17 januari 2003 In de Kioskzaal, Kammerstraat 12 te Gent



Dovnload 151.14 Kb.
Pagina3/3
Datum22.07.2016
Grootte151.14 Kb.
1   2   3



Instructie


aanpassingen

Ecologische aanpassingen



Curriculum


Aanpassingen






Instructie

input


Student

respons


Supple-

mentair


alternatief

Eenvou

diger


Waar ?

Met

Wie?


Wan-

neer?



Geraadpleegde literatuur.
BROEKAERT, E., BOGAERTS, J., CLEMENT, J.P. (1994), Wat Doven zeggen. Onderzoek naar de socio-economische leefsituatie van volwassen doven en slechthorenden uit het Buitengewoon Onderwijs in Vlaanderen, Garant: Leuven.
DeBoer, A. (1995), Working together: The art of consulting and communicating, Sopris West: Longmont.
FEYS, R. (1999), Inclusief fabeltjesland versus zorgverbreding, Onderwijskrant, 105, 20-43.
GIANGRECO, M., CLONINGER, C., IVERSON, V. (1998), Choosing Outcomes and Accommodations for Children, Paul Brookes Publishing C°: Baltimore.
GOLDSTEIN, H., ENGLISH, K., SHAFER, K., KACZMAREK, L. (1997), Interaction among preschoolers with and without disabilities: Effects of across-the-day peer intervention, Journal of Speech, Language and Hearing Disorders, 40, 33-48.
GOOD, T., BROPHY, J. (1991), Looking in classrooms, Harper Collins: New York.
HALL, L., Mc GREGOR, J. (2000), A Follow-Up Study of the Peer relationships of Children with Disabilities in an Inclusive School, The Journal of Special Education, vol.34, 3, 114-126.
HARING, T., BREEN, C. (1992), A peer mediated social network intervention to enhance the social integration of persons with moderate and severe disabilities, Journal of Applied Behaviour Analysis, 25, 319-333.
HUGHES, C., HARMER, M., KILLIAN, D., NIARCHOS, F. (1995), The effects of multiple-exemplar self instructional training on high school students’ generalized conversational interactions, Journal of Applied Behaviour Analysis, 28, 201-218.
HUNT, P., ALWELL, M., GOETZ, L. (1991), Interaction with peers through conversation turntaking with a communication book adaptation, Augmentative and Alternative Communication, 7, 117-126.
JANNEY, R., SNELL, M (1997), How Teachers use peer interactions to include students with moderate and severe disabilities in elementary general education classes, Journal of the Association for Persons with Severe Handicaps, 21, 72-80.
JANNEY, R., SNELL, M. (2000), Modifying Schoolwork. Teachers’ Guides to Inclusive Practices, Paul Brookes Publishing C°: Baltimore.
JOHNSON, D., JOHNSON, F. (1997), Joining together: Group theory and skills, Prentice-Hall, Englewood Cliffs.
KAMPS, D., POTUCEK, J., LOPEZ, A., KRAVITS, T., KEMMERER, K. (1997), The use of peer networks across multiple settings to improve social interaction for students with autism, Journal of Behavioural Education, 7, 335-357.
KAUFFMAN, J. (1999), Commentary: Today’s Special Education and its Message for Tomorrow, The Journal of Special Education, vol. 32, 4, 244-254.
KAVALE, K., FORNESS, S. (2000), History, Rhetoric and Reality. Analysis of the Inclusion Debate, Remedial and Special Education, vol. 21, 5, 279-296.
KENNIS, R. (red.) (2001), Inclusief beleid voor personen met een handicap. Voorbeelden uit de beleidspraktijk, Acco: Leuven.
Mc GEE, G., ALMEIDA, M., SULZER-AZAROFF, B., FELDMAN, R. (1992), Promoting reciprocal interactions via peer incidental teaching, Journal of Applied Behavioural Analysis, 25, 117-126.
ODOM, S., Mc CONNELL, S., CHANDLER, L. (1993), Acceptability and feasibility of classroom-based social interaction interventions for young children with disabilities, Exceptional Children, 60, 226-236.
PANIER, M. (2002), Bijdrage bij de Hoorzitting in de Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van het Vlaams Parlement in functie van de Visietekst ‘Maatwerk in Samenspraak’.
POTTER, M. (1992), Research on teacher thinking: Implications for mainstreaming students with multiple handicaps, Journal of Developmental and Physical Disabilities, 4(2), 115-127.
PUGACH, M., WESSON, C. (1995), Teachers’ and students’ view of team teaching of general education and learning-disabled students in two fifth-grade classes, The Elementary School Journal, 95 (3), 279-295.
RAINFORTH, B., YORK-BARR (1997), Collaborative teams for students with severe disabilities: Integrating therapy and educational services, Paul Brookes Publishing C°: Baltimore.
SACKET, D., ROSENBERG, W., GRAY, J., HAYNES, R., RICHARDSON, W., Evidence-Based Medicine: What it is and what it isn’t, British Medical Journal , 312: 71-2.
SASSO, G. (2001), The Retreat from Inquiry and Knowledge in Special Education, The Journal of Special Education, vol. 34, 4, 178-193.
SCRUGGS, T., MASTROPIERI, M. (1996), Teacher perceptions of mainstreaming/inclusion 1958-1995 : a research synthesis, Exceptional Children, vol.63, 1, 59-74.
SCHNORR, R. (1990), “Peter? He comes and goes…”: First graders’ perspectives on a part-time mainstream student. Journal of the Association for Persons with Severe Handicaps, 15 (4), 231-240.
SCHNORR, R. (1997), From enrolment to membership: ‘Belonging’ in middle and high school classes, Journal of the Association for Persons with Severe Handicaps, 22, 1-15.
SNELL, M., JANNEY, R. (2000), Collaborative Teaming. Teachers’ Guides to Inclusive Practices, Paul Brookes Publishing C°: Baltimore.
STRAIN, P., ODOM, S. (1996), Peer social initiations: Effective Intervention for social skills development of exceptional children, Exceptional Children, 52, 543-551.
STRICKLAND, B., TURNBULL, A. (1990), Developing and implementing individualized education programs (3rd ed.), Merill: Columbus.
VAN HOVE, G. (2000), Het recht van alle kinderen. Inclusief onderwijs. Het perspectief van ouders en kinderen, Acco: Leuven.
VAN HOVE, G., DE SCHAUWER, E., MORTIER, K. (in voorbereiding), Inclusief onderwijs in Vlaanderen: verhalen die op universele waarden gebaseerd zijn, Tijdschrift voor Jeugdrecht en Kinderrechten.
VER EECKE, E., MARDULIER, T. (1997), Zorg verbreden – Zorg versmallen. Onderwijs en rechten van kinderen met een handicap, p.93-110, in: Vlaams Centrum voor de Bevordering van het Welzijn van Kinderen en Gezinnen, ‘Rechten van kinderen met een handicap’, Brussel.
VILLA, R., THOUSAND, J. (2000), Restructuring for Caring and Effective Evaluation. Piecing the Puzzle together, Paul Brookes Publishing C°: Baltimore.
ZOLLERS, N., YU, Y. (1998), Leadership in an Able-bodied Social Context: one principal’s impact on an inclusive urban school, Disability and Society, vol.13, 5, 743-761.



Debatverslag

  • Vanuit het publiek wordt vastgesteld dat mensen uit de onderwijswereld vaak de klacht uiten dat met het realiseren van inclusie het gewoon onderwijs nu nog een nieuwe opdracht krijgt. Hij meent dat dit niet het geval is, maar dat het eerder een zaak is van mentaliteitsverandering, en dat het normaal is dat kinderen en jongeren met een handicap aan bod komen in het gewoon onderwijs. Dit aspect van mentaliteitsverandering ontbreekt volgens hem nog te vaak in de huidige “promotiekteksten”.


Rita Stevens (Ouders voor Inclusie) toont aan de hand van een praktijkvoorbeeld aan dat deze mentaliteitsverandering in de praktijk soms wel aanwezig is.
Volgens Geert Van Hove heeft veel te maken met de opleiding van leerkrachten, en bestaat er nog vaak de idee dat een specifieke opleiding nodig is om in een bepaald circuit te werken. Dit systeem van modulering (waardoor er specifieke leerkrachten worden opgeleid voor personen met een handicap, allochtonen,...) dient te worden aangepast en te evolueren in de richting waarbij een opleiding mensen voorbereid.


  • Rudi Roose (Universiteit Gent) stelt vast dat denken vanuit een kinderrechtenperspectief vaak lijnrecht tegenover het denken vanuit een marktmodel staat, zoals dit wordt toegepast in bijvoorbeeld het kwaliteitsbeleid met de opmaak van een kwaliteitshandboek in de sector van de jeugdhulpverlening. Hoe wordt hiermee omgegaan in het onderwijs en in de realisatie van inclusief onderwijs?


Theo Mardulier stelt vast dat de overheid kwaliteitscriteria eist. De vraag is hoe hiermee wordt omgegaan. De kwaliteitscritearia die vanuit de overheid worden opgelegd worden in de praktijk vaak zeer stringent toegepast, waardoor ze eerder een hindernis vormen, bijvoorbeeld bij de implementatie van de eindtermen. Het komt er nu net op aan deze kwaliteitseisen flexibel toe te passen. Leerplannen worden te strak gehanteerd door leerkrachten, zonder dat het beleid dit vereist. Er bestaat op dit moment een ontwikkeling in het onderwijs waarbij het beleid een algemeen kader schetst, met de bedoeling dat hier in de praktijk creatief wordt mee omgegaan. Volgens Theo Mardulier gaan we dan ook niet de richting uit van een marktdenken in het onderwijs.
Geert Van Hove bevestigd dat er nood is aan bepaalde instrumenten, maar erkent ook dat deze instrumenten door de betrokkenen zelf te strikt worden geïnterpreteerd. Daarom pleit hij ook voor de zogenaamde “lerende organisatie”, waarbij de betrokkenen zelf verantwoordelijkheid nemen.
Bob De Pourque (directeur Centrum voor leerlingenbegeleiding Stad Gent) stelt dat vanuit de ervaringen van de CLB’s met diagnostiek het belang wordt erkend van procesaspecten in de diagnosestelling, waarbij de aandacht niet enkel gaat naar wat een jongere met een handicap niet kan, maar waar ook alle goede kanten in kaart worden gebracht, en waarbij rekening wordt gehouden met de context. Echter, dit vergt bijzonder veel tijd, vaak ten koste van andere taken van de CLB’s. De kwaliteitscriteria in de praktijk realiseren is dus wel degelijk een probleem.


  • Anja De Greve (staflid Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking beschrijft de aandacht die zij besteden aan personen met een handicap in de Derde Wereld en de promotie van inclusie binnen ontwikkelingssamenwerking. Personen met een handicap worden vaak niet betrokken in ontwikkelingsprojecten omwille van administratieve redenen.

Zij getuigt ook vanuit haar eigen ervaring als persoon met een handicap. Zij werd niet aangenomen bij het Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking omwille van haar handicap, aangezien zij samenwerkt met colleg’s die geen handicap hebben.

Ook vanuit haar ervaring in het Buitengewoon Onderwijs beaamt zij de moeilijkheden waarmee ouders en kinderen worden geconfronteerd in diagnosestelling en het strikt toepassen van tests die mee een antwoord dienen te geven op vragen over de verdere onderwijscarriere.




  • Theo Madulier wil nog even ingaan op de stelling van Bob De Pourque van het CLB. Hij stelt dat het belangrijk is leerlingen te benaderen als kinderen, en niet als bijvoorbeeld ADHD-ers,... Dit betekent ook dat het CLB samen met de school dient te onderzoeken hoe men ondersteuning kan geven. CLB’s zijn op die manier niet zozeer specialisten die op alles een antwoord weten, maar zijn eerder begeleiders in een zoektocht. Hierbij staat het belang van relationele expertise centraal en niet zozeer het belang van professionele expertise.


Rudi Roose maakt hierbij de opmerking dat het beleid hierover wel vaak tegenstrijdige signalen geeft. Tevens merkt hij ook op dat men in de hulpverlening ook moet leren luisteren naar de cliënten.
Rita Stevens van Ouders voor Inclusie vult hierbij aan dat ook naar ouders geluisterd dient te worden. Ouders moeten vaak bepaalde vragen stellen over hun kind met een handicap via een bepaald orgaan of instantie. Gelukkig is er nu wel meer betrokkenheid door ouders.
Bob De Pourque merkt op dat relationele expertise in essentie over vertouwen gaat, en dat het opbouwen van dit vertrouwen tijd vergt. Dit in tegenstelling tot deskundigheid, dat zich afspeelt in het hier en nu. Vandaar het belang van een contextuele benadering om iedereen te betrekken.
Rita Stevens van Ouders voor Inclusie merkt op dat het niet is omdat men contextueel werkt dat de ouders worden betrokken.


  • Volgens Bob De Pourque heeft men genoeg gepraat en plannen gemaakt, en is het nu tijd voor daden, om inclusief onderwijs effectief te gaan realiseren.


Nuttige Informatie en Links

  1. Literatuur

  • Fransen, R., (red.), Inclusie en onderwijs: de uitdagingen aangaan, Garant, Leuven, 2000.

  • HELIOS-II. Europese Gids van Goed Beleid. Naar Gelijke Kansen voor Gehandicapten, Europese Comissie, 1996.

  • The Salamanca Statement and framework for action on special needs education, adopted by the World Conference on Special Needs Education: Access and Quality, Salamanca, Spain, 7-10 june, 1994, http://www.unesco.org/education/pdf/SALAMA_E.PDF

  • Standaardregels betreffende het bieden van gelijke kansen voor gehandicapten, Resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (A/RES/48/96), 1994, http://www.un.org/documents/ga/res/48/a48r096.htm.

  • Van Hove, G., (red.), Het recht van alle kinderen. Inclusief onderwijs. Het perspectief van ouders en kinderen, Acco, Leuven, 1999.

  • Vanderpoorten, M., Maatwerk in samenspraak. Een vernieuwd beleid voor het onderwijs aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, Discussietekst, 2002, http://www.ond.vlaanderen.be/schooldirect/bijlagen0201/MaatwerkTekst.pdf.

  • Vlaams Centrum voor de Bevordering van het Welzijn van Kinderen en Gezinnen, Rechten van kinderen met een handicap. Themadag 19 november 1997, Vlaams Centrum voor de Bevordering van het Welzijn van Kinderen en Gezinnen, 1997.

  • Vlor, Advies bij de discussietekst ‘Maatwerk in samenspraak’. Een vernieuwd beleid voor het onderwijs aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, (versie na verticale fase), vlor, 2002, http://www.vlor.be/bestanden/documenten/AR190302.pdf.

  • Vlor, Inclusief onderwijs als innovatieproces. Analyse van de succesfactoren in 10 praktijkvoorbeelden, Garant, 2000.

http://www.vlor.be/bestanden/documenten/AR07071998.pdf

  • V.N. Comité voor de Rechten van het Kind, Children with disabilities, Days of General Discussion, http://193.194.138.190/html/menu2/6/crc/doc/days/disabled.pdf.

  • Inclusief onderwijs ‘Zet ze niet apart’, Klasse voor leerkrachten, 2000

  1. Websites

  • Overheid:

  • Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap

http://www.vlafo.be/indexflash.html

  • Ministerie van de Vlaamse gemeenschap Gelijke Kansen in Vlaanderen

http://www.gelijkekansen.vlaanderen.be/

  • Ministerie van Onderwijs

http://www.ond.vlaanderen.be/

  • Week van de Diversiteit (10-14 februari)

http://www.ond.vlaanderen.be/diversiteit



  • Adviesorganen Onderwijs:
    • Vlaamse Onderwijsraad

http://www.vlor.be/

  • Inclusie:




    • Inclusie Vlaanderen (VVHVG)

http://users.skynet.be/anahm.nvhvg/vvhvg.htm

  • Ouders voor Inclusie (zie ook elders in deze bundel)

http://www.oudersvoorinclusie.be/

  • Stichting Inclusief Onderwijs (Nederland)

http://www.inclusiefonderwijs.nl/

http://www.uni.edu/coe/inclusion/
  • Inclusion International

www.inclusion-international.org
  • Inclusion Europe

www.inclusion-europe.org

  • Platform Diversiteit (Steunpunt Jeugd)

http://www.steunpuntjeugd.be/html/sjplatforms.html#Platform Diversiteit.
  • Parent for inclusion

http://www.parentsforinclusion.org/

  • http://www.inclusion.com/

  • Diensten in het tertiair onderwijs:

    • Handicap en studie – onderwijsbegeleiding (Brussel)

http://www.vub.ac.be/studeren/handioz.html

  • Steunpunt Leerbevordering en mediatie (Antwerpen)

http://www.ua.ac.be/

  • Romerohuis (Leuven)

http://www.kuleuven.ac.be/sa/studie/handicap/

  • Begeleiding Studenten met een Handicap (Gent)

http://ortserve.rug.ac.be/nl/diensten.html



  • Official website of the European Year of People with Disabilities

    • http://www.eypd2003.org

De Kinderrechtencoalitie Vlaanderen vzw

  1. Inleiding: Ontstaan en voorgeschiedenis van de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen vzw

In de loop van 1996 werd in de schoot van Defence for Children International (DCI) het initiatief genomen tot oprichting van een Kinderrechtencoalitie. Enkele organisaties die reeds actief waren op het terrein van kinderrechten kwamen regelmatig samen voor overleg, informatie-uitwisseling en nadere kennismaking. De toenmalige Kinderrechtencoalitie stond open voor iedereen die begaan was met kinderrechten: naast de NGO’s dus ook privé-personen, (semi-)overheden, parastatalen en academici. Het was netwerking in een zeer eenvoudige vorm die een tijd lang aan de behoeften voldeed; maar gaandeweg nam de nood aan een duidelijker kader toe.

Als gevolg hiervan werd in 1999 gekozen voor een coalitie met een louter NGO-karakter. Hierdoor verkreeg de Kinderrechtencoalitie een duidelijker positie en identiteit en kon ze haar objectieven scherper aflijnen.

In december 2000 werd de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen omgevormd tot een echte vzw, met een full-time coördinator en later een half-time medewerker.

Bij dit alles is de initiële doelstelling van de Kinderrechtencoalitie steeds behouden gebleven: nl. als belangrijke actor van de kinderrechtenbeweging een actieve bijdrage leveren tot de informatieverstrekking over en de promotie van de rechten van kinderen, wat op zijn beurt ook de emancipatie van kinderen ten goede moet komen.

20 november, de verjaardag van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989), is in die context een jaarlijks weerkerende ‘feestdag’ waarrond telkenmale een aantal activiteiten worden geconcentreerd en de coalitie eventueel een standpunt formuleert


  1. Doelstellingen

De Kinderrechtencoalitie Vlaanderen heeft de volgende doelstellingen geformuleerd:

  • een daadwerkelijk en efficiënt toezicht/naleving van het IVRK, vanuit de NGO-wereld;

  • actief en constructief bijdragen tot het rapportageproces inzake de naleving van het IVRK;

  • actief bijdragen tot de promotie van de rechten van kinderen.

Concreet betekent dit:

Daadwerkelijk en efficiënt toezicht op de toepassing/naleving van het IVRK, vanuit de NGO-wereld bekeken

Zowel positieve als negatieve ervaringen m.b.t. de naleving van de rechten van kinderen worden samengebracht. In het kader daarvan staat de Kinderrechtencoalitie open voor alle informatie omtrent de naleving van het Kinderrechtenverdrag en organiseert zij op geregelde tijdstippen een open overlegforum voor alle betrokken en geïnteresseerde instanties en personen.

De Kinderrechtencoalitie wil op een constructieve, maar tegelijk kritische wijze de correcte en integrale naleving van de rechten van het kind opvolgen.



Actief en constructief bijdragen tot het rapportageproces inzake de naleving van het IVRK

De staten die partij zijn bij het IVRK hebben zich geëngageerd om vijfjaarlijks over de stand van zaken m.b.t. kinderrechten te rapporteren aan het VN-Comité voor de Rechten van het Kind. De Kinderrechtencoalitie waakt over de verplichtingen van de overheid m.b.t. deze rapportage. Door informatieverzameling, kritische studie en commentaar draagt zij op constructieve wijze bij tot het overheidsrapport. Er kan ook een eigen bijdrage of activiteit worden ontplooid in samenwerking met nationale en internationale NGO-partners.

De Kinderrechtencoalitie waakt in het bijzonder over de opvolging/naleving van de aanbevelingen die telkens worden geformuleerd door het VN-Comité naar aanleiding van de rapportage.

Actief bijdragen tot de promotie van de rechten van kinderen

De Kinderrechtencoalitie onderhoudt contacten met organisaties en personen die zich inlaten met de bescherming en bevordering van de rechten van het kind (bijv. de Franstalige “Coördination des ONG pour les Droits de l’Enfant” - CODE, en de internationale “NGO Group for the Convention on theRights of the Child”).

Zij ondersteunt tevens acties ter bekendmaking van het Kinderrechtenverdrag. Daarnaast wil de Kinderrechtencoalitie gemeenschappelijke initiatieven in dit verband bevorderen en coördineren.


  1. Werking

Organisaties die lid willen worden van de Kinderrechtencoalitie, moeten zowel het IVRK als de doelstellingen van de Kinderrechtencoalitie onderschrijven. Ook mogen hun eigen doelstellingen en/of werking op geen enkele manier in conflict komen met de vier meest fundamentele principes van het IVRK, zijnde:

  • non-discriminatie (art. 2) ;

  • het belang van het kind als richtsnoer (art. 3) ;

  • het recht op leven en ontwikkeling (art. 6) ;

  • het participatieprincipe (art. 12).

Voor hen die geen lid (kunnen) zijn - o.a. individuele geïnteresseerden, semi-overheden, universiteiten, het Kinderrechtencommissariaat,… - organiseert de Kinderrechtencoalitie op geregelde tijdstippen een Open Forum rond een bepaald thema, waarop iedereen zijn bijdrage kan leveren.

Voor de realisatie van haar doelstellingen streeft de Kinderrechtencoalitie immers zoveel mogelijk naar samenwerking en dialoog met andere relevante actoren, waaronder ook kinderen en jongeren, andere nationale en internationale organisaties en de overheid.



  1. Huidige samenstelling van de Kinderrechtencoalitie

1. De vzw Defence for Children International België (afgekort DCI België)

2. De vzw ECPAT

3. De vzw Gezinsbond

4. De vzw Kinder- en Jongerentelefoon Vlaanderen

5. De vzw Kinderrechtswinkels

6. De vzw Liga voor Mensenrechten

7. De vzw Plan International België


8. De instelling van openbaar nut Belgisch Comité voor UNICEF

9. De vzw Dienst Alternatieve Sancties en Voogdijraad

10. De vzw Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

11. De vzw ’ T Huis

12. De vzw Welzijnszorg

13. De vzw Crefi

14. De vzw Jeugd en Vrede

15. De vzw Kinderrechtenhuis

16. De vzw Onderzoekscentrum Kind en Samenleving


17. De vzw Ouders van Dove kinderen (ODOK)

18. De vzw Vlaams Welzijnsverbond


19. De vzw Vlaamse scholierenkoepel (VSK)

Voor meer informatie: www.kinderrechtencoalitie.be

Ons (tijdelijk) adres: V. Braeckmanlaan 44, 9040 St.Amandsberg, tel. 09/238.18.15, e-mail naar: jef.geboers@kinderrechtencoalitie.be of didier.reynaert@kinderrechtencoalitie.be

1 In het kader van de ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind heeft België de verplichting vijfjaarlijks verslag uit te brengen bij het Comité voor de Rechten van het Kind betreffende de implementatie van dit Verdrag. Ook NGO’s krijgen de kans een alternatief rapport neer te leggen bij het Comité (Dit gebeurde in 2002 door de Kinderrechtencoalitie voor wat betreft de NGO’s en door ‘What do you think’ voor wat betreft kinderen en jongeren). Aan het einde van deze evaluatie legt het Comité zijn Concluding Observations voor, slotbeschouwingen betreffende die zaken die in de komende vijf jaar verbeterd dienen te worden.

2 Van Hove, G., (red), Het recht van alle kinderen. Inclusief Onderwijs. Het perspectief van ouders en kinderen, Acco, Leuven, 1999.

3 Vlaamse Onderwijsraad, Advies over inclusief onderwijs, Vlor, 1998.

4 Mittler, Sent in Vlaamse Onderwijsraad, Advies over inclusief onderwijs, Vlor, 1998.

5 Dit artikel werd mogelijk gemaakt mede onder impuls van een Onderzoeksopdracht m.b.t. ‘inclusief Onderwijs in Vlaanderen’, die door de cel Gelijke Kansen in Vlaanderen werd toegekend aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. (2002-2004)


- -


1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina