1. participium praesens actief (ppa) gelijktijdig t o. V persoonsvorm



Dovnload 12.5 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte12.5 Kb.
De 3 participia (ptc)

1. participium praesens actief (PPA) - gelijktijdig t.o.v. persoonsvorm

2. participium perfectum passief (PPP) - voortijdig t.o.v. persoonsvorm

3.participium futurum actief (PFA) - natijdig t.o.v. persoonsvorm

-------------

PPP en PFA komen ook in combinatie met een vorm van esse voor dat maakt die combinatie tot een persoonsvorm!

-------------

Participium: 3 soorten gebruik

1. attributief (puur bijvoeglijk bij het substantivum waarmee het congruent is)

a) vertalen met Nederlands deelwoord (voltooid deelwoord of tegenwoordig deelwoord)

b) vertalen met een bijvoeglijke bijzin: ingeleid door een pronomen relativum/betrekkelijk voornaamwoord

2. predicatief (bijwoordelijk, dubbelverbonden: is niet alleen congruent met het substantivum, maar heeft ook een bepaalde relatie t.o.v. het gezegde, vaak een tijdsverhouding: gelijktijdig, voortijdig, natijdig)



a) vertalen met Nederlands deelwoord (voltooid deelwoord of tegenwoordig deelwoord)

b) vertalen met een bijwoordelijke bepaling

c) vertalen met een bijwoordelijke bijzin: ingeleid door een voegwoord/conjunctie: temporeel > wanneer, toen

causaal > omdat, aangezien, daar concessief > hoewel, ofschoon

conditioneel > indien, als, mits

3. dominant (hoofdbetekenis in PPP, dat daardoor belangrijker wordt dan het naamwoord waarmee het congruent is)

----------------

En nu de voorbeelden: eerst het verhaal van het attributief gebruikte participium (1a en 1b), daarna het predicatieve (2a, 2b en 2c) en het dominant gebruikte participium (3a).

1. Clamor militum pugnantium (PPA gen pl M) terribilis erat.

a) Het geschreeuw van de vechtende (tegenwoordig deelwoord) soldaten was vreselijk.

b) Het geschreeuw van de soldaten die vochten (bijvoeglijke bijzin met relativum) was vreselijk.

Medici milites necatos (PPP acc pl M) non iam adiuvare poterant.

a) De artsen konden de gedode (voltooid deelwoord passief) soldaten niet meer helpen.

b) De artsen konden de soldaten die gedood waren (bijvoeglijke bijzin met relativum) niet meer helpen.

Gladiatores morituri (PFA nom pl M) spectatores salutabant.

a) *de zullende sterven gladiatoren groetten de toeschouwers. (*=slecht/geen Nederlands)

b) de gladiatoren die zouden sterven (bijvoeglijke bijzin met relativum) groetten de toeschouwers.

2. Pater meus cantans (nom sg M bij pater én bepaling bij intrat) intrat.

a) Mijn vader komt zingend (tegenwoordig deelwoord) binnen.

b) Onder gezang (bijwoordelijke bepaling) komt mijn vader binnen.

c) Terwijl hij zingt (bijwoordelijke bijzin) komt mijn vader binnen.

3. Occisus dux milites hortabatur=de dood van de aanvoerder spoorde de soldaten aan (een dode aanvoerder kan niet aansporen!) > het PPP is belangrijker qua betekenis dan het substantivum, dominanter.

---

Een ontkenning bij een participium leidt vaak tot een vertaling met het woordje “zonder”:



nihil dicens = zonder iets te zeggen

non vocatus = zonder geroepen te zijn

Voorbeeldje: Eos summa vi resistentes tamen vicimus.

Snelle analyse:



  • PV is vicimus = 1 pl perf vincere (overgankelijk werkwoord, dus heel waarschijnlijk een object – in de acc – in de zin)

  • resistentes = PPA, nom/acc pl M/F van resistere > kan dus bij eos horen dat acc pl M is

  • gelet op de gebruikelijke woordvolgorde zal summa vi bij resistentes horen en tamen bij vicimus; Eos kan bij allebei

  • tamen betekent toch en er zal dus een tegenstelling in de zin voorkomen.

Wij overwonnen hen, hoewel zij uit alle macht weerstand boden/Hoewel zij uit alle macht weerstand boden, overwonnen wij hen toch

Kennelijk een predicatief te vertalen participium: *”de uit alle macht weerstand biedenden overwonnen wij toch” heeft een paar bezwaren: Eos wordt niet vertaald en het woordje toch staat er een beetje merkwaardig bij.

Nu jullie!

1. Cicero consul creatus rempublicam bene rexit defenditque.

2. Latrones praedam distribuentes manus inter se conseruerunt. (inter se conserere=slaags raken)

3. Hoc videns lacrimas diutius tenere non potui.

4. Quis vestrum his hominibus miserrimis multos iam per annos in maxima paupertate viventibus adesse recusabit?

5. Inutile sine dubio erit, quod dicturus sum, sed tamen dicam.

6. Exploratores a duce missi postero die redierunt, sed nobis nihil utile rettulerunt. (referre=berichten, melden)

7. Nihil respondens metuque tremens vir stabat ante iudicem.

8. Sicilia amissa Hannibalem valde vexabat.

9. Totius urbis cives undique concurrentes consuli advenienti acclamaverunt.

10. Non timentes pericula obierant.

11. Iam ante proelium commissum hostes in fugam se verterunt.

12. Imperatori petenti a senatu triumphus decernetur.

13. Latrones in silvis latentes invenire non potuimus.

14. Victis hostibus pepercerunt victores.

15. Post urbem conditam bellum eo bello maius numquam gestum est.

16. Uxorem valde amans interfecit.

17. Ad haec visa clamor ingens a multitudine tollitur.

18. Post reges exactos civitas Romana a consulibus regebatur.

Een participium (PPA, PPP, PFA) kan ook, samen met het naamwoord waarmee het congruent is, een bijwoordelijke bepaling binnen de zin vormen, die op zich weggelaten kan worden. De bepaling kan alleen in de ablativus staan. De constructie heet ablativus absolutus. De ablativus is in zo’n geval geen verplichte naamval bij een werkwoord. Het naamwoord zal – inhoudelijk! – onderwerp zijn bij het participium.

19. Portis iam clausis urbem intrare non possumus.

20. Opere finito cito domum ite, amici!

21. Insidiis positis adventum hostium exspectavit.

22. Spe auxilii perdita se tradiderunt.

23. Nulla quiete sumpta perrexerunt.

24. Caesare occiso diu de imperio certatum est.

25. Hoc dicto tacuit neque quicquam dicere voluit.



26. Hostibus victis fugatisque tamen dux noster haud sine curis erat.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina