1 De wereld: systeem van landen en relaties



Dovnload 215.78 Kb.
Pagina1/4
Datum07.10.2016
Grootte215.78 Kb.
  1   2   3   4
1 De wereld: systeem van landen en relaties

De hoofdvraag van dit hoofdstuk is: welke processen hebben geleid tot het huidige patroon van samenhang en verscheidenheid aan relaties tussen landen?




Drie soorten economische relaties zorgen voor samenhang wereldsysteem


Grote samenhang maakt landen kwetsbaar

Drie groepen landen: centrum, perifeer, semi-perifeer.

Systeem veranderende in loop van de tijd (groter, posities die wisselen, andere aard van relaties)




1.1 De samenhang in het wereldsysteem

Waarom spreken geografen steeds meer over een ‘systeem van landen’? Hoe is het wereldsysteem economisch georganiseerd?
Samenhang in een wereld van verschillen

► Overal in de wereld bepalen relaties met andere gebieden de welvaart en dus het dagelijks leven. Die economische relaties hangen samen met de internationale arbeidsverdeling. Er zijn drie soorten economische relaties:

● de handelsrelaties

● de macro-economische schommelingen in de productie

● het vestigingsgedrag van ondernemingen. Ondernemingen hebben voor hun vestigingen de hele aardbol als ‘speelterrein’.
Kwetsbaarheid

► De grote samenhang tussen gebieden maakt landen kwetsbaar. Veel gebieden blijven afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen uit andere landen. Gewapende conflicten en aanslagen hangen soms samen met het verkrijgen van macht over natuurlijke hulpbronnen.


De economische structuur van het wereldsysteem

►Het (economisch) wereldsysteem kent drie groepen landen. ● Elke groep heeft kenmerkende economische activiteiten én kenmerkende (economische en politieke) relaties met andere landen. De groepen zijn:



  • centrum of kernregio’s

  • semi-perifere regio’s (middenpositie)

  • perifere regio’s


Veranderingen in het economische wereldsysteem

► Het wereldsysteem is in de loop van de eeuwen in drie opzichten veranderd:



  • De ruimtelijke schaal werd groter: steeds meer landen maakten deel uit van de internationale arbeidsverdeling.

  • De positie van staten binnen het wereldsysteem wisselde (global shift: verschuiving economisch zwaartepunt van ene naar andere deel van de wereld) .

  • De aard van de economische relaties veranderde: handel in landbouwgoederen werd uitgebreid met industriële producten en met diensten


Vroeger waren landen vooral zelfvoorzienend.

Na 1600 ontstond handel. Kernregio Europa met kolonies.

Europa had markteconomie, moderne staten en veel inkomsten door handel.

Vanaf 18 eeuw: opkomst industrie.


Massaproductie vraagt aanvoer veel grondstoffen: ontstaan exploitatiekolonies, later ook gebruikt als afzetmarkt.


Ontstaan tweede kernregio: Noord- Amerika.

Europa was voor groeiende voedselbehoefte afhankelijk van buitenland. Amerika kon het intern produceren.


In 19e eeuw: meer greep kernregio’s op periferie

Imperialisme

Japan werd derde kernregio

Na WO II: dekolonisatie en vorming drie groepen landen: eerste, tweede en derde wereld.


Afhankelijkheid periferie van het centrum bleef bestaan:

Ruilvoetverslechtering

Afzet producten uit kernregio belemmerde eigen industrie

Positie in het wereldsysteem is te verbeteren, voorbeelden zijn Japan, NIC’s en Sovjet Unie (van plan- naar kapitalistische economie).



1.2 Wereldsysteem in historisch perspectief

Hoe is het patroon in het economisch ‘wereldsysteem’ ontstaan en welke rol speelden hegemoniale staten daarbij?
► Voordat het wereldsysteem ontstond bestonden er geen staten. De handelsrelaties waren beperkt. Er kwamen toen drie typen samenlevingen voor: gebaseerd op sedentaire landbouw, samenlevingen met primitieve zelfvoorzienende landbouw en nomadische veetelers.
De ‘geboorte’ van het wereldsysteem

► Vanaf het einde van de 15e eeuw ontstond wereldwijde handel in (sub-)tropische gewassen. Dat was eerst georganiseerd vanuit Portugal en Spanje, later vanuit West-Europa (Groot-Brittannië en Nederland). Er vormde zich een kernregio met een netwerk van kolonies.

► West-Europa werd de kernregio vanwege meerdere factoren:

● de ontwikkeling van de kapitalistische markteconomie

● de stimulerende rol van de eerste moderne staten in Europa (zorgden voor infrastructuur bijv)

● de handel bezorgde de Europese staten zeer veel inkomsten


De Industriële Revolutie

► Vanaf eind 18e eeuw ontwikkelde de industrie zich in de West-Europa. Gunstige factoren daarvoor waren een relatief goede infrastructuur, de aanwezigheid van een onafhankelijke kapitaalkrachtige ondernemersklasse, de aanwezigheid van delfstoffen en de opgebouwde economische macht in de kernregio.

► Massaproductie is afhankelijk van een continue aanvoer van grond- en hulpstoffen, halffabrikaten en energiebronnen.

● Perifere landen gingen ook mijnbouwproducten leveren. Er ontstonden exploitatiekolonies – voor het eigen voordeel van de West-Europese landen. ● De kernregio ging om die reden ook investeren in de infrastructuur van de periferie. ● De productie moest ook afgezet worden. Kolonies fungeerden daarom ook steeds meer als afzetmarkt voor de kernregio.


Het wereldsysteem krijgt een tweede kern

► Er ontstond een tweede centrum in het wereldsysteem: Noord-Amerika waar veel Europeanen waren gaan wonen. ► De Amerikaanse overheid stimuleerde een ondernemende klasse. Daarnaast realiseerde de overheid de infrastructuur.


Verschillen tussen de kernregio’s

►In de voedselbehoefte van de stedelijke bevolking van de Europese kernregio werd voorzien door steppegebieden van bijvoorbeeld Argentinië, delen van Zuid-Afrika en enkele regio’s in Australië en Nieuw-Zeeland met goede bodems en/of klimaat. ●Noord-Amerika benutte het zeer vruchtbare stroomgebied van de Mississippi.


Hegemoniale staten

►De ‘greep’ van hegemoniale staten op de periferie werd groter in de 19e eeuw. ● Duitsland, Frankrijk en Nederland, maar ook de VS en Japan, bedreigden aan het einde van die eeuw de sterke Britse positie.

► Aan het einde van de 19e eeuw was sprake van imperialisme (kerngebieden beheersten de economie van de perifere landen). ● Japan ontwikkelde zich vanaf einde 19e eeuw tot derde kernregio.

Dekolonisatie en alternatieven voor het kapitalistische wereldsysteem

► Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de wereld sterk. In veel delen van de wereld was sprake van dekolonisatie. Ook groeide de hegemoniale positie van VS en nam de economische kloof tussen kernregio’s en grote delen van de periferie toe. Er ontstonden drie groepen landen:

● de ‘eerste wereld’: de rijkere kernlanden

● de ‘tweede wereld’: de socialistische (of communistische) staten met planeconomieën, zoals S.U., Cuba, Noord-Korea

● de ‘derde wereld’ of ontwikkelingslanden.

Tussen de eerste en de derde wereld bestonden neokoloniale banden.


Het neokolonialisme

► Na de dekolonisatie bleef de afhankelijkheid ten opzichte van het centrum bestaan.

● Ex-kolonies leverden ruwe agrarische grondstoffen, mijnbouwproducten en voedsel leveren. ● De ruilvoetverslechtering zorgde voor steeds meer achterstand van de periferie.

● De afzet van industrieproducten uit de kerngebieden in de derde wereld maakte de industrialisatie van perifere landen moeilijk en de ambachtelijke nijverheid werd vernietigd. Daarnaast komt het in de derde wereld extra hard aan als er laagconjunctuur is in de kernlanden.


Ontsnappen uit de periferie mogelijk?

► Landen kunnen hun positie binnen het wereldsysteem verbeteren. Voorbeelden zijn:

● Japan ontwikkelde zich vanaf de tweede helft van de 19e eeuw tot kernregio met eigen periferie: Oost-Azië. ● Ook de Nieuwe industrielanden (NIC-landen of Newly Industrializing Countries), zoals Taiwan, Singapore, Hongkong, Brazilië en Zuid-Korea ontwikkelden zich snel. Het succes was eerst beperkt toen de weg van importsubstitutie werd gekozen, maar groeide toen de productie gericht werd op de export naar de wereldmarkt.

► Sommige vroegere landen met planeconomie (Sovjet-Unie) kregen na 1989 een kapitalistische economie.



Globalisering: grote toename ruimtelijke interacties.


Relatieve afstanden verkleinden: tijd- ruimte compressie.

Doet zich voor bij alle vormen van transport

Transportnetwerken: hubs en spokes
Nieuwe transporttechniek beïnvloedde wereldsysteem sterk.

Moderne communicatie leidt tot lokale verschillen: wie wel/niet mee komt


Internet heeft erg grote invloed op globalisering.

Veel voordelen, ook nadelen.




1.3 Geen ‘wereldsysteem’ zonder vervoer

Welke transport- en communicatietechnologie maakte de samenhang tussen landen mogelijk?
Relatieve afstanden en tijd

► De ruimtelijke interacties tussen vrijwel alle landen nemen sterk toe; dat noemt men globalisering. Niet de absolute afstanden maar de relatieve afstanden veranderden. ● De relatieve afstand hangt o.a. samen met transportmiddelen en infrastructuur.


Transporttechnologie en relatieve afstanden

► De tijd-ruimtecompressie nam tot het jaar 2000 steeds sneller toe. Dat lijkt zich voort te zetten in de 21e eeuw.

● Het zeetransport verbeterde sinds de 15 eeuw onder andere door navigatie- en zeiltechnieken, de toenemende cartografische kennis in West-Europa en het in gebruik nemen van stoomschepen in de 19e eeuw. ● Het landtransport verbeterde door onder meer het gebruik van de stoomtrein. De toepassing van verbrandingsmotoren vergrootte de vervoersmogelijkheden over land en later door de lucht. ● Bij veel vormen van vervoer zijn ook technieken voor informatieoverdracht van groot belang (bv. telefoon).
Netwerk

►Transport- of vervoersnetwerken zijn opgebouwd uit knooppunten (hubs) en de spokes (transportlijn tussen de plaatsen).


Transport en communicatie en aanpassingen in het wereldsysteem

► Nieuwe transporttechnologie heeft grote invloed op het wereldsysteem. Voorbeelden zijn:

● De ontsluiting van steppegebieden door spoorwegen westelijk van de Appalachen (VS) in de tweede helft van de 19e eeuw. Dat maakte betere aan- en afvoer mogelijk voor goederen. Gevolg was de onderlinge beïnvloeding van gebieden binnen het wereldsysteem.

● In koloniale landen was het transportnetwerk een afspiegeling van de exporteconomie. In kernregio’s was het transportnetwerk ook veel meer afgestemd op de interne markt.

► De moderne communicatietechnologie veroorzaakt op lagere ruimtelijke schaalniveaus verschillen tussen gebieden. ● De elektronische snelweg heeft enorme invloed op de globalisering. Handel wordt beter georganiseerd (‘just in time’-principe). Dienstverlenende activiteiten (bv. callcenters of facturering) ‘schuiven uit’. Er is een snellere uitwisseling van kennis en kapitaal over grotere afstanden en zonder grensbelemmeringen.

● Nadelen van de moderne communicatietechnologie zijn de kwetsbaarheid, de afhankelijkheid van energie, misbruik van informatie en virusrisico’s.



Vijf dimensies van het wereldsysteem

Culturele dimensie:

Veel cultuurgebieden, in contact gebracht door globalisering


Veel cultuurelementen zijn wereldwijd verspreid geraakt.

Diffusie: snelheid van verspreiding; vier vormen.

Verloop hangt af van hoe het verschijnsel ergens komt en acceptatie ervan.

Verspreiding cultuur door migratiestromen
Vestigingsgebieden: Europa, Noord en Zuid Amerika: vestigingsland bij uitstek.

Afrika vooral vertrekgebied



1.4 Globalisering en de culturele dimensie

Welke dimensies zijn te onderscheiden aan het proces van mondialisering en hoe beïnvloeden ze elkaar? Op welke wijze beïnvloeden de cultuurverschillen het wereldsysteem?
Het wereldsysteem vanuit verschillende dimensies bekeken

► Het wereldsysteem kan bestudeerd worden vanuit vijf dimensies. ● Een fysisch-geografische dimensie (natuurlijke omgeving), ● een sociale dimensie (maatschappelijke verhoudingen), ● een economische dimensie, ● een politieke (de machtsposities) ● en ook een culturele dimensie. De laatste drie worden hieronder uitgewerkt.


Cultuur verenigt en (onder)scheidt

► Binnen het wereldsysteem komen cultuurgebieden voor. Daartussen bestaan grote verschillen, bijvoorbeeld taalkundig. Soms is een lingua franca nodig.

► Volken hebben een eigen identiteit. Globalisering heeft de meest uiteenlopende volken en culturen met elkaar in contact gebracht.
Verspreiding van cultuurelementen

► Culturen veranderen zowel van binnen uit als door het contact met andere culturen. Sinds het ontstaan van het wereldsysteem zijn cultuurelementen tot in alle uithoeken van de wereld verspreid. Voorbeelden:

● de introductie van de kapitalistische markteconomie zorgde voor privébezit

● de standaardisering van ‘tijd’

● Europeanisering en Amerikanisering

● spanningen tussen bevolkingsgroepen uit verschillende cultuurgebieden, bijv. tussen de westerse en de islamitische wereld.


Diffusie

► De snelheid waarmee verschijnselen zich in de ruimte verplaatsen heet ruimtelijke diffusie. Er zijn vier vormen: expansie, diffusie via relocatie, contactdiffusie en hiërarchische diffusie.

● Het verloop van ‘ruimtelijke diffusie’ hangt af van:

■ De manier waarop een verschijnsel van het herkomstgebied in een introductiegebied terecht komt.

■ De bereidheid bij het ontvangende gebied om vernieuwingen te accepteren.

► De westerse ICT-technologie maakt het vrij moeilijk om waarden en normen ‘buiten de deur’ te houden.


Cultuurverandering door migratie

► Migratie leidde tot contacten met andere culturen en volkeren. Sommige culturen verdwenen (grotendeels) of er vond acculturatie (ene cultuur neemt elementen van de andere over) plaats.

● Europa kreeg vanaf de jaren vijftig langzaam een positief migratiesaldo. Er werden veel arbeiders aangetrokken (arbeidsmigratie) wat werd gevolgd door gezinshereniging en gezinsvorming. Het leidde tot discussies over het toelating- en integratiebeleid.

● Noord-Amerika was altijd een immigratiegebied bij uitstek. ● Latijns-Amerika heeft lang te maken gehad met immigranten uit onder andere Europa. ● Afrika is al eeuwenlang een vertrekgebied. Zuid-Afrika is daarbij een van de weinige uitzonderingen. ● Vanuit het Europees deel van de voormalige Sovjet-Unie migreerden Russen richting Azië. ● In Australië en Nieuw-Zeeland is de Europese culturele invloed uiteraard ook groot; het waren eeuwenlang vestigingsgebieden voor Europeanen.



Economische triade

Naast handel ook veel dienstverlening, vooral tussen drie kernregio’s.

Zelfde beeld geldt voor investeringen.

Multinationals in kernregio’s grote stimulans voor globalisering.

Benutten kosten- en opbrengst verschillen tussen gebieden.


Kostenverlaging of verhoging opbrengst op diverse manieren te bereiken.

Ook organisaties bevorderen samenhang tussen landen, bijv. WTO.

Verschillede soorten ‘blokvorming’


Blokken zijn economisch machtig


1.5 De economische dimensie

Hoe wordt de samenhang in het wereldsysteem beïnvloed door de dienstverlening en de buitenlandse investeringen, de handelsorganisaties en de multinationals?
De economische triade

► Binnen het wereldsysteem bestaan drie ‘subsystemen’, die vormen samen de economische triade.


Economische banden, ... meer dan handel

► Naast handel is inmiddels ook veel diensten ‘uitgeschoven’ (geglobaliseerd). Er zijn vooral informatiestromen tussen de drie delen van de kern. De (semi-) periferie laat een sterker informatieverkeer zien tussen Latijns-Amerika en de VS, tussen Afrika en Europa, en tussen Japan en Azië. ● Dat patroon is ook herkenbaar bij de investeringen.


Multinationals

► Multinationale ondernemingen ontstonden al tijdens het handelskapitalisme. De hoofdzetels bevinden zich in ‘global cities’, vooral in de kernregio’s. Ze hebben de internationalisering sterk bevorderd.

► Multinationals maken gebruik van kosten- en opbrengstverschillen tussen gebieden. Veel perifere landen lokten multinationale ondernemingen naar speciale exportzones, bijvoorbeeld in de Pacific Rim. Perifere landen zijn voor hun economische ontwikkeling sterk afhankelijk van de belangstelling van buitenlands kapitaal.
Investeren, … een ‘must’

► Kostenverlaging en/of opbrengstverhoging kan op tal van manieren bereikt worden:

● via schaalvergroting;

● door het opzetten van ‘joint ventures’;

● door onderdelen van de productieketen daar te vestigen waar dat economisch gezien het beste is;

● via uitbesteding (‘outsourcing’);

● door het binnendringen van nieuwe afzetmarkten.
Organisaties van landen

► ► Ook instellingen en regionale organisaties van staten zorgen voor samenhang tussen landen. Een voorbeeld is de wereldhandelsorganisatie (WTO), die zich richt op de spelregels van de handel en dienstverlening tussen landen. Het liberaliseren (afschaffen van belemmeringen) kan gericht zijn op drie zaken: ● handelsbelemmeringen, ● kapitaal ● en vrijere migratie. Dat laatste is in de praktijk zeer moeilijk te realiseren.

► Overal hebben staten zich georganiseerd (blokvorming). Een aantal economische ‘blok’vormen zijn: ● vrijhandelszone, ● de douane-unie, ● een gemeenschappelijke markt ● en een economische unie.

► Vooral in de centrumregio’s zijn deze blokken economisch en politiek machtig (NAFTA en EU). Naar buiten toe zijn het voor een deel nog gesloten handelsblokken, met veel handelbelemmeringen voor met name perifere landen.



Invloed van politiek op economie bepaald door:


Stabiliteit regeringen

Mate waarin overheid zich met economie wil bemoeien


Invloed overheid op relevante geografische kenmerken van een land
Liberaliseren is een politiek besluit

Overheden bevorderen natievorming.


Centrifugale en centripetale krachten zijn invloed op succes:

.



1.6 De politieke dimensie

In hoeverre kan/wil een overheid via politieke macht het economisch succes beïnvloeden? Hoe hebben de politieke verhoudingen binnen en tussen landen invloed op het wereldsysteem?
Politieke macht en economisch succes

► Bij de vrije markteconomie wordt de politieke macht vooral gebruikt om de omstandigheden voor het produceren zo goed mogelijk te maken, desnoods ten koste van andere landen. Drie factoren spelen een rol bij de vraag of de invloed van de politiek op de economie groot is.

● 1. De stabiliteit van de regeringen. Stabiliteit op politiek vlak is meestal gunstig voor de economie. ■ Ondernemers uit het buitenland zijn eerder bereid om te investeren, omdat ze minder risico lopen.

■ De overheid heeft bij een stabiele politieke situatie meer tijd om te werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

● 2. De mate waarmee de overheid zich direct met de economische beslissingen wil ‘bemoeien’.

● 3. De invloed die de overheid kan uitoefenen op geografische kenmerken van het land die een rol spelen bij het nemen van economische beslissingen. De overheid is in ieder geval in staat om:

■ afzetmarkten via handelsbarrières af te schermen

■ belastingvoordelen voor binnenlandse productie te bieden of subsidies te verlenen

► Het al dan niet liberaliseren is een politiek besluit. De globalisering die dat teweeg brengt stuit op verzet, vooral bij mensen die pleiten voor een duurzamere samenleving en lokalisering van de economie. Vaak wil men geen ‘global governance’ of ‘global culture’.
Geopolitiek en staten

► 200 landen vormen het wereldsysteem. Bij de veranderingen in de staatkundige opbouw van dit systeem speelt het idee van de natiestaat (binnen een staat kan het beste een cultureel homogene groep kan wonen) een rol.

► Overheden proberen vaak ’nation building’ te bevorderen. Het kan de politieke stabiliteit en daarmee de economische ontwikkeling ten goede komen. ● Soms is er weerstand tegen in de vorm van regionalisme of zelfs separatisme.

► Geopolitici onderscheiden twee soorten krachten die van invloed zijn op staatsvorming.

● Centrifugale krachten: die verbrokkelen de staatkundige eenheid. Voorbeelden: economische achterstand, culturele vijandigheid.

● Centripetale krachten: bindende krachten die naar eenwording leiden. Voorbeeld: gemeenschappelijke geschiedenis.






  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina