11 september 2001 een wereldbeeld verschuift



Dovnload 18.44 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte18.44 Kb.
11 september 2001

een wereldbeeld verschuift
Meerdere commentatoren meenden dat de gebeurtenissen na de aanslag in New York de logica hadden van een Hollywood-scenario. Maar een zorgvuldige analyse wijst een andere richting op. In plaats van een enkele verhaallijn met een duidelijk doel op afzienbare termijn, moet het publiek leren omgaan met meerdere verhalen over een nooit eindigende strijd op vele fronten tegelijk tegen een onduidelijke vijand. Daarbij past een nieuw wereldbeeld, waarvoor het internet als metafoor kan dienen.
Dit artikel verscheen in SKRIEN, maandblad voor film en beeldcultuur, jaargang 34, nummer 1 (februari 2002)
hans van driel
Op zondag 16 september 2001 kondigt presentator Gijs Wanders in het late journaal een beeldencompilatie van die afgelopen week als volgt aan: ‘Zes dagen waarin de hele wereld beelden heeft gezien die nog het meest doen denken aan scènes uit een Hollywood-rampenfilm. Met één groot verschil. Deze beelden zijn echt.’
Het journaal was niet de enige die de gebeurtenissen in New York vergeleek met een Hollywood-film. Talloze commentatoren vonden dat de aanslagen leken geregisseerd volgens het klassieke Hollywood-scenario, dat als een nauwkeurig uurwerk in ons collectieve bewustzijn is gegrift. Het Scenario. Niets blijkt echter minder waar.
de beelden

Op 11 september 2001, om 8.48 uur plaatselijke tijd, boort American Airlines vlucht 11 zich in de noordelijke toren van het World Trade Center in New York, om 9.06 uur gevolgd door United Airlines vlucht 175 die de zuidelijke toren als doelwit heeft. Ruim een half uur later, om 9.38 uur, stort American Airlines vlucht 77 zich even buiten de hoofdstad Washington D.C. op het Amerikaanse ministerie van defensie, het Pentagon. Om 10.10 uur verongelukt United Airlines vlucht 93 bij Shanksville, ten zuiden van Pittsburg, Pennsylvania.

Van de laatste twee gebeurtenissen hebben we geen beelden. Er waren geen camera’s die ‘per ongeluk’ opnamen konden maken. Dat was wel het geval bij de eerste aanslag op de noordelijke toren. Hiervan bestaat een toevallige video, bekend geworden als de holy shit-opname, genoemd naar de uitroep van een getuige, mogelijk degene die de camera hanteerde. Een dergelijk ongeluk, wat het aanvankelijk leek, trekt vele camera’s van buurtgenoten, toevallige voorbijgangers en professionals. Reden waarom we van de tweede aanslag, 18 minuten later, beelden te over hebben. Het journaal monteerde deze tweede aanslag in vijf verschillende opnamen, als ‘een filmscène van vijftig miljoen dollar, die prachtige beelden van het vliegtuig dat zich in dat gebouw boorde’, in de woorden van schrijver Norman Mailer die op 27 oktober over de aanslag sprak in het Nieuwe de la Mar-theater in Amsterdam.
de verwarring

De vertelling van september en de daaropvolgende maanden lijkt op dramatische wijze in gang gezet, zoals het een rampenfilm betaamt. Een vredige situatie wordt wreed verstoord. Ook het journaal gelooft in de kracht van het Scenario. De genoemde compilatie begint met een beeld van de onschuldige skyline van Manhattan met de Twin Towers van het WTC-gebouw en vervolgt met de crashes, die als een motorisch moment een reeks van ontwikkelingen in gang zetten.


Maar dan blijkt het nauwkeurige uurwerk haperingen te vertonen. De verschillende gebeurtenissen die elkaar in het Scenario onvermijdelijk en rechtlijnig zouden moeten opvolgen, blijken slechts te bestaan in de fictie van de Hollywood-speelfilm. Nemen we de reactie van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Colin Powell op woensdag 12 september. De enscenering, Powell staand voor de vlaggen van alle NAVO-partners, blijkt een vooruitverwijzing: ‘Het wordt een langetermijnconflict, dat uitgevochten zal worden op vele fronten: door het leger, de inlichtingendiensten en de politie en op het diplomatieke front.’ Powell zet niet in op het Scenario, waar één bepaald traject van handelingen op niet al te lange termijn tot een oplossing leidt. Powell bereidt de Amerikaanse bevolking voor op een complexe toekomst waarbinnen verschillende verhaallijnen naast elkaar bestaan. In plaats van één heldere vertelling voorziet hij vele verschillende fragmenten – en een einde is niet onmiddellijk in zicht.
De dag hiervoor, op de rampdag zelf, zet de Amerikaanse president George W. Bush staand voor één vlag – de Amerikaanse – de toon voor deze van het Scenario afwijkende caleidoscoop: ‘De vrijheid zelf is vanmorgen aangevallen door een vijand zonder gezicht; de vrijheid zal worden verdedigd.’ Een vijand zonder gezicht, een anonymus, voor wie geen naam voorhanden is. De aanduiding ‘terrorist’ moet volstaan. Maar deze voldoet niet aan het Scenario. De referent waarnaar een term als ‘terrorist’ verwijst, is onvoorstelbaar, anoniem, gefragmenteerd en uiteenlopend. De geruststellende vertelling waarin we in elk geval weten wie wie is, verdwijnt uit het zicht.
De adviseurs van de Amerikaanse regering grijpen in en claimen Osama Bin Laden als de Vijand. Een samenleving die zich in al haar complexiteit openbaarde, wordt teruggebracht tot een enkelvoudige vertelling met als titel De jacht op Osama Bin Laden. Diezelfde dag anticipeert president Bush op deze terugkeer naar het geruststellende Scenario. ‘En als hij denkt dat hij de Verenigde Staten en zijn bondgenoten kan ontlopen, vergist hij zich. Daarover bestaat geen twijfel. Deze daad zal niet ongewroken blijven. We zullen de daders vinden. We zullen ze uit hun holen roken. We zullen ze op de vlucht jagen en voor de rechter brengen.’ Hij verwijst expliciet naar de Vijand, Bin Laden, en spreekt nog maar over één strategie, de militaire.
gebrek aan beelden

Maar de werkelijkheid blijkt recalcitrant. Er bestaan geen eenvoudige verklaringen of eenvoudige oplossingen, beseft ook de Amerikaanse regering. Derhalve geen snelle acties zoals het Scenario voorschrijft, maar rustige besprekingen om zo veel mogelijk bondgenoten moreel en materieel te binden aan toekomstige acties. Voortdurende peilingen houden in de gaten of het Amerikaanse volk zijn geduld niet aan het verliezen is. Pas op 7 oktober 2001 is het zover: de bombardementen op Afghanistan beginnen. Dan doet zich een nieuw verschijnsel voor. In schril contrast met de rijke beelddocumentatie van de aanslagen en de daaropvolgende weken, staat de beeldarmoede vanaf 7 oktober. Volledig in strijd met de regels van het Scenario wordt de wereld geconfronteerd met onduidelijke gifgroene beelden. En indien sprekende beelden voorhanden zijn – de videotoespraken van Bin Laden – dan worden ze gefragmenteerd uitgezonden, bang als de Amerikaanse regering zegt te zijn voor mogelijk gecodeerde boodschappen. Het volk mort, want het wil beelden die uitleggen wat er aan de hand is en hoe het zal aflopen.


Van een helder vervolg dat uitmondt in een climax die het einde van de rampenfilm aankondigt, is geen sprake. De reden ligt voor de hand: het Scenario is nauwelijks meer opportuun in de samenleving van de eenentwintigste eeuw. Het land dat de werkelijkheid altijd zo graag heeft willen reduceren tot één logische vertelling die in alle redelijkheid en vanzelfsprekend tot groei en oplossingen leidt – de vooronderstelling is nog net niet grondwettelijk beschreven – moet erkennen dat dit wereldbeeld barsten vertoont en concurrentie krijgt.
gemechaniseerd wereldbeeld

In 1950 publiceert de wetenschapshistoricus E.J. Dijksterhuis zijn boek De mechanisering van het wereldbeeld, dat in 1989 zijn zesde druk beleeft. Hierin geeft hij aan hoezeer vooronderstellingen uit de natuurwetenschappen hebben geleid tot een mechanistische voorstelling van de mens en zijn wereld. De wereld beschouwen we als een nauwkeurig uurwerk, als een doorgrondelijk mechanisme. In dit wereldbeeld komt de werkelijkheid over als redelijk, analyseerbaar en beheersbaar. Hierbij past het idee dat de geschiedenis kan worden opgevat als een vertelling. Zo’n vertelling ontwikkelt zich lineair: de ene gebeurtenis volgt op de andere, waarbij we altijd een logisch verband veronderstellen. Indien gebeurtenis B plaatsvindt, dan is deze verklaarbaar uit een gebeurtenis A. En zo’n vertelling ontwikkelt zich teleologisch, naar een bepaald hoger doel toe. De eerder genoemde Norman Mailer formuleert dit aldus: ‘Amerika is een land dat is gebouwd op een immens optimistisch beeld van de menselijke natuur, namelijk dat goed altijd wint van kwaad als je mensen maar genoeg vrijheid geeft.’


In het mechanistische wereldbeeld is de werkelijkheid transparant en overzichtelijk. We claimen een vijand en een tegenstelling, wat de wereldpolitiek overzichtelijk en hanteerbaar maakt. Over wat mooi en lelijk is, kunnen we zinvol spreken, evenals over goed en kwaad, over waar en onwaar. Dit wereldbeeld lijkt in onze genen te zitten. Wanneer ons iets noodlottigs overkomt, doen we onze uiterste best om dit te analyseren en te verklaren. Of het nu handelt om een geliefde die ons verlaat of een aanslag met ruim drieduizend doden, de zekerheid dat we ooit verklaringen zullen kunnen formuleren, maakt die situatie uiteindelijk beheersbaar. Het mechanistische wereldbeeld is van redelijkheid doordrenkt en is daarom een zingevend en veilig wereldbeeld.
gedigitaliseerd wereldbeeld

Maar de complexiteit van 11 september 2001 en daarna strookt niet meer met dit Scenario. Naast een mechanistische blik op de werkelijkheid kunnen we een concurrerende blik plaatsen, die ik de digitaliserende blik zou willen noemen. Waar in het mechanistische wereldbeeld het mechanisme als metafoor functioneert, kan in een digitaliserend wereldbeeld het internet als zinvolle metafoor dienen. Het internet is gezichtsloos en kent nauwelijks hiërarchie of eigendomsverhoudingen. Het internet is immers van niemand, kent begin noch einde, is een caleidoscoop. In plaats van termen als lineair en teleologisch, spreken we over het internet liever in termen van fragmentarisch en gelijktijdig.


In de geschiedschrijving leidt dit wereldbeeld tot een nieuw bewustzijn. Niet meer de weinige grote verhalen worden verteld, maar de vele kleine. Deze verhalen worden nauwelijks meer oorzakelijk verbonden, maar ze worden geplaatst in een open systeem, waarin zij bloot staan aan esthetische, sociale, economische en technologische krachten. De verschillende gebeurtenissen worden niet teleologisch, maar ontologisch beschreven. Niet als een traject naar het hogere, maar als een complex van historische krachten dat op elk moment zijn betekenis in de eerste plaats aan zichzelf ontleent. Iets of iemand functioneert binnen een bepaalde tijd en ruimte en betekent niet de zoveelste ontwikkelingsfase richting een hoger doel.
fototentoonstelling

Exemplarisch voor deze digitaliserende blik op de werkelijkheid vormt een fototentoonstelling in Soho, Here is New York. Duizenden foto’s die te maken hebben met 11 september hangen aan knijpertjes. Ze kennen geen chronologische of logische samenhang. Ze hangen willekeurig door elkaar heen, de duizenden kleine verhalen, geprint in hetzelfde formaat als om hun gelijkwaardigheid te beklemtonen. De foto’s zijn genomen door buurtgenoten, toevallige voorbijgangers en professionals zonder dat valt uit te maken wie wat heeft gemaakt. Deze tentoonstelling ontsnapt aan de mechanistische blik. In de kunstbijlage van de Volkskrant van 15 november 2001 formuleert Chris Keulemans dit op zijn manier: ‘De meeste foto’s zijn gemaakt op de eerste dag, toen media en collectief bewustzijn nog niet waren begonnen de beelden een volgorde en een betekenis te geven.’


In een digitaliserend wereldbeeld verschijnen vele verschillende vijanden die zich overal zouden kunnen bevinden. Hun aantal, werkwijze en identiteit zijn moeilijk bepaalbaar, evenals hun motieven. In een digitaliserend wereldbeeld is de transparantie doorgeprikt als schijn en springen de verhalen caleidoscopisch van de hak op de tak. Ze kunnen eindeloos voortduren en laten immer vragen open. Het is de uitdaging van morgen om hiermee om te leren gaan.
[info] Hans van Driel is docent Media & Cultuur aan de Universiteit van Tilburg


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina