§2: Grondslagen en uitingen §3: De filosofische grondslag



Dovnload 202.64 Kb.
Pagina4/4
Datum07.10.2016
Grootte202.64 Kb.
1   2   3   4

4.5: Overige ethische grondslagen

Het utilitarisme

In de rondgang langs de reeks gangbare handboeken verscheen tweemaal het utilitarisme, dat steunt op de regel van het grootste nut voor het grootste aantal: dat is wat wij moeten nastreven. Er is een schaduwkant aan want sommigen zullen pech hebben. Jammer maar daar is niets aan te doen. "Not my cup of tea", zegt de Brit. "Nicht mein Bier" de Duitser. "Not my department" de Amerikaan.

Utilitarisme is van Angelsaksische herkomst. Het verzet in de Verenigde Staten tegen President Obama's beleid inzake de ziektekostenverzekering is mogelijk juist zo fel doordat het utilitariteitsbeginsel in de Amerikaanse volkscultuur, vooral onder Republikeinen, zo vast verankerd is.
Er valt binnen het utilitarisme nog te nuanceren. In principe is de uitkomst van ons handelen de toetssteen voor goed en kwaad. Maar het besturen, oftewel het beslissen gaat aan de uitkomst vooraf. en de uitkomst kan lang op zich laten wachten. Wij weten het dus niet.

Wat dan? Wij kunnen dan onze toevlucht nemen tot een soort pseudo-utilitarisme, inhoudend dat wij gedragsregels bedenken vanuit de grondslag (rule utilitarianism) van het grootste nut voor het grootste aantal.





H4 §4.5

Verwijzingen

- naar het onderwerp bedrijfsprestaties, de politiek-diplomatieke component daarvan

(H6 §3) waarin de verschillende groepen van betrokkenen en belanghebbenden aan de orde zijn.

- naar het onderwerp mensbeelden en daarvan het beeld van de homo economicus

(H4 §3.10 (2))


Het vrijheidbeginsel als grondslag

Vrijheid was aan de orde in het derde hoofdstuk, over organisatiestructuur (H3 §8.7). De individuele positie bepaalt de vrijheid of de gebondenheid van het handelen vanuit de bevoeghheid die de positie verleent.

Het is altijd een vrijheid tot op zekere hoogte. En buiten de formele ortganisatie om bleek vrijheid hoe dan ook nogal wat beperkingen te hebben. Ongelimiteerde vrijheid schept sociale wildernis.
Als ethisch beginsel moge het besef gelden dat mijn vrijheid eindigt waar die van de ander begint. Grenskwesties zullen er genoeg zijn.

Als wij nu uitgaan van de vrijheid van handelen, en het handelen van de ander staat ons niet aan, of de ander geniet voordelen die wij emotioneel niet of moeilijk kunnen aanvaarden, dan krijgt het beginsel een bijzondere betekenis. Het komt maar al te licht voor, die situatie. Hoe daarmee te handelen? De bedoelde betekenis zou moeten liggen in een eerste vraag: "Zijn het mijn zaken?". In de meeste gevallen niet. Maar mogelijk wel langs een omweg. Voordelen voor anderen kunnen invloed hebben op motivatie vanwege een algemeen aanvaard gevoelen voor rechtvaardigheid (H4 §6.14 (2)). Waar de motivatiegraad wordt bedreigd, daar raakt dit het bedrijfsbelang, dus ook het mijne.


Het categorisch imperatief als grondslag

Inhoudende dat het eigen handelen zo kiest en zo inricht dat dit tot wet zou kunnen worden verheven. Afkomstig van Immanuel Kant, (1724-1804).

Geschikt om tot wet te worden verheven. Wat voor gedrag dan wel? Het is wellicht nuttiger om te wijzen op wat het in elk geval niet zou mogen zijn. Gemakkelijker ook.

In het eerste hoofdstuk komt een verwijzing voor naar wangedrag (H1 §1.2). Zo ook in dit hoofdstuk, onder "Bedorven culturen" ( H4 §5.12 (4)), Het is actueler dan wellicht lijkt, veel ervan zal niet naar buiten treden. Wangedrag komt voor in hiërarchische verhoudingen, van chef tot medewerkers die dan in een positie van ware ondergeschikten worden geplaatst (onderdanen in staatkundige verhoudingen). Maar ook in omgekeerde richting - met als extreem voorbeeld de wanorde in het schoollokaal. Evengoed in collegiale verhoudingen. Zie maar naar de case studies in deel III, het geval Johan Wieles.


De wet als grondslag

Wetten zouden wij kunnen zien als officieel vastgelegde ethiek. Wat geboden is, wat toegestaan, of verboden. Onder welke condities wij contracten sluiten, hoe te handelen ingeval van niet-nakoming. Wie het recht heeft bestudeerd zal zich de talloze casusposities herinneren waarin twee heren, A en B geheten de wonderlijkste overreenkomsten sluiten die vervolgens verkeerd aflopen. Het recht dient deze soort situaties te voorzien en bepalingen te stellen voor wat er vervolgens kan gebeuren. Dat betreft dan het privaatrecht, en het publiekrecht stelt regels voor de relaties van burgers en overheid.

Je hebt je eran te houden, zowel binnen de bedrijfshuishouding als daarbuiten.

Interpretatievragen zijn er genoeg. Eén van de belangrijkste is wel de persoonlijke beslissing of je bij de uitvoering van een contract, je strikt aan de bepalingen daarvan zult houden, of dat daaromheen toleranties liggen. Ten goede of ten kwade. In het publieke domein geldt hetzelfde. Achter de wet liggen de andere grondslagen.




H4 §4.5


De religie als grondslag

De religie geeft geboden, en verboden. Talloze, in het Oude Testament, en in de Koran. Het hangt af van de godsdiensten die daarop zijn gebaseerd. E zijn rekkelijken en preciezen, Remonstranten en

Calvinisten, protestanten en Katholieken en de nodige varianten. Alle gaan uit van de heilige teksten als ethisch richtsnoer. Waar dit conflicteert met de wetten van het land, zal de Calvinist als het er echt op aankomt zijn geweten laten prevaleren.
De wet versus de geloofsbeleving

Onder de titel "Was Bach Joods?" schreef Martin van Amerongen over Die Kunst der Fuge. Het is een meesterwerk, maar men mag serieus de vraag stellen of het eigenlijk wel de bedoeling was geweest het in werkelijkheid ook uit te voeren. Wie het hoort zal moeite hebben er een inspiratiebron in te herkennen. Zoals die wel duidelijk aanwezig is in de meeste andere werken: religieus. Soli Deo Gloria verschijnt boven cantates.

Bach was natuurlijk niet Joods. Waar het Van Amerongen om te doen was, dat is de intentie die uit het werk spreekt om te zien wat je allemaal kon doen met de regels voor de polyfonie. In de Joodse Godsdienst weegt de wet zeer zwaar, meer nog dan de geloofsbeleving. Van Amerongen besluit met een anecdote over een streng gelovige

vader die met zijn seculiere zoon in een theologisch twistgeprek geraakt. Maar als de tijd daar is dan zegt hij: "Hoor eens, God of geen God, maar het is tijd voor het avondgebed.


Mensenrechten als grondslag.

De Universele verklaring van de rechten van de mens, opgesteld door en vanuit de Verenigde Naties is een richtsnoer. Officieel vastgesteld. Afdwingbaar waarschijnlijk niet, maar krachtiger naarmate de algemene acceptatie groter is. Hoe dan ook, wij hebben ze te respecteren: de rechten op openheid, veiligheid, privacy, gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting, privaateigendom. Er is een verwantschap met de variant van het utilitarisme, maar dat gaat niet uit van officieel vastgestelde regels, geldend voor allen.



Hoofdstuk 4: Gedragsvraagstukken


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina