1Denken en geloven bij de Neander­thalers 1Een ontdekking van Neanderthalers op het eiland Papoea 1



Dovnload 139.27 Kb.
Pagina1/11
Datum26.08.2016
Grootte139.27 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Wie denkt moet geloven


A.E. Wilder Smith

TELOS
Nederlandse uitgave:

Buijten & Schipperheijn, 1980 + EO

ISBN 90 6064 393 3

HOOFDSTUK I

1Denken en geloven bij de Neander­thalers

1.1Een ontdekking van Neanderthalers op het eiland Papoea 1


Een nog overgebleven Neanderthaler, die met zijn kleine, van de hedendaagse beschaving afgezonderde stam, in de hooggelegen wouden van Papoea leefde, had in zijn afzonde­ring geen flauw benul van moderne mensen en van de moder­ne beschaving. Onze van techniek afhankelijke levenswijze met haar radio's, televisieapparaten, telefoon en auto's kende hij niet. Wat een machine is wist hij niet. Hij bezat een bescha­ving die nog precies was als in het stenen tijdperk. Verstande­lijk echter was hij in het geheel niet primitief, want van plant­kunde en van de heilzame werking van planten op verschillen­de ziekten, ja, daarvan wist hij zeer veel. Hoewel hij niets van vliegtuigen begreep, wist hij van farmacologie - van de genees­krachtige werking van planten - veel meer dan wij. Ook was hij goed ontwikkeld op sommige gebieden van de kunst, aange­zien hij enige grotten had bezocht, hogerop gelegen in de bergwouden. Daar had hij geleerd, hoe de Cromagnont mensen hun prachtige wandschilderingen in die donkere holen maakten. Dieren en planten kon hij zeer kunstig met eenvoudige kleur­rijke middelen uitbeelden. Tevens was hij een meester in het tekenen op beenderen. Eigenlijk was hij een liefhebber van heel de natuur en hij begreep zeer goed hoe hij daarmee, met heel die planten- en dierenwereld, om moest gaan. De kleine groep Neanderthalers leefde vreedzaam en gelukkig in haar volledig isolement.

Op een mooie dag bespeurde onze Neanderthalerleider aan de hemel iets, dat hem enorm bang maakte. Hij wist in het ge­heel niet wat het zijn kon. In zijn plaats zouden wij een luid brommende, laag vliegende jumbojet hebben herkend, die met enorme snelheid naar beneden schoot, recht op hem af. De machine liet een lange, zwarte rookpluim achter zich. Voor aan de rookpluim zag onze Neanderthaler een grote, donker­rode steekvlam. De jumbojet echter kwam steeds lager, onder steeds luider geraas en al maar onregelmatiger, recht op hem af, zodat de Neanderthaler het opeens op een lopen zette, om zich in een nabijgelegen diep doorlopende grot te verstoppen.

Kort daarop hoorde hij vlakbij een vreselijk, oorverdovend lawaai; bomen werden omgerukt en het geluid van scheurend metaal en krakend hout weerklonk. Daarna viel plotseling een akelige stilte in. Alleen het zachte sissen en knetteren van een kleine bosbrand was te horen. Na enige minuten angstig ge­wacht te hebben sloop de Neanderthaler uiterst voorzichtig uit zijn schuilplaats en keek hij bang en bevend om zich heen. Toen zag hij de brandende resten van de grote neergestorte machine. Bij het neerstorten was ze geëxplodeerd, en alvorens tot stilstand te komen had het vliegtuig vele bomen omverge­worpen. De lading van het vliegtuig lag overal verspreid. Ook kisten waren door de hevige klap uit elkaar gesprongen. Schrijf­machines, radio's, televisieapparaten, telefoons en automoto­ren lagen verspreid rondom het wrak. Afschuwelijk om aan te zien waren de halfverbrande overblijfselen van mensen, die de bemanning van de machine hadden gevormd. De meeste van de halfverkoolde en vreselijk verminkte lijken waren nauwe­lijks meer herkenbaar, hoewel onze Neanderthaler er direct lichamen van soortgenoten in herkende. Vanzelfsprekend waren het moderne mensen geweest, Homo sapiens sapiens. Heel voorzichtig liep hij op de plaats van het onheil af. Een paar vuurhaardjes laaiden nog op, om daarna uit te gaan. Alles werd doodstil - ook de lijken lagen in alle mogelijke en onmogelijke houdingen akelig stil in en rondom het wrak. Alle inzit­tenden waren klaarblijkelijk dood. Verschrikt stond onze Neanderthaler voor deze grote ramp, en vol angst en afgrijzen keek hij rond. Natuurlijk was hij radeloos. Hoe zou een radelo­ze, maar verstandige Neanderthaler in een dergelijke situatie handelen? Als verstandig man haalde hij eerst zijn vrouw; die bracht de kinderen weg en beval hen uit de buurt te blijven. Vervolgens liepen man en vrouw naar het wrak met al zijn vre­selijke geheimen. Na alles eerst samen eerbiedig onderzocht te hebben, gingen ze terug naar hun kinderen, bereidden ze goed voor en brachten ook hen naar het wrak, om hen deelgenoot te maken van dit mysterieuze, vreselijke voorval.

De kinderen onderzochten, na de eerste schrik enigszins te boven gekomen te zijn, de rondgestrooide lading van het grote vliegtuig, dat met zijn exportzending uit Japan zijn bestem­ming niet bereikt had. Open en nog gesloten kisten, schrijf­machines, radio's, TV-toestellen en onderdelen waren in over­vloed overal bij het wrak te vinden. Het nut van al die appara­ten was de Neanderthaler een raadsel. In een grote nagenoeg onbeschadigde kist troffen de kinderen zelfs een Japanse jeep aan, volledig rijklaar. In de jeep was al het gereedschap voor­handen, dat nodig was om het voertuig te kunnen repareren en onderhouden. Neanderthal-kinderen zijn precies als onze kin­deren, ze zijn nieuwsgierig en vlug. Na hun afgrijzen van zich afgezet te hebben, werden ze door de grote nieuwsgierigheid die kinderen eigen is overmand.



1.2Wat de Neanderthalers leerden


Al heel gauw waren de Neanderthal-kinderen er achter ge­komen, hoe ze een wiel van de jeep af moesten halen en het weer moesten monteren. Ook de betekenis van de verschillen­de knoppen en hendels bleef hun niet lang verborgen. Wan­neer men een bepaalde sleutel omdraaide, sprong tot hun grote plezier de motor brommend aan. Drukte je op een bepaald pedaal, dan ging de motor sneller lopen - en weer langzamer zodra je je voet van het pedaal afnam. Wanneer je een bepaalde hendel verzette en tegelijkertijd een andere pedaal neerdrukte en vervolgens langzaam weer omhoog liet komen, dan zette de jeep zich in beweging, zodat je ermee rond kon rijden. Hun ouders waren eerst angstig, kregen er echter vertrouwen in toen ze merkten dat de machine onschadelijk was. Al spoedig reden Neanderthal-vader en moeder mee rond met hun kinde­ren. Ook de ouders leerden al snel met de jeep te rijden. Toen deze echter niet meer wilde starten, ontdekten ze het belang van benzine als brandstof. Blikken met benzine lagen overal rondom het neergestorte vliegtuig. Ook de precieze werking van de benzine als brandstof was al snel geen geheim meer. Na onderzoek van de cylinderkop, van de zuigers en bougies ontdekten ze, dat benzine in de cylinderkop verbrand wordt, druk uitoefent op de zuigers en die naar beneden duwt. Deze beweging werd dan door de krukas en versnelling op de wielen overgebracht, zodat de jeep zich tengevolge van het verbran­den van benzine voortbewoog.

Zo leerden onze Neanderthalkinderen heel vlug autorijden en autotechniek - misschien nog sneller dan de Pigmeeënkin-deren (dwergjes) in Centraal-Afrika, die binnen enkele dagen leerden autorijden, hoewel die voorheen evenmin een auto of andere machine ook maar gezien hadden. Wij overtreffen onze Neanderthalers dus niet.

De Neanderthalers waren niet alleen goede plant- en geneeskundigen, zij waren denkers. Zij dachten na over de her­komst van het vliegtuig, de apparaten en van de om het leven gekomen inzittenden. Waartoe dienden al die machinerieën in de lading van het vliegtuig? Waar kwamen ze vandaan? Dat de jeep voor vervoer op de grond en het vliegtuig voor vervoer door de lucht geschikt was, dat was hun wel duidelijk. Enig hoofdbreken bezorgden hun de lettertekens op de toetsen van de schrijfmachine en de getallen op de cylinderkop van de jeep. Zij veronderstelden, dat mensen zoals degenen, die met de machine gevlogen hadden en daarbij om het leven gekomen wa­ren, stellig bij het ontwerp en de bouw van het vliegtuig en zijn lading betrokken waren.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina