10. Emigratie en immigratie



Dovnload 77.77 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte77.77 Kb.
10. Emigratie en immigratie

vertaling van 10. EMIGRATION AND IMMIGRATION

door Corrie W. Moerman van Leeuwen


De jaren op de boerderij.

Jan had een grote kist besteld om onze meubels en andere bezittingen te verschepen. Het kostte ons een paar dagen om alles bij elkaar te krijgen.

Ik nam ook een paar boeken, foto's en wat schoolschriften mee. Het is verbazingwekkend hoe opeens alles veel meer waarde heeft als je je vaderland voorgoed verlaat. Alles inpakken was een lange en vervelende klus. Alles moest worden gevuld met iets. Er kwam ook een ambtenaar uit Den Haag bekijken wat er in de kist gepakt werd.

Nadat onze kist verzonden was gebruikten we onze laatste paar dagen om onze zes getrouwde broers en zusters te bezoeken, om voorgoed afscheid te nemen. De dag voordat we vertrokken gingen we naar de ouders van Pieter Lugtigheid, Oom Flip en tante Grietje, dat was mijn vaders zus. Pieters jongste broer was ook bezig om te emigreren naar Canada. Het zou een steun voor mij geweest zijn als Joe en Jane ook waren gegaan. Helaas was dit niet het geval. Kort voordat we trouwden werd bij Joe leukemie geconstateerd en hij overleed een paar maanden later op dertig jarige leeftijd. Na een bezoek aan Pieters ouders hebben we ook een bezoek aan Joe en Jane gebracht. Dat was erg moeilijk. Voor onze bruiloft was geregeld dat de 17-jarige Winus Sonneveld met hen mee zou reizen, maar nu vroeg zijn moeder ons om contact met hem te houden in Canada, wat we graag deden. Winus ging voor Pieter werken. Zijn moeder was een achternicht van mijn moeder. Winus trouwde een paar jaar later met Johanna Nauta en vestigden zich op een boerderij dicht bij Blenheim Ontario.

Ze zijn altijd onze vrienden gebleven. Naast het grootbrengen van een heel gezin, is Winus is vele jaren vertegenwoordiger van de federale minister van Landbouw, de heer Wealan, geweest en reisde door heel Canada.
Zaterdag 3 april 1948 was de dag waar ik zo tegen opzag en toch had ook naar verlangde. “Vaarwel” zeggen tegen vader en moeder, broers en zussen was emotioneel erg moeilijk voor mij. Natuurlijk stonden we aan het begin van een nieuw avontuur, een leven in een nieuw land met een nieuwe taal en cultuur en een land met hopelijk nieuwe kansen. Als we hadden geweten dat er zo veel anderen zouden volgen en vervoer zo drastisch zou veranderen, dan zou het anders voor ons zijn geweest. Maar we wisten dat God dezelfde was, gisteren, vandaag en morgen. Daardoor fluisterde ik in mijn vaders en moeders oor: "Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur." (Ps . 18:29) en ik meende het echt. Als ik me ooit afhankelijk van Hem voelde, was het toen. Ja, "zonder Hem kunnen we niets doen" Johannes15:5. Dit was hoe ik me voelde over alles inclusief de tocht over de oceaan in ons kleine vaartuig. Niet dat ik me moedig voelde. Ik wist dat ik niets van mijzelf had maar God bij ons wasj, elke stap. Mijn broer Klaas en zijn vrouw Annie brachten ons naar de trein in Rotterdam. Die bracht ons naar Antwerpen, België, waar de boot op ons wachtte.

Onze reis naar Canada.

Korte tijd later waren we bij de grens met België, waar onze koffers door de douane moesten worden gecontroleerd. We hadden een afspraak gemaakt met onze neef, Klaas Bijl, die bij de Douane werkte en ons langs de grens zou helpen. Hij zag ons onmiddellijk en we hoefden niets uit te pakken. Anderen waren niet zo gelukkig.

Snel arriveerden we in Antwerpen, waar onze vriendin Nel van Atte ons op stond te wachten. Haar man Cor was eerste stuurman op het vrachtschip "De Hedel", die maandagochtend vroeg zou vertrekken met ons aan boord! Het was een klein vrachtschip (2000 ton). Nel liet ons onze hut zien, een van de 12 aan boord, waar we alles regelden tot het avondeten werd opgediend. De volgende ochtend gingen we naar een kerk in de buurt en waren verrast dat we zo veel van de Vlaamse taal konden begrijpen. Toen we terugkwamen waren er meer passagiers aangekomen. We aten als een familie om een grote tafel. Twee lange nachten rust deden ons goed na alle emoties van de laatste weken. Het was een goede start voor onze lange en stormachtige reis begon. De volgende ochtend waren we vroeg op het dek en zagen de Hollandse kust verdwijnen.

Het was of ik iets vanzelfsprekends verloor, iets moois, waar ik me niet van bewust was. Spoedig kwamen de krijtrotsen van Engeland in zicht. Ze zagen eruit als geschilderde stenen, wit als sneeuw oprijzend uit het donkere water. Langzaam maar zeker verlieten de meeuwen die ons in ons spoor volgden ons. Zij voegden zich weer bij ons toen dicht bij New Foundland waren. Later zagen we zeehonden en vliegende vissen zoals ze werden genoemd. Ze sprongen net uit het water en vlogen hele afstanden. De eerste nacht was rustig en we sliepen heel goed. Onze hut was gezellig met bedden bevestigd aan de muur. Al snel bleek waarom dit nodig was. Ik was verbaasd dat de zee zo onrustig was, zelfs al stond er nauwelijks wind. Ik hing krampachtig aan mijn man. Mijn maag kon de heerlijke maaltijden niet meer verwerken. Het duurde niet lang of Jan moest alleen naar de eetzaal en mijn maaltijden in onze hut brengen. Als ik comfortabel in bed lag, ging het eten iets beter en kon ik het er langer in houden.

Na ongeveer een week kwamen we midden in een vreselijke storm. Water, ijsblokjes en jus d'orange was mijn enige dagelijkse voeding.
Onze vriend Cor vertelde dat frisse lucht een must was voor zeezieke passagiers. Vanaf dat moment kwam hij elke ochtend om Jan te helpen mij naar het dek te dragen. Ik werd ingepakt in zes wollen dekens. Ik voelde me als een mummie, maar het was nul graden en met minder zou niet gaan. Ze zochten altijd de plaats waar de minste wind stond. Ook al voelde ik me alsof ik in een enorme achtbaan zat, het voelde beter dan in de hut. Het was geweldig om de enorme golven te zien. Het ene moment waren we er bovenop en het volgende moment waren onderweg naar beneden als in een enorme put. Jan was er ook door gefascineerd, maar totaal anders dan ik. Het was jammer dat hij zoveel voor mij moest zorgen. Hij heeft nooit maaltijd gemist. Hij leerde zelfs hoe hij zijn voeten moest plaatsen, terwijl de boot omhoog of omlaag ging en verloor nooit zijn evenwicht.

Zodoende kon hij mij ook blijven helpen want ik deed niets anders dan drinken en overgeven. Onnodig te zeggen dat we veel baden voor onze veiligheid. Hoe dan ook ik kon aan niets anders denken dan aan een veilige aankomst.


Toen we dichterbij Newfoundland kwamen, ging de wind liggen en werd het heel koud. Het was nog steeds winter aan die kant van de oceaan. Ik had nu meer dekens nodig en ik denk dat ik ook de dekens van sommige andere hutten gebruikte. Nu de enorme golven verdwenen waren voelde ik me langzaam beter, wat een geweldig gevoel was dat! Spoedig was ik in staat was om naar de eetkamer te gaan en drie maaltijden per dag te eten.

Ik voelde me als herboren. Jan mocht van Cor Van Atte een tijdje op brug komen. Het was erg rustig en het was al een hele tijd een beetje mistig. Terwijl hij daar was, was er opeens een groot tumult aan boord. Sommigen van de bemanning begonnen te rennen, de boot vertraagde en geloof het of niet, ging in zijn achteruit. Daarna stopten we helemaal voor 24 uur, omdat zij de top van een ijsberg hadden gezien. Recht voor ons in de mist. De misthoorn blies elke drie minuten. Ik hoor dat ding nog steeds nu ik aan denk. Al snel bleek dat we midden in een groot ijsveld met ijsbergen zaten. Maar voor mij waren deze dagen heerlijk in vergelijking met de anderen. Ik kon rondlopen, at al mijn maaltijden en kon zelfs nog wat borduren.


De maaltijd voor mijn drieëntwintigste verjaardag was heel bijzonder. De kok had "Boterkoek” gebakken voor die gelegenheid. Dit was de enige verjaardag die ik ooit op een boot op zee vierde. Het was een dag van dankzegging. Dat onze levens gespaard waren en mijn goede gezondheid weergekeerd. De volgende dag zagen we ’s middags land en de volgende morgen kwamen we aan in de stad Quebec. We konden na het ontbijt een paar uur van de boot af en liepen voor het eerst op Canadese bodem. We kochten een dozijn sinaasappelen. Dat was een echte traktatie voor ons.

De volgende dag, in de trein, lieten we ons de rest goed smaken. Toen we terugkwamen hadden ze een deel van de lading gelost en was het voor ons tijd voor de lunch. Spoedig waren we onderweg naar Montreal, waar de rest zou worden gelost en wij onze tocht naar Chatham, Ontario zouden vervolgen.

We bleven de rest van de dag op het dek. We wilden niets van het landschap en de schoonheid van de St. Laurence rivier missen.
De volgende ochtend pakten we heel vroeg onze spullen in en na het ontbijt kwam er een eind aan onze boottocht. Het was 24 april 1948.

We dankten God elke avond samen voor Zijn bescherming en toen we veilig aankwamen in Canada konden we wel juichen! Met de taxi gingen we naar het station en om 9:00 waren we op weg naar Chatham, Ontario. Neef Pieter was niet op het station, zoals we hadden gehoopt. Onze brief waarin we hem onze aankomsttijd meedeelde, kwam op maandagochtend. In eerste instantie wisten we niet wat we moesten doen. Vervolgens lieten we een aantal taxichauffeurs Pieters naam en adres zien. Eindelijk zei er één dat hij dacht dat hij wist waar Pieter woonde. Hij had andere passagiers voor dat gebied, die hij eerst thuis bracht. Toen stopte hij bij de General Store in Charing Cross en vroeg waar Pieter Lugtigheid woonde. Al met al duurde het reisje een uur en twintig minuten en kwamen we om 1 uur ’s nachts bij Pieter en Edith aan. De lichten waren nog aan en Edith was grapefruits voor het ontbijt aan het pellen. Pieter was boos over de buitengewoon hoge taxi kosten die ons berekend waren. 25,00 dollar in plaats van 6,00 dollar zoals Peter zei dat het zou moeten zijn. We waren zo blij dat we ze gevonden hadden, hoewel het een grote hap was uit onze 200,00 dollar die we mee mochten nemen. Na knuffels en begroeting zijn we snel naar bed gegaan. Alles was erg rustig, behalve een leger krekels, die Gods lof zongen. We hadden nog nooit zoiets gehoord. Met dat speciale geluid van onze "nieuwe vaderland" sliepen wij 6 uur.

Toen we s morgens in hun grote keuken kwamen, was het ontbijt al klaar: grapefruit, eieren en toast met zelfgemaakte rabarber- en ananasjam. Alles was ons volkomen onbekend, behalve de eieren. Het was een heerlijk gevoel om lekker te ontbijten bij familie thuis. Het was zo fijn om met hen over hun en onze families te praten. Natuurlijk moest Pieter alles voor zijn vrouw te vertalen. Spoedig was het kerktijd. Opnieuw een heel nieuwe ervaring. Het eerste wat we zagen was, "God is liefde" geschreven boven de preekstoel en het eerste lied dat zongen was: " MY JESUS I LOVE THEE, I KNOW THOU ART MINE”. (http://www.youtube.com/watch?v=EYfBZnMve_E)

Het was een bemoediging dat we “de waarheid van Gods liefde” al verstonden in onze nieuwe taal. We voelden ons gesterkt om te midden van Gods volk te zijn en vertrouwden er op dat we binnenkort ook Zijn Woord zouden kunnen begrijpen.


Na de lunch en een middag dutje, reed Pieter reed ons naar Leonard Giffen en zijn vrouw waar Jan de volgend ochtend aan het werk zou gaan. Ze woonde 10 mijl vanaf Pieters huis en we zouden 4 mijl ten zuiden van Blenheim gaan wonen. Ons huis was 400 meter van de boerderij van Giffen. De baas had drie zonen. De oudste was getrouwd en woonde op het erf, de andere twee jongens gingen nog naar school. We waren blij dat we onze fietsen meegenomen hadden. Jan gebruikte zijn fiets elke dag om zijn werk te gaan. Ik gebruikte de mijne ook om te kijken waar hij werkte.

Het meeste contact had ik met de vrouw van de zoon: Mary Anne. Het was een lief meisje die haar uiterste best deed om zichzelf verstaanbaar te maken en me veel dingen leerde en liet zien.

Het duurde een tijdje voordat we aan ons huis gewend waren. De eerste drie weken moesten we het met heel weinig doen omdat onze kist nog niet aangekomen was. We wisten dat er geen elektriciteit was en hadden kaarsen meegenomen.
Er was een bronwaterkraan in de keuken, maar het water was roestbruin. Het moest gekookt worden voor elke gebruikt. Er was een groot gasfornuis in de keuken dat s morgens de kilte verdreef. We woonden minder dan een mijl van de kust van het Erie meer. Het was er altijd vochtig. Van de boer kregen we een tafel, 2 stoelen en een grote fluitketel. We gebruikten een opklapbed, dat in het voorhuis stond. Het moest grondig schoon gemaakt worden, net als alles. Mary Anne liet ons wat van haar beddengoed, potten, pannen en borden gebruiken totdat onze kist aangekomen was. Ik herinner me dat van het eerste geld dat Jan verdiende een gegalvaniseerde kuip werd gekocht om de was te doen. Aangezien ik alleen maar een ketel had om water te warmen, duurde het de hele dag voordat de kleren aan de lijn hingen. Een waslijn voor me maken was één van de eerste dingen die Jan deed. Het gaf niet dat alles zo lang duurde, er was niet veel anders te doen in het lege huis.
Toen de kist met onze spullen aankwam, was het heel leuk om uit te pakken. Mijn ouders hadden ons een tapijt en een geweven tafelkleed met dezelfde kleuren bruin, beige en wat oranje, gegeven. Met onze eigen tafel en zes stoelen zag het er erg gezellig uit. Onze woonkamer had een T vorm. In een hoek zetten we Jans bureau en mijn stoel die ik van hem kreeg. Aan de andere kant zette ik ons theemeubel. De naaimachine stond in een ingebouwde kast. We hebben al deze dingen nog steeds, behalve de tafel. Onze Koekoeksklok en de afbeeldingen van onze huizen maakten het een echt THUIS. Met alle dingen op zijn plaats was het leven een stuk comfortabeler en aangenamer. Sommige dingen waren beschadigd, maar te repareren, behalve Hein‘s kado.

Hij had ons een grote spiegel gegeven, die in minstens honderd stukjes was gebroken. We hadden het heel zorgvuldig ingepakt in alle dekens, lakens, winterjassen en truien we hadden, maar dat mocht niet baten. We hebben hem het verdrietige verlies nooit verteld. Het was zo moeilijk voor hem geweest om een cadeau voor ons te vinden. Ze lieten ons hun genegenheid zien en dat is wat telt.


Rond die tijd waren we er zeker dat er nog andere dingen waren om van te dromen. Het was een grote vreugde om te beseffen dat onze baby onderweg was! Na onze ruige tocht was mijn maag volledig tot rust gekomen. Toch was ik elke ochtend misselijk maar nu voelde het als groot nieuws! Met plezier schreef ik elke week een brief naar huis aan het bureau van Jan. Ik begon ook dingen te breien. Ik had gelukkig een reserve trui , waarvan ik kleertjes kon maken voor onze baby.
Af en toe waren er minder prettige ervaringen op de boerderij. Sommigen daarvan werden veroorzaakt door misverstanden. Immigranten die niet tevreden waren redden het niet en kregen heimwee naar hun oude land.

Ik ben dankbaar dat ik nooit terug heb willen gaan ook al verlangde ik naar mijn geliefden. Dit verdween toen onze familie begon te groeien. Wat een zegen. Naar de kerk gaan was een feest op zich. Op zondagochtend hielp ik Jan altijd met zo veel mogelijk klusjes. Dat betekende dat we hele dag samen konden zijn! Om 9 uur stond de kerkbus voor de deur om alle immigranten naar de Kerk in Chatham te brengen. Iedereen betaalde één dollar. Het maakte niet uit of je ver weg woonde of dichtbij. We namen allemaal een lunchpakket mee voor tussen de twee diensten. De ochtenddienst was in het Engels en de middagdienst in het Nederlands. Langzaam maar zeker begon ik iets te begrijpen, maar ’s middags kon ik meer ontspannen luisteren, het zingen was in beide diensten een grote vreugde.


De gezamenlijke lunch diende meer dan één doel. We leerden veel van elkaar en werden bemoedigd in moeilijke tijden. We deelde dingen uit onze tuinen. Onze tuin was eerst niet veel dus werden we het vaakst begunstigd. We vertelden elkaar ook grappige fouten, die we maakten als we Engels probeerden te spreken, voordat we echt wisten hoe. Dan waren er veel adviezen van wijze en ervaren moeders, die had ik nodig zo ver van huis. Al met al, waren het hoogtepunten in ons leven en we dankte er God voor. Om half vijf waren we thuis en deden ons werk of, als het Jan’s vrije dag was, hadden we de rest van de dag voor onszelf.

Door de weeks liep ik elke dag tien minuten naar een kleine kruidenier.

Het merendeel van de mensen die ik ontmoette waren negers die in het dorp Shusberry woonden. De man in de winkel was zeer behulpzaam en het was leuk om de namen te leren van de dingen die ik nodig had. Als Jan niet te ver weg was nam ik de fiets en bracht hem ‘s morgens koffie op zijn werk. Als het hevig onweerde ging ik ook naar de boerderij. Ik paste me steeds meer aan, aan ons nieuwe leven, maar zwaar onweer maakte me nog steeds bang.

Jan werkte in die tijd altijd in de schuur en de baas ging vaak naar huis. Maar hij vond het niet erg als ik daar was en Jan vond het fijn als ik kwam. Dan maakte hij zich geen zorgen over mij . Gelukkig kwamen de meeste buien 's nachts, maar dikwijls beefde ik van angst.


Jan’s salaris bedroeg $80,00 per maand. Iedere zaterdag gaf de baas hem $10.00 en de rest aan het eind van de maand. Ook kregen we twee liter melk per dag en we kochten hun gekneusde eieren. Voor het ontbijt was Jan twintig minuten thuis en vijftig minuten voor de lunch. ’s Avonds kwam hij tussen 7 en 8 thuis voor het avondeten. Onnodig te vertellen dat de tijd samen heel kostbaar voor ons was. Na het avondeten nam Jan onze verhuiskist uit elkaar en trok iedere spijker recht. Van het hout maakte hij een commode met planken voor baby kleding. Bovenop kon ik de baby in bad doen en luiers verschonen.

Brieven naar mijn grote familie en vrienden thuis schrijven nam een deel van mijn tijd. Ik vond het leuk om te schrijven hoe we hier woonden. Het hielp me door deze tijd van overgang heen. Toen mijn moeder bij ons op bezoek kwam, vertelde ze me dat ze het jammer vond dat ze al die brieven niet had bewaard. Toen we naar Nederland gingen in 1994 kregen we alle brieven die ze wel bewaard had na haar eerste bezoek aan Canada. Ik heb ze nog steeds.

Op een zondagmorgen, eind november, reed de baas onze tuin binnen. Hij beschuldigde Jan ervan zijn werk niet goed te doen. Hij zei: "Door de week ben je een uur later klaar met je werk, dan op zondag." Jan vertelde hem dat we op Zondag het werk samen deden om de bus naar de kerk te halen.

Toen begon de baas erover dat hij niet wilde dat we naar de kerk in Chatham gingen. Hij dacht dat we naar de kleine neger kerk zouden gaan hier in de buurt. Toen hij nog even doorging, werd het duidelijk dat hij wilde dat we voor enkele tientallen pinken zouden gaan zorgen die hij net gekocht had.

Dit was het hetzelfde verhaal als waarmee we in het begin werden geconfronteerd met betrekking tot de kippen van zijn vrouw. Toen werd ons ook verteld dat we in de hete maanden de kippen om 12 uur water moesten geven wat inhield dat we niet naar de kerk konden. Natuurlijk, schudde Leonard aan de verkeerde kooi. Ik was trots op Jan. Hij was maar één zondag per maand vrij en al de andere zondagen deed hij het werk 's morgens en' s avonds. De baas deed zijn zondag met zijn drie zoons. Jan had altijd naar zijn pijpen gedanst, zo gezegd, maar dat het niet werd toegestaan om naar de kerk van onze keuze te gaan, ging te ver. Hij vertelde hem dat zeer beleef en voegde eraan toe dat dit de laatste week was dat hij voor hem werkte als hij ons verbood naar Chatham te gaan. Hij zette zijn stekels nog meer op, zo leek het.

"Waar wou je werk vinden? "Je spreekt de taal niet eens, het is bijna winter en je vrouw is zwanger ', snauwde hij. " Ik heb twee handen om mee te werken” antwoordde Jan “en God zal voor ons zorgen”.

Kort na dit incident waren we onderweg naar de kerk en vertelde we onze situatie aan vrienden in de bus. Op een of andere manier, begon het me aan te spreken hier weg te gaan. Ik denk dat we te veel verhalen hadden gehoord van andere immigranten die veel beter af waren dan wij. We hadden nog nooit een contract getekend, zoals sommige anderen, en waren dus in principe vrij waren om te gaan. Die dag kregen we veel sympathie en advies van veel van onze vrienden . 'S Avonds gingen we naar een oude immigrant voor advies. Hij woonde maar een paar mijl bij ons vandaan. Veel kan ik me niet van dat bezoek herinneren, maar het voelde goed om ons hart te luchtten. Ondanks onze problemen hadden we een goede zondag. Het was een dag van gebed en we geloofden dat God ons de weg ging wijzen. Dat deed Hij!
De volgende dag toen John voor de lunch thuis was, reed er een auto ons pad op. De man stelde zich voor als een zoon van het echtpaar dat we de avond ervoor hadden bezocht. Hij was voorman op Broadwood's fruit farm en vroeg of we geïnteresseerd waren in een baan daar en om het huis te bekijken, dat beschikbaar was. Er was geen tijd om af te eten en voordat we het wisten zaten we in zijn auto om de plaats te bekijken. Het huis was groot genoeg voor onze familie. Tot mijn grote vreugde was er elektriciteit en een aanrecht in de keuken met een kraan die heerlijke water gaf! Jan kon de volgende maandag beginnen; onze harten stroomde over van dank aan God. Ik weet zeker dat Jan ook over deze dingen geschreven heeft maar ik kon het niet laten om opnieuw te vertellen over de prachtige tussenkomst van God,ook in deze situatie.

De Broadwood Farm

30 november 1948

Blij begon ik met het inpakken en opruimen voor deze eerste verhuizing binnen Canada. We verhuisden zes mijl dichter naar Chatham. Dat betekende dichterbij de kerk en het ziekenhuis waar onze baby geboren zou worden. Het duurde niet lang voordat we ons thuis voelden in de onze nieuwe gezellige huis onderaan de heuvel, we kregen te horen dat we in een verbouwd kippenhok woonden! Onze buren woonden zo dichtbij, dat we dezelfde waslijn tussen onze huizen gebruikten. Ik had veel contact met de familie Humphrey. Ze leerden me hoe ik moest bakken en tal van andere dingen, maar het beste van alles was dat het me hielp om snel de Engelse taal te leren. Ik moest lachen toen ze me vertelde over het kippenhok, want we begonnen bij Giffens met een tafel en thee ketel die uit hun kippenhok kwamen. Ik dacht, nu wonen we erin, dat maakt het compleet. Uiteindelijk heb ik altijd kippen gehouden!


Nadat we op het fruitteeltbedrijf, neergestreken waren, was tegen het einde van het jaar de uitgerekende datum van onze baby gepasseerd. Tijdens deze periode van lang wachten ging ik twee keer per week naar de dokter. Maar hij was niet erg behulpzaam en heeft nooit geprobeerd welke vraag dan ook te beantwoorden. Ik wist dat onze baby in de verkeerde positie lag en had teveel gehoord en gezien om te niet te merken dat mijn zwangerschap anders was. Ik was verschillende keren bij mijn zussen geweest als hun kinderen werden geboren en had veel van hen geleerd. Het enige antwoord dat ik van onze dokter kreeg was: “je weet er niets van” Hij had gelijk. Daarom vroeg ik het ook. Ons vertrouwen in hem daalde snel. Deze dokter was Giffen’s huisarts. Op zaterdagavond, als we met de Giffen’s mee konden rijden, gingen we winkelen en ook naar die dokter. Op oudejaarsavond en nieuwjaarsdag 's morgens gingen we niet naar de kerk. We sloten het jaar af met het lezen van Psalm 90 en begon het nieuwe jaar met het lezen van Psalm 91 en natuurlijk met gebed. Dit was mijn vaders gewoonte zolang als ik me kan herinneren. Ik vond altijd grote bemoediging in deze woorden. Ook bij onze eerste oud en nieuw samen in Canada. We hebben deze traditie altijd in ere gehouden .
De drie weken wachten na de uitgerekende datum maakte me onrustig. (Ervaren moeders weten hoe dat voelt). Twaalf Januari, moest ik de hele dag werken, de was doen, het huis schoonmaken en vooruit eten koken voor Jan. In de middag voelde ik de eerste tekenen dat het wonder zou gaan gebeuren. Toen Jan thuis kwam van zijn werk, stond ik al klaar om naar het ziekenhuis te gaan. Hij ging naar onze buurman Bill Russink die beloofd had om ons naar Chatham te brengen. Ik weet nog goed dat we achterin in de auto zaten. Hand in hand en biddend dat alles zou goed gaan. Het was een mooie heldere winteravond met duizenden fonkelende sterren aan de hemel. Ik voelde dat God wakend oog over ons was. We kwamen om 8:00 uur aan en het was duidelijk dat er complicaties waren. De manier waarop de verpleegkundigen me behandelden vertelde me dat. De dokter kwam om 10:00 uur. Ik was erg opgelucht toen ik hem zag. De verpleegster zei dat ik klaar was om te bevallen en het kwam direct opgang. Ik herinner me niets van wat er verder gebeurde, behalve dat ik iemand lang hoorde schreeuwen. Jan vertelde me later dat ik degene was die 2 uur lang schreeuwde. Het moet verschrikkelijk voor hem geweest om telkens deze twee woorden te horen "Nooit meer". Hoe mooi is het dat deze uren, een paar dagen later, toen we onze dierbare zoon in onze armen hielden, werden gewist door Gods genade en barmhartigheid. Het was pas de volgende ochtend, toen ik Jan zag, dat het tot me doordrong dat ons kind geboren was.

Ik herinner me dat Jan aan mij bed stond en probeerde me wakker te maken om me te vertellen dat we een zoon hadden. Ik kon niet reageren. Later vertelde hij me dat onze kleine Marinus om 1:00 werd geboren. Het was een blauwe baby, zoals zij dat noemden. Ons werd verteld dat de baby met de"voeten eerst" lag en was omgedraaid voordat hij geboren werd. Op de derde dag verscheen er een gezonde roze huid en ik begon te beseffen dat ik de moeder van dit prachtige geschenk uit de hemel was. Nu liep ik over van vreugde en dankbaarheid. Later vertelde Papa me over het grote gevaar waarin wij hadden verkeerd en over zijn smeken tot de Heer tijdens de uren van wachten. Hoe hij "de baby aan God opgedragen had”, zelfs voor hij geboren was en dat hij God beloofd had dat hij overal zou gaan waar Hij hem nodig had, zelfs als het Rusland of donker Afrika zou zijn.


Een mevrouw (die in Nederland verloskundige was geweest) en haar man van onze kerk, hadden ons aangeboden om mij en de baby in huis te nemen. We werden vijf dagen heerlijk verzorgd door deze vrienden. Toen Murray tien dagen oud was en wat gegroeid, bracht papa ons op zaterdag 23 januari naar huis. We konden ons geluk niet op Met papa het weekend thuis had ik een goede start en kon maandag voor de baby zorgen en ook voor het eten. Met zijn nieuwe baan was papa al om 6 uur thuis. Nu hadden we veel langere avonden samen een dan voorheen. Onze baby was blij en tevreden op een drie uur schema in zijn eigen kleine slaapkamer. ‘s Avonds haalden we hem in de woonkamer om ervan te genieten. Elke dag was het een feest om voor hem te zorgen en zelfs mijn heimwee begon te vervagen. We wilden onze baby zo graag aan onze ouders en familie laten zien. Maar dat ging niet.

Op 3 April 1949 werd Murray gedoopt in de First Reformed Church. Aangezien wij niet over een eigen gebouw beschikten werden de diensten gehouden in de St. Andrews United Church in Chatham. Hij was de eerste baby die gedoopt werd in onze kerk die officieel werd opgericht op 11 oktober 1949. De reden dat we een Reformed Church in Chatham begonnen was dat er steeds meer immigranten uit de "Hervormde Kerk" niet de Christian Reformed Church bezochten waar we in het begin kwamen. Evenmin voelde zij zich thuis in de United Church of Canada of de Presbyterian Church.

In mei vroeg onze baas me vroeg of ik er over wilde denken een paar uur rabarber te bossen. Ze teelde het op een lager gedeelte dat we nooit eerder hadden gezien. Het was op stukloon, dus ik kon als dat nodig was de baby verzorgen. We besloten het te proberen en zien hoe onze beslissing Murray beviel. We hadden een tweedehands Nederlandse kinderwagen gekocht, zodat hij geen last van de wind had. Ik werkte twee uur ‘s ochtends en twee uur na het eten en we vonden het allebei leuk. Murray was altijd dichtbij en kreeg veel aandacht van de andere werknemers. Later heb ik kersen, perziken, appels, peren en pruimen geplukt. De bomen waren niet hoog, zodat het werk niet te zwaar was en ik kon in mijn eigen tempo werken. Het leuke was dat ik die zomer genoeg verdiende om al de boodschappen te betalen, plus een paar andere dingen die nodig waren. Dat betekende dat pappa al zijn verdienste op de Bank kon zetten. In de herfst hadden $600.00 gespaard, die we gebruikten om een nieuwe auto te kopen. Dit gebeurde op 9 november 1949. Het was een Engels model genaamd "Prefect." Het was klein, maar het was zo fijn om eigen vervoer te hebben. We waren heel dankbaar. De hele prijs was $1200,00 . De eigenaar van de garage, de heer Pook, kon niet geloven dat we van plan waren binnen zes maanden de rest te betalen. Maar dat lukte. Het Broadwood’s personeel was wel een beetje jaloers, maar zij besteden hun geld aan andere dingen dan wij.

Ze noemde onze auto "de plassenspringer" en hadden daar lol om. Ik was blij dat ik pappa kon helpen met het sparen voor een auto. Het was echt nodig in dit grote land. Na het werk in de rabarber, kon ik beginnen met het plukken van zure kersen. Één boom was zo dicht bij onze leuke "kippenhok huis" dat ik door het open slaapkamerraam ervan kon plukken! Wij mochten ook de hele zomer en herfst het afgewaaide fruit rapen. Ik blikte ten minste honderd liter fruit in. Wat een heerlijke meevaller! Ik miste mijn vier kippen die Papa voor me had gekocht bij Giffens . Maar op deze boerderij was er geen plaats voor (want wij woonden in het kippenhok!) Ook was er geen noodzaak voor, want ik had nu mensen om mee te praten, in plaats van kippen als gezelschap.


Ondertussen had pappa afspraken gemaakt met zijn vriend, Joe Waardenburg uit Nederland, om ook voor onze baas te werken. Er was beloofd spoedig een huis voor hen te vinden, maar dat werd pas tien maanden later. We moesten het doen. Joe en Coby en hun baby kwamen toen de kersen rijp waren. Hun baby was negen maanden ouder dan de onze. We woonden samen tot april 1950. Tijdens de zomer bleven we om beurten thuis bij onze kinderen en deden het huishouden. Coby wilde ook in de winter werken. Ze deed, om bezig te blijven, huishoudelijk werk in Blenheim terwijl ik voor hun Arjo zorgde. In april vertelde de baas ons dat hij een groot huis had gekocht in Cedar Springs, waar we samen heen moesten verhuizen. Wat hij ons niet vertelde was dat het huis in zeer slechte staat was We deden ons best om er wat van het te maken maar het voelde niet goed bij ons. Het was niet eerlijk. Het eerste wat mis ging was dat onze boiler overkookte. De baas had geen haast om te komen kijken en geloofde niet wat ik hem vertelde, maar toen hij de puinhoop zag bestelde een nieuwe. We begonnen erover te denken om ander werk te zoeken, omdat veel dingen uit elkaar vielen. Ons kleine kippenhok was zoveel beter. Het was niet alleen het huisvestingsprobleem, maar ook het vloeken dat de meeste werknemers deden. Dat was erg moeilijk voor Jan. Het was ongelooflijk hoe Gods naam, de hele dag door, ijdel werd gebruikt door sommigen. Aangezien pappa steeds meer kerkelijk werk deed werd hij vaak bespot zeker nadat een brief aan hem was gericht als "Reverend" (We haalden de post altijd bij de baas thuis op).

Roy Warwick's Dairy Farm

Cedar Springs, Ont.

Vader was ingehuurd door Roy Warwick per 1 mei 1950. Het kostte geen moeite van om de de Broadwood boerderij weg te gaan of ander werk te vinden. Zelfs vóór de Warwick Dairy Farm was Pa ingehuurd door een andere melkvee- houder in Guild naast de United Church . Het was op voorwaarde dat er binnen een maand stromend water in het huis zou zijn. Omdat het werk niet was begonnen kwam hij met verschillende excuses. Vader besloot dat hij absoluut niet naar een huis zonder stromend water wilde verhuizen. Beloftes werden niet altijd nagekomen en wij wilden onze beloftes wel nakomen, maar dit was vanaf het begin te riskant. Ons huis bij de Warwick boerderij was nog niet leeg maar er was het gemak van een badkamer. Dus woonden we zes weken op de andere boerderij van Roy, slechts één mijl verderop. De fiets kwam weer goed van pas. We hebben alleen het nodige uitgepakt.


We richtten maar een kamer in die fungeerde als slaapkamer en woonruimte. Koken werd gedaan op een kookplaat en opnieuw werd de afwas op een tafel gedaan en uitlekken op een bakplaat, net als vroeger! We hadden een nieuwe wringer wasmachine gekocht toen we op de Broadwoods waren, dus hadden we nieuwe waslijnen nodig van boom naar boom en waren we weer helemaal klaar voor ons huishouden. Maar één ding was niet goed. Er kwamen ratten in ons huis op bezoek. Pappa plaatste kapotte flessen in de gaten in de vloer om hen te weerhouden binnen te komen. 's Nachts hoorden we ze nieuw gaten graven rond de scherpe flessen. Daarna bonsde we met onze stoel om ze af te schrikken, maar ik vroeg me af wie was het bangst was, de ratten of ik. 's Avonds hielden we om beurten Murray’s hand vast, voor het geval dat. In Holland had ik te veel rattenverhalen gehoord. Zijn bed stond naast dat van ons. Verder vond ik het niet erg om daar een tijdje te wonen. Het volgende jaar werd het hele huis gerenoveerd en was het een prachtige plek om te wonen.

Niet veel later konden we naar onze witte paleisje verhuizen . Compleet met onze eerste badkamer met warm water uit de kraan! Het was zo’n comfortabel huis, met een gaskachel, met voldoende capaciteit, die het hele huis verwarmde! Het gazon was omheind, zodat Murray de deur in en uit kon lopen. Er was ook ruimte voor een tuin waar we allebei heel erg genoten. Tijdens deze prachtige zomer keken we uit naar de geboorte van ons tweede kind. De uitgerekende datum was 22 oktober volgens de dokter. Ondertussen genoot Pappa met volle teugen van zijn werk. Het was zo’n verschil met de boerderij van Giffen. Murray en ik gingen vaak op bezoek bij één van onze buren, de familie Schalk. Ze waren op een latere leeftijd met hun drie zonen geëmigreerd. We noemden ze "Vader en Moeder Schalk". Ze waren als familie voor ons. Als wij daar waren was Murray altijd gefascineerd door hun Nederlandse klok. Vaak stond hij voor de klok te wachten tot de "bimbam" kwam. Mevr. Schalk, die mij bemoederde, had een speciale manier om zichzelf te uitten. Bijvoorbeeld: als er een Canadees aan haar deur kwam, hield ze met haar handen haar schort op en zei: "Gooi het maar in mijn schort dan zal ik het binnen wel uitzoeken”.

Vlak na Murray’s geboorte zijn we van dokter veranderd. We hadden ook gehoord dat onze eerste dokter zijn rijbewijs tijdelijk was opgeschort vanwege drankproblemen. We waren blij met onze nieuwe dokter. Hij legde altijd alles uit. We hadden hem gevraagd of hij de bevalling in onze nieuwe huis wilde doen. Hij zei dat hij dat wel wilde, als er geen complicaties waren. Daarmee gingen we natuurlijk akkoord. Wij vroegen dit, omdat het in Nederland altijd zo geweest is dat de vader er was om ondersteuning te bieden. Pappa voelde zich bedrogen toen we erachter kwamen dat hij niet bij me mocht blijven in het ziekenhuis toen Murray geboren werd. Hij vond dat de waarde van de aanwezigheid van de vader werd miskend. 30 jaar geleden kwam een einde aan deze domme regel, maar dat was voor pappa te laat. Hij hunkerde er naar om bij me te blijven als de kinderen werden geboren.

Het was niet Roy Warwick, die pappa inhuurde. Het was zijn veeverzorger, die voor het hele melkvee gebeuren verantwoordelijk was. Snel kwamen we erachter dat het enige wat hij deed was helpen met het melken en het voeren van een aantal kalveren. Verder bracht hij het grootste deel van de tijd in het kantoor in de schuur door. "Administratie doen" zo zei hij. Al het zware werk was voor pappa. Toen we bij Roy Warwick waren, vroeg een andere vriend van pappa of hij een paar maanden bij ons kon logeren, terwijl hij bij architectenbureau een in Chatham werkte. Zijn naam was Leen Waardenburg, een neef van Joe. Zijn bedoeling was om te immigreren. Het was heel gezellig om Leen rond om ons heen te hebben, maar na zes maanden besloot hij om terug te gaan naar Nederland.


De zomer ging snel voorbij. Ik voelde me heel goed tijdens mijn zwangerschap. Ik hield van het werken in de tuin achter ons huis en we hadden veel groenten voor de komende herfst en winter. De dag voordat ons tweede kind werd geboren heb ik de hele dag hard gewerkt. Ik had zelfs het gras gemaaid met onze handmaaier. Als Pappa het had geweten zou hij me waarschijnlijk gestopt hebben en achteraf had ik het niet moeten doen. ‘s Nachts werd ik meerdere malen wakker en wist ik dat dit de dag was.

Steeds hoopten en baden we dat het dit keer geen drie weken zou duren. Ik was zo dankbaar dat dit niet zo was. Om 9 uur kwam Dr. Pickering naar het huis om me te onderzoeken en twee uur later waren we in Chatham in het Ziekenhuis. De dokter vond het niet verstandig om thuis te blijven. Hij legde uit dat de baby in aangezichtsligging zou komen en had extra hulp nodig. Dat was een teleurstelling, vooral voor pappa. Om 1 uur werd, zonder verdere complicaties, onze tweede zoon werd geboren. We voelden ons weer rijk gezegend. Deze dokter maakte een heel verschil. Het voelde ditmaal alsof we een vriend hadden. We waren dolblij en noemde onze zoon Cornelis Jacob, naar mijn vader, Cornelis Jacob van Leeuwen. Onze predikant in Chatham, die een Amerikaanse dominee was, zei ons dat Cornie een bekende naam in Amerika was. Dus noemde we hem zo tot we in 1961 van Cambridge, Ontario. naar Edmonton, Alberta verhuisden. Dat was een mooi moment om zijn naam in Jack te veranderen, naar zijn keuze.


Toen we in het voorjaar naar Roy Warwick verhuisden waren we heel blij met ons huis. (Er was een badkamer!) Pappa hield van zijn ook werk maar viel in de zomer wel 30 pond af. In de herfst vertelde de dokter ons dat de kalk die hij dagelijks in de stal gebruikte de boosdoener was. In die tijd dacht niemand eraan om beschermende kleding te dragen. Zijn lichaam begon ernstig te reageren op deze kalkstof en hem werd gezegd om bij de kalk weg te blijven en ook om al het werk voor de Kerk, dat hij deed, drastisch te verminderen. Het was allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. We hebben het een tijdje echt geprobeerd, maar op het laatst was het duidelijk dat er naar een andere baan gezocht moest worden. Ondertussen hadden we via Winus Sonneveld een grote familie leren kennen die Nauta heette. Winus was met een van hun dochters getrouwd. De boerderij van Nauta lag 10 mijl ten westen van Cedar Springs. Ze boden ons een vierkamerwoning te huur aan op hun boerderij, die vaak gebruikt was voor het strippen van tabak. We konden het huren voor $ 15,00 per maand. Uiteraard moesten we er veel aan schoonmaken voordat we er in konden trekken.

Omdat pappa geen paar dagen vrij kon krijgen om te helpen, was ik blij om met het aanbod van mevrouw Schalk om op onze kinderen te passen. Haar 14-jarige zoon, Kees, ging met me mee om te helpen het huis schoon te maken. Ook al kon ik in de Prefect rijden, ik had altijd het gevoel dat ik een dubbele rij van beschermengelen nodig had tijdens het rijden. Vooral op dagen dat het sneeuwde en glad was. We werkte elke dag hard, maar zorgden er altijd voor dat we voor het donker thuis waren. Dit waren pappa’s "orders" maar ik kon ook niet langer wachten om onze drie maanden oude baby te voeden! Kees was een grote hulp en vond het leuk om te doen. Ik was blij dat er warm water was in het huis, omdat we voor het schoonmaken van de wanden en plafonds veel van nodig hadden. Het leek alsof we de kamers verfden. We sopten ze drie keer en schrobde daarna de vloeren . We waren zo trots als een pauw. De eerste die ons resultaat zag was de heer Nauta zelf. Hij was verbaasd. Hij wist niet dat hij zo'n mooi huisje had. We prezen God toen onze klus klaar was en ook omdat Hij in dit huis voorzien had, midden in de winter. Kees was zo’n grote hulp bij het aanhouden van de houtkachel en werken aan alle plafonds, dat zou ik alleen nooit gedaan hebben gekregen.

Weer was het tijd om in te pakken en te verhuizen. Dit sloot een ander stukje van ons leven af. We hebben altijd geprobeerd om goede ervaringen mee te nemen en de teleurstellingen achter te laten. Op 16 januari 1951 verhuisde we naar ons nieuwe adres in Merlin . Achterlaten wat vertrouwd was geworden is altijd moeilijk voor mij geweest. Ik miste mijn bezoeken aan Moeder Schalk, maar ik troostte mezelf met de gedachte dat ik haar elke zondag zou zien. Een ding moesten we weer wennen dat we een bijgebouw hadden in plaats van een badkamer.

Pappa kon onmiddellijk aan het werk bij de Mac Quigan Farm in Cedar Springs en zijn gezondheid ging vooruit! Hun fruit boerderij was groter dan die van Broadwood Brothers en ze hadden ook vee. Mac Quigan’s zoon Jim, die twee jaar jonger was dan pappa, runde in de prakrijk de zaken van zijn vader. Zijn vader was vaak in Toronto als MLA (lid van een wetgevende vergadering. red) en Jim had een diploma van de Agrarische school. Het hele jaar door hadden ze ongeveer tien mensen aan het werk Tijdens de oogst variërend van twintig tot veertig.


Eind 1950 schreef papa's oudste broer Andries en zijn vrouw Nel dat zij ook besloten hadden om naar Canada te emigreren. Net als anderen, was hij benieuwd of we hen konden helpen. Papa sprak er met Jim Mac Quigan over. Jim zei dat hij bereid was om hem werk te geven, maar geen huis beschikbaar had. Mr.Nauta zei ons dat, voor $ 5,00 extra huur, ze bij ons in konden wonen. Ze kwamen met hun vier kinderen op 31 maart 1951 aan. Natuurlijk, werd het behoorlijk druk, in het kleine huis met maar vier kamers, met zes extra mensen en heel wat van hun meubilair. Maar met wat goede wil van twee kanten slaagden we erin.

In het jaar dat we in Merlin samen woonden met Andries en Nel en hun familie, huisvestten we ook Cor en Nel Van Atte en hun twee zonen. Jullie herinneren je wel dat hij onze eerste stuurman was op de “Hedel” toen we naar Canada kwamen. We sponsorden hen op dezelfde manier als we Andries en Nel hadden gedaan. Jim Mac Quigen was opnieuw medeondertekenaar. Het duurde zes weken voordat de Van Atte’s een huis vonden in Cedar Springs. Je kunt je voorstellen hoe druk het was in onze vier kamer woning maar "waar er een wil is, is er op één of andere manier altijd een weg."

Pappa stelde voor dat we samen, op aandeel, tomaten zouden telen op de boerderij van Lesley, onze buurman iets verderop aan de weg. Hij kon voor een contract zorgen met Libby's in Chatham en in het voorjaar plantten we twaalf hectare tomaten. We teelden de tomaten op een 50-50 basis met de heer Lesley. Pappa en Andries werkte bij Mac Quigan en konden elk moment voor hun eigen werk weggaan. Het was een ideale situatie. Als het oogsttijd was gingen Nel en ik mee. We namen veel eten drinken mee voor de warme en vermoeiende dag. Dit betekende ook dat Jack mee moest worden genomen. Hij bracht zijn tijd in de box door en Murray verzorgde hem. Telkens kwam Murray, of om ons te vertellen dat hij lag te slapen of om te zeggen: "Ik ruik de baby." Hij gaf hem meestal ook de fles. Niemand leed onder het drukke schema. Maar we waren blij als het een dag regende, dan konden we thuis blijven om ons huis op te ruimen en wat extra rust te nemen.

Na het oogsten hadden we een meer normale tijd samen. Het was leuk om Nel en Andries bij ons te hebben. Vooral tijdens de lange winteravonden en de avonden als Papa op huisbezoek of naar vergaderingen van de kerk was. Hij moest vaak lang rijden om het werk voor de Kerk te doen. Op een avond, ik zal het nooit vergeten, hadden we een schoorsteenbrand. Aangezien ik nooit van onweer gehouden heb, zei ik dat ik het 's avonds zag lichtten. Dat gebeurde nooit in de winter dus het werd verworpenen als onmogelijk. Ik ging niet naar het raam om te kijken wat het was dat ik had gezien had en Papa was aandachtig iets aan het lezen. Even later zag Andries het ook en ging naar het raam om te kijken wat het was. Hij vertrouwde het niet en ging naar buiten en schreeuwen dat er vlammen uit de schoorsteen sloegen. Wat een commotie ineens. In een ogenblijk was Pa op het dak. Nel en ik vulde emmers met water en Andries ging op de ladder om ze aan Pa te geven. Wat een puinhoop hadden we daarna om schoon te maken, maar wat een zegen dat we ons huis nog hadden. Het had zoveel erger gekund.


Charing Cross

Op een dag, begin maart 1952, zag Pa een bord 'Te koop' bij een huis in aanbouw bij Charing Cross . Hij dacht wat vreemd om een huis te verkopen dat nog niet af is. De volgende dag gingen we er samen heen. We vonden uit dat de man een drankprobleem had en financieel vast zat. Hij vertelde ons alleen dat er geen geld was om het huis af te maken. Toen we lege flessen rond het huis zagen liggen wisten we wat er aan de hand was. We kochten het huis voor $ 2,500 Heel onverwachts kwam er een einde aan het samenwonen met Andries en Nel. We hadden er nooit enige spijt van gehad. Het was een heel goed jaar. Nel kon de rest van haar spullen uitpakken en er hun eigen thuis van maken.


Ik was blij voor ons allebei. We verhuisden zo snel mogelijk en sloegen het meeste van onze meubels op in een hoek zodat Papa het huis, kamer voor kamer, af kon maken. De ouderslaapkamer was de enige kamer die klaar was. Dus werd dat, voor een tijdje, onze woonkamer met de matrassen en bedden opgestapeld aan de ene kant en tafel en stoelen aan de andere kant van de kamer. In de keuken kwam een aanrecht met warm en koud water en een fornuis om op te koken. Het hielp heel veel toen dat klaar was. Het meeste werk wat gedaan moest worden om het leefbaar te maken deed Papa zelf. De badkamer moest wachten omdat we geen geld meer hadden.

3 april 1952 was een moeilijke dag voor ons. Jack kwam ernstige ziek naar beneden. De avond ervoor hadden we gemerkt dat hij meer kroop dan liep. Later begon hij steeds te huilen en wat we ook deden hij bleef huilen. We waren de hele nacht met hem op, zaten met hem in onze armen of liepen rond. We merkten dat hij pijn aan zijn been had. Het eerste wat de volgende ochtend deden was naar Dr Pickering in Blenheim gaan. Die stuurde ons naar het ziekenhuis in Chatham. Eerst waren ze er niet zeker of het polio was en later stelde ze de diagnose hersenvliesontsteking. Door onze familie in Nederland en onze vrienden in de kerk van Chatham werd er veel gebeden. We waren zo blij dat we onze kleine “zware” jongen naar huis konden dragen, in het gips van onder zijn armen tot aan zijn tenen. Hij was enkele kilo’s afgevallen tijdens de drie weken in het ziekenhuis. Dit waren inderdaad heel moeilijke weken voor ons, maar God hielp ons er elke dag doorheen. We kregen te horen dat het virus zich in zijn knie gevestigd had. Ze lieten ons ook weten dat de groei van zijn been zou kunnen stoppen en de tijd zou leren wat ze moesten doen. "

Een keer per maand gingen we terug naar het ziekenhuis om de botspecialist te zien die van Flint Michigan naar Chatham kwam. Hij haalde het gips eraf en smeerde zalf die Jack moest helpen tegen de verschrikkelijke jeuk op zijn benen. Soms kreeg hij zand tussen het gips dat was, buiten, bijna niet te voorkomen. Murray, Opa of Oma Moerman (die dat jaar overgekomen waren) trokken hem vaak in een kleine rood wagentje, als hij geen dutje deed. Jacks nachten waren altijd onrustig. Elke maand mat de botspecialist of zijn been gegroeid was. Vijf maanden was er geen verandering. Ik wandelde veel met hem en Murray naar het postkantoor en naar de winkel om "hem rustig te houden" Dit was de beste manier om te doen. Zelfs Murray, zo jong als hij was, zag het als deel van zijn verantwoordelijkheid om hem en ons hiermee te helpen. Als het erg warm was spreidde ik een deken op het gras in de schaduw, waar Murray en Jack vaak speelden
In het ziekenhuis moet Jack van verschillende dingen, die ze op hem gebruikten, bang geworden zijn. Lang begon hij te huilen als hij me met een schaar, mes, stofzuiger of naaimachine zag. Voor alles wat glansde en lawaai maakte, was hij bang. Wanneer de botspecialist zijn kleine elektrische zaag inschakelde om het gips te snijden, beangstigde hem dat zo erg dat hij altijd huilde. Ik was blij dat we dan bij hem waren.

Moeder Schalk kwam ons regelmatig bezoeken en zorgde dan voor allebei onze kinderen zodat ik af en toe een middag dutje kon doen. Dan kon ik het hele huis stofzuigen zonder Jack dat hoorde of zag en van streek raakte. Het waren heerlijke, opgeluchte, dagen als ze kwam om te helpen. Zij was als een moeder voor mij en een Oma voor onze kinderen.


In de maand augustus, tijdens de tomaten oogst, gingen we verschillende dagen naar het veld in Merlin om oom Andries te helpen. Jan en Andries hadden nog steeds een tomatencontract met mijnheer Leslie. Eigenlijk was het een heerlijke onderbreking van de moeilijke dagelijkse routine. Een andere omgeving deed me goed. Meerdere keren viel Jack in de box in slaap en weer kwam Murray ons vertellen wat er gebeurde. Ik plukte zo dicht , als mogelijk was, bij de box. Het lukte allemaal prima dankzij onze goede helper.
Toen we in oktober voor het maandelijkse bezoek naar het ziekenhuis gingen, gebeurde het wonder waar we voor gebeden hadden! Toen de specialist opnieuw Jack's been gemeten had, riep hij opgewonden: "Er zit groei in zijn been!" Ik had grote moeite om niet in tranen uit te barsten, maar op een of andere manier wachtte ik tot ’s avond. Toen huilden we samen in dankzegging tot God dat hij ingreep. De specialist vertelde ons, "dit is iets dat ik niet kan verklaren, want als een virus zich vastzet op het bot, kan het niet groeien”. Het gebeurde! Dus was het was God die ons kind aanraakte met "Zijn genezende kracht " in antwoord op onze gebeden en die van vele anderen. Deze keer bleef het gips weg en onze kleine jongen was een stuk lichter om te dragen (en ook ons hart)! Hij moest opnieuw leren lopen en zindelijk worden. Maar al deze dingen waren niets in vergelijking met hoe het eerder was. Hij kon nu ’s nachts doorslapen en hij deed zijn uiterste best om opnieuw te leren lopen en zijn eetlust nam sterk toe. Wat was het fijn om hem zo snel all deze vorderingen te zien maken. We dankten God iedere dag voor dat Hij Jack zijn gezondheid weergaf.
Zoals ik al eerder vermelde, kwamen deze zelfde zomer van 1952, Opa en Oma Moerman om Andries en onze familie te bezoeken. Ze bezochten ons om beurten, maar sinds onze situatie veranderd was, besteedde ze meer tijd bij Andries en Nel dan bij ons. Andries en Nel hadden onlangs een kleine boerderij op de 13e Concessie, tussen Charing Cross en Cedar Spring, gehuurd. Ik zie Oma nog voor het raam staan, toen ze bij ons thuis was. Ze schudde haar hoofd als ze Murray de kleine rode wagen met Jack erin, zag trekken. Ze waren zo dankbaar dat ze erbij waren en getuigen konden zijn van de wonderlijke genezing en vooruitgang daarna. Dit was vooral het geval toen we ons realiseerden dat Oma's gezondheid niet was wat we verwachten. Ze at weinig, viel af en zweette vaak heel erg. Ze kon nooit over zichzelf praten. Opa hield ervan om de kerkbladen te lezen die vanuit Nederland gestuurd werden. Ook schilde hij de aardappels en sneed de rabarber of wat er ook gegeten moest worden. Later, in 1966, toen hij voor 11 maanden alleen kwam, hielp hij heel vaak met groenten invriezen. We bezochten ouderen. Hij hield ervan om hun verhalen te horen. In januari 1953 konden ze het vijfde kind van Andries en Nel verwelkomen, die ze John noemde. Ook konden we ze vertellen dat wij ons derde kindje verwachten. Dat was ook een hoogtepunt voor hen.

In mei 1953 vierden Oma en Opa hun 40-jarig huwelijk. De Kerk had, na de zondagmorgen eredienst, een broodmaaltijd voor hen georganiseerd. Alle mensen bleven. We hadden ook bepaald mensen van elders uitgenodigd en Pieter en Edith Lugtigheid en familie (mijn oudste neef).

Het was een hele verrassing voor hen om broederschap in zo’n ver land te ervaren. Ze konden er gewoon niet over uit en ze voelden in hun hart dat de mensen van de kerk hen als één van hun beschouwden.
In juni brachten we ze naar de trein waarmee ze, met een groepje andere mensen, naar Montreal reisden om daar aan boord te gaan van het schip dat hen terug naar huis bracht. Het was moeilijk om “Vaarwel”te zeggen. We voelden dat Oma's gezondheid achteruit gegaan was, in de tijd dat ze bij ons was. We wisten dat we haar niet meer op deze aarde terug zouden zien. We wisten zeker dat ze hetzelfde voelde. De manier waarop ze ons omhelsde zei ons genoeg. Kort daarna liet ons ze in een brief weten dat ze maag- en darmkanker had. Na twee jaar, waarin ze veel leed, stierf ze in november 1955. We weten zeker naar haar Verlosser ging. Vlak voor ze stierf had ze een droom. Ze stond voor de hemelpoort en klopte aan. Petrus opende de deur en vroeg wat ze wilde. Ze antwoordde: "Ik Kom naar huis." Toen zei Petrus: "wat zit er in de koffer die je bij je hebt?”. "Al mijn goede werken ', antwoordde ze." Ga terug naar de aarde en kom terug met lege handen ", zei Petrus en ze ontwaakte . Ze schreef ook hoe dankbaar ze was dat haar zoon "Dominee" zou worden Pa’s zuster, Nel, kwam met haar baby uit Friesland, en heeft drie maanden voor haar gezorgd, tot ze naar haar eeuwig thuis ging. Nel heeft dat, in juli 1968, ook voor haar vader gedaan. Dat hebben we zeer in haar gerespecteerd.

Een nieuwe roeping

1952 was in verschillende opzichten een speciaal jaar, toegevoegd aan wat ik heb geschreven over het werk van papa in onze kerk. Er waren veel vragen die deel werden van ons leven. Het kwam neer op de vraag "Riep God hem weg van de boerderij om ander werk te doen werk als dominee of leek in de kerk? "

Uiteindelijk ging Pa, over dit alles, met onze dominee praten, maar die was ervan overtuigd dat het te veel van ons allemaal zou vergen. Hij zei zo veel als: "probeer het te vergeten en ga door met je leven op de manier waarop je het nu doet”. Alles wat ik erover kan zeggen is, dat wat hij ook probeerde, het werkte niet. Het verlangen ging nooit meer weg bij Pa. Dus zo gebeurde het dat, bij ons derde bezoek, de dominees vrouw sprak en zei: "Herman, ik geloof dat dit van de Heer is, als deze man door God geroepen is, kunnen we er niet meer tegen ingaan”.

Vanaf dat moment begon Ds. Maassen alles te doen om ons te helpen:Brieven schrijven aan the Board of Domestic Missions, RCA leaders in Canada, Hope College, Seminary en verschillende kerken in de Verenigde Staten, waar zij hadden gediend, met de vraag om financiële steun. Vervolgens werden er voorbereidingen getroffen voor een bezoek aan Holland, Michigan.

Toen we in Charing Cross woonde, werkte Pa in ploegendienst op een zaadbedrijf in Blenheim. Ik vond het moeilijk in die tijd om ’s nachts alleen te zijn. Ik herinner mij een nacht, dat het hevige onweerde. Ik had net de kinderen uit hun bed gehaald en ging met hen naar de andere kant van het huis, uit de buurt van de schoorsteen, toen bliksem in de schoorsteen van onze buurman sloeg.

Om een lang verhaal kort te maken, Pa werd op proef toegelaten tot het Hope College in Holland, Michigan. Te beginnen in de eerste week van september. Van verschillende kerken ontvingen we fondsen om een huis te huren en de nutsvoorzieningen te betalen. Zelf waren wij verantwoordelijk om brood op de plank te krijgen. Het was een grote uitdaging voor Pa om naar het College te gaan zonder enig middelbaar onderwijs en met beperkt Engels. Als je het over een groot avontuur hebt, dit was één. Het was duidelijk een bevestiging van de roep van God op ons leven.



De eerste beslissing die we maakten was dat ik in Canada zou blijven tot onze derde baby geboren was, die 22 september verwacht werd. Daarna waren we druk met het vinden van een huurder voor ons huis. Tot onze grote vreugde wilde onze goede vrienden, Rien en Rie Veenman, ons huis per 1 september huren. Het mooie daarvan was dat ik met onze twee jongens bij ze kon blijven, totdat de baby geboren was en we klaar zouden klaar zijn om naar Holland Michigan te verhuizen. Zo werden er twee gebeden in één verhoord. Het was zo veel makkelijker voor ons allen om deze weken thuis te blijven. Pa kon een week thuis blijven om onze meubels op zolder te zetten. We verhuisden al onze bedden naar één kamer. We hadden geen geld om de meubels naar onze nieuwe stek in de VS te verhuizen en hoopten, wat er nodig was, tweedehands te kunnen krijgen. Alles ging zo snel dat het me overweldigde. Toen alles geregeld was en onze vrienden verhuisd waren, was het tijd voor Pa om te vertrekken. Ondanks de liefdevolle zorg die wij van alle vrienden om ons ontvingen, was het moeilijk om hier alleen door te gaan. We begonnen de dagen af te tellen tot we weer allemaal samen zouden zijn. Hopelijk met onze nieuwe baby.
Op 30 september ging ik weer naar de dokter, die mij direct naar het ziekenhuis stuurde omdat mijn bloeddruk veel te hoog was. Twee dagen heb ik de zalen op en neer gelopen. Ze probeerde op alle manieren de bevalling op gang te brengen maar er gebeurde niets. In de middag kwam, Dr. Pickering binnen en zei: "Zou u uw man willen bellen, dat hij morgen op bezoek komt? Natuurlijk was ik er helemaal voor en begreep heel goed dat hij gedaan had wat hij kon. Ik belde Pa meteen. Hij nam de nachtbus en stapte op 2 oktober om 8 uur mijn kamer binnen. Wat heerlijk om hem na een hele maand weer te zien. Nu konden we uren bijpraten! Om een lang verhaal kort te maken, tegen de middag kon ik niet meer lopen. Dat maakte onze dokter aan het lachen. Hij zei: "Dus, je man laten komen was het antwoord." Hij had gelijk. Ik gaf graag toe dat ik niet zonder hem kon, zeker niet als het tijd was dat onze baby geboren zou worden. Om 6:00 uur ’s middags kwam onze dochter Anne ter wereld met een record gewicht van 7 pond 14 ounces. (Onze 2 jongens waren allebei 6 pond). Toen de baby geboren was zei de dokter: "Je hebt zelfs niet gevraagd of het een jongen of een meisje is." Ik zei: "Dokter, u sprak de laatste twee uur over een grote jongen, dus ik gaf het op”. Hij lachte en antwoordde: "maar je hebt wel een dochter!" Ik kon het nauwelijks geloven en moest het een tijdje laten bezinken. Onze blijdschap was compleet met een gezonde dochter! God had alle dingen weer goed gemaakt. Dit was één van die dagen die zo speciaal voor ons was dat we het nooit vergaten. Pa reisde de volgende dag terug, zodat hij tot rust kon komen voordat hij zijn zware schema weer oppakte. Ik heb van de vijf dagen in het ziekenhuis genoten, onze nieuwe baby verzorgen en zo veel mogelijk rusten. Vanaf het begin deed ons dochtertje het erg goed. Mijn hart was vol van dankbaarheid voor Gods zorg en bescherming.
Toen we thuis kwamen, waren onze jongens erg trots op hun kleine zus. Jack verzamelde meteen speelgoed voor de baby en legde dat in de wieg zodat de baby “ernaar kon kijken". Maar Murray zei: "Ze kan nu nog niet zien” . Onze vrienden behandelden me als een koningin, ik mocht niets anders doen dan voor de baby zorgen. Maar ik begon na te denken over alle dingen die moesten gebeuren als Pa zaterdag 17 oktober zou komen, als hij dat weekend een auto van één van de studenten kon lenen. (We hadden onze Prefect verkocht). Het was een hele klus zijn om alles wat nodig was uit te zoeken, zoals kleding, beddengoed, een paar dingen om aan de muur te hangen, de naaimachine, borden, potten, pannen, speelgoed, boeken en tientallen dingen die van een huis een thuis maakten. Die zaterdag kwam snel en het kostte moeite om alles in de auto te krijgen. Pa kreeg het er allemaal in, maar de jongens moesten er boven op zitten. Zondagochtend gingen we naar onze kerk in Chatham, waar we te midden van Gods volk de doopbelofte aflegde, en onze dochter gedoopt werd in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, beloften om haar persoonlijk te omarmen in het Geloof. Ik moet ook een gebeurtenis met Jack vertellen. In Chatham was het niet de gewoonte om het hele gezin rond het doopvont te verzamelen. Murray en Jack bleven daarom in de kerkbank bij Andries en Nel. Maar Jack vond dat niet kloppen. Hij voelde dat hij er ook bij hoorde , stond op en kwam bij ons staan. Andries bracht hem met kracht terug naar zijn plaats. Jack begon hard te schreeuwen, ondanks dat Oom Andries altijd al zijn favoriete oom is geweest. Jack leerde ons dat de hele familie samen moet zijn bij zo'n speciale gelegenheden! We vonden het jammer dat het zo ging, maar het was maar een kleinigheid op die mooie zondag. Vertrekken van een plaats waar ik was begonnen met wortel schieten was niet makkelijk. Ik begon te beseffen dat dit een patroon in ons leven was. Toch keek ik er naar uit om met de gebeden, knuffels en goede wensen van vrienden uitgezwaaid te worden.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina