3. De verhevenheid van Jezus Christus Kol. 1: 15-20



Dovnload 76.9 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte76.9 Kb.
3. De verhevenheid van Jezus Christus

Kol.1:15-20


De vis is vanouds een christelijk symbool. De Griekse letters van het woord 'Ichthus' (vis) zijn de beginletters van: Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Het is dit christelijk symbool dat een uitdrukking is van de geweldige belijdenis die in Kolossensen 1:15-20 uit Paulus' pen vloeit. Jezus Christus, door Hem zijn alle dingen geworden. Hij heeft ook alle dingen in Zijn doorboorde handen.
Velen vandaag hebben het teken van de vis op de achterzijde van hun auto. Uitdrukking van datzelfde geloof in Hem, aan Wie alle leven te danken is en Die alleen werkelijk redden kan, Jezus Christus.
Maar vergis u niet. Ook andere groepen in de wereld maken propaganda met het teken van de vis. Zo zijn er Darwinisten die liever geloven, dat het leven door evolutie is ontstaan en dat er geen Schepper aan te pas is gekomen. Hun kenteken is ook de vis. Maar dan een vis op poten met het woord Darwin in de buik geschreven. Zij houden het erop, dat alles in de wereld zo zijn eigen wettelijke gang gaat en dat hun leven niet meer is dan een samenloop van toevalligheden. Intussen proberen zij het geestelijk vacuüm van hun leven te vullen met astrologische verkennin-gen, benieuwd naar wat voor hen door het (nood)lot in de sterren geschreven is.
Een christologische hymne?
Wij mogen de verzen van Kolossensen 1 die thans onze aandacht vragen horen als een machtige verdediging van het christelijk geloof in een wereld met een gapend vacuüm en met een diep verborgen angst voor duistere machten. In Paulus' dagen en ook nu.
Christus Jezus, Hij alleen mag de toevlucht van ons hart zijn. Hij, verheven boven alles wat macht en zeggenschap heeft op aarde en daarboven. Hij staat absoluut aan het begin van alle dingen. De wereld (kosmos) is Zijn schone scheppingswerk, niet slecht in zichzelf, al is zij nu bezet gebied, getiranniseerd door machten.
Hij - en niemand anders - heeft het in alles voor het zeggen. Hij voert Zijn schepping ook naar een heerlijk einde. Gelukkig de mens die in Zijn Middelaarswerk geborgen is. Gelukkig Zijn gemeente die het 'bewijs' heeft van Zijn overwinning in Zijn bloedstorting op Golgotha en in Zijn opstanding uit de doden. De Schepper van het leven is ook de Herschepper van het bestaan. Wij zijn op weg naar een toekomst waarin alle dingen nieuw zullen zijn.

Matth.28:18b


'Aan Jezus Christus is gegeven alle macht in hemel en op aarde.'Het is niet gemakkelijk om dit geweldige geheim uitputtend onder woorden te brengen. Vandaar vermoedelijk dat de apostel Paulus dat in onze perikoop doet in de vorm van een hymne. 1. 'Zingen jaagt de de duivel op de vlucht' (Maarten Luther).
Misschien kunnen we ook wel denken aan een lied uit het 'liedboek' van Kolosse, door Paulus geciteerd. In dat geval maakt de apostel hier gebruik van een 'geloofsgoed' van de christengemeente van Kolosse, dat slechts indirect (via Épafras) aan zijn apostolische prediking is ontsproten. Hij heeft dit dan als een waardevol getuigenis overgenomen in zijn brief aan die gemeente en het een vaste plaats gegeven in zijn apostolisch schrijven.
Overigens is er niets op tegen om aan te nemen, dat Paulus zelf ook over poëtische 'gaven' beschikte en in hooggestemde dichterlijke taal kon schrijven. Hoe dan ook, onze perikoop is niet alleen één van de meest bediscussieerde van het gehele Nieuwe Testament, maar ook één van de belangrijkste.
De Eerstgeborene in Gods schepping (vs.15)
Allereerst dan de verzen 15 tot en met 17. Hierin treffen we een loflied aan op wat we zouden kunnen noemen 'de kosmische positie van de Middelaar'. Jezus Christus in het blikveld van de kosmos. Er is niets bestaands dat niet bestaat in, door en tot Hem. 2. De schepping rust in Hem.
Waarom - zo vragen wij ons eerst af - betuigt de apostel dit zo met klem? Zeer vermoedelijk, omdat de Kolossensen dit zicht op de kosmische Christus dreigden te verliezen. Hun wereld stikte in pessimisme. Wat aards is, is slecht en van nul en generlei waarde. Zo meende men. De aarde is slechts bezet gebied van boze machten die men door ascetische praktijken wat van zich af moet proberen te houden. 3.
Tegen dit alles in komt nu de apostel met de rijke troost van het Evangelie van een Redder der wereld in Wiens doorboorde handen de schepping ligt opgeborgen. Hij is de Schepper en Herschepper van al wat bestaat. Geen vlucht uit het leven alstublieft, maar er midden in. Geen paniek, mensen.

Joh.1:1vv; 2 Kor.4:4; 1 Tim.1:17


Jezus Christus, hoe groot is Hij! Die het Beeld is van de onzienlijke God, de Eerstgeborene van alle kreaturen (vs.15). Terug naar het allereerste begin. De dingen die gezien worden, zijn niet 'vanzelf' ontstaan. Ze zijn geen product van het noodlot of van het toeval. Er staat een Persoon achter. Ze zijn het werk van een Schepper, God. Ze zijn ontstaan door een scheppend Woord, Zijn Zoon, de roepstem van God bij uitstek. Van Hem schrijft de evangelist Johannes: 'In de beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in de beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is'.

Joh.1:18; 0penb.3:14


De gedachten van de apostel Paulus gaan ver terug. Hij bezingt hier de lof van de Eerstgeborene van alle schepselen. Ongetwijfeld bedoelt hij de Heere Jezus Christus. Hij noemt Hem het beeld, de uitbeelding van de onzienlijke God, Zijn Representant. De Zoon is het Beeld van de onzienlijke (ongeziene en niet te ziene) God. 'Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.'

Echter wat de apostel Paulus hier van Christus bezingt, heeft een specifieke dimensie. 4. Hij ziet achter de vleesgeworden Christus

de eeuwige weerspiegeling van Gods machtige plan met de schepping. In Christus is reeds vóór de grondlegging der wereld door God het

'actieplan' met betrekking tot de kosmos gegeven. Hij is Gods beeld in die zin, dat de Vader Zich in Hem (het Woord) helemaal heeft uitgesproken.



Gen.1:27


Zoals een boek een publieke weergave kan zijn van wat er leeft in een auteur, zo is Jezus Christus Gods open boek, waarin de Vader weergeeft, wat er in Zijn hart leefde en wat Hij zich voorstelde met betrekking tot de schepping en de mensheid. Jezus is 'Gods creativiteit'. Daarom kan Christus Jezus ook het 'oertype' zijn van de mens, geschapen naar het beeld Gods. 5. Hij is de beste editie van Adam I, Gods koningskind dat het beheer over de schepping kreeg toevertrouwd. In Hem is - reeds voordat het hier op aarde allemaal begon - het mens-zijn naar Gods bedoeling begrepen en afgebeeld.
Wellicht heeft de apostel dit alles van Jezus Christus gezegd naar aanleiding van wat in Spreuken 8:22vv over de Wijsheid Gods geschreven staat. Daar wordt de Wijsheid voorgesteld als een persoon, Gods troetel-kind, 'dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Gods Aangezicht spelende' (vs.30). Jezus Christus is Gods Wijsheid, Zijn Zaakwaarnemer, in Wie van eeuwigheid de wijsheid van een godzalig leven van de mens in gemeenschap met de Schepper is uitgestippeld, een wijsheid zoals die later op de Sinaï verwoord is in de Thora. 6.
Welk een rijke troost is het nu voor de gelovigen te mogen weten, dat de Wijsheid Gods in Jezus Christus is gegeven. Zij mogen achter de décors van deze wereld de voor hen 'herkenbare' gestalte van Jezus Christus zien. De 'oergrond' van de schepping. Het 'oerbeeld' van een leven met God. Geen paniek dus. Achter Hem aan! Er is geen vierkante meter op de aarde, of ze behoort Hem toe. Er bestaat geen levensterrein dat autonoom mag heten.
Helemaal terug dus naar het begin vóór alle begin. Christus Jezus gaat vooraf aan de schepping. Hij is vóór alle dingen (vers 17a). Hij is als Eerste geboren, voordat alle schepselen geboren werden.

Zo zingt het in de hymne van Kolossensen 1. Voorafgaand in de tijd en bovenaan in rangorde.


Letten we erop, dat hier niet staat, dat Jezus Christus een schepsel is onder alle schepselen, als schepsel geboren. Overeind blijft wat in heel Paulus' (en Johannes') theologie vaststaat, namelijk dat Christus uit God geboren is, zoals dat ook geschreven staat van de Wijsheid in het Oude Testament. 7. Van alle schepsel, ooit geboren, is Hij het eerst geboren.
Met de Oude Kerk belijden wij - hoe aangevochten deze belijdenis van de kant van joden en moslims ook zij -, dat Jezus Christus 'God uit God' is, 'Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt' (Geloofsbelijdenis van Nicea).

Ps.8; Hebr.2:5, 9


Nogmaals, in Hem komt God, de nooit geziene God openbaar in Zijn opzet en bedoeling met de schepping. In Hem kan men zien wat God voor ogen stond, toen Hij de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis. De mens is in wezen de schepselmatige afdruk van het beeld Gods in de Zoon.

Nogmaals, een machtige 'terugblik' met een geweldig 'uitzicht'. Aan de Schepper aller dingen, de Heere Jezus Christus,is een zinvol bestaan af te lezen. Zit maar niet in over alle destructie die zich in de zicht- en tastbare wereld om ons heen openbaart. Leef onder de goede hoede van de 'Meester' midden in die ontluisterde wereld naar Zijn heerlijke toekomst toe. Gelukkig, als wij door Gods wederbarende genade naar het beeld Gods in de Zoon ('in Hem') worden getransformeerd van dag tot dag. 8.


Zijn opperheerschappij over alles (vs.16, 17)
Maar de apostel zingt door. Het geloof mag er troost aan beleven, dat het deze Christus is, uit Wiens handen het gans heelal is voortgebracht en dat Hij voor altijd de baas is over alle machten. Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem (vs.16 en 17).

Joh.1:3


In heel de kosmos liggen de voetstappen van de Schepper. Tot in de beweging der atomen. Ook daarin vindt de gelovige de 'herkenbare' gestalte van de Heere Jezus Christus, de Gekruisigde en Opgestane. Door Hem Die aan alles voorafgaat, zijn alle dingen in de hemelen en op de aarde - omgekeerd: de zichtbare en onzichtbare dingen - geschapen. Ze zijn ook aan Hem gerelateerd. Want ze hebben hun bestaansgrond in Hem. Hij is 'hun point of Reference', hun 'coherentie' (William Hendriksen, a.w. p.73, 75). Hij houdt ze bijeen. Ze zijn er tot Zijn verheerlijking. 9.
Nogmaals, dat is een geweldige troost. Die mag ons niet ontgaan. En die ontgaat ons niet zelden, als wij slechts om ons heen zien; op een wereld die kraakt in al haar voegen en bloedt uit duizend wonden, in de greep van de machten die er de baas over spelen en er een chaos van maken, 'total loss' ogenschijnlijk.

Machten die zich keren tegen God en Zijn Christus, tegen Zijn volk. Al de vreemde woorden die in vers 16 van Kolossensen 1 door Paulus gebruikt worden, zijn de aanduidingen van boven­aardse kwade - tegen God gerich­te - mach­ten die de kosmos beheer­sen. 10.


Ef.6:12

In de Efezebrief worden deze kwade machten ook 'gees­telijk­heden van het kwade in de hemel­se (= bovenaardse) regio­nen' genoemd. Daartegen gaat de strijd. Wij leven in de dagen van het 'verzet'. Dat is nooit anders geweest. 11.


Het is de uitdrukkelijke opzet van Gods grote tegenstander, de satan om van de kosmos een chaos te maken. Door middel van wereldbeheer met een funeste uitwerking op alles wat humaniteit of mensenrechten heet. Door middel van dictatoriale tirannieke systemen die in het bijzonder het leven van het Godsvolk op aarde tot een onmogelijkheid zoeken te maken.

Jes.40:27


Op die manier worden het leefklimaat en -milieu grondig verstoord en Gods gemeente alle rechten op het mens-Gods-zijn op aarde ontzegd. 12. Dat is na Genesis 3 nooit anders geweest. En wie zou daar niet over inzitten? We denken aan Israël in ballingschap in Babel; zeventig jaren. Velen van de Israëlieten daar geven de moed op. In Jesaja 40 horen we hen klagen: 'Mijn weg is voor de Heere verborgen en mijn recht gaat van mijn God voorbij...'. Zij voelen zich een speelbal, een spot en haat van de machten. Zonder houvast in het zichtbare pand van Gods trouw in het land der vaderen, in de tempel.

Hand.4:27; 1 Kor.2:8


Zo voelt zich vaak ook de gemeente van het Nieuwe Verbond. Ze is omringd door vijanden. En waar is God? 'Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Die Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israëls.' De Mens, de Enige in Wie God alles op het spel heeft gezet wat Hij in Zijn hart had om de wereld tot een leefbaar en Godverheerlijkend 'woonhuis' voor de mensheid te maken, is van de aardbodem weggevaagd.
En dat houdt maar niet op. Aardse en bovenaardse machten, gereguleerd vanuit een rijk der duis­ternis, een hemels domein, het rijk der demonen staan juist hen naar het leven, die het beste voor hun medemensen zoeken.
Wie zou daar niet over inzitten?
In Kolosse heeft men er zich zorgen over gemaakt. Toen men nog midden in het heidendom leefde - Handelingen 19:13-20 verhaalt ons dat - was daar de angst voor de machten die in het heidendom van Klein-Azië een grote rol speelden. Demonen die vanuit de planeten-wereld de mensen vrees aanjaag­den en die door magische methoden op afstand gehouden dienden te worden, naar men dacht. Maar wat gebeurde er, toen de opperheerschappij van Jezus Christus aan die heidenen werd geopenbaard? In de naam van Christus Jezus werden al die machten gebannen en alle tovenaars­boeken van hen die ijdele kun­sten pleegden gingen de brand­stapel op. Alle machten moesten het afleggen tegen de Almachtige.
Alleen...ook wie is gaan geloven in deze Almachtige, zit nogal eens in zorg. Dat was zo in Kolosse. Het geldt ook onze tijd.
Al die geestelijke boosheden in de lucht die in de brieven aan Efeze en Kolosse genoemd worden, geven het niet gauw op. Zij manifesteren zich niet slechts in occultisme. Zij blijven aan de gang in het bovenaardse. Hun operatiebasis is boven. Hun werkterrein is hier. 'Satanische, afvallige engelen­mach­ten' zijn het (Rid­derbos), demonische helpers van satan die zich mees­ter maken van regerings- en kerkleiders. Zij gaan met bedrog en perversiteit te werk. Via hen hoofdza­kelijk wordt de wereld bezeten door demonieën en ideo­logieën die politieke systemen en maatschappijstructuren verzieken. 13.
Maar...

Wat is dan nu de geweldige troost van het geloofslied van Kolossensen 1?



Joh.19:11; Rom.13:1vv; Ef.1:10


Te midden van al die machten staat de troon van Christus Jezus. Door Hem zijn alle dingen geschapen in hemel en op aarde. Hij gaat eraan vooraf. Hij gaat er bovenuit in Zijn verheven status. Niemand heeft enige macht, ook niet tegen Christus en Zijn gemeente op de aarde, of ze is hem van boven gegeven. 'Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof.' Al de dingen zijn uiteindelijk in het aanzijn geroepen door Hem en tot Hem. Hij is vóór alle dingen en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Jes.40:18vv, 29


Terug nog een ogenblik naar Israël in ballingschap. Hoor wat de profeet Jesaja in Gods Naam mag zeggen. Hij wijst Gods verslagen volk op de schepping, het werk van de onvergelijke grote God van Israël. 'Heft uw ogen op omhoog en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft.' 'Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.' 'Hij geeft de moeden kracht en Hij vermenigvuldigt de sterkte die, die geen krachten heeft.'
Voor zover ik zie, is dat het ook wat doorklinkt in het geloofslied van Gods gemeente in Kolossensen 1:15vv. De volgelingen van Jezus Christus mogen de God van Israël in het hart kijken. Christus' gemeente mag leven uit de ontmoeting met haar Heere in Wie de God van Israël Zich heeft geopenbaard.

2 Kor.4:18; Hebr.2:8b


Als het zicht op Jezus Christus als de grote Overwinnaar verduisterd is, als zij 'nog niet ziet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn', als zij depressief is - onder de plak van de machten - mag zij zingen van Hem Wiens voetstappen zichtbaar en hoorbaar zijn in heel de schepping en die als in de verkeerstoren van een vliegveld alle luchtverkeer regelt (William Hendriksen, a.w. p.75). Met het oog op deze Schepper en Onderhouder van het leven zingen wij:
God is groot; ik weet, dat Hij

Hoger is dan alle goôn;

Onze God voert heerschappij;

Hij beheerst van Zijnen troon

Hemel, afgrond, zee en aard';

God is aller hulde waard.

(Ps.135:3 ber.) 14.
Zit dus maar niet in over al die boze machten die het voor het zeggen lijken te hebben in deze 'aioon': tirannen die ganse volken ver­treden; terroristen die zelfmoor­dacties onder­nemen; aardse machthebbers en aardse door machts­wellust ver­zuurde structu­ren, demonieën van het autonome verstand en het geperverteerde gevoel, criminaliteit tot en met kinderporno. Zit er niet over in. Biedt moedig weerstand.
Het Opperhoofd van de kerk (vs.18)
Maar - zo zou iemand kunnen vragen - is dit alles niet te hoog gegrepen? Is het niet een fata morgana? Wie gelooft het eigenlijk nog en waaraan is het te zien, dat Jezus Christus de baas is over de machten? Bewijs dat eens.

Ef.1:21vv; 4:15


Antwoord: ga naar de kerk. Daar wordt het gepredikt. Daar wordt het geloofd, beleden en ervaren, dat Christus het allesbezielend Hoofd, het Bruggenhoofd, de Inspirator en Inzet van het heelal is. De kosmos is - naar het zich laat aanzien - bij lange na niet Zijn kroondomein waarin al de energie van de hemelse Christus kan binnenstromen. Dat komt straks, als de laatste vijand zal zijn tenietgedaan.
Vooreerst echter is het Christus' gemeente op aarde waarin Zijn Opperheerschappij gezien, doorleefd en uitgeleefd mag worden. Ze is Zijn proeftuin oftewel Zijn 'minikosmos', waarin Christus 'Zichzelf bewijst als het Hoofd van Zijn christelijke Kerk, door Wie de Vader alle ding regeert' (Heid.Cat., Zondag 19). Dat kan van geen kerkleider gezegd worden; die is geen baas in de kerk.

Openb.3:14


De gemeente van Jezus Christus is Zijn 'intensive care' met een hemelse hartbewaking. Hoor, hoe het zingt in Paulus' hart: En Hij is het Hoofd van het lichaam, [namelijk] van de Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn (vs.18).
En Hij! Hij in Zijn verheven positie, Hij is het Die merkbaar in Zijn gemeente present is. 15. En in Zijn presentie worden de heilzame bedoelingen van de Schepper met al het bestaande vlees en bloed. De gemeente is met Hem verbonden zoals een menselijk lichaam met het hoofd als met een energiebron verbonden is. 16. Christus is het, Die de gemeente in alles voorgaat en in alles vooropgaat. Als het hoofd dat het menselijk lichaam als een organische gemeen­schap organi­seert, coördi­neert, stimu­leert en harmoniseert.

Ef.5:26


Die gemeente is in Hem begrepen. Hij heeft door Zijn Geest intrek in haar genomen. Zo wordt zij geleid en zo groeit zij in heiliging en reinheid. Zo ontvangt zij de impulsen die nodig zijn om moedig voort te gaan in de strijd van alledag. Geen verachting van het gewone leven, maar daar middenin, wetende, dat Hij op elk levensterrein (extern en intern) alle zeggenschap heeft. Vanuit Hem, het Hoofd worden wij niet alleen van levensvernieuwen-de, maar ook van hartvernieuwende genade voorzien.

Bezield met die kracht, met nieuwe energie en moed staan wij dan onbevreesd midden in de wereld die niet weten wil van genade en alles bij het oude gelaten wil hebben. Christus' gemeente mag een model zijn van wat het is om respect te hebben voor elkaar, voor elkaars bezit, voor een gezond gezinsleven, voor het milieu, voor vrede, recht en gerechtigheid onder de volken.


Kortom, Hij Die alles voor het zeggen heeft in de wereld, Hij staat vooraan. Hij gaat voorop in heel het leven. Hij maakt mensen van harte wijs om naar Zijn geboden te leven.
Gaat dat allemaal vanzelf? In geen enkel opzicht. Laat ons niet vergeten, dat Hij Die aan het begin van alle dingen staat, een nieuw begin heeft moeten maken. Dat heeft Hij gedaan in Zijn kruisdood en opstanding. Daarin is het gefundeerd en bevestigd geworden, dat Hij het in alles voor het zeggen heeft. Daardoor heeft Hij over alle destructieve machten die het schepselmatige leven bedreigen, getriomfeerd. Over zonde en dood, over satan en hel.
Maar daar ligt dan ook de garantie, dat het met Zijn scheppingswerk afloopt zoals God zich dat in Hem vóór de grondlegging der wereld heeft voorgesteld.
Daarom heet Christus in Kolossensen 1:18 het Begin, in Wie God opnieuw inzet in een wereld die van Hem is en blijft en die bestemd is voor een nieuwe wereldorde.
Zie deze Eerstgeborene uit de doden.
Het dodenrijk heeft Hem los moeten laten. Hij brak erdoorheen. De Eerstgeborene van alle creaturen Die voorafgaat aan alle schepselen (vers 15), is nu de Eerstgeborene uit de ten dode gedoemde schepselen. De Eerste in rangorde. De grote Baanbreker. 17. Als een eerstgeborene die de baarmoeder van het graf opent.

Openb.1:18


Door een weg waar geen weg lijkt te zijn. 'Ik leef en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.'
Joh.14:19; Rom.8:29; 1 Kor.15:20; Hebr.2:14v; Openb.1:5

De macht van de dood moet allen die in Hem begrepen zijn, loslaten. Waarvan acte in Zijn opstanding. 'Ik leef en gij zult leven.' Straks gaan de graven open. Zeker, wij worden geboren om te sterven. Maar wij zijn geschapen om te leven in een eeuwig leven met de drieënige God. Zie daar de toekomst die zijn verleden heeft in het lege graf van Jezus Christus.


Opdat Hij zou worden: in allen nummer één. 18. Zo staat het er letterlijk aan het slot van vers 18. Wat Hij is in heel de schepping, is Hij voor Zijn kerk in het bijzonder geworden (door Zijn opstanding uit de doden): een voorrangszaak. Hij staat vooraan. Hij gaat al de Zijnen voorop.
Wij maken duizend keren een nieuwe start in het leven. En telkens lijkt het weer te mis-lukken. Maar hier hebt u Gods onherhaalbare begin, garantie van een eeuwig zalig leven in gemeenschap met Hem.
Het begin van een 'nieuwe wereldorde' (vs.19-20)
Want het is [des Vaders] welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou (vs.19).

Verstaan wij dat? Welk een volzin! Wat is bedoeld met 'volheid',oftewel 'al de volheid'? Onzes inziens is met dat woord een samenvatting gegeven van het in deze hymne telkens herhaalde 'alles/ allen'. In Christus woont de complete totaliteit van alles/ allen. 19.


De Eerste in allen Die allen vooropgaat, is de volheid van alles, de alles vervullende, de Samenvatting van alles. Het staat allemaal onder één noemer, die van de Middelaar van schepping en verlossing. Alles is in Hem te vinden. Alles is tot hem te herleiden en met Hem in verband te brengen. Kijk om u heen, mensen. 20.
Ps.24:1; 50:12; 89:12; 96:11; 98:7; Joh.1:16; Ef.1:23; 3:19; 4:10, 13

Van God wordt in het Oude Testament gezegd, dat Hij de aarde vervult en in Sion in het bijzonder glans­rijk aanwezig is. Zo kan het ook van Christus gezegd worden, dat Hij de alles in allen vervul­lende is. Hij is het bezie­lend centrum van 't heelal, omdat alle dingen door Hem bestaan. En zo is Hij blijvend thuis ('at home') in Zijn gemeen­te. Als de Koning en Verte­genwoor­diger van de schepping door Zijn Woord en Geest. De 'scheepsla­ding' van het schip van de kerk.


Als wij zeggen: 'Het is daar behaaglijk wonen', bedoelen we: 'Het behaagt ons daar te wonen'. Zo is het ook hier. Het is Gods 'good pleasure', Zijn welbehagen, dat de volheid, de compleetheid van alles wat God met Zijn schepping voorhad, in Christus woont. Met andere woorden: er is niets wat u niet in Christus kunt vinden. In Hem kijkt men God als het ware in het hart. 21.
Waartoe dient dit alles? Zijn de woorden van de hymne van Kolossensen 1 loze taal? Geenszins. In de alles in allen vervullende Christus, Middelaar van schepping en herschepping, is het bewijsstuk gegeven van het totale herstel van de kosmos. En de gemeente mag in deze bedeling van dit herstel (een nieuwe mensheid) de voorbode zijn.
Dat is het uiteindelijke doel van de Schepper van hemel en aarde. Daarom volgt tenslotte in vers 20: En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem 22., [zeg ik], alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

Rom.8:18vv; Ef.1:7; 2:11vv; Kol.1:16


'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.' De chaos van een door oorlogen en volkerenhaat verscheurde wereld, wordt straks weer een welgeordend, harmonieus geheel ('kosmos'). Er is een pacificatieverdrag (vredesverdrag) getekend; door het bloed des kruises. Er is genoeg bloed gevloeid. Het bloed van het kruis. Dat is geen bloed zonder meer, niet het bloed van een martelaar alleen. Het is het bloed van een aan het kruishout vervloekte, een daad der verzoening van Jezus Christus. Een dwaasheid voor de Griek en een ergernis voor de Jood, maar voor het geloof het enig redmiddel. Jezus Christus is onze 'peacemaker'. En door die Vredevorst zijn alle dingen in principe met God verzoend. 23.
Matth.28:19; Fil.2:10; Kol.2:15

Op Golgotha heeft er een grote wending in de geschiedenis plaatsgevonden. De wereld is in een verzoende relatie met God komen te staan. Ze ligt in doorboorde handen. Alles op aarde en in de hemel (omgekeerde volgorde van vs.16). Mensen, dieren, bomen en planten.


Trek hieruit geen verkeerde conclusie. Vlei u niet met een valse hoop. Denk niet, dat het straks zelfs met de duivelen wel weer in orde komt. 'Aan goddelozen wordt de weldaad der verlossing aangeboden, maar aan de duivelen niet (J.Calvijn, a.w. blz.183).
2 Kor.5:18vv; 2 Thess.1:8, 9

Trek de goede conclusie. De reddingsboot ligt langszij. Maar als u niet intijds de overstap leert maken van het zinkende schip van uw leven naar die reddingsboot, mist u de boot die u naar de veilige haven brengt. 'Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende...Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen.'



noten

1. Zie excurs 1.
2. Zie vs.16: in (Gr. 'en') Hem, door (Gr. 'dia') Hem en tot (Gr. 'eis') Hem. In 1 Kor.8:6 wordt vooral gewezen op Christus als het middel waardoor alles bestaat. Vgl. ook Hebr.1:2
3. Zie excurs 2.
4. In Hebr.1:3 heet Christus het uitgedrukte beeld (Gr. 'charaktèr) van Gods zelfstandig-heid (weerspiegeling van het wezen van God). In onze perikoop echter is Beeld Gods meer bedoeld in de zin van: weergave van Gods handelen in gerechtigheid en heiligheid m.b.t. de schepping (God in actie). In die richting denkt ook J.Calvijn, a.w. blz.178v. Hij noemt Christus 'de substantie of funda-ment aller creaturen'.
5. 'Paul's ultimate point is that the Christ event brings to historical expression the ultimate purpose of God's creation of all human life' (Robert W.Wall, a.w. p.67). Murray J.Harris, a.w. p.44f schrijft, dat in Hem de creatieve energie 'resideerde', die het geheel van de schepping produceerde. Terecht echter merkt N.T. Wright op (a.w. p.69): 'There is...no suggestion that Jesus pre-existed in human form'.
6. Voor 'beeld Gods' (afdruk van een origineel) verwijs ik naar mijn verklaring van 2 Korinthe (I-VI, deel 1) Kampen 1995; zie onder 2 Kor.4:4 (noot 16). Th.C. Vriezen, Hoofdlijnen der Theologie van het Oude Testament, Wageningen 1954, blz.155vv wijst op de identiteit van de termen 'beeld Gods' en 'Zoon Gods' in het OT.

Wij volgen in bovenstaande verklaring de lijn van exegeten als N.T. Wright, a.w. p.63ff en Robert W.Wall, a.w. p.66ff. Laatstgenoemde merkt op, dat Paulus hier spreekt in termen die gebruikt werden in het Platonisch georiënteerde denken van het hellenistisch Judaïsme waarin de wereld slechts gezien werd als afschaduwing van de preëxistente beelden en expressies van Gods Wijsheid, maar dat Paulus in de preëxistente Jezus 'God's pattern for all of life' ziet. Het lijkt ons goed mogelijk, dat Paulus, wanneer hij Christus het beeld Gods (en de wijsheid Gods) noemt - net als de Vroege Kerk - gebruik maakt van het beeldmateriaal van de Joodse wijsheidstheologie. Daarin functioneerde de gepersonifieerde (preëxistente) Wijsheid én als scheppingsmiddelaar én als middelaar in de herschepping. En daarin ligt de bron van het licht in de wereld zowel als voor het leven van de vrome. Vgl. Joh.1:1vv; 2 Kor.4:6; Fil.2:6vv. Zie verder: Spr.8:22-25; J.Sirach 1:4; 24:9; Wijsheid van Salomo 7:26; 9:4; 9-1O. Zie hierover ook E.J. Schnabel s.v. 'Wisdom' in Dictionary of Paul and his Letters, Ed. Gerald F.Hawthorne, Ralph P.Martin, Daniel G. Reid; Leicester 1993; p.970f.


7. In tegenstelling tot wat in Joodse kringen over de Wijsheid is gezegd (de Thora ten diepste), duidt Paulus de Wijsheid van Spr.8 Messiaans-christologisch.

Over de preëxistentie van Christus zie: Joh.1:1; 8:58; 17:5; 2 Kor.8:9; Fil.2:6; Openb.22:13.

De Gr. woorden 'proototokos pasès ktiseoos' kunnen weergegeven worden als: geboren als eerste, voordat er (temporeel dus) schepselen geboren werden. Murray J.Harris, a.w. p.44 vertaalt met: 'begotten before all creation' (dat is dus niet Gr. 'prootoktismos'). Gr. 'pasès ktiseoos' (zonder lidwoord) = van alle schepsel. Robert W.Wall, a.w. p.67 noemt de uitdrukking 'eerstgeborene van alle creaturen' één van de moeilijkste in het NT. Hij bestrijdt de uitleg van Arius (vierde eeuw n.Chr.) en van de Jehovagetuigen nu als zou Jezus het eerste menselijke wezen zijn, door de Vader voortgebracht. Wall schrijft, dat als zij het bij het goede eind hadden, de Heere Jezus niet Gods 'substantive equal' zou zijn en dat er dus geen triniteit kon wezen. Hij verwijst naar de parallel van Spr.8:22; 3:19.

Het Gr. woord 'proototokos' komt naast Kol.1:15 in het NT nog voor in Matth.1:25; Luk.2:7 (Maria's Eerstgeborene); in Kol. 1:18; Openb.1:5 (de Eerstgeborene uit de doden); in Rom.8:29 (de Eerstgeborene onder vele broeders) (zie ook Hebr.12:23 over de gemeente der eerstgeborenen); en tenslotte in Hebr.1:6 (de Eerstgeborene). Vgl. ook Ps.89:28 (de Davidische koning).


8.Vgl. Rom.8:29 waar gezegd wordt, dat de uitverkorenen zijn uitverkoren om aan het beeld van Gods Zoon gelijkvormig te zijn. Hier heet Hij de Eerstgeborene onder vele broederen. Vgl. ook 1 Kor. 15:49; 2 Kor.3:18.
9. Gr. 'sunhistèmi' (perf.intrans.) = er zijn, (be)staan, voortduren, vaststaan, een eenheid vormen. Vgl. Luk.9:32; 2 Petr.3:5.

Straks brengt Christus de ganse schepping onder Hem als het ene Hoofd. Vgl. Ef.1:10.


10. Terecht schrijft N.T.Wright, a.w. p.72: 'For Paul, the 'powers' were unseen forces working in the world through pagan religion, astrology, or magic, or through the oppressive systems that enslaved or tyrannized human beings.'
11. Zie excurs 2.
12. Op de achtergrond van het spraakgebruik m.b.t. de machten in de brieven aan Efeze en aan Kolosse staat wellicht de o.a. in Daniël

voorkomende gedachte van de 'geestelijke machten' achter de naties (Dan.­10:2­0v; 12:1). Zie verder G.Delling in Kittel, a.w. Bnd.I, S.481f s.v. 'archè'. Dit lijkt ons een betere verklaring dan die van William Hendriksen, a.w. p.73ff. Hij denkt aan goede engelen ('cherubim') en aan geesten van een lagere rangorde die slechts schepselen zijn, onderworpen aan Christus. J.Calvijn, a.w. blz.179v denkt aan engelen in Gods hemelse paleis. Zie verder onze verklaring van Efeze 1:21; 6:12 in ons eerder aangehaalde boek over de brief aan Efeze en de excurs in dit boek over de machten.


13. Mede tegen deze achtergrond lezen wij Paulus' christologische lofzang op Christus Jezus. De Kolossenzen kunnen - ziende op Zijn allesbeheersende macht - hun vrees voor de machten afleggen. Robert W.Wall, a.w. p.62ff leest de hymne meer als een apologie van een holistisch christen-zijn (Jezus Christus in Zijn betekenis, ook voor het hier en nu) anti de dualistische asceten van Kolosse (door wie het schepselmatige leven in feite veracht werd).
14. 'Het geloof, dat Christus Overwinnaar van de machten is, is een vast element in de geloofsbe­lijdenissen van de eerste christenen tot halverwe­ge de tweede eeuw' (O.Cullmann). Zie verder onder excurs 1.
15. Met Gr. 'ecclesia' is evenals in de brief aan Efeze de gemeente naar haar wezen aangeduid als een uit de wereld geroepen geloofsge­meenschap, zowel lokaal als universeel. Zie ook: Ef.3:­10, 21; 5:23, 24, 25, 27, 29, 32. Zie mijn verklaring van Efeze (a.w. hoofdstuk 2, noot 22, 23 (onder Ef.1:23). Robert W.Wall, a.w. p.66 spreekt in dit verband over een 'incarnational ecclesiology'; een leer van de kerk waarin de vleeswording van Christus gestalte krijgt als transformatie tot een nieuwe mensheid. 'Christianity is a practical religion' (p.71).
16. Zie excurs 3.
17. Gr. 'proototokos ek toon nekroon'. Zie noot 7. Robert W.Wall, a.w. p.71 spreekt over een 'recycling' van het woord 'prototokos' van vs.15. Het Gr. woord 'archè' = begin, kopstuk, levensbron; vgl. Hand.3:15; Openb.22:13. Zie ook excurs 3.
18. Gr. 'en pasin' kan ook vertaald worden met: in alles (neutr.) = in alle dingen (in vs.16v en vs.20 genoemd). Wij volgen hier echter liever de Statenvertaling die de woorden weergeeft met 'in allen'. De Eerstgeborene van alle levenden (de schepselen van vs.15), is de Eerstgeborene uit het midden van al de ten dode gedoemde schepselen. Tot zegen voor Zijn gemeente (dit woord gaat er onmiddellijk aan vooraf in vs.18). Gr. 'prooteuoo' = de eerste, nummer één zijn, voorrang hebben.
19. We moeten letten op het woordje 'want'. Dat verbindt de zin met het onmiddellijk eraan voorafgaande.
20. Het Griekse zelfstandige naamwoord woord 'plèrooma'= volheid (5 x in de brieven aan Efeze en Kolossensen; totaal even vaak als in de andere brieven van Paulus). Lightfoot meent, dat Paulus het woord ontleende aan Esseense Judaïsten. In de LXX is het een vertaling van een hebr. woord met de wortel ml'. Aldus William Hendriksen, a.w. p.80 (note 56).
In het NT komt het woord 'plèrooma' steeds in actieve zin voor (zo ook het part. 'vervullende' = dat wat ver­vult of vol(ledig) maakt). In het gewone spraakge­bruik is 'plèrooma': dat wat een vaas, een bassin of een schip vult, dus: vulling. Het kan ook een lap zijn op een scheur van een kleed dat van dat kleed weer een geheel maakt. In Efeze en Kolossenzen is het steeds Christus die alle dingen ver­vult en zo inhoud geeft aan Zijn gemeente.
Het gaat in Kol.1:19 niet om Christus als de volheid van Gods wezen, hoewel het ook waar is, dat deze in Chris­tus is; vgl. Kol.2:9. Robert W.Wall, a.w. p.73f spreekt terecht over de volheid van Christus als over Gods 'redeeming activity' en 'saving action'. Murray J.Harris, a.w. p.50 omschrijft ten onrechte met: 'all divine attributes and powers resided in the person of Jesus.'

In Ef.1:23 lezen we, dat de gemeente het 'plèrooma' (volheid) is van 'de alles in allen vervullende'. Christus vervult dus Zijn gemeente (= Zijn lichaam) met dit 'plèrooma'. Zie mijn verklaring van Ef.1:23.


21. Woordelijk staat hier: want in Hem heeft het behaagd al de volheid te wonen. Hoewel het woord 'volheid' onderwerp is van de zin, is er geen bezwaar om bij welbehagen (Gr. 'eudokeoo') aan Gods welbehagen te denken. Vgl. Luk.2:14; Ef.1:5; Fil.2:13. Zo ook William Hendriksen, a.w. p.78f (note 55). Het Gr. woord 'katoikeoo' = wonen; blijvend ergens thuis zijn. Dit herinnert aan Gods wonen in Zijn heilige stad en tempel; vgl. Ps.68:17; Jer.7:3, 7; Matth.23:21; Hand.7:48.
22. Deze woorden worden in een aantal (Alexandrijnse en Westerse) hss.gemist. Als ze oorpronkelijk zijn, zijn ze een soort nadrukkelijke herhaling: door Hem (alleen). Het is niet nodig in de vertaling de woorden 'zeg ik' toe te voegen.
23. Gr. 'apokatalassoo' = een algehele en complete verandering bewerkstelligen; verzoenen. Vgl. Ef.2:16. Verzoening is verzoening met God (Gr. 'eis auton'; of 'eis hauton'). Vgl. Rom.5:10v; 11:15; 2 Kor.5:18-20. Door bloed (vgl. Lev.1-16). Gr. 'eirènopoeioo' = vrede maken; vgl. Rom. 5:1-5. J.Calvijn, a.w. blz.182v schrijft, dat ook de engelen met God verzoend moeten worden, omdat zij 'creaturen zijn en de mogelijkheid hadden om te vallen' en omdat 'hun hoogste zuiverheid onrein was vergeleken bij Gods rechtvaardigheid (Job 4:18)'. Dit lijkt ons echter een oneigenlijke manier van spreken over de verzoening. Het gaat in Kol.1:20 om verzoening van alle dingen van de door de zonde bedorven kosmos (collectief).

Excurs 1
Dat de perikoop hymnisch is (met parallellisme en chiasme, hoewel niet direct metrisch van opzet) wordt door weinigen ontkend. Over de omvang is verschil van mening. In de Gr. uitgave van Nestle-Aland zijn alleen de vss. 15-18a (tot en met 'ecclèsias') in de vorm van versregels afgedrukt (een onderbreking van de gedachtegang van vs.13 en 14 die in vs.18bvv wordt voortgezet). In elk geval klinken de verzen 18b-20 net zo hymnisch als de eraan voorafgaande verzen.

Anderen zien het begin van de hymne in vs.15 en het slot in vs.20; zij verdelen de hymne dan meestal in twee delen (beide beginnend met 'Die is...') a) de vss.15-17 (over de superioriteit van Jezus Christus als Heere van de schepping) en de vss.18-20 (over de superioriteit van Hem in de verlossing, als Hoofd van de gemeente). Zie o.a. William Hendriksen, a.w. p.66f en Murray J.Harris, a.w. p.42.


Paulus was zich ervan bewust, dat hij niet de eerste en enige was, die het Evangelie van Gods genade in Christus Jezus verkondigde. Hij viel vaker terug op 'geloofsgoed' van eerste christenen. We denken aan de van huis uit Palestijnse uitroep 'Maranatha', maar ook mag verondersteld worden, dat dit het geval is met hymnische passages als Fil.2:6-11 en 1 Tim.3:16. Zie verder 1 Kor.14:26; Ef. 5:19; Kol.3:16.

Dat het een bestaand lied was - uit de liturgie i.v.m. doop en/ of avondmaal -, door Paulus geciteerd, blijft veronderstelling. Robert W. Wall, a.w. p.49 gaat ervan uit, dat hier sprake is van een geloofsbelijdenis waarvan Épafras de primaire bron is (zo ook van Kol.1:13, 14 en 21-23); zie ook andere geloofsuitspraken als 1 Tim.1:15; 3:1; 4:8v; 2 Tim. 2:11vv; Tit.3:4-8).


Inhoudelijk wordt door uitleggers verband gelegd met de Stoïsche idee van de 'alomtegenwoordige logos'. Anderen menen, dat deze hymne een christologische meditatie en variant is op de gepersonifieerde Wijsheid in de Joodse wijsheidsliteratuur (Spr.8:22-31; Eccl. 1:4; 43:26) met toepassing op Jezus als het begin van de schepping. Het laatste lijkt ons aannemelijk.
A.J.M.Wedderburn (a.w. p.3ff) gaat ervan uit, dat Kolossensen door een Paulinist is geschreven. Deze zou de oorspronkelijke tekst van een hymne van de gemeente van Kolosse - door Wedderburn opgespoord - gerestaureerd hebben naar Paulinische snit. Zo zouden bijv. de zinnen over de gemeente door de schrijver van de brief zijn toegevoegd. Het lijkt ons echter, dat dit 'zoekwerk' vergeefse moeite is. Het leidt nergens toe dan tot louter suggestie.

Excurs 2
In vs. 16 komen we de volgende Gr. woorden tegen: 'thronoi', 'kuriotètes', 'archai' en 'exoesiai'.

Gr. 'thronoi' (plur.) = tronen; symbolen van macht en heerschappij.

Gr. 'kuriotètes' (plur.) = heerschappijen; wellicht een equivalent van wat in Qumran (1QS 1:18; 2:19; 1QM 14:9; 18:1; 4Q 286 -287) de heerschappij van Belial genoemd wordt. Paulus denkt hierbij mogelijkerwijs aan een heerschap­pij in geestelijke invloedssferen (zoals oudtijds die van de goden der naties in bepaalde gebieden). Zo D.G.Reid in Dictio­nary of Paul and his letters, a.w. p.749.

Gr. 'archai' (plur.) = overheden; die aan het hoofd staan van... (Hebr.'roosj'; zie Gen.40:13, 20v; 41:13 LXX); vaak in combinatie met en parallel aan Gr. 'exoesiai': wereldlijke of geeste­lijke overheden (Deut.33­:5; Job.29:25; Ez.28:2; Luk.12: 11; Tit.3:1). Zie ook Rom.8:­38; 1 Kor.­15:2­4v; Ef.1:21; 3:10; Kol.1­:1­6, 18; 2:10, 15. Vgl. ook Dan.7:27 waar het woord 'archai' in de Griek­se vertaling van Theodo­tion gebruikt wordt voor regeerders van aardse ko­nink­rijken (de LXX heeft hier het Griekse woord 'exoesiai').

Gr. 'exoesiai' (plur.) = bevoegdheden. Dit woord komt vele malen in het NT voor en bevat de notie van auto­ri­satie en juris­dictie om macht uit te oefe­nen. Zie o.a. Rom.9:21; 1 Kor.7:37; 8:9; 9:4-18; 15:­24; 2 Kor.10:8; 13:10; 2 Thess.3:­9. In het meervoud betekent het woord: a) machten of autoritei­ten; van aardse macht­hebbers o.a. in Luk.12:11 en Tit.3:1, waar het woord samen met het woord 'archai' en in Rom.1­3­:1vv waar het samen met het woord 'archontes' = oversten voorkomt; b) boven­aardse machten o.a. in Ef.1:21; 2:2; 3:10; Kol.1:16; 2:10, 15. In Dan.7:14 (LXX) wordt gesproken over de 'exoe­siai' van de aardse regeerders en over de 'exoesia' van de Zoon des Men­sen. Vgl. Matth.28:18.
De in Kol.1:16 genoemde woorden zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden en al evenmin ook van andere door Paulus ge­bruikte en wellicht aan het hellenistisch-Joodse spraakgebruik ontleende woorden als 'duna­meis' en 'onomata' (zie Ef.1:21) en 'angeloi' (Rom.8: 38). Van een hiërarchische structuur van deze machten blijkt niets.

Excurs 3
O.i. ligt het voor de hand bij 'hoofd van het lichaam van de gemeente' (Gr. 'kephalè toe soomatos tès ecclèsias') in vs.18 te denken aan een symboliek die ontleend is aan de functie van het hoofd van een menselijk lichaam. Vgl. Ef.5:23v. In andere brieven schreef Paulus over de gemeente als een lichaam als een organisch geheel, samengesteld uit verscheiden leden(o.a. Rom.12:5; 1 Kor. 12:12vv). In de brieven aan Efeze en aan Kolosse valt alle nadruk op de bron van 'inspiratie'waardoor alles in het lichaam van de gemeente wordt beheerst en gereguleerd. Vgl. o.a. Ef.1:20vv; 4:15v; Kol.2:19.
Met het Griekse woord 'kep­halè' = hoofd wordt vooral gedoeld op Christus als bron en bruggenhoofd (van het leven van de kerk). Zie Ef.1:­22v; 4:15v; 5:23; Kol.1:18; 2:10, 19.

Het hebreeuwse equivalent is: 'r­is­joon'/ 'roosj'/ 'resjiet' = hoofd, koploper, inaugurator, 'Anfänger' of inzet. De titel 'kep­halè' komt buiten de brieven aan Efeze en Kolosse en 1 Kor.11:3 niet voor. Woorden als 'archègos' (leids­man), 'prostatès' (hoofdman), 'archè' (begin, eerste), 'a­parchè' (eerste­ling) en 'protokos' (eerst­geborene) zijn synonieme woorden. Zie Hand.3:15; 5:31; Hebr.2:10; 12:2; 1 Clem.36,1; 61,3; Kol.1:18; 1 Kor.15:20, 23, Rom. 8:29; Kol.1:­18. Zie hierover dr. A.van Roon, De brief van Paulus aan de Epheziërs (in de serie De prediking van het Nieuwe Testament; Nijkerk 1976),blz.41vv.

In de titel 'kephalè' zitten de noties van verhoging en heerschapppij (na lijden en vernedering; daarom heet Hij in Ef.5: 23 ook 'sootèr'­). Aldus Van Roon. Deze titel is een Messiaans predikaat dat Paulus heeft gevon­den in Ps.110:7 ('daarom verheft hij het hoofd') en in Ps.18:44vv (hoofd der natiën; verhoogd boven vijanden).
Zie ook C.den Boer, Man en vrouw in bijbels perspectief, een bijbels theologische verkenning van de man-vrouw verhouding met het oog op de gemeente; Kampen 1987/2; blz. 102v. Zie ook G. Kittel, a.w., Bnd. III, S.679. Ten onrechte schrijft hier H. Schlier, dat de beeld­spraak Hoofd-lichaam niet ontleend is aan de relatie tussen het natuur­lijk mense­lijke lichaam en hoofd, maar herin­nert aan de voorstelling van de gnosti­sche verlossermythe. Deze analogie is Paulus echter vreemd.

GESPREKSVRAGEN
1. Deze Bijbelstudie begint met te vertellen, dat het symbool van de vis ('Ichthus') voor de één het teken van zijn geloof in Jezus Christus is en voor een ander juist een toonbeeld van zijn ongeloof.


  • wat houdt het christelijk symbool van de vis voor u in met betrekking tot de evolutieleer?

  • wat betekent het, dat het ontstaan en voortbestaan van alleleven op de aarde in de Bijbel verbonden wordt aan Jezus Christus als Scheppingsmiddelaar?

2. Zouden we onze perikoop (Kol.1:15vv) een hymne kunnen noemen?



  • is Paulus de dichter ervan of denkt u, dat het een bestaand lied was?

3. Wat Paulus hier schrijft, is voor ons alleen te verstaan, als wij erop letten, dat hij hier in een machtig geloofslied betuigt, dat de gelovigen niet meer 'gestresst' behoeven te leven onder de mach-ten.



  • wat is de betekenis van Christus als 'eerstgeborene van al Gods schepselen' (vs.15)? Wat is Gods verlossingsplan in Hem?

  • hoe kan Christus tegelijk ook God zijn? Denk aan wat in het Nieuwe Testament hierover vaak gezegd wordt en denk aan wat de kerk van later eeuwen hiervan heeft beleden

(Geloofsbelijdenis van Nicea o.a.)
4. Het bestaan van de mens op de aarde wordt bedreigd door (boven)aardse machten vanuit een rijk der duisternis.

  • probeer deze machten concreet aan te wijzen;

  • wat is hun opzet altijd geweest?

  • is het te ontkennen, dat zij het voor het zeggen hebben?

  • hoe kan alle depressiviteit die ons in deze bevangt, overwonnen worden? Zie onze uitleg van vs.17.

5. Christus' gemeente weet van het geheim, dat de 'Eerstgeborene van al Gods schepselen' tevens de 'Eerstgeborene uit de doden' is (vs.18).



  • wat houdt het in, dat hij 'Eerstgeborene uit de doden' heet?

  • wat betekent het, dat in Hem al de volheid woont (vs.19)?

6. 'Aan goddelozen wordt de weldaad der verlossing aangeboden, maar aan de duivelen niet' (J.Calvijn).



  • leert vs.20 ons een 'alverzoening'? Is dat hetzelfde als een algemene verzoe-ning?







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina