§2: Grondslagen en uitingen §3: De filosofische grondslag



Dovnload 202.64 Kb.
Pagina1/4
Datum07.10.2016
Grootte202.64 Kb.
  1   2   3   4

Collegebrieven Interne Organisatie


Hoofdstuk 4: Gedragsvraagstukken



§1: Menselijke factoren: onderwerp van organisatiekundige beschouwing?
§2: Grondslagen en uitingen
§3: De filosofische grondslag
§4: De ethische grondslag
§5: De culturele grondslag
§6: Uitingen in motivatie
§7: Uitingen in leiderschap
§8: Uitingen in communicatie
§9: Uitingen in groepscondities




§ 4: De ethische grondslag

Laatst herzien op 18-02-10




4.1: Ethiek in de literatuur, begrippen en beginselen

4.2: Helpen versus gebruiken

4.3: Een schaal van pool tot pool

4.4: Vanuit de deugdenethiek

4.5: Overige ethische grondslagen

Van een radio interview (Zondag16 juli 2000), namiddag, radio 4, een interview met de toen 70 jarige Anton Paul de Roeck, voormalig RK priester, kon ik de opmerking noteren dat de kerk thans niet meer zou staan voor de beginselen van het evangelie. De blijde boodschap is allesbehalve blij. Het ritueel met alles wat aan de oorspronkelijke boodschap is toegevoegd (hinzugelogen?) is een schil zonder inhoud, hetgeen overigens al een eeuwenlang een punt van critische overweging is.

Belangrijk en voor ons relevant is zijn karakterisering van “financieel fundamentalisme”: de tendens om alle dingen en alle handelingen op geld te waarderen. “Dat vergiftigt de geest”
Er valt bij op te merken dat de klacht, vanuit inzichten van het geloof, niet van vandaag of gisteren is. Vanaf de tijd dat zich in de ontwikkeling van het Christendom een kerkelijk gezag begon te vormen ontstonden er telkens weer stromingen, of bewegingen, die wensten terug te gaan naar oorspronkelijke vormen. Het ging om eenvoud, afwijzen van bezit en rijkdom, werkelijke gemeenschapszin. Vanuit de orthodoxie zag men dit als afwijkingen van de rechte leer, die men met alle macht diende te bestrijden (Theun de Vries, “Ketters”).
Dan waren er de krantenberichten over het afscheid van directeur Den Besten bij NS. Er werd vermeld dat deze er in geslaagd is de NS om te vormen van een subsidie slorpend instituut tot een afgeslankte commerciele organisatie. En dat 6200 van de aanvankelijk 17000 man hun biezen konden pakken. In deze wat stoere taal luidde het verhaal. Met de suggestie van genoegdoening: die parasiterende lamzakken, die kregen toch maar mooi een trap onder de kont!


H4 §4 / 4.1

Het kan ook anders: “Die man heeft geen klanten, hij heeft alleen vrienden”; zei een jachteigenaar over één van onze beste jachtbouwers. Inmiddels is die wel failliet, o ironie van het lot.


Het heeft te maken met een mensbeeld, zulke berichten, maar vooral laat het iets zien over opvattingen over hoe je met medemensen dient om te gaan. Of mag omgaan, en wat je je kunt veroorloven.

Wij komen bij de tweede grondslag: de ethische, waar het gaat over goed en kwaad in het handelen. Die mogen wij zien als deel van de filosofische grondslag, maar hij is van voldoende belang om er apart aandacht aan te besteden. In het mensbeeld (§3.10) zou de verbinding met de ethische grondslag moeten liggen.


4.1: Ethiek in de literatuur, begrippen en beginselen

Natuurlijk, ethiek behoort tot het gebied van de filosofie, maar ik meen het het nut heeft het apart te benoemen, temeer daar de filosofische grondslag een wat engere inhoud gekregen heeft. Waarom dan aparte aandacht: omdat het gaat om de houding ten opzichte van anderen met wie wij de ruimte moeten delen, en vanwege de notie dat de menselijke verhoudingen het functioneren van het geheel, van welke samenleving dan ook, kunnen maken en breken. Althans, op den duur breken, want op korte termijn is er met dwang en geweld zeker iets te bereiken, maar ook dan nog met een minimum aan prestatie.

Eerst een poging tot definitie. De ethische grondslag maakt deel uit van de culturele, en de definitie is ook vanuit die verwantschap opgesteld:




De ethische grondslag

is de dominerende geesteshouding aangaande menselijke betrekkingen


met als functie:

richting te geven aan het handelen ten opzichte van anderen


bestaand uit:

denkbeelden, waaronder een mensbeeld, beginselen en een gevoelsbasis


werkend door:

interpretatie en ervaring, als leidraad




Het onderwerp ethiek maakt heden ten dage deel uit van het ijzeren repertoire van de management handboeken. Zoals ook bij andere begrippen, eerst een overzicht van wat er over te vinden is. Het is de moeite waard om te zien naar begripsbepalingen, en het zal blijken dat daarin veel overeenstemming huist, naar beginselen van waaruit men zich voorstelt dat de ethische kant van het handelen ontstaat, en naar de context waarin men het onderwerp plaatst. Drie groepen van handboeken zullen wij weer langsgaan: “Management”, “Behavior” danwel “Behaviour” en “Organization Theory”


Denken en doen, ethiek en moraal

Het is wel een verwarrend stel termen dat wij hier tegenkomen. Ethiek mogen wij zien als het denken over handelen en gedrag, en dan in termen van goed of kwaad. Maar soms komen wij het unethical tegen als afkeurende kwalificatie van iemands handelwijze. En onze landgenoten kunnen sommige dingen on-ethisch vinden.

Wij houden het bij ethiek liever op het denken over goed en kwaad, en dan is de moraal het geheel van leefregels en gedragsregels, de mores, de zede, de

H4 §4.1

gewoonte, en de goede manieren die daaruit zullen voortkomen. Worden die laatste overigens niet als etiquette aangeduid, verkleinwoord van ethiek? Wie zich moralistisch of moraliserend gedraagt wenst anderen leefregels op te leggen.

Dan hebben wij ook nog moreel, en dat zou slaan op de geestestoestand waarin wij ons bevinden, want wij hebben het over het moreel van de troep. Maar als het gaat over iemands morele standaard, dan is het weer de moraal zoals die door de persoon in kwestie wordt gedragen.
Moreel is in het Engels morale. Een studieboek draagt de titel “Motivation and morale” (R.Viteless). En “I want to break their morale!” luidde een uitroep van een generaal uit een oorlogsfilm.

Ter college kon ik daar nog één andere aan toevoegen, al was die niet ernstig bedoeld: “Wie van U weet wat een marol is?”. Niemand wist dat natuurlijk. U wel? Dat het een inwoner is van een Brusselse volkswijk, de Marollenwijk geheten?


Dan eerst de rondgang langs de reeks van handboeken:

(1) In “Management”, R.Bennett, is er geen eigen hoofdstuk aan gewijd. In het tweede hoofdstuk, “Management in action”, in een paragraaf over social responsibility verschijnt in een subparagraaf van een halve pagina, “Ethics”. En de begripsbepaling - geen formele definitie is het - luidt: “Ethics concerns the philosophical study of the moral principles that should govern human relations and conduct”. Let op het woordgebruik: ethics en moral principles.


(2) John Naylor, in zijn “Management” wijdt een hoofdstuk aan “Social responsibility and ethics”. En daaruit licht ik de volgende zinsneden want die sluiten goed bij het voorgaande aan. Eerst waarover het gaat: “Ethics is about: norms, values, rights ans responsibilities, sharing, fairness, obligation and exchange”. Dat is prima, maar hier komt het: ” It includes study of the origins of the rules and how they apply to cases”. Naylor plaatst dan het gebied van de ethiek tussen dat van het recht of de wet, en dat van de vrijheid van keuze en handelen. Als een gebied van keuzen die wij wel zelf maken, maar die wij moeten kunnen verantwoorden (H3 § 8.7 over bevoegdheid en vrijheid)
Naylor gaat verder dan Bennett, want wij vinden ook enige van de min of meer algemeen aanvaarde beginselen van ethiek, beginselen van waaruit het denken over de zaak zich kan ontwikkelen, of die van nut kunnen zijn bij het oordelen over specifieke gevallen. De meeste hoofdstukken die wij zullen tegenkomen bevatten wel een of meer mini-cases, met de vraag “Wat zou U doen?” , en in elks antwoord zou dan zo’n beginsel moeten zijn te herkennen, meestal onbewust gehanteerd.
Vanuit de deontologie (plichtenleer), en afkomstig van Immanuel Kant, in diens Kritik der Praktischen Vernunft, is het beginsel afkomstig van het categorisch imperatief: ons handelen dient zo te zijn dat het - veralgemeniseerd - tot wet zou kunnen worden verheven. Met alle complicaties van dien.
Een tweede achtergrond is die van het utilitarisme: goed is dat handelen dat het grootste nut sticht, of het grootste geluk brengt voor het grootste aantal. Het is van Angelsaksische oorsprong (Jeremy Bentham, rechtsgeleerde en filosoof, 1748-1832, zou dit voor het eerst zo hebben geformuleerd.

Er zijn meer beginselen dan deze twee, die komen verderop.


(3) James Stoner behandelt in “Management” het onderwerp in het derde hoofdstuk “Managers and the external environment of organizations” (pagina’s 82-83). “Ethics concern themselves with judgments about right and wrong or, more specifically, with a person’s moral oblgations to society”.

H4 §4.1

Dus alweer: ethics en dan daarna moral obligations. En de relatie met de samenleving klopt hier met de plaatsing van het onderwerp in een hoofdstuk waarin de omgeving centraal staat. Stoner geeft geen beginselen, maar wijst op het belang van de wet, en ook van de gedragscodes die buiten de wet om, om zo te zeggen op privaatrechtelijke basis tot stand komen. Wij hebben sinds kort de Tabaksblatt-gedragscode. Die vereenvoudigen de zaak aanzienlijk. Hij vermeldt ook de druk vanuit de samenleving, door pressiegroepen, die op de morele standaards een flinke invloed kunnen hebben (Nestlé, bij de babyvoeding, en Shell, met de Brunt Spar affaire)


(4) In R.Gatewood, R.Taylor en OC Ferrell’s, “Management" verschijnt een hoofdstuk: “Management Ethics and Social Responsibility”. Daarin als eerste weer een begripsbepaling.

Eerst ethics als zodanig, die duidt op de “study of morals and values”, en dan “focuses on the standards, rules, and codes" of “refers to moral principles and standards that define acceptable behavior in business”. Het is in middels vertrouwd: het denken er over, en de daaruit resulterende regels. En ook hier de vrij directe relatie met gebeurtenissen en situaties in de werkelijkheid waar dit aan de orde zal komen: kwesties van omkoperij, pressie, afvalstoffen en zo meer. De ethische kant is vrijwel overal aanwezig, maar in sterk verschillende mate.


Als beginselen voor ethische keuzen: het utilitarisme, en een andere groep die zij aanduiden als ethical formalism, formele ethiek. Dat zijn die regels die zijn overeengekomen, mogelijk in wetten vastgelegd, anders in een gedragscode. Geboden zijn het, en verboden. De universele verklaring van de rechten van de mens één daarvan.
(5) LE Boone en DL Kurtz, in “Management” besteden een paragraaf aan Management ethics. Wij zien slechts een summiere begripsaanduiding: “Moral premises upon which executive decisions are made”. De nadruk ligt hier op de casuistiek en er verschijnt een vragenlijst en een case study. Geen aandacht voor beginselen, wel een interessante referentie aan L Kohlberg (§6.13 (4)) die een model ontwikkelde van de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid vanuit de kinderjaren naar volwassenheid, en dat met betrekking tot de moraliteit.
(6) De handboeken waarin het gedragsvraagstuk centraal staat besteden er niet veel aandacht aan. In twee komt het niet voor in het onderwerpenregister, en ook de inhoudsopgave geeft geen aangrijpings-punt. Dat is het geval bij Laurie Mullins’ “ Management and Organisational Behaviour”.

R Middlemist en MA Hitt, “Organizational Behavior”, en R B Mc Afee en PJ Champagne, eveneens “Organizational Behavior”. Blijkbaar heeft het vanuit deze invalhoek niet zoveel relevantie.

Maar, Bij D Hellriegel. JW Slocum en RW Woodman, in “Organizational behavior” verschijnt het wel, als paragraaf Ethical Decisionmaking in een hoofdstuk Decision Making and Goal Setting.
(7) De laatste categorie handboeken, met Organization theory als titel: ook hier niet al te veel aandacht ervoor. Bij G Dessler, en bij VK Narayanan, en R Nath vinden wij geen vermelding. Alleen GR Jones - “Organization Theory” besteedt een paragraaf aan “Organizational Ethics”, in een hoofdstuk over organisatiecultuur. Daarin eerst een begripsbepaling van gelijke strekking als de voorgaande: “Organizational ethics are the moral values, beliefs, and rules that establish the approporiate way for organizational stakeholders to deal with one another and with the organization’s environment”.

Toch, meer dan bij de andere ligt hier nadruk op de interne en de externe betekenis: de onderlinge omgang en die met de buitenwereld. En met lette op de term “stakeholders” : belanghebbenden, vanuit welke positie dan ook. Beginselen van ethiek vermeldt hij niet, wel besteedt hij aandacht aan de herkomst van opvattingen die in het bedrijf leven, onder



H4 §4.1

meer vanwege de rol van de stichter. Daarmee verlaat hij dan het terrein van ethiek; het gaat verder over de bedrijfscultuur.


Samenlevingskenmerken

Van sociologische herkomst zijn er de begrippen Gesellschaft en Gemeinschaft. Beide duiden op eigenschappen van een samenleving. Gemeinschaft zou dan staan voor gemeenschapzin, het vanzelfsprekend handelen als goede naburen. Het Gesellschaft mist dat, en duidt op een primaat van eigenbelang. "Ieder voor zich en God voor ons allen", in oudere volkstaal. Het Gemeinschaft zou men kunnen zien als verwant met cq passend bij de idee van communitarisme, de zienswijze op de samenleving als samengesteld uit vele gemeenschappen. Ieder zou ten minste tot één van deze behoren, mogelijk, en wenselijk ook, tot meerdere.


Ook tref ik de term Gesinnungsethik aan in een commentaar op de handelwijze van premier Balkenende. Betekenis is niet zo helder maar het zou een tegengesteld beginsel zijn van Verantwortungsethik – de filosofische encyclopaedieën vermelden het begrip niet. Gesinnung zou het handelen richten vanuit principes, religieuze of anderszins idelologische, goede bedoelingen zo men wil. Verantwortung duidt op het doordenken van mogelijke effecten. De associatie met de klassieke deugd van de prudentia lijkt hier aantrekkelijk. Maar mogelijk is er ook verwantschap met het - functioneel - pragmatisme.
Beide begrippenparen zijn voor ons relevant. Het zijn immers samenlevings-kenmerken, ofwel eigenschappen van de algemene cultuur, die zich allicht zullen voortplanten in de bedrijfscultuur.
Twee soorten beginselen

Twee typen of soorten zijn in de beginselen te onderkennen. De eerste leidt naar keuzen vanuit eigen verantwoordelijkheidsbesef: het utilitarisme, en het rechtvaardigheids beginsel. Strikt neutraal zijn ze: men onderzoeke zelf in voorliggende situaties wat dat grootste goed dan wel is, of hoe rechtvaardigheid te betrachten is.

En als tweede het beginsel van de traditie. Datgene dat overgedragen wordt, vanuit wat eerder en door anderen is gekozen en vastgesteld. Dat laatste is oud: de religie geeft ondubbelzinnige aanwijzingen in geboden en verboden, die natuurlijk lang niet alle op ethiek betrekking hebben. Gestreng zijn ze in het Oude Testament, milder in het nieuwe: men handele ten opzichte van de ander zoals men zelf behandeld zou wensen te worden, en misschien is het categorisch imperatief te zien als een geseculariseerde vorm ervan. Geseculariseerd zijn in elk geval wel de verklaring van de mensenrechten, met een oorsprong in de Franse Revolutie, en de wetgeving.

Behalve de ondubbelzinnige verboden zijn ook deze neutraal of zij vragen tenminste om interpretatie. Hoe actueel is dat: wat toch de vrijheid van meningsuiting is, en waar die ophoudt omdat wij er anderen mee grieven.


Om de gedachten te bepalen, een overzicht van grondslagen:

(volgende pagina)




H4 §4.1 / §4.2




Ethische grondslagen
sociale grondhouding

elkaar helpen of elkaar gebruiken


deugden

vier antieke en drie Christelijke


het utilitarisme

het grootste nut voor het grootste aantal

(Jeremy Benthem., 178,,,)
vrijheid van denken en handelen

mits aan anderen geen nadeel wordt berokkend

(John Stuart Mill, 1856)
het categorisch imperatief

dat het eigen handelen tot wet zou kunnen worden verheven

(Immanuel Kant)
het recht

met verplichtingen, verboden, sancties


de religie

met wetten, aanwijzingen en voorbeelden van goed en fout


mensenrechten

vanuit de universele verklaring



Van deze acht zullen de eerste drie hierna worden uitgewerkt. De vijf laatste kan men opvatten als beginselen vanwaaruit te handelen valt.


4.2: Helpen versus gebruiken

“Hoe was dat?” vroeg de reporter.

“Geweldig ...... elkaar helpen ..... geen afgunst.....”

Brokstukken uit een interview met Tante Trien, 92 jaar oud, die 72 jaren op de markt had gestaan met stoffen.

TV interview 2-12-00


Wij komen toe aan een begrippenpaar dat centraal stond in de colleges Bedrijfskundige Analyse en Synthese, van W.L.van Dinten, Erasmus Universiteit, 1999-200, en in een eerder artikel “Over elkaar helpen of elkaar gebruiken” . (Filosofie in bedrijf 92/1).

De twee staan polair ten opzichte van elkaar, maar zoals bij alle verschijnselen op ons gebied is het zelden òf het één òf het ander, en meestal hebben wij een positie tussen de polen in. Verderop verschijnt een schaal waarin ik zulke posities tracht te onderkennen. Vele gebeurtenissen uit de dagelijkse werkelijkheid zijn er aanstonds moeiteloos in te plaatsen.
Van Dinten spreekt van stelsels van organiseren. Ik zie ze liever als beginselen, van waaruit organisatievormen en organisatiemaatregelen kunnen ontstaan. Wij kunnen ze, op die manier opgevat, kunnen zien als wezenlijke inhoud van een ethische grondslag van het handelen, in welk samenlevingsverband dan ook.



H4 §4.2



Het elkaar gebruiken

Het begint met de economisering van de samenleving, en met marketing als belangijke, zo niet overheersende denktrant. Het marktdenken leidt ertoe dat geleidelijk aan meer handelingen, en materiële zaken op geld tracht te waarderen, en dat begrippen als “publiek”, en “burgers” worden vervangen door “klanten”, ook daar waar eerder de gedachte aan een markt niet zou zijn opgekomen. Het past in het vijfde karikaturale werkelijkheidbeeld hiervoor (§3.6)


Het denken in termen van markt en koopwaar leidt tot oordelen vanuit eigen positie en handelen naar eigen voordeel, door consequent afwegen van baten en kosten. De gerichtheid op de ander is instrumenteel, het product is middel om geld te verdienen.

Het eigenbelang mag zwaarder wegen dan dat van anderen, zelfs bij een zekere schade voor de ander.

Marktpartijen zijn in principe naamloos en onbekend, ontmoeten elkaar slechts kortstondig, mogelijk niet meer dan eenmalig. Er verschijnt een specifiek handelen, dat de persoonlijke onbekendheid zal vervangen: dramaturgisch handelen, zicht uitend in public relations en reclame. Het onpersoonlijke wordt extra gefaciliteerd door ICT; die werkt scientific management achtige methoden weer in de hand, met zijn techniek voor waarnemen, meten, vergelijken, doet langs die weg vervreemding ontstaan.
Eén van mijn oudcollega’s moet eens zonder blikken of blozen gezegd hebben dat mensen er zijn om gebruikt te worden. Ik heb dat wel uit de tweede hand, van horen zeggen, maar het werd mij met grote stelligheid verteld, terwijl het gesprek niet uitdrukkelijk daarover ging. Zou het als prikkel zijn bedoeld, om reacties uit te lokken? In een studieboek over organisatie komen enige hoofdstukken voor onder de samenvattende titel “Inschakeling van medewerkers”. Inschakeling: alsof het gaat over machine-onderdelen. Er volgen vier reportages uit het dagelijks leven.
Zijn mensen er om gebruikt te worden?

“When Morrie was a teenager, his father took him to the factory where he worked. This was during the depression. The idea was to get Morrie a job.

He entered the factory, an immediately felt as if the walls had closed in around him. The room was dark and hot, the windows covered with filth, and the machines were packed tightly together, churning like train wheels. The fur hairs were flying, created a thickened air, and the workers, sewing the pelts together, were bent over their needles as the boss marched up and down the rows, screaming for them to get faster. Morrie could barely breathe. He stood next to his father, frozen with fear, hoping the boss wouldn’t scream at him, too.

During lunch break, his father took Morrie to the boss and pushed him in front of him, asking if there was any work for his son. But there was barely enough work for the adult labourers, and no one was giving up.

This, for Morrie, was a blessing. He hated the place. He made another vow that he kept to the end of his life: he would never do any work that exploited someone else, and he would never allow himself to make money of the sweat of others.”

(Tuesdays with Morrie, Mitch Albom)


Illegalen

Jan Kelk is een bloemenkweker in het Westland. Hij heeft zeven mensen in dienst: drie Nederlanders, drie Marokkanen en een Turk. Jan Kelk vertelt: Bij ons in het Westland zijn Turkse, Marokkaanse en Poolse arbeiders onmisbaar. Er waren jaren dat we geen Nederlanders konden krijgen voor het werk in de kassen. Ze weigerden het werk omdat ze het niet leuk vonden, omdat ze meer wilden verdienen of omdat ze het verschil met hun werkloosheids-uitkering te laag vonden. De buitenlanders zijn voor ons goede krachten. Ze hebben het geld hard nodig. Vooral illegalen zijn voor mij aantrekkelijk. Ik betaal veel minder dan het minimumloon, ik kan ze makkelijk ontslaan en ik betaal geen sociale lasten.



H4 §4.2

Uit Wereldwijs, leerboek aardrijkskunde, HAVO 2007, mogelijk is het verhaal verzonnen.


Een Pool kost 5000 per jaar

Oktober 2007

In de NRC verschijnt een artikel over een ondernemer die in Polen een productiebedrijf heeft gestart. Hij laat in het interview merken dat hij er genoegen in schept de plaatselijke samenleving aldaar te zien opbloeien door de werkgelegenheid. En een paar regels verder: "hier in Limburg" – daar staat het hoofdbedrijf – "zou ik moeten robotiseren. Een machine kost 200.000 euro. Een Pool kost 5000 euro per jaar. Het is dan een kwestie van uitrekenen". Ik heb het artikel niet bewaard, en die 200.000 moet ik uit het geheugen weergeven maar dat doet er niet toe. Het gaat om de achterliggende opvatting en denkwijze. Merk op dat daarin twee tegengestelde beginselen zijn te onderkennen.
Zijn mensen er om gebruikt te worden?

Iemand vertelt van een bezoek dat hij in de jaren 70 of 80 bracht aan een bedrijfs dat zich had gericht op verwerking - recyling - van glasafval. Hij kondigt dit aan als een voorbeeld van goed ondernemerschap, wat het in feite natuurlijk ook is. Maar zie hoe toch het oordeel verandert, als hij het productieproces zelf beschrijft, met enig naast elkaar lopende productielijnen, waarin het aangevoerde materiaal stapsgewijs wordt gezuiverd en vergruisd.

Vanaf hier de letterlijke tekst:

"Aan het eind van elke band stonden een drietal forse, goed ingepakte dames die geen woord Nederlands verstonden. Zij verwijderden handmatig de laatste ongerechtigheden en hadden daar duidelijk niet de grootste lol in. Eén van mijn collega's vroeg aan de heer Maltha, hoe lang gaan die vrouwen mee op die plek?

Hij kreeg als antwoord een jaar of vijf, zes, en dan druk ik ze in de WAO. Volgende vraag, vinden ze dit erg? Welnee, zo lang houden ze het wel vol en dan is het verder vangen voor niets doen".

De schrijver vermeldt nog dat het bezoek op verzoek van de directeur-eigenaar was gearrangeerd en dat die kennelijk verwachtte dat het zou worden gevolgd door een gunstig luidend rapport. Men was ook royaal ontvangen bij de koffie. Curieus zijn derhalve nog de volgende zinnen. Het rapport dat hij geschreven had, was blijkbaar niet volledig in lovende termen gesteld.

"Wel verzocht mijn ambtelijke chef mij later wat passages uit dit rapport te schrappen voordat dit naar mijn politieke baas ging. Een mondelinge toelichting mocht ik wel geven waar ik uiteraard gebruik van maakte."

(Dukdalf, maandblad van de afdeling Aalsmeer van de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen ANBO, november 2008)


Wij moeten ons schamen voor onze kleren

Aldus luidt de titel van een interview met de Israelische cineast Micha Peled. NRC 14/15-10-06). De kleren zijn voornamelijk de spijkerbroeken "Made in China", of "Made in PRC".

Dat de Chinese industrie snel expandeert en de westerse markten overstroomd met goedkopekleidingstukken, schoenen, consumentenelectronica is bekend. Misschien ook wel dat die worden geproduceerd onder beschamende arbeidsomstandigheden. Het is eigenlijk hetzelfde verhaal als de Pool die 5000 euro kost en de overige gevallen waarvan hierboven melding was. De arbeidskomstandigheden zijn overeenkomstig die van de Engelse industrie ten tijde van de industriële revolutie.

Het is gebruik van mensen in extreme vorm: uitbuiting.

Hier komt nog iets bij. Peled maakte zijn film op een half clandestiene wijze. Chinese autoriteiten zijn niet gesteld op pottenkijkers. Toen het werk voltooid was werd de film verboden en Peled was persona non grata.

H4 §4.2

Niet het minst schuldig aan de omstandigheden zijn overigens de westerse inkopers die de leveranciers onder druk zetten om de laatste centen eruit te persen. Voor jou een ander, geldt aangaande de fabrikanten, en een schrede verder aangaan de de werknemers.


Het elkaar helpen

Samenwerking met een gemeenschappelijke idee als grondslag, dat is waarom het hier gaat. Een idee, of concept - een vruchtbaar idee immers -, uit te werken in organisatorische vormen. De samenwerking is zakelijk, het elkaar helpen is nog geen filantropie; het is solidariteit. Uitdrukkelijk verschijnt de conditie dat elk bijdraagt naar vermogen, maar dan ook naar die bijdrage zal ontvangen. Het concept van elkaar helpen past het beste bij kleinschalige organisaties, en bij een grotere organisatie die bestaat uit een netwerk van kleinere. Hoe dan ook: persoonlijke bekendheid, en vertrouwen zijn belangrijke elementen.


Het is vanuit het beginsel van elkaar helpen dat de bedrijfsvorm van de coöperatie is ontstaan. Als “Kind der Not”, wat men wel gezegd heeft van de kartelvorm, maar wat op de coöperatie wellicht nog meer van toepassing is. Bittere armoede was het die de coöperatie heeft doen ontstaan, in Rochester, waar in 1844 achtentwintig textielarbeiders het er op waagden gezamenlijk een winkel te beginnen - een verbruikerscoöperatie was het. Op hetzelfde beginsel zijn in geheel Westeuropa coöperatieve bedrijfstakken gegroeid, in de landbouwindustrieën, het veilingwezen, het bank- en verzekeringswezen, en vanuit consumenten in de detailhandel, en er waren er meer. De coöperatieve beweging lijkt op zijn retour te zijn, hetgeen te betreuren is.
Socialisme?

Bijdragen naar vermogen en ontvangen naar bijdrage, was het beginsel hierboven. Het was geen socialisme, want dat gaat een stap verder vanwege de grondslag dat ieder bijdraagt naar vermogen en zal ontvangen naar behoefte. Wie Utopia gelezen heeft, weet dat het reeds daarin wordt genoemd.


Een karakterisering van de twee beginselen, in een aantal conrasterende trefwoorden:

(volgende pagina)




H4 §4.2


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina