6 Taakaanpak



Dovnload 13.46 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte13.46 Kb.
6 Taakaanpak

 

Tijdens zijn veroveringstocht door Klein-Azie verbleef Alexander de Grote enige tijd in Gordion. Daar legde men hem het probleem voor de knoop te ontwarren van de strijdwagen van koning Gordias, de stichter van de stad. Volgens een orakelspreuk zou alleen een toekomstig wereldheerser de knoop kunnen ontwarren. Vele krijgers hadden al vergeefs geprobeerd de knoop los te maken. Men hoefde bij de ambitieuze Alexander natuurlijk niet lang aan te dringen. Volgens de overlevering pakte Alexander zijn zwaard en hakte met krachtige slag de knoop door.



Veel waarschijnlijker echter is dat hij dankzij zijn technisch inzicht het probleem oploste. Door eerst de pin uit de disselboom te trekken ontdekte Alexander de verborgen uiteinden van de knoop!

 

Of Alexander de knoop nu dankzij zijn kracht of dankzij zijn technisch inzicht ontwarde, is niet zo van belang. Het gaat in dit verhaaltje niet om de precieze historische toedracht. Wat dit voorbeeld wil illustreren is dat mensen problemen kunnen oplossen. Problemen die ze niet uit hun hoofd kunnen leren of in leerboeken kunnen opzoeken.



Een gedeelte van je leerstof kun je uit je hoofd leren, een ander deel kun je met behulp van je leerboeken kunnen opzoeken of maken. Er zijn echter ook opdrachten waarbij je de oplossing niet zomaar kunt opschrijven. Denk maar aan een proefwerk. Je kunt de oplossing niet direct uit je geheugen halen, omdat de vraag of opdracht net iets anders is geformuleerd.
Iedere leerling heeft een bepaalde manier om problemen aan te pakken en op te lossen. Of het nu gaat om het plakken van een band, het bereiden van lasagne of het maken van schoolwerk. Niet iedereen doet dit even systematisch. In dit onderdeel krijg je tips om taken gestructureerd aan te pakken.

1 Gebruik de ABC-sleutel


Karel: “Laatst was mijn band lek. Ik ben meteen aan de slag gegaan. Fiets omgekeerd, band eraf gewipt en toen maar zoeken. Maar niks geen gaatjes. Eindelijk kreeg ik door dat het ventieltje…als ik dat meteen gecontroleerd had, had ik niet al die moeite hoeven doen.”
Ook het plakken van een lekke band pak je aan. Karel begint onmiddellijk zonder eerst even na te denken hoe hij dat plakken het beste kan doen. Als hij eerst het ventieltje gecontroleerd had, was hij meteen klaar geweest.

Als je een probleem moet oplossen denk je van tevoren na hoe je dat het beste kunt doen. Wat weet je al en wat heb je nodig om het probleem aan te pakken? Je oriënteert je op het probleem.


Gert: “Voordat ik een som maak, leg ik altijd eerst alles klaar wat ik nodig heb: rekenmachientje, potlood, schrift, gum, opgave. Alles wat ik niet nodig heb, leg ik weg. Dan lees ik de vraag, die staat meestal achterin de opgave. Pas daarna ga ik de som lezen. Ik weet dat beter waar ik op moet letten.”
Vervolgens ga je het probleem bewerken. In deze fase ben je echt bezig met het oplossen.
Gert: “Als ik de vraag weet ga ik hem beantwoorden.

Ik onderstreep dan de belangrijke gegevens in een som, zet die daarna in een schemaatje en reken uit wat ze willen weten.


Als laatste stap controleer je of je nu inderdaad het probleem hebt opgelost. Heb je datgene beantwoord wat wordt gevraagd? Zo’n controle doe je dus zelf en niet de leraar.
Gert: “Nadat ik de som gemaakt heb, kijk ik of het antwoord logisch is. Als ik te gehaast ben vergeet ik wel eens een nulletje en dan heb je al gauw een verschil van 10.000 en dat zie je snel genoeg.
In feite zet je dus drie stappen
a. Aanpakken van het probleem.

Je bepaald de aanpak en achterhaalt de kennis die je al hebt.


b. Bewerken van problemen

Je gaat aan de slag en houdt in de gaten of je nog op het juiste pad zit.


c. Controleren van het probleem.

Je controleert of het probleem nu inderdaad is opgelost en je tevreden bent over je aanpak.


Het doorlopen van deze stappen moet automatisch gaan. Iedere keer als je een vraag of opdracht krijgt, gebruik je de ABC-sleutel. Dus eerst Aanpakken, dan Bewerken en vervolgens Controleren. Je weet dan zeker dat je niets vergeet.
2 Pak een werkstuk systematisch aan
Het maken van een werkstuk kost tijd. Het is net als bij leren een kwestie van langzaam opbouwen. Het gaat steeds om het vinden van een geschikt onderwerp, het verzamelen van de juiste informatie en het samenstellen van de eindtekst.
a Kies een onderwerp

de keuze van een onderwerp is erg belangrijk. Een onderwerp zoeken betekent verkennen. In naslagwerken vind je korte beschrijvingen van veel uiteenlopende onderwerpen. Meestal staat er aan het eind van de tekst, onder het kopje literatuur, aangegeven waar je nog meer kunt vinden over het onderwerp. Kies een onderwerp dat niet te groot is en niet te moeilijk. Een slechte keuze betekent tijdverlies, omdat je achteraf het onderwerp toch nog moet bijstellen. Kies een onderwerp dat je echt interessant vindt. Anders ben je lang bezig met iets dat je niet prettig vindt.


b Verzamel informatie

Heb je het onderwerp eenmaal vastgesteld, dan kun je gericht informatie gaan verzamelen. Geef globaal aan hoe je werk er in grote lijnen uit zal zien. Je kunt het al werkende natuurlijk uitbreiden en kleiner maken.


Riet heeft besloten een werkstuk te schrijven over Burkina Faso, een van de armste landen in West-Afrika. Ze verdeelt dit onderwerp in de onderdelen: ligging, geschiedenis, bevolking en bestaansbronnen (landbouw en industrie). Ze twijfelt of ze ook nog een apart stukje zal schrijven over het klimaat of dat ze dit onder het stukje landbouw zal laten vallen.
Over elk onderdeel van je onderwerp lees je informatie en maak je aantekeningen. Het is handig als je per onderdeel aparte bladzijden gebruikt en alles achter elkaar opbergt in een klapper. Later zet je alle onderdelen achter elkaar en je hebt je werkstuk zover klaar dat je nu echt kunt gaan schrijven.
c De pen op papier

Je hebt nu systematisch informatie verzameld en de grote lijn voor ogen. Nu begint de fase van het schrijven van de tekst (op papier of op de computer). Je leest je informatie nog eens door en probeert per onderdeel in eigen woorden alles te beschrijven. Je maakt in feite een ruwe tekst.

De ruwe tekst schrijf je daarna uit tot je eindtekst. Dat kan vaak in verloren uurtjes. Als je tekst klaar is, laat je deze een tijdje rusten. Na enkele dagen bekijk je de tekst dan weer en haal je de fouten eruit die je in de eerste instantie over het hoofd hebt gezien.

Zorg dat je eindtekst er goed en verzorgd uitziet. Denk aan een inhoudsopgave en een literatuurlijst.


3 Studeer actief
Je studeert het beste door op allerlei manieren actief bezig te zijn. Maak aantekeningen, bedenk vergelijkingen, zet een schema op, breng hoofdstukken uit een boek met elkaar in verband, bedenk toepassingen enzovoort. Maak ook regelmatig samenvattingen in de vorm van uittreksels, waarin je de gegevens stopt die je moet kennen. Met een goede samenvatting kun je de belangrijkste zaken voor een proefwerk nog even doorlopen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina