3 en 4 maart 2014 te Brussel Belangrijkste resultaten Immigratie en Asiel



Dovnload 92.53 Kb.
Pagina1/3
Datum23.08.2016
Grootte92.53 Kb.
  1   2   3
Verslag van de bijeenkomst van het

Gemengd Comité en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken,

3 en 4 maart 2014 te Brussel

Belangrijkste resultaten
Immigratie en Asiel
Het nieuwe meerjarenbeleid op JBZ-terrein (Immigratie en Asiel):

Er bleek brede overeenstemming te bestaan over het belang van implementatie en consolidatie van de reeds bestaande regelgeving, en verdere convergentie van het asielbeleid. Ook werd aandacht voor de intensivering van terugkeer, readmissie en samenwerking met derde landen vaak onderstreept. Verder werd de bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel veel naar voren gebracht, en noemden verschillende lidstaten het belang van slimme grenzen en van integratie. Enkele landen noemden goede vormgeving van het visumbeleid, de bestrijding van corruptie, radicalisering en cybercriminaliteit. Over verschillende onderwerpen bleek verschil van mening voort te bestaan. Zo gaven lidstaten een andere lezing aan solidariteit op het asielterrein; bepaalde lidstaten zien het graag beperkt tot inzet van fondsen en bijstand via agentschappen, andere lidstaten – en de Commissie – wensen aanvullende maatregelen zoals wederzijdse erkenning, relocatie en humanitaire toegang. Veel lidstaten waren terughoudend op het terrein van arbeidsmigratie, anders dan de Commissie en enkele lidstaten.


Migratiedruk: trends en vooruitzichten

Taskforce Middellandse Zeegebied: De Commissie, Frontex, EASO en Europol gaven een overzicht van de trends die in 2013 zijn waargenomen en gingen daarbij in op de maatregelen uit de Task Force voor het Middellandse Zeegebied. Enkele lidstaten gaven aan dat prioriteit moet worden gegeven aan relaties met landen van herkomst en transit. Het EASO gaf in antwoord op een vraag van Nederland aan dat de UNHCR de feitelijke beschrijving van de sterk verbeterde situatie in Bulgarije in het recente EASO-rapport steunt.
Lunchonderwerp Effectief EU terugkeerbeleid: Staatssecretaris Teeven kreeg met zijn voorstel voor een gezamenlijke pilot op enkele landen die onvoldoende meewerken aan terugkeer bijval van een groot aantal lidstaten. De volgende stap is verdere uitwerking van het voorstel.
Veiligheid en Justitie
Europol/Cepol: Een meerderheid van lidstaten wenst dat de Commissie een apart voorstel zal doen voor Cepol te doen, dat de rechtsbasis moet ‘Lissaboniseren’ en de taken moet actualiseren. De Commissie is voornemens een apart voorstel te doen.
Nieuwe ontwikkelingen op JBZ-gebied (Justitie): Net als in de discussie op het gebied van Immigratie en Asiel, gaven de meeste lidstaten aan dat vooral consolidatie en implementatie centraal moeten staan. Daarnaast moet verder worden gewerkt aan versterking van het wederzijds vertrouwen. Er werden enkele suggesties naar voren gebracht, waarbij vooral versterking van de positie van slachtoffers en versterking van het instrumentarium op het terrein van confiscatie worden genoemd.
Verordening gegevensbescherming: Een ruime meerderheid van lidstaten kon zich vinden in de richting van de teksten van het Voorzitterschap, maar stelde wel dat nog nader overleg op het niveau van de raadswerkgroep moet plaatsvinden. Per onderdeel waren de reacties van lidstaten als volgt: A) Er was brede steun voor een ruime territoriale reikwijdte. B) Er was ruime steun voor de sleutelprincipes van hoofdstuk V inzake internationale overdrachten van gegevens, maar technische discussie over dit hoofdstuk vonden lidstaten wel noodzakelijk. C) De teksten van pseudonimisering, dataportabiliteit en de relatie tussen de verantwoordelijke en de verwerker kregen steun van veel lidstaten, maar verder werk op expertniveau is nodig. D) Ten slotte kozen de meeste lidstaten bij profiling voor het beperken tot het reguleren van automatische verwerking. Duidelijk werd dat de lidstaten nog niet toe aan besluitvorming toe zijn, ook niet op onderdelen.
Europees Openbaar Ministerie: Er bleek in de Raad brede politieke steun te bestaan voor de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie (EOM), omdat dit instituut strekt tot bestrijding van EU-fraude. De meerderheid van lidstaten steunt de oprichting van het EOM echter alleen op basis van een collegiale structuur, dus niet op basis van de in het voorstel van de Commissie voorgestelde structuur. Het waarborgen van onafhankelijkheid en effectiviteit van het EOM zijn voorwaarden die bij de nadere uitwerking moeten worden betrokken. Sommige lidstaten blijven de door de Commissie voorgestelde structuur steunen of stellen zich flexibel op. De concrete invulling van een collegiale structuur, waarover de ideeën uiteenlopen, is niet uitvoerig besproken. Veruit de meeste lidstaten pleiten voorts voor een regeling waarbij lichte feiten (minor cases) een zaak blijven voor de nationale openbare ministeries. Een aantal van deze lidstaten wil wel dat wordt voorzien in de mogelijkheid van het EOM om dergelijke zaken, in voorkomend geval, aan zich te trekken. Het belang van procedurele rechten van de verdachte en andere betrokkenen werd in algemene zin onderschreven, maar de uitwerking daarvan moet nader worden besproken op het niveau van de raadswerkgroep. Nederland heeft de vragen van het Voorzitterschap niet inhoudelijk beantwoord, zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg over de JBZ-Raad op 20 februari 2014. Het feit dat Nederland het voorliggende voorstel van de Commissie niet steunt, is genoegzaam bekend in de Raad. Wel maakte Nederland van de gelegenheid gebruik om, evenals enkele andere lidstaten, nogmaals te refereren aan het belang van de reacties van de nationale parlementen, waarmee dan ook terdege rekening moet worden gehouden. De Commissie is bij nadere beschouwing niet voornemens een alternatief voorstel te presenteren. Zij wil de onderhandelingen vervolgen op basis van haar oorspronkelijke voorstel, dat zoals te doen gebruikelijk zal worden geamendeerd op basis van de besprekingen binnen de Raad. Daarbij zullen, aldus de Commissie, de door nationale parlementen naar voren gebrachte bezwaren kunnen worden betrokken. De Commissie gaf voorts aan de voorzitter van de Europese Raad te willen vragen het EOM te betrekken bij de discussie over de strategische richtsnoeren voor de toekomstige ontwikkeling van het JBZ-terrein, die geagendeerd staat voor de Europese Raad van 26-27 juni 2014.
Ten aanzien van het voorstel voor een richtlijn procedurele waarborgen van kinderen die verdachte of beklaagde zijn in strafprocedures concludeerde het Voorzitterschap dat de meeste lidstaten er een voorkeur voor hebben dat bepaalde artikelen van de richtlijn van toepassing blijven nadat een kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, maar dat ook een aantal lidstaten van oordeel is dat de richtlijn niet langer van toepassing is nadat een kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Daarnaast moet er altijd recht op toegang tot een raadsman zijn zonder dat daarvan kan worden afgezien. Wel zal een uitzondering voor minor cases worden opgenomen. Ten slotte heeft de Raad ten aanzien van de privacy van kinderen een voorkeur voor een bepaling waarin aan de lidstaten een verplichting wordt opgelegd om voldoende waarborgen op te nemen in de nationale wetgeving zodat het belang van het kind wordt beschermd.
I. Gemengd Comité
1. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens

- stand van zaken
Het Voorzitterschap kondigde voor de komende Raad een overzicht aan met de geboekte vooruitgang in de raadswerkgroep. Het lichtte wel al toe dat over de volgende punten nog geen overeenstemming is tussen lidstaten: de reikwijdte, de invulling van het begrip openbare orde, de mogelijkheid voor lidstaten om te voorzien in meer stringente waarborgen, de wens van enkele lidstaten om een vereiste van toestemming voor verwerking van gegevens, de wens van veel lidstaten voor een data protection officer op vrijwillige basis. De werkgroep buigt zich ook nog over de internationale overdracht van gegevens en verdere verwerking van gegevens in derde landen. Ten slotte spreekt de werkgroep nog over de verhouding van de richtlijn met eerder door lidstaten afgesloten overeenkomsten met derde landen over dit onderwerp. Deze overeenkomsten kunnen van kracht blijven in zoverre zij conform het EU-recht zijn inclusief de nieuwe richtlijn. Voor zover dit niet het geval is, moeten lidstaten maatregelen nemen om dit te repareren.
De Commissie lichtte toe dat de richtlijn bedoeld is om een gemeenschappelijke standaard te bieden aan handhavingsautoriteiten. De Commissie ziet wel problemen met het trekken van een grens tussen binnenlandse en grensoverschrijdende verwerking van gegevens en wil beide dan ook binnen het toepassingsbereik van de richtlijn hebben.
Er waren geen interventies van lidstaten.

2. Diversen

- Informatie van het voorzitterschap over ter tafel liggende wetgevingsvoorstellen

- Uitvoering van de financiële programma’s 2014-2020 voor binnenlandse zaken


  • Richtlijnen reguliere migratie

Het Voorzitterschap informeerde de Raad over het akkoord tussen het Europees Parlement (EP) en de Raad over de richtlijn Intra Corporate Transferees (ICT). Ook gaf het Voorzitterschap aan dat het EP een opinie heeft aangenomen inzake de richtlijn voor de toelating van onderzoekers, studenten en andere categorieën, en dat het nu aan de Raad is om ook met een standpunt te komen.


  • Instelling vereenvoudigde regeling voor de grenscontrole gebaseerd op eenzijdige erkenning door Kroatië en Cyprus van bepaalde documenten en intrekking van Beschikkingen nrs. 895/2006/EG en 582/2008/EG

Het EP en de Raad hebben ingestemd met de tekst van het besluit. Het Griekse Voorzitterschap verwacht dat het besluit nog voor de verkiezingen van het EP door het EP en de Raad zal worden ondertekend.


  • Wijziging van verordening nr. 539/2001 (visumvrije lijst - 16 kleine landen, de Verenigde Arabische Emiraten, Peru en Colombia)

Na lange onderhandelingen in de Raad is overeenstemming bereikt over de tekst van deze Verordening, die regelt dat 16 kleine landen, de Verenigde Arabische Emiraten, Peru en Colombia van de ‘negatieve’ naar de ‘positieve’ lijst worden verplaatst. Er is niet meteen sprake van daadwerkelijke visumliberalisatie, eerst moet met alle landen een Visa Waiver overeenkomst worden afgesloten waarmee wederkerigheid wordt verzekerd. Voor Peru en Colombia geldt bovendien dat de Commissie eerst een assessment zal uitvoeren. Ook is er overeenstemming over een nieuw artikel waarin de criteria worden opgenomen waaraan moet worden voldaan voordat een derde land van de ‘negatieve’ naar de ‘positieve’ lijst wordt verplaatst.


  • Wijziging van verordening nr. 539/2001 (visumvrije lijst - Moldavië)

Het EP en de Raad zijn overeengekomen dat de tekst van deze verordening wordt aangenomen zonder verdere amendementen.


  • Verordening tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van Frontex operaties

Er is een akkoord bereikt tussen de Raad en het EP over dit Commissievoorstel De nieuwe verordening zal bijdragen aan de bescherming en veiligheid van migranten op zee. Het voorzitterschap verwacht dat de verordening in april formeel zal worden aangenomen.
- Slimme grenzen pakket

De eerste lezingronde in de Raadswerkgroep is voltooid. Er zijn belangrijke kwesties aan de orde gekomen zoals de toegang van rechtshandhavingsdiensten tot gegevens. Gelet op de grote impact en de hoge kosten van het pakket is er besloten dat verschillende punten eerst verder onderzocht moeten worden. De Commissie zal een studie en een pilot gaan uitvoeren. De ambitie is om half 2016 het wetgevingspakket aan te nemen.




Het Voorzitterschap meldde dat nog in maart over de vier verordeningen zal worden gestemd door het EP.
De Commissie informeerde de Raad over de stand van zaken rond de invulling van de nationale programma’s. Er zijn nu nog maar twee fondsen, het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds en het Interne Veiligheidsfonds. Hierdoor is de administratieve last voor lidstaten en begunstigden sterk verminderd. De meeste fondsen worden gekanaliseerd via de nationale programma’s die de volledige zeven jaarstermijn omvatten. De beleidsdialogen hebben plaatsgevonden, nu is het aan de lidstaten om de nationale programma’s aan de Commissie voor te leggen voor goedkeuring zodat de fondsen nog dit jaar kunnen starten. De Commissie zal dit onderdeel complementeren met het EU-deel van de fondsen voor de externe dimensie en de noodfondsen.


  • Informatie van Zwitserland over het op 9 februari jl. gehouden referendum

Het Voorzitterschap gaf aan dat Zwitserland er als gevolg van de uitslag van het referendum aan is gehouden om binnen drie jaar wetgeving van toepassing te laten zijn aangaande quota voor het aantal vreemdelingen. De Zwitserse regering moet nieuwe overeenkomsten uitonderhandelen. De uitkomst van het referendum heeft tot onrust geleid bij de lidstaten van de EU.
Zwitserland legde uit dat er op basis van de uitslag van het referendum quota moeten worden ingevoerd voor alle vergunningen onder het immigratierecht. Dit resultaat moet worden bezien in de context van de enorm hoge migratie uit EU-lidstaten de afgelopen drie jaar. 23% van de inwoners van Zwitserland is buitenlands. Daar komen nog 280.000 grenswerkers bij. Er is een deadline van drie jaar voor het implementeren en wijzigen van internationale afspraken, zoals de overeenkomst inzake Vrij Verkeer van Personen. In de tussentijd blijven de regels ongewijzigd. Artikel 23 inzake de Overeenkomst van vrij verkeer van personen voorziet erin dat alle aanvragen die zijn gedaan onder de overeenkomst van toepassing blijven en onder de overeenkomst afgegeven vergunningen zullen niet worden ingetrokken. Zwitserland hecht eraan dat Zwitserland en de EU partners blijven en het EU onderhandelingsmandaat zal worden aangenomen, er zijn veel gedeelde belangen. Het referendum ging niet over Schengen en Dublin. Zwitserland zal onverkort vasthouden aan zijn verplichtingen onder Schengen en de Dublin-verordening.


  • Oekraïne

De Commissie verwees naar de discussie die op hetzelfde moment plaatsvond in de Raad Buitenlandse Zaken. Op het terrein van binnenlandse zaken spelen er twee issues. De eerste betreft het mogelijk versnellen van het proces voor visumliberalisatie dan wel de optie van verdere facilitatie door bijvoorbeeld het schrappen van visumbetalingen. Ook zou een mobiliteitspartnership kunnen worden aangeboden aan Oekraïne. Het tweede punt is onzeker en hangt af van het verdere verloop van de ontwikkelingen, maar het is mogelijk dat er een stroom migranten op gang komt uit de Oekraïne. De Commissie houdt samen met EASO en Frontex in de gaten wat er gebeurt en probeert in te schatten wat de mogelijke impact zou kunnen zijn voor met name de aangrenzende landen. De Commissie moedigde lidstaten aan om voorbereidingen te treffen voor het geval actie op dit terrein nodig zal zijn.
De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) gaf een korte update van de bespreking in Raad Buitenlandse Zaken. De militaire opbouw in de Krim en in de Oekraïne groeit, dat is zorgwekkend. De EDEO is bereid te kijken naar lange termijn betrokkenheid. Eerst moet er echter sprake zijn van de-escalatie.


II. Binnenlandse Zaken / Immigratie en Asiel

Raad - wetgevende besprekingen
3. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ en 2005/681/JBZ

- Stand van zaken/Oriënterend debat
Het Voorzitterschap vatte samen dat tijdens de JBZ-Raad van juni 2013 al duidelijk was dat een overgrote meerderheid van lidstaten geen voorstander is van de fusie tussen Europol en Cepol. De raadswerkgroep heeft sindsdien niet gesproken over de onderdelen die training betreffen. Er is wel voortgang geboekt op de andere elementen van de verordening, waardoor een gemeenschappelijke oriëntatie tijdens de JBZ-Raad van juni 2014 volgens het Voorzitterschap haalbaar is. Met betrekking tot de Europol-verordening noemde het Voorzitterschap drie onderwerpen: 1. Lidstaten zijn het eens over de basistaken met de nodige flexibiliteit voor Europol. 2. Wat betreft gegevensbescherming gaf het Voorzitterschap aan dat het nieuwe compromisvoorstel tegemoet zal komen aan de wens van lidstaten om de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten nauw te betrekken. 3. Over de samenwerking met derde landen en andere organisaties wordt nog gesproken.
De meeste lidstaten, waaronder Nederland, gaven met betrekking tot de voorgelegde opties voor de mogelijke herziening van de wet- en regelgeving inzake Cepol aan er voorstander van te zijn dat de Commissie een apart voorstel voor een verordening indient om de wet- en regelgeving inzake Cepol te actualiseren.
De Commissie gaf aan een nieuw voorstel voor een Cepol-verordening te zullen doen. De taken van Cepol moeten, mede aan de hand van het Law Enforcement Training Scheme, worden geactualiseerd. Voorts wees de Commissie erop dat voor de verhuizing van Cepol geen apart budget is voorzien.
4. Diversen

- Informatie van het voorzitterschap over ter tafel liggende wetgevingsvoorstellen
Zie I onder 2.
Raad - niet wetgevende besprekingen
5. Nieuwe ontwikkelingen op JBZ-gebied

- Mondelinge presentatie door de Commissie
Het Voorzitterschap gaf op basis van eerdere overleggen in Coreper een overzicht van de onderwerpen waarvoor bij lidstaten in meerdere of mindere mate de wens bestaat om deze (verder) te ontwikkelen in een volgend meerjarenkader op JBZ-terrein. Er bestaat tussen lidstaten brede overeenstemming over de noodzaak van implementatie en consolidatie van het bestaande acquis, en van de convergentie van het asielbeleid in de diverse lidstaten ondersteund door praktische samenwerking. Ook een betere verbinding van de interne en de externe dimensie en de “meer voor meer benadering” bij het terugkeerdossier met daarbij betere samenwerking tussen de Europese Commissie en EDEO is veel genoemd door lidstaten. Verder staat ook betere informatie-uitwisseling in het kader van rechtshandhaving en grensbewaking hoog op de lijst van veel lidstaten, net als de EU beleidscyclus ernstige georganiseerde misdaad.
Het Voorzitterschap constateerde dat er ook verschillen bestaan in de door lidstaten gevoelde prioriteiten, waarbij compromissen niet uit te sluiten zijn. Dit geldt op asielterrein onder andere voor lastenverdeling, wederzijdse erkenning van asielbeslissingen en een pilot voor gezamenlijke behandeling van asielverzoeken. Verder zouden het visumdossier en terugkeer meer in samenhang bezien moeten worden met economische beleidsterreinen zoals handel. Er dient een betere balans gevonden te worden tussen individueel risico en algemene veiligheid. Ook over andere onderwerpen zoals migratiestromen, vrij verkeer, gegevensbescherming, terrorisme, radicalisering en corruptie is overeenstemming mogelijk volgens het voorzitterschap.
De Commissie meldde dat de mededeling, die binnenkort verschijnt, gebaseerd zal zijn op de vele input die de externe consultaties opgeleverd hebben en op de discussies met lidstaten. Uitgangspunt bij de voorstellen van de Commissie is dat de wetgevende pakketten (het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, het Schengenbestuur pakket, de Interne Veiligheidsstrategie en de Beleidscyclus ernstige georganiseerde misdaad) moeten worden geïmplementeerd en uitgevoerd. Tegelijk moet er aandacht zijn voor nieuwe uitdagingen. Daarbij denkt de Commissie in de eerste plaats aan het faciliteren van migratie voor economische groei, waarbij sectoren en beroepen die schaarste ondervinden moeten worden geïdentificeerd en toelating van hoogopgeleide migranten en intra EU mobiliteit van derdelanders moet worden gestimuleerd. Integratie is daarbij een belangrijk facet. Verdere speerpunten zijn wat betreft de Commissie onder andere het creëren van een aantrekkelijke Schengenruimte voor derdelanders ten behoeve van de Europese economie, vrijwillige terugkeer en de vermindering van illegale immigratie. Op asielterrein moet in het kader van de implementatie van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, de convergentie van het asielbeleid ondersteund worden door praktische samenwerking, met daarbij een rol voor EASO. Solidariteit en verantwoordelijkheid moeten in concrete maatregelen vertaald worden, waarbij de Commissie denkt aan relocatie van erkende vluchtelingen, gezamenlijke behandeling van asielverzoeken en het delen van opvangplaatsen. Ondanks de geboekte vooruitgang door de implementatie van de Interne Veiligheidsstrategie (IVS) en de Beleidscyclus ernstige georganiseerde misdaad, zullen de acties onder de IVS op de middellange termijn vanwege nieuwe uitdagingen herzien moeten worden. Verder beoogt de Commissie meer synergie te creëren tussen de doelen van het Binnenlandse Zakenbeleid en andere beleidsterreinen.
De lidstaten benoemden de voor hen belangrijkste punten. Deze liepen uiteen, al kwamen er wel enkele rode lijnen uit, en was conform de door het Voorzitterschap genoemde eerdere inbreng.
Staatssecretaris Teeven gaf aan het van belang te vinden dat alle lidstaten het asielacquis van de EU volledig implementeren en hun asielstelsel goed op orde hebben. Harmonisatie van het asielbeleid staat voorop. Niet door meer wetgeving maar door betere afstemming van het nu uiteenlopende asielbeleid van 28 lidstaten. Hier ligt ook een rol voor het EASO. Wat betreft de arbeidsmarkt ziet Nederland alleen een rol voor de EU waar het gaat om intra EU mobiliteit voor hoog gekwalificeerde migranten. Het overige is primair een verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf. Migratie en integratie zijn nauw met elkaar verbonden. Op het gebied van grensbewaking en visumverlening moeten bonafide reizigers zo veel mogelijk worden gefaciliteerd bij hun reis naar de EU, zonder daarbij in te boeten aan veiligheid.
Er bleek tussen lidstaten brede overeenstemming te bestaan over het belang van implementatie en consolidatie van de reeds bestaande regelgeving, en verdere convergentie van het asielbeleid. De intensivering van de samenwerking met derde landen op het terrein van terugkeer stond bij veel lidstaten op het verlanglijstje. Ook was er veel aandacht voor de bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel, en werd het belang van slimme grenzen en van integratie door verschillende lidstaten onderstreept. Ook goede vormgeving van het visumbeleid, de bestrijding van corruptie, radicalisering en cybercriminaliteit werd door enkele lidstaten genoemd. Over verschillende onderwerpen bleek verschil van inzicht te bestaan. Zo gaven lidstaten een andere lezing aan solidariteit op het asielterrein; bepaalde lidstaten zien het graag beperkt tot inzet van fondsen en bijstand via agentschappen, andere lidstaten wensen aanvullende maatregelen zoals wederzijdse erkenning, relocatie en humanitaire toegang. Veel lidstaten waren terughoudend op het terrein van arbeidsmigratie, anders dan de Commissie en enkele lidstaten.
De EDEO gaf aan blij te zijn met de door enkele lidstaten en de Commissie genoemde link tussen de interne en externe dimensie van Binnenlandse Zaken en het buitenlands beleid. De EDEO wil ook meer samenwerking tussen EDEO, de Commissie, lidstaten en agentschappen, en specifiek met de EU-delegaties.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina