1 In de wind: De boot vaart in de wind wanneer de wind van voren komt zodat je niet kunt zeilen. Aan de wind



Dovnload 15.14 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte15.14 Kb.
Zeiltermen voor Zwaardboot 1

In de wind: De boot vaart in de wind wanneer de wind van voren komt zodat je niet kunt zeilen.



Aan de wind: wanneer de wind schuin van voren op je schip komt, is dit de koers aan de wind. Aan de wind zeilen is dus schuin tegen de wind in varen.

Halve wind: Wanneer de wind dwars op je boot staat, oftewel recht van opzij komt, is het halve wind.

Ruime wind: Wanneer de wind schuin van achteren komt, vaart de boot ruime wind. Wanneer je iets ruimer vaart dan halve wind, en dus ruime wind vaart, gaat de boot het snelst.

Voor de wind: Wanneer de wind recht van achteren komt, vaart de boot voor de wind.

Hogerwal: De wal (kant) waar de wind vandaan waait. Makkelijk om van weg te varen, moeilijk om te bereiken (opkruisen!).

Lagerwal: De wal (kant) waar de wind naar toe waait. Aan lagerwal komen is niet zo gunstig: je komt er moeilijk vandaan.

Bakboord: Bakboord betekent, gezien vanaf de stuurman kijkend naar voren, links.

Stuurboord: Stuurboord betekent, gezien vanaf de stuurman kijkend naar voren, rechts.

Hoge zijde: De kant van de boot waar de wind vandaan komt.

Lage zijde: De lage kant van een boot is de kant waar de wind naar toe waait.

Loef: De hoge kant, de kant waar de wind vandaan komt.

Lij: De lage kant, de kant waar de wind naar toe waait.



Killen: Het killen van een zeil is het tegenbollen/klapperen van een zeil wanneer een zeilstand niet goed is. Wanneer je een zeil te los hebt staan, zal deze gaan killen. Hierdoor verlies je snelheid. Killen begint als eerste in het voorlijk.

Oploeven: Oploeven is de vaarrichting van de boot zo veranderen, dat de voorkant van de boot zich naar de windrichting toe beweegt (loef). De boot vaart dan meer tegen de wind in.

Afvallen: Afvallen is de vaarrichting van de boot zo veranderen, dat de voorkant van de boot zich van de wind af beweegt (lij). De boot vaart dan minder tegen de wind in.

Overstag: Bij een overstag draait de voorsteven van het schip door de wind zodat het zeil naar de andere kant gaat. De overstag is het hele stuk tussen aan de wind over de ene boeg tot aan de wind over de andere boeg.

Gijpen: Bij de gijp draait de kont van het schip door de wind, waardoor het zeil vanaf de andere kant wind vangt.

Kruisrak: Een kruisrak zijn twee slagen in het opkruisen, een slag over bakboord en een slag over stuurboord (of andersom). Één slag in het opkruisen is een rak.

Extra voor Zwwardboot 2


Opschieten van een lijn: Het opschieten van een lijn is het maken van lussen zodat de lijn zonder schade kan worden opgeborgen. Het opschieten van een lijn gebeurt in even grote lussen, en het uiteinde kan een aantal keer om de lussen heen worden gedraaid en tot slot (als er een achtje is ontstaan) door de kleinste lus worden gehaald. het is niet verstandig om de lussen te maken om je onderarm, omdat hierdoor de lijn gaat draaien en sneller slijt. Ook bij het opschieten moet de draaiing worden voorkomen.
Beleggen: Het beleggen van een lijn is het vastmaken van een lijn aan een kikker door er achtjes omheen te draaien. De kikker heeft twee uiteinden, en hieromheen worden de achtjes belegd. Een belegging eindigt altijd met een halve steek.
Deinzen: De boot ligt in de wind. Het zeil klappert in het midden van de boot. De boot ligt even stil en zal dan achteruit dobberen. Dit achteruit dobberen heet deinzen.

Extra voor Zwaardboot 3


Zuigen: Als je helemaal achterin de boot zit, druk je de spiegel van de boot in het water. Dit wordt zuigen genoemd. Hierdoor wordt je snelheid geremd, want de boot trekt water met zich mee.
Duiken: Als je zover voorin gaat zitten dat de boeg in het water duikt, is dat niet goed. De boeg moet veel water wegduwen en dat remt.
Volvallen: Het zeil bolt door de wind die er weer in valt, de boot krijgt meer vaart.

Dwarspeiling: Als je aan het kruisen (laveren) bent, hoog aan de wind vaart, en je ziet een boei dwars van opzij, dan heb je de boei dwarsgepeild.

Opschieter: Je vaart langs het punt waar je wilt aanleggen en dan stuur je snel in de wind. Om af te remmen kun je het zeil tegen de wind in uitduwen.

Verhalen: Verhalen is het verplaatsen van een schip naar een andere plek zonder te zeilen. Bijvoorbeeld: peddelen of wrikken.

Korte slag: De korte slag is de slag in het opkruisen waar je geen of weinig hoogte wint en juist snelheid wilt maken.

Lange slag: De lange slag is de slag in het opkruisen waar je hoogte wint.

Planeren: Planeren van een boot is sneller varen dan de rompweerstand. Wanneer je in planee gaat, komt de romp boven de golven uit en glijdt de boot eigenlijk over de golven, waardoor de snelheid snel toeneemt.

Bovenlangs: Bovenlangs iemand zeilen houdt in dat je iemand inhaalt aan de hoge zijde van de voorliggende persoon

Onderlangs: onderlangs iemand zeilen houdt in dat je iemand inhaalt aan de lage zijde van de voorliggende persoon

Bezeild: Bezeild betekent dat een schip in een keer naar een bepaald punt kan zeilen, zonder op te hoeven kruisen. Wanneer een punt bezeilbaar is, betekent dit dus dat er rechtstreeks heen gevaren kan worden.

Binnen de wind: Wanneer je verder afvalt dan voor de wind, geraak je binnen de wind. Eigenlijk vaar je, wanneer je binnen de wind vaart, ruime wind voor de andere zijde. Voorbeeld: binnen de wind over bakboord varen is eigenlijk ruime wind over stuurboord met het zeil aan de verkeerde zijde. Wanneer je te ver binnen de wind vaart, kan je een klapgijp krijgen. De wind vangt dan vanaf de andere kant van je grootzeil wind, waardoor je gijpt.

Verhalen: Verhalen is het verplaatsen van een schip naar een andere plek zonder te zeilen. Bijvoorbeeld: peddelen of wrikken.

Verlijeren: Verlijeren is de zijwaartse beweging van het schip op alle koersen hoger dan voor de wind. Wanneer een zeilboot aan de wind vaart, vaart hij geen rechte lijn, maar een schuine lijn. Deels gaat het schip vooruit, en deels opzij. Deze zijwaartse beweging wordt veroorzaakt doordat de wind schuin van voren komt en door golven.

Drift: Driften is een bedoelde zijwaartse beweging van het schip. Driften verschilt van verlijeren op het punt dat het verlijeren een ongewenste zijwaartse beweging is, en driften een bedoelde zijwaartse beweging.

Bijliggen: Bijliggen van een zeilschip verwijst naar een bepaalde stand van de zeilen en het roer waardoor een schip geen helling meer maakt, erg langzaam gaat en relatief weinig verlijert. Bijliggen kan gebruikt worden wanneer de situatie vereist dat het schip geen hinder vormt door snelheid of helling.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina