12 april 2013 Eerste Kamer



Dovnload 257.34 Kb.
Pagina2/10
Datum20.08.2016
Grootte257.34 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10




11/00447
Mr. D.W.F. Verkade
Zitting 5 oktober 2012

Conclusie inzake:

1. de vennootschap naar Noors recht Stokke AS,
2. Stokke Nederland BV,
3. [Eiser 3], en
4. [Eiseres 4],
principaal eisers, incidenteel verweerders
(hierna tezamen: Stokke c.s., en afzonderlijk: 'Stokke AS', 'Stokke Nederland', '[eiser 3]' en '[eiseres 4]'),

tegen:


1. Fikszo BV, en
2. H3 Products BV,
principaal verweersters, incidenteel eiseressen
(hierna tezamen: Fikszo c.s., en afzonderlijk: 'Fikszo' en 'H3 Products').

Inhoudsopgave

1. Inleiding (nrs. 1.1 - 1.6)
2. Feiten (nrs. 2.1 - 2.11)
3. Procesverloop (incl. weergave van overwegingen van het hof)(nrs. 3.1 - 3.10)
4. Auteursrechtelijk kader
4.A. Nationaal auteursrechtelijk kader (nrs. 4.1.1 - 4.24)
4.A.a. De 'werktoets': algemeen
4.A.b. De 'werktoets' toegespitst op objecten in de zin van art. 10 lid 1 onder 11o Aw
4.A.c. Het inbreukcriterium: algemeen
4.A.d. Het inbreukcriterium toegespitst op objecten van art. 10 lid 1 onder 11o Aw
4.A.e. Wisselwerking tussen voldoening aan werktoets en inbreukcriterium
4.A.f. Taakverdeling cassatierechter / feitenrechter
4.A.g. Synthese van het voorafgaande
4.B. Unierecht (nrs. 4.25 - 4.40)
4.B.a. Uitgangspunten bezien vanuit Unie-regelgeving
4.B.b. Enige rechtspraak van het HvJEU
5. Bespreking van de cassatiemiddelen
5.A. Principaal cassatieberoep van Stokke c.s. (nrs. 5.2.1 - 5.17)
5.B. Incidenteel cassatieberoep van Fikszo c.s.(nrs. 5.18 - 5.35.7)
6. Conclusie 69

1. Inleiding

1.1. De Bambino-kinderstoel van Fikszo c.s. vertoont volgens het hof 's-Gravenhage te veel gelijkenissen met de eerdere Tripp Trapp-kinderstoel van Stokke c.s. Maar dat geldt volgens het hof niet voor de Thomas- en Yasmine-kinderstoelen van Fikszo c.s.
Deze - aan de hand van totaalindrukken gegeven - oordelen van het hof worden over en weer met tal van klachten bestreden. Het incidentele middel klaagt nog dat het hof de Amber-stoel van Fikszo c.s. niet in de beoordeling heeft betrokken.

1.2. Ik heb in deze zaak, op zichzelf beschouwd, geen rechtsvragen aangetroffen die in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling beantwoording behoeven (in de zin van art. 81 RO).

1.3. Ik wil evenwel niet met die constatering volstaan. Ik concludeer vandaag tevens in twee andere zaken over (beweerde) inbreuk op het auteursrecht op dezelfde Tripp Trapp-kinderstoel(1). In een van die andere zaken heeft een ander gerechtshof (Amsterdam) anders geoordeeld over de in het ontwerp van deze stoel al dan niet aanwezige auteursrechtelijk beschermde trekken en de daaraan te verbinden beschermingsomvang. Ik acht het hierop betrekking hebbende oordeel (hoewel het dus anders uitpakt) in overeenstemming met het recht (niet getuigend van een onjuiste rechtsopvatting) en ook voldoende begrijpelijk gemotiveerd.

1.4. Als de Hoge Raad het geraden acht in deze drie zaken zijn rechtscriteria over het al dan niet aannemen van auteursrechtinbreuk te detailleren en/of zijn cassatiecontrole op motivering(sgebreken) aan te scherpen, zou dat de rechtseenheid kunnen bevorderen.


Daartegenover staat dat de gevolgen van zodanige detaillering of andere aanscherping voor toekomstige zaken moeilijk te overzien zijn, en dat de cassatie-instantie nu eenmaal niet een 'derde feitelijke instantie' is. Als de Hoge Raad in deze drie zaken géén aanleiding ziet om zijn even bedoelde instrumentarium voor auteursrechtzaken aan te passen, zullen de arresten bijdragen aan duidelijkheid over hetgeen via een cassatieberoep al dan niet mogelijk is.

1.5. Hoewel, als gezegd, de bestreden oordelen van het hof een overwegend feitelijk karakter hebben, het hof juiste rechtscriteria heeft toegepast en aan de te stellen motiveringseisen heeft voldaan, heb ik deze conclusie - evenals de conclusies van heden in de twee andere 'Tripp Trapp'-zaken - toch voorzien van relatief uitvoerige inleidende beschouwingen over het auteursrechtelijk beoordelingskader. Ik heb dat gedaan omdat mede ter discussie staat of de (m.i. 'Hoge Raad-conforme') beoordelingswijze van het hof ook 'Unierecht-conform' zou zijn. Ik meen dat ook dat het geval is, maar dat vergt een 'naast elkaar leggen' van het nationaal auteursrecht en het Unierechtelijk auteursrecht.

1.6. Ik verwijs in deze inleiding nog naar nrs. 5.1.1 - 5.1.2, waarin ik aangeef dat deze zaak met rolnr. 11/00447 en de zaak met (Hoge Raad-)rolnr. 11/04114 (Hauck/Stokke c.s.) op het stuk van het materieel auteursrecht nogal verstrengeld zijn, omdat in de zaak met (HR-)rolnr. 11/04114 het hof 's-Gravenhage overwegingen uit de onderhavige zaak (HR-)11/00447 heeft overgenomen en tot de zijne gemaakt. Maar de daartegen gerichte cassatieklachten in deze twee zaken blijken niet één op één op elkaar aan te sluiten.

2. Feiten(2)

2.1. Stokke AS brengt sinds 1972 de zogenoemde Tripp Trapp kinderstoel op de markt. De verkoop van Stokke producten vindt in Nederland plaats door Stokke Nederland BV. De Tripp Trapp is ontworpen door [eiser 3]. In het vonnis van de rechtbank zijn afbeeldingen opgenomen van twee uitvoeringen van de Tripp Trapp.

2.2. Van deze afbeeldingen is de Tripp Trapp links het model met een lage rugleuning getoond zonder optionele beveiligingsbeugel. De oorspronkelijke Tripp Trapp was uitgevoerd met de lage rugleuning. De reden van de hogere rugleuning is gelegen in veiligheidseisen die een hoogte van de bovenrand van de rugleuning van tenminste 35 cm boven het zitvlak voorschrijven. In Nederland zijn deze veiligheidseisen nog niet verplicht en wordt het model met de lage leuning nog geleverd.

2.3. De Tripp Trapp (zoals aan de rechtbank getoond) bestaat uit twee evenwijdige stijlen van hout waartussen aan de bovenzijde de rugleuning van hout is geklemd en waartussen voorts een zitplankje en een voetenplankje zijn geklemd. De stijlen zijn voorzien van horizontaal verlopende groeven die dienen voor een verstelbare vastklemming van zitplankje en voetenplankje, waardoor de hoogte van die plankjes kan variëren en kan worden aangepast aan de grootte van het kind. De stoel wordt daarom wel omschreven als een meegroeistoel. Door de verstelbaarheid wordt ook voorzien in de mogelijkheid de kinderstoel aan te schuiven aan de gewone eettafel van de volwassenen. De vastklemming wordt gewaarborgd door twee verbindingsstangen gemonteerd met inbusbouten door de stijlen. De twee elementen van de rugleuning worden gefixeerd met door de stijlen gaande inbusbouten. Aan de onderzijde zijn de stijlen voorzien van een horizontaal deel waarmee de stoel op de bodem rust. Tussen deze horizontale delen is, wederom met doorgaande inbusbouten, een houten regel gemonteerd. De getoonde stoelen zijn voor wat betreft de houten delen gemaakt van blank gelakt beukenhout, massief of als (gevormd) multiplex. De metalen delen (stangen en inbusbouten) zijn zwart gelakt.

2.4. Voor de Tripp Trapp is in verschillende landen octrooi aangevraagd. Bij de Engelse aanvraag behoren de figuren zoals weergegeven in het vonnis van de rechtbank onder 2.4.

2.5. De eerste conclusie van de Engelse octrooiaanvraag luidt:

'1. An adjustable chair including side members which at their lower ends are provided with support means and which carry a back rest extending between their upper end portions, a seat plate and a foot-rest plate said side members being provided with substantially horizontally extending guides for the edges of said plates, whereby both the seat plate and the foot-rest plate can be inserted in any one of a plurality of positions so that a plurality of different seat heights and different foot-rest heights are available.'

2.6. In elk geval in Noorwegen is voor de Tripp Trapp een octrooi verleend en heeft Stokke het octrooi voor de maximale duur in stand gehouden.

2.7. In 2004 heeft Gamma een meegroeikinderstoel, aangeduid als 'Bambino' in Nederland op de markt gebracht. Deze stoel is afgebeeld in het vonnis van de rechtbank onder 4.1.

2.8. De Bambino is wat betreft de houten delen gemaakt van blank gelakt beukenhout, massief of als (gevormd) multiplex. De verbindingsstangen zijn zwart gelakt, de inbusbouten zijn van blank metaal (verzinkt). Ook wat betreft de verstelbaarheid komt de Bambino volledig overeen met de Tripp Trapp. Afwijkend is dat de stijlen niet op de grond steunen met een horizontaal deel aan de onderzijde maar met een schoor die opgaat van de grond tot vrijwel het bovenste deel van de stijl. Schoor en stijl zijn met elkaar verbonden door een horizontaal deel op enige afstand van de grond. Aan de achterzijde zijn de stijlen niet verbonden door een houten regel maar door een metalen stang.

2.9. Over de Bambino is in kort geding geprocedeerd. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 24 september 2004 bevolen de verkoop van de Bambino te staken. Hiertoe is overwogen dat de Bambino inbreuk maakt op het auteursrecht op de Tripp Trapp.

2.10. De Bambino's die Gamma in 2004 op de markt bracht, zijn aan Gamma geleverd door Fikszo. Zij zijn geïmporteerd door H3 Products.

2.11. Fikszo overweegt meegroeistoelen op de Nederlandse markt te brengen onder de aanduidingen Amber, Tamara, Thomas en Yasmine. Afbeeldingen van deze stoelen zijn opgenomen in het vonnis van de rechtbank onder 2.11.

3. Procesverloop

3.1. Stokke AS, Stokke Nederland en [eiser 3] hebben bij exploot van 30 september 2004 Fikszo c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage. Zij vorderen, samengevat, een verklaring voor recht dat met de Bambino inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten op de Tripp Trapp alsmede een bevel aan Fikszo c.s. om deze inbreuk te staken, welk bevel na vermindering van eis alleen dient te gelden voor Nederland, met nevenvoorzieningen, alsmede schadevergoeding.

3.2. Fikszo c.s. hebben verweer gevoerd en tevens een vordering in reconventie ingesteld. Zij vorderen, samengevat, een verklaring voor recht dat de stoelen Amber, Tamara, Thomas en Yasmine (zoals afgebeeld in het vonnis van de rechtbank onder 2.11) geen inbreuk maken op de auteursrechten op de Tripp Trapp, en voorts - in voorwaardelijke reconventie, onder de voorwaarde dat in conventie wordt geoordeeld dat geen inbreuk wordt gemaakt op auteursrecht - betaling van schadevergoeding aan Fikszo ad € 344.401,87 en aan H3 Products ad € 194.536,72, subsidiair nader bij staat op te maken schadevergoeding. Ook vorderen zij een rectificatie. Aan de vorderingen in voorwaardelijke reconventie is ten grondslag gelegd de schade geleden door het geëxecuteerde kort-geding-vonnis.
Stokke AS, Stokke Nederland en [eiser 3] hebben in reconventie verweer gevoerd.

3.3. De rechtbank heeft bij vonnis van 7 februari 2007(3) de vordering in conventie afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank Stokke AS, Stokke Nederland en [eiser 3] veroordeeld tot nader bij staat op te maken schadevergoeding aan Fikszo c.s. en voor recht verklaard dat de stoelen Amber, Thomas en Yasmine geen inbreuk maken op de auteursrechten op de Tripp Trapp.

3.4. Stokke AS, Stokke Nederland en [eiser 3] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiseres 4] heeft een incidentele memorie tot voeging ingesteld. Fikszo c.s. hebben in het incident tot voeging geconcludeerd tot referte.
Bij arrest van 1 november 2007 heeft het hof [eiseres 4] in het geding in hoger beroep toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van Stokke AS, Stokke Nederland en [eiser 3].
Fikszo c.s. hebben in de hoofdzaak verweer gevoerd.

3.5. In de hoofdzaak heeft het hof bij tussenarrest van 30 juni 2009(4) overwogen:

'4. Het hof stelt voorop dat van een verveelvoudiging in de zin van art. 13 Aw. sprake is indien een voldoende mate van overeenstemming bestaat tussen het auteursrechtelijk beschermde werk en het beweerdelijk inbreukmakende werk; daartoe moet worden beoordeeld of het beweerdelijk inbreukmakende werk de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont, zodanig dat de totaalindrukken overeenkomen. Een (door de maker van het beweerdelijk inbreukmakende werk te ontzenuwen) vermoeden van ontlening moet worden aangenomen indien het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont, dat de totaalindrukken die beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat het eerstbedoelde werk als een zelfstandig (bedoeld is: nieuw en oorspronkelijk) werk kan worden aangemerkt (HR 29 december 1995, NJ 1996, 546 en HR 29 november 2002, NJ 2003, 17). Ook wanneer de vorm van het product het resultaat is van een binnen zekere (technische) uitgangspunten beperkte keuze, kan sprake zijn van een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt (HR 27 januari 1995, NJ 1997, 273). Anderzijds geldt dat het werkbegrip van de Auteurswet zijn begrenzing vindt waar het eigen, oorspronkelijk karakter enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect (HR 16 juni 2006, NJ 2006, 585).

[...]


6. [...] Naar aangenomen moet worden dateert het ontwerp van de Tripp Trapp uit 1972. Na het aanbrengen van wijzigingen door of namens [eiser 3] is een nieuwe vorm ontstaan, waarin de 'oude', auteursrechtelijk beschermde, vorm is geïncorporeerd. Nu de beschermingsduur van het auteursrecht op het werk uit 1972 nog niet is verstreken en gesteld noch gebleken is dat dit auteursrecht op andere wijze is tenietgegaan dan wel niet meer bij [eiseres 4] berust, is er geen grond om in dit geding niet de huidige vorm van de Tripp Trapp - dus: de 'oude' stoel met de daarop aangebrachte wijzigingen - als uitgangspunt voor de auteursrechtelijke beschermingsomvang te nemen. [Eiser 3] heeft die huidige vorm, met inbegrip van de 'oude' vorm, ontworpen; hij, althans [eiseres 4], heeft het auteursrecht op de 'oude' vorm en, voorzover de wijzigingen aan de werktoets voldoen, ook daarop. Overigens zou, wanneer de vorm uit 1972 bepalend zou zijn, dit niet tot een andere uitkomst van het geschil leiden omdat, zoals zal blijken uit hetgeen hierna wordt overwogen, de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp al aanwezig waren in de versie uit 1972. Het hier bedoelde verweer van Fikszo c.s. mist daarom relevantie.

7. Het hof zal thans onderzoeken welke de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp zijn, waaraan voorafgaand het de kinderstoel zal beschrijven. Aan het hof zijn twee exemplaren van de Tripp Trapp - één met een lage en één met een hoge rugleuning - ter beschikking gesteld.

[...]

9. Het hof beschouwt (overeenkomstig hetgeen Stokke c.s. stellen bij conclusie van repliek onder 20, voorlaatste zin) in het bijzonder als oorspronkelijk aan de Tripp Trapp de schuine staanders waarin alle elementen van de kinderstoel - de rugleuning, de zitting en de voetenplank - zijn verwerkt. De rugleuning, de zitting en de voetenplank, die aan weerszijden aan de staanders vast (rugleuning), dan wel verstelbaar (zitting en voetenplank), zijn verbonden, worden aldus 'gedragen' door de twee schuine staanders. Het effect daarvan is dat het zijaanzicht wordt bepaald door de achterover hellende staanders met de aan weerszijden van de staanders in horizontale richting uitstekende vlakken van de zitting en de voetenplank; de rugleuning is van opzij gezien nauwelijks zichtbaar. Hierdoor krijgt de Tripp Trapp een strak, 'geometrisch' uiterlijk. Van de voorkant gezien valt eveneens het strakke lijnenspel, gevormd door de (louter) verticale en horizontale elementen, op.



10. Daarnaast, en daarvan te onderscheiden, acht het hof karakteristiek voor de Tripp Trapp de L-vorm, die ontstaat door de combinatie van de schuine staanders met de horizontale liggers. Hierdoor ontstaat het 'zwevende' effect. Fikszo c.s. bestrijden niet dat de L-vorm, door hen ook wel aangeduid als open Z-vorm, een 'enigszins auteursrechtelijk beschermd element' is. Wel wijzen zij erop dat een diagonaal frame reeds gebruikt is in 1932 in de Zig-zagstoel van Gerrit Rietveld (conclusie van dupliek in conventie onder 22 en verder). In hoger beroep leggen zij afbeeldingen over van andere toepassingen van de L-vorm in stoelen (memorie van antwoord onder 37). Dit leidt er opnieuw toe dat het ontwerp van [eiser 3] niet baanbrekend was in esthetisch[e] zin, aldus Fikszo c.s. Het hof overweegt dat de Zig-zagstoel (die overigens ook als kinderstoel bestaat) is voorzien van een onderstel, bestaande uit een (nagenoeg) vierkante horizontale houten grondplaat waaraan een in een hoek van ongeveer 45o naar voren hellende rechthoekige houten plaat is verbonden. Daarop rust een (nagenoeg) vierkante, horizontaal geplaatste houten zitting. De rugleuning bestaat uit een (nagenoeg) vierkante houten plaat die een hoek van (nagenoeg) 90o maakt met de zitting. De Zig-zagstoel [ziet] er als volgt uit (bron: website Vitra designmuseum):
[afbeelding van de Zig-zagstoel, A-G].

De zitting van de Zig-zagstoel rust dus niet op twee afzonderlijke staanders en liggers van een bepaalde breedte en dikte, maar op twee houten platen. De overeenkomst met de Tripp Trapp is slechts dat die platen van opzij bezien een L-vorm hebben, zij het in spiegelbeeld ten opzichte van de Tripp Trapp, terwijl de platen een aanmerkelijk kleinere hoek met elkaar maken dan de liggers met de staanders van de Tripp Trapp. De constructie is dan ook een geheel andere. Hieruit volgt dat de Zig-zagstoel geen, althans niet noemenswaardig, afbreuk doet aan de oorspronkelijkheid van de L-vorm die de staanders en liggers van de Tripp Trapp tezamen hebben.



11. Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat de schuine stand van de staanders niet louter technisch is bepaald, waarmee bedoeld wordt dat die schuine stand inherent is aan de toepassing van het sleuvensysteem bij een in hoogte verstelbare kinderstoel. Het hof stelt voorop dat ook voortbrengselen die een technisch effect dienen, voorwerp van auteursrechtelijke bescherming kunnen zijn, mits zij oorspronkelijk zijn. Van bescherming is slechts uitgesloten datgene wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect. Stokke c.s. stellen gemotiveerd dat het sleuvensysteem ook kan worden toegepast bij een meegroeikinderstoel met verticale staanders. Zij hebben ter onderbouwing van hun stelling bij memorie van grieven een rapport van januari 2008 van prof. A.H. Marinissen overgelegd. In dit rapport wijst prof. Marinissen erop dat een verticale stand van de dragers 'logisch' zou zijn. Hij geeft voorbeelden van mogelijke toepassingen van het systeem waarbij verticale staanders ('dragers') zijn voorzien van horizontale sleuven ('geleidingen') waarin elementen geschoven kunnen worden (afbeeldingen 20 tot en met 24 bij zijn rapport). Dat zijn betoog niet slechts theoretisch is, blijkt uit de door Fikszo c.s. bij pleidooi als productie 13 overgelegde afbeelding van de 'Bopita'-kinderstoel. Deze verstelbare kinderstoel voorziet in twee verticale, althans een aanmerkelijk grotere hoek dan 70o met de liggers makende staanders waarin sleuven zijn aangebracht, waarin de zitting op verschillende hoogtes kan worden tussengeschoven. De rugleuning is dieper naar achteren gebogen en duidelijk zichtbaar in het silhouet: de (in hoogte verstelbare) voetenplank is aangebracht op een vaste verbinding tussen de staanders en steekt alleen naar voren - dus niet naar achteren - uit. Fikszo c.s. stellen dat Stokke de Bopita-kinderstoel niet 'aanpakt' omdat deze zich in hetzelfde prijssegment bevindt als de Tripp Trapp. Zij ziet evenwel over het hoofd dat de Bopita-kinderstoel geen auteursrechtinbreuk maakt op de Tripp Trapp, immers voorziet in een systeem van staanders met sleuven die (nagenoeg) loodrecht op de liggers staan. Doordat de staanders niet schuin, maar (nagenoeg) loodrecht staan en de (cursieve) L-vorm ontbreekt, maakt deze kinderstoel ook een geheel andere totaalindruk. Op de tevens door Fikszo c.s. overgelegde advertentie komt ook een andere, in hoogte verstelbare kinderstoel voor ('Childwood'). Deze stoel, uit een veel lager prijssegment, laat eveneens een andere, niet inbreukmakende toepassing van het systeem van de Tripp Trapp zien.
Naar het oordeel van het hof waren dus andere uitvoeringsvormen met toepassing van dezelfde techniek mogelijk. De maker van de Tripp Trapp heeft gekozen voor een uitvoeringsvorm waarbij alle elementen van de kinderstoel in de staanders zijn verwerkt en wel zodanig dat deze elementen, van opzij bezien, zoveel mogelijk 'wegvallen' tegen de staanders. Aan dit oordeel doet niet af dat de hoek tussen de staanders en de liggers van de Tripp Trapp mede wordt bepaald door de anatomie van de mens (het kind) en voorts door praktische en technische voorwaarden, zoals de lengte van de liggers en de staanders en de stabiliteit van de stoel.

[...]


13. Naar het oordeel van het hof heeft de Tripp Trapp dus twee afzonderlijke auteursrechtelijk beschermde trekken: de schuine staanders waarin alle elementen van de stoel zijn verwerkt en de L-vorm van de staanders en de liggers. Het door Fikszo c.s. ingenomen standpunt dat de auteursrechtelijke beschermingsomvang uitsluitend wordt bepaald door de L-vorm, wordt dus als te beperkt verworpen.

[...]


15. Het hof is in het licht van het voorgaande van oordeel dat de Bambino in ieder geval één van de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont: de schuine staanders waarin rugleuning, zitting en voetenplank zijn verwerkt, zodanig dat van opzij gezien deze elementen wegvallen tegen de achterwaarts hellende staanders. De L-vorm van de staanders en de liggers van de Tripp Trapp, is in de Bambino als zodanig niet aanwezig. Van opzij gezien vormen de staander tezamen met de dwarsbalk de contouren van een A. Het 'zwevende' effect ontbreekt dan ook bij de Bambino. Dit neemt niet weg dat in het zijaanzicht van de Bambino, als onderdeel van de A-vorm, tevens de L-vorm ligt besloten, hetgeen wordt benadrukt door de keuze de dwarsbalk vrij laag (op ongeveer 9 cm afstand van de vloer) te plaatsen. De vraag rijst welke gevolgen dit heeft voor de totaalindrukken van beide kinderstoelen. In dit verband acht het hof het volgende van belang.

16. Het door de Hoge Raad aanvaarde 'totaalindrukken'-criterium geldt, naar wordt aangenomen, alleen voor voorwerpen van toegepaste kunst. Bij werken van literatuur en (zuivere) kunst levert overname van één auteursrechtelijk beschermd element reeds inbreuk op, ook als de totaalindrukken geheel verschillend zijn. Het 'totaalindrukken'-criterium dient om vast te stellen in hoeverre de auteursrechtelijk beschermde trekken van het werk van toegepaste kunst in het beweerdelijk inbreukmakende voorwerp zijn overgenomen en tevens of sprake is van ontlening. Bedacht moet daarbij worden dat de overeenkomst van totaalindrukken iets anders is dan verwarringsgevaar; bij auteursrechtinbreuk is verwarringsgevaar immers geen vereiste. Verder geldt ook bij toegepaste kunst dat de beantwoording van de vraag of sprake is van auteursrechtinbreuk in hoge mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder de aard van het werk. Het gaat in dit geval om een ontwerp dat bekroond is met verschillende prijzen en is opgenomen in de collectie van het Vitra Design Museum. Naar het oordeel van het hof, en anders dan de rechtbank, is dan ook sprake van revolutionair ontwerp met een hoge mate van oorspronkelijkheid en een nieuwe visie op het tot dan toe bestaande concept van een kinderstoel. Daarbij past een ruime beschermingsomvang. In een geval als het onderhavige, waarin in een werk twee auteursrechtelijk beschermde trekken kunnen worden onderscheiden, terwijl voorts moet worden uitgegaan van een ruime beschermingsomvang, kan niet worden aanvaard dat het overnemen van slechts één van die trekken zou meebrengen dat van auteursrechtinbreuk geen sprake kan zijn.

17. Het voorgaande in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat Bambino met zijn schuine staanders, waarin de rugleuning, zitting en voetenplank zijn verwerkt, in combinatie met de A-vorm van het onderstel, waarin de L-vorm van de staanders en liggers van de Tripp Trapp ligt besloten, van opzij gezien in voldoende mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont, terwijl het vooraanzicht van beide stoelen alleen hierin verschilt dat bij de Bambino de dwarsbalk tussen de liggers ontbreekt. Een en ander leidt ertoe dat, ook al verschillen de totaalindrukken doordat de L-vorm van staander en ligger in de Bambino niet aanwezig is, de totaalindrukken die de Tripp Trapp en de Bambino maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de Bambino als een nieuw en oorspronkelijk werk kan worden aangemerkt. Hieruit volgt tevens dat een vermoeden van ontlening moet worden aangenomen. Fikszo c.s. hebben niets gesteld ter ontzenuwing van dit vermoeden. Het hof is dan ook van oordeel dat de Bambino inbreuk maakt op het auteursrecht op de Tripp Trapp. De grieven I tot en met VI zijn in zoverre gegrond.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina