100 jaar Plaatselijk Belang



Dovnload 23.83 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte23.83 Kb.



100 jaar Plaatselijk Belang.


12 februari 1912. Oprichtingsbijeenkomst vereniging voor plaatselijk belang Ter Idzard.

Wat was er in de wereld gaande omstreeks die tijd. Behoorlijk veel.

Bijvoorbeeld dat de Brit Robert Falcon Scott in januari met zijn expeditie de Zuidpool bereikte.

De Britten wilden met Scott de eersten zijn maar de Noor Amundsen was hun voor.

Scott en zijn mannen troffen toen ze aankwamen de Noorse vlag aan, die 33 dagen eerder door Amundsen was geplant.

Een bittere pil voor de Engelsen en het liep slecht af met Scott en zijn ploeg.

Ongeveer op de datum dat 49 mannen van Ter Idzard naar café Scheenstra gingen kwamen de zuidpoolreizigers om in de sneeuw.
Wat weten we nog meer van 1912. Nu wat dichter bij huis.
De eerste instelling werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting in onze gemeente werd opgericht. De woningstichting Weststellingwerf kon aan zijn taak beginnen.

In de oosthoek woonden veel mensen nog in plaggenhutten.

In Ter Idzard niet meer. Eerder waren ook daar slechte woonomstandigheden. Ik kom daar nog op terug.
12 februari 1912. De datum is zorgvuldig gekozen. Volle maan en de maan was de enige lichtbron.

In heel Ter Idzard is geen straatlantaarn te bekennen.

Op die donderdagavond begeven zo’n 50 mensen tegen 7 uur ’s avonds zich op weg naar een belangrijke bijeenkomst.

De meesten op klompen. Alleen mannen. Sommigen hebben laarzen nodig om geen natte voeten te krijgen op de slecht onderhouden wegen. Overal zitten kuilen en overhangende takken maken de reis er niet gemakkelijker op.

Lang is er gepraat door de verschillende buurtverenigingen. Zou het niet slim zijn om de koppen bij elkaar te steken en één grote dorpsvereniging op te richten?

Om te proberen samen dingen voor elkaar te krijgen? Om samen een vuist te maken bijvoorbeeld bij het gemeentebestuur?


De eerste bijeenkomst vond plaats bij Sybrand Scheenstra. Herbergier van 1908 tot 1924 op de plek waar André Spin gewoond heeft. Idzardaweg 32.

Als ik terug denk aan de tijd toen dit café een bouwval was verbaas ik me er nog steeds over dat die 50 mensen met gemak een plek konden vinden in de gelagkamer.

Van 1925 tot 1953 was H.Roelinga er herbergier. Daarna werd het een woonhuis.

In 1989 vond herbouw plaats.


Van Sijbrand Scheenstra weten we dat hij een kleine gekke witte baard had. Uit de notulen worden we iets van hem gewaar.

In zijn tijd kostte een borrel 10 cent. Hij tapte voor arme drommels echter ook wel 5 cents borrels. Een klein borreltje dus.

Tijdens de rondvraag op één van de eerste vergaderingen vroeg iemand of Scheenstra voor Plaatselijk Belang geen borrels kon schenken voor 5 cent zoals hij bij andere gelegenheden ook wel deed. Scheenstra aarzelde.

Hij wilde dit probleem eerst met vrouw en kinderen bespreken en trok zich even terug. Al heel gauw verschijnt hij weer en deelt de vergadering mee dat hij daar niet aan begint.


Het tweede wat we van hem weten komt denk ik bij Ybe Duursma vandaan. ( Wat zouden we toch van de regionale geschiedenis weten zonder Duursma)

Sybrand Scheenstra was voorzanger in de kerk van Ter Idzard. Tot 1920, toen er een orgel kwam. Over hem is het volgende versje geschreven: Hier woont Sybrand Scheenstra, hij is tapper, winkelier en voorzanger in de kerk, maar hij heeft geen zin in werk.


Hebt u dat nou ook? Dat mensen die 100 jaar geleden leefden en een rol speelden in de gemeenschap van toen, sterker tot de verbeelding spreken dan de mensen die we nu regelmatig tegenkomen?

Het zou denk ik zomaar eens kunnen dat wanneer het 200 jarig bestaan van Plaatselijk Belang wordt gevierd er prachtige anekdotes de ronde doen van sommigen die hier vanavond aanwezig zijn of die niet zo lang geleden veel werk verzet hebben in het belang van ons dorp.

Wat denk je in dit verband van mooie verhalen over Yvonne en Hilde. Dat zijn nu al bijzondere vrouwen. Laat staan over 100 jaar. Of van de man met die hele gekke achternaam Ordinator. Ko Ordinator. Nee laten we dat niet doen: we noemen vanavond geen namen meer.
Dank zij Plaatselijk Belang weten we iets over onze drie dorpen in de laatste 100 jaar.

Van vóór 1912 weten we maar bitter weinig. Ja dat het kerkje er al was omstreeks het jaar 1400 en dat er hier daarvóór ook mensen leefden. Meer dan 500 jaar is het helemaal stil.

Tot 1912 dus.
Ik zou nog even terugkomen op de slechte woonomstandigheden.

Rond 1912 was er hier in de omgeving sprake van een stabiele bevolking. Dat is heel anders geweest. In de tijd van de verveningen onder Ter Idzard, Olde- en Nijeholtwolde was het een komen en gaan van veenarbeiders en veenbazen en had de bevolking een heel ander karakter.

Reken maar dat er toen armoede heerste in deze streek en dat er veel mensen onder uiterst slechte omstandigheden leefden. Eind 1800 loopt de vervening ten einde en wordt het rustiger in onze omgeving.

Wel komt er meer beweging in de maatschappij. De stoommachine deed zijn intrede, de fiets werd gemeengoed en de auto kwam er aan.

Tegen deze achtergrond is het niet zo verwonderlijk dat er een vereniging van Plaatselijk Belang wordt opgericht. De meeste wegen moesten worden onderhouden door de aanwonenden. Waarschijnlijk zorgden buurtverenigingen voor de begaanbaarheid. De ene buurtvereniging deed het beter dan de andere. Fietsers hadden dus met betere en minder goede trajecten te maken. Ruzies waren niet uit te sluiten. De gemeente deed nog niet veel.

Over een weg met karrensporen kon je niet fietsen dus moesten er na de aanleg van een nieuw pad, paaltjes geplaatst worden. Om bij avond te kunnen rijden moesten die paaltjes witgeverfd worden.

Veel overleg en misschien ook wel onenigheid tussen de verschillende buurtverenigingen. Rond 1912 kregen vooraanstaande boeren en burgers door dat een vereniging voor Plaatselijk Belang noodzaakzakelijk werd. Samen met het hele dorp maakte je veel meer klaar dan met heel veel kleine buurtschappen. Eensgezindheid. De naam is niet zonder reden gekozen.
Er was plaatselijk al een voorbeeld hoe een gemeenschappelijke aanpak van problemen tot succes had geleid. De oprichting van de Veenpolder.

Wat zal de bouw van een stoomgemaal in Ter Idzard toegejuicht zijn. Bijna iedereen in Ter Idzard maar ook in Olde- en Nijeholtwolde was betrokken bij de landbouw en veeteelt..

We weten misschien niet zo heel erg veel over het leven van alle dag uit die tijd maar bekend is wel dat de bemaling met drie windmolens voordat het stoomgemaal er was, heel veel te wensen overliet.

Honderden hectares waren verveend en het droogmalen ging belabberd. Met de oprichting van het waterschap De Veenpolder onder Ter Idzard en Oldeholtwolde in 1855 probeerde de provinciale overheid daar verandering in te brengen. 50 jaar lang heeft men aangemodderd. De ene na de andere oogst mislukte. In 1901 kwam het stoomgemaal en toen pas werd het beter. Stabiliteit in de inkomsten, stabiliteit in de gemeenschap.


Wat me bij het lezen van de notulen van Pl. Belang steeds weer opvalt is de vrijwillige onderlinge samenwerking van de bewoners.

Als er zand gereden moest worden voor het onderhoud van de wegen dan kwamen de boeren met hun paard en wagen en anderen hielpen met laden en lossen.

Nog een staaltje van eensgezindheid. Decennia, wel 50 tot 60 jaar lang hebben nagenoeg alle grondbezitters hun landerijen voor de vereniging beschikbaar gesteld als jachtterrein.

Pl. Belang verhuurde ieder jaar, vanaf 1920, meer dan 500 ha aan de hoogste inschrijver.

Met de opbrengst van de verpachting, f. 251.= in het seizoen 1921 – 1922 financierde de vereniging het onderhoud van wegen enz. en kon de contributie laag worden gehouden.

Een belangrijke bron van inkomsten dus. Dat blijkt ook uit een beroep op de leden dat de voorzitter doet in 1953 om toch vooral hun grond beschikbaar te stellen voor het jachtrecht van Plaatselijk Belang. Want als Eensgezindheid geen huur voor het jachtrecht kan innen, kan de vereniging niets meer doen voor het dorp zoals fietspaden aanleggen, lichtpunten maken, telefoon aansluiten enz. Aldus de voorzitter. Voor het welzijn van het dorp. (zo staat het in de notulen)

Eensgezindheid, hart voor de zaak, blijkt ook uit andere kleinere voorbeelden.

Zo verfde Heida, de huisschilder van Ter Idzard in de jaren vijftig in zijn eigen tijd, om niet, de verkeersborden in het dorp bij.

Of neem dit geval. In de jaren 20 en 30 is aan de gemeente herhaaldelijk gevraagd om een lichtpunt bij de school in Oldeholtwolde. Nooit werden de verzoeken ingewilligd.

Toen in 1941 een elektriciteitskabel werd aangelegd vanaf de Heerenveenseweg naar het gemaal, zag hoofdonderwijzer De Wit, die heel veel betekend heeft voor Plaatselijk Belang, zijn kans schoon. Het leek hem gemakkelijk om van die kabel stroom af te tappen voor een lichtpunt.

Enige tijd na de aanvraag kreeg De Wit bezoek van een ingenieur met het bericht dat dat niet mogelijk was en hem werd aangeraden een carbidlamp te plaatsen. Een lamp die elke avond moest worden aangestoken en elke morgen gedoofd. Op een paal. 1941… en meester De Wit weigerde niet.

Hoofdonderwijzers speelden een grote rol bij Eensgezindheid. De Wit en Hans van den Berg in het bijzonder. De Wit in een ver verleden en het werk dat Hans van den Berg verzette herinneren we ons allemaal. Beiden geheel belangeloos


Ook vierde men één keer per jaar feest. Iets minder uitbundig dan tegenwoordig, dat wel.

Eén avond. Ieder lid mocht komen. Met de vrouw. Zo staat het in de notulen.

Op 6 februari 1919 kwam er een verzoek binnen bij het bestuur om van één gezin meer dan twee leden op de feestavond toe te laten. Na een stemming tijdens de vergadering werd besloten dit niet toe te staan behalve wanneer buiten het lid met de vrouw er nog een derde was die een stukje wenste te doen.

Elk jaar was er een discussie in de najaarsvergadering. Hoe moest de avond worden ingevuld. Met eigen mensen of met iemand van buitenaf. Vaak koos men voor eigen krachten.

Soms voor een film. Bioscoop noemde men dat. Soms kwam er een declamator. Zelfs wel uit Groningen. Hoe kwam die hier. Dat staat niet in de notulen.

Ybe Duursma heeft dat, met het kasboek erbij, eens uitgezocht.

In 1916 trad een zekere J. Diepen op als declamator voor f. 21.=. Hij werd met een rijtuig gehaald, waarschijnlijk van het station, voor f. 2.= , en logeerde in café Scheenstra waar het feest werd gehouden. Kosten voor het verblijf: f 1,50. Kosten voor één maaltijd: f. 0,75.= Diepen werd voor f. 1.= per rijtuig teruggebracht.

Meestal werd de feestavond verzorgd door eigen krachten en werden er stukjes gedaan. Soms trad de zangvereniging op.

In 1922 zo melden de notulen, was er genoeg geld in kas om een komiekeling of een declamator te laten komen. Dan konden ook die leden welke gewoonlijk zo’n avond vulden met eigen krachten ook eens genieten.
Het is algemeen bekend dat er al in 1916 een aankoopcommissie bestaande uit 7 personen in het leven is geroepen om voor alle leden van Plaatselijk Belang gezamenlijk brandstof in te kopen. Al heel gauw verzorgde deze commissie ook de inkoop van aardappelen en later ook van uien, koolrapen en wortelen.

De turf werd per schip aangevoerd bij het stoomgemaal en een ieder kon op afroep zijn bestelling ophalen. Doorgaans gebeurde dat met paard en wagen en reken maar dat het een drukte was daar. Per jaar ging het bijvoorbeeld om ongeveer 400.000 turven.

Die commissies hebben wat werk verzet. Eerst moesten de bestellingen worden opgenomen, dan moest het vervoer geregeld en tenslotte haalde men het geld op bij de afnemers.

Het ledental van de vereniging nam vanaf dat moment zienderogen toe. Over de toelating van elk nieuw lid werd door de vergadering gestemd. Men wilde zekerheid dat een nieuw lid die brandstof en dergelijke bestelde in staat was om was te betalen.

In 1925 ging er iets mis. De rekening klopte niet.

Roelof Smid en Roelof de Boer moesten de kas controleren en de notulist schrijft dat de rekening zo onduidelijk was dat geen Roelof er iets uit wijs kon worden.

Wat er precies gebeurd is is niet te achterhalen maar het schijnt al misgegaan te zijn op de dag dat twee commissieleden turf gingen kopen in Klazienaveen. Iemand uit het dorp wilde dat tripje graag meemaken. Met z’n drieën hebben ze er toen een mooie dag van gemaakt maar de nota raakte zoek. Zoiets. Veel geharrewar en scheve gezichten. Het bestuur trad zelfs af maar dat vond de vergadering te gortig en men stemde hetzelfde bestuur terug.
Vanavond gedenken wij het 100 jarig bestaan.

Over een feest op het 50 jarig bestaan kon ik niets vinden.

Bij het 75 jarig bestaan heeft Koosje Hornstra de geschiedenis van de vereniging heel mooi beschreven. Ybe Duursma maakte een interessant overzicht bij het 70 jarig bestaan.

Het 40 jarig bestaan in 1952 werd herdacht tijdens een gewone vergadering van Plaatselijk Belang. Bestuurslid Johannes Woudberg gaf daar een korte uiteenzetting over de activiteiten in de eerste 40 jaar. Hij schonk bijzondere aandacht aan de verharding van de Scheeneweg en merkte op dat vooral bestuurslid J.Nijenhuis veel werk aan die klus heeft gehad. Die was met een lijst rond geweest langs alle belanghebbenden. Dat bracht nogal wat op zodat, met medewerking van de boeren die gratis zand en stenen kwamen mennen en de arbeiders die gratis kwamen werken, het zonder centen van Plaatselijk Belang voor elkaar is gekomen. (zo staat het in de notulen).

Woudberg wekte dan ook de jongeren op om in de voetsporen van de ouderen door te gaan zodat deze vereniging nog vele jaren in bloei en gezondheid door mag gaan met het verbeteren van onze dorpen.

In diezelfde gewone vergadering in 1952 gaf de penningmeester Oosterloo nog een paar cijfers uit de beginjaren.

Het totaal van de uitgaven in 1913-1914 bedroeg f. 9.= waaronder de volgende posten.

Advertentie Stellingwerf f. 1,04, een half kistje sigaren f. 0,98 en 5 uurlonen á 14 cent per uur aan een zekere Gouma.

In 1915 bedroeg het batig saldo f. 2,93 en een halve cent.

Woudberg stelde voor om bij dit 40 jarig jubileum alle aanwezige leden een gratis consumptie te verstrekken. Dit viel in goede aarde zodat het bestuur er nog een sigaar bij deed. (zo staat het in de notulen.)


De activiteiten van het bestuur van Plaatselijk Belang in de eerste decennia van zijn bestaan waren eenvoudig van aard zoals het onderhoud van zandwegen, de verzoeken om straatverlichting, het plaatsen van een brievenbus enz.

Bij het ingewikkelder worden van de maatschappij namen ook de verantwoordelijkheden voor de vereniging toe en moesten er initiatieven genomen worden over een dorpshuis, over woningbouw, sportactiviteiten, verkeersvoorzieningen, leefbaarheid kleine dorpen kortom over heel veel zaken die ons vers in het geheugen liggen.

Steeds ging en gaat het om vrijwilligerswerk. Het was en is een komen en gaan van heel veel

mensen die onze drie dorpen het beste gaven wat ze hadden.

Ik heb al gezegd dat de geslachten voor ons meestal meer tot de verbeelding spreken dan de mensen die nu de kar trekken.

Over 50 jaar wanneer er opnieuw reden is voor een feest van Plaatselijk Belang behoren wij misschien, zoals we hier zitten tot de categorie die tot de verbeelding spreekt. Laten we hopen dat er dan ook nog boeren- en burgerfamilies zijn met de naam Bos, Duursma, Hoekstra, Hornstra, Nijenhuis, Punter, Scheenstra en vele vele anderen die onze drie dorpen een gezicht geven.



Er is in 100 jaar heel veel veranderd en dat zal ongetwijfeld de komende jaren doorgaan.

Of hoofdonderwijzers als De Wit en Hans van der Berg nog een rol zullen spelen mag worden betwijfeld maar dat wij ons best zullen blijven doen voor dit mooie platteland daar geloof ik in. Laten wij het waarmaken.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina