14. Dienstvaardig tot Zijn eer 2 Kor. 6: 1-10



Dovnload 55.57 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte55.57 Kb.





14. Dienstvaardig tot Zijn eer

2 Kor.6:1-10
De verzen 1-10 van 2 Korinthe 6 lijken na de geweldige uitspraken over de bediening der verzoening in 2 Korinthe 5 een enigszins eentonige herhaling van wat we al wel eerder van Paulus hoorden over zijn dienst als apostel in aanvechting.

Toch is niets minder waar dan dat. In 2 Korinthe 6 gaan we naar grote hoogten. We mogen hier de apostel Paulus volgen in de beschrijving van zijn buitengewoon heerlijke status als dienstknecht van Jezus Christus: één die alle aandacht opeist voor zijn Meester, één die het schoonste lied van een Koning mag laten horen.


Ik zal door 's vijands zwaard niet sterven,

Maar leven en des Heeren daân,

Waardoor wij zoveel heil verwerven,

Elk, tot Zijn eer, doen gadeslaan. (Ps.118: 8b).


Het gaat in 2 Korinthe 6, zoals zo vaak in de tweede Korinthebrief, om het apostolisch ambt der verzoening waarin Paulus mag bezig zijn. Hij maakt er ruim baan voor. 'Laat u met God verzoenen' (2 Kor.5:20). 1
Neemt Zijn genâ ootmoedig aan

1 Kor.3:9; 15:10


Ten vervolge op dat appèl op ieders geweten, schrijft de apostel: En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben (vs.1). Paulus zet er - om zo te zeggen - samen met God de schouders onder. 1. Hij is toch immers Gods gezant! Hij roept hier in dodelijke ernst op 2. om de genade der verzoening die in de prediking is aangereikt, in dadelijk en vruchtbaar bezit te hebben. 3. Uit de vruchten moet blijken, of het alles waarheid van binnen is geworden. Wat heeft het Evangelie bij u en bij mij uitgewerkt?

2 Kor.5:15


Een mens mag immers de blijde Evangelietijding niet en nooit slechts voor kennisgeving aannemen. Dat zou dwazer zijn dan wanneer iemand een miljoen aangeboden krijgt en er niet eens 'dank u wel' voor zegt. Het Woord van God wil ons in het hart raken. Het wil ons innerlijk in beslag nemen en uiterlijk tot God gewijde mensen maken, tot mensen die het heft uit handen geven, tot mensen die niet langer georiënteerd zijn aan hun kwalijke ik-zucht. Kijk het nog eens na, of dat de uitwerking van de prediking was in uw leven.

Joh.10:28; Fil.1:6


Iemand vraagt wellicht, hoe Paulus dit kan schrijven. Gaat hij soms uit van de gedachte, dat men in Korinthe wel door het Evangelie gegrepen is, maar er toch later nog weer op terug is gekomen? Kan dat? Kan iemand het Woord van God zaligmakend hebben gehoord en het bij nader inzien toch weer verwerpen? Kan het ooit verkeerd aflopen met begenadigden? Zal God het goede werk dat Hij in ons begonnen is, niet Zelf voleindigen tot op de dag van Jezus Christus? Is het ook niet juist de geweldige troost van de uitverkiezing, dat er geen afval der heiligen is? God staat voor Zijn eigen werk in. Zo is het.

1 Kor.10:1vv; Gal.3:3v; 2 Kor.13:5


Maar 2 Korinthe 6:1 zet daarachter ook helemaal geen vraagteken. De apostel bedoelt hier niet te wijzen op een mogelijke afval van het geloof. Maar wel is hij er zich goed van bewust, dat er altijd kaf onder het koren is geweest. En dat de satan rondgaat als een briesende leeuw om de gelovigen op dwaalsporen te brengen. Daarom heeft Paulus altijd zijn hart vastgehouden over de voortgang van het goede werk van God in de eenmaal gestichte gemeenten. Er is de vreselijke mogelijkheid, dat de genade vruchtloos en zonder uitwerking blijft; met daarachter het gericht van God. Aldus een verklaarder van dit tekstgedeelte (H.D. Wendland,a.w., S.208).
En dat verstaan wij. Dat is ook de grote zorg van al Gods rechtgeaarde dienaren. Daar hebben ze soms slapeloze nachten van. Hoe loopt het af met hen die wij tot de goede keus zagen komen?

Het geloof hebben we nooit op zak. Het moet altijd weer onderhouden worden. Daarom is het ook het gebed van ieder kind van God: 'Heere, geef alstublieft dat ik niet tevergeefs geloofd heb. Voleindig Gij Zelf het goede werk, dat U in mij begon'.



2 Kor.5:10


Waar het de apostel dus om gaat, is de Korinthiërs en ons op te roepen om wat wij door het Woord en door de Geest in geloof ontvangen hebben, vruchtbaar te bezitten; niet doelloos, niet als dood kapitaal, maar in een werkzaam geloof en dadelijk, gepaard aan een leven van heiligmaking. Dan kunnen we er ook mee onder de ogen van Christus komen. Hoe immers - om een enkel voorbeeld te noemen - kan een christen zeggen met God verzoend te zijn, terwijl hij tegelijk overhoop ligt met zijn naaste verwanten of buren en doet alsof zij lucht zijn?

Het Evangelie daagt ons constant uit om in de houding te springen, om beslissingen te nemen die naar de wil van God zijn en die het heil van de naaste dienen.


Paulus geeft er ook hier weer blijk van in spanning te zijn omtrent het geestelijk welzijn van Korinthe. Maar letten we er wel op, dat diezelfde Paulus Korinthe en ons aan Gods goede begin herinnert. Hoe is het Evangelie bij ons binnengekomen? Denk daar nog eens aan. En laat dat een aansporing zijn om vol te houden.
Jes.49:8 (LXX)

Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid! (vs.2). Het eerste deel van dit vers is een citaat uit Jes.49. Een oud profetisch woord of liever: Gods Woord (Híj zegt…). 4.
Wat is de inhoud van die Godsspraak? Wel, het gaat in de woorden van Jes.49 om een door God bestemde tijd die tegelijk de beslissende ure is voor de mens om behouden te worden. 5. Het gaat om de tijd van de Messiaanse toekomst, de dag van Christus' verschijning op de aarde en van Zijn volbrachte Zaligmakerswerk, de dag waarop God blijkt 'grote Hoorder der gebeden' te zijn. Hij hoort naar het geroep van Zijn ellendigen. Hij steekt Zijn almachtige handen reddend naar de Zijnen uit.

Luk.4:19, 21


Die dag heeft de profeet Jesaja van verre gezien. En ze was voor hem zo nabij, dat hij er in het heden en zelfs in de verleden tijd over kon spreken.

Die dag, in Christus aangebroken, heet: dag der zaligheid. Ze duurt gelukkig langer dan 24 uur. Ze is door de apostolische prediking verkondigd als uitermate geschikt zelfs voor de grootste van de zondaren om aan het verderf te ontkomen. Ze is ook als zodanig welkom geheten door alle gelovigen. In Korinthe en tot op de dag van vandaag. Weet u het nog? En zouden wij van die dag der zaligheid dan niet dagelijks een goed gebruik maken?


Een heden van genade. Ziet, schrijft Paulus. Let erop. Laat het ook ons niet ontgaan. Geeft antwoord op Gods roepstem. Verhardt u niet. Volhardt erin. Houdt geen slagen om de arm. God wil het van u weten, hoe u tegen Zijn Kind aankijkt. 'Tua res agitur - uw zaak staat op het spel. Nu en altijd. Ga dan toch niet eerst tot God roepen, als er geen sprake meer kan zijn van verhoring. Wie kiest, o verdwaasde, voor 't leven de dood?!
De donkere keerzijde
Tegen de achtergrond van deze hoge toonzetting van de Evangelieverkondiging nu gaat Paulus in 2 Korinthe 6 verder schrijven over zijn werk als apostel. Met moet daarvan in Korinthe goed op de hoogte zijn. Hij is niet minder dan een ambassadeur van Christus Jezus. In dat teken staat heel zijn leven. Maar dat betekent wel: pionierswerk. En een pionier moet altijd zwoegen. Hij moet door ongebaande wegen.

2 Kor.5:12; Gal.5:11


Zo ziet Paulus zijn arbeid als apostel. Hij noemt die een bediening. Diaken-arbeid. In het voetspoor van de grote Diaken Jezus Christus. 6. Hij schrijft: Wij geven geen aanstoot in enig ding, opdat de bediening niet gelasterd worde (vs.3).

Mensen kunnen zich aan de boodschap ergeren. Maar niemand moet zich kunnen ergeren aan de leefwijze en het gedrag van de dienaren van het Evangelie. J.Calvijn (a.w.,blz.361) schrijft, dat niets bespottelijker is dan dat men zijn reputatie voor de mensen overeind probeert te houden, terwijl men zich intussen door een schaamteloos en slecht leven te schande maakt.


Helaas, er zijn dienaren van het Evangelie die zich niets van dit apostolisch model aantrekken. Zij scheiden net zo vlot van de 'huisvrouw van hun jeugd' als zij die van de wereld zijn. Zij maken van hun pastoraat een winstgevend zaakje en van hun huis een paleis. Zij besteden soms meer tijd aan het kijken naar de televisie dan aan het onderzoek van de Schrift.En zo bekladden zij hun pastorie met de leuze: Doe naar mijn woorden,maar niet naar mijn daden. Hun boodschap wordt daardoor tot een lachertje voor de wereld. En ook zelfs de gelovigen worden soms door hun gedrag aan het wankelen gebracht.

Zij hebben misschien menigten op hun hand. Maar ze hebben God tegen in het gericht. Want door hun manier van leven laten ze mensen struikelen. Ze werpen barricades op op de weg naar de zaligheid in plaats dat wij wegen banen naar Gods heil. 7.


Paulus echter gaat tot in de kleinste zaken behoedzaam te werk. Men moet geen vinger op hem kunnen leggen, opdat Christus niet belasterd kan worden. 8. Hier dus niet de mentaliteit van: ik trek me van niemand wat aan; ik leef mijn eigen leven.

2 Kor.3:1vv


Maar wij, als dienaars van God (zoals het Gods dienaren past), maken onszelf in alles aangenaam (vs.4a). Bedoeld is niet: wij maken het de mensen zo aangenaam mogelijk.Paulus bedoelt: een rechte dienaar van het Evangelie is slechts door één hartstocht bezield; hij wil in alles God aangenaam zijn en voor aller oor en oog zuiver bezig zijn. Een leesbare brief, een aanbevelingsbrief van Christus. 9.
En wat de apostel daar dan over schrijft, liegt er niet om. Hij maakt zichzelf aangenaam door de onderste weg te gaan. Geen mens moet kunnen zeggen: die man is broodprofeet. Of: hij loopt er de kantjes af. Of: hij wordt er goed voor betaald.

1 Kor.4:11-13; 2 Kor.1:6


Dat dienaar van Christus zijn is geen zaak van veel comfort, integendeel. Paulus zoekt als het ware de moeilijkheden op. Hij schrijft: in vele verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenissen, in beroeringen, in arbeid, in waken, in vasten (vs.4b en 5). 10. Paulus somt drie verschillende reeksen kentekenen op van zijn apostolaat. Vers 4b en 5 - de eerste reeks - zouden we kunnen noemen: de donkere schaduwzijde van zijn bediening. Het zijn barre omstandigheden waardoorheen zich een dienaar van het Evangelie een weg moet zoeken. 11.

Joh.16:33; Hand.14:22; 20:23


Hij krijgt veel te verduren, moet groot uithoudingsvermogen hebben in het lijden en volhardend tegenstand verwerken. Een dienaar van Christus in het bijzonder moet door veel verdrukkingen het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Maar.... kan iets hem ooit scheiden van de liefde van Christus?

2 Kor.4:8; Fil.4:12v


Hij maakt op zijn tijd geweld en martelingen mee. Hij wordt nogal eens in engten gedreven, komt onder hoogspanning te staan en daarmee voor schier onoplosbare problemen; lichamelijk/ geestelijk. Maar ... loopt hij ooit blijvend met angstcomplexen rond? Is zijn situatie ooit uitzichtloos?
Hand.14:5, 19; 16:23; 17:5; 19:23vv; 21:27vv; 1 Thess.2:9; 2 Thess.3:8

Paulus had vijf keer veertig min één slagen van de Joden ontvangen en verkeerde minstens vijf keer in gevangenissen. Rondom hem ontstond er vaak rumoer, soms ook oproer. Verder moest hij altijd zwoegen en tobben; hij wilde naast zijn apostolische arbeid ook nog met eigen handen zijn brood verdienen. Tenslotte gunde hij zichzelf bepaald niet altijd voldoende bedrust en liet hij soms zijn eten staan, omdat het zijn spijze was de wil des Vaders te doen.


Dat Paulus hier niet overdrijft, kunnen we nakijken in het boek der Handelingen waar Lukas veel van deze dingen uit het leven van deze apostel verhaalt.
Gedrevenheid
En dan een tweede reeks van kentekenen van Paulus' arbeid als apostel. Na de donkere schaduwkant nu (vs.6 en 7) de rijke binnenkant: een zeer positief getuigenis van wat hem bij alles wat hij moet meemaken, motiveert om ermee door te gaan.
Hij schrijft: in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in goedertierenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in het woord der waarheid, in de kracht van God, door de wapenen der gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde (vs.6,7). 12. Allemaal zaken die van groot belang zijn voor ieder die in Gods Naam bezig mag zijn in de dienst des Heeren. Laten we er ons aan spiegelen.

2 Kor.11:3


Reinheid. Dat is: zuiverheid in motieven en onbesprokenheid in het volbrengen van de wil van God.

Kol.2:3


Kennis. Dat is niet: alles intelectueel op een rijtje hebben; het is: voorzien zijn van een diep inzicht in de heilgeheimen van Gods raad en Woord en daar tactvol - tot heil van de naaste - mee omgaan. Een kennis die niet slechts aan enkele ingewijden is gegeven, maar aan ieder die door Gods Geest is wedergeboren.

Ef.4:2


En dan ook: lankmoedigheid. Dat is: het werkelijk tot het laatste toe met medemensen weten uit te houden en hen in liefde verdragen.

1 Kor.13:4; Gal.5:22


En daaraan onmiddellijk verbonden: vriendelijkheid. Een onmisbare eigenschap van allen die van Christus zijn, in het bijzonder van hen die anderen bij de hand mogen nemen om hen tot Christus te leiden. Hoe zouden ze dat kunnen doen met een norse blik en met onhartelijke woorden? Want zo zijn ze niet goed bruikbaar voor God. Laat hen veeleer mensen zijn met een uitstraling.

Rom.1:4


En dan voegt de apostel daaraan toe: in de Heilige Geest. Daarmee zal hij niet doelen op zijn eigen geest die geheiligd is, ook al zegt hij dat soms zo. Hier kunnen we beter denken aan de Heilige Geest, de derde Persoon in het Goddelijk Wezen, door Wie Paulus zich in alles bezield wist en aan Wie hij vele geestelijke gaven te danken had.

Rom.12:9; 1 Tim.1:5


Dan ook: ongeveinsde liefde. De vrucht van de Geest. Dat is wat anders dan voorgewende liefde. Het is niet slechts vriendelijk doen, maar onvervalst, zelfverloochenend en gevend er voor anderen zijn. Philadelfia in de zin van: ware mensenmin.

Jes.40:31; 1 Kor.2:4; 2 Kor.5:19; Ef.1:13; 1 Petr.1:22


En bij dit alles: al zijn houvast vinden in het woord der waarheid en der verzoening. Vol dynamiek, geladen met de kracht van God Zelf. Want zijn volgelingen van Koning Jezus immers geen dynamische mensen? 'Ze lopen en worden niet moe. Ze wandelen en worden niet mat.'

Rom.13:12; Ef.6:10vv


Soldaten Christi: van top tot teen gewapend met wapenen in dienst van de gerechtigheid, niet ten dienste van de zonde. Rechts en links; en daarmee aan alle kanten gedekt en weerbaar. Gedekt tegen de aanvallen van de satan en paraat/ slagvaardig in de verdediging en in de aanval. Het zwaard des Geestes in de rechter-, het schild des geloofs in de linkerhand.

Leven in paradoxen
En dan de derde reeks. Eén en al contrast. Licht en donker als in Rembrandts schilderwerken. Ups en downs. Leven in paradoxen. Zo zouden we deze derde reeks van kentekenen van Paulus' apostolaat kunnen noemen. Hier staan alle pro's en contra's van de Evangeliedienst op een rij. Ziedaar: de attitude van een dienaar van Christus. En de slotsom is: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken! 13.
Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht (vs.8a). Er zijn mensen die God op hun knieën danken, dat ze de boodschap van Gods reddende genade uit de mond van een Evangeliedienaar als uit engelenmond ontvingen. Maar er zijn er ook die de boodschappers van Gods heil wel weg kunnen kijken en die hen voor achterlijk verslijten. Rondom de Bijbel is kwaad gerucht en goed gerucht. Daar zijn brute vijanden van het Evangelie, maar ook intieme vrienden. Het Evangelie trekt de één aan en stoot de ander af.

1 Petr.2:23


Er is - soms achter de rug van een voorganger in de gemeente -kwaadsprekerij. Als zou hij maar een zwartgallig mensenkind zijn. En zulk kwaadspreken laat hem natuurlijk niet koud. Maar gelukkig is daar op zijn tijd ook die hartverwarmende bemoediging voor de dienaren van God, als zij horen, hoezeer mensen door hun dienst gezegend zijn. En daarvoor behoeven ze niet eens bij de populaire sprekers te behoren.

Matth.27:63


Als verleiders, en nochtans waarachtigen (vs.8b).'Opium voor het volk' is de boodschap van de kerk ooit genoemd, een zoethoudertje om mensen af te houden van hun taak om deze wereld tot een paradijs te maken. Of om het op Paulus toe te spitsen: een verleider is hij wel genoemd, omdat hij de oorspronkelijke boodschap van Jezus van Nazareth vervalst zou hebben. Een aantijging die tot op de dag van vandaag wordt gehoord.
Intussen liegt de boodschap van deze apostel er niet om. Ze is naar de Schriften. Laat ze u niet ontgaan. Elk mens moet er vroeg of laat voor vallen. Alleen het bloed van Jezus Christus

reinigt van alle zonden. Maak u klaar. Want straks komt de grote dag waarop Christus Zijn rijk van vrede en gerechtigheid zal oprichten. Dan zal deze getuige van de waarheid u vragen, wat u met het Evangelie hebt gedaan.


Paulus. Wie was hij? Er zijn legio Paulusbeelden. Lees wat hij zelf schrijft: Als onbekenden en nochtans bekend (vs.9a). Dat is Paulus. Geen naam in de wereld; in elk geval alom miskend. Op de Areopagus te Athene noemde men hem een 'zaadpikker', iemand die hier en daar een graantje wegpikte, een onbenullige man; nooit van gehoord; niets bijzonders. En hoe was het onder zijn eigen volk? Onder de Joden was hij ooit wel een bekend man geweest, een Farizeër die voorop liep in wetsijver. Maar dat was sinds zijn bekering voorgoed voorbij. En in Korinthe dan? Was Paulus daar dan geen man van naam? In de ogen van een flink aantal tegenstanders zeker niet. Zij haalden hem door het slijk; hij zou het aanhoren amper waard zijn.

Kortom, onder 's werelds groten en wijzen was Paulus een grote onbekende.


Ja en toch was deze apostel een man die door Gods genade in de Griekse wereld alom erkenning heeft gekregen. Hij is bekend en erkend geworden - ook door ons - als de apostel der heidenen die ons de sleutel aanreikte tot het verstaan van de boodschap van vrije genade. Een goede bekende, naar ik hoop, ook voor u die deze regels leest.

Hand.14:19vv; 2 Kor.4:10v


Verder schrijft hij: als stervenden, en ziet, wij leven; als getuchtigd en niet gedood (vs.9b). Paulus' bestaan leek op een sterfbed, dag voor dag. Hij droeg de lidtekenen van Christus' kruislijden in zich. Hij stond altijd op vertrekken. Maar ziet, nochtans was hij een man in wie Christus' opstandingsleven zich openbaarde. Zolang als hij een adem in zijn mond had, blies hij de bazuin. 'Laus Deo' - lof aan God.
Hij verkeerde onder de tucht des Vaders, maar werd daardoor opgevoed en getraind voor de eeuwige heerlijkheid en was inmiddels nooit buiten Gods gemeenschap; nimmer aan de dood uitgeleverd.
Als droevig zijnde, doch altijd blijde (vs.10a). Droevig? Ja, ook dat. Paulus, wij ook van tijd tot tijd. Bedroefd omdat het uitnemendste van dit leven moeite en verdriet is. Bedroefd om geliefden die lijden moeten. Bedroefd, omdat God niet de eer krijgt van de kant van Zijn schepselen die Hij verdient. Bedroefd om het ongeloof van Israël. Bedroefd om die duizenden en miljoenen die verloren gaan onder de volkeren. Bedroefd omdat Gods gemeente in dit laatst der dagen zo ingezonken leeft.
En toch....altijd blij. Niet zo nu en dan maar eens. Nee, altijd. 'Rejoice in the Lord, for ever.' Want Jezus is in aantocht.
In de grootste smarten

Blijven onze harten

In de Heer' gerust' (Ps.33:10 ber.).
Tenslotte:

2 Kor.8:9; 1 Tim.6:7


Als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende en nochtans alles bezittende (vs.10b). Arm schepsel van God. Hij heeft niets in de wereld gebracht en zal ook niets daaruit meenemen. Arme kruisgezant; hij wil niet eens gelukkig zijn met aards goed. Een vrijwillige arme die niet op de zak van anderen wil leven.

Hand.3:6; Jak.2:5; Openb.2:10


'Zilver en goud heb ik niet.' 'Loop dan maar door, man.' 'Nee, want ik heb u wat te geven wat de hele wereld u niet bieden kan: de liefde van mijn Zaligmaker. Die maakt voor eeuwig mij zalig en blij.'

Matth.6:19


Geen eigen huis om in te wonen. Geen eigen bed om op te slapen. Maar wel een God in de hemel Die over mij waakt: mijn schat in de hemel, waar geen mot of roest kan bijkomen.

Matth.5:3


Zalige 'armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen'.
Luk.12:13vv

Dwaas die in deze wereld slechts schuren afbreekt en grotere bouwt.



Ps.118:17-19


Zing liever met Paulus het lied van de arme zwerver:

'Ik zal niet sterven, maar leven en ik zal de werken des Hee- ren vertellen. De Heere heeft mij wel hard gekastijd, maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven. Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal de Heere loven.'


Noten
1. Met wie Paulus meewerkt, wordt niet gezegd. Maar het gaat hier om Paulus' apostolische arbeid die hij niet direct samen met b.v.de Korinthiërs waarneemt. Het ligt ook geheel in Paulus' gedachtenlijn (vgl. 1 Kor.3:9), als ook in het verlengde van de voorafgaande verzen (vgl.2 Kor.5:20) deze apostolische arbeid te zien als een zaak van samenwerking met God.
2. Hier wordt het Griekse werkwoord 'parakaleoo' gebruikt. Paulus gebruikt het vaak. Het betekent een troostend en appellerend oproepen/ vermanen.
3. De aor.inf. van het Griekse werkwoord 'dechomai' heeft hier de betekenis van: ontvangen hebben (bij de bekering) en tevens blijvend en steeds weer ontvangen. Over Paulus' zorg, dat zijn arbeid tevergeefs zou zijn, zie: Gal.2:2; 3:3; Fil.2:16; 1 Thess.3:5.
4. We kunnen ook vertalen: het heet; of: de Schrift zegt. Maar Paulus citeert hier een duidelijke Godsspraak; daarom kan God als het onderwerp van 'zegt' worden gezien. Vgl. Rom.9:25; 10:8; 15:10; Gal.3:16; Ef.4:8; 5:14; Hebr.8:8, 13 en Jak.4:6.
5. Het Griekse woord 'dektos' (verband houdende met 'dechomai' - aannemen) = aangenaam, welkom, acceptabel. 'Euprosdektos', even verderop in hetzelfde vers, drukt dit nog sterker uit = welaangenaam, welgevallig, gunstig. Bedoeld is o.i., dat deze tijd de tijd van Gods welbehagen is, zijnde de tijd van de Messias (ook in de zin van Jes.61:2 en Luk.4:19), maar ook dat deze tijd welkom geheten mag worden als de geschikte tijd om gered te worden.
6. Vgl. wat we hierover schreven onder 2 Kor.5:18. Vgl. ook 1 Kor.3:5; 2 Kor.3:6; 11:23; Kol.1:23, 25.
7. Het Griekse woord 'proskopè' = aanstoot, struikelblok (alleen hier in het N.T.). Vaker in het N.T. komt het synonieme woord 'proskomma' voor; vgl. Rom.9:32v; 14:13, 20; 1 Kor.8:9; 1 Petr.2:8.
8. 'Mèdemian' is een combinatie van 'medeis' - 'mia' - 'en' en houdt een sterke ontkenning in. Dus: in geen enkel opzicht.... in geen enkele zaak wil Paulus zijn bediening laten belasteren (Gr.' 'moomaomai'). Vanaf vs.3 geeft hij dan een opsomming van wat hij om het Evangelie allemaal wil verduren, zoals in 1 Kor.4:8vv en 2 Kor.11:23vv.
9. Voor het Griekse werkwoord 'sunistanoo/ sunistèmi' zie onder 2 Kor.3:1.
10. Paulus gebruikt in vss.3-7 twintig keer het voorzetsel 'en' en drie keer het voorzetsel 'dia' (in vs. 7b en 8a). Veel meer dan afwisseling in het woordgebruik moeten we daar niet achter zoeken. De vss. 4-10 zijn te lezen als een diepzinnig en hartstochtelijk pleidooi voor de dienst in Gods Koninkrijk en niet zozeer als een literair kunstwerk, ook al zijn deze verzen dat bepaald wel. Terecht wordt dit één en andermaal opgemerkt door C.K.Barrett (a.w., p.185, 191). Zo ook Philip E.Hughes (a.w., p.231, note 73); hij schrijft, dat het is 'wrong to suggest that questions of style were in the forefront of the Apostle's thinking'.

Verder is het onjuist bij deze opsommingen te denken aan Stoicijnse invloeden bij Paulus. H.D.Wendland, a.w. S.208 schrijft terecht: 'Nicht unwesentlich, wie für den stoischen Philosophen, sondern wesentlich ist für Paulus dat Leiden...' Zie ook over overeenkomsten en verschillen met Stoicijnse idealen: C.K. Barrett, a.w. p.185 en 191.


11. We geven thans de Griekse woorden weer, die in vs.4b en 5 gebruikt worden, met de betekenissen en een enkele tekstverwijzing. 'Hupomonè' = volharding/ verdraagzaamheid in actieve zin (weerbaarheid) en in passieve zin: veel verduren, aanvaarding van het lijden. Vgl. Rom. 2:7; 5:3; Jak.1:3. 'Thlipsis' = verdrukking/ vervolging. Vgl. 2 Kor.1:4,8; 2:4; 4:17; 7:4; 8:2, 13. 'Anangkè' = dwang/ geweld. Vgl. Rom.13:5. 'Stenochooria' = engte, nauwe plaats. Vgl. Rom.8:35; 2 Kor.4:8; 12:10. 'Plègè' = slag, houw. Vgl. 2 Kor.11:23. 'Fulakè' = gevangenis. Vgl. 2 Kor.11:23. 'Akatastasia' = onvastheid, verwarring, oproer. Vgl. 2 Kor.12:20. 'Kopos' = moeitenvolle arbeid. Vgl. 2 Kor.11:23, 27. 'Agrupnia' = slapeloosheid (in dit geval: zich van slaap onthouden), waakzaamheid. Vgl. 2 Kor.11:27. 'Nèsteia' = vasten; hier echter vooral: zich niet om voedsel bekommeren.
12. 'Hagnotès' = onbesprokenheid. Vgl. 2 Kor.7:11; 11:2; Fil. 4:8; 1 Thess.2:10. 'Gnoosis' = kennis/ inzicht/ tact. Vgl. 2 Kor.2:14; 4:6; 1 Petr.3:7. 'Makrothumia' = lankmoedigheid (het lang met de ander uithouden). 'Chrèstotès' = bruikbaarheid/ vriendelijkheid. 'Pneuma hagion' = Heilige Geest; het ligt niet voor de hand hier aan Paulus' eigen geest te denken, maar aan de Heilige Geest zoals in Rom.9:1; 14:17; 15:16; 1 Kor. 12:3; 1 Thess.1:5. 'Anhupokritos' = ongeveinsd. Vgl. Rom.12:9; 1 Joh.4:8, 16; 1 Petr.1:22. 'Logos alètheias' = woord der waarheid (= het Evangelie). Vgl. Gal.2:5, 14; 2 Kor.4:2; Kol.1:5; 2 Thess.2:12. 'Dunamis theoe' = kracht van God. Vgl. Rom.1:16v; 15:19; 1 Kor.1:18; 2:4v; 2 Kor.4:7; 1 Thess.1:5. 'Hopla tès dikaiosunès' = wapenen t.d.v. de gerechtigheid. Vgl. Rom.6:13; 10:4; 13:12; 2 Kor.10:4.
13. 'Doxa' en 'atimia' = eer en oneer. Vgl. Gal.4:14; 2 Kor.11:23-33; 1 Thess.2:2. 'Dusfèmia' en 'eufèmia' = kwade naspraak en lofbetuiging. Vgl. Rom.3:8; 1 Kor.4:13. 'Planoi' en 'alètheis' = bedriegers en waarachtigen. 'Agnooumenoi' en 'epiginooskomenoi' = onbekenden en be(er-)kenden. Vgl. 1 Kor. 1:13v; 13:12. 'Apothnèskontes' = stervenden. Vgl. 1 Kor.1:9; 2 Kor.1:9. 'Paideuomenoi' = opgevoeden (de Westerse tekst heeft 'peiradzomenoi' = verzochten). Vgl. Job 5:17; Ps.119: 67, 75; Klaagl.3:19; 1 Kor.5:5; 11:32; Hebr.12: 5-13. 'Lupoemenoi' = bedroefden. Vgl. Rom. 9:2; 2 Kor.2:1, 3, 7; 7:10; Fil.2:27. 'Chairontes' = blijden. Vgl. Rom.12:12, 15; 14:17; 15:13, 32; 16:19; 1 Kor.16:17; 2 Kor.2:3; 7:4, 7, 13; 13:9; Gal.5:22; Fil. 1:4, 18. 'Ptoochoi' = armen. Vgl. 1 Kor.9:12, 15, 18. 2 Kor.11:7-10. 'Ploetidzontes' = rijkmakenden. Vgl. 1 Kor.1:5; 2 Kor.8:9; 9:11; Ef.2:7v; 3:8. 'Mèden echontes' en 'panta echontes' = niets hebbend en toch alle dingen bezittend. Vgl. Matth. 5:3; Luk.6:20; 1 Kor.3:22.

G e s p r e k s v r a g e n



1. In vs.1 van 2 Kor.6 wordt gesproken over een 'tevergeefs ontvangen hebben van de genade'. Hoe kan dat? Is het mogelijk, dat een ware gelovige toch nog weer afvalt van het geloof?
2. Waarom herinnert Paulus de Korinthiërs in vs.2 aan Gods goede begin met hen?
3. Een aanstootgevend gedrag van leidinggevenden in de gemeente maakt, dat het Evangelie gelasterd wordt (vs.3). Daartegenover schrijft Paulus in vs. 6, dat hij in 'ongeveinsde liefde' (vriendelijkheid) met de mensen omging. Betekent dit, dat een voorganger van de gemeente aan elk verwachtingspatroon van mensen moet voldoen?
4. Paulus schrijft in vs.5 over waken en vasten. Wat bedoelt hij daarmee? En welke betekenis hebben deze dingen voor de verbreiding van het Evangelie?
5. 'Droevig, doch altijd blijde'; 'niets hebbende en nochtans alles bezittende' (vs.10). Zoudt u vorbeelden kunnen noemen van dit leven in contrasten uit uw eigen leven?


1 Op de afbeelding een van de staties van de kruisweg van Jezus (de via dolorosa) in Jeruzalem. Jezus volgen is Zijn kruis dragen achter Hem aan als Simon van Cyrene. Zie Mark.15:21 en 2 Kor.6:2-10.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina