1 Regels en afspraken per vak: blz. Godsdienstige vorming



Dovnload 162.74 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte162.74 Kb.

September 2012

REGELS EN AFSPRAKEN BOVENBOUW 2012-2013

( leerjaar 4 t/m 8)

Inhoudsopgave:


1 Regels en afspraken per vak: blz.


    1. Godsdienstige vorming 1




    1. Nederlandse taal 1

1.2.1 Mondelinge taal

1.2.2 Taalbeschouwing/stellen

1.2.3 Spelling.

1.2.4 Aanvankelijk lezen.

1.2.5 Lezen

1.2.6 Begrijpend lezen

1.2.7 Schrijven.



    1. Rekenen en Wiskunde. 3

1.4 Kennisgebieden. 5


1.5 Bevordering sociale redzaamheid. 5

1.5.1 Pad (en waar nodig Soemo)

1.5.2 Verkeer

1.5.3 Zelfstandig werken


1.6 Expressie 8

1.6.1 Muziek

1.6.2 Beeldende vorming
1.7 Engels. 9
1.8 Bewegingsonderwijs. 9

1.8.1 Zwemmen.



2 Regels en afspraken t.a.v. toetsen.
2.1 Algemene toetsafspraken 9

2.2 Toetsafspraken per vak 9


3 Regels en afspraken algemeen.



    1. Gebaren in school. 11

    2. Richtlijnen SH/ESM en apparatuur. 11

    3. Verzorging. 11

3.3.1 Assistentie

    1. EHBO/BHV. 11

    2. Uitjes . 11

    3. Bestelling. 12

    4. Overleggen/vergaderen. 12

    5. Informatie naar collega’s. 12

    6. Roosters. 12

    7. Groepsmap. 12

    8. Rapportages. 13

    9. Commissies. 13

    10. Schoonmaken in de klas 13

    11. Cursussen/bijscholing. 14

    12. Contacten met ouders. 14

    13. Sparen voor Edukans 14

    14. Verder…. 14



REGELS EN AFSPRAKEN BOVENBOUW

( leerjaar 4 t/m 8)
1. Regels en afspraken per vak:


    1. Godsdienstige vorming:

Godsdienstige vorming wordt gegeven aan de hand van de methode “Trefwoord”.

De methode is voor alle leerjaren digitaal beschikbaar. Probeer zoveel mogelijk aandacht te besteden aan de Bijbelverhalen tijdens de lessen. In de methode krijgt ook het vak “Geestelijke stromingen”aandacht.

In de leerjaren 4,5 en 6 zijn 2 prentenbijbels aanwezig en in de leerjaren 7 en 8 ‘De Bijbel voor jongeren’

De Weekopening

Als onderdeel van godsdienstige vorming wordt er op de maandagochtend een weekopening gehouden. Op een rooster staat aangegeven wie van de collegae aan de beurt is. Er worden in de weekopening geen bijbelverhalen verteld, maar er wordt ingegaan op het thema van de week. Degene die de weekopening doet, kan dit samen met de kinderen van zijn/haar klas doen. Ook worden nieuwe kinderen/collegae voorgesteld en worden de jarigen toegezongen.

Lied voor de weekopening:

Leerjaar 4 Goeiemorgen dag

leerjaar 5 – 8 Laat je maar zien / Every Morning

1.2 Nederlandse Taal:
1.2.1 Mondelinge taal

In samenwerking met de logopedist werken de kinderen 2x per week aan hun mondelinge taalvaardigheid. In deze groepsmomenten worden de thema’s van de taalmethode mondeling verder uitgediept. Hierbij kun je denken aan: woordenschat, zinsbouw, taalgebruik en gesprekstechnieken.

Doordat de lesstof net even in een andere context geplaatst wordt, worden kinderen extra geprikkeld. Door de speelse, interactieve aanpak beklijft de lesstof beter.
Leerjaar 4 Thema’s uit TOM 2x 30 min 6 thema’s

Leerjaar 5 Thema’s uit TOM 2x 30 min 6 thema’s

Leerjaar 6 Thema’s uit TOM 2x 30 min 6 thema’s

Leerjaar 7 Thema’s 2x 30 min 8 thema’s

Leerjaar 8 Thema’s 2x 30 min 8 thema’s
Naast de thema’s uit TOM en de vastgestelde thema’s van de bovenbouw, blijven er 8 à 10 weken over om aan andere thema’s, zoals Sint, Kerst, lente en project, te werken.

In combinatiegroepen 3/4 wordt gekeken naar het niveau van de kinderen en wordt van daaruit beslist of er met TOM of KO wordt gewerkt.


De lessen worden door de leerkracht, logo en waar mogelijk assistent voorbereid aan de hand van het voorbereidingsformulier, dat op intranet te vinden is. Deze formulieren worden bewaard in de blauwe groepsmap.

De lessen worden door de logo, leerkracht en assistent gegeven. Dit kan in kleine groepjes, maar ook klassikaal gedaan worden.


Op het formulier wordt bijgehouden aan welk thema er gewerkt wordt, welke doelen er gesteld worden voor die periode en wat er in de lessen aan bod komt.


De doelen zullen voor een groot deel komen uit de handelingsplannen van de kinderen. Daarnaast kunnen er ook nog andere doelen aan bod komen.

Aan het einde van de periode worden de doelen per leerling geëvalueerd op het evaluatieformulier. Hierbij kunnen ook bijzonderheden worden genoteerd. Het evaluatie formulier wat je na een thema met de logo samen invult, bewaar je samen met de voorbereidingsformulieren in de groene toetsgegevens map.


Per thema is er een kist met daarin materialen en lesideeën.

(niet allemaal tegelijk aan hetzelfde thema te beginnen!)



Voor leerjaar 4 zijn dit de eerste 5 thema’s:

  • wonen

  • aan tafel

  • wie ben jij?

  • Fysiek en psyche

  • School en klas

Voor leerjaar 5 zijn dit de thema’s 6 t/m 11:

  • uiterlijk

  • vrije tijd

  • tijd

  • kopen en betalen

  • natuur

  • openbare leven

Voor leerjaar 6 zijn dit de laatste 5 thema’s:

  • goed en kwaad

  • communicatie

  • milieu

  • gezondheid

  • media

  • 1 TOM projectthema

Voor leerjaar 7 en 8 zijn dit de volgende thema’s:

  • informatieverwerking

  • reclame

  • spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegdes

  • gesprekstechnieken ( telefoon, boodschappen, beleefdheidsvormen e.d)

  • projectweken: thema hieraan aangepast

  • beroepen ( leerjaar 7 algemeen, leerjaar 8 specifiek voor de lln.)

  • debatteren/mening geven

  • debatteren/mening geven

- Sova aan de hand van de Soemo-kaarten ( aanwezig op beide locaties)
In leerjaar 4 t/m 8 is de logo ook in de klas aanwezig tijdens het houden van boekbesprekingen/spreekbeurten en eventuele presentaties.
1.2.2 Taalbeschouwing/stellen:

Taal wordt gegeven a.d.h.v. de methode “Taal op Maat”.

In deel 4a wordt er gebruik gemaakt van een werkboek, daarna wordt er gewerkt in schriften. (zonodig: moeder-kind schriften met hulplijn)

Registratie van de toetsen kan digitaal bijgehouden worden.



  • Voor de zwakkere leerlingen maken we gebruik van de methode leeslijn. Bespreek met de zorgcoördinator welke kinderen uitvallen bij Taal op Maat. Samen bepaal je het instapniveau bij Leeslijn. Bij de methode hoort ook Leespad (begrijpend lezen) en Woordbouw (spelling).

  • Als extra werk kan er gebruik gemaakt worden van de oefenboeken van Ajodact


1.2.3 Spelling:

Met spelling wordt gestart als kinderen overstappen van de aanvankelijk lezen methode naar de taalmethode. We gebruiken de methode “Spelling op Maat”.

Registratie van de toetsen kan digitaal bijgehouden worden.

De methode “spelling in de lift” kan eventueel remediërend gebruikt worden.

De Leeslijn-kinderen werken in Woordbouw.
Dictee van de week:
Vanaf leerjaar 4 starten we met het dictee van de week. Dit aan de hand van de spellingscategorieën uit Spelling op Maat . Er zijn platen die als visuele ondersteuning van het categorie van de week dienen. De kinderen krijgen per week een aantal woorden op die ze thuis en in de klas moeten oefenen. Een week later krijgen ze hier een dictee over. Er zijn oefen/werkbladen die bij de inoefening gebruikt kunnen worden (dit is niet verplicht). Deze bladen zijn in de “dictee-van-de-week-map” te vinden die in de reproruimte staat of zelf te maken in Ambrasoft. Daarnaast kun je ook de woorden die bij het dictee van de week horen in Flits invoeren. Zodat de kinderen deze kunnen natypen als extra oefening.
Als een kind erg uitvalt op gebieden die het al zou moeten beheersen, kan er aan bepaalde spellingscategorieën extra worden gewerkt d.m.v. de methode “zelfstandig spellen”.
1.2.4 Aanvankelijk Lezen:

In leerjaar 3 ( en leerjaar 4 )werken we uit de methode “Veilig Leren Lezen”

/ “Veilig Stap voor Stap”.

Al in de eerste kernen wordt duidelijke welke kinderen de auditieve analyse en synthese beheersen. Met deze kinderen kan er doorgegaan worden met de methode. De kinderen die deze vaardigheden niet beheersen gaan herhalen.

Er is veel aandacht voor de auditieve vaardigheden in de taalgroepjes en bij logopedie.

Bij de methode “Veilig Leren Lezen” / “Veilig Stap voor Stap” hoort een computerprogramma voor de inoefening. Voor de toetsen wordt de toetskalender van Veilig Leren Lezen gevolgd.

Rond de Sinterklaastijd kan er een aangepast Sint-project gebruikt worden.

Spreekbeeld:

Spreekbeeld is een leermiddel dat is ontwikkeld voor kinderen waarbij de klanktekenkoppeling onvoldoende automatiseert en waarbij het leesleerproces moeizaam verloopt of stagneert. Spreekbeeld is multi sensorieel van opzet, dat wil zeggen dat bij het aanleren van de letters gebruikt wordt gemaakt van meerdere kanalen tegelijk: het visuele, het auditieve, het tactiele, het (spraak)motorische en het emotionele. Kortom: zien, horen, voelen, bewegen en beleven.
In schooljaar 2012-2013 voeren we vanaf de onderbouw(leerjaar 1,2,3) Spreekbeeld in.

Zolang de leerlingen nog in VLL zitten bieden we Spreekbeeld aan bij de nieuw aangeleerde letters. We passen geen vingerspelling meer toe. In de bovenbouw groepen (leerjaren 6,7,8) moeten we kijken of het zinnig is om Spreekbeeld in te voeren. (evalueren 2013)



1.2.5 Lezen: ( is in ontwikkeling)

Vanaf leerjaar 4 wordt gestart met het leescircuit. Dit kan ook al eind groep 3 geïntroduceerd worden

In de kopieerruimte staan mappen waarin per AVI niveau woordrijen en verhalen zitten.
Het is de bedoeling dat de opbouw, zoals deze in de mappen staat aangegeven, gevolgd wordt. Per week wordt er met één categorie geoefend.
Je kopieert voor ieder kind het volgende:

- 1 blad met een woordrij


- 1 blad met een verhaal

1.2.6 Begrijpend lezen:

Met begrijpend lezen wordt gestart als Veilig Leren Lezen uit is en kinderen gaan beginnen in de taalmethode Taal op Maat.

We gebruiken de methode Goed Gelezen,wat groepsdoorbrekend gegeven wordt.

Als kinderen nog in VLL werken gebruiken we Humpie Dumpie met het stappenmodel van Goed Gelezen.



  • Leerlingen met AVI 0 en 1, starten in HD deel 1,

  • leerlingen met AVI 2 starten in HD deel 4.

  • Leerlingen die eind leerjaar 3 een B of A scoren op de Cito begrijpend lezen starten direct met Goed Gelezen deel 4.

In de bovenbouw kan er gebruik worden gemaakt van de methode “Nieuwsbegrip”.Deze methode is digitaal beschikbaar. Deze methode behandelt veel actuele onderwerpen.
1.2.7 Schrijven:

  • In de bovenbouw gebruiken we de methode Handschrift. De deeltjes per leerjaar. Voor de leerjaren 4 en 5 zijn dit twee schriften (A en B) en vanaf leerjaar 6 één schrift.

  • In deze methode wordt veel aandacht besteed aan de zithouding. Per les staat er een houdingsaspect centraal.

  • Zodra er met de hoofdletters ( schrift 4a) wordt begonnen krijgen de kinderen éénmalig een lamy vulpen (of stabilo pen) van school. Gaat de pen kapot, dan dienen ouders een nieuwe lamy vulpen (of stabilo) te kopen.


Blokschrift

  • Voor het schrijven in blokschrift wordt er gebruik gemaakt van de methode Mijn eigen handschrift. Er zijn schriftjes voor de leerjaren 3 t/m 8. Deze worden gebruikt vanaf leerjaar 4.

  • Voor leerjaar 3 is de methode Pennenstreken overgeschreven in blokschrift.

  • Er wordt pas overgestapt naar blokschrift nadat er een signaleringsformulier is ingevuld en er overleg is geweest met de zorgcoördinator/fysio.


Materialen

  • Driehoekpotloden

  • Stabilo vulpotloden groep 3

Lamy vulpen/stabilo pen vanaf schrift 4a

  • Lamy potloden,hulpstukjes voor potlood/pen indien nodig.

  • Zitaanpassingen gaan via de fysiotherapie.

  • Vanaf leerjaar 8 mogen de kinderen eventueel een eigen handschrift hanteren, mits ze dit consequent en leesbaar toepassen.


1.3 Rekenen en Wiskunde:
Vanaf leerjaar 3 wordt er gerekend aan de hand van Wereld in Getallen.

De methode is nieuw aangeschaft voor het schooljaar 2010-2011




Rekenafspraken


  • Er kan gebruik gemaakt worden van rekenprogramma’s op de computer. De zogenaamde “ik ….” programma’s.

  • Als extra oefenstof kunnen de “Oefenboekjes” gebruikt worden. Deze zijn er voor elk leerjaar.

  • Voor het getalbegrip en automatiseren hebben we “met sprongen vooruit”

  • Werkschema’s voor alle leerjaren kun je terugvinden op de database onder rekenen.

  • Projectlessen zijn per leerjaar naar onderwerp verzameld in een map.

( staan in kopieerruimte/kast)

Als een leerling niet mee kan komen met Wereld in Getallen vul je een signaleringsformulier in met een hulpvraag. Er kan dan in overleg met de zorgcoördinator besloten worden de leerling uit de methode te halen en te laten werken met Maatwerk, Koetsveld of Remelka.




  • Lesboeken en werkboeken:

Leerjaar 3: Indien nodig bij zwakke leerlingen vanaf deel 3B bijwerkboek direct betrekken.

Een les in twee keer: Dag 1 bijwerkboek

Dag 2 gewone boek
Post-it blaadjes of paperclips gebruiken om sterren-systeem zelfstandig werken te ondersteunen.

Groene plusboek niet geschikt voor onze kinderen

Volgorde lessen aanhouden vanuit de handleiding.

*** rode zelfst.weektaak niet aanbieden.




  • Materiaal

Leerjaar 3: kaarten voor het splitsen ( splitspaal) lamineren. Deze kaarten moeten zelf gemaakt worden.

Extra aanbieden: tafelkaart,100-veld en kaart metriek stelsel.




  • Organisatie

Bij vastlopen niet standaard een heel blok overdoen. Kijken waar de hiaten zitten en deze stof uit voorgaande blok en r.t methode halen.
- Cijfers schrijven los van rekenles. Tempo WIG ligt te hoog.

- Cijfers 2 en 7 worden zonder golfjes aangeboden.


In samenspraak met ZoCo kinderen laten werken met tafelkaart, 100-veld.


  • Inhoud

Leerjaar 3: vertelplaten niet in een les, maar verspreiden over de lessen. Het duurt anders te lang.


  • Toetsen

Toetsen verdelen over meerdere dagen, daarna remediëren met de herhalingsstof n.a.v de takenbriefjes.


  • Projecttaken

Leerjaar 4-5-6: alle projecttaken zijn uit elkaar gehaald. (wegen-meten-geld-klokkijken) zitten op onderwerp in aparte mappen en staan in de reproruimte


  • Oplossingsstrategie

De oplossingsstrategie voor optellen en aftrekken over de honderdtallen gaat als volgt:

  1. Beginnen bij de eenheden!

  2. Inwisselen

Voorbeelden:


795


153 –

_____





6

743

471-


_____



743


477-

____


600 130 13

700 40 3

400 70 7 –

___________


2




2







200 60 6

40




70







266

600 –

_____





200










642



















    1. Kennisgebieden:

Bij kennisgebieden komen de vakken: Geschiedenis, Aardrijkskunde, Natuur en Topo (eventueel geïntegreerd) aan bod. Wij geven de lessen volgens onderstaande tabel.




leerjaar

aardrijkskunde

geschiedenis

natuur

3

-

-

helemaal

4

-

-

helemaal

5

H1 “Handig zo’n kaart”

H2 “Bekijk het anders”

H3 “De stad door”

H4 “Brood, melk en jam”

H5 “Fabrieken en kantoren”

H6 “Kleuren en tekens”

H7 “Waterland”


Thema 2 “Over jagers en boeren”

Thema 3 “Bouwers langs de Nijl”

Thema 4 “Een middeleeuws dorp”

Thema 6 “Oma’s tijd”




In schooljaar 2011-2012 bijhouden welke hoofdstukken te hebt gedaan.

6

H1 “Wijzer door Nederland”

H2 “Drukte in West-Nederland”

H3 “Op het platteland”

H4 “Waterland”

H7 “Landschappen in Nederland”
Topo:

Kaart van Nederland (A- en B-niveau) plus kaart eigen provincie.

Basiskaart Europa


Thema 1 “Een tijd geleden”

Thema 2 “Grieken en Romeinen”

Thema 5 “Kloosters en kathedralen”

Thema 6 “De riddertijd”




In schooljaar 2011-2012 bijhouden welke hoofdstukken te hebt gedaan.

7

H1 “Wijzer door Europa”

H2 “Drukke delen van Europa”

H4 “Hoe kouder, hoe kaler”

H6 “Vakantielanden”


Topo:

Landen van Europa

Hoofdsteden

Belangrijke plaatsen en wateren

Basiskaart wereld


Thema 1 “Steden”

Thema 4 “Hoe Nederland ontstond”

Thema 5 “De republiek”

Thema 6 “Fransen en koningen”




In schooljaar 2011-2012 bijhouden welke hoofdstukken te hebt gedaan.

8

H1 “De wereld”

H2 Welkom in Amerika

H3 “Het platteland van Afrika”

H4 “Zon en aarde”

H5 “Tussen oost en west”
Daarnaast behandel je aan de actualiteit gekoppelde onderwerpen.

Topo:


Kaart van de wereld

Belangrijke landen,plaatsen en wateren.



Thema 1 “Een halve eeuw vooruitgang”

Thema 3 “De Tweede Wereldoorlog”

Thema 5 “Na 1945”

Thema 6 “Voorbij het jaar 2000”


Uitzendingen van “13 in de oorlog” via uitzending gemist.

April/mei: gepaste aandacht voor 4 en 5 mei.

Prinsjesdag

In schooljaar 2011-2012 bijhouden welke hoofdstukken te hebt gedaan.


13 keer EHBO



1.5 Bevordering sociale redzaamheid


      1. PAD (en waar nodig Soemo)

De leerlijn


Vanaf leerjaar 2 geven we 1 PAD-les per week

De lesverdeling is als volgt:



  • Leerjaar 2 groep 1/2 les 5,6,11,12,13,14,15,19,20,21,22,23

  • Leerjaar 3 groep 3

  • Leerjaar 4 groep 4

  • Leerjaar 5 groep 5

  • Leerjaar 6 groep 6

  • Leerjaar 7 groep 7

  • Leerjaar 8 groep 8 ( waar nodig)

Soms geef je 1 les verdeeld over 2 weken, soms geef je 1 les per week. Ga niet verder met de lessen als je merkt dat de stof te moeilijk wordt voor de kinderen. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit.


Huiswerk en brieven


Het huiswerk wordt meegegeven wanneer dit in de lessen aan bod komt. De kinderen moeten leren dat ze dit huiswerk meenemen en thuis doen. Het is dus verplicht. Meldt dit op de informatieavond aan ouders. In de lesbeschrijving wordt aangegeven wanneer er een brief mee naar de ouders gaat. Zoek de betreffende brief op het intranet onder het kopje PAD. De brieven worden altijd meegegeven, ook al denk je zelf dat het misschien niet nodig is!

De gevoelenskaartjes en de emotielijn


In de leerjaren 2, 3, 4, 5 en 6 worden alle gevoelens aangeboden. Per jaar hangen we de volgende gevoelens op:
Leerjaar 2: bang, boos, verdrietig, blij.

Leerjaar 3: blij, verdrietig, privé, prettig, opgewonden, moe, boos, woedend.

Leerjaar 4: veilig, bang, een beetje verdrietig, erg verdrietig, verbaasd, houden van, hekel hebben aan, walgelijk, geweldig, geïnteresseerd, nieuwsgierig, verveeld, gefrustreerd, teleurgesteld, hoop, trots, beschaamd, schuldig, verward, bezorgd, zelfverzekerd, zenuwachtig, kalm.

Leerjaar 5: pijnlijk, vernederd, jaloers, tevreden, verlegen, eenzaam.

Leerjaar 6: hebberig, gul, egoïstisch, boosaardig.
Van de dikgedrukte gevoelens zijn er kleine gevoelskaartjes
Vanaf leerjaar 3, na les 10, heeft ieder kind een doosje met de gevoelskaarten (alleen deze erin doen die ze aangeboden hebben gekregen) en een houten blokje. Hier mogen ze niet op tekenen of stickers op plakken. Het is schooleigendom en dient hergebruikt te worden. De kinderen mogen 1 of 2 gevoelskaartjes neerzetten.

In leerjaar 3 en 4 op vaste tijden. Vanaf leerjaar 5 de hele dag door,wanneer je tijd hebt, bespreek je deze gevoelens.

In leerjaar 3 is alles nog nieuw en kost dat meer tijd en moet het gepland worden: 1 of 2 keer per dag na de pauze. Soms ga je in op gevoelens, soms niet. Soms uitgebreid, soms niet. Geef niet altijd meer aandacht aan de negatieve gevoelens. Ook kinderen die vaak vrolijk zijn, hebben een compliment en aandacht nodig. Zet zelf ook, net als de kinderen kaartjes neer!!

De gevoelsmeter werkt goed! Wanneer je deze aanbiedt, kan je er ook één laten maken door de kinderen voor thuis.

In leerjaar 8 hebben de kinderen geen eigen doosje meer. De kinderen worden gestimuleerd om uit zichzelf over hun gevoelens te praten. De leerkracht heeft wel een doosje in de klas, voor het geval een kind er niet uitkomt en toch een kaartje wil gebruiken.

Kanjer van de dag / week en de complimentenlijst


In leerjaar 4, 5 en 6 is er een “kanjer van de week”. Deze kanjer krijgt aan het einde van de week de complimentenlijst mee naar huis.

In leerjaar 7 wordt dit niet meer op deze wijze gedaan. Er is dan zoveel geoefend met de complimenten, dat de kinderen dit vanzelf doen….

De complimentenlijst is te vinden op het intranet onder het kopje “PAD”.
De schildpad / het stoplicht

De schildpad en het stoplicht zijn er om kinderen, die op dat moment niet rustig genoeg zijn om een ruzie of iets anders uit te praten, rustig te laten worden. Dit is géén straf!! Dit moeten de kinderen weten. In iedere groep en op het plein is een schildpad of stoplicht aanwezig. De kinderen moeten steeds, wanneer er iets gebeurt ,waardoor ze niet rustig genoeg zijn om te praten, naar het stoplicht of naar de schilpad gebracht worden. De volwassene vraagt (als dit mogelijk is) of het kind al rustig is om te praten. Is dit niet het geval, dan krijgt het kind tijd om rustig te worden. Is dit wel het geval, dan wordt aan de hand van het schildpadverhaal / het stoplicht besproken wat er is gebeurd:




  • Zeg wat je als volwassene zag en laat dan het kind vertellen wat er gebeurde.

  • Vraag hoe hij zich voelde/voelt.

  • Leg uit dat je begrijpt dat hij zich zo voelt, maar dat het gedrag niet mag (eventueel verwijzen naar gedragsregels van de school)

  • Maak een afspraak voor eventuele herhaling.

Op de volgende manier is een doorgaande lijn te zien in de school:



  • leerjaar 1 en 2: stoeltje met een plaat van een schildpad om rustig te worden.

  • leerjaar 3 en 4: stoeltje met een plaat van een schildpad en stoplicht erbij (wanneer deze volgens de leerlijn is aangeboden)

  • leerjaar 5 en 6: stoeltje met een stoplicht erbij.

  • leerjaar 7 en 8: stoplicht.

  • bij de deur (speelplein)op iedere locatie een schildpad en stoplicht.

  • gymzaal: schildpad en stoplicht.

  • directiekamers: schildpad en stoplicht.

In de praktijk is het (nieuwe) 5 stappen-model beter te hanteren dan het 11 stappenmodel. Het 11 stappen-model mag gebruikt worden als de kinderen dat aan kunnen. Dit kan de betreffende leerkracht bepalen.


Tenslotte


PAD bestaat uit methode-lessen die leuk zijn en intensief gegeven worden. Maar het leerplan is meer dan alleen de lessen. Het blijkt steeds weer dat de kinderen alles goed leren toepassen als we buiten de lessen om ook intensief werken aan de PAD-principes. Het is goed steeds met elkaar vernieuwde afspraken te maken, zodat we allemaal op één lijn blijven. Iedereen is verschillend, daarom gaan we ook er verschillend mee om. Maar de basishouding en de manier van omgaan ermee moet wel hetzelfde zijn. Laten we elkaar daarop blijvend attent maken!
Soemo:

Wanneer blijkt dat PAD niet afdoende werkt binnen je groep, kun je gebruik maken van de Soemo mappen. Hierin staan losse onderwerpen die je extra onder de aandacht wilt brengen. De Soemo mappen zijn er voor alle leerjaren.




      1. Verkeer.

Vanaf schooljaar 2011-2012 een nieuwe methode: “Klaar Over”……..

Verkeer wordt klassikaal gegeven. In leerjaar 8 wordt eerst de methode doorgewerkt, daarna wordt er naar het verkeersexamen toe gewerkt.

Er wordt wel theorie-examen gedaan, maar géén praktijkexamen.


Afspraken bij de methode


  • We gebruiken de lessen behorende bij het leerjaar waaraan je lesgeeft.

  • Alle lessen worden aangeboden, zoals in de handleiding aangegeven staat.

  • Leerjaar 7 oefent geïntegreerd het verkeersexamen in. ( wordt pas afgenomen in leerjaar 8)

  • In een combinatiegroep kiezen we voor één groep. ( denk hierbij wel aan een goede overdracht naar de volgende groep!)

  • Digibord materiaal beschikbaar!



      1. Zelfstandig werken.

Afspraken t.a.v het zelfstandig werken met het takenblad leerjaar 4-8


Doelstelling:

Zelfstandig taken in een bepaalde periode plannen en uitvoeren.

  • Plannen/kiezen

  • overzicht krijgen

  • tijdsbesef

  • uitvoerbaarheid/haalbaarheid

  • reflecteren op eigen werk

  • inoefenen van de leerstof


Algemeen:

  • Het takenblad is een afkruissysteem.

  • Het takenblad wordt gebruikt náást het verplichte werk voor alle vakken.

  • Het werk op het takenblad moet zoveel mogelijk zelfcorrigerend zijn.

  • Het werk op het takenblad moet herhaling of verrijking zijn, géén nieuwe stof.

  • In leerjaar 8 kan gekeken worden naar het toevoegen van nieuwe stof.

  • In het rooster is tijd vrij geroosterd voor het zelfstandig werken, zodat alle kinderen aan de takenwerk toekomen.

  • In leerjaar 4, 5 en 6 staan minder onderdelen op het takenblad, dan in leerjaar 7 en 8.


Uitgestelde aandacht:

Je kan/mag gebruik maken van een timetimer:



  • De timetimer kan worden ingezet om aan te geven hoe lang je gaat werken.

  • De timetimer kan ingezet worden om kinderen te leren een bepaalde tijd te leren werken.

De volgende opbouw in tijd hanteren we voor de uitgestelde aandacht:
jongste kleuters 1 keer per dag 5 minuten
middelste kleuters bij elk circuit 5 minuten
oudste kleuters bij elk circuit, maar dan uitbreiden in tijd

Leerjaar 3 a.h.v. van een rode en groene cirkel en vraagkaartjes.

Leerjaar 4-8 a.d.h.v. vraagkaartjes; deze zet je in je PAD-blokje.

Gebruik het systeem met de gekleurde vlakken als volgt:

Groen = ik kan helpen

Vraagteken = ik heb een vraag

Rood = ik wil niet gestoord worden


  • Als het werk niet af is, wordt er met het kind besproken wat de oorzaak is, hoeveelheid of inzet. Daarna wordt er naar eigen inzicht gehandeld en kan er eventueel werk meegegeven worden.


Soort werk:

  • woordenschat

  • taalgebruik

  • spreekwoorden en gezegden

  • NT2 blokken

  • tafelboeken

  • klokkijken

  • spelling verwerking

  • flitsen

  • ambrasoft

  • TOM op de computer

  • biebboek

  • topo oefenen op de computer

  • schrijven herhaling

  • varia

  • picollo

  • puzzelbladen

Vanaf leerjaar 6 leren de kinderen te werken met een agenda.


1.6 Expressie:


      1. Muziek

Moet je doen”


  • Met de nodige aanpassing volg je je eigen leerjaar

  • We geven de 20 lessen per jaar en smeren dit uit over 40 schoolweken.


Indeling leerjaren:

Leerjaar 1 – 2 map 1 – 2

Leerjaar 3 map 3

Leerjaar 3 -4 map 3 – 4 even lessen

Leerjaar 4 map 4

Leerjaar 4 - 5 map 4 – 5 oneven lessen

Leerjaar 5 map 5

Leerjaar 5 - 6 map 5 – 6 even lessen

Leerjaar 6 map 6

Leerjaar 6 - 7 map 6 – 7 oneven lessen

Leerjaar 7 map 7

Leerjaar 7 - 8 map 7 – 8 even lessen

Leerjaar 8 map 8 oneven lessen



  • Muzikale termen worden wel aangeboden maar hoeven niet “actief” gebruikt te worden.

  • Kopieerbladen worden naar eigen inzicht gebruikt en bewaard in de multomap van de leerlingen.

  • Liedjes worden bewaard in de multo/map van de leerlingen en gaan mee naar de volgende groep. Bij het kopiëren van een liedje komt de tekst op de voorkant en de muzieknotatie op de achterkant.

  • De muziek staat op de server en is via het smartboard te beluisteren.


1.6.2 Beeldende Vorming

Moet je Doen”



  • Elke les start met een kijkplaat en introductie waarna er een techniek aangeboden wordt.

  • De “mag je doen” lessen zijn verdiepingslessen.

  • Op de website www.moetjedoen.nu staan regelmatig tips voor digiborden en ideeën voor het werken met combinatielessen.


1.7. Engels

Methode “Bubbels”

We werken in leerjaar 7 en 8 met het materiaal van leerjaar 7.

Eind leerjaar 7 moet er een goede overdracht zijn naar leerjaar 8 w.b. de behandelde hoofdstukken.
1.8. Bewegingsonderwijs:

Bewegingsonderwijs wordt 2x per week gegeven door een vakleerkracht.

1 x per maand (vaste dag) is de leerkracht aanwezig bij de gymles.

Kledingvoorschriften: gympak of gymbroek met T-shirt en gymschoenen.

Vanaf groep 3 wordt er na de gymles gedoucht. De jongens en de meisjes douchen apart. Indien ouders hier bezwaar tegen hebben kunnen ze dit per brief kenbaar maken bij de directeur. De leerkracht die kinderen brengt, helpt de klas (die net klaar is met de gym) met douchen. Zo is er in beide kleedkamers toezicht. De laatste groep wordt geassisteerd door de vakleerkracht.

Afspraak is dat de leerkracht of assistent vijf minuten voor het einde van de les aanwezig is, zodat er een rustige overgang is van de gymles naar de kleedkamers.


De vakleerkrachten volgen het Leerlingvolgsysteem 'Bewegen en Spelen'

Het leerlingvolgsysteem ‘bewegen en spelen’ is ontwikkeld om de bewegings - en spelontwikkeling van kinderen te kunnen observeren en registeren.

Het leerlingvolgsysteem gaat uit van de volgende drie motorische gebieden:

1. evenwicht

2. coördinatie

3. oog – lichaamcoördinatie




1.8.1 Zwemmen:

Eén keer per week gaan de leerlingen van leerjaar 4 zwemmen. De kinderen gaan met de bus naar het zwembad.

De jongens en meisjes kleden zich om in aparte ruimtes.
2. Regels en Afspraken t.a.v. Toetsen.
2.1 Algemene toetsafspraken:
Er is een rode toetsmap in iedere groep. Hierin zijn alle niet-methode-gebonden-toetsen te vinden die in de klassen worden afgenomen. Op de toetskalender in de toetsmap is te vinden welke toetsen tijdens welk toetsmoment moeten worden afgenomen.

Als je de toetsen hebt afgenomen plan je deze in ESIS en kun je de resultaten invoeren. Je kunt hiervoor hulp vragen bij de zorg- of bouwcoördinator.

De toetsgegevens, zowel methode-gebonden als niet-methode-gebonden (AVI, DMT, etc.), komen in de groene toetsgegevens map.


  • Volg de instructie zoals deze in de handleiding van de toets wordt beschreven (zie toetsmap)

  • Gebruik zo min mogelijk gebaren. Bij de leerlingen die niet zonder gebaren kunnen, gebruik je ze wel (let op: zorg dat je met het gebaar niet het antwoord geeft). Maak op het scoreformulier de aantekening dat er gebaren zijn gebruikt indien dit het geval is.

  • In ESIS kun je een aantekening maken van de aanpassingen die je tijdens een toets hebt gedaan, zoals gebaren, voorlezen, extra tijd, etc.

  • Op het scoreformulier licht je de gemaakte fout van de leerling toe of noteer je het fout gegeven antwoord.

  • Toetsen worden door de leerkracht afgenomen.


2.2 Toetsafspraken per vak:
AVI

  • Je toetst, in een nieuwe toetsperiode, vanaf het volgende beheersingsniveau.
    Dus als AVI E3 wordt beheerst, dan toets je verder bij AVI M4.
    TIP: soms helpt het kinderen om hun huidige AVI niveau als “inkomer” te lezen. Je neemt dan geen tijd of en scoort geen fouten!

  • Scoort de leerling beheersingsniveau (goed), dan toets je de volgende AVI.

  • Scoort de leerling instructieniveau (voldoende), dan toets je de volgende AVI, maar zet je in het ESIS het hoogste beheersingsniveau (goed).

  • Je toetst net zolang door tot de leerling frustratieniveau (onvoldoende) scoort.

  • Het hoogste instructieniveau (voldoende) is het niveau waarop in de klas geoefend wordt.

  • Je houdt je aan de “beheersingstijd”. Heeft een lln wéér of nog steeds beheersing M3… dan is dat zo!! We gaan het beheersingsniveau niet meer “kunstmatig” omhoog brengen. We doen recht aan het kind binnen het instructieniveau. Dat is ook goed uit te leggen aan kind en ouders. Beheersing M4 en lezen in instructie M6 kan dus vanaf nu.

  • Als de 1e kaart die je afneemt in frustratieniveau is dán neem je nog een keer de vorige kaart af. Dat zou dan de beheerste kaart moeten zijn. Die tijd vul je dan in in ESIS.

  • Binnen de instructietijd handel je naar je eigen professionele inzicht.

Heb je vragen over het net wel of niet halen van een AVI niveau, overleg dan met de zorgcoördinator.

- In Esis voer het behaalde beheersingsniveau in en het hoogste instructieniveau. Waar nodig vul je het

frustratieniveau in (Als er b.v na beheersing direct een frustratieniv. wordt behaald. )
Cito spelling 2009

Voor de afname van Cito SVS bekijk je allereerst in welk deel de leerling werkt in Spelling op maat of in VLL. In de aangegeven tabel kan je zien welke Cito toets correspondeert met welk niveau uit Spelling op Maat.

Als een leerling een B-score of hoger heeft, toets je de leerling door totdat deze op een C-score uitkomt. Op deze wijze kan bepaald worden op welk niveau de leerling daadwerkelijk presteert.

Bij vragen: neem contact op met de zorgcoördinator.


DMT

Zie de handleiding in de toetsmap.


Cito begrijpend lezen

Er wordt pas getoetst als je klaar bent met alle VLL kernen.

Je toetst de leerling op het niveau van het boek waarin het werkt.

Bij alle Humpie Dumpie kinderen nemen we eind toets 3 af.

Bij een dyslectische leerling (met verklaring), een leerling met een zeer laag AVI –niveau in de eindgroep (0,1,2 of 3) nemen we begrijpend luisteren af.

Boekjes mogen beschreven worden.


Cito Rekenen en Wiskunde

Cito Rekenen & Wiskunde neem je twee keer per jaar tijdens de toets weken af.

Je kijkt waar de lln. Op dat moment zit in de methode. Er zijn ook speciale tussentoetsen.

Bij de Cito Rekenen en Wiskunde wordt géén materiaal gebruikt. Heb je leerlingen met ernstige automatiseringsproblemen in de klas, overleg dan met je zorgcoördinator of het gebruik van materiaal tijdens de toets kan. Als er materiaal gebruikt wordt, vermeld dit dan op het scoreformulier en in ESIS. Denk erom: laat de toets met potlood maken, ten eerste omdat de leerlingen hun fouten kunnen verbeteren en in de tweede plaats omdat het nog wel eens wil voorkomen dat de leerlingen van de groepen 5-8 per ongeluk in het boekje schrijven in plaats van het antwoordenblad.


Resultaten:

De ontwikkeling van de leerling in de methode blijven het uitgangspunt voor het aanbieden van de stof. De resultaten van de Cito zullen in een leerlingbespreking besproken worden. Voorafgaand aan deze bespreking bekijkt de leerkracht op welke punten de resultaten van de Cito afwijkt van de lijn der verwachting. Deze punten zullen besproken worden en er wordt bekeken welke wijzigingen plaats moeten vinden. De toetsuitslagen worden door de leerkracht zelf in het ESIS ingevoerd, bij vragen hierover kunnen ze contact opnemen met de zorgcoördinator. Als je de resultaten ingevuld hebt, breng dan de zorgcoördinator op de hoogte van het feit dat de gegevens in het ESIS staan.


Het bewaren van de toetsboekjes/bladen:

De toetsboekjes/bladen mogen niet mee naar huis gegeven worden of klassikaal besproken worden. De toetsboekjes/bladen lever je aan het eind van het jaar in bij de zorgcoördinator. De zorgcoördinator zal deze waar nodig bewaren.





  1. Algemene regels en afspraken:


3.1 Gebaren in de school:

Op school ondersteunen we de gesproken taal met gebaren en bieden we zoveel mogelijk visuele ondersteuning bij de lesstof.

6 x per jaar is er gebaren oefenen gepland. Iedereen die tenminste NMG-1 heeft gehaald moet hier aan deelnemen.

Alle leerkrachten/assistenten/logopedisten hebben een naamgebaar (zie intranet).

Voor het aanbieden van de letters gebruiken we vingerspelling en voor het aanbieden van de twee-tekenklanken de klankgebaren (zie intranet).
3.2 Richtlijnen SH/ESM en apparatuur

Richtlijnen voor de slechthorende kinderen zijn beschreven, dit zijn tips waar je aan moet denken bij de omgang met deze leerlingen. Je krijgt ook apparatuur in de klas. ( zie Richtlijnen ESM/SH op intranet)

Problemen met apparatuur zo snel mogelijk zelf oplossen. Mocht dit niet lukken, zorg dan dat de logopediste , die als taak de apparatuur heeft, op de hoogte is van de problemen, zodat een en ander snel kan worden opgelost.
3.3 Verzorging:

-Ouders die dat willen kunnen hun kind schoolmelk laten drinken. Formulieren hiervoor zijn bij de conciërge af te halen. Na de vakanties is er een aantal dagen geen melk. Voor die dagen is er houdbare yogi.

- In leerjaar 4 en hoger wordt er geen tijd meer ingepland voor het fruit eten, dit kan aan het einde van de middag tussendoor.


      1. Assistentie:

  • Alle kleuterjaren hebben volledige assistentie in de groep

  • Over de overige groepen verdelen we de assistentie aan de hand van een rooster die de leerkrachten opstellen.

  • Het begeleiden van groepjes gebeurt (zoveel mogelijk) binnen de eigen groep.

  • Gedurende het schooljaar verzorgen de assistenten de luizencontrole ( er staan vaste dagen op de jaarkalender) Zie protocol intranet.



3.4 Veiligheid op school: EHBO-BHV ( zie intranet: BHV-info)

Een aantal mensen in de school heeft een BHV en/of EHBO-diploma. De BHV’ers worden ingeschakeld bij calamiteiten, brand en ontruimingen. Ieder jaar vinden er ontruimingsoefeningen plaats. Aan het begin van het schooljaar legt de hoofd-bhv-er aan het team uit hoe het vluchtplan wordt uitgevoerd. ( hangt in iedere ruimte)

Als er iets met een leerling is, waar je niet zeker over bent, roep er dan een BHV-er bij. Deze kan de beslissing nemen om naar de eerste hulp te gaan. Er gaan altijd twee mensen met een leerling mee naar het ziekenhuis. Dit gebeurt altijd na overleg met de directie.

Na een ziekenhuisbezoek moet er een ongevals-schadeformulier ingevuld worden ( zie intranet: ongevallenregistratie).Dit formulier stop je in het logboek.

De EHBO spullen liggen op de Bazuinlaan in het keukenkastje, in Zoetermeer in de keuken. Er is op school een EHBO-map waarin alle gegevens van de leerlingen per groep te vinden zijn (administratie). Ook de gegevens van de collega’s staan hierin. In geval van nood kan dan snel gehandeld worden.
Voor de leerlingen die medicijnen moeten slikken is er een medicijnverklaring die ingevuld moet worden door de ouders. Deze komt in de EHBO-map bij de administratie en een kopie in de groepsmap.

In iedere klas is een kluisje aanwezig waar medicijnen van de leerlingen in bewaard moeten worden. Eventuele waardevolle spullen kunnen hier ook in opgeborgen worden.


3.5 Uitjes:

Klassenbudget:

- iedere groep krijgt aan het begin van het jaar € 100,-. Dit blijft in beheer bij de

administratie.

- dit klassenbudget kun je gebruiken voor een uitstapje, extra lesmaterialen of

spullen voor de klas.

- als je iets aanschaft of uitgeeft moet je de bonnetjes inleveren bij de

administratie door middel van een Declaratieformulier. (intranet)

Uitstapjes:

- elk uitstapje wordt gemeld bij de directie en doorgegeven aan de OOP’ ers die met de kinderen buiten de klas werken.

- de kosten van het vervoer (d.i. ouders rijden of openbaar vervoer) komen in principe ten last van het klassenbudget of ouders. Na overleg met directie kunnen deze kosten eventueel vergoed worden door school.

-Elk uitstapje wordt gemeld bij de directie en doorgegeven aan de oop’ ers

die met de kinderen uit de groep werken.

Bibliotheekbezoek:

- De groepen in Zoetermeer krijgen eenmaal per jaar een les in de bibliotheek.

- Alle groepen hebben een abonnement op de bibliotheek.

Documentatiecentrum:

- We hebben op school een eigen documentatiecentrum met prentenboeken en informatieve boeken. Deze kun je lenen via Educat ( hondje op server) De gebruiksaanwijzing staat op intranet. Willy en Monica verzorgen met de docu-commissieleden de boeken.


3.6 Bestellingen:

De bestellingen kunnen 2x per jaar worden opgegeven; in december en in juni. Wensen ten aanzien van de bestelling kun je doorgeven aan de bouwcoördinator.


3.7 Overleggen / vergaderingen:

Binnen de school zijn een aantal terugkomende vergaderingen die met enige regelmaat gehouden worden:

- bouwoverleg (BO) 1 x per 4 weken

- Discipline vergadering (DV) 1 x per 5 weken

- leerlingbespreking (GB) 2 x per jaar
Daarnaast vergaderen er ook een aantal “groepen” regelmatig:

- Directie overleg (DO) 1 x per week

- Management Team (MT) 1 x per 2 weken

- Commissie van Begeleiding (CVB) 1 x per 2 weken

- Zorgteam (ZT) 1 x per 2 weken

- Boco-Zorgco 1x per 6 weken.


-Bij de bouwvergaderingen zijn de betrokken mensen per bouw aanwezig, de bouwcoördinator zit en bereidt de vergaderingen voor. De vergaderingen zijn voornamelijk bedoeld voor praktische punten en het bespreken van op handen zijnde activiteiten.

-Bij de DV gaan we in verschillende disciplines uiteen (logo’s, assistentes, leerkrachten) en worden er vooral vakinhoudelijke zaken besproken.

De notulen van de betreffende overleggen staan op intranet

-Bij de leerlingbesprekingen zijn de leerkracht(en), logopediste(s), assistente(s) en de zorgcoördinatoren aanwezig. Van te voren vult de leerkracht de evaluaties en eventueel signaleringsformulieren in. Deze laatste zijn alleen voor de kinderen waar “problemen” mee zijn.


Eventuele extra hulp binnen de school,

- logopedie

- fysiotherapie

- speltherapie ( extern)

- Sova- training

- auti-begeleiding

- maatschappelijk werk

- orthopedagoog

- MRT
3.8 Informatie naar collega’s :

In de personeelskamer hangt een bord en staat een computer waarop de informatie van die dag staat. Daarnaast komt er veel informatie via de mail zoals de interne info. Hierin worden weetjes over teamleden en schoolinterne zaken gemeld. Iedereen mag hier een invulling aan geven.

De afspraak is dat iedereen elke werkdag zijn/haar mail checkt.

Als leerlingen ziek zijn gemeld wordt dit in principe door de administratie of de conciërge doorgegeven. Als je ’s morgens een kind mist, neem dan contact op met de administratie. Dit om misverstanden te voorkomen.


3.9 Roosters:

Je officiële rooster hangt op je prikbord en het werkrooster is te vinden in de groepsmap (de blauwe map)

Het officiële rooster moet aan een aantal eisen voldoen. Ieder vak heeft een officiële naam. Voor het aantal uren, de officiële benaming en een standaard rooster kijk je op intranet.

Het pleinwachtrooster hangt op het bord in de personeelsruimte.

Het rooster voor de weekopeningen zit in je groepsmap.


3.10 Groepsmap (blauw)

In ieder lokaal ligt een blauwe groepsmap. In deze map zitten alle belangrijke zaken omtrent je groep. Voor de inhoud van de map, zie intranet.

Deze map is van groot belang voor invallers (dus nooit mee naar huis nemen!!).

Aan het begin van het schooljaar zorg je dat de volgende documenten nog extra in de map zitten:

- bijzonderheden van de groep: aanpak etc.

- auti-profielkaarten

- medicijn overzicht

- verdeling leerlingen bij ziekte + werkpakket

- welke kinderen in welke niveaugroepen
3.11 Rapportages :


  • Intern (blijft binnen de school):

    • Signaleringsformulieren bij “problemen” .

    • Huisbezoekverslag

    • Verslag oudergesprek (via zorgcoördinator in dossier)

    • Auti-profielkaart (in groepsmap)




  • Extern (gaat naar ouders toe):

    • Handelingsplan/OPP

    • Evaluaties

    • Handelingsplan t.b.v. Ortho, MRT

    • Kindrapport.




  • In de Handelingsplanner:

Handelingsplannen en evaluaties


  • Esis

Auti-profielkaart

Gegevens herindicatie

overdrachtsformulier

OKR bij schoolverlating

OKR van diverse SBO scholen

CVB adviesformulier

Rapportage huisbezoeken

Oudergesprekken




  • Rapportage t.b.v. de schoolverlaters

Intern (in de leerlingendossiers)

Extern (naar ouders en via hen naar de ontvangende school voor Voortgezet Onderwijs)


  • Logopedisch eindverslag

  • De NIO score

  • Een verslag betreffende psychologische onderzoeksgegevens

  • Het adviesformulier schoolverlating

  • Kiezen in de eindgroep (ingevuld door de leerling zelf)

  • Het Cito leerlingenrapport

  • Het onderwijskundig rapport bij het verlaten van de Voorde


3.12 Commissies:

Iedereen die in school werkzaam is, wordt ingeroosterd in een aantal commissies. Dit is te vinden in het D2-taken overzicht. (zie intranet)

De commissies omvatten alle algemene taken betreffende het gebouw, de leermiddelen en de diverse feesten en projecten. Van elke commissie is een taakomschrijving aanwezig. Voor sommige commissies zijn er draaiboeken.
3.13 Schoonmaken in de klassen:

-Het schoonmaken van de klas gaat in overleg met leerkracht en assistente.

In Rijswijk is afgesproken dat als je op donderdag de tafels en vensterbanken leeg haalt deze worden schoongemaakt.

-Als een assistente in meerdere groepen assisteert dan overlegt zij/hij met de leerkrachten wie en wanneer en wat er schoongemaakt gaat worden.

-Voor de kerst/mei en grote vakanties worden de tafels en stoelen aan de kant gezet zodat er goed gezogen /gedweild kan worden. ( als je tapijt hebt, hoeft dit niet)

-Voor de grote vakantie vindt er een grote schoonmaak plaats. Dit gaat in samenwerking met de ouders van de kinderen.

Het schoonmaken met de ouders vindt plaats in de laatste drie weken voor de vakantie.

Hiervoor is een standaard brief aanwezig om de ouders op te roepen. (intranet)

Het mag plaatsvinden op een avond/middag of onder schooltijd. Belangrijk hierin is dat er gecommuniceerd wordt wanneer dit plaatsvindt zodat er niet teveel groepen te gelijk schoonmaken. Geef de data door aan Wendy.

-Op de gespreksavond kan je de ouders die niet komen een zak of kist met speelgoed o.i.d. meegeven naar huis. We geven geen lesmateriaal mee zoals puzzels, ontwikkelingsmateriaal, boeken, reken attributen etc.


3.14 Cursussen / (bij) scholing:

Op school zijn een aantal cursussen/(bij)scholing verplicht.

In het eerste jaar:


  • Interne inscholing: Dit is 6 middagen, waarbij veel informatie wordt gegeven over sh/esm- kinderen.

  • PAD-cursus: Deze eendaagse cursus geeft achtergrondinformatie voor het werken met de methode PAD.

  • NmG 1

In het tweede jaar:



  • NmG 2

  • Modules AG/ESM

In het derde jaar:



  • modules AG/ESM

Verder is het mogelijk om een cursus te volgen.

Aan het begin van het schooljaar wordt er gekeken welke cursussen er gebudgetteerd kunnen worden.

Tijdens je OOGG gesprek( eenmaal per 2 jaar met je BoCo) kun je aangeven voor welke cursus je in aanmerking wil komen. Naast dit gesprek krijg je minimaal 1 x per jaar een klassenbezoek van je bouwcoördinator.


3.15 Contacten met ouders:

  • T/m leerjaar 3 (afbouwen aan het eind van leerjaar 3 of aan het begin van leerjaar 4) is er contact tussen leerkracht en ouders d.m.v. een contactschriftje.

  • Aan het begin van het schooljaar is er een informatieavond. Alle ouders worden uitgenodigd. De ouders gaan naar de klas waar hun eigen kind zit om informatie te ontvangen over het komende schooljaar. Informatie hierover is te vinden op intranet.

  • Om het jaar brengen we een huisbezoek, alleen bij nieuwe leerlingen gaan we wel op huisbezoek.

Het is belangrijk dit door te geven aan de volgende leerkracht. Je geeft aan de zorgcoördinator en maatschappelijk werkster (als dit voor haar van belang is)door dat je geweest bent.

  • Er zijn 2 evaluatie momenten (januari en juni) met daaraan gekoppeld een gespreksavond op een dinsdag- of donderdagavond. Daarnaast is er in oktober/november een (facultatieve) gespreksavond. De administratie roostert de ouders in.

  • De ouders van nieuwe leerlingen worden uitgenodigd om het handelingsplan ( na 4 weken) te bespreken.

  • Klassenouder(s). Aan het begin van het schooljaar kunnen ouders zich opgeven als klassenouder. Uit een aantal ouders kan/kunnen dan 1 (of 2) ouders gekozen worden. Zij kunnen helpen bij festiviteiten en uitstapjes.

  • Elk jaar wordt er een schoolgids/jaarkalender uitgegeven. Deze bevat veel informatie voor ouders, zorg dus dat je van de inhoud op de hoogte bent.




    1. Sparen voor Edukans

We sparen met de kinderen voor een project van Edukans;

“Een school voor kansarme kinderen”

Elke locatie heeft een commissielid die dit coördineert.

De kinderen krijgen van school eenmalig gratis een portemonnee.

(Bij zoekraken krijgen zij voor 1,00 euro een nieuwe)

Iedere week kunnen de kinderen een bijdrage mee naar school nemen.

Informatiebrief voor de ouders kun je terugvinden op intranet.
3.17 Verder…


  • Achtergrond informatie over slechthorende kinderen en kinderen met spraak/taalproblemen en ASS is te vinden in de orthotheek.

  • Als leerlingen ziek/afwezig zijn dan meld je dit in Esis, (zie intranet ziekteverzuim)

  • Als je jezelf ziek wilt melden, doe dit dan zo mogelijk de avond te voren bij Jan. Als je je ’s morgens ziek wilt melden, bel dan naar Jan, ( op vrijdag naar Ingeborg) rond 07.00 uur zodat er zo vroeg mogelijk gezocht kan worden naar vervanging. ’s Middags is er weer contact met de school (voor 15.15 uur) over het vervolg van de afwezigheid.

  • Als leerlingen hun werk niet af hebben mogen de lesboeken niet mee naar huis. Vaak is de betreffende bladzijde kopieerbaar.

  • In leerjaar 6 en 7 is dit een agenda van school en in leerjr. 8 moeten de kinderen zelf een agenda meenemen. Hierin wordt het huiswerk en verdere afspraken geschreven.

  • Voor het huiswerk/brieven moeten alle kinderen aan het begin van het schooljaar een map met elastiek meenemen.

  • Vanaf leerjaar 1 moeten alle kinderen een 23-rings multomap meenemen

  • Als je door het jaar heen een nieuwe leerling krijgt geef je een pakketje info mee:

Edukans brief

Informatie brief van begin van het jaar.(gymtijden etc.)



Medicijn formulier (zo nodig)

  • Ieder jaar vieren we met het hele team de verjaardagen van de juffen en de meesters. Dit combineren we met de spelletjesdag op woensdag. Je viert je verjaardag niet groots in de klas.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina