1 het moderne wereldbeeld



Dovnload 152.33 Kb.
Pagina8/8
Datum20.08.2016
Grootte152.33 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

8. herhalingsvragen


Wat verstaan we onder afzettingsgesteente?

Welke twee personen zijn belangrijk in de geschiedenis van het onderzoek naar ijstijden? Waarom?

Welke rol speelden Wegener en Harry Hess in de theorie van de bewegende continenten?

Welke aanwijzingen zijn er voor de theorie van de oerknal?

Wat verstaan we onder de halveringstijd van radioactieve dateringsmethoden?

Waarom noemt Steven Gould de mens ‘een schitterend ongeluk’?

Maak een samenvatting van het moderne wereldbeeld (schema pagina 4)

Beschrijf de volgorde van Gods scheppingsdaden in Gen 1 en Gen 2.(schema pagina 6)

Wel verschil in volgorde is er tussen Gen 1 en het moderne wetenschappelijke wereldbeeld?

Wat is de boodschap van Gen 1?

Welke vier argumenten zijn er voor evolutie?

De Bijbel denkt positief over deze wereld. Geef een voorbeeld.

Hoe dacht Marcion over de schepping?

Leg het gedicht van Guillaume van de Graft uit.

De toestand van onze kosmos is onwaarschijnlijk; leg dit uit.

Noem vijf belangrijke vondsten van mensachtigen.

Vertel iets over het leven van Galilei

Wat kun je zien als een conflict tussen geloof en wetenschap?

Geef twee voorbeelden bij Paulus waar hij spreekt over de bovenredelijkheid van het geloof

Welke twee voorbeelden van tussenvormen geeft Dr. Fransen in bijlage 3?

Geef twee mechanismen weer die veranderingen in het DNA veroorzaken (bijlage 3)




9. bijlagen

1. Scheppingsoverleveringen


Job 12:15 God bedwingt de wateren en stromen vallen droog

laat hij ze gaan, dan ontwrichten ze de aarde

26:7 Hij strekt het Noorden uit boven de woeste leegte,

en hangt de aarde op – boven het niets.

:10 Hij trekt een cirkel rond de wateren,

langs de verste grens van licht en duisternis

12 Met zijn kracht doet hij de zee bedaren

en met zijn vaardigheid verdelgt hij Rahab

13 Met zijn adem blaast hij de hemel schoon

zijn hand doorboort de kronkelende slang

28:25 Toen hij de kracht schiep van de winden

en de wateren omgrensde.

38:8 En wie sloot de zee af met een deur

toen ze uit de schoot van de aarde brak.

10 Ik legde haar mijn grenzen op

en sloot haar af met deur en grendelbalk

11 en zei: ‘tot hiertoe en niet verder,

dit is de grens die ik je trotse golven stel.’


Psalm 24:2 Hij heeft de aarde op de zeeën gegrondvest,

op de stromen heeft hij haar verankerd


33:6 Door het woord van de Heer is de hemel gemaakt,

door de adem van zijn mond het leger der sterren

7 Hij verzamelt het zeewater en sluit het in,

hij bergt de oceanen in schatkamers weg.

8 want hij sprak en het was er,

hij gebood en daar stond het.

74:13 U hebt door uw kracht de zee gespleten

en de koppen van monsters op het water verpletterd,

14 u hebt de schedels van Leviatan verbrijzeld,

hem als voedsel gegeven aan de dieren in de woestijn,

15 u hebt bronnen en beken laten ontspringen,

altijd tromende rivieren drooggelegd.

16 Van u is de dag, van u is de nacht,

u hebt maan en zon een vaste plaats gegeven,

17 u hebt de grenzen van de aarde bepaald,

zomer en winter – u hebt ze gevormd.

93:3 De stromen verheffen, Heer,

de stromen verheffen hun stem,

luid verheffen de stromen hun stem.

4 Maar boven het geraas van de wijde wateren,

van de machtige baren der zee,

is hoog in de hemel de machtige Heer.


Psalm 89:10 U heerst over de hoog rijzende zee –

verheffen zich haar golven, u brengt ze tot rust.

11 U hebt Rahab verpletterd en doorboord,

met krachtige arm uw vijanden verstrooid.

12 Van u is de hemel, van u ook de aarde,

de wereld met alles wat er leeft, hebt u gegrond.

104:2 U spant de hemel uit als een tentdoek

3 en bouwt op de wateren uw hoge zalen

u maakt van de wolken uw wagen

en beweegt u op de vleugels van de wind,

4 u maakt van de winden uw boden

van vlammend vuur uw dienaren.

5 U hebt de aarde op pijlers vastgezet,

tot in eeuwigheid wankelt zij niet.

6 De oerzee bedekte haar als een kleed,

tot boven de bergen stonden de wateren

7 Toen u hen dreigde, vluchtten zij weg,

toen uw donderstem klonk, stoven zij heen

9 U stelde een grens die zij niet overschrijden

nooit weer zullen zij de aarde bedekken.

135:7 Wolken wekt hij aan de einder der aarde,

bliksems maakt hij en de regen valt,

de wind laat hij los uit zijn schatkamers.
Spr. 3:20 Door zijn kennis brak het water los uit de diepte

en druppelt er dauw uit de wolken.


8:27 Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf

en een cirkel om het water trok,

28 de wolken aan de hemelkoepel plaatste,

de oceanen bruisend op liet wellen,

29 toen hij aan de zeeën grenzen stelde,

het water met zijn woord zijn plaats gaf,

de fundamenten van de aarde legde.
Jesaja 27:1 op die dag zal de Heer ingrijpen:

hij trekt zijn groot en machtig zwaard

tegen Leviatan, de snelle, kronkelende slang,

en hij zal Leviatan doden, het monster in de zee.


30:7 De hulp van Egypte is loos en leeg;

dus noem ik het Rahab, ‘Tandeloos monster’.

51:9 Was U het niet die Rahab vermorzelde,

die het monster doorbooorde?

10 Was u het niet die de zee drooglegde,

het water in de diepte,

die een weg baande op de bodem van de zee

waarover het verloste volk kon gaan?

Jeremia 5:22 Ik heb met zand de zee aan banden gelegd,

haar een vaste grens gesteld.

Haar golven donderen, maar tevergeefs,

ze bruisen onstuimig, maar worden gestuit.



2. leven door toeval?







hieronder een uitgebreid citaat uit een boek waarin de gedachte van de schepping wordt verdedigd. Daarnaast het commentaar van een leerkracht biologie

Hoewel onderzoekers er met relatief gemak in zijn geslaagd vele bio-monomeren te produceren in laboratoria, is de relatie tussen deze experimenten en dat wat er ooit gebeurd zou zijn op de primitieve aarde problematisch. Zo worden aminozuren gevormd in een alkalische omgeving, terwijl zo’n omgeving schadelijk is voor suikers. Toch zijn ze allebei noodzakelijk voor levende levens.

Ook is er het probleem in de opbouw van de aminozuren. Van aminozuren met dezelfde soort en hetzelfde aantal atomen kunnen verschillende varianten bestaan, afhankelijk van de rangschikking van de atomen. Vaak is er een linksdraaiende en een rechtsdraaiende vorm, afhankelijk van de richting waarin gepolariseerd licht wordt afgebogen. De twee vormen zijn elkaars spiegelbeelden, zoals een linker- en een rechterhand (figuur 4.2). Het blijkt dat levende wezens vrijwel uitsluitend gebruik maken van linksdraaiende aminozuren, terwijl de aminozuren die in laboratoria worden geproduceerd willekeurig linksdraaiend of rechtsdraaiend zijn. Hoe kunnen in een oersoep met een mengsel van links- en rechtsdraaiende moleculen organismen ontstaan die uitsluitend zijn opgebouwd uit linksdraaiende moleculen.


commentaar

Gelijke complexe stoffen gaan vaak clusteren, waardoor de concentratie niet overal dezelfde zal zijn
Een ander probleem van de oersoephypothese is het gebrek aan fossiel bewijs voor het bestaan van zo’n oersoep. Organisch materiaal is opvallend afwezig in de diepere aardlagen die gevormd zijn in de tijd waarin het leven zou zijn ontstaan.

Ook lastig is het feit dat de concentratie van bio-monomeren in de oersoep te laag is om de synthese van complexe moleculen als bio-polymeren mogelijk te maken. Donald Hull schat dat 97% van de glycine die in de primitieve atmosfeer zou worden gevormd uiteenvalt voordat het in de oceaan terecht komt en dat de resterende 3% in de oceaan zelf uiteenvalt. Hij zegt: zelfs de hoogste concentratie die nog acceptabel is, lijkt hopeloos laag als beginmateriaal voor het spontaan ontstaan van leven.

Een ander punt is dat men door experimenten met behulp van verfijnde apparatuur inderdaad biomonomeren kan produceren. Maar het is een heel ander ding om ze spontaan te produceren op de primitieve aarde. Verder: hoewel de productie van biomonomeren lastig is, is dat niets in vergelijking met de productie van eiwitten en nucleïnezuren, die honderden tot duizenden keren complexer zijn. Voor het goed functioneren van bio-polymeren is de juiste volgorde van hun bio-monomeerketens essentieel. Er komt heel wat meer bij kijken dan het toevoegen van flink wat energie om bio-monomeren te koppelen. Je kunt een auto verplaatsen met behulp van dynamiet, maar dat is niet hetzelfde als zinvol transport!

De kans op het toevallig ontstaan van een functionerend complex biologisch molecuul is onwaarschijnlijk klein.

Levende wezens bestaan gewoonlijk uit vele duizenden soorten eiwitten. Eiwitten bestaan uit ketens van enkele tot vele honderden aminozuren. Levende wezens gebruiken 20 verschillende soorten aminozuren. Voor het goed functioneren van het eiwit moet het gros van de aminozuren op specifieke posities in de keten zijn geplaatst. Dat is enigszins te vergelijken met een stuk tekst, waarbij de letters van het alfabet vergelijkbaar zijn met de


commentaar:

Zelfreplicerend leven is begonnen met RNA, niet met eiwitten. RNA heeft de eigenschap om zowel eiwitten te kunnen maken volgens zijn eigen codering, als zichzelf exact te copiëren.

Er dient slechts éénmaal een nuttig eiwit te ontstaan. Daarna versnelt de evolutie zichzelf.
amninozuren en de zinnen met de eiwitten. Op sommige posities in de aminozuurketen zijn

‘spelfouten’ acceptabel, maar op andere posities kan een verkeerd aminozuur dodelijk zijn voor het organisme.

Stel dat we een bepaald soort eiwit nodig hebben. Wat is dan de kans dat de aminozuren in de juiste volgorde in de keten terecht komen? Het aantal mogelijke combinaties is onvoorstelbaar groot, omdat elke positie in de keten door elk van de 20 aminozuren bezet kan worden. als een eiwit 100 aminozuren op specifieke posities nodig heeft is het aantal mogelijke combinaties groter dan alle atomen in het heelal (1080 jv) bij elkaar.

Er is een berekening van de kans op het krijgen van 100 aminozuren op specifieke posities in de aminozuurketen van een eiwit. Het aminozuur moet linksdraaiend zijn en het moet ook een peptide binding vormen. Om deze kansen te combineren moeten ze vermenigvuldigd worden. De kans op het eerste aminozuur is 1 op 80 de kans op twee aminozuren 1 op 6400, enz. Voor alle 100 aminozuren komen we op een kans van 1 op 4,9 x 10 -191.



uit: Ariel Roth, Oorsprong, Wetenschap en Bijbel verenigd, 69-72





Cellen zijn microscopisch klein, typisch een honderdste van een millimeter in diameter. Om de indrukwekkende organisatie van de levende cel te illustreren zonder het gebruik van vakjargon, kunnen we deze een miljard keer vergroten. We zien de cel dan als een pakweg 20 kilometer groot complex dat oogt als een gigantisch ruimteschip. Als je binnenkomt binnen één van de vele duizenden ingangen zie je een duizelingwekkende hoeveelheid geautomatiseerde robots aan het werk in een wirwar van activiteiten. Deze eiwitmachines zijn op deze schaal elk een paar meter groot en opgebouwd uit een paar duizend atomen. Er zijn duizenden verschillende types robots aan ‘t werk en elk heeft zijn eigen specifieke taak zoals het onderhoud van de structuur van het ruimteschip, de communicatie met andere robots, het omzetten van chemische stoffen, de fabricage van andere robots, et cetera. Het ruimteschip heeft een nauwkeurig bepaalde structuur met vele zelfstandige compartimenten: Er zijn treinverbindingen waar wagons via rails van plek A naar B worden gestuurd, er zijn ener-giecentrales die uit de extern verworven voedingsstoffen brandstof produceren, er zijn industriegebieden waar nieuwe robots worden gemaakt en oude worden afgebroken, er is een vuilnisophaaldienst, enzovoorts. De vier meter dikke buitenkant van het ruimteschip is van groot belang tegen de vijandige wereld daarbuiten. Er is dus een defensiesysteem, en een kundig systeem van honderden sensoren en poorten om gecontroleerd de juiste robots en ruwe materialen wel of niet naar binnen te laten. Een structuur van centraal belang is de bolvormige bibliotheek met een straal van 1 km, die alle blauwdrukken bevat met alle informatie,die de cel mogelijkerwijs in zijn bestaan maar nodig zou kunnen hebben. Deze informatie wordt door controlerobots voortdurend gecontroleerd op mogelijke fouten. Als er onvolkomenheden worden ontdekt, worden ze ter plekke hersteld. Als er nieuwe acties nodig zijn in het avontuurlijke bestaan van het ruimteschip, worden er signalen gestuurd naar de centrale bibliotheek. Speciale bibliothecarisrobots zoeken dan de juiste blauwdrukken bij elkaar uit het centrale archief, ontdoen ze van de opbergordner, en maken een kopie. Die kopie wordt verstuurd naar de productieafdeling. In de fabriek wordt dan de juiste batterij robots aangemaakt aan de hand van de instructies die te lezen zijn in de kopie. Die robots worden dan op pad gestuurd om de gevraagde actie uit te voeren. De cel is dus een nauwkeurig georganiseerd geheel. Als toegift nog dit: levende cellen kunnen zich delen in twee identieke dochtercellen. Die celdeling is een ontzagwekkend spektakel: in een uurtje tijd wordt de kilometer grote bibliotheek van het ruimteschip samen met andere cruciale onderdelen op uiterst gecontroleerde wijze gekopieerd, wordt er een strikte rij controles uitgevoerd, en - op het sein dat alles standby staat - worden nieuwe buitenwanden aangemaakt en deelt het ruimteschip met alle substructuren zich op in twee compleet uitgeruste nieuwe ruimteschepen.

Deze beschrijving toont slecht het tipje van de ijsberg, maar het geeft een idee van de indrukwekkende complexiteit van de cel. De sceptisch ingestelde lezer zal zich afvragen of ik niet wat overdrijf met mijn sciencefictionachtige beschrijving. Dat is echter niet het geval. Elk van de genoemde onderdelen is aanwezig in elk van uw cellen.: De energiecen-trales zijn de mitochondriën, de bibliothecarisrobots zijn de RNA polymerasen, de productiefabrieken zijn de ribosomen, enzovoorts.

Uit: Cees Dekker e.a., Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?, Ten Have 2005, 120,121
Een interessante animatie van de wat er op het niveau van de cel gebeurt vindt men bij www.johnkyrk.com

3. de wetenschappelijke achtergrond van de evolutietheorie


De centrale idee van de evolutietheorie is, dat er in groepen organismen altijd variatie bestaat. Denk bijvoorbeeld aan de vinken van Darwin. Dat zijn veranderingen binnen de soort. Maar Darwin ging verder. De selectie van voordelige eigenschappen kan volgens hem op den duur tot nieuwe soorten leiden. Veel kleine veranderingen geven samen een grote verandering. En zo zou een mens kunnen ontstaan uit een aapachtige voorouder.
oerolifant

150 Jaar nadat dit idee door Darwin werd geopperd, is er inmiddels aardig bewijs voor deze aanname verzameld. Allereerst zijn er in de bodem fossielen te vinden, versteende resten van planten en dieren die ooit hebben geleefd. Die fossielen liggen niet zomaar kriskras door elkaar. In de bodem zijn door geologen een groot aantal aardlagen ontdekt, die staan voor verschillende perioden in de geschiedenis van de aarde. De oudste aardlagen bevatten geen fossielen. Dan verschijnen er piepkleine fossielen van eencelligen. Later zijn er eenvoudige meercellige organismen te zien en nog later verschijnen er complexere planten en dieren.

De meeste fossielen zijn van soorten die nu niet meer bestaan. Soms zijn het varianten op dieren die er nog wel zijn. Er zijn bijvoorbeeld fossielen van ruim 130 verschillende soorten olifanten gevonden. Olifanten zijn herkenbaar aan de structuur van hun schedel en botten. De oudste fossiele olifanten zijn klein en hebben geen of een heel kleine slurf. In jongere aardlagen zijn grotere olifanten, die meer lijken op de twee soorten die wij nu nog kennen uit Afrika en Azië. Die moderne olifanten komen alleen in relatief recente aardlagen voor. Dit suggereert een ontwikkeling binnen de groep olifanten

Maar hoewel de oudste olifanten door veel mensen niet als een olifant herkend zouden worden, kun je nog zeggen dat zo’n reeks niet bewijst dat nieuwe soorten via evolutie kunnen ontstaan. Een oerolifant heeft zich gewoon in verschillende ondersoorten uitgesplitst, maar het blijft een olifant. Er is niets nieuws ontstaan.


tussenvormen

Er zijn echter ook andere reeksen, die bijvoorbeeld de ontwikkeling van vissen naar amfibieën laten zien. Recent is in Canada een fossiel gevonden van een dier dat de naam Tiktaalik roseae heeft gekregen.




Illustratie uit Neil Shubin, De vis in ons, Nieuw Amsterdam 2008, 32


De Tiktaalik heeft kenmerken van vissen en reptielen. De voorvin bevat vingerbotjes. Een botsegment dat de kop aan de romp verbindt (en er bij vissen voor zorgt dat de kop niet onafhankelijk van de romp kan bewegen) is verschoven. Daardoor zit de kop van de Tiktaalik niet meer onwrikbaar op zijn romp. Dit zijn de amfibie-eigenschappen. Anderzijds lijkt de Tiktaalik sterk op lobvinnige vissen, zoals de Coelacant. Hier is het dus veel moeilijker om te beweren dat er niets nieuws is ontstaan.

De afgelopen jaren zijn er steeds meer van dit soort fossiele ‘tussenvormen’opgedoken. Er zijn bijvoorbeeld ook steeds meer dinosaurusfossielen met vogelachtige kenmerken (zoals veren, of de typische botstructuur van vogels) ontdekt.

Wat de fossielen laten zien, is dat er een ontwikkeling lijkt te zijn van eenvoudig naar meer complex leven. Het fossiele archief in de aardlagen is geordend. Je vindt bijvoorbeeld geen zoogdieren in diepe aardlagen.
gewijzigde genen


DNA

Ieder levend wezen heeft DNA, de drager van erfelijke informatie. De laatste tien jaar is ons vermogen om deze erfelijke informatie te lezen enorm toegenomen. Het complete DNA van een groot aantal soorten planten en dieren is inmiddels bekend. Overeenkomsten, maar ook verschillen, vertellen ons veel over de verwantschap tussen soorten.

Een belangrijke vraag is hoe er nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan. Er moeten dan stukken DNA met een nieuwe functie ontstaan. Biologen denken dat dit op verschillende manieren kan gebeuren.

Tijdens het kopiëren van het DNA bij de deling van cellen kan er iets fout gaan, waardoor een stuk DNA wordt verdubbeld. Als dit plaatsvindt in een geslachtscel, wordt de verdubbeling doorgegeven aan een nakomeling. Dit is iets dat regelmatig gebeurt. Wanner zich in het verdubbelde stuk een gen bevindt, heeft de nakomeling een extra exemplaar van dat gen. Wanneer in dat extra gen mutaties ontstaan, hoeft dat geen gevolgen te hebben. Maar door een opeenstapeling van mutaties kan het gen een andere functie krijgen.

Nieuwe eigenschappen kunnen ook ontstaan doordat stukken DNA door elkaar gehusseld raken. Een stuk van het ene gen komt dan in de plaats van een stuk van een ander gen, waardoor een nieuw, samengesteld gen ontstaat. En soms worden niet-functionele stukken DNA onderdeel van een gen. Dit gebeurde bijvoorbeeld met het gen voor een spijsverteringsenzym in vissen. Dit gen is geëvolueerd tot een antivrieseiwit, waardoor de vissen kunnen overleven in de koude oceaan rond de Zuidpool.
verwanten van de mens


de verwantschap tussen mensen en primaten


Wat verder nog opvalt als we DNA van verschillende soorten vergelijken, is dat overeenkomsten en verschillen goed overeenkomen met de voorspelde evolutionaire relaties. Mensen delen volgens de evolutietheorie een gezamenlijke voorouder met de chimpansee, onze naaste verwant. Een andere voorouder delen we met zowel de chimpansee als de gorilla. Maar er is ook een gezamenlijke voorouder van mens, orang-oetan, gorilla en chimpansee. Deze relatie zien we terug in het DNA. ER zijn stukken DNA die we alleen delen met de chimpansee. Andere stukken delen we met chimpansee en gorilla. Weer andere met chimpansee, gorilla en orang-oetan. Maar het is niet zo dat we stukken alleen met de orang-oetan delen, of alleen met de gorilla.

Dit soort overeenkomsten vinden we overigens niet alleen in genen, maar ook in stukken DNA die geen functie hebben. Een goed voorbeeld hiervan zijn stukken DNA die feitelijk ‘littekens’ vormen van een infectie met een virus, dat zich in het erfelijk materiaal van eeen voorouder heeft genesteld.


conclusie

Zowel de bestudering van fossielen als van ons DNA levert ondersteuning op voor de gedachte dat het leven op aarde via evolutie is ontstaan. Het bewijs dat ik hier schets is maar het topje van de ijsberg. Deze bewijzen worden in het algemeen afgewezen door christenen die van mening zijn dat evolutie niet heeft plaatsgevonden.

Persoonlijk ben ik door onderzoek van het bewijs voor en tegen evolutie tot de conclusie gekomen dat evolutie inderdaad heeft plaatsgevonden.
Dr. René Fransen (bioloog) in CV Koers, januari 2009
Inhoudsopgave


1 het moderne wereldbeeld 2

2 in het begin 6

2.1. rapportage? 6

2.2. De betekenis van bepaalde woorden in Gen 1 7

2.3. de boodschap van Genesis 1 8

3. de evolutietheorie 9

4. Goed en kwaad 11

4.1. en God zag dat het goed was 11

4.2. Nee tegen de Schepper 12

5. God en de kosmos 14

6. stamt de mens af van de apen? 15

7. geloof en wetenschap 10

interview 10

de vrijheid van de wetenschap 10

het conflict tussen geloof en wetenschap 11

weten, niet weten en geloven 11

8. herhalingsvragen 13

9. bijlagen 14

1. Scheppingsoverleveringen 14

2. leven door toeval? 16



3. de wetenschappelijke achtergrond van de evolutietheorie 20






1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina