2002 november deel 2van5 Jef Boeckmans



Dovnload 10.67 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte10.67 Kb.
2002 – november deel 2van5 – Jef Boeckmans


Een monnik zei tegen Joshu: ‘De stenen brug van Joshu is van oudsher geroemd. Nu ben ik hier, en ik vind een schamele noodbrug’. ‘Ziet ge de noodbrug, en niet de stenen brug?’ vroeg Joshu. ‘Wat is dan de stenen brug?, vroeg de monnik. ‘Ezels kunnen oversteken, en paarden kunnen oversteken’. Dat is de koan.
Het vers: niets buitengewoon, niets gevaarlijks. Maar subliem is zijn weg. Duikt hij in zee, vangt hij een reuzenschildpad. Ik lach om de oude Kankei , vergeefse moeite als hij zegt: ‘zo snel als een voorbijvliegende pijl.’ Dat is het vers.
In deze koan is de inleiding verloren gegaan. Het is één van de mooie geschiedenissen uit de Zen-literatuur. Toen de Biyan lu af was, ging de eerste generatie monniken zich daar zo aan hechten - omdat het zo’n prachtige taal was, die zo getuigde van diep inzicht - dat één van de meesters die drukblokken in het vuur heeft geworpen. Opdat de mensen zélf zouden zien en niet steunen op overgeleverde teksten. Gelukkig waren er nogal wat handschriften of kopieën en heeft men hem toch kunnen herstellen, maar hier is dus de inleiding niet meer terug gevonden. De koan zelf: ‘Een monnik zei tegen Joshu: ‘de stenen brug van Joshu is van oudsher beroemd. Nu ben ik hier, en vind ik een schamele noodbrug’. Een bezoekende monnik die Joshu gaat bezoeken, de grote beroemde Zen-meester. Joshu, dat weet u waarschijnlijk al wel, is een Zen-meester uit de Tang-dynastie in China, één van de allergrootsten, die op 18-jarige leeftijd zijn grote doorbraak beleeft. En dan 40 jaar lang in de leer gaat bij Nansen na zijn verlichting, daar 40 jaar zijn assistent blijft. Daarna, op 60-jarige leeftijd, gaat hij heel China rondreizen om met andere leraren zijn inzicht nog te verdiepen. Op 80-jarige leeftijd laat hij zich neer in een stadje dat Joshu heet, of Chao-chou in het Chinees. En daar blijft hij tot zijn 119e jaar leraar en is hij gestorven. Dat is dus historisch, de man is echt 119 jaar oud geworden. Wat gebeurt er nu? Joshu, hij wordt meester Joshu genoemd of meester Chao-chou, dat is eigenlijk de naam van de plaats. Meesters werden dikwijls genoemd naar de plaats waar zij woonden. Eén van de eigenaardigheden van die plaats, dat kleine stadje daar in China, was dat het een heel vermaarde, stenen brug had. Een brug die zo rond het jaar 100 na Christus gebouwd was. Er waren er 3 van in China. Met ruwe stenen over elkaar gelegd, zo’n beetje gelijk aan Romeinse bruggen, prachtig van model. Ze bestaat dus nog, de beroemde brug van Joshu. De meeste bruggen in die tijd waren van hout, gelijk dat nog het geval is in Japan. Die overleven beter de aardbevingen. Veel bruggen zijn van hout, prachtige constructies ook, heel mooi soms. Maar stenen bruggen zijn vrij uitzonderlijk. En zeker in het oude China. Dus drie beroemde bruggen. En die man die komt dus bij Joshu die dan al oud is, een beetje beverige, oude man zit daar. En die leerling, die zoekende monnik, die is eigenlijk teleurgesteld. Is dat nu de grote Zen-meester? Is ‘m dat nu, de leraar? En hij zegt het dan met die prachtige metafoor: die stenen brug, waar ik zoveel van gehoord heb. De leraar is een brug, die ons helpt van de wereld van de illusie naar de wereld van de werkelijkheid te gaan, die oude stenen brug, is dat nu..? Ik heb er zoveel over gehoord en nu …, het is een brug van niets. Eigenlijk, sommige vertalers zeggen, het is een noodbrug geweest. Die brug was met een aardbeving of een overstroming weggeslagen, ze bouwen een noodbrug. Misschien was er op dat moment een noodbrug, een houten brug. Of waren het stapstenen: de brokstukken lagen er nog en waren er planken overheen gelegd. Je kon naar de andere oever gaan. Je kón naar de andere oever gaan. En die leerling zegt dus tegen Joshu: ‘die beroemde stenen brug, daar schiet toch niet veel van over’. En dan zegt Joshu: ‘Ziet ge alleen maar die loopbrug? Zie je de stenen brug niet?’ Daar gaat de koan natuurlijk over. Blijft ge bij de eerste zintuiglijke indrukken: een oude man die een beetje bibbert, of zie je inderdaad daarin de brug? Ziet hij het wezen van de leraar of blijft hij bij zijn menselijke tekorten en beperktheden, die natuurlijk vanzelfsprekend zijn. Een leraar is ook een mens die als hij uitgeput en moe is, ook niet meer kan. Wat is dat? Wat ziet hij? En dan vraagt Joshu: ‘Zie je alleen maar de noodbrug? Of zie je die wezenlijke brug?’ En dan zegt die leerling: ‘Waar is dan die stenen brug?’ En dan zegt Joshu : ‘Ezels kunnen oversteken, paarden kunnen oversteken.’ Prachtig. Iedereen die wil, kan overgaan, áls hij de brug ziet. Als ge één wordt met dat wezenlijke, dan kunt ge oversteken. Het is eigenlijk natuurlijk een heel mooie koan, vind ik. Ezels kunnen oversteken, paarden kunnen oversteken. Hoe troostvol. Ik weet niet hoe dat bij u is, maar ik stoot me wel eens twee keer aan dezelfde steen, wat ezels dus niet doen. Maar ook ezels kunnen overgaan. Hij noemt eerst de ezel natuurlijk, en dan het adellijke paard, dat kan ook overgaan. Daar dient een brug voor. Wat is eigenlijk die brug? Die brug is natuurlijk de hele fenomenale wereld. Alles kan de brug zijn die jou doet overgaan. De brug is er, ga over. Die brug is er altijd. Ook als ze ingestort is, is er nog een brug, zijn het nog maar stapstenen, maar ge kunt overgaan. Het inzicht van Joshu, die oude meester die al over de honderd is, dat is natuurlijk niet minder geworden, ook al is zijn geheugen achteruit gegaan, alles gaat achteruit, dat is normaal, maar zijn inzicht, zijn waarheid blijft. Daar zit Joshu , daar zit de brug.
(breukstilte in de opname, stukje tekst ontbreekt)
…. niets bijzonder, niets opmerkelijks. Niet in het buitengewone. Niet in al die trukendozen van de Zen, al die.., maar in het hele gewone: Als ik honger heb, eet ik, als ik dorst heb, drink ik. Het vers speelt daar heel mooi op in: Niets buitengewoon, niets gevaarlijk. Maar zijn weg is subliem. Het bewustzijn van alledag is de weg. En dan zeggen ze weer die mooie metafoor: Duikt hij in zee, vangt hij een reuzenschildpad. Die reuzenschildpad, wat symboliseert die? Het is natuurlijk een oude Chinese symboliek, die voor ons wat minder toegankelijk is, omdat wij de reuzenschildpad niet kennen, is in ieder geval een symbool van het eeuwig leven van iets. Heel kostbaar, iets heel bijzonder. Een heel mysterieus dier dat in de diepzee duikt en daar allerlei prachtige kleuren en vormen ziet. Eigenlijk een symbool van onze wezensnatuur. Joshu, als er een leerling voor hem zit en hij duikt, dan haalt hij die reuzenschildpad naar boven. Heel mooi symbool.
Ik lach om de oude Kankei. Kankei was een medestudent van Joshu, Joshu heeft hem overleefd, maar het waren alle twee leerlingen van Nansen, de beroemde Nansen. Eigenlijk had die een gelijkaardige situatie. Als die oud was en der dagen zat, kwam ook een leerling bij hem. Kankei wil zeggen: een stromende, kolkende rivier. En die leerling zegt: ‘Ik verwacht een stromende, kolkende rivier en ik zie een oude modderpoel, een stinkende modderpoel.’ En dan zegt Kankei dat prachtige antwoord, dat ook een mooi antwoord is hoor. De leerling zegt dus: ‘Waar ís dan de echte, die kolkende rivier?’ En dan geeft Kankei het antwoord: ‘Die is zo snel als een voorbijvliegende pijl.’ Whoeps. Je moet hem direct, onmiddellijk zien, anders mis je de boot. Natuurlijk een mooi antwoord. Maar, zegt de poëet hier, de zenmeester, het gaat natuurlijk niet zo diep als Joshu. Joshu is nog veel eenvoudiger: ‘Ezels kunnen oversteken, paarden kunnen oversteken’. Omdat daar dat eindeloze mededogen in zit. Kom maar. Maak er gebruik van, van die brug. Kom maar, steek over. Het is een veel dieper antwoord. Het eerste antwoord is ook uitstekend hoor. Maar dan zegt hij: ‘Daar moet ik toch eigenlijk om lachen’. Joshu is nog rijper. Ezels kunnen oversteken, paarden kunnen oversteken: een zin die ons een hele tijd kan begeleiden.


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina