1. Inleiding 1 De Nederlandse missie



Dovnload 0.5 Mb.
Pagina1/10
Datum24.07.2016
Grootte0.5 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10



1. Inleiding

1.1 De Nederlandse missie
De eerste groep Nederlandse militairen voor de Nederlandse missie in Uruzgan vertrok 14 maart 2006 naar Zuid-Afghanistan. Deze Deployment Task Force (DTF) maakte daar kwartier voor de Nederlandse ISAF-operatie Task Force Uruzgan (TFU) die op 1 augustus aanving. De ISAF staat voor de International Security Assistance Force. De TFU telde ongeveer 1200 militairen, die verspreid waren over twee locaties, namelijk Tarin Kowt en Deh Rawod in de provincie Uruzgan.1 Het voornaamste doel van de missie was om de wederopbouw in Afghanistan te ondersteunen. De Nederlandse missie moest zorgen voor veiligheid en stabiliteit. De reden om militairen naar Afghanistan te sturen kwam voort uit de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika. De wereld was in rep en roer en een groot deel van de bevolking van de wereld was het erover eens dat de Taliban in Afghanistan gestopt moest worden. Volgens het ministerie van Defensie was het doel van de missie ‘meer veiligheid, samenhang binnen het Afghaanse bestuur en ontplooiing van duurzame ontwikkelingsprojecten’.2 De missie verliep niet geheel zonder gevaar. Het Nederlandse leger kwam meerdere keren in contact met gevechten. Volgens de journalist Edith van Zalinge kan “de NAVO operatie dan ook gezien worden als de meest risicovolle Nederlandse missie sinds de Korea Oorlog in 1950”.3
In Den Haag was afgesproken dat de missie in augustus 2010 zou aflopen. In eerste instantie was afgesproken dat de missie tot 2008 zou duren. In de eerste helft van 2010 was het de vraag of Nederland zich compleet terug moet trekken uit Uruzgan. De ministers Verhagen (CDA) en Van Middelkoop (Christenunie) waren van mening dat het nodig was om een nieuwe kleinere missie te starten in Afghanistan. Echter niet meer op dezelfde plek in Uruzgan. Enkele militaire vakbonden waren hierop tegen. Het verplaatsen zou teveel geld en energie kostten.4

Op 20 februari 2010 is het vierde kabinet-Balkenende gevallen over de kwestie Uruzgan. De coalitiepartijen konden het niet eens worden over het wel of niet doorgaan van de Nederlandse missie in Uruzgan.

De vraag is of men kan spreken van een geslaagde missie of van een misère. In de afgelopen periode zijn namelijk 24 Nederlandse militairen in Afghanistan om het leven gekomen. Arnold Karskens is zelf van mening dat Afghanistan Vietnamiseert. In een artikel in De Pers schreef hij dat “de provincie Uruzgan niet ontkomt aan de strijdmethoden die tijdens de Vietnamoorlog van 1957 tot 1975 gemeengoed waren”. 5 Velen waren dan ook van mening dat Nederland zich moest richten op een exitstrategie.
Vandaag de dag speelt de vraag of Nederland toch een steentje dient bij te dragen aan de toestand in Afghanistan. Onder druk van de NAVO is het kabinet Rutte van mening dat Nederland een politiemissie zou moeten starten in Afghanistan. Op deze manier zou Nederland toch betrokken zijn bij het land en serieus worden genomen in de rest van de politieke wereld. Of dit plan doorgaat is nog maar de vraag.

1.2 Het onderzoek
In de Nederlandse dag- en weekbladen is veel aandacht geschonken aan de missie in Uruzgan. Dit bleek onder andere uit mijn eerdere onderzoek naar Uruzgan in De Telegraaf: januari-mei 2008. In deze periode werden 23 foto’s over de Nederlandse missie in Uruzgan gepubliceerd. Uit dit onderzoek bleek dat de foto’s van De Telegraaf voornamelijk een neutrale inslag hadden. Het onderwerp dat in deze periode het meest aan bod kwam was de politiek met op de tweede plaats militair en politioneel optreden (zie ook onderzoekopzet). Interessant is om te kijken hoe de landelijke dagbladen verschillende kanten van de Nederlandse missie in Uruzgan laten zien door middel van foto’s. Waar ligt de nadruk op in de beelden, op de wederopbouw kant of de vechtmissie?

Voor de masterthesis onderzoek ik de foto’s over de Nederlandse missie in Uruzgan in de periode 1 januari tot en met 31 juli 2009 in De Telegraaf, het NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Defensiekrant.

De Telegraaf, NRC Handelsblad en de Volkskrant zijn geselecteerd naar politieke voorkeur. Voor de Defensiekrant is gekozen, omdat deze ‘krant’ de missie via de visie en door de ‘ogen’ van de Defensie laat zien.

De Telegraaf is de grootste Nederlandse ochtendkrant met een oplage van rond de 719.000 exemplaren. De krant verschijnt nog elke dag van de week en bevat binnenlands, buitenlands en show- en sportnieuws. Nu heeft De Telegraaf geen zondageditie meer. De Telegraaf wordt gezien als een rechts conservatieve populaire krant.6 Vanwege de rechtse inslag van deze krant en het vooronderzoek is de verwachting dat de foto’s over Uruzgan vooral de onderwerpen politiek en militair/politioneel optreden laten zien. Daarnaast is de verwachting dat er ook foto’s getoond zullen worden van thuisfront & recreatie. De Telegraaf staat bekend om het uitbrengen van sensatienieuws en entertainment.

Het NRC Handelsblad had rond de onderzoeksperiode een oplage van 211.000 kranten per dag en verscheen zes dagen per week. Het is de vierde grootste betaalde krant van Nederland. Het NRC Handelsblad heeft een liberale inslag. Het motto van de krant is dan ook Lux et Libertas (Licht en Vrijheid). Hiermee wil de krant zich profileren als verlicht en liberaal. In december 2006 vertelde de hoofdredacteur Birgit Donker in een interview door een journalist van de krant Trouw:

We willen gewoon een kwaliteitskrant blijven waar je als lezer wijzer van wordt. We willen met nog veel meer primeurs komen en nog meer agenda-bepalend worden. Het NRC is nog steeds een neutrale, liberale krant die de vrijheid van het individu voorstaat, tegen teveel ingrijpen door de overheid is en erg internationaal gericht is.7

In de krant zijn verschillende katernen als buitenland, politiek, economie, opinie, kunst en literatuur te vinden.8 Vanwege de liberale inslag is de verwachting voor de foto’s uit deze krant dat zij vooral beelden van het politieke proces en de wederopbouw van het land laten zien.

De Volkskrant is van oorsprong een rooms-katholieke Nederlandse krant. De krant richt zich al meer dan veertig jaar op de linkse hoger opgeleide lezer. Op de netwerk-website Linkedin.nl zegt de Volkskrant over zichzelf:

De Volkskrant onderscheidt zich van andere media door de eigenzinnige nieuwskeuze van de redactie, de originele invalshoeken en de aandacht voor opiniërende stukken. De positionering verwoordt vóór alles de ambitie van de krant om haar eigen agenda te stellen, ongehinderd door heilige huisjes of de waan van de dag. De slogan "niets is vanzelfsprekend" past hierbij. Bovendien dagen deze woorden de lezer uit zich in het nieuws te verdiepen, de wereld op een onbevangen, kritische manier te bekijken en zichzelf te blijven ontwikkelen.9

De oplage bestond in de onderzoekperiode uit ongeveer 259.000 exemplaren per dag. De krant verschijnt zes dagen per week.10 Voor de Volkskrant is de verwachting, vanwege de linkse inslag, dat de onderwerpen van de foto voornamelijk gericht zullen zijn op politiek, Afghaanse bevolking en humanitair optreden.

De Defensiekrant is het wekelijkse voorlichtingsblad van het ministerie van Defensie. Hoewel in de naam van het blad het woord ‘krant’ voorkomt is het blad geen krant, zoals De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant dat wel zijn. Deze kranten verschijnen dagelijks van de pers. Ze hebben een bepaalde redactieformule gemeen. Zo wordt er bijvoorbeeld gebruikt gemaakt van katernen. De onderwerpen in deze kranten gaan niet alleen over het militaire optreden in Uruzgan, maar ook over het binnenland, buitenland, economie, cultuur en sport. Het Ministerie van Defensie heeft eigen fotografen en journalisten in dienst (de AVDD). De Audiovisuele Dienst Defensie richt zich op audiovisuele media als fotografie en video. Deze dienst ondersteunt de journalistieke verslaglegging bij missies als Uruzgan in Afghanistan.11 In de Defensiekrant komen de verschillende takken van Defensie als de luchtmacht, de landmacht, de marine en de Koninklijke Marechaussee bijeen. De onderwerpen in de krant zullen vooral gespitst zijn op militair/politioneel optreden en thuisfront & recreatie. Het onderwerp thuisfront & recreatie zal op foto’s te zien zijn, omdat de Defensie niet een al te beladen beeld wil scheppen van de missie.

Bij deze thesis wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de Defensiekrant en de andere kranten. De Defensiekrant zal apart geanalyseerd worden ten opzichte van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant.



1.3 Hoofdstukkenindeling

In hoofdstuk 2 zal de literatuur betreffende foto-onderzoek en fotojournalistiek uitvoerig aan bod komen. In hoofdstuk 3 worden de probleemstelling en de deelvragen helder geformuleerd. In hoofdstuk 4 zullen de gebruikte kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden beschreven worden. Hoofdstuk 5 behelst het kwantitatieve onderzoek van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant. De deelvragen 1 en 2 zullen met behulp van het kwantitatieve onderzoek beantwoord worden. Hoofdstuk 6 bevat het kwantitatieve onderzoek van de Defensiekrant. In dit hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op deelvraag 3. In hoofdstuk 7 zijn vijf foto’s per krant van De Telegraaf, het NRC Handelsblad en de Volkskrant kwalitatief geanalyseerd. Ook hier wordt een antwoord gegeven op deelvraag 2. In hoofdstuk 8 zijn vijf foto’s van de Defensiekrant kwalitatief onder de loep genomen. Aan het einde van het hoofdstuk wordt deelvraag 4 beantwoord. In hoofdstuk 9 bevinden zich de interviews met ervaringsdeskundigen van de Nederlandse missie in Uruzgan. In dit laatste hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op deelvraag 5. Ten slotte zal in hoofdstuk 10, de conclusie, een antwoord worden gegeven op de hoofdvraag van dit onderzoek.



2. Theorie

2.1 Agendasetting & framing

Twee begrippen spelen een belangrijke rol bij de foto-analyse van de Nederlandse missie in Uruzgan. Het zijn agendasetting en framing. Aanhangers van de agendasettingtheorie, opgekomen in de jaren zeventig, zijn van mening dat “de invloed van de media zich niet zozeer uit in de directe beïnvloeding van meningen, attitudes en gedrag van mensen, maar meer in de beïnvloeding van de onderwerpen die ze belangrijk achten en waarover ze een mening vormen”. Birgit Donker, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, vertelde in het Trouw-interview dat NRC Handelsblad met nog meer primeurs wil komen en nog meer agenda-bepalend zal worden.12 De politieke ideologie van de kranten zal een belangrijke factor zijn voor de onderwerpen (zie onderzoeksopzet) die aan het licht worden gebracht. De aandacht die fotografen en fotoredacteuren aan bepaalde onderwerpen geven, bepaalt wat de hot items zijn. De media-agenda wordt bepaald door te onderzoeken hoeveel ruimte aan bepaalde onderwerpen wordt besteed. Door middel van de kwantitatieve foto-analyse kan deze ruimte worden onderzocht. In het kwantitatieve onderzoek zal de foto-intensiteit geanalyseerd worden.



Framing (inkadering) heeft betrekking op de productie, inhoud en de effecten van mediaboodschappen. Framing is de manier waarop een onderwerp, in het geval van dit onderzoek in de krant, wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd in de media-berichtgeving. Ook hier is de selectie van de fotograaf en de fotoredacteur van essentieel belang. Zij bepalen de inkadering van het onderwerp. In het geval van foto’s bepalen de fotograaf en de fotoredacteur het frame. Zij vestigen de aandacht op bepaalde onderwerpen. De lezers van de kranten kunnen het frame bewust of onbewust overnemen.

Voor de thesis is gekozen om geen receptie-onderzoek te doen naar het publiek, maar om de fotografen en journalisten (embedded en unembedded) onder de loep te nemen. De fotograaf kan bij het maken van foto’s beïnvloed worden door zowel interne als externe factoren. Dit proces wordt framebuilding genoemd.

Onder de interne factoren vallen de normen en de waarden van de fotograaf, de agenda van de fotograaf en zijn of haar dagelijks handelen. De externe factoren hebben betrekking op de politiek, stakeholders en voorlichters. Ghanem, voorzitter van de afdeling communicatie aan de Universiteit Texas-Pan American, heeft in haar onderzoek naar framing de mediaframes op vier verschillende dimensies onderverdeeld:


  1. De aspecten van een onderwerp die belicht worden.

  2. Presentatie en prominentie, oftewel de omvang en plaatsing van het bericht.

  3. Cognitieve attributies, oftewel details en verbanden die benadrukt worden.

  4. Affectieve attributies, oftewel de toonzetting in de berichtgeving.13

In de thesis kunnen deze vier dimensies in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve analyse nader onderzocht worden. Bij dimensie 1 zal er gekeken worden naar de onderwerpen van de foto’s in de kranten. Bij dimensie 2 worden de omvang en de plaatsing van de foto’s via het codeerschema (zie onderzoeksopzet) in kaart gebracht. Onderzoek naar dimensie 3 zal in de thesis verlopen volgens de kwalitatieve foto-analyse. Ten slotte zal dimensie 4 in de codeerschema’s verwerkt worden onder teneur van de foto, teneur van de tekst of een combinatie hiervan. Deze dimensie zal tevens in de kwalitatieve analyse terugkomen.

2.2 Iconische clichés

Fotojournalistieke iconen zijn volgens Hariman en Lucaites gedefinieerd als “photographic images appearing in print, electronic, or digital media that are widely recognized and remembered, are understood to be representations of historically significant events, activate strong emotional identification or response, and are reproduced across a range of media, genres or topics”. Iconische beelden worden door deze auteurs gezien als modellen voor visuele overtuiging, als ankers voor de collectieve herinnering, als middelen voor overtuiging in de politiek en als belangrijke bron voor kritische reflectie. De auteurs zijn van mening dat de iconische beelden van grote waarde zijn in een liberaal-democratische samenleving. Zij gaan in tegen het conventionele geloof dat beelden een onbedoeld verband leggen tussen rationele overweging en radicale kritiek.14

David Perlmutter is ook van mening dat iconische beelden van politiek belang zijn. Een foto kan tot een icoon gerekend worden als het aan de volgende voorwaarden voldoet: Prominentie, frequentie, de snelheid van het verschijnen in de media, replicatie, herkenbaarheid, het belang van de gebeurtenis op de foto, culturele resonantie en de compositie van de foto. In zijn boek onderscheidt hij twee soorten iconen; het unieke en het algemene icoon. Een uniek icoon is een enkel beeld van een gebeurtenis en wanneer mensen het over dit beeld hebben, kan iedereen meteen hetzelfde beeld voor zich halen. Voorbeelden zijn het napalm-meisje uit Vietnam en de foto van de doodgestoken Theo van Gogh.

Bij een algemeen icoon gaat het juist om het constant beelden en herhalen van bepaalde elementen, ongeacht de tijd en plaats. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld foto’s van deportaties van joden uit de Tweede Wereldoorlog en foto’s van hongerige kinderen in Afrika. Iedereen kan zich hier een voorstelling van maken, maar niet iedereen zal exact hetzelfde beeld voor zich hebben.15



Deze foto’s blijven in de herinnering van mensen steken. De foto’s roepen bepaalde emoties en gedachten op en worden in verschillende media getoond. Interessant is te kijken of bepaalde foto’s van het onderzoek tot de iconische clichés behoren. Hierbij valt te denken aan foto’s van gesneuvelde militairen of van de helden van de Nederlandse militaire missie. Via de kwantitatieve en kwalitatieve analyse is het mogelijk dat deze clichés naar voren komen.

Filmhistoricus Chris Vos heeft net als Perlmutter ook voorwaarden gesteld aan een iconische cliché:


  1. De foto’s zijn gericht op identificatie (vaak een close-up).

  2. De foto’s worden gepresenteerd als een spontane gebeurtenis (maar zijn soms geënsceneerd!).

  3. Het 'beslissende moment' (Cartier-Bresson).

  4. Fraaie esthetiek.

  5. Een schaarste aan dezelfde soort foto’s

  6. De foto’s hebben een bepaalde symboliek: - Ze reflecteren een grotere ontwikkeling/gebeurtenis. - Ze geven een verklaring en versimpeling. - Ze duiden slachtoffers en daders aan. - Ze verstrekken een mentale kaart, doordat de foto’s zorgen voor emotionele identificatie bij mensen.16

In de thesis worden zowel de voorwaarden van Perlmutter als van Vos gebruikt voor de analyse van iconische clichés. Van Perlmutter worden alleen de voorwaarden van prominentie, frequentie en compositie opgenomen in het onderzoek. Van Vos worden alle genoemde punten gebruikt in de thesis. Aangezien het foto’s betreffen die in Nederlandse kranten worden gepubliceerd, zullen de foto’s hoogstwaarschijnlijk niet internationaal bekeken worden. Op landelijk niveau wordt gekeken of de foto’s clichés zijn of niet. In zowel de kwantitatieve (in het codeerschema opgenomen) als kwalitatieve foto-analyse kunnen deze foto’s naar voren komen. De foto’s zullen worden onderzocht door middel van de kwantitatieve-(codeerschema) en de kwalitatieve foto-analyse. Bij de kwantitatieve analyse wordt gekeken naar de voorwaarden prominentie en frequentie van Perlmutter en naar de close-up en slachtoffers en daders op de foto’s uit het schema van Vos. In de thesis worden slachtoffers onderverdeeld in gewonden en doden (zie codeerschema). Bij de kwalitatieve foto-analyse zullen de andere voorwaarden van Vos en de compositie van de foto van Perlmutter nader onderzocht worden. Doordat deze wetenschappelijke onderzoeksmethoden worden toegepast, kunnen ook andere onderzoekers hiermee verder gaan.

2.3 Kijken naar de pijn van anderen

Een belangrijke auteur op het gebied van de analyse van foto’s is Susan Sontag (1933-2004). In het boek Kijken naar de pijn van anderen maakt Sontag de wijze waarop foto’s aan kunnen zetten tot het afwijzen of verheerlijken van geweld duidelijk. In haar boek noemt zij een voorbeeld van foto’s met verminkte lijken. Deze foto’s kunnen worden gebruikt om afkeer van oorlogen te versterken. Het kan een oproep tot vrede of wraak zijn, of een bewustzijn kweken van verschrikkelijke gebeurtenissen. Sontag schrijft ook in haar boek dat het een vrij nieuwe ervaring is om toeschouwer te zijn bij rampen of oorlogen.

Door de komst van media als kranten, televisie en internet zijn deze rampen en oorlogen in vrijwel iedere huiskamer terug te vinden. Een foto laat volgens Sontag de diepste impressie achter. Dit komt volgens haar doordat het geheugen stilstaande beelden gemakkelijker vasthoudt. In onze moderne tijd ervaren wij vaak een overvloed aan mediabeelden en mediateksten. De foto is dan volgens Sontag een medium om op een snelle manier iets te bevatten.’Het gewicht van woorden, de schok van foto’s’, meldde het tijdschrift Paris Match.17 Over authenticiteit van een foto zegt Sontag dat:

Afbeeldingen van helse gebeurtenissen authentieker lijken wanneer ze niet de indruk wekken dat er sprake is van een ‘goede’ belichting of een mooie compositie, omdat de fotograaf ofwel een amateur is ofwel – en dat werkt net zo goed – een van de uiteenlopende bekende antikunsstijlen heeft toegepast”.


Het ‘ware’ gezicht van een oorlog laten zien is volgens Sontag sinds de jaren zestig opgekomen. Zij betoogt dat de bedoelingen van de fotograaf niet de betekenis aan een foto geven. Een foto gaat volgens haar een eigen leven leiden. Hier valt over te twisten. Een fotograaf in dienst van Defensie en een unembedded fotograaf kunnen andere intenties hebben om de situatie in beeld te brengen bij de lezer van de krant. Propaganda en censuur spelen hierbij een belangrijke rol.18 Bij zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve analyse kunnen de verschillen van de unembedded en embedded fotografen geanalyseerd worden.
2. 4 De kracht van foto’s
Naast Sontag heeft Vicki Goldberg een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie van de fotografie. In haar boek, The power of photography: How photographs changed our lives beschrijft Goldberg de kracht van foto’s op verschillende niveaus in de samenleving. Foto’s hebben de kracht om te onthullen en af te keuren. Ook kunnen zij als katalysator werken voor processen of gebeurtenissen. Goldberg analyseert hoe de kracht van foto’s wordt gebruikt en misbruikt. Volgens haar veranderen de foto’s niets, maar zij verspreiden hun invloed overal.

In een interview (1992) met Don Swaim van CBS Radio vertelde zij dat burgerfotografen niet toegelaten werden op de slagvelden van de burgeroorlog in Amerika en tussen de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.19 Het Duitse leger besloot tijdens de Eerste Wereldoorlog zelf fotografen in te zetten. Ondanks de aanwezigheid van een aantal fotografen werden veel foto’s niet gepubliceerd wegens censuur. De foto’s zouden een verkeerd beeld bij het thuisfront kunnen scheppen en het moraal weg kunnen halen. De eerste dode Amerikaan tijdens een oorlog werd pas vertoond in september 1943.


G
Life Magazine vertoonde als eerste in 1943 drie dode Amerikaanse soldaten op Buna Beach in Papoea Nieuw Guinea. Twee soldaten lagen met hun gezicht naar de grond toe, zodat identificatie niet mogelijk was. Volgens Goldberg waren zij zo expres neergelegd. Er werd een beeld geschapen dat Amerikanen op een minder gruwelijke wijze waren omgekomen, terwijl bij de foto’s van de tegenstanders dit een ander verhaal was. In deze periode werden foto’s vertoond van bijvoorbeeld verbrande Japanners en bevroren Duitsers. Het publiek mocht blijkbaar wel zien op welke gruwelijke wijze de tegenstander sneuvelde.
esneuvelde Duitsers en Japanners werden voor die tijd wel vertoond. In 1943 besloot de Amerikaanse regering onder leiding van Roosevelt dat zij ‘een te schoon beeld van de oorlog liet zien’. Het thuisfront kreeg te weinig ‘slechte’ beelden te zien.




Een ander voorbeeld dat Goldberg noemt is de politieke campagne van Abraham Lincoln in 1860 voor de Republikeinse partij. Hij werd door Mathew Brady op een bepaalde manier gefotografeerd, zodat de Amerikaanse bevolking hem als wijs beschouwde. Hij zag eruit als staatsman en als president. Toentertijd wist men niet hoe de president eruit zag. Door middel van de fotografie kwam men dit te weten. Fotografie werd daarmee een machtig wapen in politieke verkiezingen. Goldberg denkt dat dit voor zijn politieke carrière ten goede is gekomen. Een keerzijde van foto’s is dat zij volgens Goldberg leugens kunnen vertellen.

Door middel van technologische vooruitgangen kunnen deze leugens worden overgebracht naar het publiek. Sinds het ontstaan van het digitale tijdperk is het makkelijker geworden om foto’s te manipuleren.



2. 5 Embedded of unembedded?

De discussie die de laatste jaren is opgekomen is die van de journalistieke objectiviteit. De vraag is in hoeverre een journalist of fotograaf objectief kan zijn of blijven in tijden van conflict of oorlog? De journalistieke code is dat de journalist zich moet beperken tot feiten en niet op zijn eigen mening of politieke voorkeur moet afgaan.

Embedded journalistiek betekent dat de journalist of fotograaf te gast is bij een van de strijdende partijen. In het geval van de Nederlandse missie in Uruzgan betekende het dat de journalisten en fotografen verbleven in militaire kampen als Kamp Holland en meereisden met de Nederlandse militairen. In sommige gevallen gebeurde dit ook bij Britse en Amerikaanse legereenheden. In de afgelopen jaren zijn 600 Nederlandse journalisten naar Afghanistan afgereisd. Slechts een zeer klein gedeelte daarvan onttrok zich aan Defensie en ging unembedded te werk.

Derksen schrijft in haar boek Thee met de Taliban. Oorlogsverslaggeving voor beginners dat hoor en wederhoor de belangrijkste journalistieke (ongeschreven) regel is. De journalist dient de waarheid aan het licht te brengen door zo goed mogelijk de bronnen te onderzoeken. De journalist behoort zich niet te beperken tot één bron. Derksen geeft in de probleemstelling van haar boek aan dat het als journalist zeer moeilijk is om te werken in een oorlog zonder een echt slagveld. Ook het duidelijk inkaderen van wie de goede en de slechte partijen zijn is volgens haar zeer moeilijk te definiëren. In tijden van conflict en oorlog is het echter niet altijd mogelijk om geen eigen mening te vormen en geen sympathie te ontwikkelen voor een bepaalde partij. Daarnaast maakte Defensie het niet altijd makkelijk om de ‘waarheid’ boven tafel te halen. Volgens Derksen houdt Defensie journalisten het liefst in het oog en laat ze het liefst niet in de buurt van geweld komen. Een voorbeeld dat zij betreffende dit onderwerp noemt is de slag bij Chora. Derksen schrijft in haar boek dat geen enkele journalist of fotograaf mocht bij deze slag aanwezig zijn. Ze betwijfelt of Defensie eerlijk is geweest bij het documenteren van de burgerslachtoffers. Defensie achtte het waarschijnlijk niet verantwoord dat journalisten en fotografen verhalen en beelden zouden uitbrengen van de omgekomen en gewonde Afghanen.

Dit zou slecht zijn voor het imago van de Nederlandse missie in Uruzgan. Defensie weigerde volgens Derksen de Nederlandse missie in haar ware gedaante te laten zien aan journalisten.20
Joeri Boom schrijft in zijn boek Als een nacht met duizend sterren. Oorlogsjournalistiek in Uruzgan hoe moeilijk het is om objectieve verslaggeving te doen over de missie in Uruzgan. Hij had moeite met de censuur en eenzijdigheid van de embedded-verslaggeving. Door de invloed van Defensie vond hij zijn beeld van de missie onvolledig. Boom is van mening dat Defensie de berichtgeving op grootschalige wijze heeft gemanipuleerd. Volgens hem kregen Nederlanders een verkeerd beeld van het conflict. Het zou niet een beeld van de daadwerkelijke situatie zijn geweest. De transparantie die Defensie zegt na te streven staat haaks op beleid van embedded journalistiek. Boom schrijft in zijn boek dat een aantal incidenten verzwegen zijn door Defensie. Het gaat hier bijvoorbeeld om het eigenvuurincident bij de aanval op Poentjak in 2006. Embedded journalistiek gaat volgens Boom in tegen de principes van onafhankelijke journalisten en de hoor en wederhoor. Hij noemt het zelfs ‘een verraderlijke vorm van journalistiek’. ‘Het brengt Defensie in verleiding om een milde vorm van propaganda uit te oefenen’.21

Oorlogsjournalist Arnold Karskens staat bekend om zijn uitgesproken mening dat embedded journalistiek geen goede journalistiek is. Hij heeft nooit embedded gewerkt in Afghanistan omdat hij niet onder de controle van Defensie wilde staan. Volgens hem kan een embedded journalist niet schrijven wat hij wil en een embedded fotograaf kan niet fotograferen wat hij wil. Karskens is van mening dat Defensie een strategie heeft ontwikkeld om de journalist of fotograaf zo te indoctrineren dat hij of zij zich thuis gaan voelen bij de militairen. Op die manier kan er zelfcensuur ontstaan. 22

Volkskrant fotograaf Raymond Rutting heeft wel positieve ervaringen beleefd met het embedded op pad gaan met de Nederlandse militairen. In een interview aan Trouw vertelde hij dat het embedded werken voor hem het fotograferen in Afghanistan betere mogelijk maakte. De militairen waren volgens hem gemakkelijk in de omgang. Hij mocht alles fotograferen zolang de situatie maar veilig genoeg was.23
Volgens Hans Kouwenhoven, voormalig voorzitter van de Stichting De Zilveren Camera, waren de foto’s gemaakt door Defensiefotografen anders dan de foto’s die waren gemaakt door unembedded fotografen. De Defensiefotograaf maakte in zijn ogen vooral foto’s van zijn medecollega’s in ontspannen sfeer.

Het ging hier om beelden van alledaagse bezigheden als eten, een boekje lezen en zelfs het spelen van het spel Monopoly. De unembedded fotograaf maakte foto’s met een diepere betekenis en zocht naar emotie. Een probleem dat hierbij de hoek om kwam kijken was geld. Kouwenhoven is van mening dat de kwalitatief slechte beelden uit Uruzgan ontstaan zijn door een financiële kwestie. Steeds minder budgetten werden besteed aan fotografen in Nederland. Een ander probleem was volgens fotograaf Robert Knoth het gebrek aan interesse voor de beelden uit Uruzgan.24




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina