11. De seizoenen



Dovnload 69.04 Kb.
Datum03.10.2016
Grootte69.04 Kb.

11.

De seizoenen


Leeftijdsgroep

Ongeveer 12-16 jaar


Kerndoel

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 3 voor rekenen:

De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.




Leerstofonderdeel


3.3.9 bepaalde feesten en gebeurtenissen op de kalender

aanwijzen




Doel van de les


Oefenen welke seizoenen er zijn en in welke maanden elk seizoen valt met behulp van de kalender en met twaalf stroken voor de maanden en vier stroken voor de seizoenen.


Benodigdheden



  • per twee leerlingen een kalender

  • twaalf stroken waarop per maand alle dagen van de maand staan geschreven; deze stroken zijn in chronologische volgorde horizontaal opgehangen: achter elkaar

  • vier stroken die de seizoenen aangeven: bijvoorbeeld grijs voor de winter, groen voor de lente, geel voor de zomer en bruin voor de herfst. De stroken hebben een breedte van drie maanden uit het jaar zoals de jaarstrook hierboven beschreven

  • internet (facultatief)

  • werkblad 1: aangeven in welk seizoen de datum valt.

  • werkblad 2: plaatjes en data uitknippen, sorteren en opplakken bij het juiste seizoen op werkblad 3 (of deze werkbladen digitaal gebruiken op digibord of computer).




Korte samenvatting

De leerlingen maken kennis met het begin en einde van de seizoenen.

Ze oefenen in welke maanden een seizoen valt.

Hiervoor worden de meteorologische seizoenen gehanteerd (1 december-winter, 1 maart-lente, 1 juni-zomer en 1 september-herfst).


Organisatie

Klassikaal tijdens de introductie en de kern.

De verwerking gebeurt in tweetallen.




Activiteiten





Introductie:

Vraag aan de leerlingen of ze weten welk seizoen het is. Haal kennis op over kenmerken van de seizoenen. Welk seizoen komt na dit seizoen en hoe heette het vorige seizoen?

Komen de seizoenen in steeds dezelfde volgorde terug, net als de maanden van het jaar?
Kern:

Wie weet in welke maanden het winter is? Zoek het eventueel samen met de groep op internet op. Schrijf die maanden op het bord.

Doe dat ook met de andere seizoenen.

Vertel dat er afgesproken is dat de seizoenen op een bepaalde dag beginnen en eindigen. De leerlingen hoeven deze exacte data niet te leren.

Vertel de leerlingen dat het belangrijk is dat ze de maanden weten.

Hang de stroken van de seizoenen onder de juiste drie stroken van de maanden waarin het seizoen valt. Ga hierbij uit van de meteorologische seizoenen, te weten:



  • winter: december, januari, februari (dec-jan-feb)

  • lente: maart, april, mei (mrt-apr-mei)

  • zomer: juni, juli, augustus (jun-jul-aug)

  • herfst: september, oktober, november (sep-okt-nov)




dec

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

winter

lente

zomer

herfst

NB: op de maandstroken staan alle dagen van de maand, zie benodigdheden.
Verwerking:

Vraag de leerlingen om werkblad 1 te maken. Achter de datum wordt het seizoen aangegeven.

Deze pagina's kunnen ook digitaal op het bord of op de computer worden gebruikt.
Afsluiting:

Doe een spel naar voorbeeld van 'Alle vogels vliegen' maar spreek dan een seizoen af.

Bijvoorbeeld de lente.

Uitleg van dit spel:

Hang een foto of pictogram van de lente op.

Vertel dat je allerlei data gaat noemen. Wanneer ze een datum horen die in de lente valt, bijvoorbeeld 7 maart, dan moeten ze de armen omhoog houden. Als de datum niet in de lente valt dan blijven de armen omlaag.

Steeds wordt gekeken of het juist is.


Aandachtspunten

De seizoenskleuren niet gebruiken als de dagen van de week ook nog gesymboliseerd worden met kleuren. Dit geeft verwarring. Laat de seizoenen dan wit en schrijf de seizoenen met letters.


Differentiatie



Makkelijker

  • in plaats van de datum kunnen alleen de maanden genoemd worden tijdens het afsluitingsspel

  • laat bij het spel 'Alle vogels vliegen' de data goed zichtbaar hangen zodat de leerlingen de data kunnen checken.

  • In plaats van de data op werkblad 1, de maanden en seizoenen bij elkaar laten zoeken

Moeilijker



  • Werk met de astrologische data van de seizoenen: vanaf de 21e dag van de maand maart, juni, september en december




Vervolgactiviteiten

Temperatuurgrafiek en maanden/seizoenen van het jaar

In welk seizoen ben je jarig?


Werkblad 1:in welk seizoen valt deze datum?





datum


winter lente zomer herfst


3 januari


X




20 mei





2 augustus






11 juni





19 september






15 december






10 oktober






30 november






28 juli





17 april





8 maart





9 februari






Werkblad 2: knip uit en plak op werkblad 3.



3 mei
24 oktober
22 april
3 juli

3 maart


Werkblad 3


winter

lente






zomer

herfst









 Rekenboog.zml, De kalender, seizoenen






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina