1. Schets van het huidig bedrijf 8 Aandachtspunten bij de omschakeling 10



Dovnload 223.65 Kb.
Pagina1/11
Datum24.08.2016
Grootte223.65 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11



INHOUD



Inleiding 5

1. Schets van het huidig bedrijf 8

2. Aandachtspunten bij de omschakeling 10

3. Potenties bedrijf en bedrijfsleider 12

4. Beeld toekomstig bedrijf 14

5. Regelgeving 19

6. Omschakelen naar biologische fruitteelt : planning 23

7. Omschakeling naar biologische fruitteelt : teelttechniek 25

7.2. Bemesting – Bodemvoeding 29

7.3. Groeiregulatie 32

7.4. Kruidbeheersing 33

7.5. Strokenbeheer 37

7.6. Boomgaardomgeving 37

7.7. Nieuwe aanplant 38

8. Omschakelen naar biologische fruitteelt : arbeid 41

9. Omschakelen naar biologische fruitteelt : economisch 43

9.1. Aankopen 43

9.2. Arbeid 44

9.3. Controle 45

9.4. Productie 45

9.5. Verkoop 46

10. Afzet 47

10.1. Verkoopskanalen 47

10.2. Sortering 48

10.3. Normen 48

10.4. Aandachtspunten 48

11. Samenvatting en slotbeschouwing 49

Nuttige adressen 50







Inleiding


U bent geïnteresseerd in biologische fruitteelt en u overweegt uw huidige, geïntegreerde bedrijf om te schakelen.

Omschakelen naar biologische fruitteelt vraagt een gemotiveerde visie op middellange termijn. Biologische fruitteelt is niet zomaar het gebruiken van natuurlijke producten in de plaats van gesynthetiseerde chemische producten. Het toepassen van de principes van de biologische teelt vraagt een doorgedreven kennis van de biologische relaties en processen. Er moet veel meer dan in de “klassieke” teelt gewerkt worden aan het geheel van een perceel en het bedrijf. Iedere uitgevoerde handeling heeft een invloed op andere processen van het geheel. Onder andere de teelttechniek, de denkwijze en de handelswijze moeten aangepast worden, alsook een deel van de mechanisatie. Daarnaast is er de specifieke problematiek van het omschakelingsproces, deels gebonden aan de bodem en de boomgaard, deels gebonden aan wetgeving (biologisch lastenboek) en afzetmogelijkheden.


In dit omschakelingsplan proberen wij samen met u een prospectie te maken : Wat kan en zal deze omschakeling voor u en uw bedrijf betekenen? Waarmee moet u tijdens deze periode rekening houden? Wanneer begint u het best aan de omschakeling?

Wij hopen dat dit omschakelingsplan voor u een gedegen document mag zijn op basis waarvan u kunt beslissen al dan niet om te schakelen. In geval u omschakelt, heeft u aan dit plan een goede leidraad voor een goed verloop van de omschakeling. In geval u beslist alsnog niet om te schakelen, zijn er ongetwijfeld elementen in dit plan die u kunnen helpen bij uw huidige bedrijfsvoering.


Onderstaand een korte samenvatting van de bijzonderste aandachtspunten :
De bodem is in de biologische teelt zeer belangrijk en dient niet zoals in de klassieke teelt enkel om de bomen recht te houden. De bodem is een aaneenschakeling van natuurlijke organismen en processen. De bodemvruchtbaarheid en bodemactiviteit worden op peil gehouden door het recycleren van organisch materiaal. Het is middels deze bodemprocessen dat de bomen gevoed worden. Het herstel van deze biologische processen duurt tenminste 5 jaar. Behalve de link bodem-plantenvoeding, is in de biologische teelt ook de relatie bodem-aanwezigheid van ziekten en plagen relevant. Hierop wordt verder teruggekomen.

Voor een optimale beworteling, een goede benutting van de bodem en een maximale opbouw van een goede bodemvruchtbaarheid, zijn diepe, waterdoorlaatbare bodems nodig.


De plaaginsecten maken deel uit van een geheel van insecten. Dit veelvoud aan insecten is de rijkdom van een perceel. Des te meer insecten, des te groter de kans bestaat dat de plaaginsecten op een laag niveau gehouden worden door de nuttige insecten. Het principe van eten en gegeten worden is hier zeer belangrijk. Het is belangrijk de biologie van de plagen en nuttige insecten en de werking van de biologische gewasbeschermingsmiddelen goed te kennen om een doeltreffende bestrijding of plaagbeheersing te bekomen.

Om deze grote verscheidenheid van insecten en vooral nuttige insecten te bevorderen, is het nodig om de boomgaard en zijn omgeving aan te passen. Dit gebeurt door middel van het zaaien van kruidenstroken, het spontaan laten groeien van kruiden in grasbanen en zwartstrook en het planten van gemengde hagen. Deze kruidenstroken en hagen dienen als voedsel en schuil- en kweekplaats voor de nuttige insecten.

Vogels en vleermuizen spelen ook een belangrijke rol in het beheersen van insectenplagen. Deze zullen dan ook aangemoedigd worden om in de boomgaard te komen door het plaatsen van nestkasten of slaapplaatsen.

Door de aanwezigheid van begroeide zwartstroken, bloemenstroken en haagkanten hebben de kleine knaagdieren ook meer kans om zich te ontwikkelen. Plaagvorming kan voorkomen worden door de natuurlijke vijanden aan te trekken.

Denken we aan de prooivogels zoals uilen en torenvalken en de wezelachtigen om de populaties van muizen en woelratten te beperken.
De bestrijding van ziekten in de biologische teelt is vooral gebaseerd op preventie.

Een juiste ligging van het perceel, open boomstructuur, bedrijfshygiëne, regelmatige controles, beheerste groei, evenwichtige bemesting, … met andere woorden het verhogen van de natuurlijke weerstand van de bomen. Door een juiste variëteitkeuze kan men de ziektebestrijding wat vereenvoudigen. Een beperkt aantal middelen is nog toegelaten. Het lijkt contradictorisch, maar het is zeker niet zo dat de spuitmachine niet meer gebruikt zal worden. Een aantal middelen heeft een minder lange nawerking, waardoor net meer moet worden gespoten.


De bewerking van de boomstrook of zwartstrook vraagt een hele omschakeling van onkruidbestrijding naar kruidbeheersing. Dit wil zeggen dat de nodige investeringen moeten gedaan worden om de bodem te bewerken. De aanschaf van verschillende mechanische toestellen of een werktuigendrager is nodig. Het aanpassen of aankopen van een nieuwe grasmaaier met verstelbare messen, liefst zowel in de breedte als in de hoogte, voor een goed beheer van de grasmat en boomstrook. Beide bewerkingen spelen ook een rol in de voeding van de bodem en de bomen.
De bodemvoeding zal meer uitgevoerd worden met organisch materiaal. De aanschaf of huur van specifieke toestellen voor het uitspreiden van dit organisch materiaal is nodig.

In sommige gevallen is het te overwegen om zelf aan compostering te doen. Hiervoor zijn ook specifieke toestellen nodig alsook een geschikte composteringsplaats die voldoet aan de wettelijke normen. De ganse bodemprocessen, bodemleven en mineralisatie moeten goed gekend zijn zodat er juist kan bijgestuurd worden.


Door het wegvallen van een hele reeks chemische hulpmiddelen is de behoefte aan arbeid groter. Denken we aan het frequenter behandelen, schoffelen, inzaaien van kruiden, onderhoud van hagen, vruchtdunning, bedrijfshygiëne (uitsnijden van kankers, verwijderen van vruchtmummies of rotte vruchten), sortering, commercialisatie,…

Deze extra arbeidsbehoefte bepaalt in grote mate de bedrijfsgrootte afhankelijk van de gezinssituatie en arbeidsorganisatie van de bedrijfsleider.


De productie zal verlagen en de kwaliteit zal verminderen. De commercialisatie, onder welke vorm ook, zal zelf mee gestuurd moeten worden.
Aan de consumentenzijde is er ook een verschuiving waarneembaar. Waar voorheen het vooral de alternatievelingen waren die bioproducten kochten in gespecialiseerde winkels is er vandaag een breder publiek dat bioproducten koopt. De grote winkelbedrijven hebben het segment bio ook ontdekt. Wat als een klein rekje in een hoekje van de winkel begon, is vandaag een ruime verzorgde afdeling van groenten en fruit. In de distributie is de bio de snelst groeiende markt, met een hevige concurrentiestrijd. Deze heeft en zal de prijs van de bioproducten in de winkel en bij de producent verder doen dalen.

De nieuwe consument is ook kritischer ten opzichte van de kwaliteit. Hij wil dezelfde kwaliteit (kleur, vorm, schilafwijking, smaak) van de klassiek geproduceerde producten maar dan van biologische oorsprong. Dit maakt dat het aandeel verkoopbaar product voor de verse consumptie afneemt (enkel eerste keus namelijk klasse I en II samen).



Door de belangstelling van de grotere ketens, die beter gestructureerd zijn, en door de toename van het aanbod kan de prijs in de winkel dalen zonder daarom ook aan de producentszijde te dalen. Dit kan alleen maar de vraag doen toenemen.
De biologische landbouw wordt in 139 van de 194 landen toegepast. In bepaalde landen is dit weliswaar voor de voedselvoorziening van de eigen plattelandsbevolking. Andere export gerichte landen hebben de groeiende markt in Europa ook ontdekt. Deze kunnen een zeer goede kwaliteit leveren aan een lage prijs. Dit zijn voornamelijk landen met een droger klimaat zodat de ziektedruk zeer laag is.

In België is vandaag 2 % van de landbouwoppervlakte en 1 % van de bedrijven biologisch.

Het zijn vooral de extensieve teelten die sneller omschakelden naar biologische productie.

Voor de fruitteelt heeft men in Vlaanderen in september 2001 118 ha laagstam, 89 ha hoogstam en 14 ha kleinfruit en dit over een 40 tal bedrijven (Bron: BLIK).

Dit is een verdubbeling op 10 jaar tijd.
De Federale en Vlaamse overheid hebben in hun beleidsplan opgenomen dat in 2010 10% van het landbouwareaal biologisch moet worden bewerkt. Hiervoor werden de nodige actieplannen uitgewerkt. Dit wil zeggen dat de biologische teelt van de nodige impulsen en ondersteuning (o.m. ha-steun, VLIF-tussenkomst, bedrijfsbegeleiding) kan genieten om deze groei te realiseren. Deze impulsen kunnen een hulpmiddel zijn om de beslissing positief te laten uitkomen. Hierop wordt verder teruggekomen.

De Vlaamse Overheid subsidieert het opstellen van bedrijfsomschakelingsplannen en bedrijfsbegeleiding van omschakelende bedrijven. Voor bepaalde investeringen is er een VLIF-tussenkomst.


De omschakeling naar de biologische fruitteelt mag zeker niet alleen gestoeld zijn op louter idealisme. Anderzijds mag omschakelen naar biologische fruitteelt niet enkel gebeuren uit het standpunt van een hogere verkoopsprijs en het bekomen van een hectarepremie. Bedrijven die het financieel moeilijk hebben bij een klassieke of geïntegreerde teelt zullen bedrijfseconomisch niet beter worden in de biologische teelt.

De betere bedrijven op economisch en managementvlak zullen het in de biologische teelt gemakkelijker hebben. Biologisch fruit telen vraagt nog meer vakmanschap dan de “klassieke teelt”. De fruitteler moet uiteindelijk uit eigen initiatief beslissen al dan niet deze overstap te doen na een grondige analyse.

Het mag geen impulsieve keuze zijn. Het moet een langetermijnstrategie zijn en een weloverwogen keuze.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina