2. Bedrijfstakanalyse



Dovnload 63.3 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte63.3 Kb.

2. Bedrijfstakanalyse

De technologische mogelijkheden van bestaande en nieuwe multimedia is het gebruik ervan bij de goedwillende tv-kijker al ver voorbij. Tal van digitale multimediale hoogstandjes staan in de rij om door te dringen in de huiskamer / broekzak / handtas van de consument. De mogelijkheden voor de consument zijn nu al eindeloos. De mate van gebruik is echter nog beperkt. Simpelweg omdat het product nog in de kinderschoenen staat of omdat de dienst nog niet voldoende wordt ondersteund door derden.


Om zicht te krijgen op de omvang en aard van de verschuivingen moeten we eerst weten in welke mate en in welk tempo Nederlandse consumenten gebruik gaan maken van multimediale toepassingen en de daarbij behorende nieuwe diensten. De bedrijfstakanalyse bevat een overzicht van de penetratie van netwerken, en (rand)apparatuur in de Nederlandse markt, gekoppeld aan voorspellingen over de toekomstige verspreiding en het gebruik ervan. Daarbij worden tevens de gevolgen voor het kijkgedrag van consumenten besproken. Ook de economische en regulerende factoren die invloed hebben op de penetratiegraad en het gebruik van deze multimedia worden behandeld.

2.1 Belangrijkste multimedia

Het behandelen van alle multimediatoepassingen is niet reëel. Alle multimediale gadgets hebben weliswaar invloed op het kijkgedrag van de consument. De penetratiegraad van de diverse gadgets is echter zo klein dat de implementatiekosten van een dergelijke dienst in tv-programma’s de opbrengsten ver zullen overschrijden. We richten ons in de bedrijfstakanalyse op ontwikkelingen die in de (nabije) toekomst een belangrijke rol gaan spelen in de Nederlandse markt en mogelijk invloed uitoefenen op toekomstige tv-programma’s.


De belangrijkste multimediale ontwikkelingen hebben we bepaald op informatie uit eigen deskresearch en op basis van de visie van toonaangevende personen in mutimedia-land. Dit zijn Vincent Everts en Peter Wiegman. Zij zijn al jaren actief in de wereld van multimedia en hebben een goede kijk op de toekomstige ontwikkelingen en weten welke richting we op gaan. Volgens hen gaat de integratie van internet, televisie en mobiele telefonie de komende jaren beslist de belangrijkste rol spelen. Met name het internet gaat een grote rol spelen in de Nederlandse markt. Zoals Vincent Everts zegt: ”Dit is het einde van tv as we know it”. (Verwijzing naar mp3-bestand en onderzoeken uit deskresearch (+ gesprek SBS))
In de bedrijfstakanalyse richten we ons op de volgende drie belangrijke multimediale diensten:

  1. Netwerkgebonden audiovisuele diensten;

  2. Audiovisuele diensten op het internet;

  3. Mobiele audiovisuele diensten.


2.2 Netwerkgebonden audiovisuele diensten
Een netwerkgebonden televisiedienst verwijst naar de traditionele manier waarop televisie wordt

aangeboden aan eindgebruikers door een distributeur of netwerkexploitant. In Nederland zijn het vooral kabelmaatschappijen die binnen hun servicegebied één of meerdere pakketten met televisie- en radiokanalen aanbieden. De penetratie van digitale televisie is in Nederland tot nu toe achtergebleven bij Europese landen als het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Duitsland, Noorwegen en Zweden die meer dan 25% digitale televisiehuishoudens hebben (TNO). Doordat de penetratie van kabeltelevisie in Nederland tot de hoogste ter wereld behoort, en het gemiddelde huishouden in Nederland een groot aantal televisiekanalen ontvangt voor een verhoudingsgewijs lage prijs, was er voor consumenten weinig reden om op digitale televisie over te stappen. Echter, vanaf 2005 is er een sterke toename te zien in het gebruik van digitale televisie. Kabelexploitanten bieden consumenten nu voor relatief weinig extra geld een pakket met een groot aantal digitale televisiekanalen. Ook de prijzen voor STB’s (Settop-box) zijn verlaagd. Kabelexploitant UPC biedt deze het eerste half jaar zelfs gratis aan, daarna is de huur voor de STB in de prijs van het abonnement opgenomen. Op deze wijze proberen netwerkbeheerders op korte termijn een groot aantal consumenten aan zich te binden. De komst van nieuwe distributietechnologieën als IPTV maakt het zelfs mogelijk om ook via andere infrastructuren, zoals het telefoonnetwerk, digitale televisiediensten aan te bieden.


Volgens de projecties van Dialogic (Bron: TNO) op basis van cijfers van onder andere

Datamonitor, ScreenDigest en Informa zal in 2009 een meerderheid van 68.8% van de

Nederlandse huishoudens gebruik maken van digitale televisie. (bron: verkenning v/d…) Er zijn echter ook beweringen, op basis van onderzoek, dat éénderde van de televisiekijkers in de toekomst niet te overtuigen is over te stappen op digitale televisie indien het huidige aanbod in analoge kanalen hetzelfde blijft. Er is voor deze consumenten geen reden om over te stappen.

(bron: Bron: http://www.digitalekabeltelevisie.nl/nieuws/archives/2007/04/)





Figuur 1: Abonnees per distributietechnologie x 1000 (bron: Dialogic)
Onderzoeksbureau Dialogic geeft prognoses van het aantal digitale kabelabonnees in Nederland tot en met 2009. De penetratie van digitale kabeltelevisie zal volgens dit onderzoek in 2009 46% bedragen. Uit figuur 1 blijkt dat kabeltelevisie in Nederland een dominante rol zal spelen bij de uitrol van digitale televisie, met ruim drie keer zoveel abonnees voor digitale kabeltelevisie als voor de dichtstbijzijnde concurrerende distributietechnologie digitale satelliet. In 2009 zal ongeveer 5.3% van de huishoudens in Nederland gebruik maken van IPTV, 13.2% van digitale satelliettelevisie en 3.9% van digitale ethertelevisie (Dialogic, 2005). Met een dergelijke penetratiegraad is het van belang de mogelijkheden van digitale televisie onder de loep te nemen die gevolgen kunnen hebben voor het aantal en soort tv-programma’s.
2.2.1 Digitale televisiekanalen
Digitalisering heeft een aantal gevolgen voor het media-aanbod en -gebruik. Ten eerste

is het mogelijk om een veel groter aantal kanalen uit te zenden. Omroepen als TMF, MTV, Talpa, SBS, RTL en de Publieke Omroep hebben allemaal plannen om digitale zenders op te zetten. Dit zijn de zogenaamde themakanalen. De VPRO loopt ver voorop op dit gebied. De zender is in 2004 namelijk al begonnen met de lancering van maar liefst vier digitale kanalen. Ook Bedrijven als UPC en KPN zijn niet alleen actief als netwerkoperator en dienstenaanbieder, maar worden ook steeds meer actief op het gebied van productie van content en content packaging in kanalen. Deze ontwikkeling heeft invloed op het soort en aantal tv-programma’s. Verder zullen deze extra kanalen in de toekomst een bijdrage leveren aan een nog grotere verspreiding van het aantal kijkers per zender. Een tweede gevolg van digitalisering van netwerken is de mogelijkheid om nieuwe diensten aan te bieden. Personal Video Recorders, Video-on-demand (VOD), uitgesteld televisiekijken en EPG’s (Elektronische Programma Gids) zullen integrale onderdelen van de digitale televisiepakketten worden, en daardoor een steeds grotere invloed hebben op het kijkgedrag.


2.2.2 Video-on-Demand
De VOD dienst Uitzendinggemist.nl van de Publieke Omroep is één van de meest

succesvolle VOD diensten. Deze dienst is nu alleen nog op internet te zien. De grote netwerkaanbieders in Nederland staan op het punt STB’s te leveren die voorzien zijn van een harde schijf. Dit maakt het voor de consument nog gemakkelijker om programma’s op aanvraag te bekijken. Deze ontwikkeling in combinatie met de EPG levert een belangrijke bijdrage aan de verandering van het kijkgedrag. Daarnaast kunnen EPG’s in theorie profielen van gebruikers opslaan, waardoor zij telkens die programma’s opnemen die voldoen aan het profiel. Een combinatie van een STB met harde schijf en EPG van de netwerkbeheerder of van een andere dienstenaanbieder wordt ook wel een Personal Video Recorder (PVR) genoemd.


2.2.3 Elektronische Programma Gids
De Elektronische Programmagids (EPG) wordt gebruikt om een overzicht te krijgen van

televisiekanalen en programma-informatie. Een EPG kan naast toegang tot de kanaal- en programma-informatie ook toegang bieden tot andersoortige content zoals spelletjes, Video-on-demand en interactieve deelname aan tv-programma’s. Deze uitgebreidere versie van de EPG wordt ook wel de Electronic Service Guide (ESG) genoemd.


De penetratie van de EPG loopt min of meer gelijk op met die van het aantal

digitale televisieaansluitingen. Eind 2005 lag dit in Nederland op 16.1% (TNO, 2006).

Op dit moment zijn in Nederland nog geen ESG’s beschikbaar. De EPG’s die nu in

Nederland op de markt zijn (ook voor analoge televisieaansluitingen), zijn vrij simpel

en bieden slechts basale programmagegevens (‘nu’ en ‘straks’ op televisie). Deze toepassing biedt geen mogelijkheid tot interactiviteit met een tv-programma.
2.2.4 Interactieve televisie
Interactieve televisie combineert een uitzendsignaal met een retourkanaal waardoor kijkers kunnen interacteren met het televisieprogramma. Deze interactieve dienst is (nog) niet mogelijk met de satelliet omdat er via deze toepassing alleen signalen kunnen worden uitgezonden. Door interactiviteit aan televisie-uitzendingen toe te voegen kunnen omroepen meer betrokkenheid bij programma’s creëren, waardoor de loyaliteit van de kijker (en daarmee de kijktijd) omhoog gaat. Al deze interactieve mogelijkheden hebben één ding gemeenschappelijk: er is een settop-box nodig. Fabrikanten van consumentenelektronica bieden deze apparaten al enige jaren in

grote getale aan. Elke kabelexploitant maakt hier een keuze uit, om zijn diensten te kunnen



aanbieden. Helaas zijn niet alle settop-boxen compatible met elkaar. Om ook daadwerkelijk wat te kunnen doen met die settop-box, moeten programmamakers hun producten voorzien van interactieve content. Wanneer het publiek over verschillende settop-boxen beschikt, moet de content voor al die verschillende systemen worden aangeboden. Een voordeel is dat Nederland op dit vlak een beetje achter loopt. Er zijn nog niet veel systemen verkocht (bron: http://www.artivisuals.nl/articles/Interactieve_TV12-01.pdf). Met het Multimedia Home Platform (MHP) of OpenTV komt er nu een standaard beschikbaar voor die settop-box.
In Nederland is interactieve televisie het stadium van de experimenten nooit voorbij gekomen, maar ook in andere Europese landen is interactiviteit vooral succesvol in de vorm van simpele toepassingen als stemmen op kandidaten in programma’s als Big Brother, Idols en het song festival. In interactiviteit wordt, in Nederland, (nog) niet of nauwelijks geïnvesteerd (TNO 2006). Tot nu toe is UPC het enige kabelbedrijf dat interactieve diensten aanbiedt. Bij UPC wordt gebruik gemaakt van OpenTV als systeem voor interactieve TV. De andere kabelbedrijven hebben op dit moment alleen simpele decoders, zonder interactieve toepassingen. De verwachting is dat de volgende generaties STB’s wel over deze middleware zullen beschikken en dat vanaf dat moment ook nieuwe interactieve applicaties ontwikkeld zullen gaan worden. De kabelsector heeft besloten de standaard van UPC over te nemen. Dat betekent dat Nederland de achterstand op andere landen kan inlopen (http://www.bright.nl/digitale-televisie-het-feest-kan-beginnen). In bijlage … staan een aantal voorbeelden van interactieve televisie.
2.2.5 Digitale televisie in Groot-Brittannië
Groot-Brittannië heeft vandaag de dag het grootste percentage huishoudens met digitale televisie (bron: http://www.digitalekabeltelevisie.nl/nieuws/archives/2007/02/). Het succes van de digitale opkomst in Groot-Brittannië is tot stand gekomen door beleidsplannen van de overheid. Daarnaast erkende de consument de voordelen van het digitaal televisie kijken. Het aanbod in kanalen werd groter en er waren nieuwe interactieve mogelijkheden. In 1995 maakte de overheid de eerste plannen voor uitzendingen van digitale televisie in Groot-Brittannië. In 1998 sloeg mediamagnaat Rupert Murdoch toe met de lancering van zijn betaalde digitale televisie ‘Sky Digital’. Na een jaar waren er al meer dan 1,2 miljoen abonnementen afgesloten. In september 1999 werden beleidsplannen gevormd om op lange termijn landelijk over te schakelen op digitale televisie. Twee jaar later werd het Digital Television Project in het leven geroepen. Op dat moment heeft 7% van de huishoudens digitale televisie. ‘Freeview’, digitale televisie welke na aanschaf van een gratis decoder kan worden bekeken, werd gelanceerd in de herfst van 2002 en is uitgegroeid tot een groot succes. Eind 2002 heeft 42% van de huishoudens digitale televisie. Een jaar later wordt de psychologische 50%-barrière doorbroken. In Groot-Brittannië waren de eerste generatie settop-boxen geschikt voor interactieve diensten. Echter, de techniek is nu dusdanig verbeterd dat de eerste generatie settop-boxen al zijn verouderd. Aangezien de winstmarge op deze apparaten laag is, zullen de fabrikanten zich niet verplicht voelen om deze kosteloos te vervangen. De ontwikkeling in Groot-Brittannië loopt zo voorspoedig dat het parlement heeft besloten tussen 2008 en 2012 het analoge signaal zal verdwijnen. De omschakeling van analoog naar digitaal loopt mede voorspoedig door de invloed van de Britse overheid. Er wordt veel aandacht besteedt aan goede consumentenvoorlichting middels folders, winkelierstrainingen een website en een call-center.
2.3 Audiovisuele diensten op het internet
Een pc met internet is een alleskunner. Doordat op het internet eenvoudig combinaties van tekst, bewegend beeld en geluid aangeboden kunnen worden, vervagen de traditionele grenzen tussen verschillende typen media. De pc is de voornaamste kandidaat om het nieuwe middelpunt van de huiskamer te worden. Het PC bezit is in 2006 78% gestegen ten opzichte van 2005. Ook het naar de TV kijken via de PC is relatief sterk toegenomen van 8 naar 12 procent (bron…). Televisie kijken via de PC wint steeds meer terrein en kan op verschillende manieren. Via de Mediaspeler of met een TV kaart. De snelheid van het internet speelt hierbij een belangrijke rol.
In Europa loopt Nederland voorop in het aantal huishoudens met een breedbandaansluiting. Een breedbandverbinding is nodig om in een redelijke kwaliteit televisie en/of filmpjes te kunnen streamen. In 2005 had 78% van de Nederlandse huishoudens internettoegang en beschikte 54% van de huishoudens over een breedbandinternetaansluiting. Niet alle verbindingen hebben nu al de snelheid die nodig is voor een goede ontvangstkwaliteit van audiovisueel materiaal, maar het bekijken van televisie-uitzendingen en video-on-demand diensten en het downloaden van audiovisuele content via internet gaat langzamerhand een belangrijk alternatief vormen voor het lineaire, ‘live’ televisiekijken via netwerkgebonden platforms. Doordat Nederland een koppositie heeft op het gebied van breedbandinternet, zien we een explosieve groei in het aanbod en het gebruik van audiovisuele diensten.
2.3.1 Streaming Video
Veel videomateriaal op internet is niet te downloaden, maar kan worden gestreamed naar een computer. Praktisch alle omroepen en aanbieders van audiovisuele content bieden streaming videodiensten aan. Voor de aanbieders van deze content is het voordeel van streamen dat de content niet op de harde schijf van de eindgebruiker terecht komt, maar op de servers van de aanbieders blijft, waardoor zij meer controle houden over de content. De wereldwijde groei van streaming op internet ligt hoog, 50% in 2005, 30% in 2006 en 25% in 2007 (Accustream Research, 2006). De publieke omroepen biedt bijvoorbeeld de dienst Uitzendinggemist aan, waarbij gebruikers eerder uitgezonden programma’s via internet kunnen bekijken.
Niet alleen omroepen maken slim gebruik van streaming video, ook de consument heeft zijn weg inmiddels gevonden naar het aanbieden van streaming video’s. Eigen geproduceerde filmpjes via de telefoon of camera worden met groot gemak op het internet geplaatst. De site Youtube is op het moment de bekendste site waar iedereen zijn of haar filmpje met iedereen kan delen. Op deze sites worden dagelijks wereldwijd 40 miljoen filmpjes bekeken (bron:http://www.dedigitalerevolutie.tv/toontext.asp?id=14984). Ook weblogs als Geenstijl.nl en Fok.nl maken steeds vaker gebruik van audiovisuele inhoud, en behalen daarmee soms enorme aantallen gebruikers.

2.3.2 Internet televisie - IPTV
In paragraaf 2.2 is de prognose gegeven dat in 2009 13,2% van de bevolking gebruik zal gaan maken van IPTV. Dit is digitale televisie via adsl (breedbandverbinding). Hierbij wordt echter niet gebruik gemaakt van de standaard adsl-verbinding maar van adsl2. Deze nieuwe vorm van adsl kan veel hogere snelheden halen en is voldoende voor vlekkeloze doorgifte van digitale televisie. Zo kan je digitale televisie kijken op je pc of televisie. Bij de aanschaf van IPTV plaatst een monteur twee kastjes in je huis: Een multimediamodem op de plaats waar de telefoonlijn je huis binnenkomt en een digitale decoder bij de televisie en stereo-set. Televisie kijken en internetten kan tegelijkertijd, maar ook los van elkaar. Je computer hoeft dus niet aan te staan wanneer je voor de televisie zit. Een voordeel van IPTV is dat interactieve diensten, zover ze worden aangeboden, direct toegankelijk zijn. De breedbandverbinding beschikt immers over een retourkanaal voor het verzenden van data. Ook zal dit systeem de integratie tussen pc en televisie verder bevorderen. Volgens SPOT heeft in 2012 meer dan 50% van de huishoudens internet op de televisie (bron: http://www.spot.nl/pdf_jaarverslag/jaarverslag_2006.pdf).
2.3.3 Internet en interactiviteit
Het internet is de meest interactieve multimediale toepassing. Er kan oneindig veel tekst, videomateriaal en geluidsfragmenten op worden geplaatst. Niet alleen door bedrijven en/of instellingen maar door iedereen die in het bezit is van een pc en toegang heeft tot het internet.

Velen mensen (dit zijn veelal jongeren –bron opzoeken) zijn actief met het iets ‘eigens’ zetten op internet door gebruik te maken van online pagina’s waar ze veel van zichzelf kunnen en willen blootgeven. Er worden weblogs bijgehouden waarbij dagelijks over hun leven wordt gerapporteerd. Op MSN spaces zijn er tot nu toe al ruim twee miljoen Nederlandse sites aangemaakt. Dagelijks worden er op die blogs 650.000 nieuwe foto’s geplaatst (bron: http://www.nrc.nl/media/article307077.ece). Ook kunnen deze weblogs worden voorzien van videocontent. Zo kan een wildvreemde een filmpje over het persoonlijke leven van de webloghouder via internet bekijken. Vrienden van vrienden kunnen bekeken worden met het online programma Hyves. Er worden foto’s met elkaar gedeeld, nieuwe contacten gemaakt en er wordt ‘gechat’. Hyves kent op dit moment 2,1 miljoen Nederlandse gebruikers (bron: http://weblogkwartet.web-log.nl/mijn_weblog/2007/03/hyves_noemt_gro.html). Daarnaast zijn er miljoenen forums waarbij iedereen zijn of haar (digitale) stem kan laten gelden over een bepaald onderwerp.




2.4 Mobiele audiovisuele diensten
De mobiele audiovisuele diensten zijn te onderscheiden in applicaties gericht op de mobiele telefoon en mobiele apparatuur anders dan mobiele telefoons, zoals; PDA’s, PSP, Ipods, e.d. Het grote verschil tussen deze content is de wijze van het verkrijgen ervan. Bij mobiele telefonie kan de content onderweg worden verkregen door het te downloaden via het mobiele netwerk. De content voor de overige mobiele apparatuur wordt vooral thuis verkregen en vervolgens onderweg geconsumeerd.
2.4.1 Mobiele telefonie
Door snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van mobiele datatransmissie en

toestellen, is de mobiele telefoon de laatste jaren steeds meer een drager van audiovisuele

content geworden. Naast audiovisuele content op het mobiele toestel zelf, zien we nu nog vooral dat mobiele communicatie wordt ingezet door omroepen om kijkers – veelal tegen betaling – te laten interacteren met televisieprogramma’s. Grofweg kunnen we dan ook de invloed van mobiele toepassingen op de markt voor audiovisuele diensten onderverdelen in; mobiele applicaties binnen traditionele televisie-uitzendingen (bv. het stemmen via SMS), en audiovisuele inhoudsdiensten die speciaal zijn ontwikkeld voor het bekijken op mobiele telefoons en andere mobiele apparaten.
2.4.2 Overige mobiele apparatuur
De content voor overige mobiele apparatuur kan op 2 manieren worden verkregen. Een manier is door middel van het regulier downloaden van de content. De andere manier is het aanmelden op een podcast welke (bij het openen van I-tunes) automatisch checkt op nieuwe afleveringen, deze download en naar de handheld kopieert.

Deze vorm van mobiele audiovisuele diensten zorgt niet voor meer interactiviteit. Wel kan het zorgen voor een hogere loyaliteit richting een programma. Dit door middel van, aan het tv-programma gerelateerde, (nieuwe) audiovisuele content die ervoor zorgt dat de kijker er vaker bij betrokken wordt.


2.4.3 Mobiele applicaties binnen traditionele televisie-uitzendingen
Eind jaren ‘90 zijn veel televisiezenders en programmamakers ingesprongen op de mogelijkheid om mobiele applicaties te gebruiken voor interactie met lineaire televisieprogramma’s. Bij de derde editie van Idols werden ongeveer 1,5 miljoen stemmen a €0,60 per telefoongesprek of SMS uitgebracht. Hiervan ging ongeveer 30% naar de producent en omroep (Langeslag& Raatgever, 2006). Door dit succes zijn er steeds meer programmaconcepten ontwikkeld rondom mobiele interactiviteit. Vooral jongerenzenders als TMF hebben diverse programmaconcepten ontwikkeld waarbij mobiele interactie met het programma centraal staat. Het succes van dergelijke programma’s is niet moeilijk te verklaren. De traditionele televisiezenders zijn, vooralsnog, in staat om in één keer een massapubliek te bereiken. Mobiele telefoons bieden een wijd verspreid direct interactiekanaal met het televisieprogramma. Omroepen en televisieproducenten hebben een groot commercieel belang bij de ontwikkeling van mobiele interactie met televisieprogramma’s.
Naast directe interactie met het programma, geeft het mobiele toestel ook ruimte voor meer persoonlijke diensten. Voor reclame betekent dit ook dat eindgebruikers met hun mobiele toestellen naar aanleiding van een televisiereclame zelf kunnen vragen om meer informatie (het zogeheten content pull model versus het content push model).
2.4.4 Reclame en interactieve mobiele diensten
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de integratie van mobiele interactie de loyaliteit van kijkers vergroot; kijkers blijven langer kijken naar een programma, omdat ze hopen dat het eigen SMS-bericht op een tickertape verschijnt of omdat ze kunnen meespelen met een televisiequiz.
Een ander belangrijk voordeel van mobiele interactiviteit met televisieprogramma’s, is dat het de partij die de gebruikersdatabase in handen heeft in staat stelt om aan customer profiling te doen. Gebruikers geven informatie over zichzelf door te reageren op verschillende televisieprogramma’s (telefoonnummers, voorkeuren etc.). Hiermee kunnen doelgroepen van televisieprogramma’s duidelijker worden omschreven.

2.4.5 Mobiel audiovisuele content




Technologie


Door de snelle technologische veranderingen op het gebied van mobiele communicatie is het technisch mogelijk geworden om audiovisuele content aan te bieden op mobiele toestellen. Zoals de onderstaande figuur duidelijk maakt, is met de komst van GPRS netwerken de benodigde bandbreedte voor mobiele video downloads beschikbaar gekomen. De uitrol van UMTS netwerken zorgt voor een verdere verhoging van de bandbreedte tot theoretische mogelijke snelheden van 384 kbps tot 2 mbps met HSDPA (een upgrade van UMTS). Hiermee kunnen kwalitatief hoogwaardige streaming videodiensten worden aangeboden en zelfs live televisie via IP technologie.




Figuur 2: Mobiele technologie tegenover de mogelijkheden

Penetratie UMTS & GPRS

De penetratie van GPRS en UMTS telefoons in Nederland groeit gestaag. Volgens EITO had 45% van de Nederlanders in 2004 een voor GPRS of UMTS geschikte mobiele telefoon, terwijl 80% van de telefoons in West Europa geschikt was voor mobiel internet via het WAP protocol (EITO, 2005). Research & Markets verwacht dat in 2007 meer dan 20% van de West Europeanen een voor UMTS geschikte telefoon heeft, en dat in 2010 de 50% grens zal worden overschreden (Research&Markets, 2005). De meest populaire categorieën van diensten in Nederland op mobiele operator portals zijn games, erotiek, images en sport (Leendertse, 2005). Vooral erotiek en sport bevatten veel videoproducten die kunnen worden gedownload naar de mobiele telefoon, zowel via push als pull methoden.


Digital Broadcasting

Digitale ethertelevisie kan ook worden gebruikt om uit te zenden naar mobiele telefoons. Anders dan bij UMTS gaat hier niet om IP-gebaseerde contentdistributie, maar wordt via de digitale ether content uitgezonden die door mobiele toestellen die hiervoor geschikt zijn, kan worden ontvangen. Via de digitale ether kunnen geen ondemand videodiensten worden gedistribueerd. In Nederland speelt eigenlijk alleen de DVB-H (Digital Video Broadcasting – Handheld) een rol van betekenis. In Europa zal DVB-H de standaard worden voor digitale mobiele omroeptelevisie (Frost&Sullivan, 2006). Om DVB-H aan te kunnen bieden, moet een nieuw landelijk distributienetwerk van aardse zenders worden opgezet. Echter, wanneer dit netwerk is aangelegd, is transmissie van videobeelden naar mobiele toestellen vele malen goedkoper dan via UMTS netwerken.




Figuur 1: DVB-H Test -Voorbeeld SBS (Bron: TNO, 2006)
Figuur 2 geeft een overzicht van het scherm van het mobiele toestel zoals eindgebruikers dat tijdens de test hebben gezien. Links, waar nu het logo van SBS6 staat kan dan content (bijvoorbeeld reclames of achtergrondinformatie) worden toegevoegd via zogeheten datastreams. Het opvragen van deze content loopt vervolgens weer via het UMTS netwerk, waardoor een hybride vorm ontstaat tussen omroep en internet. Op deze manier wordt de zwakte van digitale omroep via DVB-H – geen retourkanaal voor interactie – opgelost.
KPN zal hoogstwaarschijnlijk in de eerste helft van 2007 DVB-H diensten commercieel

op de markt gaan brengen. Het product zal volgens hem in drie fases worden geïntroduceerd.



Eerst zullen zo’n 15 televisiekanalen en een aantal radiozenders lineair worden uitgezonden. In de tweede fase zal hiernaast speciaal voor mobiel gemaakte televisie worden uitgezonden. Volgens de directeur van Digitenne kan dit erg interessant zijn voor adverteerders omdat ze een specifieke doelgroep kunnen bereiken. In de derde en laatste fase zal meer interactiviteit worden aangeboden via het hierboven beschreven concept van datastreams (Ringelestijn, 2006).
2.5 Demografische gegevens
Om de demografische gegevens voor dit onderzoek te bepalen moeten we ons richten op een combinatie van gegevens gericht op het gebruik van multimediale toepassingen en de televisie. Iemand die televisie kijkt is niet automatisch een (groot) gebruiker van multimedia die wij in de voorgaande paragrafen hebben weergegeven. Ouderen (65+) behoren tot de meest intensieve gebruikers van televisie (bron: http://statbel.fgov.be/studies/ac030_nl.pdf). Deze leeftijdsgroep spendeert meer tijd aan televisie dan aan andere activiteiten. Dit komt met name door de beschikbare vrije tijd. Koppelen we ouderen aan het gebruik van een multimediale toepassing als internet dan zien we dat zij daaraan, in tegenstelling tot andere leeftijdscategorieën, veruit het minste tijd besteden. Bij jongeren is daarentegen een verschuiving te zien in de groei van het traditionele televisiekijken naar een toenemend gebruik in multimedia (bron: http://www.tijdbesteding.nl/). Voor televisieomroepen wil dit zeggen dat jongeren en ouderen op verschillende manieren moeten worden bereikt. Ouderen kunnen op een meer traditionele wijze bereikt worden, jongeren moeten op meer creatieve wijze aan programma’s worden gebonden. En aangezien de jeugd vanzelf oud wordt is dit een zeer belangrijke investering. Desalniettemin is het voor de televisieomroepen interessant om te kijken naar de samenstelling van de gehele bevolking. De inkomsten van televisieomroepen worden immers grotendeels bepaald door reclame. De grootte van deze inkomsten zijn afhankelijk van het aantal kijkers. Voor een televisieomroep kan het daarom lucratief zijn programma’s te maken voor de grotere doelgroepen (leeftijdscategorieën) uit de samenleving. Ook de samenstelling, het aantal en de grootte van huishoudingen in Nederland zijn van belang. Hieruit kan een televisieomroep bepalen in welke mate er televisieprogramma’s gemaakt moeten worden voor de hele familie, of dat er juist meer programma’s moeten worden gemaakt voor éénpersoons huishoudens.
De totale bevolking:


Bron: CBS


Bron: CBS
Particuliere huishoudens:

Bron: CBS



2.6 Economische gegevens
De aankoop en gebruik van multimediale toepassingen is afhankelijk van de economische gesteldheid. Het besteedbaar inkomen en de houding van de consument is hierbij doorslaggevend. Als het consumentenvertrouwen groot is neemt de koopbereidheid toe. Het consumentenvertrouwen in januari 2007 is het hoogst in de afgelopen zes jaar (bron: CBS). In vergelijking met voorgaande jaren is de koopbereidheid nog steeds groot. Het oordeel over de eigen financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden en de komende twaalf maanden is verbeterd (bron: CBS). Dit is een belangrijke gegeven voor de aankoop van dure multimedia-apparaten zoals HDTV’s, settop-boxen en het afsluiten van duurdere abonnementen.

Aan duurzame goederen is afgelopen februari 5,8 procent meer besteed dan een jaar eerder (bron: CBS). Kijken we naar de verkoop van het aantal televisies dan zien we dat de consument meer televisies koopt dan ooit tevoren, bijna anderhalf miljoen toestellen per jaar (bron: http://www.spot.nl/pdf_jaarrapport/tv_jaarrapport_2006.pdf). De aankoop van nieuwe televisie, veelal met hoogstaande kwaliteit, stimuleert daarbij weer de verkoop van andere producten en/of diensten zoals digitale televisie.
Door de groeiende bestedingen van de consument is de toekomst voor het bedrijfsleven ook positief gesteld. Volgens het CBS hebben bedrijven voor de toekomst meer vertrouwen en hogere omzetsverwachtingen dan voorgaande jaren. De tendens dat het met bedrijven steeds beter gaat zorgt er voor dat zij meer te besteden hebben aan reclame. Dit betekent weer meer omzet voor de bestaande omroepen. De verwachtingen voor tv-bestedingen in 2007 is dat deze zal stijgen naar 825 miljoen euro. Dit is een stijging van 3,5% ten opzichte van 2006 (bron: jaarverslag SPOT 2006).
2.7 Regulerende gegevens
In de introductie van de bedrijfstakanalyse is aangegeven dat de technologische mogelijkheden van bestaande en nieuwe multimedia het gebruik ervan bij de goedwillende tv-kijker al ver voorbij is. Dit kan ook gesteld worden voor de regelgeving. Door de opkomst van nieuwe diensten en programma’s is er een steeds grotere verschuiving te zien van lineaire diensten naar non-lineaire diensten. Onder lineaire audiovisuele mediadiensten worden diensten/programma’s verstaan die

onderdeel zijn van een aaneengeschakelde programmering, waarbij de aanbieder het tijdstip van uitzending bepaalt en de verantwoordelijkheid heeft voor de programma’s en programmaschema’s. Hier zouden dan onder andere traditionele televisie, web casting en streaming video onder vallen. Bij non-lineaire audiovisuele mediadiensten bepaalt de kijker zelf wat hij of zij waar en wanneer bekijkt. Dit zijn voornamelijk diensten als Video-on-Demand, YouTube en weblogs. Onderscheid maken tussen lineaire en non-lineaire diensten is van belang omdat voor lineaire diensten een striktere regelgeving geld. Door het gebruik van nieuwe non-lineaire technologieën krijgen eindgebruikers steeds meer controle over wat ze wanneer willen bekijken. Deze ontwikkeling leidt tot een verminderde noodzaak van regulering voor non-lineaire diensten.


De Mediawet en de Europese Televisierichtlijn hebben in december 2005 besloten de regels te herzien doordat het niet duidelijk is op welke audiovisuele content zij betrekking heeft, lineaire of non-lineaire. Volgens de Europese Commissie zou continuering, over de onduidelijkheid tussen lineaire en non-lineaire diensten, kunnen leiden tot oneerlijke concurrentieverhoudingen tussen gereguleerde lineaire audiovisuele mediadiensten en ongereguleerde non-lineaire audiovisuele mediadiensten. Door ook non-lineaire audiovisuele mediadiensten, zoals IPTV, onder de Televisierichtlijn te plaatsen wordt deze ongelijkheid rechtgetrokken. Met de uitbreiding van de reikwijdte van de Televisierichtlijn naar non-lineaire audiovisuele mediadiensten komt een aantal voorheen ongereguleerde diensten onder de regels van de richtlijn te vallen. Voor non-lineaire audiovisuele mediadiensten geldt een aanzienlijk lichter regime dan voor lineaire audiovisuele mediadiensten. Voorstel is om in de herziene Televisierichtlijn op te nemen dat non-lineaire audiovisuele mediadiensten aan een aantal basale kwalitatieve bepalingen moeten voldoen met betrekking tot de bescherming van minderjarigen, een verbod op het aanzetten tot haat, de verplichting tot identificatie van de adverteerder, beperkingen voor alcoholreclame en een verbod op sluikreclame (bron: TNO, De toekomst van reclame 2006). Omroepen die gebruik gaan maken van zowel lineaire als non-lineaire diensten moeten hier rekening mee houden.
2.7.1. Digitale televisie
Er komt geen verplichte standaard voor interactieve digitale televisie. De Europese Commissie ziet daar de noodzaak niet van in, en komt tot de conclusie dat als belanghebbenden samenwerken ze toch wel tot standaardisering komen (bron: http://www.digitalekabeltelevisie.nl/nieuws/archives/2006/02/geen_europeese.shtml). Dat deze conclusie juist is wordt onderbouwd door het feit dat Nederlandse kabelbedrijven de werkwijze van UPC als standaard gaan gebruiken. Zo worden de mogelijkheden met interactiviteit flink bevordert.
2.8 Sociaal-cultureel
We kijken naar de sociaal culturele aspecten die te maken hebben met het kijk- en multimediagedrag van de consument.

2.8.1 Zapgedrag

Onder zapgedrag verstaan we het overschakelen naar een ander kanaal, zodra er op huidige bekeken kanaal reclame komt. Dit zapgedrag onder de consument is sinds 1984 toegenomen van een vierde naar ruim twee derde van de consumenten. Hier zijn verschillende redenen voor. Ten eerste is het aantal reclame spots met 4500% gestegen (sinds 1988). Hierdoor kan het zijn dat de consument reclamemoe is. Een andere reden is de penetratie van de video- en/of dvd-recorder. Deze is sinds de jaren ’90 gestegen van 75 naar 90%. Hierdoor is het mogelijk om uitgesteld tv te kijken en de reclamespots door te spoelen.


2.8.2 Veranderend mediagebruik: minder tv, meer internet

Mediagebruik is al jaren met 19 uur per week de belangrijkste vrijetijdsbesteding. Daarbinnen is echter veel veranderd. Televisie kijken (incl. video/dvd) was in 2000 met 12,4 uur per week de meest voorkomende vorm van mediagebruik. Televisie kijken is nog altijd de grootste post binnen de mediatijd, maar heeft sinds 2000 terrein verloren. In 2005 bedroeg de kijktijd 10,8 uur per week, anderhalf uur minder dan in 2000. Ruim een uur van die bezuiniging op televisie kijken ging ten koste van publieke omroep. Die neergang betreft alle leeftijden en in alle leeftijdsgroepen werd in 2005 meer naar commerciële dan naar publieke zenders gekeken.


Nederlanders zitten in hun vrije tijd wekelijks bijna vier uur achter de computer, dat is twee uur meer dan in 2000. Die twee uur extra computertijd is twee uur extra internettijd. Tieners besteden wekelijks achtenhalf uur vrije tijd (waarvan zes uur voor internet) achter de computer, dat is net zo lang als voor de tv. De sterke stijging van pc gebruik daling van tv gebruik heeft in enige mate wel met elkaar te maken. Er is namelijk een sterke stijging van het kijken naar televisie via de pc. Dit is vanaf 2002 van 4% naar ruim 12% in 2006 gestegen.

Bij de bovenstaande gegevens moet opgemerkt worden dat er een wezenlijk verschil is tussen de uitkomsten van het ‘tijdsbestedingonderzoek’ en het ‘kijkonderzoek’. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van beide onderzoeken tegen elkaar afgezet voor de periode vanaf 1990. De meetmethoden geven duidelijk verschillende trends aan. De verklaring van het verschil is waarschijnlijk gelegen in het toenemende gebruik van de televisie als 'begeleidingsmedium': de tv staat wel aan, maar men kijkt maar half en is ook met andere dingen bezig. Dit zogenaamde 'multitasken' lijkt vooral bij tieners en jongvolwassenen in opkomst, al zijn daarover geen goede cijfers beschikbaar. Dit verschijnsel blijkt namelijk zeer lastig te meten. In het kijkonderzoek wordt aan mensen gevraagd ook dit halve kijken als kijken te registreren. Dit is bij het tijdsbestedingonderzoek niet het geval. Daarnaast is er ook een verschil bij de leeftijd. Dit is bij het tijdsbestedingonderzoek 12+ en bij het kijkonderzoek 6+.


2.8.3 Tijdsbesteding aan televisiekijken volgens verschillende meetmethoden en definities (in uren per week), 1990-2005 (in uren per week)


meetmethode

definitie, periode

leeftijdsgroep

1990

1995

2000

2005




dagboek

hoofdactiviteit, oktober

12 jaar en ouder

12,0

12,4

12,4

10,8

Tijdsbestedingonderzoek

dagboek

hoofd- en nevenactiviteit, oktober

12 jaar en ouder

15,4

16,9

16,1

14,0




kijkmeter

hele jaar

6 jaar en ouder

14,0

17,6

19,0

22,8

Kijkonderzoek

kijkmeter

oktober

6 jaar en ouder

15,1

18,3

19,8

23,0




Bronnen: SCP (TBO); Stichting Kijkonderzoek (2006) SCP-bewerking

Stijging van het samen kijkgedrag

Het aandeel kijktijd dat met anderen huishoudleden thuis samen wordt gekeken is sinds 1997

gegroeid. Bedroeg het percentage samen kijken in meerpersoonshuishoudens toen nog 43%, in 2004 is dit aandeel gestegen naar 56%. De stijging geldt in meer of mindere mate voor alle zenders, voor zowel de gehele dag (2-26 uur) als het avondtijdvak (18-24 uur) en voor verschillende doelgroepen.


Bron: Nielsen Media Research

Verdere bronnen:


http://www.marketingonline.nl/nieuws/moduleitem49781.html

Tv kijken via pc is sinds 2002 gestegen van 4,3% naar 14,5%

Jaarrapporten www.kijkonderzoek.nl

http://www.marketingonline.nl/trends/life&living06-2005.html

http://www.tijdbesteding.nl/hoelangvaak/vrijetijd/media/algemeen/20061018.html

www.tijdsbesteding.nl

http://www.scp.nl/overhetscp/jaarverslagen/SCP_jaarverslag_2006.pdf

http://www.mediaonderzoek.nl/weblog.php


2.9 Conclusies


  • In 2009 zal een meerderheid van 68.8% van de Nederlandse huishoudens gebruik maken van digitale televisie.




  • extra kanalen zullen in de toekomst een bijdrage leveren aan een nog grotere verspreiding van het aantal kijkers per zender. Dit heeft gevolgen voor het aantal en soort tv-programma’s.




  • gevolg van digitalisering van netwerken is de mogelijkheid om nieuwe diensten aan te bieden. Personal Video Recorders, Video-on-demand (VOD), uitgesteld televisiekijken en EPG’s (Elektronische Programma Gids) geven de consument meer mogelijkheid tot interactie.




  • Door interactiviteit aan televisie-uitzendingen toe te voegen kunnen omroepen meer betrokkenheid bij programma’s creëren, waardoor de loyaliteit van de kijker (en daarmee de kijktijd) omhoog gaat.




  • De kabelsector heeft besloten de standaard van UPC over te nemen.




  • Doordat Nederland een koppositie heeft op het gebied van breedbandinternet, zien we een explosieve groei in het aanbod en het gebruik van audiovisuele diensten.




  • de consument heeft zijn weg inmiddels gevonden naar het aanbieden van streaming video’s.




  • Velen (dit zijn veelal jongeren –bron opzoeken) zijn actief met het iets ‘eigens’ zetten op internet door gebruik te maken van online pagina’s waar ze veel van zichzelf kunnen en willen blootgeven.




  • Mobiele toepassingen worden op grote schaal ingezet om interactie met traditionele lineaire televisie te bewerkstelligen.

  • Audiovisuele content via mobiele telefoons staat nog in de kinderschoenen. Pas vanaf 2007-2008 zal in Nederland na de lancering van DVB-H en significante penetratie van UMTS telefoons, sterke groei optreden in het gebruik van audiovisuele content via mobiele telefoons.

  • Op middellange termijn zullen meerdere specifiek voor mobiel gemaakte televisiekanalen op de markt komen, zowel voor DVB-H als via UMTS netwerken.




  • Het 1 persoonshuishoudens is in 2006 ten opzichte van 2000 met 10% gestegen.




  • Er wordt steeds meer besteed aan duurzame goederen zoals televisies.




  • Consumenten en bedrijven optimistisch voor de toekomst.




  • Er komt geen verplichte standaard voor interactieve digitale televisie. Dit probleem is echter opgelost doordat de kabelsector heeft aangegeven dat ze de standaard van UPC overnemen.




  • Er is meer duidelijkheid over de regelgeving lineaire en non-lineaire diensten.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina