1. Jauchzet dem Herrn alle Welt (Psalm 100)



Dovnload 18.54 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte18.54 Kb.
1. Jauchzet dem Herrn alle Welt (Psalm 100)

voor achtstemmig koor a cappella
Dit majesteitelijke werk opent het concert van vanavond. Het kent een statig, vierstemmig begin: Jauchzet dem Herrn alle Welt. Een oproep om God te loven en Hem te dienen en tot Hem te naderen met vreugde. Vervolgens ontstaat er een wisselwerking tussen een vierstemmig mannenkoor en een vierstemmig vrouwenkoor: Gehet zu seinen Thoren ein mit Danken. Let u op de geweldige spanning die
2. Deines Kinds Gebet erhöre, op. 96, no. 2

voor vierstemmig koor, sopraan en orgel
Dit en het volgende werk maken deel uit van de zgn. Geistliche Lieder, die Mendelssohn componeerde in 1840. Deze relatief korte werken zijn juweeltjes in hun eenvoud. Deines Kind’s Gebet erhöre heeft het karakter van een koraal, dat eerst door de sopraan gezongen wordt en vervolgens door vierstemmig koor. De tekst is een bede om verhoring en om verlossing van de vijand.

Lass`, o Herr, mich Hülfe finden is wat uitgebreider van opzet dan het hiervoor genoemde werk. Het kent ook een grotere wisselwerking tussen sopraan en koor. De tekst is qua thematiek vergelijkbaar met het hier voorgaande werk. Mendelssohn weet op een prachtige manier het trauern (treuren) uit te beelden in de dalende melodie van de sopraansolo halverwege het werk. Let u ook op hoe aan het einde van dit werk het woord nimmermehr wordt getoonzet in een zeer ingetogen pianissimo.



3. Lass`, o Herr, mich Hülfe finden, op. 96, no. 1

voor vierstemmig koor, sopraan en orgel



4. Motet ‘Aus tiefer Not schrei ich zu dir’, op. 23

voor vierstemmig koor, tenor en orgel
a. Choral

b. Fuge


c. Arie / choral

e. Choral

f. Choral
Het motet Aus tiefer Noth schrei` ich zu dir (gecomponeerd in 1830) is een typisch voorbeeld waaruit blijkt dat Mendelssohn een grote bewondering koesterde voor Bach.

De motetvorm werd voor het eerst gebruikt in de Middeleeuwen, maar werd ook in de Renaissance en Barok toegepast. Het motet was oorspronkelijk een meerstemmig geestelijk a cappella-koorwerk op psalm- en bijbelteksten. Het werd echter in de loop der tijden ook voor solostem, koor en orkest gecomponeerd. Zeer beroemd zijn Bachs motetten op bijbelteksten.

Het bijzondere van dit motet is dat Mendelssohn dit werk voor het overgrote deel heeft geschreven voor a cappella koor, waarmee hij als het ware teruggrijpt op de eeuwenoude traditie van het motet. Uitzondering is deel drie, waar bij de tenoraria opeens het orgel om de hoek komt kijken. De orgelbegeleiding verdwijnt echter weer zodra het koor gaat zingen.

Met name de koraalzettingen (deel 1 en 5) en het polyfone stemmenweefsel van deel 2 en 4 roepen sterke associaties op met het werk van Bach. Deel 3 is daarentegen weer zeer romantisch van karakter, waardoor het als werk van Mendelssohn herkenbaar blijft.

De door Martin Luther (1483-1546) gecomponeerde melodie van het lied Aus tiefer Noth schrei` ich zu dir (waarvan de tekst is ontleend aan Psalm 130) is, m.u.v. deel 3, in alle delen herkenbaar.

Dit prachtige, bezonken werk, componeerde Mendelssohn op 21-jarige leeftijd…!
5. Sonata in A Major, op. 65, no. 3

voor orgel
a. Con moto maestoso

b. Andante tranquillo



6. Richte mich, Gott (Psalm 43), op. 78, no. 2

voor achtstemmig koor a cappella

Psalm 43, Richte mich, Gott, behoort samen met Psalm 2 en Psalm 22 tot de Drei Psalmen (op. 78) die Mendelssohn componeerde rond 1844. Deze psalmzetting kent een ferme opening met een bede om recht. Let u op de wisselwerking tussen mannen- en vrouwenstemmen bij de opening van het werk. De tekst Sende dein Licht und deine Wahrheit is achtstemmig en bijzonder intens van karakter.

Halverwege het stuk verandert de maatsoort van een 4/4 maat in een 3/8 maat. Deze maatsoort heeft de sfeer van een dans. Niet voor niets gebruikt Mendelssohn deze maatsoort voor de tekst Dass ich hinein gehe zum Altar Gottes, zu dem Gott, der meine Freude und Wonne ist. Het naderen tot Gods altaar is voor de gelovige een reden tot vreugde!

In het slot van het werk laat Mendelssohn horen dat Psalm 43 eigenlijk hoort bij Psalm 42. Ook bij Psalm 42 schreef Mendelssohn een groots koorwerk met orkestbegeleiding. De tekstuele overeenkomst tussen de twee psalmen (Was betrübst du dich, meine Seele…) beklemtoont Mendelssohn door dit ook van hetzelfde muzikale thema te voorzien. De oproep om te hopen op God (Harre auf Gott…) wordt van Mendelssohn voorzien van de dynamische aanwijzing fortissimo: het hopen op God moet boven alles uitstijgen!
Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik hem weer loven,



mijn God die mij ziet en redt.


7. Choralcantate ‘Verleih uns Frieden’

voor vierstemmig koor, tenor en orgel
In 1831 componeerde Mendelssohn de choralcantate Verleih uns Frieden. De tekst van het werk is van de hand van Martin Luther. Het werk opent met een solo voor tenor, waarin de prachtige melodie van het werk zich ontvouwt. Vervolgens werkt Mendelssohn deze melodie uit in een samenspel van alt en bas, waarna er een vierstemmige koraalzetting volgt. Dit gebed om vrede ademt zelf ook een vredige sfeer!
8. Hymne ‘Hör mein Bitten’

voor vierstemmig koor, sopraan en orgel
Een van de bekendste werken van Mendelssohn is de Hymne Hör mein Bitten, waaraan het concert van vanavond zijn thema ontleent. Mendelssohn heeft in zijn leven een bijzondere relatie gehad met Engeland en de toenmalige muziekcultuur aldaar. Hij is vaak in Londen geweest waar hij de partituren van George Frederic Händel uitvoerig bestudeerd heeft.

Ook was hij goed op de hoogte van de Anglicaanse kerkmuziek. Verschillende Engelse muziekuitgevers hebben hem dan ook verzocht om werken te schrijven die tijdens erediensten uitgevoerd konden worden. Ook de hymne Hör mein Bitten is er daar een van. Op verzoek van William Bartholomew maakte hij bij het schrijven van dit werk in 1844 gebruik van de Engelse tekst Hear my prayer. Deze William Bartholomew organiseerde religieuze concerten en voerde deze uit in de gerenoveerde Londense concertzaal Crosby Hall. In 1847 heeft Mendelssohn de orgelpartij van dit werk geïnstrumenteerd en waarschijnlijk zelf de Duitse vertaling Hör' mein Bitten geschreven. Helaas heeft hij zelf de orkestversie nooit in werkelijkheid kunnen horen, aangezien hij eind 1847 stierf. De première van de orkestversie was op 21 december 1848 te Dublin.

De hymne bestaat uit vier aan elkaar verbonden delen. De afwisseling tussen solo en koor is gebaseerd op de koorstijl zoals die in de Anglicaanse kerk gebruikelijk is. In het 1e deel blijft deze afwisseling beperkt tot een korte herhaling van het koor van het beginthema, dat het snelle 2e deel inleidt. Dit deel kent wél een afwisseling van solo en koor en geeft de ontreddering weer die de gelovige mens voelt als het kwaad (die Feinde) bestreden moet worden. Het derde deel is een kort recitatief door de solist, dat kort door het koor beantwoord wordt (Gott, hör mein fleh'n). Het werk eindigt met een smeekbede van de solist (O, könnt'ich fliegen wie Tauben dahin), waarbij het koor een meer begeleidende functie heeft. Let u erop hoe deze laatste tekst versterkt wordt door de muzikaal verbeelde ‘vredige vleugelslag’ van de duif, symbool van vrede en van de Geest!



9. Jauchzet dem Herrn alle Welt (Psalm 100), op. 69, no. 2

voor achtstemmig koor a cappella
Het laatste vocale werk van vanavond is opnieuw een toonzetting van Psalm 100. Mendelssohn schreef dit werk in het jaar waarin hij overleed, 1847. Het werk bestaat eigenlijk uit vier delen. Deel 1 is een Allegro moderato op de tekst “Jauchzet dem Herrn alle Welt! Dient dem Herrn mit Freuden…” Deel 2 is een Moderato, waarin Mendelssohn met een fraai melodisch thema de tekst “O geht zu seinen Toren ein” gestalte geeft. Deel 3 is een Andante con moto, dat handelt over de genade en goedheid van God: “Denn der Herr ist freundlich…”

Bijzonder is de manier waarop Mendelssohn omgaat met de toonaard van het werk. Het werk opent met deel1 in A in dit deel eindigt in E. Deel twee is getoonzet in a. Deel 3 keert weer terug naar A.

Deel 4 is een bijzonder deel. Het staat eigenlijk los van de eerste drie delen. Het is een zogenaamde doxologie, een lofprijzing aan de Drieeenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Mendelssohn voorziet dit slotdeel van de toonaard F, waarmee het werk een zeer verrassende wending krijgt. Het lijkt wel alsof Mendelssohn hiermee wil zeggen: Let op, het gaat uiteindelijk om de lofprijzing! Zeer majesteitelijk is het Amen, waarmee dit prachtige werk besloten wordt!



10. ‘Sonata No. 7’

orgelimprovisatie






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina