1 eerste regel



Dovnload 1.19 Mb.
Pagina1/19
Datum21.08.2016
Grootte1.19 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


1 eerste regel

2

3

4



5

6

7



8

9

10



11 deeltitel

12

13



14

15

16



17

18

19



20

21

22



23

24 ondert 1

25

26 ondert 2



27

28 ondert 3

29

30 ondert 4



31

32

33



34

35

36



37

38

39



40

41

42 datum 1



43 datum 2

44

45 NB regel



46

47

48



49

50

51



52

53

54



55 laatste

56

57 pag cijfer



58
1 eerste regel

2

3



4

5

6



7

8

9



10

11 deeltitelregel

12

13

14



15

16

17



18

19

20



21

22

23



24 ondertitel 1

25

26 ondertitel 2



27

28 ondertitel 3

29

30 ondertitel 4



31

32

33



34

35

36



37

38

39



40

41

42 datum 1



43 datum 2

44

45 NB regel



46

47

48



49

50

51



52

53

54



55 laatste regel

56

57 pag cijfer



58




COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

Geldig van 1 april 2011


tot en met 30 april 2013

Met ‘werkgever(s)’ en ‘werknemer(s)’ worden in deze CAO zowel mannen als vrouwen bedoeld.


Artikel(leden) die - inhoudelijk - zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige CAO, looptijd 1 december 2009 tot en met 31 maart 2011, zijn gemarkeerd met een verticale streep in de linkerkantlijn.
Behoudens uitzondering door de wet gesteld, mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de bij deze CAO betrokken werkgever(s)-, en werknemersorganisaties en de Stichting Vakraad Metaal en Techniek niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, enigerlei elektronische wijze, Internet, Intranet of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 B Auteurswet 1912 jo. het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Vakraad Metaal en Techniek Postbus 93235, 2509 AE Den Haag



VOORWOORD
1. WERKINGSSFEER

De onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst bevat de regelen welke minimaal in acht moeten worden genomen bij arbeidsovereenkomsten tussen:


a. de werkgever bedoeld in artikel 4b, die lid is van één van de con­tracterende werkgeversorganisaties (zie achterin);

b. de werknemer bedoeld in artikel 2, die in dienst is van een onder a bedoelde werkgever.

De werkgever als bedoeld in artikel 4b die niet is aangesloten bij één van de contracterende werkgeversorganisaties en de in zijn dienst zijnde werknemer als bedoeld in artikel 2, dienen bij een tussen hen aangegane arbeidsovereenkomst in ieder geval de algemeen verbindend verklaarde bepalingen na te komen.
2. SOCIAAL BELEID IN DE ONDERNEMING

De werkgevers  en werknemersorganisaties betrokken bij deze CAO stellen vast dat zich in een onderneming, naar taak en functie, laten onder­scheiden enerzijds de ondernemingsleiding, op wie de verantwoordelijkheid rust voor de bepaling en realisering van het ondernemingsbeleid, en anderzijds de in de onderneming werkzame personen die uit dien hoofde eigen materiële en immateriële belangen kennen.

Veel van de zaken die betrekking hebben op de arbeidsverhouding waarin vorengenoemde tweedeling zich uit, worden in deze CAO geregeld. Niettemin zijn de werkgevers  en werknemersorganisaties de mening toegedaan dat een goede uitvoering van de CAO bepaald wordt door een goed overleg tussen de ondernemingsleiding en de werknemers. Daartoe achten zij de instelling van een ondernemingsraad dan wel van een personeelsvertegenwoordiging (voor de ondernemingen met minder dan 50 werknemers) van zeer groot belang. Immers, zowel de w.v. als de v.v. zien in de ondernemingsraad en in de personeelsvertegenwoordiging een orgaan van overleg, advies, infor­matie en communicatie binnen de onderneming en rekenen het deze organen tot taak bij te dragen tot het goed functioneren van de onderneming, alsmede tot het behartigen van de belangen van allen die in de onderne­ming werkzaam zijn.
In dit kader achten partijen bij de CAO het gewenst indien de onderne­mingsleiding jaarlijks in de genoemde organen de algemene gang van zaken in de onderneming, zowel op economisch als op sociaal terrein, ter be­spreking aan de orde stelt.
Daarnaast erkennen de w.v. de zelfstandige taak van de v.v. in de behar­tiging van de materiële en immateriële belangen van hun leden, werkzaam in de onderneming. Van deze zienswijze getuigen de bepalingen in de CAO die de w.v. en v.v. als adviseurs mede in het overleg tussen onderne­mingsleiding en personeel betrekken. Doch ook in die gevallen waarin de CAO een en ander niet expliciet voorschrijft achten de w.v. het nuttig indien de v.v. als adviseurs in het ondernemingsoverleg worden betrokken zeker in de gevallen waarbij de door de ondernemer te nemen beslissingen belangrijke wijziging brengen in de werkomstandigheden of in de salaris­betaling. Hiertoe dient een goede communicatie tussen de ondernemings­leiding en de v.v. te worden gewaarborgd, opdat de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging hun   hiervoren omschreven   taak waar kunnen maken en daaraan gestalte kunnen geven. Indien de v.v. in het overleg met de ondernemingsleiding ook personeelsleden van de werkgever wil betrekken, zal zulks alleen kunnen geschieden met instemming van de werkgever.
3. VAKBONDSKADERLEDEN

Partijen zijn van mening dat, indien de v.v. overgaan tot het aanwijzen van een werknemer als vakbondskaderlid ten behoeve van het onderhouden van de contacten voor en namens de v.v., met haar leden werkzaam in de onderneming, de v.v. de ondernemingsleiding daarvan in kennis moeten stellen.

Met de ondernemingsleiding moet voorafgaande overeenstemming worden bereikt over de aard en omvang van de in dat kader door bedoelde werkne­mer te verrichten aktiviteiten.

Partijen achten het een beginsel van goed beleid dat een, met inachtne­ming van het voorgaande, als vakbondskaderlid aangewezen werknemer niet door de werkgever zal worden ontslagen of belemmerd zal worden in zijn mogelijkheden of kansen binnen de onderneming door het enkele feit dat hij een dergelijke functie vervult.

Het verdient aanbeveling dat een werknemer die van mening is dat ten opzichte van hem in strijd met dit beginsel is gehandeld, zich allereerst met zijn werknemersorganisatie verstaat. Daarna kan de kwestie in open overleg aan de orde worden gesteld bij de ondernemingsleiding.

Het verdient eveneens aanbeveling dat de werkgever bij een voorgenomen individueel ontslag van een vakbondskaderlid eerst de betrokken werkne­mersorganisatie hierover informeert.

Ten aanzien van een, met inachtneming van het voorgaande, aangewezen vakbondskaderlid verdient, naar de opvatting van partijen, de ontslagbe­scherming welke de Wet op de ondernemingsraden geeft aan de ondernemings­raadsleden, analoge toepassing.
4. PLAATSING VAN KWETSBARE GROEPEN

Partijen bij deze CAO vragen bijzondere aandacht van de werkgevers voor het scheppen van (her)plaatsingsmogelijkheden ten behoeve van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt alsmede voor gehandicapte werknemers

Daarnaast is het de bedoeling dat in de onderneming preventieve maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat werknemers uitvallen wegens arbeidsongeschiktheid.

Nadere informatie omtrent reïntegratie en/of preventie kan worden verkregen bij de werkgevers- en werknemersorganisaties betrokken bij deze CAO.


5. BUITENLANDSE WERKNEMERS

Partijen vestigen er de aandacht op dat de bepalingen van het nederlands arbeidsrecht in het algemeen en van de onderhavige CAO in het bijzonder, volledig van toepassing zijn op buitenlandse werknemers. Indien van deze bepalingen   voor zover toegestaan   wordt afgeweken, dient dit schrif­telijk te worden vastgelegd.


6. MILIEU

De werkgevers  en werknemersorganisaties betrokken bij de CAO vragen bijzondere aandacht van de werkgevers en werknemers voor een zodanige structurering van de werkzaamheden dat het milieu daardoor zo min moge­lijk wordt belast.


7. VERLOF IN HET KADER VAN DE WET ARBEID EN ZORG

CAO-partijen bevelen aan dat de diverse vormen van verlof in het kader van de Wet Arbeid en Zorg zo flexibel mogelijk, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de afwijkingsmogelijkheden die deze wet biedt, worden geïntegreerd in de bestaande werktijden en dienstroosters.


DEEL A
INHOUD


I. Algemene bepalingen   10

1. Werkgever   10

2. Werknemer   10

2a. Deeltijdwerk   10

2b. Inleenkrachten   11

3. Metaal en Techniek   11

4a. Werkgever in de Metaal en Techniek   11

4b. Werkgever in de bedrijfstak   12

4c.   12

5. Medezeggenschapsorgaan   13

5a. Werknemersdelegatie   13

5b. Vakbondskaderleden   13

6. Bedrijfsraad   13

7. Vakraad   14

7a. Commissie uitleg CAO   14

8. Veiligheid   14

9. Fusie, sluiting en reorganisatie   14

II. Begin en einde dienstverband   16

10. Indeling van functies   16

11. Bevestiging van aanstelling   16

12. Proeftijd   16

13. Dienstbetrekking voor onbepaalde tijd   17

13a. Einde dienstbetrekking   17

14. Dienstbetrekking voor bepaalde tijd   17

15. Dienstbetrekking met werknemers van 65 jaar of ouder of een werknemer die een pensioenuitkering van het Pensioenfonds metaal en techniek ontvangt   18

16. Opzegging   19

III. ARBEIDSTIJDEN   20

17. Definities   20

18. Arbeidsduur   21

18a. Vormen van arbeidsduurverkorting   22

18b. Verrekening arbeidsduurverkorting   23

19. Arbeid op zondagen en feestdagen   23

20. Arbeid in ploegen   23

21. Overwerk   24

21a. Consignatie   25

IV. VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMER   26

22. Algemeen   26

23. Geheimhouding   26

24. Zorg ten aanzien van bedrijfsmiddelen   26

25. Vergoeding van schade   27

26. Arbeid voor derden   27

27. Concurrentiebeding en economische crisis   27

28. Vervallen.   27

29. Terugkeer uit militaire dienst   27

IV-a RUILEN   28

30. Ruilen   28



V. SALARISSEN EN TOESLAGEN   30

31. Salarisbetaling per maand of per vierwekenperiode   30

32. Salaristabellen   30

32a. Toepassing salaristabellen voor jeugdgroepen   30

33. Toepassing salaristabellen voor 23 jarigen en ouder   31

33a. Artikel 33a. Salarissen per maand   34

33b. Artikel 33b. Salarissen per vierwekenperiode   39

34. Salarisverhoging in verband met leeftijd   44

35. Salarisverhoging in verband met functiejaren   44

36. Wijziging van functie; her- om- en bijscholing   44

36a. Salarisgevolgen invoering fc-handboek   45

37. Beloningssystemen   46

37a. Basissalaris vertegenwoordigers   46

38. Spaarloon   47

39. Vakbondscontributie   47

40. Ziektekostenverzekering   47

41. Toepassing salarisverhoging   47

41a. Vervallen   48



VI. BETALING VAN OVERUREN   49

42. Betaling van overuren   49

42a. Betaling voor uren buiten het dagvenster   51

43. Betaling van verschoven uren   51

44. Betaling van reisuren   52

45. Ploegentoeslag   53



VII. VERGOEDING VAN REIS  EN VERBLIJFKOSTEN   54

46. Vergoeding van reiskosten   54

47. Vergoeding van verblijfkosten   54

48. Andere regelingen   55



VIII. VAKANTIE EN VAKANTIEBIJSLAG   56

49. Definitie vakantiedag   56

50. Vakantierechten   56

51. Extra vakantierechten voor oudere werknemers   56

52. Inhouding vakantiedag bij tweede ziekmelding   57

53. Beperking van de vakantierechten   58

54. Aaneengesloten vakantie   58

55. Vaststellen verlofdagen   59

55a. Berekening van genoten vakantiedagen   59

56. Doorbetaling van salaris tijdens vakantie   59

57. Afwikkeling van te veel of te weinig genoten vakantiedagen   60

58. Verval van vakantieaanspraken   60

59. Vakantiebijslag   61

60. Minimum-vakantiebijslag   61



IX. VERLOF   63

61. Kort verlof   63

62. Bijzonder verlof   64

63. Verlof voor eigen rekening   64

63a. Levensloop   65

64. Gedwongen verzuim   65



X. ARBEIDSONGESCHIKTHEID   67

65. Definitie   67

65a. Aanvullend invaliditeitspensioen   67

66. Melding   67

66a. Zwangerschaps- en bevallingsverlof   68

67. Aanvulling van salaris   68

67a. Reïntegratie   69

68. Vakantiebijslag in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid   73

68a. Vervallen.   73

XI. PENSIOEN  EN OVERLIJDENSUITKERING   74

69. Pensioenfonds   74

70. Overlijdensuitkering   74

XII. ONDERWIJS   75

71. Leerplichtige en kwalificatieplichtige werknemer   75

72. Part-time-onderwijs   75

72a. Verplichte scholing   76

72b. Scholingsdag   76

73. Evc   76



XIII. WERKGELEGENHEID   77

74. Werkgelegenheid   77

74a. Vervallen.   77

74b Vervallen.   77

74c Vervallen.   77

XIV. SLOTBEPALINGEN   78

75. Afwijking van deze overeenkomst   78

76. Duur van de overeenkomst   78

76a. Vredesplicht   78




I. Algemene bepalingen  

1. Werkgever  



Artikel 1

Onder werkgever in deze overeenkomst wordt verstaan de in Nederland wonende natuurlijke persoon of de in Nederland gevestigde rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap gevormd door twee of meer zodanige natuurlijke en/of rechts­personen gezamenlijk, alsmede de in het Rijk in Europa gevestigde ne­venvestiging van een daarbuiten wonende natuurlijke per­soon en/of een daarbuiten gevestigde rechtspersoon (al dan niet gecon­stitueerd naar of vallend onder buitenlands recht), waarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 een ver­plichting tot in­schrijving in het Handelsregister bestaat.


2. Werknemer  

Artikel 2

1. Onder werknemer wordt verstaan degene die in dienst van een werk­gever tegen salaris arbeid verricht.

2. Deze overeenkomst is niet van toepassing op:

a. directeuren en adjunct directeuren;

b. degene die in hoofdzaak werkzaamheden verricht waarvan het functieniveau uitgaat boven het niveau van functiegroep 11 (salaris­groep J);

c. degene die weliswaar voorkomt op de salarislijst van de onderneming doch geen werkzaamheden verricht ten behoeve van de on­derneming;

d. degene die in een elektrotechnisch nettenbouwbedrijf voor grond­werk per karwei en/of voor beperkte duur in dat karwei of een reeks van karweien met een maximum van drie maanden is aange­nomen, met dien verstande dat op de grondwerker in vaste dienst deze CAO wel van toepassing is.

3. Ten aanzien van

a. de werknemer wiens functie onregelmatige werktijden meebrengt zijn niet van toepassing de artikelen 17, 18, 18a, 21, 33, 33a, 33b, 34, 35, 42, 43, 44 en 45;

b. de werknemer wiens functie niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 is in te delen, zijn niet van toepassing de artikelen 31 lid 1, 33, 33a, 33b, 34, 35, 41, 42, 43 en 44.

4. Geschillen over de uitlegging van dit artikel worden beslist door de Vakraad, gehoord de bedrijfsraad.
2a. Deeltijdwerk  

Artikel 2a

1. De werkgever zal een verzoek van een werknemer om in deeltijd te gaan werken, positief tegemoet treden. Hij zal serieus nagaan of er mogelijkheden zijn, dan wel op termijn kunnen zijn, om aan het verzoek van de werknemer tegemoet te komen. Indien de werkgever geen mogelijkheden ziet het verzoek van de werknemer in te willigen dan zal hij dit beargumenteerd aan de werknemer meedelen. Een verzoek van de werknemer om in deeltijd te kunnen werken zal door de werkgever niet worden afgewezen dan nadat hij daarover met de werknemer overleg heeft gepleegd.


Aantekening:

De werknemer kan aan deze bepaling geen recht ontlenen om in deeltijd te (gaan) wer­ken.

2. Op werknemers, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week berekend over een periode van maximaal één jaar, zijn de bepalingen van deze CAO naar evenredigheid van dit mindere aantal uren ten opzichte van de gemid­delde 38-urige werkweek van toepassing.
2b. Inleenkrachten  

Artikel 2b

1. Op de inleenkracht die is aan te merken als een vakkracht en werkzaam is ten behoeve van de werkgever die ressorteert onder deze CAO, zijn de bepalingen ter zake de salaristabellen, vakantie- en seniorendagen, de vakantiebijslag en de minimum-vakantiebijslag van deze CAO van toepassing. Evenzo zijn ten aanzien van de werktijden de 38-urige werkweek als bedoeld in artikel 18 lid 1 CAO en de daarbij passende toeslagen c.q. vergoedingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van deze CAO met uitzondering van de artikelen 36a, 38, 40, 41, van toepassing, alsmede de vergoedingen bedoeld in de artikelen 59 en 60 van deze CAO. De (inlenende) werkgever moet zich ervan verzekeren dat de uitzendwerkgever op de inleenkrachten de conform dit lid van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden toepast en een verklaring vraagt dat de uitzendwerkgever de wettelijke bepalingen toepast. Deze aparte verklaring is niet vereist als de uitzendwerkgever NEN-gecertificeerd is.

2. Vakkracht is de werknemer die in het bezit is van een voor de functie relevant VMBO-diploma of een in het buitenland voor de functie relevant verkregen diploma op gelijk of gelijkwaardig niveau.

3. Met ingang van 1 januari 2012 zullen werkgevers in de Metaal en Techniek alleen gebruik maken van uitzendbureau’s met een SNA-keurmerk die als zodanig geregistreerd zijn bij de Stichting Normering Arbeid (SNA). Voor gebruikmaking van een uitzendbureau dat niet valt onder de uitzondering zoals bepaald in artikel 4c geldt het in de vorige volzin bepaalde niet.
3. Metaal en Techniek  

Artikel 3

Onder de Metaal en Techniek in deze CAO worden verstaan de takken van bedrijf omschreven in de artikelen 77 van de collectieve arbeidsovereen­komsten voor:

- het carrosseriebedrijf,

- de goud  en zilvernijverheid,

- het isolatiebedrijf,

- het metaalbewerkingsbedrijf of

- het technisch installatiebedrijf.
4a. Werkgever in de Metaal en Techniek  

Artikel 4a

Onder "werkgever in de Metaal en Techniek" wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoe­fend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf, blijvende bij de hier voren omschreven vergelijking de economi­sche functie van elk der werkzaamheden buiten beschouwing.


4b. Werkgever in de bedrijfstak  

Artikel 4b

Onder "werkgever in de bedrijfstak" wordt in deze CAO verstaan de werk­gever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals genoemd in artikel 77, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitge­oefend in enige andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek.

In geval het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers in enige tak van bedrijf in de Metaal en Techniek gelijk is aan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrokken bij een andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek, geeft de hoogte van de loonsommen van de betrokken werknemers in de maand januari de doorslag.
4c.  

Artikel 4c

Deze CAO is niet van toepassing op de werkgever die voldoet aan de volgende cumulatieve vereisten:

a. de bedrijfsactiviteiten van de werkgever bestaan uitsluitend uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 BW én

b. het aantal overeengekomen arbeidsuren van de bij deze werkgever in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf bedraagt minder dan 75% van het totaal aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, dat wil zeggen dat tenminste 25% van het aantal arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrekking heeft op werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf dan in artikel 3 genoemd én

c. de werkgever zendt voor tenminste 15% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek, zoals nader gedefinieerd in artikel 1, lid 1 en 2, en artikel 2 van het Besluit Indeling Uitzendbedrijven van het LISV d.d. 6 oktober 1999, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 49 van 9 maart 2000. De werkgever heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door de uitvoeringsinstelling dan wel het LISV als zodanig is vastgesteld, én

d. de werkgever is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring gebonden is aan de CAO van een der bedrijfstakken zoals genoemd in artikel 3 én

e. de werkgever is geen paritair afgesproken arbeidspool én

f. de werkgever viel op 1 december 1999 niet onder de (algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de) CAO Vervroegd Uittreden Metaal en Technische Bedrijfstakken.


Voor de toepassing van de onderdelen a. en b. blijven buiten beschouwing de werknemers, c.q. het aantal arbeidsuren van werknemers, wier functie geheel ten dienste staat aan de bedrijfsactiviteit "ter beschikking stellen" zoals administratie en bemiddeling.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina