1 zeszijdig prisma a. Hoe heet de hiernaast getekende figuur? b



Dovnload 21.83 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte21.83 Kb.
De Wageningse Methode Zelftoets 5 De ruimte in

Naam: Klas:





1
zeszijdig prisma
. a.
Hoe heet de hiernaast getekende figuur?
b. Teken de ontbrekende stippellijnen in het linker plaatje.
c. Teken in de linkerfiguur alle binnendiagonalen vanuit B met blauw.

d. Teken in de rechterfiguur alle buitendiagonalen vanuit A met rood.





2. De kruisachtige figuur hiernaast is opgebouwd uit zeven kubussen met ribbe 1 cm. Door de tussenruimten op te vullen maken we er een nieuwe figuur van. Rechts is daar een begin mee gemaakt.




a. Maak de tekening van de nieuwe figuur af. Je hoeft al­leen de ribben aan de voorkant te tekenen.

vierkanten, rechthoeken en gelijkzijdige

driehoeken


26 grensvlakken ( 8 driehoeken, 6 vierkanten en 12 rechthoeken)

24 hoekpunten

48 ribben

1 cm en 1,4 cm

Een zijde en een diagonaal van dit vierkant gemeten

b. Welke vormen hebben de grensvlakken?



c. Hoeveel grensvlakken heeft de nieuwe figuur?

En hoeveel hoekpunten?

En hoeveel ribben?

Schrijf op hoe je dat gevonden hebt.





d. Hoe lang zijn de ribben van de nieuwe figuur?

(Er zijn verschillende lengtes.)

Schrijf op hoe je dat gevonden hebt. Je hoeft alleen al­leeen maar op de goede plaats in de getekende figuur te meten.




3. De korte ribben van de L-figuur zijn 1 cm, de lange rib­ben zijn 2 cm.
Teken op ruitjespapier een uitslag van deze figuur en plak hem hiernaast.





4. Hiernaast is een regelmatig achtvlak getekend en een uit­slag ervan op ware grootte.
a. Schrijf in de uitslag passende letters bij de hoekpunten.

b. Teken hieronder het diagonaal­vlak (‘tussenschot‘) ABCD op ware grootte. Geef aan hoe je de maten gevonden hebt.

c
3,5 cm

3 ( ABCD - AFCE - BFDE )


.
Hoe lang is de binnendiagonaal BD?

Geef duidelijk aan waar je gemeten hebt.


d. Hoeveel diagonaalvlakken heeft het achtvlak?





5. Hiernaast is een doorzichtige kubus getekend met daarin een viervlak. De ribben van het viervlak zijn bui­tendiagonalen van de kubus.
Figuur 1 daaronder is een bovenaanzicht van de kubus.
a. Kleur in dit bovenaanzicht de ribben van het viervlak.
De grensvlakken van het viervlak worden geverfd: vlak AHF wordt blauw, vlak ACF groen, vlak CHF rood en vlak AHC wit.
Figuur 2 is een vooraanzicht van de kubus en figuur 3 een bo­venaanzicht. Hierin zie je het gekleurde viervlak.
b. Breng de goede kleuren aan.





6
Elk oud grensvlak geeft een nieuw hoekpunt,

dus: 20 + 12 = 32 hoekpunten


Elk oud grensvlak geeft 3 nieuwe ribben, dus

30 + 20 · 3 = 90 ribben


Elk oud grensvlak verdwijnt en er komen er 3 voor in de plaats, dus

20 · 3 = 60 grensvlakken


.
Hiernaast zie een plaatje van een ‘Keplerster’, genoemd naar de astronoom Kepler (1571-1630). Als je de punten van de ster zaagt, dan blijft er een re-gelmatig twintig­vlak over.
Bereken het aantal hoekpunten, ribben en grensvlakken van de ster. (Een regelmatig twintigvlak heeft 12 hoek­punten en 30 ribben.)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina