1. Wordt er gewerkt met gasflessen en/of vindt er opslag van gasflessen op de bedrijfslocatie plaats?



Dovnload 11.36 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte11.36 Kb.
Checklist opslag van en werken met gasflessen

1. Wordt er gewerkt met gasflessen en/of vindt er opslag van gasflessen op de bedrijfslocatie plaats?


Gassen die een risico kunnen vormen zijn vooral de gassen met als algemene gevaarseigen- schappen:

  • verstikkend;

  • brandbaar;

  • oxiderend.

Verder betreft het de volgende specifieke gassen:

  • samengeperste lucht (lucht onder hoge druk); persluchtinstallaties met compressoren en verdere toebehoren binnen bedrijven worden daar niet toe gerekend;

  • ammoniak (giftig/bijtend); kleur schouder: geel (N), opschrift RAL 1018 - koelgassen;

  • ethyleenoxide (giftig/brandbaar).

2. Welke hoeveelheden zijn er aanwezig en zijn de hoeveelheden zodanig dat er een aparte opslagvoorziening conform PGS 15 (CPR 15) aanwezig moet zijn?


Een aparte opslag is noodzakelijk wanneer er meer dan 115 liter aanwezig is en bij hervulbare verpakkingen van gasflessen, gasflessenbatterijen en gesloten cryohouders, die tot het vervoer (VLG/ADR) klasse 2 (gassen) zijn toegelaten. Eisen voor het vervoer van gasflessen zijn te vinden in hoofdstuk 6.2 van de ADR wetgeving, zie Inspectie voor Verkeer en Waterstaat Gevaarlijke stoffen - Inspectie Verkeer en Waterstaat of de aangebrachte link.

3. Is er een aparte opslagvoorziening?


Indien men meer dan 115 liter aan gasflessen heeft staan, is het noodzakelijk dat er een aparte opslagvoorziening is. Dit kan zijn:

  • gasflessenkast (115-250 liter);

  • gasflessenkluis (115-500, c.q. 2500 liter);

  • opslaggebouw (meer dan 115 liter).

4. Zijn er maatregelen genomen met betrekking tot het voorkomen van ongewilde gebeurtenissen in de opslagruimte van gasflessen?


In een opslagruimte voor gasflessen gelden een aantal algemene vereisten die hieronder worden weergegeven:

  • De gasflessen zijn voorzien van de vereiste ADR-gevaarsetiketten en zijn deugdelijk vastgezet.

  • De gasflessen zijn zoveel mogelijk verticaal opgeslagen en beschermd tegen omvallen / omstoten.

  • Gasflessen met gassen met overeenkomstige gevaarseigenschappen worden bij elkaar opgeslagen.

  • In een opslagvoorziening zijn geen andere goederen aanwezig die voor het beheer van de gasflessen niet functioneel zijn.

  • In een opslagvoorziening mogen geen afsluiters worden geopend. Natuurlijke ventilatie moet steeds zijn gewaarborgd.

  • Warmte- en ontstekingsbronnen zijn op veilige afstand.

  • De gevaren, verboden en geboden zijn met pictogrammen aangegeven.

  • Elektrisch materieel is explosieveilig uitgevoerd conform NEN 1010 en 60079-14 (was NEN 3410).

Daarnaast geldt nog voor een aantal specifieke gassen:

  • Gasflessen voor brandbevorderende gassen, zoals zuurstof, zijn gescheiden opgeslagen van gasflessen voor brandbare gassen.

  • Gasflessen met extreem toxische stoffen, zoals arsine en fosfine, worden in aparte ruimten opgeslagen.

5. Zijn er maatregelen genomen met betrekking tot het voorkomen van ongewilde gebeurtenissen ten aanzien van de aanwezige gasflessen op de arbeidsplaats?


Hieronder volgt een opsomming van maatregelen bij het werken met gasflessen op de arbeidsplaats.

  • De gasflessen zijn voorzien van de vereiste ADR-gevaarsetiketten en zijn beschermd tegen omvallen/omstoten.

  • De gasflessen zijn in een goede technische staat.

  • De afsluiters van gasflessen zijn doelmatig beschermd tegen beschadigingen die bij een val van de fles tijdens het vervoer of het stapelen het vrijkomen van gas zouden kunnen veroorzaken.

  • De gasflessen worden beschermd tegen verwarming, verhitting of nadelige weersinvloeden.

  • De arbeidsplaats wordt voldoende geventileerd; natuurlijke of mechanische ventilatie is afhankelijk van de grootte van de arbeidsplaats en de werkzaamheden die daarin plaatsvinden.

  • Er moet altijd een afsluitsleutel aanwezig zijn. Als de afsluiters open zijn, kan er gaslekkage optreden.

Daarnaast geldt nog voor een aantal specifieke gassen:

  • Karweiflesjes voor propaan, butaan of mengsels daarvan mogen maximaal een inhoud hebben van 3 liter en worden tot maximaal 80% gevuld.

  • Gasflessen met extreem toxische stoffen, bijvoorbeeld arsine en fosfine zijn uitgerust met twee onafhankelijke (bedienbaar met bijvoorbeeld een hendel) inblokafsluiters (kogelkraan) tijdens opslag en tijdens gebruik.

Indien gevaar voor de veiligheid of gezondheid van een werknemer op de arbeidsplaats aanwezig is of kan ontstaan, zijn voor de werknemers die aan dat gevaar blootstaan of kunnen blootstaan, persoonlijke beschermingsmiddelen in voldoende aantallen beschikbaar.

6. Zijn er maatregelen genomen met betrekking tot gasflessen (batterijen) met acetyleen en/of zuurstof?


Bij onder andere autogene laswerkzaamheden worden de gassen acetyleen en zuurstof gebruikt. Aandachtspunten hierbij zijn:

  • Op acetyleenflessen dient een vlamdover (op het reduceertoestel) gemonteerd te zijn.

  • Tussenschot tussen acetyleen en zuurstof is aanwezig. Dit geldt in het bijzonder voor laskarren waarop zowel een acetyleenfles als een zuurstoffles staat.

  • Is de aansluiting van een zuurstofcylinder op een leidingsysteem zodanig, dat geen andere gasflessen dan die bestemd zijn voor zuurstof op deze leiding kunnen worden aangesloten?

  • De leidingen en appendages moeten bestand tegen de gassen waarmee zij in aanraking komen.

  • Voor leidingen en appendages die met acetyleen in aanraking kunnen komen, wordt geen koper gebruikt, bij gebruik van legeringen bevatten deze niet meer dan 63% koper.

  • Brandbare pakkingen en smeervet bestemd voor afsluiters van gasflessen met zuurstof mogen niet gebruikt worden.

7. Zijn er voldoende maatregelen getroffen om ongewilde gebeurtenissen te beheersen?


Om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis zoveel mogelijk te beperken zijn de volgende maatregelen nodig:

  • Het juiste blustoestel is aanwezig; droogpoeder of CO2.

  • Noodinstructies zijn aanwezig: in de directe nabijheid van een opslagvoorziening is een schriftelijke instructie of een noodplan nodig waarin de veiligheidshandelingen bij een lekkage of andere calamiteit staan beschreven. Dit noodplan of de instructie(kaart) is in principe vormvrij.

8. Worden de gasflessen gekeurd en onderhouden?


  • Elke gasfles dient voorzien te zijn van een ingeslagen keurmerk en de datum waarop het eerste onderzoek en eventuele herkeuringen (periodiek onderzoek) hebben plaatsgevonden.

  • Keuringsrapporten zijn aanwezig en kunnen worden getoond.

  • Er wordt door een aangewezen deskundige onderhoud gepleegd.

  • Gasflessen waarvan de herkeurtermijn (periodiek onderzoek) is verstreken mogen niet binnen de inrichting aanwezig zijn (afvoeren/afschermen ten opzichte van derden).





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina