6 Emtb januari 2003 Pad van de hamer



Dovnload 51.78 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte51.78 Kb.

6 Emtb januari 2003

Pad van de hamer
Het pad van de hamer leidt je binnen in de vraagstelling rond arbeid: Wat wil je later worden? Aan welk beroep denk je. In je groepje hield je een schrijfgesprek.

De Vrager gaf je als stelling mee: Je leeft niet om te werken, je werkt om te leven.


Hannelore, Julie, Evelien en Charlotte schreven:

We gaan akkoord met de stelling ‘Je leeft niet om te werken, je werkt om te leven’. Er is meer in het leven dan werken. Werken zorgt ervoor dat je geld hebt en dat maakt het leven comfortabel. Er zijn ook nog vrienden, familie en gezin waaraan je aandacht moet besteden. Je moet ook tijd nemen voor jezelf, om te ontspannen, je leeft namelijk maar één keer. Als je aan ontspanning doet dan zorgt dit ervoor dat je opnieuw de kracht hebt om je terug in je werk te storten. Het is natuurlijk ook belangrijk dat je van je werk houdt, want dan doe je je werk beter en kan je zo veel meer voldoening bereiken.


Elke, Ian, Jochen en Alexander meenden:

Je leeft niet om te werken, maar je werkt om te leven. De Westerse maatschappij beweegt ons er toe om meer en meer te werken, maar we mogen er niet aan toegeven. Ieder probeert voor zichzelf uit te maken welke waarden hij wil respecteren.

Wie te veel werkt,leeft niet echt meer. Je kan ook overdrijven, door geen aandacht meer te besteden aan vrienden en familie. Je maakt jezelf kapot. Werken en geld verdienen zijn nodig, maar ze mogen niet als enige je leven beheersen. Er moet een evenwicht zijn tussen werk en ontspanning.

Voor sommige mensen is het werk ontspannend. Wie van zijn hobby zijn werk kan maken, zal tevreden zijn met zijn leven. Het is voor ons ondenkbaar dat we later een job zullen uitvoeren waar we ons niet in kunnen vinden. We hopen dat we een gezonde interesse zullen hebben in onze latere job, want dit zal bijdragen tot ons geluk en onze gevoelens.

Elise, Ellen, Sarah en Lies stelden:



Over de stelling ‘Je leeft niet om te werken, je werkt om te leven’ zijn we het bijna allemaal eens. Ellen gaat niet akkoord, want als je werkt om te leven dan toont dat aan dat je je job niet graag doet; maar als je leeft om te werken, dan voel je je goed

in je vel en doe je je werk 100% graag.

De rest gaat akkoord, want om te kunnen leven moet je werken en het is mooi meegenomen als je je werk graag doet. De dag van vandaag hebben we meer mogelijkheden en hebben we meer kans om werk te vinden dat we graag doen.

Kevin, Liselotte, Sigrid en Annelies schrijven:



We vinden dat je moet werken om het leven te bekostigen, maar niet om zo het leven te vullen. Werken is noodzakelijk en belangrijk in het leven: je verrijkt zo je zelfvertrouwen en je kan levenservaring opdoen. Je leert ook beter omgaan met mensen en je neemt zo plaats in onze maatschappij.

Het is daarentegen belangrijk dat je zeer veel tijd besteedt aan je gezin en aan je eigen behoeften en verlangens. Je moet tijd vrijmaken om het leven te ontdekken.

Leven om te werken’ is ook niet zo evident voor de mensen om je heen. Niemand leeft graag samen met een workaholic. Het leven is immers meer dan geld verdienen. Als oplossing kan je bijvoorbeeld parttime gaan werken.



Gaan werken heeft de mens het gevoel dat hij nuttig is en dat hij een bepaalde waarde heeft in onze maatschappij. We kunnen dus besluiten dat werken niet alles is in ons leven, maar wel een belangrijke factor waar we zeker moeten mee rekening houden.

Jonas, Steven, Steven en Wim besluiten:



Die stelling klopte vroeger toen er een veel grotere groep armen waren en omdat er dan geen instellingen waren zoals de sociale zekerheid en de ziekenkas.

Nu echter werk je niet meer om in leven te blijven, maar om een goed en gelukkig leven te hebben. Als je nu geen job hebt kan je bij verschillende instellingen terecht die je helpen en steunen. En als je nu geen werk hebt zal je er niet van sterven.

Pad van het oog

Het pad van het oog introduceert de vraagstelling rond geluk en lijden. Bij de Vrager kreeg je een denkoefening: Stel je even voor dat je een jaar lang moet doorbrengen op een onbewoond eiland. Je mag vijf ‘dingen’ meenemen, op voorwaarde dat je die vijf ‘voorwerpen’ zelf in je beide handen kan dragen. Wat neem je mee?
Kevin, Sigrid, Lieselotte en Annelies openen het gesprek:

Kevin : fotoalbum, snoep[en voegde daar later aan toe : boek, lief]

Sigrid : zakmes, lief, tent, fototoestel en slaapzak

Lieselotte: album, tent, lief, rugzak en GSM

Annelies: lief, tent, zwitsers zakmes, tandenborstel en een dik boek.
Alexander, Elke , Jochen en Ian vervolgen:

Alexander: laptop met internet, tandenborstel, tent, pen en papier

Elke: kat, pen, zonnecrème, duikbril en cursusblok

Jochen: Playstation II, TV, laptop met internet, tandenborstel en tent

Ian: TV, laptop, playstation, hond en rugzak

[vier celibatairen??]


Steven, Steven, Jonas en Wim vullen aan:

Er heerst een consensus in de groep : 1° De bijbel, 2° een mooie vrouw, 3° een paternoster, 4° een zakmes, 5° een TV [opmerking: Dit is duidelijk een kluif voor Sigmund Freud, of had George’s Orwell’s 1984 er iets mee te maken?]
Charlotte, Evelien, Julie en Hannelore kozen voor:

Charlotte : muskietnet, zakmes, GSM, lucifers en tandenborstel

Evelien: GSM, lucifers, tandenborstel, zeep, foto

Julie : vishengel, zakmes, bikini, goeie schoenen en muskietnet

Hannelore: foto, zakmes, lucifers, touw en ziel

[nog vier celibatairen dus]


En tenslotte Lies; Sarah, Ellen en Elise:

Lies: zakmes, vergrootglas, touw, kookpot en aangepaste kledij

Sarah: hangmat, zakmes, duikbril, zonnecrème en muggenmelk

Ellen: laptop, GSM, bikini, zonnemelk en zeep

Elise: radio-wereldontvanger, vislijn, zonnecrème, lichaamshygiëne en teddybeer

Pad van de bron

Het pad van de bron stelt de vraag naar de oorsprong van alles. De Vrager legde je een stelling voor: ‘De mens is een vergissing in de evolutie. Hij is het enige dier dat zichzelf en zijn soortgenoten met alle middelen om zeep helpt.’
Steven, Jonas, Steven en Wim openen de debatten:

De stelling is fout. Er zijn dieren, zoals de kerkuil, die hun eigen kinderen opeten als ze geen eten vinden. De natuur is een grote evolutie met de mens als superieur wezen.

De mens kan een vergissing van de evolutie worden als hij niet op het rechte pad wordt gehouden (door God, vrienden en familie)

Ieder mens heeft goede en slechte kanten en door omgevingsfactoren kunnen de goede of slechte kanten geaccentueerd worden

Iedereen is een kind van God volgens de Bijbel, maar de Bijbel zegt ook dat God zich niet vergist.

Hannelore, Julie, Evelien en Charlotte pikken in;



Langs de ene kant is de mens toch een vergissing in de evolutie. Hij maakt de hele wereld kapot maar van de andere kant heeft hij wel de wereld opgebouwd ook.

Toch begint het nu nogal uit de hand te lopen, vb. klonen, baby’s op bestelling enz. Als het zo negatief blijft evolueren is het mogelijk dat we tot een dystopia (Brave New World) komen.

Toch is er nog hoop, stel dat de mensheid verstand begint te krijgen, kunnen we de wereld misschien nog redden. Toch denk ik dat het uitstel van de ondergang zal zijn.
Elke, Alexander, ian en Jochen vervolgen:

Wij geloven dat de mens in feite de kroon op het werk van de schepping is. We denken dat de mens wel goede bedoelingen heeft en dat ons groepsgevoel uniek is. Het is niet omdat we zo trouw zijn aan de groep dat we tegen de andere zijn. We identificeren ons met de rest van de groep. Het altruïsme van elke mens draagt bij tot het egoïsme van de groep. We zijn niet gemaakt om anderen te moorden of te kwetsen, maar vanuit onze ideologie kanten we ons soms tegen de anderen.

Velen van ons worden door de norm overtuigd. Soms hebben we niet dezelfde idealen, maar we doen toch mee om onszelf te beschermen.
Elise, Lies, Sarah en Ellen schrijven:

Deze stelling is gedeeltelijk waar. Het is waar dat hij zichzelf en zijn soortgenoten om zeep helpt, maar we zijn geen vergissing in de evolutie. We zijn zoals we zijn. We zijn totaal niet perfect, maar niets op deze wereld is perfect. De reden waarom de mens zichzelf en de anderen om zeep helpt is het egoïsme en egocentrisme van het menselijk ras. Het materialisme en de overbevolking zijn hiervoor ook een reden.
Kevin, Lieselotte, Sigrid en Annelies besluiten:

De mens maakt inderdaad veel dingen in onze wereld kapot. Daar dat wil nog niet zeggen dat de mens een vergissing van de evolutie is. De mens heeft ook vele mooie dingen bereikt, vb: de geneeskunde. Het is de bedoeling dat wij leren uit onze fouten en dat kan alleen als we over onze fouten nadenken.

Pad van de zee

Het pad van de zee brengt je op de vraag van de toekomst. De Vrager nodigde je uit om na te denken over ‘Stel dat je nog een week te leven hebt; Wat zou je in die week doen?’
Sigrid, Kevin, Annelies en Lieselotte bijten de spits af:

Kevin: Ik zal al mijn geld van de bank halen. Ik zal al mijn vrienden optrommelen en ze

uitnodigen voor een reis naar Spanje. Ik zal er veel aan het strand gaan wandelen en nadenken over mijn leven en wat ik bereikt heb. Ik zal ook herinneringen ophalen en al mijn vrienden bedanken, omdat ze me mijn hele leven gesteund hebben.

Lieselotte: Ik wil samen met familie en vrienden drie dagen weggaan op reis naar warme

oorden. Ik zou nog profiteren van mijn geld en de rest wegschenken. Ik zal spannende dingen doen, die ik altijd al had willen doen. Afscheid nemen van iedereen en de laatste dagen blijven feesten.

Sigrid: Ik zal veel tijd doorbrengen met vrienden en familie en afscheid nemen van iedereen.

Ik zal nog feesten met iedereen die ik gekend heb en later nog een feestje geven voor de beste vrienden en op die manier afscheid nemen.

Annelies: Tijd doorbrengen met familie en vrienden; plezier maken, praten over vroeger; een

echt feest zou ik niet geven, dat zou waarschijnlijk te pijnlijk zijn; nog dingen doen die ik altijd had willen doen, vb. parachutespringen, benjisprong.

Alexander, Ian, Jochen en Elke pikken in :



Elke : Als ik wist dat ik nog maar een week te leven had, dan zou ik dat eerst niet willen

aanvaarden, en dan, op het moment dat ik tot het besef kom dat het echt zo is, dan zou ik eerst mijn beste vrienden opzoeken. Het is misschien ook een kans om ruzies bij te leggen met mensen.

Alexander: Ik zou in die week op reis willen gaan. Op de top van de Tafelberg staan, de

Paaseilanden zien, de pyramiden in Egypte bezoeken, het Acropolis, de Indiasetempels in Zuid-Amerika. Ik wil nog even ten volle geleefd hebben, helemaal tot het uiterste.

Ian: Ik zou nog maximaal profiteren van mijn leven. Ik zou nog al mijn geld uitgeven en

De hele week feesten. Alle dingen die ik nog wil doen, zou ik ook doen: parachuttespringen, benji-springen.

Jochen: Moest ik nog 1 week te leven hebben zou ik er helemaal voor gaan. Ik zou mijn

bankrekening leeghalen en goed feesten. Nog zoveel mogelijk dingen gaan bekijken en doen…uit een vlieger springen…en zorgen dat ik van iedereen afscheid heb kunnen nemen.
Hannelore, Julie, Evelien en Charlotte legden hun bevinden samen:

Een weekendje met je partner, veel praten en alles op een rijtje zetten, alles weggegeven waar je (emotionele) waarde aan hecht. Zoveel mogelijk samen zijn met vrienden, familie. Eigen begrafenis regelen, eventueel afscheidsbrief. Al het geld opdoen, overal trakteren. Daguitstapjes.

Les extremes se touchent, of anders gezegd : Steven, Steven, Wim en Jonas:



Afscheid nemen van vrienden en familie

Te biecht gaan en de ziekenzalving aanvragen

Nog rap voor een nageslacht zorgen

Mijn begrafenis regelen

Nog een keer profiteren van het leven in al zijn facetten( goed eten en drinken, fuiven…)

Mijn erfenis regelen.
En tenslotte Sarah, Elise, Lies en Ellen:

Sarah :Ik zou zolang mogelijk bij mijn ouders en broer blijven. Gezellige dingen met

elkaar doen. Het moet niet precies iets zijn wat ik heel leuk vind. Zolang dat mijn familie gelukkig is die week, dan zal ik ook gelukkig zijn. Ik zou ook afscheid nemen van mijn vriend en zijn familie.

Elise: Ik zou mijn familie en vrienden bezoeken om afscheid te nemen en hun

bedanken omdat ze er altijd voor mij geweest zijn. Verder zou ik het rustig houden en genieten van mijn laatste week.

Lies: Ik zou iedereen waarvan ik hou uitnodigen op een groot feest, zodat ik iedereen

nog eens gezien heb en we nog een laatste keer pret kunnen maken. Ik zou ook alle dingen doen die ik graag zou willen doen en dus mijn laatste week met pret beleven.

Ellen: Als ik nog 1 week te leven had, zou ik niet plots heel vlug mijn grote dromen

willen verwezenlijken. Dit is iets waar je naartoe moet kunnen leven, waar je moet op hopen en dromen. Het is niet de bedoeling dat dit je plots overvalt, dat je het nu doet omdat de tijd dringt. Waar ik wel veel aandacht zou aanbesteden in die laatste week zijn de mensen om me heen. Ik zou voortdurend rondom hen willen zijn om in mijn laatste week nog heel wat mooie momenten met hen te willen beleven.
Pad van de weegschaal

Het pad van de weegschaal laat je nadenken over je eigen waarden.



Eerst tekende je je eigen wapenschild. Linksboven tekende je wat je graag om je heen zag, rechtsboven: je grootste vrees of ontgoocheling, linksonder: daarover zal je mening nooit veranderen rechtsonder: je sterkste kwaliteit. Bij de Vrager boog je je over de stelling van Nietzsche : ‘Wie altijd de wet volgt, is eigenlijk te bang om zelf na te denken. Hij laat anderen oordelen over wat mag en niet mag, wat goed en kwaad is’
Elke, Jochen en Ian openen het debat:

Zonder wetten kun je niet leven. De maatschappij zou onmogelijk worden als iedereen wetten zou overtreden omwille van het feit dat hij wil doen wat hijzelf wil. Niet iedereen kan egoïstisch zijn en alle wetten naast zich neerleggen.

Soms stemmen bepaalde wetten ons tot nadenken, we gaan tegen onze eigen idealen in om de wetten te volgen, dit kan er op wijzen dat we zelf te bang zijn om te denken. Het kan dat wetten onzinnig en dwaas zijn, zolang we andere mensen zichzelf laten zijn en anderen met rust laten. We geloven dat we wetten kunnen overtreden als we er niet mee akkoord gaan, zolang we er niemand bij betrekken of iemand kwetsen.
Steven, Steven, Wim en Jonas sluiten aan:

Iedereen is vrij te doen wat hij wil, maar anderen mogen hier geen schade van ondervinden. Je bent als lid van de samenleving dus verantwoordelijk voor het goed functioneren ervan. Naast enkele onmisbare wetten zijn er ook leefregels die het leven aangenaam en leefbaar maken.
Hannelore, Julie, Evelien en Charlotte pikken in:

Regels zijn er om de orde te bewaren in onze maatschappij. Die moeten we dus wel volgen. Maar we hebben ook persoonlijke regels, in de vriendenkring, in familiale verbanden. Deze regels kunnen we zelf bepalen, naar onze eigen ervaringen, onze eigen meningen en onze eigen waarden.

Maar we zijn toch soms ook geneigd om die regels te overtreden, omdat het spannend kan zijn een verboden terrein te betreden, de ‘rebel’ in ons komt naar boven.

Maar dit is ook niet echt nadenken, je overtreedt omdat je niet mag overtreden.

Als je de wet volgt, denk je eigenlijk wel na omdat je denkt aan de gevolgen.
Elise, Lies, Sarah en Ellen vervolgen :

De algemene bedenking in ons groepje is dat niemand volledig akkoord kan gaan met wat er in de wet staat. Soms zou het beter zijn als er andere regels of geen normen waren betreffende een bepaald onderwerp. Toch vinden we niet dat je te bang bent om na te denken als je de wet volgt. Er staan boetes en straffen op overtredingen en die kunnen je tegenhouden om de wet met de voeten te treden en je eigen mening uit te voeren.
Lieselotte, Kevin, Annelies en Sigrid besluiten:

In ons groepje hadden we twee soorten meningen: het is belangrijk om op het goede pad te blijven, maar dat mag niet ten koste zijn van onze persoonlijke ontwikkeling en onze eigen mening. Er moeten wetten en reglementen zijn in onze maatschappij, anders zou het een chaos zijn. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we deze regels blindelings volgen, maar je moet daar ook eens over nadenken. Iedere situatie is anders.

Je bent niet bang om zelf na te denken als je de regels volgt. Je kan ook binnen de wetten nadenken en je eigen leven leiden.

Pad van de regenboog

Het pad van de regenboog richt je blik op het mysterie dat ons overstijgt. Bij de Starter kreeg je de vraag of het al of niet bestaan van God(en) iets verandert in je leven. De Vrager citeerde Stefaan Vanistendael: ‘Waar het op aankomt zijn niet de antwoorden die we in het leven hebben meegekregen of zelf bijeengeraapt, maar wel de eerlijkheid waarmee we proberen te zoeken.’
Sigrid, Kevin, Annelies en Lieselotte openen het gesprek:

Sigrid: Ik vind het allebei even belangrijk. Je krijgt antwoorden mee van bij de geboorte en

voor mij is het belangrijk dat je er over nadenkt, dat je voor je eigen uitmaakt wat belangrijk is en dat je ontwikkelt wat je mee gekregen hebt bij de geboorte. Het verschil tussen de verschillende godsdiensten is heel klein.

Kevin: Ik vind het ook allebei even belangrijk. Van jongs af aan moet je kennis maken en het is verkeerd om te zeggen dat we ons niet mogen laten beïnvloeden, we moeten wel

rekening houden voor onze omgeving. Maar we moeten overtuigd zijn van onze eigen mening. Er is niet echt een groot verschil tussen de godsdiensten.

Annelies: Tot een bepaalde leeftijd is het mogelijk dat je dit meekrijgt. Maar in bepaalde

gevallen als men ouder wordt en beseft dat er ook andere mogelijkheden zijn, is het beter om uit te zoeken wat echt voor jezelf de belangrijkste waarde in het leven zijn.

Lieselotte: Ik vind het zeer belangrijk de manier waarop we met onze vragen omgaan. Dat we

zelf op zoek gaan naar onze antwoorden op de vragen. In andere godsdiensten worden de antwoorden meer zelf gegeven, maar de vragen zijn overal dezelfde. De opvoeding is heel belangrijk in je jeugdjaren.

Elke, Jochen en Ian noteerden bij de Starter:



Soms kunnen mensen kracht vinden in hun geloof. Dit is afhankelijk van mens tot mens. Er zijn ook veel mensen die zich niets aantrekken van het feit of God al dan niet bestaat. Wij merken vooral dat dit het geval is bij de jeugd. Steeds minder jongeren geloven in het bestaan van God, ze zijn kritischer. Het maakt hen weinig uit!

Het is dus vooral de oudere generatie die belang hecht aan het bestaan van God. Ouderen zijn ook vaker te vinden in de Kerk en geloven veel inniger. Jongeren neigen meer te geloven in ‘iets’ bovennatuurlijks, maar zij durven er vaak de naam ‘God’ niet op te plakken.

En bij de Vrager noteerden ze:



Elke: Ik geloof dat het in alle godsdiensten om hetzelfde gaat, namelijk om zin aan het

leven te geven. Op welke manier je het ook doet, als het maar op een eerlijke manier gebeurt. Dus ik ga akkoord met de stelling, hoewel er kleine verschillen zijn tussen de verschillende godsdiensten.

Alexander: Ik denk dat dit afhangt van persoon tot persoon en niet zozeer van welke

godsdienst je behoort. Gelovige mensen kunnen in hun godsdienst, wat die ook mag zijn, waarschijnlijk veel antwoorden op hun vragen vinden, of denken ze daar te vinden. Niet-gelovigen menen hun antwoorden te vinden in levenservaring en oprecht handelen. Maar hoe ze ook hun antwoorden vinden, het resultaat is steeds hetzelfde.

Ian: Mijn mening sluit vrij goed aan bij de rest van de groep. Er zijn tussen de godsdiensten

wel kleine onderlinge verschillen. Er zijn verschillende goden, verschillende visies, verschillende waarden, maar de bedoeling is allemaal hetzelfde. Men gaat op zoek naar de zin van het leven en het ontstaan ervan.

Jochen: Ik sluit me aan bij bovenstaande meningen. Alhoewel er verschillende

godsdiensten en goden zijn, gaat het toch allemaal om één ding. Kracht putten uit het geloof en trachten de zin van je leven te ontdekken.

Evelien, Charlotte, Julie en Hannelore noteerden bij de Starter:



Evelien: Ik heb geen goden nodig. Ik heb voldoende aan mensen. Die

geven me kracht. Als ik problemen heb ga ik praten met iemand en heb ik er niets aan om te zitten bidden tot iemand waarvan ik niet eens weet of hij/zij bestaat.

Charlotte: God verandert niet echt iets in mijn bestaan. Ik hecht veel

meer belang aan andere dingen dan het al dan niet bestaan van een God. Ik vind niet dat je moed en hoop kunt putten uit een God.

Julie: Ik hecht geen belang aan God(en) aangezien er geen enkel bewijs

is dat deze ook zouden bestaan. Mijn kracht put ik uit mezelf, familie en mijn vrienden. Ik heb geen enkel probleem met mensen die wel geloven omdat we elkaars mening wel moeten respecteren.

Hannelore: Er is misschien wel een God, maar ik geloof daar niet in. Ik

heb voldoende aan het leven zonder een onzichtbare kracht die er misschien niet eens is. Ik zie het nut niet in van een God. Mensen geven mij meer dan voldoende kracht.

Bij de Vrager noteerden ze:



Verschillende mensen zoeken op een verschillende manier naar verschillende antwoorden. Sommige mensen putten hun levenskracht uit een God of uit Goden, anderen halen hun hoop en kracht uit ervaringen en contact met mensen.

Een eenzijdig[eensluidend?] antwoord is echter niet te vinden. Elke persoon vindt in de loop van zijn leven een antwoord voor zichzelf. Slechts door (h)eerlijkheid en oprechtheid is het antwoord te vinden.
Ellen, Sarah, Elise en Lies sloten aan bij de Starter:

De meningen in onze groep zijn verdeeld. Voor sommige mensen betekent God een steun in moeilijke tijden. Als men aan deze mensen zou kunnen bewijzen dat God niet bestaat, dan zou er een leegte ontstaan in hun leven.

Voor andere mensen verandert het al of niet bestaan van God niets in hun leven. Men gelooft er nu niet in. Stel dat men aan deze mensen het bestaan van God kan bewijzen, dan maakt dat geen enkele verschil uit omdat ze God in hun leven niet nodig hebben.

De Vrager beantwoorden ze individueel:



Ellen: Er zijn essentiële verschillen tussen de meeste godsdiensten, maar natuurlijk

zijn er ook duidelijke gelijkenissen. Alle godsdiensten hebben volgens mij het zelfde doel: Het leven op aarde zo goed en aangenaam mogelijk maken. Alleen willen ze dit doel op en een andere manier bereiken.

Sarah: Volgens mij slaan al die verschillende namen op één en dezelfde God. Ik

vind het heel jammer dat er oorlogen hiervoor ontstaan, want ik geloof dat het allemaal dezelfde God is.

Elise: Als er een God zou bestaan denk ik dat het maar om één God gaat en niet om

verschillende goden. De verschillende godsdiensten hebben volgens mij gewoon in de loop der tijd verschillende namen aan God gegeven.

Lies: Ik denk dat er één God bestaat, die verschillende namen krijgt. Ik zou het me

niet kunnen voorstellen dat er 10 goden zijn.

Steven, Wim, Steven en Jonas besluiten:



Om het leven meer zin te geven is het noodzakelijk om ernaar te zoeken. Maar iedereen weet dat het antwoord toch niet te vinden is. Het is dus belangrijk om met de vragen te leren leven en gedeeltelijk het leven op die vragen af te stellen. Je kan je immers moeilijk naar de antwoorden schikken omdat je die toch niet kent.

De zoektocht naar een antwoord leidt je noodgedwongen rond de verschillende godsdiensten. Het is echter logisch, ook omwille van culturele redenen, dat je kiest voor die godsdienst waar je mee opgegroeid bent. Uitzonderingen gooien hun erfenis overboord.. Deze mensen kunnen daar een goede reden voor hebben, maar meestal is dat toch te betwijfelen.



De clusters van Diognetus 6EMTb januari 2003, pagina




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina