17 januari 2003 In de Kioskzaal, Kammerstraat 12 te Gent



Dovnload 151.14 Kb.
Pagina1/3
Datum22.07.2016
Grootte151.14 Kb.
  1   2   3
Open Forum

Inclusie



17 januari 2003
In de Kioskzaal, Kammerstraat 12 te Gent

Kinderrechtencoalitie Vlaanderen vzw

Adres (tijdelijk): V. Braeckmanlaan 44, 9040 St. Amandsberg, tel. 09/238.18.15, e-mail: jef.geboers@kinderrechtencoalitie.be en didier.reynaert@kinderrechtencoalitie.be

www.kinderrechtencoalitie.be

Inhoud



Inhoud 3

Programma Open Forum Inclusie 4

Inleiding 5

Bijdrage Ouders voor Inclusie 8

Bijdrage Theo Mardulier 15

Bijdrage Geert Van Hove 17

Debatverslag 27

Nuttige Informatie en Links 29

De Kinderrechtencoalitie Vlaanderen vzw 32


Programma Open Forum Inclusie

13h30: Welkomstwoord door Mevr. Karin Maes, voorzitster Kinderrechtencoalitie

13h35: Inleiding door Jef Geboers en Didier Reynaert, coördinator en medewerker Kinderrechtencoalitie

13h45: Analyse van een aantal knelpunten bij het realiseren van inclusie voor een minderjarige met een handicap aan de hand van een fictieve casus door Mevr. Rita Stevens, Mevr. Rita Van Der Spiegel en Dhr. Bert Quataert, leden van de stuurgroep Ouders voor Inclusie

14h15: Bespreking van de discussietekst ‘Maatwerk in samenspraak. Een vernieuwd beleid voor het onderwijs aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften’ van minister van onderwijs Marleen Vanderpoorten, door Dhr. Theo Mardulier, adjunct van de directeur-projectleider bij het departement onderwijs

14h45: Toelichting over de filosofie van inclusie vanuit wetenschappelijk perspectief met lessen voor de praktijk en het beleid door Prof. Dr. Geert Van Hove (Universiteit Gent)


15h15: Vragen en discussie
16h30: Afsluitend drankje

Inleiding

  1. Aanleiding

2003 is het Europees Jaar van Personen met een Handicap. Het doel van dit jaar is het streven naar gelijke rechten voor personen met een handicap. Aan de start van dit Europees jaar wil de Kinderrechtencoalitie niet afwezig zijn, en wil zij meewerken aan gelijke rechten voor kinderen en jongeren met een handicap. Daarom organiseert de Coalitie het ‘Open Forum Inclusie’, om de aandacht te vestigen op minderjarigen met een handicap. Immers, kinderen en jongeren met een handicap zijn nog steeds een groep die hun fundamentele rechten niet erkend weten en die dagelijks worden geconfronteerd met verschillende vormen van discriminatie en segregatie.

Tegelijk wil dit Open Forum een aanzet zijn om de Concluding Observations1 van het Comité voor de Rechten van het Kind te implementeren en zo recht te doen aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. In deze Slotbeschouwingen stelt het Comité dat het bezorgd is om “de ongelijkheden in het genot van economische en sociale rechten, met name gezondheid en educatie van arme kinderen en niet-Belgische kinderen, inclusief niet-begeleide minderjarigen en kinderen met een handicap.” Het Comité doet daarom de aanbeveling om “bestaande beleidsmaatregelen en -praktijken te herzien m.b.t. kinderen met handicaps, inclusief ontwerpen van wetgeving, met specifieke aandacht voor de standaardregels m.b.t. kansengelijkheid voor personen met een handicap (Algemene Vergadering resolutie 48/96) en voor de aanbevelingen van het Comité, aangenomen op de dag van de algemene discussie over Kinderen met een handicap (zie CRC/C/69).”

Eveneens in het kader van de rapportageplicht van de Belgische overheid aan het Comité voor de Rechten van het Kind pleitte de NGO’s om “vanuit een overkoepelende visie een inclusief beleid uit te bouwen. Zij pleiten voor een beleid dat de integratie in de maatschappij bevordert en stimuleert.”

Aangezien onderwijs een belangrijk deel uitmaakt van het leven van kinderen en jongeren enerzijds, en omwille van de geplande intenties van de Minister van Onderwijs op het vlak van educatie voor kinderen en jongeren met een handicap anderzijds zal dit Open Forum voornamelijk ingaan op inclusief onderwijs. Uiteraard zal de aandachtige toehoorder parallellen met andere beleidsdomeinen kunnen maken en wordt hij/zij aangemoedigd om tijdens de discussie ook ervaringen uit andere werkvelden te delen (jeugdwerk, jeugdhulpverlening, migrantenwerking...).

Discussiestof genoeg om met verschillende partners in dialoog te gaan en samen te zoeken naar het realiseren van recht op onderwijs voor minderjarigen met een handicap vanuit een kinderrechtenperspectief.


  1. Uitgangspunten

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind is ook voor de behandeling van het thema ‘rechten van kinderen met een handicap’ een essentiële leidraad. En hoewel het Verdrag een comprehensief instrument is -m.a.w., alle bepalingen in het Verdrag zijn onderling afhankelijk en er bestaat bovendien geen hiërarchie tussen de verschillende artikels- kan men toch een aantal bepalingen onderkennen die expliciet handelen over kinderen en jongeren met een handicap.

Op de eerste plaats is er uiteraard artikel 2, het non-discriminatiebeginsel en tevens één van de hoekstenen van het Verdrag. Dit principe houdt in dat àlle rechten van toepassing zijn op àlle kinderen, zonder discriminatie van welke aard ook. Ook niet ‘handicap’.



Artikel 6 heeft het over het inherente recht op overleven en ontwikkeling, waarbij de Staat de verplichting heeft in de ruimst mogelijke mate te voorzien in overleven en ontwikkeling van het kind. Ontwikkeling veronderstelt de deelname van kinderen en jongeren aan het maatschappelijk leven.

Het recht van het kind om zijn mening te kennen te geven en het recht op het feit dat met deze mening rekening wordt gehouden in elke aangelegenheid die het kind betreft wordt erkend in artikel 12.

Het uitgebreide artikel 23 handelt specifiek over kinderen en jongeren met een handicap. Het erkent het recht op bijzondere zorg, onderwijs en training, bedoeld om hen te helpen de grootst mogelijke zelfstandigheid te bereiken en een volwaardig en actief leven te leiden in de samenleving.

Het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en het recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voorziening wordt bepaald in artikel 24.

Voor wat onderwijs betreft erkent artikel 28 zonder uitzondering het recht van het kind op onderwijs en de plicht van de Staat om er voor te zorgen dat tenminste lager onderwijs gratis en verplicht is. Verder stelt artikel 29 dat het onderwijs gericht dient te zijn op de ontplooiing van de persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene.

Ook het recht op vrije tijd, ontspanning en culturele activiteiten wordt in artikel 31 erkent voor alle kinderen.

Dit kinderrechtenperspectief stelt dus het recht om erbij te horen centraal, samen met het recht actief te participeren, concepten die ook de kern uitmaken van het gedachtegoed van inclusie. Bij inclusie gaat het fundamenteel over ‘een deel van het geheel zijn’, ‘ingesloten zijn’, erbij horen’2. De Vlaamse Onderwijsraad omschrijft inclusie als “(1) het erkennen en waarderen van verschillen tussen mensen; (2) het onderkennen van contextfactoren in het voorkomen van een ‘handicap’; (3) het wegnemen of verkleinen van barrières in de omgeving om handicap te verminderen.”3 Toegepast op het onderwijs betekent dit dat inclusief onderwijs een proces is “waardoor scholen tegemoetkomen aan de diversiteit, door herziening van structuren, onderwijsbenaderingen, leerlinggroeperingsvormen, of het inschakelen van hulp, met het oog op de uitbreiding van hun aanbod naar alle leerlingen in hun (lokale) schoolgemeenschap. Het is betekenisvol voor alle scholen, m.i.v. speciale scholen, omdat alle scholen hun zorgbreedte kunnen vergroten.”4

Vanuit het perspectief van rechten van kinderen en jongeren is inclusie geen privilege, maar een recht van alle kinderen en jongeren. Elk kind heeft recht op een gelijke behandeling en het recht om niet gediscrimineerd te worden. Dit Open Forum zal bijgevolg niet de discussie aangaan van voor of tegen inclusie of inclusief onderwijs. Het Open Forum zal wel focussen op hoe men het recht op een gelijke behandeling voor kinderen met een handicap in de praktijk kan realiseren, meer bepaald in het onderwijs, en hoe het beleid hiervoor de nodige ondersteunende structuur kan aanbieden. M.a.w.: met welke problemen worden kinderen en jongeren met een handicap geconfronteerd in het uitoefenen van hun rechten en in hoeverre worden kinderen en jongeren hierin beleidsmatig ondersteund?

Bijdrage Ouders voor Inclusie

Inleiding

De wet ter bestrijding van de discriminatie werd op 17 oktober aangenomen in de Kamer en op 12 december 2002 in de Senaat. Deze nieuwe tekst belichaamt het fundamentele principe waarop ons democratisch systeem berust: het recht op een gelijke behandeling, omdat “alle mensen gelijke rechten hebben”.

Via deze wet heeft iedereen die het slachtoffer is van discriminatie de mogelijkheid om zijn fundamentele rechten te doen respecteren.
In België bestaat ook de grondwettelijke vrije keuze van onderwijs. Dit betekent dat ouders vrij kunnen kiezen waar ze hun kinderen naar school sturen. Alleen…gelden deze wetten blijkbaar niet voor mensen met een handicap.
Vorige week blokletterden de kranten “Thomas kan niet meer naar school”, “Gewoon Onderwijs kan zevenjarige autist niet aan”, “in het Buitengewoon Onderwijs is er geen plaats meer”. Voor de 2de keer dit schooljaar wordt Thomas aan de deur gezet in het Gewoon Onderwijs.

En enkele dagen later: “Mathias is dit jaar al aan zijn 4de school toe”.


Volgens de woordvoerder is het aantal kinderen met gedragsproblemen dat uit de boot valt minimaal. Als ouders worden wij echter vaak geconfronteerd met kinderen die niet terechtkunnen in het Gewoon Onderwijs, maar ook uit de boot vallen in het Buitengewoon Onderwijs.



  1. Met welke problemen worden kinderen en jongeren met een handicap geconfronteerd in het uitoefenen van hun recht op inclusief onderwijs?

We gaan ons verhaal beginnen bij het begin: een verhaal over de knelpunten, bedeltochten,… .


SOFIE

Sofie is 11 jaar en zit in het 4de leerjaar bij meester Bart.

Haar vriendinnen komen vaak plezier maken en ze durft ze wel eens plagen.

Ze houdt van paardrijden, toneel, muziek en …winkelen.
Maar Sofie heeft ook een handicap…Ze werd 2 maanden te vroeg geboren wegens loslating van de placenta(moederkoek) en dit heeft een hersenletsel nagelaten.

Haar eerste levensjaren kende ze veel medische problemen en daardoor werd ze door een MDT doorverwezen naar en school type-2 met een goede medische dienst.

Van ‘kiezen’ was er al geen sprake meer!

Met veel moeite lieten we haar heroriënteren naar een type-4 school omdat we vonden dat ze onvoldoende aan haar trekken kwam.

Maar Sofie mocht daar niet blijven, ze kon zich niet concentreren, haar communicatie was niet duidelijk en ze was blijkbar niet geïnteresseerd in wat er rondom haar gebeurde.

Wij gingen op zoek naar een andere school type-4 (want ze had nog altijd dat attest!) maar ze kon nergens terecht: de ene school hanteerde een té strak doelgroepenbeleid, in een andere school had men té weinig middelen om haar voldoende ondersteuning te bieden en een derde school weigerde omdat Sofie té veel medische zorgen nodig had.

Men opperde dat ze binnen het B.O. terug moest naar een school type-2 (waar is hier opnieuw de keuzevrijheid?)

Dus gingen we samen met enkele medestanders op zoek naar een gewone school die het wel wou proberen.

Na een zoektocht via een aantal scholen kwamen we uiteindelijk terecht bij haar huidige school.

Maar niet iedereen heeft zoveel geluk.
JOLIEN

Jolien is een echte levensgenieter en is zot van haar vriendinnen, feesten, K3, paardrijden, zitskiën en vooral van naar school gaan.
Jolien werd geboren met een zeer zeldzame genetische aandoening (incontinentia pigment), en na enkele maanden werd reeds heel duidelijk werd dat ze een meervoudige handicap zou hebben.

Op haar 2.5 jaar ging Jolien naar een type 4 school, waarvoor we eerst alle type 4 scholen met kleuterafdeling in Antwerpen afschuimden.

Na 2 jaar trokken we daar weg: de weinig stimulerende omgeving, en het steeds weer uit gaan van hetgeen ze allemaal NIET KON, stoorde ons enorm.

Toen begon de zoektocht naar een gewone school.

Een school zag het zitten voor 3 halve dagen, en mits ondertekenen van een strikt contract. (waarin bv. stond dat het niet mogelijk was de schikking in de klas aan te passen om er met een rolstoel door te kunnen.)
Een andere school vond dat hun lokalen te klein waren (was nochtans een gloednieuwe school met de mooiste infrastructuur die ik al gezien had)

Nog een andere school blijft halsstarrig volhouden dat er te veel trapjes zijn om het gebouw te betreden.

Uiteindelijk moesten we een bedeltocht langs 8 scholen doen tot we bij de school kwamen die het zag zitten.

In de school waar ze nu zit is erg veel mogelijk, maar toch blijft het altijd spannend afwachten hoe het volgende jaar zal verlopen.

Het blijft immers steeds goodwill van de mensen.

Gelukkig hebben sinds vorig schooljaar een PAB waardoor er continu begeleiding is voor Jolien.

Er zijn echter vele mensen die dit niet hebben en dan is het erg moeilijk om genoeg ondersteuning aan te bieden.
ANNELEEN

Anneleen , nu 9 jaar , volgde 5 jaar buitengewoon onderwijs type 2, Deze keuze hebben de ouders gemaakt , maar werd erg gestuurd door het toenmalig PMS-centrum en de thuisbegeleidingsdienst , vermits ‘kinderen met het syndroom van down’ toch type2kinderen zijn!!!!!

Na 5 jaar buitengewoon onderwijs maakte onze dochter ons duidelijk dat ze niet meer naar school wou; anneleen gaf zelf aan dat ze het op school saai vond gegaan naar informatie over inclusief onderwijs en hebben na heel wat telefoons met ervaringsdeskundigen besloten om dit ook te proberen voor anneleen. Maar dan start de zoektocht naar een school. Eerste keuze viel op de school waar de jongere zus eveline ging. Deze school heeft na 2 overlegvergaderingen nee gezegd op onze vraag. Hun motivatie steunde op meerdere redenen: ze verwachtten ook veel negatieve reacties van de andere ouders van de kinderen uit de klas want een kind met een handicap in de klas vraagt toch heel wat aandacht van de juf en dan worden hun kinderen benadeeld en dan is er de angst dat het klasniveau dan omlaag gaat.

Ook in andere scholen in de buurt maar overal kregen de ouders heel snel een nee, alsof de eerste school een tam-tambericht verspreid had van ‘je moet er maar niet aan beginnen’.

Dan maar opnieuw in haar oude klasje in het B.O. ; de eerste dag ging anneleen lachend naar school, vanaf de tweede dag niet meer. Toen anneleen eind september op de verjaardag van haar juf ( met een frietjesfeest op school) nog niet naar school wou was het voor ons duidelijk dat ze naar een andere school moest.

We zijn dus uiteindelijk terecht gekomen in ’t Fonteintje te Koersel.

Anneleen is heel blij met de verandering, ze gaat graag naar school en komt goedgezind thuis. Ze wordt goed opgenomen in de klas en is heel graag tussen de ‘gewone’ kinderen. En ondanks de beperkte ondersteuning heeft ze reeds heel veel bijgeleerd. De ouders vinden het heel jammer dat ze hiervoor twee dorpen verder moeten gaan maar zijn toch heel blij dat ze deze moeilijke stap hebben durven zetten.

NIELS

Direct na de geboorte werd vastgesteld dat Niels het Syndroom van Down had.

Reeds bij de kinderopvang voelden we ons gediscrimineerd.

Toen Niels naar de peutertuin ging hadden we over de middag ongeveer 50 minuten opvang nodig. Maar daarvoor moesten we een halve dag betalen omdat kinderen met een handicap niet 1/3 dag konden opgevangen worden.

We hadden geen probleem om een kleuterschool te vinden. We bezochten er 3 en waren op de 3 scholen welkom.

Van bij de start zijn we gestart met een beperkte vorm van ondersteuning.
De overgang naar de lagere school ging ook gepaard met veranderen van school.

Daarom lieten we Niels in zijn nieuwe school de 3de kleuterklas overdoen.

Ondertussen hadden we een aanvraag ingediend opgenomen te worden in het project type 2.

Met dit gegeven gingen we onderhandelen met de school en met enkel B.O.-scholen.

Ondersteuning was immers voor de school een noodzaak en een voorwaarde.

Wij vielen buiten het project maar waren wel al gestart bij een gemotiveerde leerkracht.
Wij zijn dan voor het 2de leerjaar zelf op zoek gegaan naar ondersteuning en hebben dit zelf vergoed.


We vonden een student orthopedagogie, een kinesist en een student lerarenopleiding.

Een orthopedagoge was bereid om het geheel te coördineren.

Ondanks die ondersteuning lukte het niet zo goed.

Door de aanwezigheid van een kind met een handicap voelde hij zich belemmerd.

Het resultaat was een heleboel problemen tot en met een tussenkomst van de vakbond en de inrichtende macht.

Als argumenten haalde de leerkracht aan dat hij voor dit werk niet was opgeleid, dat de ondersteuning niet professioneel was, dat hij zich over bevraagd voelde, dat hij al 70u per week moest werken voor zijn klas zonder Niels,…

Niels zit nu in het 3de leerjaar met dezelfde mensen die voor ondersteuning zorgen maar met een leerkracht die het wel ziet zitten en alles loopt gesmeerd.

In het huidig systeem blijft , ondanks de inzet van veel mensen, het al dan niet slagen van een inclusieproject afhankelijk van de goede wil en creativiteit van 1 persoon.

Bij die 4 kinderen, maar ook uit de verhalen van andere ouders die we bijna dagelijks te horen krijgen, komen steeds dezelfde knelpunten naar voor. We zetten ze even op een rij:




  • te weinig respect voor de keuze van ouders en kinderen

  • te weinig informatie aan ouders

  • vooroordelen m.b.t. personen met een handicap

  • het monopolie van het buitengewoon onderwijs

  • het over-accentueren van de beperkingen en het onderwaarderen van de mogelijkheden bij personen met een handicap

  • de fysieke ontoegankelijkheid van de gewone scholen

  • financiële discriminatie tussen wie kiest voor gewoon en wie kiest voor buitengewoon onderwijs

  • te weinig soepelheid voor curriculum-aanpassing

  • te weinig middelen voor assistentie of ondersteuning in de klas


Als we alles op een rij zetten dienen we echt te spreken van een situatie van DISCRIMINATIE… die evenwel verdoezeld wordt, onuitgesproken, gerationaliseerd… . MAAR WE KUNNEN ER NIET OM HEEN: PURE DISCRIMINATIE !
Ondanks deze knelpunten volgen thans heel wat kinderen en jongeren met succes onderwijs in “gewone” scholen. En dan horen we overal dezelfde bedenkingen : het is een verrijking voor onze school, het kind bloeit open, de leerlingen worden toleranter, socialer… Ze banen hun weg, meestal zonder, in ieder geval met te weinig ondersteuning van overheidswege.

We willen echter meer doen dan alleen maar knelpunten aanbrengen. Als ouders willen we immers niet alleen “klagen”. We willen ook – in naam van onze kinderen – opkomen voor het recht op kwalitatief inclusief onderwijs en vanuit ons perspectief, met onze ervaring, een stem hebben in het beleid.


Bij het begin van dit Europees Jaar van Personen met een handicap willen we vooral aan de alarmbel trekken.

De overheid voorziet GOK in drie fasen. In de eerste fase richtte men zich op een bepaalde doelgroep die welomschreven is en die extra middelen oplevert. Deze fase gaat in september 2003 over in een tweede fase - die de zorgverbreding op school stimuleert en tezelfdertijd het inschrijvingsrecht installeert.

De derde fase, waarbij men ten gronde wil komen tot inclusief onderwijs, ook voor kinderen met een uitgesproken handicap zal evenwel nog lang op zich laten wachten. Men merkt ook dat men daar geen timing op plakt. In deze legislatuur zal er nog niet aan deze derde fase gewerkt worden! Dat wil zeggen dat de oplossing voor de knelpunten die we straks zullen voorleggen nog minimaal drie jaar, misschien vijf jaar, misschien tien jaar op zich zal laten wachten. Tenzij …
Tenzij we de discussie rond inclusief onderwijs afsluiten op het niveau van de onderwijspraktijk, afsluiten op het niveau van het onderwijsbeleid en opentrekken als een politiek discussie.
De discussie afsluiten op het niveau van de onderwijspraktijk wil zeggen stoppen met de discussie van voor of tegen inclusief onderwijs, de discussie van beter buitengewoon of beter gewoon onderwijs voor kinderen met een handicap.
De discussie afsluiten op het niveau van het onderwijsbeleid wil zeggen stoppen met een discussie over budgetten, belangen van koepels en vakbonden, motivatie of deskundigheid van leerkrachten.
De discussie open trekken als een politiek vraagstuk wil dan zeggen: stil staan bij de vraag of het in onze maatschappij passend is om kinderen en jongeren met een handicap nog langer een plaats te weigeren in het gewoon onderwijs. Het antwoord op deze vraag kennen we al lang en zou moeten leiden tot politieke actie… tot een opdracht aan het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk om inclusief onderwijs waar te maken. Niet binnen drie jaar of vijf jaar of tien jaar, maar zo snel als mogelijk! Inclusief onderwijs… gewoon doen, liever vandaag dan morgen!

2.Hoe moet het nu verder met het inclusief onderwijs in Vlaanderen ?
In oktober was er overleg tussen de overheid en de ouderverenigingen omtrent het onderwijs voor kinderen met specifieke onderwijsnoden. Daarbij heeft “Ouders voor Inclusie” een synthesenota opgesteld: “Inclusief onderwijs waar maken”.

De inhoud van deze nota willen we hier verkort weergeven.



2.1. Vanuit onze kijkwijze op inclusief onderwijs willen we met betrekking tot het verder te ontwikkelen beleid de volgende aandachtspunten naar voor schuiven:



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina