1deelinsigne 1: roeien 3



Dovnload 312.86 Kb.
Pagina1/6
Datum21.08.2016
Grootte312.86 Kb.
  1   2   3   4   5   6








1DEELINSIGNE 1: ROEIEN 3




DEELINSIGNE 2: EHBO 25




DEELINSIGNE 3: ZWEMMEN 45



DEELINSIGNE 4: TOUWWERK 70




WAT MOET IK KENNEN/KUNNEN? 90



DEELINSIGNE 1: ROEIEN



Inhoudstabel
1. Bootskennis 4

1.1 De roeiriem 7

1.2. Bakboord en stuurboord 8

1.3. De scheepsbemanning 9

1.4. De boot varensklaar maken 10

2. Theorie van het roeien 11

2.1. Inleiding 11

2.2. De roeibevelen 12

3. Schipperskunst 17

3.1. Afvaren van een boei 17

3.2. Aanleggen 18

3.2.1. Aanleggen met de boeg 18

3.2.2. Aanleggen aan een boei 20

3.2.3. Achterwaarts aanleggen 21

3.2.4. Zijwaarts aanleggen 22

3.3. Ankeren 24




  1. Bootskennis

Zoals bij elke andere sport, heeft men typische benamingen en begrippen. We zullen de meest voorkomende het eerst behandelen, zodat ‘het beestje bij zijn naam’ genoemd kan worden en de verwarring aan boord minimaal is.

Het bootsmateriaal, zoals dollen, fenders, riemen…, zijn vaak geen alledaagse benamingen. Zorg dat je deze termen kent, want ze vormen samen de scheepstaal waarin we met elkaar communiceren op het water. Dit zal voor de rest van je carrière bij de scouts goed van pas komen.

Hierna volgt een tekening van de TERHI 440, de bekende boot van elke scheepsmakker. Op deze tekening staan alle onderdelen die je moet kennen voor je gaat roeien. Het geheel van al die woorden en termen noemen we de TERMINOLOGIE van de boot. Kijk eerst eens naar de woorden en duid dan alles aan op de tekening.

BELANGRIJK: het is zeer belangrijk en zeker voor de eerstejaars dat je de terminologie inoefent wanneer je met de boot gaat varen.

Je schept geen water uit de boot met potjes of dingen maar je HOOST het water met een HOOSVAT.


Ook met roeispanen kan geen enkele scheepsmakker overweg! Onze leuze is: je moet roeien met de RIEMEN die je hebt. Een MEERPEN sla je niet met een hamer maar met een MOKER in de grond.

Alle onderdelen komen voor op tekening. Een terry bestaat uit een ROMP. De voorkant van de romp heet BOEG en de achterkant die plat is SPIEGEL. De zijkant van het schip boven water noem je het BOVENWATERSCHIP, onder water het ONDERWATERSCHIP. De WATERLIJN is de scheiding tussen water en de lucht, wat vanzelfsprekend is natuurlijk.

Het open gedeelte waar de bemanning zit, noem je KUIP. De planken waarop je zit tijdens het roeien zijn geen banken maar DOFTEN. Wanneer je roeit kan je je voeten laten steunen op de VROUWENLIP. De roerganger zit niet op een doft maar op het ACHTERPLECHT. In de boeg zit de persoon die zorgt voor evenwicht, die zit dan op het VOORPLECHT of op de BOEGDOFT.

Het ding waarmee men stuurt heet het ROER, men bedient hem vanuit de kuip via de HELMSTOK. Wanneer je het roer op de boot vast zet neem je hem vast aan de helmstok en de ROERKONING, en je zorgt dat de ROERPEN en de VINGERLING in elkaar passen. Zorg steeds dat het ROERBLAD niet geschonden raakt, want dit zit in het water en zorgt voor de sturing. Op kamp kan het gebeuren dat men een motor aan de boot hangt, deze wordt op de plaats van het roer gemonteerd aan de spiegel. Men draait die dan vast aan de MOTORBUN.

Pas op aan de kant, de SCHUURLIJST kan wel tegen een stootje maar ook niet overdrijven.
wanneer je stilligt aan de kant gebruik je best een FENDER, die men vast zet aan het FENDEROOG op de doft. Naast de schuurlijst heb je de DOLBOORD, je hebt er 4 DOLPOTTEN. Men stopt een DOL in een DOLPOT, de RIEM zit op zijn beurt in de dol. Deze neemt de beweging van de riem op, zo geraakt men vooruit.

Eenmaal fenders geplaatst kan men zich met die lijnen, mis VOORSTE en ACHTERSTE LANDVAST aan de kant vastmaken. De KIKKER kan dan wel van pas komen.

Ook SLEEPOOG, SLUITING, KOUS moeten jullie nog zien te vinden.

Duid alles aan vraag desnoods hulp aan de leider!



  1. Boeg

  2. Spiegel

  3. Waterlijn

  4. Kiel

  5. Motorbun

  6. Kuip

  7. Kikker

  8. Landvast

  9. Dolboord

  10. Dolpot

  11. Doft

  12. Dol

  13. Riem

  14. Roer

  15. Roerblad

  16. Roerkoning

  17. Helmstok

  18. Roerpen

  19. Vingerling

  20. Fenderoog

  21. Fender

  22. Onderwaterschip

  23. Bovenwaterschip

  24. Vrouwenlip

  25. Sleepoog

  26. Sluiting

  27. Kous

  28. Voorplecht/boegdoft

  29. Achterplecht

  30. Schuurlijst




1.1De roeiriem


De roeiriem is voor ons zéér belangrijk. Zonder de riem zouden we immers niet ver geraken! Draag er dus steeds goed zorg voor. Wanneer je een riem draagt, doe je dat met het BLAD naar VOOR.
Het is immers het kwetsbaarste deel van de riem.

Deze tekening is een eenvoudige weergave van een roeiriem.

Duid zelf bij de juiste streep de juiste delen van de riem aan.
Als verschillende delen moet je hebben:

HANDGREEP BLAD SCHACHT MANCHET

Succes!





1.2Bakboord en stuurboord


Bakboord en stuurboord, twee heel belangrijke begrippen die de communicatie aan boord van jullie TERHI’s vergemakkelijkt. Mis daarom nooit in deze twee termen.

De begrippen links en rechts, die je in het normale leven gebruikt, werken aan boord verwarrend want: wat voor de roerganger rechts is, is voor de roeiers links en omgekeerd.

Zeelieden en watersporters maken daarom volgende afspraak.

Je staat aan het roer en kijkt naar de BOEG van de boot. De zijde die nu aan je rechterhand is noemen we STUURBOORD, de zijde aan je linkerhand is dan uiteraard BAKBOORD.

Truc: in het woord stuuR staat de letter R, van Rechts.

De verschillen tussen bak en stuur moet je dus zoals gezegd zeer goed kunnen onderscheiden. De afkortingen zijn BB en SB.

Met deze begrippen worden richtingen aangewezen, krijgt de plaats van elke roeier een naam, zijn belangrijk om aan te leggen of af te varen en voor vele andere situaties.



  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina