1 Korinthe 5, 1-8 13. Geestelijke gezondheidszorg



Dovnload 40.21 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte40.21 Kb.
1 Korinthe 5, 1-8
13. Geestelijke gezondheidszorg
1 Men hoort zowaar, dat er hoererij ook onder u is en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genaamd wordt, alzo dat er een de vrouw van zijn vader heeft.

2 En zijt gij nog opgeblazen en hebt niet veel meer leed gedragen, opdat hij uit het midden van u weggedaan worde, die deze daad begaan heeft?

3 Doch ik, als wel met het lichaam afwezig, maar tegenwoordig zijnde met de geest, heb reeds, alsof ik tegenwoordig was, hem die dat alzo bedreven heeft, besloten,

4 In de Naam van onze Heere Jezus Christus, als gij en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onze Heere Jezus Christus,

5 Deze over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden moge worden in de dag van de Heere Jezus.

6 Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?

7 Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.

8 Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.
Verklaring
Wij maken ons tegenwoordig vrij veel zorg om het milieu. `Smog', zure regen, grondwatervervuiling, enz. zijn zaken die heel ons bestaan bedreigen.
Maar waarom hebben wij eigenlijk niet tegelijk ook grote zorg omtrent ons geestelijke leefklimaat? Het kan toch immers wel duidelijk zijn, dat het geestelijke en morele fundament van ons leven in onze tijd zo goed als weggespoeld is. De moderne mens heeft zich losgerukt van de grond van zijn bestaan, God. Hij mist een houvast boven en buiten hem. Hij wil niet anders dan zijn hart ophalen aan zijn eigen lusten. Hij vegeteert in een geestelijk vacuum waarin hij aan de willekeur en de grillen van zijn eigen vrijheid is uitgeleverd. Een totale vrijheid om te doen en te laten wat hem nuttig en plezierig lijkt. Met als gevolg, dat hij steeds eenzamer en angstiger wordt.
Kijk het na op het punt van de vrije relaties die de mens van vandaag zich veroorlooft. De meeste huwelijken zijn van korte duur. Homoseksualiteit moet kunnen. Bi-seksualiteit is goed. Wat kort tevoren nog ethisch ontoelaatbaar werd genoemd, dat moet vandaag worden vrijgegeven. Met als gevolg, dat de vervuiling en verloedering hand over hand toenemen. En wie verheft daar eigenlijk zijn stem nog tegen?
En vooral: hoe is het in dit opzicht gesteld binnen de gemeente die naar Christus' Naam is genoemd? Is het daar veel beter? Wat acht men daar al niet toelaatbaar? Is er nog wel onderscheid met de wereld? Of zijn wij - kerk en wereld tezamen - wellicht bezig om ons klaar te maken voor het oordeel van God? En houden we er ook rekening mee, dat Sodom op Gods tijd verwoest zal worden?

Een schandelijke zaak

Tegen de achtergrond van dit alles is wat de Bijbel ons zegt in 1 Kor. 5 hoogst actueel. Dit hoofdstuk immers Iaat ons zien, dat het met de cultuurwereld van Paulus' dagen al evenzeer bijster slecht gesteld was. Niet in het minst op het punt van zgn. alternatieve relaties. Een zekere Demosthenes schreef in die dagen: `Geliefden (maitresses) hebben wij voor ons plezier, bijslapen hebben wij voor de dagelijkse verzorging van ons lichaam, maar vrouwen hebben wij (slechts) om ons wettelijke kinderen te baren. 1.


Geen wonder, dat een apostel van Jezus Christus zoals Paulus zich geroepen wist om de gemeente van Christus tegen zo'n wereld te wapenen. En dat doet hij dan ook in 1 Kor. 5. Een actueel bijbelhoofdstuk, ook voor onze perverse tijd van verstrekkende betekenis. Een niet verouderde boodschap die ook wij ons hebben aan te trekken. Als wij tenminste maar niet in de Bijbel willen geloven, voor zover die in onze kraam te pas komt.
Welnu, wat is er aan de hand in 1 Kor. 5? In één woord: er wordt hier een schandelijke zaak aan de ordegesteld. Voor God en voor de mensen. Men hoort zowaar, dat er hoererij onder u is en zodanige hoererij die ook onder de heidenen niet genaamd wordt, alzo dat er één de vrouw van zijn vader heeft (vs. 1). Iemand, niet met name genoemd, binnen de christelijke gemeente heeft een verhouding met een vrouw die zijn wettelijke moeder is. Zijn stiefmoeder, de tweede vrouw van zijn vader.
Lev. 18 : 8

Stel, dat de bedoelde man zelf ongehuwd was en stel, dat zijn vader niet meer in leven was, dan nog kan men zoiets hoererij noemen. Was het immers volgens de wet van God niet ten strengste verboden om de schaamte van zijns vaders echtgenote te ontdekken? 2. Zoiets werd zelfs onder de heidenen als ongeoorloofd beschouwd. 3.


Matth. 5 : 32

Maar wellicht is er met de man van 1 Kor. 5 nog iets meer aan de hand. Vermoedelijk is hier sprake van een buitenechtelijke seksuele relatie met zijn stiefmoeder. Als dat zo is, is de man over wie het hier gaat, zijn eigen wettige vrouw ontrouw geworden en onderhoudt hij met de vrouw van zijn eigen vader een relatie, terwijl die vader nog in leven is. 4. Ontucht. Bloedschande. Verder is deze alternatieve relatie van de man in kwestie, kennelijk niet iets incidenteels. Hij heeft maar niet een nachtje bij de vrouw van zijn vader geslapen. Hij komt ook niet slechts regelmatig bij haar over de vloer. Ook zullen we niet moeten denken, dat hij slechts met die vrouw een ‘platonische’ liefdesverhouding heeft, een soort geestelijk huwelijk. De uitdrukking die Paulus hier gebruikt, duldt op een seksuele en ongeoorloofde relatie van langere aard.


1 Kor. 11 : 18

Kortom, een bizar geval. Een duistere zaak. Het is Paulus ter ore gekomen. En om duidelijk te maken, dat hij niet op praatjes afgaat, schrijft hij: men hoort zo waar. Het lijdt geen twijfel, of het geval berust op harde feiten.


Maar waarom wordt deze zaak hier zo publiekelijk door de apostel naar voren gebracht? Wel, ze is er voor Paulus een bewijs van, dat het met de gemeente van Korinthe niet goed zit. Het gaat hier net zo goed om het geheel van de gemeente als om de man in kwestie.
1 Kor. 4 : 6

Want wat is er aan de hand? En zijt gij nog opgeblazen en hebt niet veel meer leed gedragen, opdat hij uit het midden van u weggedaan worde, die deze daad begaan heeft? (vs. 2). Zo reageert de apostel. Uit deze woorden valt te concluderen, dat men in Korinthe het geval dat Paulus noemt, niet direct als abnormaal beschouwt. Men doet er niet moeilijk over. Men doet althans alsof zijn neus bloedt. De man over wie het gaat, neemt gewoon deel aan de gemeentesamenkomsten en viert het Heilig Avondmaal met alle anderen. 5.


Heeft niemand dan de moed om er iets van te zeggen? Is de man wellicht een hooggeplaatste? We weten wel, hoe het in zo'n geval gaat. Mensenvrees meer dan vreze van Gods Naam bepalen dan ons gedrag. Er wordt achter de rug geroddeld. Of de zaak wordt doodgezwegen. Ter wille van de lieve vrede. Slap christendom. Of speelt in Korinthe de vrees om een gemeentelid voor het hoofd te stoten en hem kwijt te raken de hoofdrol? Wordt het geval daarom goedgepraat? Funeste tolerantie waar een gemeente van Christus vroeg of laat aan te gronde gaat. Want als de tucht weg is, als alle mogelijke uitwassen in leer en leven in de kerk welig kunnen tieren, graaft de kerk zijn eigen graf en heeft niemand voor die kerk tenslotte meer enig respect. Het gaat dan net als met een mand met appels. Als er één appel rot is, steekt die weldra alle andere appels aan.
Als we echter de woorden van vs. 2 van 1 Kor. 5 goed lezen, zal het in Korinthe nog verder weg zijn geweest. De apostel stelt een vraag. Hij verwijt de Korinthiërs opgeblazenheid. Zij steken de neus in de wind. 'Wie doet ons wat?' Ze staan op hun strepen tegenover Paulus. 6. Blijkbaar vinden ze: het sop is de kool niet waard. Moet Paulus zich werkelijk zo druk maken om allerlei lichamelijke en stoffelijke zaken? Is een christen niet wijs en vrij om een weg te gaan die hem goed dunkt?
Uit eerdere contacten, ook uit wat hij tevoren aan de Korinthiërs in een eerdere brief heeft geschreven (zie vs. 9) hebben ze blijkbaar Paulus leren kennen als een man wiens boodschap van de gekruisigde en opgestane Christus nieuwe levensregels met zich meebracht. Een boodschap met ethische gevolgen. Diametraal tegenover het Griekse denken waarin het er niet zoveel toe deed, hoe men met het stoffelijke en lichamelijke omging. Wereldse wijsheid heeft Paulus dat genoemd. 7. Hij heeft Korinthe duidelijk gemaakt, dat het christelijk geloof dagelijkse bekering met zich mee moet brengen.
Welnu, de christenen van Korinthe slikken zo'n interpretatie van het Evangelie gewoon niet. Ze vinden het grof. Blijkbaar zijn zij doordrenkt door die geest van wereldse wijsheid die Paulus hekelt. Ze vinden Paulus maar een strenge man. En het was daarom dan ook, dat ze wel uitkeken om tegen de man in kwestie over wie de apostel in 1 Kor. 5 schrijft, rigoreus op te treden. Wat die man deed, moest hij tenslotte zelf weten; en het moest ergens kunnen. 8.
Paulus echter vindt het een zaak van 'to be or not to be'. Zijn apostolisch getuigenis verdraagt geen religieuze of ethische onverschilligheid. Zgn. christelijke hoogstandjes zoals bij de man die Paulus in 1 Kor. 5 noemt, zijn geheel en al in strijd met het Evangelie van het kruis. Zo'n man zet de dingen op zijn kop. Hij loopt op zijn handen door het leven.
1 Kor. 12 : 21

Waarom hebben jullie daar geen verdriet over, aldus Paulus. Een christen heeft dagelijks berouw over zijn eigen kwaad. Hij moet het ook hebben over het kwaad dat een broeder of zuster bedrijft. Hij moet erover inzitten. Hij kan het niet verdragen, dat hij iemand op een dwaalweg ziet wandelen. Hij moet er wat van zeggen. Hij moet handelend optreden. 9. Om Gods wil. Want de Heere onze God. is heilig. Een verterend vuur. Om der wille van de man in kwestie zelf. Want je laat in de christelijke gemeente toch niet iemand blindelings naar de afgrond gaan (1 Kor. 12 : 21). En om der wille van de gemeente zelf. Want één ergerlijke zondaar in de gemeente tolereren, betekent een ban in het leger houden.


Leed dragen over een broeder in zijn afdwaling, 'zijns broeder hoeder' willen zijn, ervan wakker liggen, dat het slecht gaat met iemand. En hem dan ook op de man af vermanen. En als alle vermaningen niet meer helpen, 10. hem ter wille van zijn ziel en zaligheid uit onsmidden wegdoen. 11. Dat is onze dure roeping. En daartoe roept de apostel op. Tuchtoefening.

Pijnlijke remedie

Maar hoe moeten wij ons de tuchtoefening die Paulus Korinthe voorhoudt, nu voorstellen? Moet de christelijke gemeente van Korinthe de zondaar maar meteen stenigen? Neen, er zijn ook bij ergerlijke zondaars nog wel andere wegen. In de christelijke tucht gaat het tot het laatste om het behoud van de zondaar. Ook al moet het daarbij dan wel eens langs een diepe en pijnlijke weg.


Hand. 5 : 5, 10

In het vervolg van 1 Kor. 5 (vs. 3-5) treffen we een vorm van christelijke tuchtoefening binnen de gemeente aan, die er niet om liegt. De vraag moet gesteld worden, of wij daar vandaag nog wel raad mee weten en waarom wij in vele gevallen nalaten om zoiets te doen. Want wat lezen we?


2 Kor. 13 : 10; Kol. 2 : 5

U verzuimt uw plicht, gemeente van Korinthe, aldus Paulus. Doch ik (met nadruk) zou in uw geval, dit of dat gedaan hebben. Neen, Paulus gaat verder. Hij weet zich nauw bij de zaak betrokken. Hij treedt - zij het op lange afstand - handelend op. Hij schrijft: Doch ik, als wel met het lichaam afwezig, maar tegenwoordig zijnde met de geest... (vs. 3a). Dus hij voelt zich op hetzelfde moment als hij dit schrijft, door een vereniging van hogerhand, geestelijk, in Korinthe aanwezig. 12. Hij is a..h.w. in vergadering bijeen met de gemeente. En wat gebeurt er? Er valt een besluit. Er wordt een oordeel geveld. In de Naam van onze Heere Jezus Christus. Ik heb, aldus de apostel, reeds, alsof ik tegenwoordig was, degene die dat alzo bedreven heeft, besloten, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, als gij en mijn geest samen vergaderd zullen zijn... (vs. 3, 4a). 13. Een gemeentesamenkomst op hoog gezag van de Heere van de kerk die alles in Zijn gemeente voor het zeggen heeft. In de geest bijeen. Wat te doen met zo'n man die zich niet laat terechtwijzen? Paulus heeft het oordeel al geveld. Het zal zijn uitwerking niet missen. Met de kracht van onze Heere Jezus Christus deze over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden moge worden in de dag van de Heere Jezus (vs. 4b, 5).


Matth. 18 : 20; 1 Tim. 1 : 20

Een pijnlijke remedie. In een gemeentesamenkomst waarin op gezag van de Heere Jezus Zelf en met Zijn kracht gehandeld wordt, daar wordt de zonde dodelijk ernstig genomen. Er wordt niet mee gespeeld. Er wordt mee afgerekend. Er wordt ook onder het bestaan van een ergerlijke en onboetvaardige zondaar dynamiet gelegd. Hij wordt afgesneden, geëxcommuniceerd. 14.


Laat de man over wie het in 1 Kor. 5 gaat, een aardig mens zijn en laat zijn geliefde stiefmoeder een eenzaam mens zijn. Dat kan allemaal. Maar dat zijn geen excuses voor een verkeerde levenswandel. Paulus besluit om hem 'coram Deo' en 'con amore' (met de gemeente) aan de satan over te geven. Hij wordt buiten de gemeenschap van de gemeente gesloten.
1 Tim. 1 : 20

En daardoor valt hij overal buiten. Buiten de verkondiging van Gods vriendelijk en welmenend aanbod van genade. Buiten handbereik van de broeders en zusters en hun liefde. Hij mist voortaan de warmte van een gemeente om zich heen. Hij bevindt zich op het terrein waar de grote tegenstander van God, de satan vrij spel heeft. En die zal ook niet nalaten om hem steeds verder naar het verderf te slepen. Want dat is nu eenmaal wat de satan altijd graag wil. Hij kan die man plagen met ziekten. Zoals hij dat eenmaal met Job heeft gedaan. Hij brengt de man misschien wel op de puinhopen. Helemaal vastgelopen, angstig, van God en alle mensen verlaten. Zijn boze vlees wordt verdorven. 15.


1 Kor. 11 : 32; 1 Petr. 4 : 6

Maar is dat niet al te grof? Wat kan van dit ogenschijnlijk harde optreden toch wel de bedoeling zijn? Het wordt door de apostel met duidelijke woorden gezegd. De bedoeling van dit alles is, dat de geest van de zondaar behouden wordt. 16. Als hij maar weer in een verzoende betrekking met God komt te staan. Daar gaat het om. Dat is het doel van de christelijke tucht. Welk een wonder zal het zijn, als de man straks op de grote dag van het gericht, de dag van de Heere Jezus, als een brandhout uit het vuur gerukt, toch mag binnengaan in de feestzaal van het Lam van God. Dan is de pijnlijke operatie van de tucht hem tenslotte tot een grote zegen geworden. Ook al moest hij daarvoor dan ook als een Jona overboord gaan.



Ons Paaslam is geslacht

Ex. 12 : 19v; 13 : 7

Welnu, nadat door Paulus heel concreet is gezegd wat ons in het geval van de zondaar in Korinthe's gemeente, te doen staat, geeft hij vervolgens in 1 Kor. 5 : 6vv een algemene regel. Hij hecht zijn vermaan vast aan het Lam van Golgotha. Want Hij stelt geen eisen, los van Gods beloften. 17. Daarom herinnert hij aan de gewoonte onder de Joden om ter gelegenheid van een naderend Paasfeest alle zuurdeeg uit de huizen te bezemen. De Israëlieten hadden eenmaal bij de uittocht uit Egypte, per huisgezin een lammetje geslacht, hadden het bloed van dat lam ter verzoening aan de deurposten gestreken, zodat de engel van het verderf voorbij kon gaan. En bij die gelegenheid hadden ze ook ongezuurde broden gegeten (mazzen), in haast klaar gemaakt.

Welnu, met het oog daarop hielden de Joden elk jaar t.g.v. het Paasfeest, als ze aan die uittocht uit Egypte terugdachten, ook grote schoonmaak. Weg met alle zuurdeeg. Weg met het oude zondebestaan.


Doet u nu ook maar zo, bedoelt Paulus te zeggen. Uw roem is niet goed. 18. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt? (vs. 6). M.a.w.: elk kwaad werkt als een zuurdeeg. 19. Als u het tolereert, wordt de gehele gemeente ermee doortrokken.
Zuur geworden deeg (gebruikt als gist om het deeg te doen rijzen) herinnert immers aan het oude leven, dat van gisteren is. En dat moet weg wezen. Dat heeft een christengemeente voor wie het Paasfeest geworden is, toch achter zich gelaten? Het mag voor u altijd Paasfeest zijn. Maar vergeet dan ook niet altijd grote schoonmaak te houden. Het feest van Pasen en dat van de ongezuurde broden horen bij elkaar.
Matth. 16 : 6; Luk. 13: 21 par

Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt (vs. 7a). Christus' gemeente is een nieuw deeg, ongezuurd. Paulus ziet de gemeente van Korinthe in dat licht. Daarom kan het zuurdeeg van de zonde niet getolereerd worden. En de zondaar kan niet ongestoord zijn gang gaan. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, nl. Christus (vs. 7b). Het feest van de voorbijgang dank zij het Offerlam waarvan het bloed aan de deurposten van de nieuwtestamentische gemeente mag zijn. Dat is het grote oriëntatiepunt. 20. En dat verdraagt geen leven in de zonde. Hoe nodig voor ons allen, dat wij er ons zorg over maken, of dit alles reinigend bloed ook aan de deurposten van ons levenshuis is gestreken. En als wij dat voor onszelf geloven mogen, zullen we dan niet met elke zonde de grootste moeite hebben? En moeten wij dan ook niet elke dag grote schoonmaak houden? We gruwen van alles wat God mishaagt, ook al is het voor ons vlees genotvol.
Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid (vs. 8). Het christenleven is een feestelijk leven, waarin alle gistende kwaadheid en boosheid van ons geweerd moge zijn. Het zij gekenmerkt door zuiverheid van motieven en betrouwbaarheid in handel en wandel. 21.
Wanneer wij tenslotte de gehele perikoop nog eens overzien, zijn het vooral twee dingen die een diepe indruk bij ons nalaten. Het eerste is, dat God de zonde niet gedoogt. U en ik, wij moeten er afscheid van leren nemen. Ons lichaam zij een tempel van de Heilige Geest. En niet omdat de Bijbel de zonde vooral zoekt in seksuele zaken, maar omdat er juist op het terrein van seksuele relaties, ook in onze tijd, zoveel gruwelijke uitspattingen zijn, daarom worden wij gewaarschuwd ons vooral hierin van de wereld te onderscheiden. Wees zuiver in uw motieven en betrouwbaar in uw wandel.
Het tweede dat ons bij zal blijven nadat wij de perikoop gelezen hebben, is, dat het de Heere, ook als Hij ons onder de tucht van Zijn Woord brengt, gaat om ons behoud. Zelfs voor de grootste zondaar blijft de deur van Gods genade wagenwijd openstaan.
Ik denk aan een verhaal dat ik eens las bij C.H. Spurgeon. Een verhaal over een vreemde hond die op een dag in de tuin van Spurgeon tussen de bloemen speelde en er een chaos van dreigde te maken. Wat deed Spurgeon? Hij gooide een stok naar het dier toe om hem weg te jagen. Maar wat deed die hond? Het dier nam de stok in zijn bek, bracht hem aan de voeten van Spurgeon en legde zich vervolgens beschaamd ernaast op de grond. En wat kon Spurgeon toen anders doen dan de hond strelen en hem vriendelijk toespreken?
Wie zo de stok die naar hem toegeworpen wordt, aan de voeten van de grote Meester brengt, zal ervaren, dat Hij o zo vriendelijk aangesproken wordt. Want het zijn grote zondaars die op hun schreden leerden terugkeren en hartelijk welkom blijven bij Hem. Opdat hun geest behouden wordt in de dag van de Heere Jezus.

Gespreksvragen

1. Wat bedoelt men vandaag met `alternatieve relaties'. Noem voorbeelden.Hoe oordeelt de Bijbel daarover?

2. Wat moet worden verstaan onder 'bloedschande'? Welke vormen van bloedschande worden veroordeeld in Lev. 18 : 6vv (vgl. ook Deut. 22 : 30 en 27 : 20) en waarom?

3. De tucht is altijd genoemd als één van de kenmerken van de ware kerk.

* Wat zijn de oorzaken van het ontbreken van kerkelijke tucht?

* Vindt u, dat er in de gemeente vandaag op dezelfde wijze tucht moet worden uitgeoefend als in 1 Kor. 5? En hoe denkt u in dit verband over de formulieren van de ban/afsnijding en wederopneming (achter in uw kerkboek)?

4. Wat zou Paulus bedoelen met 'verderf van het vlees' en `behoud van de geest' in 1 Kor. 5 : 5?

5. Een christen moet elke dag `grote schoonmaak houden'; hij moet `zijn oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen'. Waarom noemt Paulus in dit verband het Paasfeest in één adem met het feest van de ongezuurde broden?



NOTEN
1. Demosthenes, Orationes 59. 122. Geciteerd door Gordon D. Fee, a.w. p. 196.
2. Hij kan, zelf ongehuwd, na de dood van zijn vader, met diens tweede vrouw - dus zijn eigen stiefmoeder - zijn gehuwd. Op grond van Lev. 18 : 6vv, Deut. 22 : 30; 27 : 20 was zo'n huwelijk op zich reeds gruwelijk in Gods ogen. Een vorm van incest. En hoererij (Gr. 'porneia'). Want dit woord wordt in de wereld van het N.T. gebruikt voor alle (buitenhuwelijkse) seksuele zonden en afwijkingen waaronder ook homoseksualiteit.
3. De wijsgeer Cicero, tijdgenoot van Paulus, vermeldt een verhouding van een vrouw te Rome met haar schoonzoon. Hij noemt dit een tot nog toe `ongehoorde, ongelofelijke misdaad'. Zie G. J. Streeder in Bijbel in de Nieuwe Vertaling van het NBG met verklarende kanttekeningen, Baarn 1957, blz. 154. Een aantal handschriften laat het werkwoord 'genoemd wordt' in vs. 1 weg. Misschien om de indruk te vermijden, dat Paulus zou hebben geschreven: dit komt zelfs onder heidenen niet voor.
4. De uitdrukking 'een vrouw hebben' kan betekenen: ermee getrouwd zijn. Maar omdat de apostel hier niet over een huwelijk schrijft, kan hij een situatie op het oog hebben, die nog ergerniswekkender was. De bedoelde persoon kan, zelf gehuwd, een buitenechtelijke relatie hebben onderhouden met zijn stiefmoeder, terwijl zijn vader nog leefde, al of niet van haar gescheiden. Het gaat hier in elk geval niet om zijn eigen lijfelijke moeder. Want dan zou Paulus niet geschreven hebben: zijns vaders huisvrouw.
5. Zijn stiefmoeder met wie hij verkeerde, zal geen lid van de christelijke gemeente zijn geweest. Anders had Paulus haar in het vervolg ook genoemd.
6. Het Gr. werkwoord 'fusioöo' in de passieve vorm = opgeblazen zijn, bol staan, trots zijn. Zie 1 Kor. 4 : 6.
7. De Griekse geest was doordrenkt door dualisme (tegenstelling tussen geest en stof) waarin het aardse bestaan als iets laags en slechts werd gezien. Dat leidde enerzijds tot ascese (vlucht uit het dagelijkse leven), anderzijds tot libertinisme (vrijbuiterij, ook op seksueel terrein).
8. Met deze uitleg hebben we het in 1 Kor. 5 genoemde geplaatst tegen de achtergrond van het in 1 Kor. 1-4 genoemde. M.a.w. Paulus stelt in het vijfde hoofdstuk snaar niet een 'casus' aan de orde, los van alle andere kwesties in Korinthe. De verdeeldheid van hoofdstuk 1vv hangt samen met de theologische instelling van Korinthe en met de ethische consequenties daarvan.
9. Het woord 'opdat' in vs. 2 heeft consecutieve betekenis. Dus: Leed dragen met als gevolg, dat...

10. J. Calvijn, a.w. blz. 88 herinnert eraan, dat het N.T. ons beveelt tucht uit te oefenen: 'met gemene raad der ouderlingen en met bewilliging des volks'. Afsnijding of excommunicatie geschiedt niet dan na broederlijk vermaan en niet dan nadat de raad der gemeente samen met de gemeente erin bewilligd heeft. Vgl. Matth. 18 : 15vv. Dus geen tucht d.m.v. een tiranniek optreden van één of ander gezaghebbend persoon in de gemeente.
11. De uitdrukking herinnert aan Deut. 13 : 5; 17 : 7 waar God de doodstraf verbindt aan verregaande ergerlijke zonden. Vgl. in het N.T.: Hand. 5 - Ananias en Saffira die tegen de Heilige Geest gelogen hebben. Ook hier is sprake van een tuchtoefening die een direct oordeel van God met zich meebrengt in de dood van twee leden der gemeente.
12. 'Met de geest' (vs. 3) en 'mijn geest' (vs. 4) betekent meer dan: in gedachten. Paulus weet zich innerlijk door Gods Geest verenigd met de christelijke gemeente. Zie Kol. 2 : 5.
13. Deze verzen leveren nogal wat exegetische moeilijkheden op. De vraag is vooral, met welke onderdelen van de lange zin de woorden 'in de naam van onze Heere Jezus Christus' en 'met de kracht van onze Heere Jezus Christus' verbonden moeten worden. Er zijn acht verschillende oplossingen aan de hand gedaan. Zie Leon Morris, a. w., p. 84 f. en Gordon D. Fee, a.w., p. 206 f. Omdat de woorden 'in de Naam van...' onmiddellijk worden voorafgegaan door het woord 'besloten' en helemaal omringd worden door wat Paulus schrijft over het samenzijn in de geest met de gemeente van Korinthe, ligt het voor de hand deze woorden te betrekken op de besluitvorming/oordeelvelling binnen die 'ideële' gemeentevergadering. De woorden 'met de kracht van...' zijn dan het meest logisch te verbinden met het vervolg, nl. de overgave aan de satan.
14. Ook de Joden kenden de handeling van de excommunicatie. Zie: Joh. 9 : 22, i4. Dit voorbeeld maakt tegelijk duidelijk, hoe voorzichtig men behoort te zijn met de ban. In de christelijke kerk is excommunicatie een uiterste maatregel van tucht. Zie het formulier van de ban of uitsluiting uit de christelijke gemeente en dat van de wederopneming in het Gereformeerde liturgieboek.
15. Vlees en geest vormen een tegenstelling. Met 'vlees' kan bedoeld, zijn: zijn lichamelijke bestaan. Chrysostomus reeds heeft erop gewezen, dat de satan hier gedacht kan hebben de man met lichamelijk leed te treffen, zoals bij Job (vgl. 2 Kor. 12 : 7). Het is echter ook goed denkbaar, dat Paulus hier bij vlees denkt aan de man in zijn van God afgekeerde bestaan. Dat mag de satan 'total loss' maken. 'Zijn geest' is dan zijn relatie tot God. Als die maar weer in orde komt.
16. Bij `de geest' moeten we niet denken aan de (hem als gelovige geschonken) Heilige Geest. Ook wordt hier niet bedoeld, dat het tenslotte met ieder, ook zonder bekering, uiteindelijk wel weer goed komt.

17. Hier treffen we er een duidelijk voorbeeld van aan, hoe de apostolische paraenese gegrond is in (het geloof in) het heilswerk van Christus. Los daarvan is elk vermaan wetticisme.
18. Zie onze verklaring van vs. 2 tegen de achtergrond van 1 Kor. 4 : 6, 18.
19. Zuurdeeg is in de Bijbel soms het symbool van iets kwaads (b.v. de leer van de Farizeeën en Sadduceeën, Matth. 16 : 6; vgl. ook Gal. 5 : 9). Maar ook wordt het wel als een beeld gebruikt voor het Koninkrijk van God, zoals in Jezus' gelijkenis van het zuurdeeg (Matth. 13 : 33).
20. Pascha — het feest van Gods sparende voorbijgang. Omdat Paulus schrijft 'geslacht', doelt hij hier vooral op het Paaslam, Jezus Christus op Golgotha gekruisigd. Vgl. Joh. 1 : 29, 36; Openb. 5 : 6 o.a. Hij trekt de lijnen van het oudtestamentische Paasfeest door naar de heilsfeiten van Christus' dood en opstanding. Verwerpelijk lijkt mij, wat de Kanttekeningen van de Nieuwe Vertaling (NBG) opmerken, nl. dat Paulus hier de christelijke gemeente het nieuwe Israël noemt. Veeleer omgekeerd peilt de apostel met deze uitleg van het Pascha de diepe betekenis van Israëls verlossing uit de slavernij van zonde, dood en verderf.
21. De Griekse woorden 'eilikrineia' en 'alètheia' betekenen hier respectievelijk: zuiverheid van zedelijke instelling en vastheid/ betrouwbaarheid in de dagelijkse levensgang.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina