1 het moderne wereldbeeld



Dovnload 152.33 Kb.
Pagina3/8
Datum20.08.2016
Grootte152.33 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

3. de evolutietheorie


In de geologische tijdperken kan men een ontwikkeling waarne­men.

Dat hebben we al gezien in de weergave van de geologische kolom.


A. Er zijn vier argumenten om aan te nemen dat er evolutie is.

Gingerich bij een compleet skelet van de lopende Walvis in Egypte


1. De soorten passen zich aan aan hun omgeving. De vorm van de snavel van vogels wordt bijvoorbeeld sterk bepaald door het voedsel dat beschikbaar is.

De eilanden van Hawaï zijn ontstaan door vulcanische uitbarstingen. Voordat mensen er kwamen waren er op deze eilanden geen zoogdieren. Wel waren er ganzen en zwanen neergestreken. Doordat Hawai meer dan 3000 km van het vasteland afligt hadden zich extreem grote vogelsoorten ontwik­keld. We noemen dit micro-evolutie. Iedereen is het erover eens dat dit bestaat.


2. Over een groot tijdvlak kan micro-evolutie overgaan in macro-evolutie.



Een voorbeeld: een walvis is niet een vis maar een zoogdier, want hij heeft geen kiewen. De voorouders van de walvis moeten dus op land geleefd hebben. 150 Jaar geleden deed Darwin hierover suggesties, maar men maakte dit belachelijk, zodat hij later die suggesties maar achterwe­ge liet. 120 Jaar later ontdekte de paleontoloog Gingerich echter in Pakistan een een ‘lopende walvis’ met enorme voeten. Later ontdekte hij

vergelijkbare lopende walvissoorten in India, Egypte en de VS.

Andere gevonden tussenvormen zijn overgangen van reptiel naar zoog­dier, van dinosauriër naar vogel en van aap naar mens.
3. Er is grote overeenkomst in de architectuur van alle leven. Eigenaardigheden en onvolmaaktheden worden goed verklaard als we aannemen dat de soorten uit elkaar zijn ontstaan. De mens heeft bijvoorbeeld een rudimentair staart­been. Slangen hebben niet-functionele knobbels die terug­gaan op bekkenbeenderen, enz. Als God alle dieren afzonderlijk heeft geschapen, had Hij net zo goed een heel andere opzet kunnen kiezen.
4. In de moleculaire biologie heeft men grote vorderingen gemaakt in het begrijpen van het mechanisme van evolutie. Belangrijk is de ontdekking in het begin van de jaren tachtig van regelgenen. Men ontdekte dat in de embryonale ontwikkeling bepaalde genen, de Home-box-genen of Hoxgenen, door het verspreiden van stoffen andere genen aan of uit zetten. En wat bleek? Alle levende wezens hebben zulke regelgenen en vaak zijn die genen exact gelijk. Wij mensen hebben dezelfde regelgenen als een vlieg of een muis.

De moleculaire biologie toont de fundamentele verwantschap aan van alle soorten van leven op aarde en kan aangeven hoe in de levensboom veranderingen hebben opgetreden.

Een voorbeeld: in ons oogvocht zit een natuurlijk antibioticum, zodat ons oog niet ontstoken raakt. Moleculaire biologen ontdekten het gen dat verantwoordelijk was voor de aanmaak van dit antibioticum en toen deden zij een andere ontdekking. Herkauwers hebben een stof die cellulose afbreekt en daarmee hun spijsvertering veel efficiënter maakt. En wat bleek? Het gen dat deze stof aanmaakt lijkt sprekend op het gen dat ons oog beschermt tegen ontsteking. De theorie is nu dat dat gen zich ergens in de stamboom van het leven verdubbeld heeft. Dat verdubbelde gen deed een hele lange tijd niets, muteerde, totdat het opeens een nieuwe functie kreeg: een stof aanmaken die cellulose afbreekt.
B. De volgende argumenten worden ingebracht tegen de gedachte dat alle leven op aarde het gevolg is van een spontane natuurlijke ontwikkeling.

1. Er is geen wetenschappelijke verklaring voor het begin van leven.

Er is geen geologisch bewijs voor een oorspronkelijke oersoep waarin het leven zou zijn ontstaan. Aminozuren en eiwitten zijn zo ingewikkeld, dat ze onmogelijk met hun specifieke eigenschappen door toeval kunnen zijn ontstaan. En het probleem is dat al die stoffen in een levende cel samenwerken…(zie bijlage 2)

2. De evolutietheorie kan het ontstaan van bepaalde complexe systemen niet verklaren.

Een vogel heeft vleugels, die gemaakt zijn van afzonderlijke veren, maar hij heeft ook speciale spieren om te vliegen en hij kan bepaalde veren apart bewegen zodat hij kan sturen. Als er één ding niet goed werkt stort hij neer. Hoe kan een vogel door natuurlijke selectie zijn vleugels hebben ontwikkeld? Onmogelijk; alleen als het werkt heeft het nut, zo niet, dan is het balast en dan wordt het weggeselecteerd.


Opmerking: het blijkt toch mogelijk om verklaringen te vinden. Een struisvogel kan bijvoorbeeld niet vliegen, maar kan door zijn onvolgroeide vleugels wel sneller lopen; bovendien kunnen vleugels bescherming bieden, enz.
3. Er is een probleem met het uitgangspunt van Darwin dat door een combinatie van toevallige variatie en natuurlijke selectie nieuwe soorten ontstaan.

Je zou verwachten dat in het fossiele bestand dan vele tussenvormen gevonden zouden zijn, maar dat is niet het geval. En dat terwijl het fossiele archief voor een groot gedeelte compleet is. In veel klassen is meer dan 80% van de soorten als fossiel teruggevonden. Van de gewervelde dieren die nu op het land voorkomen is 98% als fossiel teruggevonden.

Verder is in een relatief korte periode van enkele miljoenen jaren in het Cambrium een veelheid aan soorten ontstaan. Terwijl aan de andere kant in een periode van honderden miljoenen jaren bepaalde soorten exact hetzelfde zijn gebleven. Hoe kan dat?

In verband hiermee: er bestaat kunstmatige selectie op grond van natuurlijke variatie, nl. bij telen en fokken. Hoe kan het dat door de natuur te helpen er nooit nieuwe soorten zijn ontstaan?



Opmerking: grote veranderingen zijn mogelijk door kleine mutaties in de zogenaamde controlegenen.

Het ontbreken van tussenvormen kan ook verklaard worden, als we weten dat evolutie vaak plaatsvindt in de vorm van een trechter. In een kleine populatie vind een aanpassing plaats die later onomkeerbaar blijkt te zijn. Maar op andere plaatsen lijkt het dat er uit het niets nieuwe soorten ontstaan.

Door kunstmatige selectie zijn wel nieuwe soorten ontstaan. Denk maar aan honden. Bij salamanders kunnen enkel door verandering in voeding nieuwe soorten ontstaan.

Zie verder bijlage 3.


wie was Charles Darwin?

Darwin was een welgestelde man die niet in zijn eigen onderhoud hoefde te voorzien. Pas door zijn wereldreis met de Beagle wist hij wat hij wilde worden: bioloog.

Darwin hield niet van conflicten. Na de publicatie van The Origin of Species was er een conferentie over het boek, maar hijzelf was er niet bij.

Darwin heeft wel eens gezegd dat hij zijn





evolutietheorie beleefde als een moord; een moord op een eeuwenoude voorstelling – een moord op God als Schepper.

Toch was het vooral het overlijden van zijn dochtertje dat hem deed twijfelen aan het christelijk geloof.






1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina