5. Wonen en zorg



Dovnload 32.4 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte32.4 Kb.
Onderdelen sociale paragraaf van de prestatieafspraken met de woningcorporaties in Leeuwarden:
5. Wonen en zorg

In het Masterplan Woonservicezones zijn afspraken opgenomen om te komen tot realisatie van 13

woonservicezones. De zogenoemde nultredewoningen en zorgwoningen maken hier onderdeel van uit.

O.m. is het aantal benodigde nultredewoningen per wijk voor de periode tot 2015 opgenomen. Om in

de behoefte te voorzien is nieuwbouw en aanpassing van de bestaande voorraad nodig.

Productieafspraken hieromtrent zullen dit jaar gemaakt worden.

CHF is projectcoördinator van drie woonservicezones: Cammingaburen, Zuiderburen en Zuidlanden.

De uitwerking van het Masterplan kent een eigen traject. In dit kader kan verwezen worden naar de

door partijen ondertekende Raamovereenkomst c.q. Masterplan.

De Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) zal per 1-1-2007 worden ondergebracht in de W.M.O. De

doelstellingen en toepassingen van de WVG komen daarmee nog nadrukkelijker onder regie van de

gemeente te vallen. Een belangrijk deel van de woningaanpassingen vindt plaats binnen het corporatieve

bezit. Overeengekomen wordt ernaar te streven om in gezamenlijkheid de inzet van WVG / WMO middelen

te optimaliseren, voor waar het corporatieve woningen betreft. Daartoe zullen tussen partijen nadere

afspraken worden gemaakt die per 1-1-2007, of zo spoedig mogelijk daarna, effectief zullen zijn.
6. Bijzondere doelgroepen
6.1. Souterrain

Op dit terrein speelt een aantal ontwikkelingen die als achtergrond resp. kader kunnen worden

genoemd voor de prestatieafspraken:

• het rapport van de WRR ‘Vertrouwen in de buurt’, in het bijzonder de rol die woningcorporaties wordt

toebedeeld bij de ‘sociale herovering van de buurt’;

• het SEV-rapport ‘Wonen aan de onderkant;’

• de aansporing van de minister van VROM aan de woningcorporaties om meer woonvoorzieningen te

creëren voor de ‘onderkant van de woningmarkt’ (Brief aan Tweede Kamer van 18 september 2005);

• de ‘Kadernota veiligheid’ van maart 2005’ en de nota ‘Woonoverlast’ van augustus 2005 van de

gemeente Leeuwarden;

• het onderzoeksrapport ‘Aanvullende woonproducten’ van november 2005;

• de intentieverklaring, gericht op de zorg voor mensen met woonproblemen en de aanpak van woonoverlast,

die in februari j.l. is ondertekend tussen Aedes Friesland, de Vereniging van Friese gemeenten

en de samenwerkende instellingen voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg in Friesland;

• de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) op grond waarvan de gemeente de verantwoordelijkheid

draagt c.q. over budgetten beschikt voor de opvang, huisvesting van en het bieden van perspectief

aan specifieke kansarme groepen als dak- en thuislozen, verslaafden en psychiatrische patiënten.

CHF en de gemeente leggen vast dat de hiervoor genoemde intentieverklaring geldt als uitgangspunt voor

de nadere afspraken die zij met elkaar willen maken. Doelstelling daarbinnen is dat CHF mede zorgdraagt

voor een woonaanbod dat passend is voor de gespecificeerde doelgroep, onder meer in de vorm van

wonen-met-begeleiding, wonen-voor-afwijkende-woonstijlen en sociaal pensions, en dat de gemeente

een faciliterende rol heeft. Specifiek komen partijen overeen dat:

1. CHF op jaarbasis een nader te bepalen aantal huurwoningen beschikbaar stelt voor de uitstroom van

de maatschappelijke opvangvoorzieningen in Leeuwarden, waaronder de vrouwenopvang (zie 4.2.);

2. CHF meewerkt aan het beschikbaar stellen van een nader te bepalen aantal sobere wisselwooneenheden

voor personen die recent zijn ontslagen uit een detentie-inrichting en in Leeuwarden worden

gehuisvest;

3. CHF meewerkt aan het realiseren van een nader te bepalen aantal sobere woonvoorzieningen voor

jongeren die een gecombineerd aanbod ‘wonen-werken-begeleiding’ krijgen;

4. CHF in de periode 2006 tot en met 2009 een nader te bepalen aantal wooneenheden realiseert in

nieuwbouw, dan wel door verbouw van bestaande panden, dat voldoet aan behoeften van mensen

voor wie het gebruikelijke woningaanbod teveel problemen en overlast oplevert.

Hieronder wordt – niet limitatief – verstaan het realiseren van wooneenheden voor alleenstaanden

die slechts in staat zijn een eenvoudige en in omvang beperkte woonruimte te bewonen; (grote)

gezinnen met afwijkend woongedrag die in woonbuurten moeilijk zijn te handhaven; zonderlingen

en kluizenaars; en vergelijkbare personen welke gerekend worden tot de doelgroep van de zogenaamde

‘skæve huse’.

5. de nader te bepalen aantallen vóór 1 januari 2007 in onderling overleg worden vastgesteld;

6. de gemeente de onder 1 t/m 4 genoemde initiatieven binnen haar mogelijkheden faciliteert door de

inzet van middelen op grond van de WMO;

7. de gemeente tevens een adequate bijdrage levert aan het vinden van locaties, het verkrijgen van de

benodigde vergunningen en het verkrijgen van een aanvaardbaar draagvlak onder de bevolking;

8. voor zover bewoners van de hierboven genoemde wooneenheden niet volledig zelfstandig kunnen

wonen, er tussen de woningcorporatie en de organisaties voor maatschappelijke opvang afspraken

worden gemaakt over woonbegeleiding.

9. de gemeente toeziet op de totstandkoming van dergelijke afspraken en binnen haar mogelijkheden

bijdraagt aan de financiering, dan wel een dergelijke financiering bepleit bij het verbindingskantoor

voor de AWBZ (Zorgkantoor).
6.2. Woonwagens

CHF exploiteert alle in Leeuwarden aangelegde standplaatsen voor woonwagens. Dat geldt –

indien aanwezig – ook voor huurwoonwagens.

CHF spreekt de bereidheid uit mee te denken in oplossingen m.b.t. het terrein voor kermisexploitanten

in het Abbingapark.

Samen met de gemeente zal in de komende jaren onderzoek worden gedaan naar de behoefte naar

standplaatsen en woonwagens, en in het verlengde daarvan de (druk op de) wachtlijsten.
7. Leefbaarheid

De gemeente Leeuwarden heeft met de raadsnotitie “verbetering gebiedsgericht werken” (september

2004) een belangrijke stap gezet in het gebiedsgericht werken van de organisatie. Deze vorm van

werken is ook gericht op het stimuleren van bewonersparticipatie, ondermeer door de versterking van de

rol van de wijkpanels in het maken van afspraken over sociaal, “schoon, heel en veilig”. Als neerslag van

die gebiedsgerichte samenwerking tussen wijkpanels en de gemeente zijn in februari van dit jaar de wijk/

dorpprogramma’s 2006 gepubliceerd. Daarin zijn m.b.t. de leefbaarheid per wijk weergegeven de kerngegevens,

de activiteiten van de gemeente, de activiteiten van het wijkpanel alsmede de visie en de wensen

van het wijkpanel. Bedoeling is dat deze programma’s jaarlijks geactualiseerd worden.

Ook de woningbouwcorporaties krijgen een belangrijke rol bij het bevorderen van de leefbaarheid in de

wijken. Daarover worden tussen partijen nadere afspraken gemaakt, in het kader van gezamenlijk te

ontwikkelen gebiedsgerichte visies. De wijkprogramma’s kunnen daarvoor leidraad zijn.

Van CHF-zijde is het idee aangedragen om in gezamenlijkheid met collega-corporatie NWF een experiment

te starten, waarbij in een breed perspectief onderhoud en beheer van een wijk ter hand worden genomen

door de corporatie(s). Er zijn kontakten gelegd met de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting in Rotterdam

om dit project te ondersteunen. CHF en NWF werken een notitie over dit onderwerp uit in 2006.


7.1. Kwaliteit openbare ruimte

De gemeente maakt door middel van beheerplannen inzichtelijk wat de visie is op het groenbeheer

in een wijk en het (cyclisch) onderhoud van de infrastructuur.

Met betrekking tot het openbaar groen maakt de gemeente onderscheid in structureel groen en snippergroen.

Structureel groen is noodzakelijk voor:

• een stadsbrede ecologische hoofdstructuur, die zorgdraagt voor verbinding van en uitwisseling van

flora en fauna tussen de verschillende parken, recreatie- en natuurgebieden;

• alle (ook ondergrondse) openbare voorzieningen.

Het andere groen, het snippergroen, kan in principe in aanmerking komen om te worden overgedragen

aan de corporaties. CHF zal binnen haar bezit inventariserend onderzoek doen, en in het verlengde

daarvan met voorstellen richting gemeente komen.

Tussen corporaties en de gemeente lopen al afspraken over het verwijderen van graffiti. Deze afspraken

voldoen goed in de praktijk en worden gecontinueerd. Waar mogelijk worden ze geïntegreerd in de

gezamenlijk te ontwikkelen gebiedsgerichte aanpak.

Als opstart van die – naar intentie in de toekomst groeiende - gezamenlijke aanpak is afgesproken dat

(op voorstel van CHF) 3 prioritaire wijken worden benoemd, waar op korte termijn de wijkschouw door

beide partijen tezamen wordt verricht. Beide partijen zullen hun bijdrage leveren aan de benodigde

financiën die betrekking hebben op hun werkterrein.

Met betrekking tot de cyclische wijkschouwen en de toekomstige rolverdeling tussen partijen worden in

2006 procesafspraken gemaakt. Deze zullen van kracht zijn met ingang van 2007. Jaarlijks voor 1 juli zullen

dan de resultaatafspraken voor het opvolgende jaar in kaart worden gebracht.

Het groeiende probleem van zwerfvuil wordt door een gezamenlijke inspanning van beide corporaties en

de gemeente in kaart gebracht worden. Hieruit moeten voorstellen ontwikkeld worden voor een verbeterde

aanpak per 2007.


7.2. Veiligheid

Naast de raakvlakken met hoofdstuk 6 wordt hierbij met name gedacht aan het (landelijke)

Keurmerk Veilig Wonen. Deze regeling richt zich op zowel de woning als de woonomgeving, met als doel

het door een zorgvuldig ontwerp en beheer van de te bouwen woningen en/of de omgeving de kans tot

crimineel gedrag te verminderen of te ontnemen.

Op woningniveau is het Keurmerk ingevoerd in het Bouwbesluit. In het kader van stedelijke vernieuwing

is in het wijkontwikkelingsprogramma Vrijheidswijk als doelstelling opgenomen het zoveel mogelijk

wijkbreed verkrijgen van het Keurmerk Veilig Wonen.

Ondanks de meerwaarde die aan implementatie van het Keurmerk wordt toegekend, is het niet altijd

mogelijk om aan alle eisen ervan te voldoen. Partijen spreken wel uit te streven naar veilig wonen in een

veilige woonomgeving, zowel in bestaande als in nieuwe situaties en op wijkniveau hierover afspraken

te willen maken.


7.3. Sociale kwaliteit

Voor de leefbaarheid van een wijk moet er niet alleen aandacht besteed worden aan fysieke,

maar ook aan de sociale en culturele kwaliteit. Traditioneel is dat het domein van de gemeente die

daartoe welzijnsorganisaties faciliteert. Partijen constateren, dat - als gevolg van allerlei maatschappelijke

ontwikkelingen - de sociale cohesie in wijken onder druk staat en dat er onvoldoende integraal gewerkt

wordt in het buurt- en welzijnswerk. Om te voorkomen, dat wijken (verder) “afglijden” en om te bereiken,

dat er met de beschikbare middelen een optimaal resultaat bereikt wordt, is het noodzakelijk hierin te

investeren. De beleidsintenties van CHF en de gemeente vertonen op dit punt grote overeenkomsten.

Om deze reden willen partijen afspraken maken over een gezamenlijke aanpak in de vorm van het

instrument van sociale gebiedsprogrammering en bewonersparticipatie. Belangrijk element daarin is, dat

er sprake is van een duidelijke integrale aanpak van de verschillende welzijnselementen in de wijk, maar

ook van een integrale aanpak sociaal-fysiek. Een sterke gebiedsgerichte regie is daarvoor noodzakelijk.

In de WMO is het prestatieveld ‘sociale samenhang en leefbaarheid’ opgenomen. Dit onderstreept de

verantwoordelijkheid en faciliterende rol van de gemeente op dit terrein.


7.4. Ontwikkeling en beheer wijkaccommodaties /multifunctionele centra

De overdracht van eigendom, beheer en/of onderhoud van dit type vastgoed is al langer onderwerp van

gesprek tussen corporaties en gemeente. De gemeente zal in 2006 ter zake haar visie presenteren.

Onderdeel daarvan zal ook zijn de toekomst van de huidige buurtaccommodaties. Een en ander kan leiden

tot nadere afspraken met de corporaties over de wijze van ontwikkeling, eigendom, onderhoud en

beheer van het gemeentelijke maatschappelijke vastgoed. Deze afspraken zullen voor 1 juli 2007 worden



vormgegeven, mede in het licht van de in paragraaf 2.4 genoemde stedelijke vernieuwing en herstructurering.

CHF zal zich hierbij baseren op haar recent tot stand gekomen SVB.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina