1. Inleiding 3 Doel en functie Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie 5



Dovnload 117.43 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte117.43 Kb.
  1   2   3   4

Provinciale

Onderzoeksagenda

Archeologie

Zuid-Holland



Inhoudsopgave



1.Inleiding 3

2.Doel en functie Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie 5

3.Archeologisch onderzoek 7

4.Het archeologisch archief in Zuid-Holland 10

4.1 De vroegste ontwikkeling van landschap en bewoning 11

4.2Van jachtkamp tot randstad 12

5.De provinciale onderzoeksthema's 22

Thema 1: Strijd tegen en met het water 22

Thema 2: Overgangsfasen in de bewoningsgeschiedenis 23

Thema 3: Leven en wonen rond de Limes 24

Thema 4: De Grote Ontginningen tussen 900 en 1300 25

Thema 5: Het Zuid-Hollandse platteland in de Middeleeuwen, een feodaal of een vrij landschap? 25



  1. Inleiding


De provincie Zuid-Holland draagt medeverantwoordelijkheid voor het behoud en beheer van het cultuurhistorisch erfgoed op en in haar grondgebied. De archeologische waarden die zich (vrijwel) onzichtbaar in de grond bevinden, zijn onderdeel van dat cultuurhistorisch erfgoed. Met de ontwikkeling van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) in 2001 en de recente herziening daarvan in 2007 hebben wij ook de archeologische waarden in kaart gebracht en geïmplementeerd in de ruimtelijke ordening. Met de herziening van de CHS is een Handreiking CHS voor derden vastgesteld, waarin het beleidskader rondom de CHS is aangegeven. De CHS met de bijbehorende Handreiking is een krachtig instrument in de ruimtelijke planvorming om recht te doen aan de wettelijke opgave het archeologisch erfgoed optimaal in de bodem te bewaren.
In verband met de recente inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is eind 2006 de nota archeologie vastgesteld. Het belangrijkste doel van de nieuwe wet is de bescherming van het bodemarchief door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Dit wordt gerealiseerd door archeologie een niet vrijblijvende plaats bij ruimtelijke processen te geven. Algemeen uitgangspunt is aanwezige of te verwachten archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem te behouden of te ontzien. Waar bodemverstoring niet is te vermijden is het leidende principe: de verstoorder betaalt. In verband met dit principe regelt de wet ook de te volgen procedures en de financiering van archeologisch (voor)onderzoek en het eigendom en beheer van archeologische vondsten.
De provincie neemt de zorg voor het archeologisch bodemarchief actief op zich, maar wil nadrukkelijk geen onnodige blokkades opwerpen in het RO-proces. In de CHS is aangegeven welke gebieden in onze provincie geselecteerd zijn waar archeologisch onderzoek niet verplicht is en in welke gebieden dat wel noodzakelijk is. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gradaties van verwachtings- en bekende waarden waaraan een getrapt beleid is gekoppeld, oplopend in verplichtingen jegens het archeologisch erfgoed.
Om verwachtingswaarden in kaart te kunnen brengen en te kunnen waarderen, is archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Wij streven naar een hoge kwaliteit van het archeologische onderzoek in alle stadia van de uitvoering. Uitgangspunt is dat met behulp van gedegen vooronderzoek zowel de risico’s voor het archeologisch erfgoed als voor de ruimtelijke ontwikkeling beter in kaart kunnen worden gebracht. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijna altijd overal plaatsvinden in de provincie, mits rekening gehouden wordt met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. Deze waarden dienen bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium in kaart te worden gebracht om planaanpassing of beschermende maatregelen mogelijk te maken waarmee gravend onderzoek kan worden voorkomen. Niet alleen omdat dit leidt tot het definitief verloren gaan van het bodemarchief ter plaatse, maar ook omdat dit naar verhouding kostbaar is. Het opgraven, analyseren, rapporteren en conserveren van het vondstmateriaal van een archeologische locatie neemt veel tijd en financiële middelen in beslag. Daarnaast blijven de kosten verbonden aan het opslaan en bewaren van de verkregen informatie en het bijbehorende vondstmateriaal veelal buiten beschouwing. De provincie stimuleert dus gedegen vooronderzoek bij ruimtelijke planvorming.
In een groot deel (55 %) van de provincie is archeologisch onderzoek overigens niet verplicht. Om kleine bouwprojecten niet te belasten met (relatief) hoge onderzoekskosten, is er tevens een vrijstellingsbeleid voor plangebieden kleiner dan 100m2. Voorts is overal in de provincie de minimum verstoringdiepte gesteld op 30 cm; is de verstoring minder dan die 30 centimeter, dan is er geen archeologische onderzoeksverplichting. Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische sporen uit de periode na 1600 dateren, wordt daar geen bijzonder provinciaal belang aangehecht. Het is dan aan de gemeentelijke overheid om eventueel anders te besluiten met het oog op de lokale geschiedenis.
De realiteit is dat in Zuid-Holland veel wordt gebouwd. Archeologisch (voor)onderzoek is vaak noodzakelijk. Om de kwaliteit van het archeologisch onderzoek binnen de provincie te verhogen, alsook een uniforme basis voor het onderzoek te verschaffen, heeft de provincie de POA opgesteld met daarin vijf thema's die van provinciaal belang zijn.
De Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie bestaat uit twee delen. Het eerste, voorliggende deel beschrijft de culturele geschiedenis van Zuid-Holland in relatie met de ontstaansgeschiedenis van het cultuurlandschap en de vijf onderzoeksthema's waarin deze verbondenheid centraal staat. Het tweede deel van de POA, dat medio 2008 gereed zal zijn, zal de regionale inkleuring van de onderzoeksthema's gestalte krijgen.
  1. Doel en functie Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie


Als gevolg van de Wet op de archeologische monumentenzorg gaan steeds meer gemeenten over tot het opstellen van een lokaal archeologiebeleid, aanvullend aan dat van het Rijk en de provincie. Diezelfde wet heeft ruimte gecreëerd voor een commercieel bestel waarin private organisaties de uitvoering van het archeologisch onderzoek op zich kunnen nemen. Door deze ontwikkelingen bestaat het risico van versnippering van onderzoek en uitkomsten. De provincie vindt het van belang dat onderzoek naar de geschiedenis van Zuid-Holland niet fragmentarisch plaats vindt. Concreet geeft de provincie met deze POA een aantal onderzoeksthema's aan die vanuit haar optiek van provinciaal, regio-overstijgend, belang zijn. Die thema's vormen het zwaartepunt voor archeologisch onderzoek dat in het kader van provinciale RO-taken uitgevoerd dient te worden. Door toepassing van de POA kan archeologisch onderzoek binnen de provincie meer vanuit de zelfde basis worden uitgevoerd en kunnen de resultaten van het onderzoek met elkaar in verband worden gebracht.
De POA wijkt in doel en functie af van de Nationale onderzoeksagenda Archeologie (NoaA). De NOaA heeft als oogmerk het op nationaal niveau bevorderen van de samenhang in de doelen en de prioriteiten van archeologisch onderzoek. Kenmerkend voor de NOaA is het gedetailleerde en uitputtende niveau van de onderzoeksvragen en -stellingen die elk inhoudelijk aspect van uit te voeren onderzoek omvat en beschrijft. De POA selecteert uit deze lijst daarentegen een vijftal voor de provincie relevante onderzoeksthema's, die zich richten op de bewoningsgeschiedenis van Zuid-Holland én waarover in het bodemarchief van de provincie naar verwachting kwalitatief hoogstaande informatie aanwezig is. De POA is hiermee aanvullend op de CHS. Formulering van onderzoeksthema's draagt er aan bij dat de uitkomsten van onderzoek een basis vormen voor het aangaan van dwarsverbanden tussen individuele onderzoeken en vindplaatsen binnen de provincie. Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbewaking stelt de provincie zich niet alleen tot taak om de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie op te zetten, maar ook om deze op gezette tijden actueel te houden.
De culturele geschiedenis van Zuid-Holland kan niet anders dan in samenhang worden gezien met de landschappelijke ontwikkeling. Deze uit zich in een uniek gestapeld landschap en een gelaagde bewoningsgeschiedenis zoals beschreven in hoofdstuk 2. De geselecteerde onderzoeksthema's in hoofdstuk 3 vertonen deze verbondenheid van culturele ontwikkelingen in samenhang met de ontstaansgeschiedenis van het Zuid-Hollandse cultuurlandschap. Het gezamenlijke kenmerk van deze thema's is de invloed van het water.
Zuid-Holland kan op basis van de geologische ondergrond grofweg worden onderverdeeld in drie regio's, namelijk een ( zee)klei/veen regio gelegen rond de Maasmond, een veen/rivierklei gebied onderdeel van het Hollands-Utrechts veengebied en een kuststrook, bestaande uit strandwallen en naast- en tussengelegen strandvlakten. De grenzen van deze regio's sluiten aan op de regio's zoals deze binnen de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS)zijn opgenomen, te weten:


  • Regio Maasmond: Stadsregio Rijnmond, Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee, Hoeksewaard, IJsselmonde en eiland van Dordrecht

  • Regio Veengebied: Alblasserwaard en Vijfherenlanden, Krimpenerwaard en Gouwestreek

  • Regio Kuststrook: Duin en Bollenstreek, Delfland en Schieland, Rijnstreek

De regionale inkleuring van de onderzoeksthema's krijgt in de nadere uitwerking verder invulling en dient als verdieping op de CHS. De POA vormt dan:


  • een afwegingskader voor de provincie Zuid-Holland bij het opstellen van Plannen van Aanpak (PvA) en Programma's van Eisen (PvE) en bij de uitvoering van archeologisch onderzoek waar de provincie bevoegd gezag is of gevraagd is/wordt als bevoegd gezag op te treden;

  • Houvast voor de initiatiefnemer bij ruimtelijke ontwikkelingen bij het bepalen van wat de PZH van provinciaal belang acht;

  • Houvast voor gemeenten bij de bepaling van eigen gemeentelijke onderzoeksvragen en in meer algemene zin voor de ontwikkeling van een eigen gemeentelijk archeologisch beleid.

Wat de POA niet wil zijn is een selectiedocument voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen. Archeologisch vooronderzoek in de daarvoor in de CHS gewaardeerde gebieden is altijd nodig. De in deze POA opgenomen thema's zijn hierbij vanuit het provinciale belang maatgevend. Het is aan gemeenten in aanvulling op de POA desgewenst lokale thema's te formuleren.





  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina