3. 75 mg strength Smpc section 1



Dovnload 25.18 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte25.18 Kb.


Triptorelin

Art 45 Paediatric worksharing - agreed texts for productinformation

October 2010


3.75 mg strength
SmPC
Section 4.1

Children:

Treatment of confirmed central precocious puberty (girls under 9 years, boys under 10 years).


In Dutch
Kinderen:

Behandeling van pubertas praecox met een bevestigde centrale oorzaak (meisjes beneden de 9 jaar,

jongens beneden de 10 jaar).

Section 4.2 Posology and method of administration

The product should only be used under the supervision of an appropriate specialist having requisite facilities for regular monitoring of response. The treatment of children with triptorelin should be under the overall supervision of the paediatric endocrinologist or of a paediatrician or endocrinologist with expertise in the treatment of central precocious puberty.


In Dutch
Het product mag alleen worden gebruikt onder toezicht van een op dit gebied deskundig specialist die

over de vereiste faciliteiten beschikt voor regelmatige controle van de respons.

De behandeling van kinderen met triptoreline dient onder algemene supervisie van een

kinderendocrinoloog of van een kinderarts of endocrinoloog met ervaring in de behandeling van

pubertas praecox plaats te vinden.
Children:

Dosing at the beginning of treatment should be based on body weight, one injection of

triptorelin should be injected on days 0, 14, and 28. Thereafter one injection every 4 weeks.

Should the effect be insufficient, the injections may be given every 3 weeks. Dosing should be

based on body weight according to the table.
Body weight Dosing

‹ 20 kg 1.875 mg (half dose)

20 – 30 kg 2.5 mg (2/3 dose)

› 30 kg 3.75 mg (full dose)


In Dutch
Kinderen:

Bij aanvang van de behandeling dient de dosering gebaseerd te zijn op het lichaamsgewicht. Een injectie

triptoreline dient te worden gegeven op dag 0, 14 en 28. Daarna eens per vier weken een injectie. Bij

onvoldoende effect kunnen de injecties om de drie weken toegediend worden.

De dosering dient op basis van het lichaamsgewicht te worden gegeven volgens onderstaande tabel.
Lichaamsgewicht Dosering

<20 kg 1,875 mg (halve dosis)

20-30 kg 2,5 mg (2/3 dosis)

> 30 kg 3,75 mg (hele dosis)

Section 4.4 Special warnings and precautions for use
Children:

The chronological age at the beginning of therapy should be under 9 years in girls and under 10 years in boys.

In girls initial ovarian stimulation at treatment initiation, followed by the treatment-induced oestrogen withdrawal, may lead, in the first month, to vaginal bleeding of mild or moderate intensity.

After finalising the therapy, development of puberty characteristics will occur. Information with regards to future fertility is still limited. In most girls menses will start on average one year after ending the therapy, which in most cases is regular.



Bone mineral density may decrease during GnRHa therapy for central precocious puberty. However, after cessation of treatment subsequent bone mass accrual is preserved and peak bone mass in late adolescence does not seem to be affected by treatment. Slipped capital femoral epiphysis can be seen after withdrawal of GnRH treatment. The suggested theory is that the low concentrations of estrogen during treatment with GnRH agonists weakens the epiphysial plate. The increase in growth velocity after stopping the treatment subsequently results in a reduction of the shearing force needed for displacement of

the epiphysis.

The treatment of children with progressive brain tumours should follow a careful individual appraisal of the risks and benefits.

Pseudo-precocious puberty (gonadal or adrenal tumour or hyperplasia) and gonadotropin independent

precocious puberty (testicular toxicosis, familial Leydig cell hyperplasia) should be precluded.

Allergic and anaphylactic reactions have been reported in adults and children. These include both local site reactions and systemic symptoms. The pathogenesis could not be elucidated. A higher reporting rate was seen in children.


In Dutch
Kinderen:

De chronologische leeftijd aan het begin van de behandeling dient bij meisjes beneden 9 jaar te zijn, en bij jongens beneden 10 jaar.

Bij meisjes kan stimulering van de ovaria bij aanvang van de behandeling, gevolgd door de door de

behandeling geïnduceerde oestrogeenafname in de eerste maand, leiden tot vaginale bloeding met een

lichte tot matige intensiteit.

Na beëindiging van de therapie zal ontwikkeling van de puberteitskenmerken plaatsvinden. Informatie met betrekking tot de toekomstige fertiliteit is nog beperkt. Bij de meeste meisjes zal gemiddeld een jaar na de beëindiging van de behandeling de menses optreden, welke in de meeste gevallen regelmatig van karakter is.

Tijdens behandeling met GnRHa voor centrale pubertas praecox kan de botmineraaldichtheid afnemen. Na het staken van de behandeling blijft de daarop volgende botmassatoename bewaard en de piekbotmassa in de late adolescentie lijkt niet door de behandeling beïnvloed te worden.

Na staken van de behandeling met GnRH kan wel het loslaten van de epifyse van het dijbeen worden gezien. De vermoedelijke theorie hierachter is dat de lage concentraties oestrogeen tijdens behandeling met GnRH-agonisten de epifysair schijf verzwakt. De verhoging in groeisnelheid na staken van de behandeling resulteert daarom in een verminderde afschuifkracht die nodig is voor de verplaatsing van de epifyse.

Voorafgaand aan behandeling van kinderen met progressieve hersentumoren dienen eerst de risico’s en baten zorgvuldig individueel te worden afgewogen.

Pseudo pubertas praecox (gonadale of bijnier-tumor of hyperplasie) en gonadotropine-onafhankelijke

pubertas praecox (testiculaire toxicose, familiaire Leydig cel-hyperplasie) dient te worden uitgesloten.

Het optreden van allergische en anafylactische reacties bij volwassenen en kinderen is gerapporteerd. Dit betrof zowel lokale reacties op de injectieplaats, alsmede systemische reacties. De pathogenese van deze reacties kon niet achterhaald worden. De frequentie van rapporten met betrekking tot kinderen was hoger dan de frequentie van rapporten met betrekking tot volwassenen.



Section 4.8 Undesirable side effects

The MAHs should include ADR frequency classification table according to the MedDRA organ system class for children using the convention: Very common (> 1/10); common (> 1/100 to, 1/10)); uncommon (>1/1000 to < 1/100); rare (> 1/10,000 to <1/1000); very rare (< 1/10,000)

It is agreed that the general term epiphysiolysis mentioned in the SPC should be replaced by the more specific term slipped capital femoral epiphysis (SCFE).


In Dutch
‘epifysiolysis capitis femoris’


Package Leaflet
Chapter 1
In Children:

- For the treatment of central precocious puberty (puberty that occurs prematurely but with the physical

and hormonal changes of normal puberty).
In Dutch
Bij kinderen:

- voor de behandeling van te vroeg beginnende puberteit met een centrale oorzaak, waarbij de

lichamelijke en hormonale veranderingen overeenkomen met die van een normale puberteit (pubertas

praecox).


Chapter 2
In Children:

- Treatment should only be started in girls under 9 years of age and boys under 10 years of age.


During treatment:

In the first month of treatment girls can experience mild to moderate episodes of vaginal bleeding.

After finalising the therapy, development of puberty characteristics will occur. In most girls menses will start on average one year after ending the therapy, which in most cases is regular.

For any possible side effects please see section 4.


In Dutch
Kinderen:

- behandeling mag alleen worden begonnen bij meisjes jonger dan 9 jaar of jongens jonger dan 10 jaar.


Tijdens de behandeling:

In de eerste maand van de behandeling kunnen meisjes last hebben van milde tot matige periodes van

vaginaal bloedverlies.

Na beëindiging van de behandeling zal uw kind in de puberteit gaan. Meisjes zullen in het algemeen na ongeveer een jaar na stopzetting van de behandeling beginnen met menstrueren, wat doorgaans regelmatig zal zijn.

Voor mogelijke bijwerkingen zie rubriek 4.
Chapter 3
In Children:

- At the beginning of treatment one injection should be injected on days 0, 14 and 28.

- The dose is adjusted according to body weight. Children weighing less than 20kg are given 1.875mg

(1/2 dose); children weighing 20 - 30kg are given 2.5mg (2/3 dose); children weighing more than 30kg are given 3.75mg.

- Thereafter, injections are given every 3 - 4 weeks, according to effect.
In Dutch
Kinderen:

- Kinderen krijgen aan het begin van de behandeling een injectie op dag 0, 14 en 28.

- De dosis wordt aangepast op basis van het lichaamsgewicht. Kinderen die minder dan 20 kg wegen

krijgen 1,875 mg (1/2 dosis); kinderen die tussen 20 en 30 kg wegen krijgen 2,5 mg (2/3 dosis);

kinderen die meer dan 30 kg wegen krijgen 3,75 mg.

- Daarna, afhankelijk van het effect, één injectie om de drie of vier weken.



11.25 mg strength
A split opinion was reached for the 11.25 mg strength. The following conclusions were drawn in the Netherlands


  • The product triptorelin acetate 11.25 mg is not registered in the Netherlands

 

  • There is insufficient clinical data to conclude that this 3-month dose of triptorelin acetate 11.25 mg for children without any recommendation to adapt the dose according to body weight has a benefit/risk ratio comparable with that of the triptorelin acetate 3.75 mg which dosing is based on body weight.
     

  • If the documentation submitted with the paediatric worksharing procedure would have used to support an application for marketing authorisation of the 11.25 mg in the Netherlands, this documentation would be judged as insufficient to grant this indication.

  • The 11.25 mg product would not be acceptable in the Netherlands for the paediatric indication.




Art 45 Triptorelin of October 2010




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina