2 Koolwaterstoffen



Dovnload 48.21 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte48.21 Kb.
Uitwerkingen hoofdstuk 5 Koolstofverbindingen

§5.2 Koolwaterstoffen

A2 1 C10H8

2 C14H10

A3 C5H12





C6H14



A4 a 2,2-dimethylpropaan (283 K), 2-methylbutaan (301 K), pen­taan (309 K).

b De stof 2,2-dimethylpropaan heeft een sterkere bolvorm dan 2-methylbutaan, dat weer een sterkere bolvorm heeft dan pen­taan. Hoe boller het molecuul, des te zwakker zijn de vander­waalsbindingen tussen de moleculen (minder contactoppervlak) en des te lager is het kookpunt.

c 2,2-dimethylbutaan (323 K), 2,3-dimethylbutaan (331 K), 2-methylpentaan (333 K), 3-methylpentaan (336 K), hexaan (342 K).

A5 a 2, 5 en 7 zijn aromatisch.

b 3, 6, 7 en 8 bezitten een alifatische ringstructuur.

c 2, 4, 7 en 8 hebben een onverzadigde groep.

d 4 heeft een vertakking van een acyclische keten van C-atomen.

e 1: C4H10 5: C13H12

2: C8H8 6: C4H8

3: C10H16 7: C11H12

4: C5H8 8: C7H10



B6 a

b

c



d

B7 a

b CnH2n ─ 2

B8 alkenen en de cycloalkanen beide CnH2n­

B9 aromatisch, onverzadigd en vertakt

§5.3 Naamgeving van koolwaterstoffen

A10




A11 (1) butaan (5) difenylmethaan

(2) fenyletheen (6) methylcyclopropaan

(4) 3-methyl-1-butyn (7) 4-fenyl-1-cyclopenteen

B12 a 1,2-dimethylcyclopropaan

b 2,3,4-trimethylcyclo-1-penteen

c 4,4,5-trimethyl-1-hexeen

d 2,4-dimethylhexaan

B13 Alle drie de stoffen hebben de molecuulformule C4H8 zoals blijkt uit onderstaande structuurformules:

Methylcyclopropaan cyclobutaan 1-buteen







B14

§ 5.4 Karakteristieke groepen

A15 DDT: C14H9Cl5

trichloorfenoxyazijnzuur: C8H5O3Cl3

dioxine: C12H4O2Cl4

1,1,1-trichloorethaan: C2H3Cl3

halothaan: C2HBrClF3

PCB: C12H6Cl4



B16 a

b

c



d

e

f

g

h

ij

B17 a Cyclo ethaan = ring structuur met 2 C atomen kan niet

b Aan een C-atoom in een benzeenring kan slechts één karak­teristieke groep gebonden zijn.

c In trimethylbutyn zou een vijfwaardig C-atoom moeten voorkomen en dat bestaat niet.

d 1,3,5-cyclohexatrieen = benzeen.

C18 a





b

c

d

Paragraaf 5.5

A19 Gevelisolatie (spouwmuurisolatie), dubbele beglazing, hoog-rendements verwarmings­ketels etc.

A20 Aardgas is makkelijk te winnen, te transporteren en te ver­branden. Bovendien geeft het relatief schone verbran­dingsgas­sen.

B21 Als een olieveld onder druk staat komt de olie spontaan boven, nadat er een gat in de aardkorst is geboord. Er is dan geen pompinstallatie nodig. (Wel een zogenaamd ven­tiel om de stroom olie te kunnen regelen.)

B22 2C135H90O9NS + 308O2  N2 + 270CO2 + 90H2O + 2SO2

B23 Door middel van steenkoolvergassing wordt een mengsel verkre­gen van CO, H2 en N2. De stikstof is afkomstig van de voor de vergassing gebruikte lucht. Na verwijdering van CO en andere ongerechtigheden blijft een mengsel van H2 en N2 over, waaruit vervolgens NH3 kan worden gemaakt:

3H2 + N2  2NH3.



C24 a Benzine is een vloeistof en heeft dus een veel grotere dichtheid dan aardgas. In een m3 benzine

bevindt zich veel meer brandbaar materiaal dan in een m3 aardgas.



b 3,0·107 J m-3 ≙ 3,0·104 J dm-3 ≙ 3,0 · 104 · 22,4 = 6,7·105 J mol-1 6,7·102 kJ mol-1.

c Aardgas is een mengsel dat ook onbrandbare componenten bevat, met name stikstof. Hierdoor neemt de verbrandings­warmte per m3 aardgas af.

C25 a Elektrische energie: = = 6,9 cent MJ-1

Gas : = = 2,2 cent MJ-1

Benzine : = = 6,1 cent MJ-1

b De omzetting van chemische energie in elektrische energie heeft een laag rendement (circa 30%). Vandaar dat elektrische energie ruim drie keer zo duur is als energie uit gas. Benzine en gas zijn beide bronnen van chemische energie en zouden in principe ongeveer even duur kunnen zijn. De enorme accijns op benzine veroorzaakt het waar­genomen prijsverschil tussen deze twee energiebronnen.

Paragraaf 5,6

A26 a De uitstoot van zwaveldioxide en van stikstofoxide. Deze stoffen lossen op in het

regenwater, waardoor dit verzuurt.



b (1): Rookgasontzwaveling: hierbij worden rookgassen van grote verbrandingsinstallaties ontdaan van zwaveldi­oxide.

(2): Toepassing van katalysatoren door het gemotoriseerde verkeer: hierdoor wordt het uitlaatgas van auto's ontdaan van stikstofoxide.



c Het wegverkeer veroorzaakt uitstoot op leefniveau, dat wil zeggen dat je de gassen gemakkelijk binnenkrijgt. De industrie loost rookgassen via hoge schoorstenen

B27 a minder energieverbruik

b minder energieverbruik doordat de groente niet hoeft te worden ingevroren

c minder energieverbruik doordat je minder verpakkingsmateriaal nodig hebt

d minder energieverbruik

e trein verbruikt minder energie dan vliegtuig

B28 In de winter wordt er meer gestookt en dus meer CO2 gepro­du­ceerd, terwijl de opname van CO2 door groene planten praktisch stilstaat. Gevolg: de rode lijn stijgt.

In de zomer neemt het CO2-gehalte dan weer af. Gevolg: de rode lijn daalt weer.

Deze cyclus herhaalt zich ieder jaar, met als gevolg de vorm van de zaag.

Merk op dat het netto CO2-gehalte in de atmosfeer wel steeds hoger wordt!



Paragraaf 5.7

A30 a 1 Door vergisting van de biomassa.

De biomassa wordt met behulp van micro-organismen omgezet in CH4 en CO2 of in ethanol (CH3CH2OH) en CO2 (de suikers)

2 Verbranding dus brandstof in electriciteitcentrale

3 Pyrolyse (= thermolyse waarbij houtskool en gassen ontstaan die weer als brandstof kunnen dienen in een elektriciteitcentrale



  1. Vergassen Men laat de biomassa reageren met een ondermaat aan zuurstof waarbij H2 en CO ontstaan die weer kunnen dienen als brandstofl

B31 a De gevormde CO2 is even groot als de CO2 die opgenomen is door de planten die de biomassa

Vormen. (gesloten kringloop)

b Deze brandstoffen worden veel sneller verbruikt dan ze gevormd worden

B32 a a Nagenoeg geen invloed: in beide gevallen wordt CO2 geprodu­ceerd.

b Het CO2-gehalte zou niet verder toenemen.

c Er ontstaat geen CO2 bij de verbranding van waterstof. Het gehalte van deze stof neemt dus niet verder toe.

d De opname van CO2 door groene planten/bomen vermindert, waardoor het CO2-gehalte sneller zal gaan stijgen dan tot nog toe.

e Geen toename van de CO2 want dit is een gesloten kringloop



B33 De scandinavische landen hadden al een grote bosbouw industrie. Hierbij is de biomassa en bijproduct dat op deze wijze verder verwerkt kan worden

B34 gesloten koolstofkringloop

Kosten


Veiligheid

C35 a alleen bij lage snelheden dus bij stadsverkeer is de auto schoner

b Nee dit is afhankelijk van hoe de elektriciteit is opgewekt.



Paragraaf 5.8

A36 Katalytisch reformeren geschiedt bij hoge temperatuur en onder lage druk in aanwezigheid van een katalysator. Thermisch kraken vindt plaats bij hoge temperatuur en lage druk, zonder katalysator.

A37 a Nee want de producten worden gescheiden

b Ja want nu worden de moleculen omgezet in kleinere moleculen

c Nee dat staat er los van. De nafta fractie die vrijkomt uit de destilatie wordt nog verder verwerkt door deze te kraken.

d petrochemische industrie



A38 Bij het condenseren van de opgevangen gasvormige aard­oliefrac­ties komt warmte vrij. In de praktijk wordt deze gebruikt om verse nog te destilleren fracties alvast wat op te warmen. Voordeel is dat het scheelt in de stookkosten.

B
39
a C10H22  C7H14 + C3H8

b decaan  1-buteen + hexaan


C10H22  C4H8 + C6H14

B40 De rest van de energie komt vrij als warmte.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina