1595 evc-2985 Testament Hans van Roorda te Embden. In Godts name Amen, Als men schreeff



Dovnload 95.71 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte95.71 Kb.

1595 EVC-2985 Testament Hans van Roorda te Embden.

In Godts name Amen, Als men schreeff

duijsent vijffhondert vijff ende tnegentich

op den 25 van April heb ick Hanss van

Roorda gesont van liue ende wel bij mijn

vorstandt zijnde, in bijtsachtinge van die

seeckerheijt des doetss , ende onseeckerheijt

van die ure van dien, nae dat ik mijn arme

Eelendighe Ziel bijfoelen heb in die genadighe

handen Godts, ende mijn lichaem die eerde

daer het van genoemen is, heb ick wel wille

maecken mijn Testament Codicill, ofte leste

wille, soe het selue nae beschreubene1 keijser-

licken rechten, ende gewoenten van Westphrislant

kan ende mach best volstaen; Casserende ende te

niete doende doer dese alle andere testamenten

codicillen, ende leste willen, bij mij ofte anderssinss

onder mijn naem voer date deses gemaeckt ofte

gefabriceert, hoe solemnel ende perfect, die

oeck mogen zijn; Comende tot dispositie van mijn

tijtlicke haeff ende goederen; Ende alhoewell

ick well reden heb, mijn eenighe zoen Rijoert

van Roorda, om zijn wterste obstinaetheijt

mij alletijt bijwesen, ende hoe langer hoe meer

hem te exherederen2, mits hem alleenlick geuende

zijn legittime, heb ick nochtans ter respecte van

mijn Salighe Lieve huijsvrou, zijn Lieve moeder

den zeluben mijn zoen Rijordt van Roorda, ge-

maeckt vniuersael erffgenaem, van alle mijne

goeden geen wtgesondert, roerende, onroerende

actien ende gerechticheden, daeronder mede bijgrepen,

die goeden die mij, doer het ouerlijden van

mijn andere kinderen ouerleden, van mijn Salige

Lieve huijsfroubss3 goed aengestoruen zijn, oeck goldt

suluer, gemunt ende ongemunt, zoe ick die

steruende sal achterlate; Ick Testatoer wil niet dat

Sassingha


Sassingha huijs, hoff, landt, samt noch die gerechten

ende annexen van die om schult, rijsende van droncken

drincken, hoeriren, fechten, spoelen ofte ander luxuria

inder eewicheijt, sal vorcoft woorden; Soe het

ouerss verkoft woordt om schult van gefencknisse

aermoed ofte der gelicke rijsende ex honesta causa4

sullen die bloet vorwanten ad quintum usque gradum

et qui propior est gradu, potior erit jure5, Sassinga als

het woonen wtgebruickt, ende describeert6 is, binnen

vijff jaren, schietende die penningen daert voor

vorkoft is, moege inlosse; Wijder bijgeer

Ick Testator an die te ordineren curotores tot

mijn soen, ende mijn naetelaetene goeden, dat

Sassingha huijs wel in rack ende dack spaert

ende spant, onderholden worde tot mijn soenss

costen, duirende desen trublen, ende dat die

selue, alst vreede geworden is, tot eere van

mijn Salige Lieve ouders, Sassingha huijss, doen repareren,

te weten datme op het vooreind van die voor:

gewel, tot die mirlgeuel tho, sal geset

worden een nieub eiken spant in die plaetss van

die sparren; ende daer op gelecht worde een

Roed dack, wel met calck tegengestreecken

dit binnen het eerste jaer van die vreede, daernae

salme voort die slaepcamer, met het heele

huiss wel repare, in spandt ende Reid dack

daer het nodich sal wese, alles bij adwijss,

van Meister Tierck Cornelis soen die broeder

van IJsck dieme het werck sall gunne,

(: zoe hij alsdan noch leeft :) dien ick bijtrow

dat in dese saecke meer mijn zoens beste

sal soecke, als een ander Timmerman:

(kantlijn) Notetur primo Causa pretensi legata7

Ende alsoe ijsck Cornelis dochter die echte

huijsvroub van Jacob Pieter Soen toe Sassinhga

duirende

duirende dese trublen niet geschroempt heeft,

haer persoen te imploieren thoe die gefenckenisse

thoe, Stellende haer mennichmaell in doots

perikel, om mijn Saliger huijsvroubss ende

kinderer saecken in Westphrislant te vorrichten

ende ons te bijschicken ende bringen daer wij eerlick

wtlandich hebben van kunne leuen, tegens

(kantlijn) Notetur 2

der Staten Bittere placaten ende bijffeelen, op

onss arme wtgewekenen die om die Catholicke

religie, ende die dienste van Coenichlicke

Majesteit van Spaenien wt onss goed ende

welfaeren voriaecht weeren; Ende zoe ick

Testator niet van meninghe ben, sulken

trouue diensten ende weldaeden ongerecompen-

seert te laten; Soe legateer ick die voor-

schreuene IJsck Cornelis dochter, duirende

haer leuen lang het voorschreuen huijss

van die mirlgeubel bijginnende, tot het

einde tho, met die koecken, ende die melck-

kamer, ende het luttich huijss, allen gerepareert

alss vooren, vorgeffs te bijwoenen, mits hol-

dende het huijs wel in eeren alst gerepa-

reert is, sullen oeck noch mijn soen, noch

die vormonden macht hebben, emant in

foer eindt vant huijs te setten, om te bij-

woenen, dan sal mijn zoen zelffs daer well

altemet in moege wonen, dan anderssins,

sal het vooreindt vant huijs opgehemelt

bliue; Noch legateer ick Testator die

voorgeschreuene IJsck het vruchtgebruijck

vant hoeff ende landen behoerende tho Sas-

singha ende mij toecomende, duierende haer

lewen lang, mits bijtalende mijn soen jaerlicx

Een


Een hondert goude ghuldens te huijer, sonder meer,

dess sal zij oeck geniete die helft van die

jonghe swanen in Sassingha jacht welfor-

staende dat IJsck niet sal bijtaele die huijr

aen handen van mijn soen, doch in handen van zijn

curatoerss, ende die goude ghuldens sal gereec-

kent woorde tot acht ende twintich stuuverss

loepent gelt alst in Frislandt gelt des

bijgeer ick, dat zij goed thosicht heeft, opt hoff,

dat dat wel met planten paten, sciaeren ende

anderssins in eere gehouden worde, ende dat het niet

vergaen laet worden. Ende alsoe ick Testator

wel weet de quo omnes sufructuarij teneantur, et

quod communi iuri priuatorum partis, vel dispositionibus

renuntiari non possit8. Soe wil ick nochtans dat

IJsck als sufructuaria, die cautionem9 niet sall

prestere, zoe ouerss mijn soen ende zijn voor-

monden, die voorschreuen cautie te presteren

vigeerden, soe caueer ick voor haer, ende

stell alle mijne naegelatene goden in een

expres hijpotheeck ende onderpandt, quod ipsa ute-

tur ac fruetur legato salua rerum substantia10 ende

soe dese mijne cautie mijn zoen, ende zijne

vormonden noch niet genoech en is, ende zij

IJsck geraeckte andere borgen te kriegen quorum

cautio vt idonea reciperetur11, Zoe sal zij IJsck

Sassingha huiss, hoff, landt sant, parte

swaneiacht gebruicke, haer leuen lang sonder

eits mijn zoen daer voor te gewen, oft

eit daervan in haer leuben, hem te laten genieten;

Ende zoe zij niemant can kriegen, die voer

haer idonee12 caueert, ende daer doer het frucht-

gebruck moete verlaten. Soe legateer ende

bijspreeck

bijspreeck ick haer, In die plaats van het

vruchtgebruick drie duijsent keijsers gul-

dens eerflick, het stuck van twintich

stuuers, pro poena quod impugnauerint ultimam meam

voluntatem13, daer die voormonden, ofte curato-

res die mijn zoen bijhelpen, om mijn Testament

te impugneren14, sullen onberen ende niet genieten

het honorarium, dat ick hoer bij dit mijn

Testament sal toe leggen noch oeck hiernae-

maels eits van mijn gueden sal op haer

huisvrouwen ende kinderen enigerleij wijse

moge vorfallen, als sterckende mijn Soen

in zijn quaedt vornemen tegens mij, qui obiur-

gatus ob suam extremam inobedientiam, vt videat ne

ego propterea eum exheredem scribam respondit se etiam

posse viuere sine meis bonis, Discet hoc exiguo legato

quid sit respondere sine meis bonis posse viuere15. Ende

sall IJsck voorschreuben noch Sassingha huis,

hoff, noch landen ruijmen, voor dat zij dat

gelt ontfangen heeft. Wt alle dese voorgaende

woorden is genoech te verstaen, dat ick des

legatarie16 diensten, ende weldaden, mij mijn Salige Lieve

huijsvrous ende kinderen bijwesen niet will

ongeloent te blijuben. ende dat die voorschre-

uene legataria, van het voorschreuen legaet niet

frustreert en woorde, te meer zoe mijn Salige

soen Johan Roorda zeer preess ende blijdt

weer. Dat ick sulcx wilde te gescheen;

Oeck op dat geen duijsternisse, questie ofte

misverstant in dit legaat soude eenichsins

moegen rijsen, alles contra mentem meam17, soe

voorstae ick die woorden (: in principio pagine

verso folio, verba enim hec sunt18, noch legatere

ick testa-

ick testator die voorschreuene IJsck, het

vruchtgebruick vant hooff ende landen behoerende

tho Sassingha ende mij thocoemende :) dat

IJsck sal hebben het fruchtgebruck van

alle die landen die mijn Salige vaer ende moer

ten tijde van voorsteruben van mijn Salige faer

tho Sassingha hebben gebruijckt, het zij dan die

landen die eertijts tho Lanckama hebben gehort

het zij dan die landen die van outs tho oudts

tho Sassingha hebben gehoert het zij dan die

soewen pondematen, die mijn Lieve Salige faer

ende moer van eene Tiaerdt Jelles gecoft

hebben, off oeck die lange acker die mijn

Salige Lieve suster Fokel Heringa in onse erff-

scheijdinge mij consenteert heeft te mogen

inlossen. Als ick in Frislandt koem woenen,

luijt die acte daervan sijnde, sal IJsck oeck

het vruchtgebruick, van die elliff pondematen

dien patroen toecomende in sassingha gelegen

hebben, mits bijtalende die huijr volgende het

bescheijd tusken die patroen ende Fouden19 ter

eenre, ende Salige vaer ter ander zijden daervan

gemaeckt gelick zij mede die huijr sall

betaele van Douwe Riskes pondematen

die zij mede sal bruicke; Ende zoe het

mochte geboere dat mijn soen Rijoerdt van

Roorda, bij het lewen van IJsck geraeckte thoe

hilcken, aen een goed Eedelen ons dochter

die oock van goede naem, faem ende omgang

is, bij wille ende consent van zijn naeste

vrunden, ende niet anders, ende toe Sassin

gha bijgeer-

gha bijgerde tho wonen, sall hij nochtans op

Sassingha niet moge koeme woenen, sonder

eerst met IJsck lieflick vordragen te zijn.

Ende off mijn Soen doer drigementen ofte

anderssins doer wretheijt wilde haer stote

wt haer fruchtgebruick, sall hij die hoegoff-

richeijt (: die alsdan in Frislandt regiert :)

forvallen zijn in fiftich goudene realen, ofte

werdie van dien, waer voor die voorschreuene

oeffricheijt sal IJsck meinteniren in haer

daechlicke fruchtgebruick. Wt alle het

voorgeschreuen is, blijckt genoeck dat ick

Testator niet wil dat IJsck doer eenigh

middell sal frustreert woorde van het

voorschreuene legateerde fruchtgebruick op

dat haer trouwe diensten ons bijwesen

soe niet verdentlick, te minste voor een

deell gerecompenseert mogen woorden

wil deshaluen oeck, dat het geniet ofte

proffijt koemende van het selue fruchtge-

bruijck ende die selue proffiten die well

stigen tot hondert gouden ghuldens jaerlix, die

welcke ick wil dat alleen bij IJsck geneten

sullen worden, ende niet bij haer man Jacob Pie-

ter zoon, ofte zijn erwen. Sall dieshaluben zij ofte

hoer erwen die vorschreuene gouden ghulden jaer-

licx per ghulden tot acht Twintich stuuers

loopens gelts gereeckent voor wt die mande

goeden ontfangen, ende sall zij die selue moege

vorgeuen bij Testament ofte andere laeste

wille aen wien het haer sal luste ende

geliewe, sal oock macht hebbe, haer Lieve

man Jacob Pieter zoon daervan te geuen soe veel het

haer gelieft

haer gelieft. Ende off het geboerde dat

Jisck ende haer man haere besten affgecauet woorde

nae mijn versteruben, sall mijn zoen haer dat

jaer vorgeeffs lienen hondert goude ghuldens, van

acht ende twintich stuuers het stuck, ende zoe zij lang(er)

die voorschreuen hondert guldens bijgeert te holden

zall zij zulcx moege doen, mits bijtaelende

jaerlicx daer voor soewen ten hondert wt

dit legaet sal alle schult soe ik ende mijn

Salige Lieve huisvrouw IJsck noch eenichsins van vor-

diende loon, ofte van het geene wij haer

eenichsins schuldich mochten zijn, doed wese;

Noch legateer ick testator die Minne-

broeders te Bolswardt , zoe het Conuent

daer gerestitueert wort, jaerlicx int eewich

vier ende twintich Keijsers ghuldens, die

ghulden tot twintich stuuers Friess gelts,

alle jaren tusschen Sint Michiell ende

Sint Victoer te bijtaelen, om fleisch voor het

conuent alsdan te coopen. Ende zoe tho

Bolswardt het conuent, niet weer restau-

reert en wordt, zoe zall het naeste mino-

rite clooster, het voorschreuen legaet genieten

Des sollen die voorschreuene, die dat legaet

genieten, geholden wese alle Sondagen ende

Maendagen vor mijn, voor mijn Salige Lieve

huijsvrouue, IJscke ende onser olders kindre ende

Susteren ende Broere zielen, Sielmissen te lesen

ende oblationes20 te doen. Noch legater ick het

selue conuent tho Bolswardt ende anders

gen twintich dalers, ad ornamentum altaris21

die dalers tot dartich stuuers lopent gelt

ende sullen die voorschreuene minoriten, aen die

selffde altaers taffell, dat zij met dat

gelt doen orneren, mijn ende mijn Salige Lieve

huijsvrouss

huijsvrouss wapenen doen schilderen, ende op

dat selube altaer die Sielmissen te leesen

ende die oblationes22 te doen, ende salme wachten

nae mijn doedt nae die restauratie van

het voorschreuben conuent tho Bolswardt,

als vijff jaren, daernae salme dit legaet

het naeste Minnebroers conuent offerere

ende bijtale, soe langh het zelube conuent

gerestaureert sall zijn. Noch legateer

ick patribus collegij Beate Virginis Colonie23

Twie hondert Dalers Frisck gelt, binnen

drie maenden, die voorschreuene patribus24

nae mijn doed tho bijtaelen, des sullen

die voorscheuene Patres, voor die voorschreuen

twie hondert dalers tot dartich stuuers

ontfangen, alle vrijdagen ende woensdagen

soe langh hoer collegium binnen Coelen iss

cum oblationibus, et suis pijs praecibus intercederen

apud deum25, voor mijn, mijn Salige Lieve huijsvrous

IJscke ende onser olderen, Kindere ende Susters

ende Broeders zielen, ende die heeren patres fort

om goedes wille biddende om Godtss

wille het selue legaet cum onere26 te willen

ontfangen, vorhoepende per eorum praeces et

oblationes deum animabus nostris predictis fore

propitiorem27. Noch zoe in Frislandt een

collegie patrum societatis Jhesu28 mochte opgricht

worde, soe legateer ick het selue collegio

gelicke tuwe hondert Dalers, waer voer

ick die patres bidt, dat zij alle dingsdagen

ende donderdagen willen zielmissen cum ob-

lationibus voor mijn, mijn Salige Lieve huijsvrouss,

IJsckes, ende onser olders, kinders, broeren ende

susters zielen leesen; Credo enim ex sententia

patrum29

Patrum primitiue Ecclesie defunctorum animae plurimum

iuvari precibus supplicationibus, eleemosinis et oblationi-

bus, vt cum eis misericordius agatur, quam peccata

meruerunt30. Noch legateer ende bijspreeck ick

die rechte armen binnen hennaerdt, een

quaertier rogge wt te deelen aen die rechte

armen aldaer, bij aduijs van die heere ofte

bijsitter van Sassingha alleen, soe langh het

weer catholijck woordt , ende dan mede bij aduijs

van die pastoer aldaer. Insgelijcx legater ende

bijspreecke ick, den rechten armen binnen

Nijkerck, wt tee deelen een quartier rogge,

bij advijs van die heere van Ieppema ofte

bijsitter vandien alleen soe lang het catholick

woordt, daernae mede bij adwijs van die

pasthoer al daer, ende sall dit legaet

bij henne het eerste jaer nae mijn versteruen

ende duijre vijfthein continuele jaeren aen

melkander volgende, ende legateer ick

elcke personaelschip van die beijde dorpen

vijff goude ghuldens erfflick van die eene

pastoer op die ander te succederen waer

voer die pastoers oeck geholden sullen

wesen, mij, mijn Salige Lieve huijsvrous ende IJsck

nae haer oouerlijden, met onse Lieve olderss salige

Kinderen, Susters ende Broeders te stellen int

eewige Sondachs gebeth; Oeck wil ick

dat mijn soen ende zijn erwen sullen mogen,

wenneer het hun geliewe, die vier ende tuintich

ghuldens jaerlicx die Minnebroeders bijsproe-

ken toe fleis, voort conuent te coopen redime-

re met drie hondert gelicke keijsers ghuldens

van tuintich stuuers het stuck. Noch wille

ick Testator dat mijn Soen sall, op zijn

Salige outste broeders Johan Roorda graff,(: die tho

duaij ge-

Duaij gestoruen, ende in Sint Pieters Kerck al daer

bijgrauen leijt :) sal leggen een eerlick graff-

steen, met opgehouuene wapens van hun vier

Partieren, ende daer tho noch doen erigeren31

een eerlick Epithaphium32 tot zijnder gedechtnisse

daer foer bijtalende het gene die domhee-

ren van die voorschreuene Kercke preatende-

ren die kercke te compe(te)ren, zoe well

neffens het leggen, van die steen, als het

oprechten vant Epitaphie, het welcke

soe nae sall opgerecht worden, bij mijn

Salige zoens graff, alst moeglick is enichsins

om te doen; Noch wil ick Testator dat

mijn zoen sal doen die doode lichamen

ofte gebeenten van mijn Salige Lieve huijsvroub,

dochters ende zoen alhier binnen Embden in

die groete Kercke bijgrauen. Die te laten halen

van hier, ende te doen bijgrauen in Sint Bone-

facij kerck tho hennaerdt. Ende dat cum

suis catholicis precibus et exequijs, si ullo modo fieri

possit catholice33. Ende die Magistraet deser

Steede Embden, wil gunnen die lichamen

ende gebeenten, voorschreuen voorfuert te woorden

ende zoe die ouerheijt het niet weijgert ende

bij versuijmenisse van mijn Soen ofte zijn

voormonden, een jaer nae blijft, nae mijn

voorsteruen, sal hij tot een poena voorfallen

zijn, die hoege ouerheijt van Frislandt,

in viftich goudene realen, ofte werdie

vandien, ende sal die voorschreuene

ouerheijt, dan noch die corporen often

gebeenten voorschreuben eerlick en catholick

quantum fieri potest34, in die kercke tho hen-

naerdt

naerdt doen bijgrauen, ende aen die norder want



van die Kercke tegen die begraffnisse ouer, een

Eerlick Epithaphium doen stelle, ende op die bij-

graffnisse een eerlick blaub steen, doen leggen,

tot mijn Soens kosten; Voerts off het

geboerde dat mijn soen Rijoert van Roorda

(: dat godt voorhoede wil :) gerackte

sonder wetlicke nedergaende graedt te

steruen, dat Godt vorhoede wil :) zullen

zijn goden verfallen in manieren nae schreuen,

Als dat mijn Salige broeders kinderen voor

haere delle hebben, Sassingha huijs, hoeff,

ende landen, metalle haere prae eminentien,

annexen ende gerechticheden, mits wtkerende

mijn suster ende andere susters kinderen, ander-

halff duijsent goude ghuldens, die ghulden

van acht ende twintich stuuers lopen gelt

nae het ouerlijden van IJsck, die in sulcke

cas alle Sassinghe landen sonder eenich

huijr te gewen. Sal gebruicken, duirende

haer leuen lang, ende zal Foeckel Heringha

mijn Salige Susters joeingste dochter Ricxtke

die nae mijn SaligeLieve huijsvroub genoempt

is, voor wt hebbe van de 1500 goud guldens

bij mijn broerskinderen op te bringen hebbe

ende genieten acht hundert gelicke guldens,

die restante penningen, met mijn andere

naegelaeten goeden. sullen onder mijn suster

At van Adelen ende haer kijnderen bij

haer voorsteruen; ende mijn andere susters

kinderen ex aequalibus portionibus, in stirpes, non in

capita diuideert35 worden, doch mijn

roerlicke gueden, goldt suluer gemunt

ende

ende ongemunt till, quick, tennen wollen ende



lennen, sullen onder mijn suster, ende

bij haer versteruen, haer kinderen ende mijn

Salige Lieve Broers ende andere Susters Kijnderen

oeck in stirpes36 diuideert worden. Bijholde

dat Valerius van Roorda, mijn Salige broers

soen, sal eerst voor wt neeme het suluere

vorgulte credentie, Sal die selue Valeri-

us voorwijt hebbe Sassingha huijs hoeff

ende porte, ende die landen met zijn

Susters gelick deele ende sal Valerius daerom

oeck alleen die helft van die penningen

schiete, onder die worden golt suluer

gemunt ende ongemunt vorstae ick mede

alle actien ende gerechticheden, obligatien

ende handtschriften, die ick ende mijn

Soen steruende sullen naelaten; Ende

zoe mijn Soen Sassingha niet magh voor-

coope, soe boouen wtdrucklic caueert

is, zal insgelicx Valerius noch zijn erwen

het selue tot geene tijden moge vorkoepen

Si ad eum ex hoc testamento deuoluat37, ende

zullen zijn Susters hem die landen in

Sassingha moete laten inwisselen, met

gelicke guede landen, wanneer het hem

geliewe sal. Noch wil ick testator

soe mijn Zoen sine legittima descendente

linea38, gerackte dese werelt te oouerlijden

dat alle legaten bij mij ad pias causas39 gele-

gateert, al ist dat die bij mijn soens

leuen


leuen bijtalt sijn, noch eens bijtaelt

sullen worden#

(kantlijn) ende die niet bijtaelt dubbelt betaelt

zullen worden

#ende sullen mijn goeden wt

gesondert Sassingha ongedeelt blijue,

tot van die renten, die legaten ende schulden

daer het hereditas40 noch mede besuaert

alsdan is, betaelt sijn; Ende wil oeck

dat mijn zoen, ende alle anderen die mijn

ofte mijns soens heredes41 worden, sullen

alle mijne handschriften, met mijn

naem bijfesticht, bijtaele, doch sullense

wel moge deducere in een obligatie

bij mij eertits passeert eenen Andela

Dottinga van die hooft somma vijff ende

twintich goude ghuldens daer oeck geen

interessen van koemen, deducere. Ende

legater (: in gelicker fal, soe mijn Soen

Sine descendenti linea42, geraeckte te steruen :)

mijn nichte Tet Roorda een golden ketten

van drie hondert dalers, tot een eerlicke

gehoechnisse van mij, mijn Salige Lieve huijsvroub

ende kinderen. Ick testator maeck voor-

monden tot mijn zoen, ende eenige erff-

genaem, die Eedele, Erentfeste, Vorsie-

nige ende heer discrete Tating van

Adelen, Pieter van Eijsingha, ende Pieter

Sicke zoon Breutsma, dien ick bidt om

Godts wille, dat zijluijden willen

aenneme, het voorschreuen formontschap,

ende die administratie van mijn soens

goden

goden, tot dat hij vijff ende twintich



jaeren oldt is, op dat zijn goden in

sijn minoriteit, niet mogen vorquist

woorden, maeckende die selue mede

excutoers, van dit mijn Testament

biddende die selue mede om Godts

wille, dat zij sorg willen dragen, dat

dese mijne leste wille fidelick in alle

sijne puincken naegegaen ende onderholden

worde, soewel belangende die legaten

ad usus pios43, als die andere geen wtge-

noemen: Ende legateer een ijder van die

vorschreuene ingestelde curatorss een

sulueren beecker suaer acht ende tuintich

loedt een ider beecker, met die wapens

van mij ende mijn Salige huijsvroub daerop

gesteecken, tot een memorie ende gehoechnisse

van ons beijde ende onser kinderen: Ende

oft die suager van Salige Andle Dottinga

met mijn gegewene handtschrift mochte

manen, soewell Andle voorschreuen dorch

Gerrijt zijne broer, hadde doen quijt-

schelden voer die dienste die ick hem

dede om nae zijn gedaene dootslach

het landt weer te kriegen. Ende die

suaeger niet wilde weten, soe ist

nochtans reedlick, da van mijnet

wegen deducert worden in die hooftsomme

die vaccatien ende expensen, dien ick

gedaen heb int anferden vant montschap

vant kindt

vant kijndt van die, dien hij Andle

geslagen hadde, int accorderen van die

geldinge, int intrenneren van zijn remiss

ende andersins, welke allen hoger stight

als ter somme van vijff ende twintich

goude ghuldens; Biddende mede dat

die selue curatores oeck sorge dragen

dat ick bijtaeldt worde, van die penningen

die Baucke Rijoert zoon ende zijn leste

huijsvroub mij schuldich zijn. Item die kinde-

ren van Fritma, ende Wpke Douwes kinderen;

het fruchtgebruijck dat ick IJsck gelegateerdt

heb, sal niet wachte nae die reparatie van

Sassingha huijs, dan stracx nae mijn doedt

bijgenne, Ende soe mijn soen mede sonder

nedergaende graedt sterft, zall IJsck van

die tijt aff voort haer leuben langh, het

voorschreuene fruchtgebruick geniete, sonder

een pennich te huijr te gewen. In orconde dat

dit mijn wterste ende leste wille is, heb ick

dese met eigner handt geschreuben, gelick

mede veele ende diuerse woorden, met

eigner handt in margine ende inter lineas44 geschreuen

oeck tuie woorden in quinto latere45. In die ach-

tiende ende een ende tuintichsten reglen, et latere

sexto46. In die vier ende twintichste regel alheell

wtgedaen, voor ick dese heb doen bifestigen.

Ende ten einde dit selube mijn testament,

codicill ofte andere leste wille bundick

ende


ende ende stendich zij ende effect sortere

in alle sijne puinckten ende articklen, soe heb

ick Testator dit selue met onderschreijuen

van mijn naem, met eigner handt geschre-

uen, bijfesticht, ter presentie ende aensien

van die naebenoembde ende onderschre-

uene tuijgen daertoe van mij expresselick

geroepen ende gebeden zijnde, zijnde allen

mannen ende getuijgen van gode geloue

naem ende faem, om te willen dit mijn

testament met haere gewoentlicke onder-

schriuinge, onderschrijuen ende bijfestigen. Te

weten heer Wilhelmus Johannes Pastoer in

hardegarip, Doctor Marius Tiberius Medicus,

Schelte Fries, Sicke Wlkes, Jan

Bredael, Jan Dirck soen, ende Dirck

Brouwer, allen wonende binnen Embden

Twelcke wij getuijgen voorschreuen, op eenen

tijt, te weten den 21 April Anno 95 ende op

een platse ten huijse van den Testatoer

geroepen, ende vorgadert zijnde, hebben dit

Testament ter beede van die Testatoer

voorschreuen, hebben onderschreuen ende

bijfesticht, nae dat wij gesien hebben,

dat die Testator selffs ter presentie

van ons allen, dit sijn Testament met

onderschrijuen van sijn naem bijfesticht hadde

Noch will ick Testator dat alle

codicillen, nae date dese bij mij op te

richten


richten, sullen doer dit mijn testament voor

confirmeert geholden woorden. Ante Corobora-

tionem huius legaui et lego magistro Tarquinio cor-

nelij supradicto, et eius uxori simul talem cypyum

qualem supra legaui singulis ex Curatoribus filij

mei, in perpetuam mei memoriam, post mortem meam

dari47. Onder den princepalen stonde geschreuen

Hanss van Roorda; Marius Tiberij: Wilhelmus

Jois pastor in hardegarijp: Sicke Wlcke zn.:

Schelte Frijes: Breda: Jan Dijrckx: Derck

Peters:

Accordeert nae gedaene



collatie met zijn princepale

in Pampier geschreuben, ende

onderschrewen als vooren,

voorhaelt bij mij Sicke

Pieterzoon Breutsma publijeq

Shoffs van Vrieslandts

toegelaten Notaris Oircondo

mijn handt hier onder gestelt

den 23 Augusti anno

XV vijff ende tnegentich


Breutsma
1595

Den boouen geschr. Copia gecollationeert tegenst

zijn princepale ende daermede van woort tot

woort bevonden te accorderen bij mij

ondergeschreuen notaris ende secretaris, van

hennaerderadeel den 24 martij anno 1596


Suffridi N. P.
N. P.
1596


1 De lettercombinatie “ub” moet gelezen worden als “w” : beschrewene

2 onterven

3 De lettercombinatie “ub” moet gelezen worden als “w” : huijsfrouwss

4 om eerbare reden

5 tot en met de vijfde graad - en wie nader verwant is 1). komt groter deel toe. 2). heeft de eerste rechten.

6 beschreven

7


8 waaraan alle vruchtgebruikers gehouden zijn en dat hun dit door gangbaar privaatrecht of andere beschikkingen niet ontzegd kan worden.

9 vruchtgebruiker, die

10 dat zij zelf het legaat zal gebruiken en genieten waarbij het kapitaal intakt zal blijven.

11 wiens optreden als geldig zal worden beschouwd

12 geldig optreedt

13 als straf voor het feit da zij mijn wilsbeschikking hebben aangevochten.

14 aan te vechten

15 ( mijn zoon) die, vanwege zijn verregaande ongehoorzaamheid vermaand dat hij moest uitkijken dat ik hem om die reden niet schriftelijk zou onterven, antwoordde dat hij ook zonder mijn bezit kon leven – hij zal leren door dit kleine legaat wat het is om te antwoorden, te kunnen leven zonder mijn bezit

16 erfgename

17 tegen mijn zin.

18 aan het begin van de pagina op de achterkant van het blad, de woorden zijn namelijk deze

19 kerkvoogden

20 misoffers

21 ter versiering van het altaar.

22 misoffers.

23 aan de paters van het college van de gelukzalige maagd van Keulen.

24 paters.

25 met hun offers en vrome gebeden voorspraak doen bij God.

26 met bijbehorende verplichtingen.

27 hopende door hun gebeden en offers dat God onze voornoemde zielen goedgunstiger zal zijn.

28 college van de vaders Jezuieten.

29 want ik geloof op grond van de uitspraak van de vaders

30 van de oorspronkelijke kerk, dat de zielen van de overledenen zeer veel geholpen worden door de gebeden, smekingen, aalmoezen en offers, zodat er met hen barmhartiger wordt gehandeld dan hun zonden hebben verdiend

31 oprichten

32 graf monument

33 ende dat met hun katholieke gebeden en graf riten, als het op enige manier op de katholieke manier kan geschieden.

34 voor zo ver het kan geschieden.

35 in gelijke delen, in stammen (naar afstammingsgraad), niet hoofdelijk verdeeld.

36 stammen.

37 indien hem op grond van dit testament iets toevalt.

38 zonder wettige lijn van nakomelingen

39 tot vrome doeleinden.

40 erfschap.

41 erven

42 zonder nakomelingen

43 tot vroom gebruik

44 tussen de regels

45 op de vijfde zijde

46 en op de zesde zijde

47 Voor de bekrachtiging hiervan heb ik gelegateerd, en legateer ik aan meester Tarquinius Cornelius zn. voornoemd en tegelijkertijd aan zijn vrouw een zodanige som als ik boven heb gelegateerd aan een ieder van de curatoren van mijn zoon tot een altijd durende nagedachtenis aan mij, na mijn dood te geven

13-04-2011 Transcriptie: Paul Borghaerts, vertaling latijn: Liuwe Westra www.hennaerderadeel.nl Revisie 3©







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina