1 Korinthe 11, 26-34 XVIII. Beproeft uzelf



Dovnload 30.87 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte30.87 Kb.
1 Korinthe 11, 26-34
XVIII. Beproeft uzelf
26 Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.

27 Zo dan, wie op onwaardige wijze dit brood eet, of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.

28 Maar de mens beproeve zich zelf, en ete alzo van het brood, en drinke van de drinkbeker.

29 Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zich zelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

30 Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.

31 Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.

32 Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

33 Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.

34 Doch zo iemand hongert, dat hij thuis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn.

Verklaring

In de zondagsafdeling 54 van de Catechismus van Genève (van Calvijn) wordt de vraag gesteld: 'Hoe moet men dus oordelen over één die aan de sacramenten niet wil deelnemen?' Calvijn antwoordt op deze vraag: 'Dat zou inderdaad een verloochening van Christus zijn. Men kan hem niet voor een christen houden, die, door zich zo te gedragen, weigert zich als een christen te openbaren.’ 1.



Een actuele preek

Door tot de tafel van de Heere toe te treden, mag een christenmens zich als een christen openbaren en zich als zodanig uitspreken. Het is een soort belijdenisgang. Het is een prediking: `Hier ben ik, Heere; om Uw naam te belijden en Uw dood te verkondigen'.


Heer', draag mij door Uw tegenwoordigheid!

Uw arm verwinn' de Boze in de strijd!

Wie is een Gids, een Helper, Heer' als Gij?

Gij blijft Dezelfde, Heer'! Blijf mij nabij!


In 1 Kor. 11 : 26 wordt zo ook gesproken over het vieren van het Heilig Avondmaal als een verkondigen van de dood des Heeren. Want zo dikwijls 2. als gij dit brood zult eten, en deze 3. drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt (vs. 26). Dat is het wat de apostel Paulus schrijft over de instellingswoorden waarmee Christus de maaltijd der gemeente heeft ingesteld. Elke keer, als wij gedenken bij brood en beker, zijn wij bezig om te verkondigen. Een actuele preek. 4.

Iedereen om ons heen, ja heel de wereld mag het zien en horen, dat Hij, Jezus onze geliefde Zaligmaker is, de Redder van zondaren die verloren mensen zo lief had, dat Hij voor hen Zijn leven gaf. Een proclamatie door woorden (de herhaalde instellingswoorden) en daden (de herhaalde viering zelf).

In een grote boog om het kruis van Golgotha heen staan wij daar met allen die de verschijning van de Heere Jezus ooit hebben liefgehad. In aanbidding en dankzegging.

Totdat Hij komt

Matth. 26 : 29; Openb. 22 : 20

Hoe rijk, als ook ik het van harte mag belijden, dat deze Zaligmaker de mijne is, omdat Hij voor mij stierf. Hoe rijk te weten, dat Hij in mij leeft. In al mijn aanvechting helpen mij de tekenen van brood en wijn om mijn handtekening te zetten onder de liefdesbrief die mijn Meester mij schreef. En zou ik dan niet uitzien naar een ontmoeting met Hem aan Zijn dis? Zou ik de maaltijd des Heeren wel durven overslaan? Vier keer in het jaar avondmaal vieren, is toch niet te veel. 5. In 1 Kor. 11 lezen we over een veelvuldige viering van het Avondmaal (zo dikwijls als..).
En toch.., deze wijze van ontmoeting met Christus Jezus houdt een keer op. Als Hij terugkomt en al de Zijnen voor eeuwig binnenwenkt in de feestzaal van Hem, het Lam. `Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het Avondmaal van de bruiloft des Lams' (Openb. 19 : 9). Dan zullen zij Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Dan houdt het aardse Avondmaal op.
Met dat blijde vooruitzicht gedenken wij de dood des Heeren aan Zijn tafel hier op aarde. Wij doen het, totdat Hij komt. Wat wij hier beneden ontvangen, zelfs ook in de viering van het Avondmaal, zijn slechts voorproeven. Voor onderweg. Om ons heimwee aan te wakkeren. `En de Geest en de bruid zeggen: "Kom!" En die het hoort. zegge: "Kom!" En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.' (Openb. 22 : 17). 'Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!' (Openb. 22 : 20).

Onwaardiglijk

Welnu, als de viering van de maaltijd des Heeren dan zo iets geweldigs is, moet de gemeente des Heeren zich dan niet op een waardige wijze toebereiden, als een reine maagd (2 Kor. 11 : 2), als een bruid, voor haar man versierd? (Openb. 21 : 2). Elke keer als de tafel des Heeren weer staat aangericht?

`Liever zou ik mij laten doden dan met deze hand de heilige sacramenten van God uit te reiken aan de verachters daarvan, die onder de ban staan'. A1dus J. Calvijn in Genève, als hij bemerkt, dat zij die onder de kerkelijke tucht zijn komen te staan, toch tot de tafel des Heeren willen komen. 6.
Hebr. 6 : 6; Jak. 2 :10;

Paulus schrijft: Zo dan, 7. wie onwaardiglijk dit brood eet of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren (vs. 27). Het is duidelijk, dat de apostel hiermee bedoelt, dat de Korinthiërs op een ongepaste wijze deelnemen aan de maaltijd des Heeren, als zij zich eerst dronken hebben gedronken bij hun `liefdemaaltijden' en de minder bedeelden laten verkommeren. Het kan ook duidelijk zijn, dat dronkenschap en het zich niet bekommeren om de naaste niet het enige beletsel zijn voor een recht deelnemen aan het Avondmaal. Als de gemeente als een bruidsgemeente tot de tafel des Heeren nadert, heeft zij zich tevoren over heel de breedte van het leven en tot diep in het hart onderzocht, of zij op de rechte wijze toetreedt. Anders maakt zij zich schuldig, bezondigt zij zich aan Christus Zelf (Zijn lichaam en bloed). 8.


Waardiglijk. Dat betekent: gepast. In overeenstemming met de wens van de Meester: ootmoedig, in schuldverslagenheid; al de zaligheid zoekend buiten zichzelf in Hem. Het betekent niet: als een waardige. Want wie is waardig in zichzelf? Maar op gepaste ze. 9.
Dus: beproeft uzelf! 10. Een vraag: Schrijft de apostel dit om zoveel mogelijk mensen van het Avondmaal weg te houden? Of om avondmaalsmijding te bevorderen? In geen enkel opzicht. Hij wil de Korinthiërs juist op de rechte wijze tot de gedachtenis van Christus' dood leiden. Daarom lezen we in vs. 28: Maar de mens beproeve zich zelf en ete alzo van het brood en drinke van de drinkbeker.
Voel ik zo veel gebreken?

Hij die mij roept, is trouw.

Die van geen schuld zal spreken,

Zo 'k Hem als Borg aanschouw.

Hij wil zo vaak vergeven,

Als ik vergeving vraag;

Hij troost mij in dit leven,

Wanneer ik treur en klaag. 11.



Zich een oordeel eten en drinken

2 Kor. 13 : 5

Heilzame zelfbeproeving. Want (vs. 29) die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zich zelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. Bij 'een oordeel' moeten we hier niet direct denken aan het eeuwig oordeel. Paulus schrijft niet: Eén keer op een onwaardige wijze avondmaal vieren, betekent: voor eeuwig verloren gaan. Wel wil hij de Korinthiërs en ook ons te verstaan geven, dat wij niet ongestraft het Avondmaal des Heeren kunnen misbruiken. De Heere zal er Zijn ongenoegen over kenbaar maken, als wij op ongepaste wijze Avondmaal vieren. Wij zullen door de Heere danig onder handen genomen worden.
Want op deze wijze immers onderscheiden we het lichaam niet. Paulus kan bedoelen: het lichaam van de Heere. En dan betekent dit: u hebt er geen erg in, dat u, al etende en drinkende van brood en wijn, het gekruisigde lichaam van Jezus Christus (zie vs. 24) ontvangt. Het kan ook zijn, dat hij wil zeggen: u verstoort de goede orde in het lichaam van Christus, d.i. de gemeente (zie 1 Kor. 10 : 17). Of bedoelt hij het beide? De Korinthiërs die beneveld zijn door de wijn, onderscheiden niet meer goed. Zij kunnen niet meer goed de tekenen met de betekende zaak verbinden. En zo zijn ze in feite ook bezig het lichaam van Christus (Hem Zelf en Zijn gemeente) in wanorde te brengen. In feite, doordat ze de armen misdelen. 12.
2 Kor. 15 : 6

Laten de Korinthiërs maar eens goed letten op wat eromheen gebeurt. De Heere maakt Zijn ongenoegen kenbaar. Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken en velen slapen (vs. 30). Lichamelijk lijden op zich is voor Paulus niet direct een teken van Gods toorn. Maar wat er in Korinthe passeert is toch wel opmerkelijk. Vele gemeenteleden tobben met hun gezondheid en velen slapen (of: zijn ontslapen). 13. Dat mag tot ernstig nadenken stemmen. Er gaat een oordeel over de gemeente. Er is sprake van een Goddelijke 'discipline'. Want wij moeten niet denken, dat de Heere ons niet weet te vinden, als we ons van Hem vervreemden en Zijn heilige instellingen niet in ere houden. Daardoor roepen wij de oordelen van God over ons in.


Rom. 14 : 22v Hebr. 12 : 5-7, 10

Wat u, Korinthiërs, dus te doen staat, is duidelijk. Keer tot uzelf in. Opdat u niet onder de straffende hand van God bezwijkt. Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden. Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij door de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden (vs. 31, 32). Gelukkig als wij (Paulus schrijft in de eerste persoon meervoud) op tijd de oordelen van God opmerken in ons leven en onszelf tijdig onder zelfkritiek, de kritiek van Gods Woord en Geest plaatsen.


1 Petr. 4 : 17

Daartoe komt geen sterveling van huis uit. Anderen kritiseren gaat ons gemakkelijker af. Maar wie niet aan zelfkritiek wil doen, wie niet buigen wil onder de tucht van Gods Woord, moet erop rekenen, dat hij straks met de wereld veroordeeld wordt. En waarom zouden wij wachten tot het ogenblik waarop wij roepen zullen: `Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons?' 14.



Wacht op elkaar



Zo dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander; doch zo iemand hongert, dat hij thuis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt (vs. 33, 34). Verwacht elkaar. Wacht op elkaar.
Als u honger hebt, eet dan eerst thuis. Dat is het advies van de apostel. Trouwens ook onze maaltijden thuis zijn als het goed is geen 'snelbuffet' waar iedereen op zijn eigen tijd maar aanvalt. Ook daar wachten we - zo enigszins mogelijk - op elkaar. En als we eenmaal samen aan tafel zitten, is het niet beleefd, als we de soep al half op hebben, terwijl moeder nog moet beginnen.
Misschien hebt u ook wel de gewoonte om op uw tafel bij uw maaltijd één bordje meer te plaatsen. Voor een mogelijke gast aan tafel. Of om u eraan te herinneren, dat er zo velen in de wereld zijn, wier bordje niet gevuld is. Wacht op elkaar. 15.
In de gemeentesamenkomsten van Korinthe moest men bij de gemeenschappelijke maaltijden ook leren te wachten op elkaar. Op eventuele laatkomers die misschien tot in de avond moesten werken en niet eerder vrij kregen van hun baas. Was het voor de christelijke gemeente van Korinthe niet een schande, als zij de hond in de pot zouden vinden?
In de gemeente die naar Christus' Naam genoemd is, worden ook de laatkomers met open armen begroet. `Wie missen we nog?' Wachten op de laatste. Uitzien naar de ander die er nog niet is. Eén uit een steeg of slop, één met vereelte handen. Een weduwe die hard moet werken om haar gezin te onderhouden. Een jongeman die er erg in kreeg dat hij zonder God niet gelukkig wordt. Wacht op elkaar.
Verwacht elkaar. Dat houdt ook in, dat wij, als we aan de tafel des Heeren zitten, moeten weten wat het is om elkaar te verwelkomen. Wellicht zijn er die daar nog moeten komen. Die nog niet durfden. Geestelijke achteropkomers, geestelijke tobbers in wier hart nog geen zekerheid leeft, dat het ook voor hen kan.
Christus' gemeente is een huis(-gemeente) waar de huisregels onder elkaar in acht moeten worden genomen. Er moet goede tucht zijn. Maar ook zo blijve zij een 'open huis' waarin niemand kan zeggen: `Op mij is niet gerekend.'
1 Kor. 4 : 19; 1 Kor. 7 : 17

Welk een zegen: dit heilig onderricht van Gods apostel Paulus. En welk een voorrecht, dat dit onderricht in onze Bijbel bewaard is gebleven. Ongetwijfeld heeft de apostel ook mondeling in Korinthe een aantal zaken moeten regelen. Hij schrijft: De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal gekomen zijn (vs. 34 slot). Maar wat hij verordend heeft in deze brief aan Korinthe, dat weten wij dan nu ook. En laten we niet vergeten er ons voordeel mee te doen.

Zalig zijn zij die het Woord van God horen en het bewaren (Luk. 11 : 28).

Gespreksvragen

1. Voor wie is het Avondmaal des Heeren ingesteld? Voor hen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen; die nochtans vertrouwen, dat hun hun zonden om Christus' wil vergeven zijn en dat ook de overblijvende zwakheid (in hen) met Zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren. Maar de geveinsden en die zich niet met een waar hart tot God bekeren, die eten en drinken zich zelf een oordeel (Heid. Cat., vraag en antwoord 81).

Zou u deze woorden nog eens ernstig willen overdenken en u vervolgens de vraag willen stellen: Is het Heilig Avondmaal van de Heere ook voor mij?

2. Hoe kan God Zijn ongenoegen kenbaar maken in ons leven, wanneer wij op onwaardige wijze het Avondmaal vieren (zie vs. 29v)?

3. In 1 Kor. 11 komen we telkens de uitdrukking tegen 'zo dikwijls als'. Zou dat kunnen betekenen, dat het Avondmaal veelvuldiger dient te worden gevierd dan vier keer in het jaar?

4. Waarom zou in de traditie van de Reformatorische kerken het doen van de openbare belijdenis van het geloof als voorwaarde zijn gesteld voor de toelating tot de maaltijd des Heeren? Is iemand die geloofsbelijdenis heeft gedaan, dan ook verplicht om aan het Avondmaal deel te nemen?

5. Kunt u oorzaken noemen waardoor er in vele gemeenten van ons land een Avondmaalsmijding is ontstaan?

6. Is de viering van het Avondmaal, waarbij mensen aan een tafel aanzitten, de enig juiste manier van Avondmaalvieren?



7. Hoe oordeelt u over Avondmaalsbedieningen aan een ziekbed?

NOTEN



1. De catechismus van Calvijn, uit het Frans vertaald door ds. J.J. Buskes Jr, Baarn z.j., Libellen-serie nr. 240, 241.
2. Gr. 'hosakis' - zo dikwijls als. Dit woord komt verder niet bij Paulus voor.
3. Het woord 'deze' voor drinkbeker is vermoedelijk hier niet door Paulus geschreven, maar later naar analogie van 'dit' brood ingevoegd.
4. De Statenvertaling leest het slot van vs. 26 als een opdracht. We kunnen echter ook vertalen: zo zijt gij bezig te verkondigen. Het Griekse werkwoord 'katangelloo' = proclameren. Het woord komt vaak in het boek Handelingen voor. Vgl. ook 1 Kor. 2 : 1; 9 : 14; Fil. 1 : 17v; Kol. 1 : 28.
5. J. Calvijn was voorstander van een wekelijkse viering van het sacrament van het Avondmaal (Institutie IV,17.43). Later kwam hij tot een maandelijkse viering. En nog weer later - onder druk van de overheid - werd dit vier keer in het jaar.
6. Zie Jean Daniel Benoit, a.w., blz. 152. Hier vinden we ook het gebruik van de avondmaalspenning vermeld; een klein metalen schijfje of muntje, meestal van lood, dat de ouderlingen uitreikten aan de gemeenteleden in hun wijk, van wier levensgedrag zij op de hoogte waren; deze mensen moesten dan die penning laten zien, wanneer zij aan het Avondmaal wilden deelnemen. `Soms "redde" men zich bij het oncontroleerbaar grote aantal avondmaalsgangers met allerlei andere geldstukjes, áls men maar was aangegaan.'
7. Tweemaal schrijft Paulus: zo dan (zie ook vs. 32). Hij trekt een conclusie en maakt een toepassing.
8. Het Griekse 'enochos' is een technische term voor: aansprakelijk, verantwoordelijk. Hier: voor Christus' dood. Zie ook Matth. 5 : 21v; 26 : 66; Mark. 3 : 29; 14 : 26; Hebr. 2 : 15; Jak. 2 : 10.
9. Het Griekse bijwoord 'anaxioos' = niet overeenkomstig, on(aan)gepast, inadequaat. Dit woord komt slechts eenmaal in het NT voor.
10. `Dokimadzoo' (Gr.) = beproeven, toetsen; zodat het echte en ware tevoorschijn kan komen. Zie vs. 19. Vgl. ook 2 Kor. 13 : 5; Gal. 4 : 6 ; 1 Thess. 2 : 4; 1 Tim. 3 : 10 o.a.
11. Uit Petrus Immens, De godvruchtige avondmaalganger, Utrecht 1957, blz. 366 (wijze Psalm 128). Het is geheel onduidelijk, waarom Gordon D. Fee (a.w., p. 561 f) schrijft, dat hier geen sprake is van een oproep tot diepe persoonlijke introspectie om vast te stellen, of men waardig is voor de tafel des Heeren. Het hangt er maar van af, wat men onder introspectie verstaat.

12. Een aantal handschriften heeft alleen het woord `lichaam'. Zeer waarschijnlijk bieden deze de oorspronkelijke lezing. Gordon D. Fee (a.w., p. 563) acht het mogelijk de woorden 'het lichaam' te verklaren tegen de achtergrond van vs. 27 (het herinnert aan vs. 24), maar denkt toch liever aan 1 Kor. 10:17 en verklaart het dan aldus: men lette niet op de armen en verbrak daarmee de gemeenschap. Minder aannemelijk lijkt mij de uitleg van F.J. Pop (a.w., blz. 259). Hij denkt hier aan het eigen lichaam van de Korinthiërs: `hun lichaam (= zich zelf in hun fysieke bestaan) zó onder het oordeel stellen, dat het deze maaltijd niet zal misbruiken tot bevrediging van de eigen begeerten.'

Het Griekse werkwoord 'diakrinoo' = (h)erkennen. Zie 1 Kor. 4: 7; 6 : 5; 14 : 29.


13. Het Griekse 'asthenès = lichamelijk zwak, ziek (algemeen). 'Arroostos' = krachtloos (concrete ziekte). Het passief van `koimaoo' = ontslapen zijn. Vgl. 1 Kor. 7 : 39; 11 : 30; 15 :6, 18, 20, 51.
14. Het Griekse werkwoord 'paideuoo' = opvoeden, tuchtigen. Vgl. 2 Kor. 6 : 9; 1 Tim. 1 : 20. 'Katakrinoo' = verdoemen. Let op het 'woordspel': onszelf beoordelen (`diakrinein') - onder het oordeel komen (`krinoo' /pass. ).
15. Het Griekse werkwoord 'ekdechomai' = wachten op, verwelkomen. Zie vs. 21.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina