21 juni 2013. Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het algemeen welzijnswerk



Dovnload 71.17 Kb.
Pagina1/2
Datum14.08.2016
Grootte71.17 Kb.
  1   2
21 JUNI 2013. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het algemeen welzijnswerk

De Vlaamse Regering,


Gelet op het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, artikel 6 en 7, § 1;
Gelet op het decreet van 3 april 2009 betreffende het georganiseerd vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 5, tweede lid;
Gelet op het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk, artikel 5, tweede lid, artikel 7, § 2, tweede lid, § 3, tweede en derde lid, en § 4, derde lid, artikel 10, tweede lid, 4°, en derde lid, artikel 11, 12, tweede lid, artikel 15, tweede lid, artikel 16, 17, § 1, § 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2012, zesde lid, § 3, en § 4, artikel 18, tweede lid, artikel 19, 20, § 1, eerste lid, en § 2, en artikel 24;
Gelet op het decreet van 25 mei 2012 tot wijziging van artikelen 17 en 23 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk, artikel 5;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2001 ter uitvoering van het decreet van 19 december 1997 betreffende het algemeen welzijnswerk;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot afbakening van het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp en van de regio's integrale jeugdhulp en tot regeling van de beleidsafstemming integrale jeugdhulp;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 maart 2013;
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid, gegeven op 25 april 2013;
Gelet op het advies nr. 17/2013 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gegeven op 22 mei 2013;
Gelet op advies 53.120/1 van de Raad van State, gegeven op 31 mei 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° administratie : het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin of het intern verzelfstandigd agentschap Zorginspectie;
2° beleidsplan : een dynamisch en flexibel instrument waarin een centrum zijn visie weergeeft met betrekking tot zijn organisatieontwikkeling en geïntegreerde werking, de aangeboden hulp- en dienstverlening, de samenwerkingsverbanden met andere actoren en de rol die het centrum opneemt in de zorgnetwerken;
3° centrum : overeenkomstig artikel 2, 2°, van het decreet van 8 mei 2009, een centrum voor algemeen welzijnswerk of een centrum voor teleonthaal;
4° decreet van 8 mei 2009 : het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
6° secretaris-generaal : het personeelslid dat belast is met de leiding van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
7° werkgebied : een geografisch gebied waarbinnen een centrum zijn activiteiten ontplooit.
HOOFDSTUK 2. - De erkenning van centra
Afdeling 1. - De erkenningsvoorwaarden
Onderafdeling 1. - Algemene voorwaarden
Art. 2. Een centrum dat, in het kader van het algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 8 mei 2009, en dit besluit, aanspraak wil maken op subsidiëring, moet vooraf door de secretaris-generaal worden erkend met inachtneming van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk II en in artikel 17, § 2, van voormeld decreet, en in deze afdeling.
Art. 3. Wat zijn werking en organisatie betreft, moet een centrum :
1° opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
2° gevestigd zijn en zijn werking ontplooien in het werkgebied dat is bepaald bij de erkenning;
3° naast de verzekeringen die het centrum wettelijk verplicht is af te sluiten, een verzekering aangaan voor de burgerlijke aansprakelijkheid van het centrum en van de beroepskrachten en vrijwilligers die er werkzaam zijn;
4° aan de administratie de registratiegegevens, vermeld in artikel 18 van het decreet van 8 mei 2009, bezorgen;
5° jaarlijks rapporteren, op basis van resultaatsgerichte indicatoren, over de wijze waarop het centrum uitvoering geeft aan artikel 18 tot 20 en artikel 4, 5 en 16, als het een centrum voor teleonthaal betreft, of aan artikel 6 tot 15 en 17, als het een centrum voor algemeen welzijnswerk betreft.
De minister bepaalt de resultaatsgerichte indicatoren, vermeld in het eerste lid, 5°.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor de centra voor teleonthaal
Art. 4. § 1. Elk centrum voor teleonthaal heeft de volgende opdrachten :
1° telefonische of online hulp- en dienstverlening organiseren voor de bevolking in het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° eerste opvang en ondersteuning bieden in een vroeg stadium van de probleemwording, met bijzondere aandacht voor eventuele risico's op zelfdoding, zodat voorkomen wordt dat probleemsituaties escaleren;
3° personen opvangen die naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen geconfronteerd worden met hun problemen en hen eventueel doorverwijzen naar professionele hulpverlening;
4° tekorten in de samenleving op het vlak van welzijn signaleren aan de overheid, op provinciaal, Vlaams en federaal niveau. Naar aanleiding van bepaalde maatschappelijke gebeurtenissen signaleert het centrum relevante maar anonieme gegevens aan de media.
De hulp- en dienstverlening van de centra voor teleonthaal bezit de volgende kenmerken :
1° ze is anoniem;
2° ze is 24 uur op 24 toegankelijk via eenzelfde telefoonnummer. De modaliteiten van dit eenvormige telefoonnummer zijn conform de reglementering op de universele dienstverlening inzake telecommunicatie;
3° ze gebeurt online op vooraf bepaalde tijdstippen;
4° ze wordt verstrekt door vrijwilligers, die worden bijgestaan door beroepskrachten;
5° ze is gratis.
§ 2. Elk centrum voor teleonthaal rekruteert vrijwilligers in verhouding tot zijn behoeften. Het centrum voor teleonthaal zorgt voor omstandigheden die het engagement van de vrijwilligers haalbaar maken en ondersteunen. Vrijwilligers worden zorgvuldig geselecteerd na een opleiding als vermeld in het tweede lid, die met goed gevolg afgesloten werd. Bij die opleiding hoort een inwerkperiode. De selectienormen worden in het beleidsplan geconcretiseerd.
Voor de vrijwilligers organiseert het centrum een interne opleiding van minimaal 30 uren. Die opleiding omvat onder meer :
1° doelstellingen en grenzen van de centra voor teleonthaal;
2° kennis van en inzicht in levensmoeilijkheden;
3° training in hulpverlenende vaardigheden;
4° attitudevorming;
5° praktische schikkingen en werkwijzen;
6° de toepassing van de regels betreffende de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens en de geheimhoudingsplicht.
Het centrum voor teleonthaal en elke geselecteerde vrijwilliger ondertekenen een afsprakennota als vermeld in artikel 5 van het decreet van 3 april 2009 betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, waarin de vrijwilliger zich ook engageert om gedurende de hele duur van zijn medewerking een voortgezette opleiding te volgen.
§ 3. De vereiste deskundigheid van de beroepskrachten wordt door opleiding of ervaring gewaarborgd. Dit wordt gespecificeerd in het beleidsplan.
Art. 5. De hulp- en dienstverlening van het centrum voor teleonthaal beantwoordt aan de volgende voorwaarden :
1° het centrum stelt aan de gebruikers en potentiële gebruikers informatie ter beschikking over alle relevante aspecten van het hulp- en dienstverleningsaanbod en het gehanteerde hulpverleningsconcept;
2° de hulp- en dienstverlening beoogt een zo preventief en duurzaam mogelijk effect;
3° het centrum beschikt over een procedure voor het omgaan met situaties waarbij de integriteit van de gebruiker of van andere personen in gevaar is;
4° het centrum garandeert het klachtenrecht aan de gebruiker door een procedure voor klachtenregistratie en -behandeling, die voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De procedure, vermeld in het eerste lid, 4°, beschrijft op welke wijze de gebruiker zijn klacht kenbaar kan maken, op welke wijze de klacht wordt beoordeeld op ontvankelijkheid, op welke wijze de klacht wordt behandeld en op welke wijze de gebruiker wordt geïnformeerd over het resultaat van zijn klacht.
Onderafdeling 3. - Voorwaarden voor de centra voor algemeen welzijnswerk
Art. 6. Overeenkomstig artikel 7, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 realiseert elk centrum voor algemeen welzijnswerk een opdracht van algemene preventie. Die opdracht houdt in dat het centrum voor algemeen welzijnswerk een kwalitatief signaleringsbeleid voert ten aanzien van de respectieve overheden en de maatschappelijke voorzieningen met betrekking tot maatschappelijke factoren die in de eigen hulp- en dienstverleningspraktijk als welzijnsbedreigend worden ervaren en dat het algemeen preventieve projecten organiseert die structurele veranderingen beogen, die zich richten tot beleidsinstanties, tot de brede bevolking, tot specifieke doelgroepen en tot intermediaire personen, diensten of instanties.
Art. 7. § 1. Overeenkomstig artikel 7, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 realiseert elk centrum voor algemeen welzijnswerk een aanbod van onthaal. Het onthaal is laagdrempelig. Het is een proces van vraagverheldering, waarbij samen met de gebruiker de hulpvraag wordt ontrafeld, de problemen geïnventariseerd en systematisch in kaart gebracht, om een beter inzicht te krijgen in de aard van de problemen en alle oplossingsalternatieven te verkennen. Die vraagverheldering is een antwoord op de hulpvraag of een stap naar directe hulp of begeleiding.
Voor elke vraag staat het centrum in voor :
1° het beluisteren van de vraag, op basis waarvan naadloos kan worden overgegaan tot vraagverheldering;
2° het ter beschikking stellen van algemene en concrete informatie;
3° als nodig, de verwijzing van de gebruiker naar verdere hulp- en dienstverlening binnen of buiten het centrum;
4° als nodig, ondersteunende contacten.
Aansluitend bij de vraagverheldering, vermeld in het tweede lid, 1°, heeft het centrum een aanbod van directe hulp, met betrekking tot problemen als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 8 mei 2009, in de vorm van één of meer motiverende, ondersteunende en oplossingsgerichte contacten, die bestaan uit :
1° oriënterend advies verstrekken : de gebruiker informeren en voorlichten, rekening houdend met zijn persoonlijke situatie en aangeven van oplossingsperspectieven, keuzemogelijkheden en gedragsalternatieven, zodat de gebruiker over meer kennis beschikt en daarmee een stevige basis heeft voor zijn inzichten;
2° sociaal-administratieve hulp verstrekken;
3° de gebruiker actief toeleiden naar andere diensten en basisvoorzieningen met het oog op aangepaste hulp en het effectueren van basisrechten.
Wanneer verdere begeleiding overwogen wordt, staat het centrum in voor :
1° psychosociale diagnostiek en, als nodig, het inwinnen van gespecialiseerde diagnostiek;
2° indicatiestelling van de passende hulp;
3° toewijzing van verdere begeleiding binnen het centrum door middel van een instapgesprek en een instapprocedure;
4° als nodig, verwijzing naar een andere dienst.
§ 2. Het aanbod, vermeld in paragraaf 1, wordt op een zodanige manier georganiseerd dat het openstaat voor de brede bevolking. Het centrum voor algemeen welzijnswerk bouwt het aanbod zodanig uit dat het daadwerkelijk gebruikt wordt door :
1° de meest kwetsbare groepen, vermeld in artikel 12;
2° jongeren van 12 tot en met 25 jaar;
3° slachtoffers en hun directe sociale omgeving;
4° gedetineerden en hun directe sociale omgeving.
Art. 8. § 1. Overeenkomstig artikel 7, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 realiseert elk centrum voor algemeen welzijnswerk een aanbod van psychosociale begeleiding voor problemen als vermeld in artikel 2, 1°, van dat decreet. In die begeleiding werken de hulpverlener van het centrum en de gebruiker samen aan concrete vooropgestelde doelstellingen op basis van een wederzijds en geëxpliciteerd engagement. De begeleiding heeft tot doel de gebruiker een beter inzicht te geven in de eigen situatie, een terugval te voorkomen, een problematische situatie of toestand draaglijk te maken, te verbeteren of op te heffen en de draagkracht, de autonomie en de zelfstandigheid van de gebruiker te vergroten.
§ 2. Het aanbod van psychosociale begeleiding bestaat uit één of meer van de volgende functies :
1° ondersteunen : actief luisteren, erkennen, waarderen, ruimte bieden, begrip opbrengen voor het verhaal van de gebruiker en hiervoor aanspreekbaar blijven;
2° begeleiden : het methodisch en systematisch aanbieden van persoonlijke, relationele en praktische hulp zodat het dagelijks functioneren van de gebruiker wordt verbeterd en de gebruiker vaardiger is in zijn sociale rollen;
3° bemiddelen : gebruikers die betrokken zijn in een conflict, op basis van onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid efficiënt helpen onderhandelen zodat het conflict beslecht of hanteerbaar wordt;
4° trainen : het planmatig beïnvloeden van het functioneren van een gebruiker door het aanleren van specifieke vaardigheden op sociaal, administratief, financieel, emotioneel, communicatief, relationeel of pedagogisch vlak;
5° toeleiden : de gebruiker actief voorbereiden op een deelname aan activiteiten van een basisvoorziening of een andere hulpverleningsdienst en hem actief in contact brengen met dit aanbod;
6° toezicht uitoefenen : observerend aanwezig zijn, klaar om begeleidend, verzorgend of bewakend op te treden als daar nood aan is, zodat een veilige situatie is gecreëerd waarin de betrokken gebruikers eigen activiteiten zelfstandig kunnen uitvoeren of waarin zij beschermd worden tegen externe negatieve invloeden of tegen zichzelf;
7° belangenbehartiging : een concrete vraag van een gebruiker in opdracht van de gebruiker en in zijn naam bij een derde instantie ondersteunen en bepleiten;
8° het bieden van een residentiële context in combinatie met andere hulpfuncties als vermeld in punt 1° tot en met 7°.
De functie, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt steeds in combinatie met de functie, vermeld in het eerste lid, 2°, aangeboden.
Art. 9. Elk centrum voor algemeen welzijnswerk biedt hulp aan personen die zich in een crisissituatie bevinden. Het centrum zet zijn beschikbare aanbod in, conform artikel 7, § 3, eerste lid, 2°, van het decreet van 8 mei 2009. Een crisissituatie is een door de gebruiker ervaren noodsituatie. Het centrum voor algemeen welzijnswerk maakt deel uit van een netwerk crisishulpverlening. Elk centrum voor algemeen welzijnswerk gaat hiervoor binnen zijn werkgebied samenwerkingsafspraken aan met relevante actoren.
Art. 10. Het centrum voor algemeen welzijnswerk kan voor specifieke doelgroepen de functie van trajectbegeleiding opnemen. Trajectbegeleiding betreft het vertalen van complexe, meervoudige hulpverleningsnoden van een gebruiker naar een samenhangend en voor de gebruiker gepast hulpverleningstraject en het coördineren, opvolgen en evalueren van dat hulpverleningstraject tot de gebruiker geen hulp meer nodig heeft.
Art. 11. Elk centrum voor algemeen welzijnswerk realiseert in het kader van het aanbod van de hulp- en dienstverlening, vermeld in artikel 6 tot en met 10, de volgende sectorale doelstellingen :
1° het centrum zoekt kwetsbare personen en groepen actief op en werkt hiervoor samen met verschillende actoren;
2° het centrum zet methodieken in om kwetsbare personen en groepen op een proactieve manier te bereiken;
3° het centrum leidt kwetsbare personen toe naar de hulp- en dienstverlening in de brede zin en signaleert structurele tekorten in de toegankelijkheid ervan;
4° aansluitend op zijn hulpverleningspraktijk neemt het centrum op een doelbewuste en systematische manier algemeen-preventieve acties op of participeert aan deze acties met als doel :
a) maatschappelijke problemen bespreekbaar te maken en bij te dragen tot structurele oplossingen voor maatschappelijke problemen;
b) het bewerkstelligen van een gedrags- en mentaliteitsverandering in een ruime bevolkingsgroep en met structurele effecten;
5° het centrum organiseert in iedere kleinstedelijke zorgregio van zijn werkgebied of, als dat werkgebied het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is, een laagdrempelig en kwaliteitsvol onthaalaanbod waar iedere burger met om het even welke vraag, en in het bijzonder de meest kwetsbare groepen, gebruik van kan maken;
6° het centrum organiseert samen met alle andere erkende centra voor algemeen welzijnswerk een gezamenlijk laagdrempelig onthaalaanbod via nieuwe media;
7° het centrum verzekert in iedere kleinstedelijke zorgregio van zijn werkgebied of in voorkomend geval in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad een laagdrempelig onthaal voor jongeren van 12 tot 25 jaar met om het even welke vraag, en dit via proactieve benadering;
8° het centrum verzekert een laagdrempelig onthaalaanbod voor alle slachtoffers van geweld, misdrijven, rampen, evenals voor hun na- en naastbestaanden, en dit via een proactieve benadering;
9° het centrum verzekert een laagdrempelig onthaalaanbod voor alle betrokkenen bij een verkeersongeval;
10° het centrum organiseert samen met de andere erkende centra voor algemeen welzijnswerk waarvan het werkgebied gelegen is in dezelfde provincie of, als het werkgebied van het centrum het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is, samen met de andere erkende centra van dat werkgebied, een centraal meldpunt, met telefoonnummer 1712, waar iedereen met vragen over misbruik, geweld en kindermishandeling terecht kan, en dit in samenwerking met het territoriaal bevoegde Vertrouwenscentrum Kindermishandeling;
11° het centrum zorgt op een proactieve wijze voor een laagdrempelig onthaalaanbod van elke gedetineerde in de gevangenissen in het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad om deze personen toe te leiden naar de sociale hulp- en dienstverlening met het oog op hun sociale re-integratie;
12° het centrum realiseert een rechtstreeks toegankelijk jeugdhulpaanbod, voor minderjarigen van 12 tot 17 jaar, voor jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar, voor ouders of voor opvoedingsverantwoordelijken, op maat van de gebruiker zodat de escalatie van problemen wordt voorkomen, waardoor een snelle uitstroom uit de jeugdhulp of een doorstroom naar gepaste vervolghulp kan worden gerealiseerd;
13° het centrum staat in voor de psychosociale begeleiding aan slachtoffers van een misdrijf en hun na- of naastbestaanden met het oog op het beperken van de opgelopen schade ten gevolge van het slachtofferschap en het herstellen van het vertrouwen in de medemens en de samenleving;
14° het centrum realiseert een kwaliteitsvol aanbod van psychosociale begeleiding aan betrokkenen bij een verkeersongeval om deze personen te helpen bij de verwerking van deze traumatische gebeurtenis en bij hun dagelijks functioneren;
15° het centrum biedt psychosociale begeleiding aan slachtoffers en plegers van intrafamiliaal geweld en misbruik om de geweldspiraal te doorbreken zodat geweld stopt en in de toekomst wordt voorkomen;
16° het centrum begeleidt gedetineerden en hun naastbestaanden tijdens de detentie met hun hulp- en dienstverleningstraject en ondersteunt hen in hun reclasseringstraject, en dit met het oog op hun sociale re-integratie en hun terugkeer in de samenleving;
17° het centrum begeleidt naastbestaanden van gedetineerden op het vlak van de gevolgen van de detentie;
18° het centrum biedt psychosociale begeleiding aan mensen met persoonlijke en psychische problemen met het oog op :
a) vroegdetectie van psychische en psychiatrische stoornissen;
b) het bevorderen van het dagelijks functioneren en sociale inclusie;
c) het voorkomen van escalatie van problemen;
19° het centrum biedt begeleiding aan personen met relationele problemen of in een scheidingssituatie, om de bedreigingen ten gevolge van relatieproblemen of scheiding en opvoedingsproblemen te beperken, de welzijnskansen van het gezin en/of alle betrokkenen te maximaliseren en een betekenisvolle en betrouwbare relatie tussen ouder en kind te creëren;
20° het centrum realiseert in samenwerking met welzijns- en huisvestingsactoren een gedifferentieerd ambulant, residentieel en mobiel hulpverleningsaanbod aan personen met een woonproblematiek om hen in staat te stellen zelfstandig te wonen zodat thuisloosheid wordt voorkomen en snel een nieuwe thuis wordt verworven;
21° het centrum leidt personen met een woonproblematiek en die niet in staat zijn om binnen afzienbare termijn zelfstandig te wonen, toe naar gespecialiseerde zorg;
22° het centrum helpt personen met een effectieve of dreigende schuldenlast, met een integraal en inclusief aanbod aan schuld- en budgethulpverlening opdat zij via een duurzaam budgetmanagement greep krijgen op hun financiële situatie;
23° één centrum per provincie, waarbij één centrum voor de provincie Vlaams-Brabant en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad samen, zorgt samen met andere relevante voorzieningen voor de integrale psychosociale begeleiding van minderjarige en meerderjarige plegers van seksueel misbruik, met het oog op hun persoonlijke ontwikkeling en (re-)integratie in de samenleving, waarbij er voortdurend aandacht is voor de context en het slachtofferperspectief, om herhaling van het seksueel misbruik te voorkomen;
24° het centrum verzekert een aanbod van psychosociale begeleiding van mensen in een precair verblijfsstatuut om hen in staat te stellen om vanuit hun migratietraject en de gegeven situatie, nieuwe mogelijkheden te bieden voor een zinvolle toekomstoriëntatie;
25° het centrum biedt een integrale begeleiding aan gezinnen in armoede en ondersteunt hen proactief in het effectueren van hun grondrechten, om hen in staat te stellen om hun rollen in het gezin, in de directe leefomgeving en in andere levensdomeinen op te nemen.
De minister kan een individueel centrum op een gemotiveerde wijze afwijkingen toestaan van de bepalingen in dit artikel.
Art. 12. Het centrum voor algemeen welzijnswerk hanteert voor de bepaling van de kwetsbaarheid van de personen en bevolkingsgroepen en prioritaire doelgroepen, vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 mei 2009, de volgende criteria, overeenkomstig artikel 2, 1°, van het voormelde decreet :
1° factoren die ten gevolge van gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer en in combinatie met kenmerken van de persoon, zijn directe sociale omgeving en zijn maatschappelijke positie, leiden tot een verhoogd risico op kwetsbaarheid, zoals gezins- en relatiebreuken, schokkende ervaringen en verlieservaringen. Deze factoren leiden bij minderjarigen en personen tussen 18 en 25 jaar tot een verhoogde kwetsbaarheid;
2° factoren die ten gevolge van criminaliteit en de maatschappelijke reacties erop, leiden tot verhoogde kwetsbaarheid of een verhoogd risico op sociale uitsluiting, zoals slachtofferschap, daderschap en detentie;
3° factoren die wijzen op opgelopen kwetsingen in meerdere levensgebieden, die hebben geleid tot sociale uitsluiting, zoals dak- en thuisloosheid, bestaansonzekerheid, psychische problemen en het ontbreken van een sociaal netwerk;
4° factoren die te maken hebben met etnische afkomst en verblijfsstatuut;
5° factoren die maken dat personen ten gevolge van een beperkte financiële draagkracht geen gebruik kunnen maken van een vergelijkbaar hulpaanbod.
De minister kan een instrument uitwerken, waarmee de centra voor algemeen welzijnswerk op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, de kwetsbaarheid van de gebruikers, die ze bereiken, in beeld brengen.
Art. 13. De hulp- en dienstverlening van het centrum voor algemeen welzijnswerk beantwoordt aan de volgende voorwaarden :
1° het centrum is rechtstreeks en zonder afspraak bereikbaar op de data en uren en op de wijze die het aan het publiek kenbaar maakt;
2° het centrum besteedt aandacht aan de bereikbaarheid en de toegankelijkheid buiten de kantooruren;
3° het centrum stelt aan de gebruikers en potentiële gebruikers informatie ter beschikking over alle relevante aspecten van het hulp- en dienstverleningsaanbod en het gehanteerde hulpverleningsconcept;
4° de hulp- en dienstverlening kan plaatsvinden in een ambulante of residentiële context in het centrum of in de eigen leefomgeving van de gebruiker;
5° de hulp- en dienstverlening kan tot stand komen zowel op initiatief van de gebruiker als door een actieve benadering vanuit het centrum die al dan niet aanklampend kan zijn;
6° de aanwezige krachten van de gebruiker en zijn leefomgeving worden actief ondersteund;
7° bij de afweging tussen verschillende mogelijke hulpverleningsvormen wordt gekozen voor de minst ingrijpende hulpverlening;
8° de hulpverlening beoogt een zo preventief en duurzaam mogelijk effect;
9° de verwijzing of toeleiding van de gebruiker naar andere hulp- en dienstverlenende organisaties gebeurt steeds met instemming van de gebruiker en met een afspraak met de gebruiker over de opvolging van de hulp- en dienstverlening;
10° het centrum bepaalt op welke manier een gebruikersdossier wordt bijgehouden. Het gebruikersdossier voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
11° het centrum beschikt over een procedure voor het omgaan met situaties waarbij de integriteit van de gebruiker of van andere personen in gevaar is;
12° het centrum garandeert het klachtenrecht aan de gebruiker door een procedure voor klachtenregistratie en -behandeling, die voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
13° het centrum bouwt het hulpaanbod zodanig uit dat het ook toegankelijk is voor mensen met een beperking;
14° de hulp- en dienstverlening van het centrum aan de gebruiker verloopt in de Nederlandse taal. Als hulp- en dienstverlening in het Nederlands echter niet mogelijk is, verloopt, in de mate van het mogelijke, de hulp- en dienstverlening in de taal van de gebruiker of in een taal die de gebruiker begrijpt.
De procedure, vermeld in het eerste lid, 12°, beschrijft op welke wijze de gebruiker zijn klacht kenbaar kan maken, op welke wijze de klacht wordt beoordeeld op ontvankelijkheid, op welke wijze de klacht wordt behandeld en op welke wijze de gebruiker wordt geïnformeerd over het resultaat van zijn klacht.
Art. 14. De algemeen preventieve projecten van de centra voor algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 6, beantwoorden aan de volgende voorwaarden :
1° de projecten zijn getoetst aan de volgende dimensies :
a) de acties zijn gericht naar de ontstaansgronden van problemen;
b) het doel is een verruiming van de handelingsmogelijkheden van personen en groepen;
c) de acties zijn niet uitsluitend gericht op personen en gedragingen, maar steeds ook op de context of structuren;
d) de beoogde doelgroep wordt op een directe of indirecte wijze bij de acties betrokken;
e) de acties mogen minderheidsgroepen niet uitsluiten;
2° er wordt op een methodische en doelgerichte wijze gewerkt;
3° de projecten worden, bij voorkeur, en waar mogelijk in samenwerkingsverbanden en beleidsnetwerken ontwikkeld;
4° de acties worden ook vertaald naar de eigen hulpverleningspraktijk en organisatie van het centrum.
Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 13, beantwoordt het laagdrempelige aanbod van onthaal van een centrum voor algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 7 en 11, eerste lid, 5° tot en met 11°, aan de volgende voorwaarden :
1° bekend : duidelijk herkenbaar en zichtbaar voor de hele bevolking;
2° bereikbaar : fysiek, telefonisch en elektronisch bereikbaar;
3° beschikbaar : gemakkelijk en onmiddellijk beschikbaar;
4° bruikbaar : sluit nauw aan bij de behoeften van de gebruikers;
5° begrijpbaar : het hulpaanbod wordt op een voor de gebruiker begrijpbare wijze gecommuniceerd;
6° betrouwbaar : de gebruiker beschouwt het hulpaanbod als betrouwbaar;
7° het hulpaanbod is onafhankelijk van de vervolgbegeleiding;
8° de gebruiker wordt benaderd vanuit een integrale en generalistische kijk;
9° de contacten worden afgestemd op de noden van de gebruiker : ze vinden plaats in het centrum, in de eigen leefomgeving of ze verlopen telefonisch of via online-media;
10° het hulpaanbod is gericht op een snelle uit- of doorstroom op maat.
Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 13, beantwoordt het aanbod van psychosociale begeleiding van een centrum voor algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 8, aan de volgende voorwaarden :
1° de begeleiding is gericht op de samenhang tussen problemen in verschillende levensdomeinen of op een specifiek deelprobleem;
2° de begeleidingsdoelstellingen worden samen met de gebruiker geformuleerd en regelmatig samen geëvalueerd;
3° de meest gepaste begeleidingsvorm wordt bepaald in dialoog met de gebruiker, ook wanneer deze gevat is door een opgelegde maatregel;
4° er wordt gewerkt met diverse methodieken en dit naar gelang het geval zowel in individueel verband als met de partner, met het gezin of in groep.
Art. 15. Het hulpaanbod is altijd gratis voor de gebruiker.
Het centrum kan onkosten die het maakt, doorrekenen aan de gebruiker. De verrekening van de onkosten gebeurt op een transparante wijze. Er is een voorafgaand akkoord van de gebruiker vereist over de aard van die onkosten en die onkosten moeten kunnen worden aangetoond.
Het centrum voor algemeen welzijnswerk mag geen hulpverlening weigeren wegens financieel onvermogen van de gebruiker.
Onderafdeling 4. - Voorwaarden betreffende het kwaliteitsbeleid van de centra
Art. 16. De centra voor teleonthaal voeren een kwaliteitsbeleid overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. De centra tonen door middel van zelfevaluatie aan hoe ze een verantwoord aanbod van hulpverlening realiseren. Deze zelfevaluatie heeft minstens betrekking op de volgende zorgaspecten :
1° de bereikbaarheid, beschikbaarheid, bruikbaarheid, bekendheid en begrijpbaarheid van het aanbod;
2° de transparantie en betrouwbaarheid van de hulpverlening;
3° de veiligheid van de gebruiker, rekening houdend met diens kwetsbaarheid;
4° de keuze voor de minst ingrijpende hulpverlening;
5° de actieve participatie van de gebruiker aan het tot stand komen van de hulpverlening, zodat aan de gebruiker hulp op maat kan worden verstrekt;
6° de mogelijkheid voor gebruikers om feedback te geven over de gekregen hulp;
7° de doelbewuste inschakeling van vrijwilligers in de hulp- en dienstverlening;
8° de deskundigheid en de methodische differentiatie in de uitvoering van het hulpaanbod;
9° de effectiviteit van de geboden hulp.
De minister kan bepalen aan de hand van welke instrumenten het centrum de zelfevaluatie moet verrichten.
Art. 17. Elk centrum voor algemeen welzijnswerk voert een kwaliteitsbeleid overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Het centrum toont door middel van zelfevaluatie aan hoe het een verantwoord aanbod van hulpverlening realiseert. Deze zelfevaluatie heeft minstens betrekking op de volgende zorgaspecten :
1° de bereikbaarheid, beschikbaarheid, bruikbaarheid, bekendheid en begrijpbaarheid van het aanbod;
2° de transparantie en betrouwbaarheid van de hulpverlening;
3° de veiligheid van de gebruiker, rekening houdend met diens kwetsbaarheid;
4° de continuïteit tijdens de overgangsfasen van het hulpverleningsproces;
5° de keuze voor de minst ingrijpende hulpverlening;
6° de actieve participatie van de gebruiker aan het tot stand komen van de hulpverlening, zodat aan de gebruiker hulp op maat kan worden verstrekt;
7° de mogelijkheid voor gebruikers om op structurele wijze inspraak te hebben in en te participeren aan het hulp- en dienstverleningsbeleid van het centrum;
8° de doelbewuste inschakeling van vrijwilligers in de hulp- en dienstverlening;
9° de deskundigheid en de methodische differentiatie in de uitvoering van het hulpaanbod;
10° de effectiviteit van de geboden hulp.
De minister kan bepalen aan de hand van welke instrumenten het centrum de zelfevaluatie moet verrichten.
Art. 18. § 1. Het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 16 of 17, wordt beschreven in een kwaliteitshandboek als vermeld in artikel 5, § 4, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen.



  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina