25 regels voor correspondentie Duits



Dovnload 22.99 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte22.99 Kb.

25 regels voor correspondentie Duits


Toepassingen die in een Duitse handelsbrief ( bij zakelijke correspondentie) kunnen voorkomen.
  1. entgegen


entgegen ( 3 )

Wat je tegemoet ziet krijgt 3 : Ihrer Antwort sehen wir bald entgegen.

Wir sehen hoffentlich bald den beiden Dokumenten entgegen.

Wir sehen Ihrem Brief, Ihrem Schreiben, Ihrer Bestellung entgegen.


  1. bitten (4) - danken (3)


Wir bitten Sie. (4) Wir haben die Firma gebeten.

Wir danken Ihnen. (3) Dank Ihrer Hilfe haben wir es geschafft.




  • Enkele werkwoorden, die altijd vierde naamval hebben.

bitten, fragen, lehren, kosten, es gibt, interessieren, informieren, besuchen, anrufen, einladen.

  • Enkele werkwoorden, die altijd derde naamval hebben.

begegnen, danken, dienen, glauben, helfen, gratulieren, verdanken, gefallen.

  1. Sie - Ihnen - Sie


U: eerste naamval.....Sie Sie sind ein netter Mensch.

derde naamval......Ihnen (aan U) Wir geben Ihnen Information über unsere Produkte.

vierde naamval.....Sie Wir haben Sie voriges Jahr eingeladen.


  1. 3e naamval meervoud…..dan n


Derde naamval meervoud krijgt n

die Preise: mit den Preisen die Artikel: bei den Artikeln.

die Monate: seit drei Monaten die Produkte: mit den Produkten.

  1. wenn of wann ?


wenn: als, indien (voorwaarde) wann: wanneer (tijdsvraag)

Wenn ich Zeit habe, komme ich zu dir. Wann bestellen Sie meinen Computer ?

Wenn Sie binnen 10 Tagen bestellen, dann.... Ich weiß nicht, wann er mich besucht.


  1. tegen bij prijs/voorwaarde, dan ZU gebruiken


Tegen bij prijs is zu

tegen een redelijke prijs = zu einem angemessenen Preis.

tegen deze prijzen = zu diesen Preisen

wij leveren tegen deze voorwaarde = wir liefern zu dieser Bedingung



  1. Tijdsbepalingen


  • an -in-vor: in tijdsbepalingen ( 3 )

op deze dag = an diesem Tag op 10 oktober = am 10. Oktober

over een week = in einer Woche over 14 dagen = in 14 Tagen

voor 15 maart = vor dem 15. März een week geleden = vor einer Woche



  • geleden = vor

is geleden = ist her

  • belangrijk: geen auf en über in tijdsbepalingen.

Dus nooit: auf einem Tag, maar an einem Tag.

über einer Woche, maar in einer Woche.




  • Binnen: a: innerhalb (2) binnen een week = innerhalb einer Woche

b: binnen (3) binnen een maand = binnen einem Monat

  • Tijdsbepaling zonder voorzetsel heeft altijd vierde naamval

Ich besuche ihn jeden Tag Kommenden Winter fahre ich in die Schweiz.

Fast jeden Abend geht er ins Kino Diesen Monat bin ich nicht da.



  1. van voor datum


van voor een datum (3-poot)

van 7 mei = vom 7.Mai

uw bericht van = Ihre Nachricht vom

  1. tweede naamval (zonder von !)


van de, van het, van onze, van uw enz. bezitsuitdrukking dan : tweede naamval

De bestelling van deze firma = Die Bestellung dieser Firma (geen von !!!)



  1. korting (3x)


Bij korting hoort het werkwoord gewähren.

Korting: 1:der Abzug (algemeen). Wir gewähren Ihnen 5 % Abzug

2:der (Mengen)rabatt (hoeveelheid) Bei 15 Stück, gewähren wir Ihnen 10 % Mengenrabatt.

3:der/das Skonto (contante betaling) Wenn Sie binnen 10 Tagen bezahlen, gewähren wir Ihnen Skonto.

  1. termijn (3x)


Termijn: 1: die Frist (tijdsduur van bijv. 2 -3 weken) z.B. Lieferfrist, Zahlungsfrist

2: der Termin (tijdstip, vaste dag, dat uur) einen Termin festsetzen, vereinbaren, bestimmen.

3: die Rate (termijnbetaling) Sie können in Raten zahlen: (die Ratenzahlung = de afbetaling)


  1. auf in figuurlijke / vaste uitdrukkingen (4e naamval)


  • verzichten auf, hinweisen auf, Wert legen auf, aufmerksam machen auf, in bezug auf.

Wir möchten Sie auf diese Tatsache aufmerksam machen. Wir verzichten auf den Kauf.

Wir legen groBen Wert auf eine schnelle Entscheidung. Wir hoffen auf ein gutes Ende.



  1. landennamen, plaatsnamen


Landennamen bijvoeglijk gebruikt: kleine letter die niederländische Regierung, die deutschen Autos

Plaatsnamen bijvoeglijk gebruikt: hoofdletter + er der Rotterdamer Hafen, der Kölner Flughafen.



  1. das of daß ?


  • das: 1:lidwoord (das Haus)

2: betr.vnw (das Mädchen,das....)

3: uitroep (Das ist ja unmöglich !)



  • daß: 1: voegwoord ( Wir hoffen, daß.....) Slaat niet terug op een onzijdig woord.


  1. rekening


Rekening van bijv.een schilder / firma = die Rechnung / Faktur

Rekening bij een bank = das Konto



  • Dat is voor uw rekening = Das geht zu Ihren Lasten.

  • Geld overmaken/storten = Geld überweisen/einzahlen (auf Kontonummer, geen Rechnungsnummer)



  1. standaardzin


20 schoenen, model BX, kleur zwart à f 185,- per paar = 20 Schuhe, Modell BX, Farbe schwarz zu hfl 185,- pro Paar.

Kleuren: met een kleine letter. (schwarz, grün, weiß enz.)




  1. na zijn/ worden (1e naamval)


Dieser Mann ist ein guter Schauspieler. Ist dieser Vertreter ein guter Geschäftsmann ?

Dieser Junge war ein talentierter Tennisspieler. Sie sind ein netter Mensch.

Er wird bestimmt ein guter Manager. Er wurde ein bekannter Schriftsteller.

  1. n niet vergeten bij Sie


U vertelde = Sie erzählten

Mocht u = Sollten Sie De n achter het werkwoord wordt bij Sie vaak vergeten !!



  1. dingen op -e


Dingen op -e zijn vrouwelijk Bijv: - die Adresse - die Karte - die Kette

Belangrijke uitzonderingen op deze regel zijn: der Käse, das Finale, der Buchstabe, das Ende, der Name, das

Interesse


  • Stammen van werkwoorden op -t zijn vaak vrouwelijk: die Arbeit - die Sicht - die Schrift - die Antwort enz.

  • Stammen van werkwoorden (zonder -t) zijn vaak mnl: der Beginn- der Anfang - der Besuch - der Betrug enz.



  1. aan elkaar schrijven (1 woord !)


Nederlands Duits (1 woord)

Zuid- Amerika = Südamerika

Oost-Europa = Osteuropa

Noord-Italië = Norditalien




  1. letterlijk - figuurlijk


letterlijk figuurlijk ( krijgt voorvoegsel er bijv.)

öffnen eröffnen

Er öffnet die Tür. Die Versammlung wurde eröffnet.
leiden erleiden

Er leidet an dieser Krankheit Die Firma erleidet große Verluste.



  1. Vergelijking:……als……..


In een vergelijking met als krijg je aan beide zijden dezelfde naamval.

Voorbeelden:

Er (1) als bester Freund. (1)

mit Ihnen (3) als festem Abnehmer. (3)

für Sie (4) als guten Kunden. (4)

  1. In het Nederlands zijn - in het Duits haben


We zijn begonnen = wir haben angefangen

Het is toegenomen = es hat zugenommen


Deze regel geldt voor de volgende werkwoorden

anfangen, beginnen, fortfahren, zunehmen, abnehmen, nachlassen, aufhören, enden, heiraten, gefallen, vergessen.



  1. Partie - Partei


  • die Partie in de betekenis van een hoeveelheid. Een partij goederen

  • die Partei in de betekenis van organisatie. Een politieke partij
  1. Een ander voorzetsel dan verwacht !


In het Nederlands een ander voorzetsel dan in het Duits.

Enkele voorbeelden:

waarde hechten aan = Wert legen auf

verhogen/verlagen met = erhöhen/herabsetzen um

op 8 april = am 8. April

om deze reden = aus diesem Grund

afzien van = verzichten auf

zich wenden tot = sich wenden aan

feliciteren met = gratulieren zu

op voorwaarde, dat = unter der Bedingung, daß

solliciteren naar = sich bewerben um

op dit moment = in diesem Moment

kritiek uitoefen op = Kritik üben an

in elke geval = in jedem Fall / auf jeden Fall

bij voorbaat = im voraus

zorg besteden aan = Sorgfalt verwenden auf

bij gebrek aan = aus Mangel an



zich beperken tot = sich beschränken auf

in het Duits = auf Deutsch



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina