelijke instellingen.



ê 338/97 overweging 10 (aangepast)

(10) Ten behoeve van een volledigere bescherming van de onder deze verordening vallende soorten, is het noodzakelijk bepalingen vast te stellen voor de controle in de Ö Unie Õ op de handel en het vervoer van de soorten, alsmede op de manier waarop deze worden ondergebracht. Voor de certificaten die uit hoofde van deze verordening worden Ö afgegeven Õ en die bijdragen tot de controle op deze activiteiten, moeten gemeenschappelijk regels worden vastgesteld inzake afgifte, geldigheid en gebruik.



ê 338/97 overweging 11 (aangepast)

(11) Er moeten maatregelen worden genomen om de negatieve gevolgen voor de levende specimens van het vervoer naar, uit of binnen de Ö Unie Õ, zo gering mogelijk te houden.



ê 338/97 overweging 12 (aangepast)

(12) Ten behoeve van een doeltreffende controle en ter vergemakkelijking van de douaneprocedure, is het van belang douanekantoren aan te wijzen die over gekwalificeerd personeel beschikken en die zullen worden belast met het vervullen van de nodige formaliteiten en bijbehorende verificaties bij het binnenbrengen in de Ö Unie Õ teneinde de specimens een douanebestemming te geven in de zin van Verordening (EEG) [nr. 2913/92] van de Raad [van 12 oktober 1992] tot vaststelling van het communautair douanewetboek9, of bij uitvoer of wederuitvoer uit de Ö Unie Õ. Men dient eveneens te beschikken over voorzieningen die garanderen dat de levende specimens zorgvuldig worden ondergebracht en behandeld.



ê 338/97 overweging 13

(13) Voor de tenuitvoerlegging van deze verordening door de lidstaten moeten ook administratieve instanties en wetenschappelijke autoriteiten worden aangewezen.



ê 338/97 overweging 14

(14) Voorlichting en bewustmaking van het publiek, met name op de grensposten, over de uitvoeringsbepalingen van deze verordening, kunnen de naleving van deze bepalingen vergemakkelijken.



ê 338/97 overweging 15

(15) Ten behoeve van een doeltreffende toepassing van deze verordening, moeten de lidstaten aandachtig toezien op de naleving van haar bepalingen en moeten zij daartoe nauw met elkaar en met de Commissie samenwerken. Dit vereist dat er informatie in verband met de tenuitvoerlegging van deze verordening wordt doorgegeven.



ê 338/97 overweging 16

(16) Het toezicht op de omvang van het handelsverkeer in de in het wild levende dier- en plantensoorten die onder deze verordening vallen, is van cruciaal belang voor de beoordeling van de effecten van de handel op de staat van instandhouding van de soorten. Er moeten gedetailleerde jaarverslagen worden opgesteld volgens een gemeenschappelijk model.



ê 338/97 overweging 17

(17) Het is voor de naleving van deze verordening van belang dat de lidstaten aan personen die inbreuken plegen adequate sancties opleggen die in een passende verhouding staan tot de aard en de ernst daarvan.



ê 338/97 overweging 19

(18) Gezien de talrijke biologische en ecologische aspecten die bij de tenuitvoerlegging van deze verordening in aanmerking moeten worden genomen, is het van belang een wetenschappelijke studiegroep op te richten waarvan de adviezen door de Commissie aan het comité en aan de administratieve instanties van de lidstaten zullen worden meegedeeld teneinde deze bij hun besluitvorming te helpen.



ê 398/2009 overweging 4 (aangepast)

ð nieuw

(19) ð Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanneming van ï bepaalde maatregelen om de handel in in het wild levende dier- en plantensoorten te reguleren, Ö van Õ bepaalde wijzigingen in de bijlagen bij Ö deze Õ verordening alsook Ö van Õ bijkomende maatregelen om de resoluties van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier  en plantensoorten” (CITES) (hierna „de Overeenkomst” genoemd), besluiten of aanbevelingen van het Permanent Comité van de Overeenkomst, en de aanbevelingen van het secretariaat van de Overeenkomst ten uitvoer te leggen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van verordening, onder meer door deze aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG. ð Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. ï

ò nieuw

(20) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren10,

ê 338/97

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Doel

ê 338/97 (aangepast)

ð nieuw

Deze verordening heeft ten doel, in het wild levende dier- en plantensoorten te beschermen en in stand te houden door de controle op het desbetreffende handelsverkeer overeenkomstig de artikelen Ö 2 tot en met 22 en de bijlagen A tot en met D, zoals weergegeven in bijlage I, hierna „bijlage A”, „bijlage B”, „bijlage C” en „bijlage D” genoemd Õ.

Deze verordening is van toepassing met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de in artikel 2, onder b), omschreven Overeenkomst.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „het comité”: het Ö in Õ artikel 21, lid 1, Ö bedoelde Õ comité;

b) „de Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES);

c) „land van herkomst”: land waar een specimen is gevangen of aan de natuur is onttrokken, in gevangenschap is gekweekt of door kunstmatige voortplanting is verkregen;

d) „kennisgeving van invoer”: de kennisgeving die op het moment dat een specimen van een in bijlage C of D genoemde soort in de Ö Unie Õ wordt binnengebracht, door de invoerder, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger wordt gedaan op ð het in artikel 19, lid 2, bedoelde ï een volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde procedure door de Commissie voorgeschreven formulier;

e) „aanvoer vanuit zee”: het rechtstreeks binnenbrengen in de Ö Unie Õ van een specimen dat is onttrokken aan het mariene milieu dat niet tot het rechtsgebied van enige staat behoort, met inbegrip van het luchtruim boven de zee en de zeebodem en ondergrond daaronder;

f) „afgifte”: de afhandeling van de gehele procedure van het opstellen en valideren van een vergunning of certificaat, alsmede de overhandiging daarvan aan de aanvrager;

g) „administratieve instantie”: een nationale administratieve instantie die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 13, lid 1, waar het een lidstaat betreft en overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst waar het een derde land betreft dat partij is bij de Overeenkomst;

h) „lidstaat van bestemming”: de lidstaat van bestemming die wordt vermeld in het document voor de uitvoer of de wederuitvoer van een specimen; in geval van aanvoer vanuit zee de lidstaat waaronder de plaats van bestemming van een specimen ressorteert;

i) „ Ö ten verkoop aanbieden Õ ”: het te koop aanbieden alsmede elke handeling die redelijkerwijs als dusdanig uitgelegd kan worden, met inbegrip van rechtstreekse of onrechtstreekse reclame met het oog op verkoop en het uitnodigen tot zaken doen;

j) „persoonlijke bezittingen of huisraad”: dode specimens alsmede delen en producten daarvan, die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn;

k) „plaats van bestemming”: de plaats die op het moment van het binnenbrengen van de specimens in de Ö Unie Õ geldt als hun voorziene gewone bewaarplaats; voor levende specimens is dit de eerste plaats waar zij naar verwachting zullen worden ondergebracht na afloop van een eventuele quarantaine of enige andere vorm van isolatie ten behoeve van sanitaire keuring en controle;

l) „populatie”: een volledige in biologisch of geografisch opzicht onderscheiden groep individuen;

m) „overwegend commerciële doeleinden”: alle doeleinden waarvan de niet-commerciële aspecten niet duidelijk de overhand hebben;

n) „wederuitvoer uit de Ö Unie Õ”: uitvoer uit de Ö Unie Õ van een specimen dat daar eerder is binnengebracht;

o) „reïntroductie in de Ö Unie Õ”: het binnenbrengen van een specimen dat eerder werd uitgevoerd of wederuitgevoerd;

p) „verkoop”: alle vormen van verkoop. Voor de toepassing van deze verordening worden huur, ruil of uitwisseling gelijkgesteld met verkoop; uitdrukkingen van dezelfde strekking worden in dezelfde zin geïnterpreteerd;

q) „wetenschappelijke autoriteit”: een door een lidstaat overeenkomstig artikel 13, lid 2, of door een derde land dat partij is bij de Overeenkomst conform artikel IX van de Overeenkomst, aangewezen wetenschappelijke autoriteit;

r) „wetenschappelijke studiegroep”: het bij artikel 17 ingestelde adviesorgaan;

s) „soort”: een soort, ondersoort of populatie daarvan;

t) „specimen”: elk dier of elke plant, dood of levend, van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten, elk deel daarvan en elk daarvan verkregen product, al dan niet in andere goederen vervat, alsmede alle goederen waarvan op grond van een bewijsstuk, verpakking, merkteken of etiket of enige andere omstandigheid moet worden aangenomen dat het gaat om delen of producten van tot deze soorten behorende dieren of planten, tenzij deze delen of producten door middel van een aanduiding in die zin in de bijlagen waarin de betrokken soorten worden genoemd, expliciet van het toepassingsgebied van deze verordening of van de bepalingen met betrekking tot de betrokken bijlage zijn uitgesloten.

Een specimen wordt beschouwd als een specimen behorend tot één van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten indien het een dier of een plant is, dan wel een deel of een afgeleid product van een dier of een plant, waarvan ten minste één „ouder” tot een dergelijke soort behoort. Wanneer de „ouders” van een dergelijk dier of een dergelijke plant behoren tot soorten die in verschillende bijlagen worden genoemd, of tot soorten waarvan er slechts één in een bijlage wordt genoemd, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage van toepassing. Voor specimens van hybride planten waarvan slechts een „ouder” behoort tot een in bijlage A genoemde soort, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage evenwel slechts van toepassing indien zulks met betrekking tot deze soort in de bijlage is vermeld;

u) „handel”: het binnenbrengen in de Ö Unie Õ met inbegrip van de aanvoer vanuit zee, de uitvoer en wederuitvoer vanuit de Ö Unie Õ en het gebruik, het vervoer en de overdracht van eigendom, in de Ö Unie Õ of in een lidstaat, van specimens waarop de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn;

v) „doorvoer”: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Ö Unie Õ via het grondgebied van de Ö Unie Õ, naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn;

w) „meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens”: specimens die vóór 3 maart 1947 ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn;

x) „controles bij het binnenbrengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de doorvoer”: de documentcontrole betreffende de bij deze verordening vereiste certificaten, vergunningen en kennisgevingen en, indien bepalingen Ö van de Unie Õ zulks voorschrijven of in de overige gevallen door een representatieve steekproef van de zendingen, het onderzoek van specimens, eventueel vergezeld van een monsterneming voor een grondiger onderzoek of controle.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1. Bijlage A omvat:

a) de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) soorten:

i) die voor gebruik in de Ö Unie Õ afgenomen worden of kunnen worden of die het voorwerp van internationale handel uitmaken of kunnen uitmaken, en die met uitsterven bedreigd worden dan wel zo zeldzaam zijn dat ook het meest beperkte handelsverkeer het voortbestaan van de soort in gevaar zou brengen;

of

ii) die behoren tot een genus waarvan de meeste soorten, of die een soort vormen waarvan de meeste ondersoorten, op basis van de onder a) of onder b), i), vermelde criteria in bijlage A zijn opgenomen en die zelf ook in die bijlage dienen te worden opgenomen, omdat anders een doeltreffende bescherming van de beoogde taxa onmogelijk is.



2. Bijlage B omvat:

a) de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A zijn opgenomen, en waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt;

c) niet in de bijlagen I of II bij de Overeenkomst opgenomen soorten:

i) die het voorwerp uitmaken van zoveel internationale handel dat deze een bedreiging zou kunnen vormen:


  • voor het voortbestaan van deze soorten, of het voortbestaan van de populaties daarvan in bepaalde landen; of

  • voor de instandhouding van de populatie op een voldoende getalsterkte opdat deze soorten in de ecosystemen waarin ze voorkomen hun rol naar behoren zouden kunnen vervullen;

of

ii) waarvan de opneming in de bijlage, gezien hun uiterlijke gelijkenis met andere in bijlage A of B opgenomen soorten, onontbeerlijk is om de handel in tot deze soorten behorende specimens daadwerkelijk te kunnen controleren;

d) soorten waarvan vaststaat dat het binnenbrengen van levende specimens in het natuurlijk milieu van de Ö Unie Õ een ecologische bedreiging vormt voor inheemse, in het wild levende dier- en plantensoorten van de Ö Unie Õ.

3. Bijlage C omvat:

a) de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A of B zijn opgenomen en waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

4. Bijlage D omvat:

a) niet in de bijlagen A, B en C vermelde soorten waarvan de omvang van de invoer in de Ö Unie Õ een controle rechtvaardigt;

b) de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

5. Waar het bestand van de soorten die onder deze verordening vallen, hun opname in één van de bijlagen bij de Overeenkomst noodzakelijk maakt, zullen de lidstaten aan de nodige wijzigingen bijdragen.



Artikel 4


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina