4. De boodschap van de verrijzenis 1 De dood, een vriend van het leven?



Dovnload 26.12 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte26.12 Kb.
4. De boodschap van de verrijzenis

4.1 De dood, een vriend van het leven?
Het tijdelijke met het eeuwige wisselen.
De levensduur is beperkt. Daarom is het leven dat je geschonken wordt zo waardevol. De dood maakt je duidelijk dat ieder uur, iedere dag, ieder jaar van je leven kostbaar is. Ieder ogenblik kan het begin van het laatste uur. De dood zegt dat je het leven niet mag uitstellen: niet tot het weekend, niet tot de vakantie, niet tot na het pensioen.

Leven is altijd hier en nu! Je kan niets terughalen van wat je hebt laten voorbijgaan: geen enkele minuut, geen enkel uur. Je kan het leven niet overdoen. Het leven is vergankelijk.


Wij zijn tijdelijk en deze tijd is onherroepelijk.
Ik ga nooit stappen zonder me te realiseren dat ik er de volgende dag misschien niet meer zal zijn. Toch kan niemand van me zeggen dat ik een somber en verdrietig mens ben.

Wolfgang Amadeus Mozart
Als je nog een dag te leven had.
Hoe vaak leef je er maar op los? Hoe vaak leef je erop los zonder te bedenken dat het de laatste dag kan zijn? Hoe vaak leef je er levenslustig op los zonder je bezig te houden met de dood? Hoe vaak doe je alsof de dood je niet kan deren, alsof je nog alle tijd van de wereld hebt?
Als je nog een dag te leven had…

Wat zou je doen als je nog maar 24 uur, 1440 minuten, 86.400 seconden te leven had.


Men kan het aan jou vragen. Enkele mensen gaven er volgend antwoord op.
Alle dingen die tot nu toe mijn leven bepaalden, zouden mij op slag onbelangrijk lijken. Ik zou mij afvragen of er leven na de dood is. Eigenlijk kan ik me totaal niet voorstellen dat mijn leven niets meer zou zijn dan die paar armzalige jaren. Maar de vraag naar de zin van het leven is een andere kwestie. Over het algemeen denkt men niet na over de dood. Men leeft er gewoon op los. En toch is elke dag op zichzelf kostbaar.

Agnes, 45 jaar
En dan, als mijn tijd er bijna op zit, zou ik in mijn auto stappen en zolang rijden tot het zover is. Bidden? Aan God denken? Ik verwacht geen hoop of hulp van God. Mijn ouders zijn vijf jaar geleden omgekomen bij een verkeersongeval. Waar was God toen?

Serge, 20 jaar.
Vraag: wat zou jij doen als je nog maar één dag te leven had?


De dood is niet het laatste
Onze eindigheid is tevens de kans van ons leven. De dood, die een grens stelt aan ons bestaan, begrenst de tijd. Zo krijgt elk ogenblik van je leven zin plaats en zijn betekenis: ieder mens heeft betekenis. Niets en niemand is onbelangrijk of waardeloos. Elk leven is kostbaar.
De mens heeft er altijd naar verlangd dat niet alles zou vergaan. De dood is niet het laatste – in de dubbele betekenis van het woord. Dat is de belofte van alle godsdiensten. Of is het slechts een troost – omdat mensen niet kunnen berusten in de dood?

Voor veel mensen is de dood blijkbaar niets anders dan het einde. Daarna komt er niets meer. Steeds minder mensen geloven in de christelijke boodschap van de verrijzenis. Zelfs christenen geloven niet allemaal in een leven na de dood.


Ik vind het niet erg om dood te gaan.

Ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt.

Woody Allen
4.2 Is er leven na de dood
Op zoek naar zingeving
In het zoeken naar zingeving kan het geloof of de levensbeschouwing een voorname rol spelen. Hiermee wordt niet gesuggereerd dat het geloof pasklare antwoorden aanreikt aan mensen in verdriet.

Met het aandragen van God of pasklare antwoorden kan de uiting van verdriet veeleer worden afgeremd en de rouwverwerking gehinderd.



Het is ook niet zo dat gelovige mensen er per definitie gemakkelijker toe komen het verlies van een dierbare te verwerken dan ongelovigen.
Vanuit een gelovige levenshouding wordt men echter uitgenodigd dood en lijden in een breder perspectief te plaatsen. Er is niet alleen verlies, maar ook hoop en verwachting op een herenigd worden in het hiernamaals.

Er is niet alleen gebrokenheid, maar ook een verwijzing naar verbondenheid over de grenzen van het leven heen.

Een geloofsvisie kan helpen om het sterven van een dierbare niet te beleven binnen het verhaal van de eigen levensgeschiedenis. Men wordt in het geloof uitgenodigd het verhaal tussen de wieg en het graf te zien als iets dat deel uitmaakt van een breder onderliggend verhaal van mensen, dat zij door de eeuwen heen aan elkaar hebben doorgegeven, zoals met name het verhaal van God met de mensen.
Geloof verenigt mensen ook vaak in een geloofsgemeenschap waarin zorg en steun worden ervaren. In de gelovige rituelen bij afscheid wordt geprobeerd iets te verwoorden van de verbondenheid met een breder levensverhaal. Tevens kan ook worden opgeroepen tot steun en verbondenheid in het verdriet. Men kan mensen zowel inzicht als steun aanreiken om te komen tot een gezonde uiting van verdriet. Sommige rouwenden hebben grote moeite met het beeld van een rechtvaardige God. Hun agressie en opstandigheid kunnen zich dan ook op God richten. Het is zeer belangrijk dat deze agressie kan worden geuit als een normaal gevoel in elke rouwverwerking.
Het is zelden gepaste troost om met religieuze woorden en aanbevelingen te komen, in plaats van aandachtig te luisteren naar de manier waarop rouwenden zelf houvast zoeken in hun geloof. Of in hun verbijstering het geloof afwijzen. Men mag niet vergeten dat een rouwende op de eerste plaats mens is, op de tweede plaats man of vrouw of kind, en dan gelovige. pas als men weer mens wordt en man of vrouw, doorheen het verdriet, komt men ook gaandeweg weer toe aan gelovig-zijn. Verdriet en rouw hebben veel weg van een verbroken verbinding.

Pas op het moment dat de draden weer worden vastgemaakt aan die van de andere mensen, waardoor de rouwende weer begint te leven en een zekere warmte in de menselijke contacten kan ervaren, pas dan herleeft ook de mogelijkheid contact met de Andere te maken. Dit houdt een pleidooi in om de rouwenden niet te snel met religieuze taal te overladen, maar om iets van de verbondenheid die het geloof uitdrukt, te laten voelen in tastbare aanwezigheid, in een luisteren contact. God heeft tenslotte heen andere handen, ogen en oren dan deze van de medemens.


Vraag: Is het voor gelovige mensen gemakkelijker om een verlieservaring te verwerken?


Vraag: In welke zin kan het geloof een positieve rol spelen bij het verwerken van verdriet en rouw?


Vraag: Is het altijd gepast om mensen te troosten met religieuze woorden?

De boodschap van de verrijzenis
In het christendom, dan meer dan 1,7 miljard aanhangers telt, vormen de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven de laatste twee artikelen, van het Credo of de geloofsbelijdenis.

Christenen geloven dat de bevrijdende boodschap van Jezus niet alleen voor het leven op aarde bedoeld is maar ook over de dood heen reikt. Christenen van alle tijden hebben geprobeerd te leven zoals Jezus. Ze zijn gestorven maar hebben geleefd in het geloof dat ze, net als Hij, zullen opstaan uit de dood en eeuwig zullen leven bij God.

De christelijke boodschap over een leven na de dood bij God berust niet op wetenschappelijke kennis maar op het geloof in een liefdevolle God die mensen niet in de steek laat, zelfs niet in de dood. Het is een geloof dat arm is aan weten maar rijk aan hoop. Daarom zijn er steeds veel vragen en twijfels gerezen en is het ook vandaag geen eenvoudige boodschap.
De mens zal zich altijd afvragen wat er na de dood met hem gebeurt. Er leven vele vermoedens, verlangens en vragen hierover.


  • Hoe ziet het leven er na de dood uit?

  • Blijven we als geest verder leven?

  • Is er een scheiding van lichaam en ziel?

  • Blijven we voortleven in gedachten en werken?

  • Leven we verder in nageslacht?

  • Is er een wedergeboorte?

Jezus maakt duidelijk dat de opstanding uit de dood wel degelijk bestaat. Wij mensen zullen dan anders zijn. Niet alleen onze geest zal verrijzen, ook ons lichaam. Maar hoe?

Als we spreken over een leven na de dood kunnen we er niet omheen: de mens sterft en zijn lichaam vergaat of wordt verbrand. Er blijft niets meer over. Hoe kan dan een lichaam verrijzen?

We zullen niet hetzelfde lichaam hebben als tijdens ons leven, want dat lichaam is sterfelijk. Het zal een onsterfelijk lichaam zijn. Maar hoe moeten wij ons dit lichaam voorstellen? Hoe kunnen de miljarden mensen uit de geschiedenis van de mensheid verder leven in een eeuwig leven? Waar is er plaats voor hen?

Er is maar één zekerheid in een mensenleven en dat is dat we eens moeten sterven. Hoe we aankijken tegen de dood en een leven na de dood is heel verschillend. Zelfs binnen het christendom is er verscheidenheid.

Sommige christenen hebben het moeilijk om te geloven in de verrijzenis en houden het bij het leven. Er zijn christenen die het idee van reïncarnatie aantrekkelijk vinden. Heel wat christenen geloven dat ze bij God zullen verder leven.

Vanaf het begin hebben christenen zich afgevraagd hoe ze zich het leven na de dood moesten voorstellen. In één van de eerste christengemeenten in de stad Korinthe, vond eens een gesprekplaats tussen Paulus en leden van de gemeenten. Het werd als volgt overgeleverd:
Maar, zal wellicht iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor een lichaam komen ze terug? Dwaze vraag! Ook waar je zelf zaait, moet eerst sterven voor het tot leven komt, en wat je zaait is een korrel, bijvoorbeeld van tarwe of iets dergelijks, en het heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. God geeft er vorm aan zoals Hij het heeft gewild en wel aan elke zaad zijn eigen vorm. Ook is niet elk soort vlees hetzelfde. Er is verschil tussen vlees van mensen en dat van dieren, van vogels en van vissen. En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans van de hemelse is anders dan die van de aardse. De stralen van de zon zijn anders dan die van de maan, en die van de sterren zijn weer anders, zelfs de ene ster verschilt van de andere in schittering. Zo is het ook met de opstanding van de doden: wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat gezaaid wordt in oneer, verrijst in glorie; wat gezaaid wordt in zwakte, verrijst in macht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Als er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. (…)

Ik bedoel dit, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen geen deel krijgen aan het koninkrijk van God: het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid (…) Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid

1 Korintiërs 15,35-44.50.53
Met dit antwoord maakt Paulus duidelijk dat we ons niet precies kunnen voorstellen hoe uit ons sterfelijk lichaam een onsterfelijk gedaante kan ontstaan. Geen enkele wetenschap kan ons op dit vlak verder helpen. Alleen beelden en gelijkenissen kunnen een tipje van de sluier oplichten. Zoals het beeld van de graankorrel uitdrukt dat het zaadje eerst moet sterven voordat er iets heel nieuws kan groeien, zo komt ons nieuwe leven voort uit ons huidige, oude leven. En we hopen dat we elkaar weer ontmoeten in de gemeenschap met God.
Vraag: Wat gebeurt er na de dood volgens Paulus.


Opdracht: Op welke manier zou jij afscheid nemen van iemand die je

dierbaar is? Kies uit onderstaande opdrachten.

Maak een gedachtenisprentje of een doodsbericht voor een krant of

een doodsbrief.

Bepaal zelf het ganse verloop van de begrafenis vanaf de

begroeting aan huis tot en met de koffietafel.



Maak een afscheidsgebed of tekst.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina